CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[RA20.094] - ontwerp weigering verklaringen van geen bedenkingen Molendijk 7-9 Hulsel

Commissie Ruimte 18 oktober 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel Weigering ontwerp verklaringen van geen bedenkingen Molendijk 7-9 Hulsel3.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp: Datum B&W Besluit: Vergaderdatum: Registratienr.: Opsteller: Portefeuillehouder:

Weigering ontwerp verklaringen van geen bedenkingen Molendijk 7-9 Hulsel 14 september 2021 2 november 2021 RA20.094 Mariëlle van der Hoff de heer P.J.M. van de Noort wethouder

Voorstel Te besluiten om: 1. De ontwerp verklaringen van geen bedenkingen te weigeren voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van nieuwvestiging van 2 intensieve veehouderijen aan de Molendijk 7 (kenmerk aanvraag REU-2012-0101) en Molendijk 9 (kenmerk aanvraag REU-2011-0399) te Hulsel. Inleiding Het dossier Molendijk 7-9 te Hulsel kent een lange voorgeschiedenis. Deze voorgeschiedenis wordt hieronder op hoofdlijnen geschetst. Uitwerking plannen 2004 – 2012 In 2004 zijn gesprekken gestart tussen het college en initiatiefnemers voor een mogelijke verplaatsing van de intensieve veehouderijbedrijven aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11 te Hooge Mierde. In 2005 hebben initiatiefnemers zich aangemeld voor de VIV-regeling (Verplaatsing Intensieve Veehouderij) van de provincie. Dit was een subsidieregeling voor de afbouw van intensieve veehouderij in kwetsbare gebieden. Later werd door de provincie en initiatiefnemers een overeenkomst gesloten (hierna: VIV-overeenkomst). Hierin werd vastgelegd dat de verplaatsing in 2015 afgerond moet zijn. In 2006 werd een principeverzoek ingediend voor:  het realiseren van woningbouw in de vorm van een landgoedontwikkeling aan de Poppelsedijk;  het realiseren van recreatievoorzieningen aan de Twisseltsebaan;  nieuwvestiging van intensieve veehouderij aan de Molendijk ong.

(later nummer 7 en 9 genoemd) met 2 bouwvlakken van elk 2,5 ha. De locatie was gelegen in het landbouwontwikkelgebied (LOG) Bladel-Hulsel. In 2007 heeft het college een positief principe-standpunt ingenomen. Hierbij werd de uit te werken gebiedsvisie in het kader van de Geurwet genoemd als aandachtspunt. Deze was op dat moment nog in ontwikkeling. In 2008 bleek na ambtelijk overleg tussen provincie en het college dat het plan past binnen provinciaal beleid. Voor inplaatsing in het LOG moest sprake zijn van een goedgekeurd landbouwontwikkelingsplan. Er werden MER-beoordelingsnotities voor beide locaties ingediend. Het college publiceerde voor beide locaties het besluit dat geen MER noodzakelijk is. In 2008 werd tevens de Geurverordening vastgesteld. In de periode 2008-2010 hebben initiatiefnemers in overleg met de provincie en het college de plannen verder uitgewerkt. Er zijn diverse versies van de ruimtelijke onderbouwingen aangeleverd. Ook zijn in deze periode de onderhandelingen gestart voor het sluiten van anterieure overeenkomsten. In 2009 bleken de plannen aan de Molendijk 7-9 te voldoen aan de Geurverordening 2008.

RA20.094

*RA20.094*

1

In 2010 werd een voorbereidingsbesluit voor het hele buitengebied genomen. Er werden aanvragen bouwen en milieu ingediend voor uitbreiding van de intensieve veehouderijen aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11, welke deels zijn verleend. Het college verzocht de provincie om ontheffing te verlenen van de Verordening Ruimte (2011) voor nieuwvestiging van 2 intensieve veehouderijen in het LOG Bladel-Hulsel. In 2011 verleende de provincie ontheffing van de Verordening Ruimte 2011 om verplaatsing van de intensieve veehouderijen aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11 naar Molendijk 7 en 9 mogelijk te maken (bijlage 1 en 2). Een voorwaarde van de ontheffingen is het opheffen van de bouwblokken voor de intensieve veehouderij en het slopen van de bedrijfsbebouwing aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11. In 2012 vonden nog steeds gesprekken plaats over de anterieure overeenkomsten. Aanvraag omgevingsvergunning Molendijk 7 Op 6 maart 2012 werd de aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een vleesvarkensstal voor 2.985 varkens en het plaatsen van 2 sleufsilo’s op de locatie Molendijk 7 (zaaknummer VTH REU-2012-0101, bijlage 3). De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de volgende activiteiten: - bouwen; - milieu; - afwijken bestemmingsplan; - aanleggen inrit; - kappen (deze activiteit is op 18 juni 2013 ingetrokken).

Aanvraag omgevingsvergunning Molendijk 9 Op 16 december 2011 werd de aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een vleesvarkensstal voor 2.985 varkens en het plaatsen van 2 sleufsilo’s op de locatie Molendijk 9 (zaaknummer VTH REU-2011-0399, bijlage 4). De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de volgende activiteiten: - bouwen; - milieu; - afwijken bestemmingsplan; - aanleggen inrit. Vervolg vergunningprocedures 2011 – 2016 Per brief van 25 oktober 2012 werd aan initiatiefnemers medegedeeld dat – in afwijking van eerdere besluitvorming – een MER wordt verlangd. Op 23 januari 2013 werd door de gemeenteraad een aanhoudingsbesluit genomen op grond van de Wet geurhinder en veehouderij. Uit de evaluatie van de gebiedsvisie / geurverordening bleek dat de geurbelasting in Reusel-De Mierden is toegenomen. De raad verklaarde dat er een nieuwe verordening wordt opgesteld met bijgestelde geurnomen. Tot dat moment werden aanvragen om een omgevingsvergunning voor de oprichting / uitbreiding of verandering van een veehouderij aangehouden. In de raadscommissievergadering van 11 september 2013 werd een voorstel behandeld voor het verlenen van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunningen. In de raadsvergadering van 24 september 2013 werd het voorstel, op verzoek van het college, van de agenda gehaald.

De reden hiervoor is een e-mail van 4 september 2013 van initiatiefnemers. Initiatiefnemers geven aan dat het houden van 2.999 varkens per locatie nadrukkelijk geen eindsituatie is. Op 17 december 2013 werd het volgende raadsbesluit genomen:  de Geurverordening 2013 wordt vastgesteld;  zonder overgangsbepaling voor de locaties Molendijk 7-9; In dezelfde raadsvergadering werd een separaat raadsvoorstel aangenomen:  waarbij een positief standpunt wordt ingenomen met betrekking tot medewerking aan de ontwikkeling van 2 bouwvlakken van 3 hectare aan de Molendijk 7-9, onder de gestelde

RA20.094

*RA20.094*

2

voorwaarden en met inbegrip van de MER. Pas als de MER is opgesteld wordt aan de gemeenteraad een nieuw voorstel voorgelegd voor de verklaring van geen bedenkingen. In het raadsvoorstel wordt nader onderbouwd waarom een MER – in afwijking van de besluiten in 2008 – nu wel verlangd wordt. Initiatiefnemers hebben te kennen gegeven uit te willen breiden naar 2 bouwvlakken van 3 hectare. Bouwvlakken van 2 hectare is niet de beoogde eindsituatie. Hiermee wordt de drempelwaarde voor m.e.r. plichtige activiteiten (> 2.999 varkens) in de toekomst mogelijk wel overschreden. Dit zijn gewijzigde omstandigheden sinds 2008 waardoor andere besluitvorming gerechtvaardigd is. Op 15 januari 2014 werd schriftelijk aan initiatiefnemers het raadsbesluit van 17 december 2013 medegedeeld. Initiatiefnemers moesten binnen een maand laten weten of een MER wordt opgesteld, anders werden de aanvragen buiten behandeling gesteld. Op 11 april 2014 werd schriftelijk aan initiatiefnemers een voornemen verzonden voor het buiten behandeling laten van de aanvragen vanwege het ontbreken van een MER. Initiatiefnemers dienden zienswijzen in tegen dit voornemen. Op 12 juni 2014 werden de aanvragen buiten behandeling gelaten. Tegen deze besluiten werden bezwaarschriften ingediend, welke vervolgens ongegrond werden verklaard.

Volgens het college was er sprake van een voorzienbare uitbreiding binnen afzienbare tijd, waarmee de drempelwaarde voor m.e.r. plichtige activiteiten wordt overschreden. Initiatiefnemers dienden beroep in bij rechtbank OostBrabant. De rechtbank stelden initiatiefnemers bij uitspraak van 3 juni 2015 in het gelijk. De rechtbank was van oordeel dat de beoogde uitbreiding onvoldoende concreet is om te bepalen dat er sprake is van een voorzienbare uitbreiding. Het college diende hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bevestigde in haar uitspraak van 24 februari 2016 de uitspraak van de rechtbank: de aanvragen zijn ten onrechte buiten behandeling gelaten. Ondertussen had het college op 3 augustus 2015 aanvullende gegevens opgevraagd voor de aanvragen. De ontbrekende stukken zijn binnen de gestelde termijn ingediend, met uitzondering van het gevraagde geuronderzoek op basis van de Geurverordening 2013. In 2016 zijn alle stukken opnieuw beoordeeld. Er bleken meerdere weigeringsgronden voor de omgevingsvergunningen aan de orde. Er was onvoldoende geborgd dat de bebouwing aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11 zou worden gesaneerd. Ook was geen passende herbestemming voor deze locatie aangevraagd.

Daarnaast bleken de aanvragen in strijd met beleidsuitgangspunten van het bestemmingsplan Buitengebied, herziening fase 1a, het toen recent vastgestelde beleid “Pas op de plaats” en de Geurverordening 2013. De provincie weigerde beide Natuurbeschermingswetvergunningen (voor Molendijk 7 op 1 maart 2016 en voor Molendijk 9 op 27 juli 2015). Inmiddels was ook een start gemaakt met de vergunde bouwactiviteiten op de vertreklocaties. Op 31 oktober 2015 ontving het college een brief van de provincie dat de VIV-overeenkomst beëindigd wordt. De verplaatsing had in 2015 afgerond moeten zijn. Het verzoek van het college om de overeenkomst met 2 jaar te verlengen werd afgewezen. Op dat moment kon geen andere conclusie worden getrokken dan dat het verplaatsen van de intensieve veehouderijen geen haalbare kaart meer was. Minnelijk overleg 2016 – 2020 Op 17 november 2016 is een gesprek geïnitieerd met initiatiefnemers. Desgevraagd werd ingestemd met het aanbod van het college om door de advocaten (Den Hollander advocaten namens initiatiefnemers en Hekkelman advocaten namens het college) besprekingen te laten voeren over een minnelijke oplossing. In het eerste gesprek tussen de advocaten op 16 januari 2017 is gesproken over de uitgangspunten. Ingezet werd op het intrekken van de aanvragen in ruil voor deels vergoeding van de onderzoekskosten.

Afgesproken werd dat de advocaat van initiatiefnemers een onderbouwd voorstel zou aanleveren. Dit voorstel bleef uit. Nadat initiatiefnemers in juni 2017 van advocatenkantoor waren gewisseld zijn gesprekken voortgezet met Linssen cs Advocaten. Een onderbouwd voorstel bleef wederom uit. Vanaf 23 oktober 2017 zijn deze besprekingen zonder resultaat beëindigd.

RA20.094

*RA20.094*

3

Nadat het minnelijk overleg niet tot resultaat had geleid is een collegevoorstel in routing gebracht om de raad voor te stellen de ontwerp verklaringen van geen bedenkingen te weigeren (BW18.002, bijlage 5). In de collegevergadering van 16 januari 2018 is het voorstel aangehouden op verzoek van (de advocaat van) initiatiefnemers om alsnog te komen tot een minnelijke oplossing. Op 27 juni 2018 zijn door Linssen cs advocaten schaderapporten aangeleverd. In deze rapporten zijn de onderzoekskosten niet inzichtelijk gemaakt maar zijn diverse posten opgenomen waarvan het college op voorhand heeft aangegeven niet bereid te zijn hiervoor een vergoeding toe te kennen (o.a. inkomstenderving, misgelopen subsidie en vertragingsschade). Op 8 oktober 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden met een van de initiatiefnemer en wethouder Van de Noort over het verloop van het dossier. Het aanbod voor een minnelijke regeling bleef overeind. Verzocht werd om in overleg te treden met Linssen cs Advocaten voor het inzichtelijk maken van de onderzoekskosten. In de periode 2018 – 2020 zijn nog enkele contactmomenten geweest over het aanleveren van een raming van de onderzoekskosten. Op 30 oktober 2020 ontving het college een brief van de advocaat van initiatiefnemers (inmiddels weer Den Hollander advocaten) dat er definitief geen raming wordt overlegd. Ook kondigde de advocaat een dagvaarding aan.

De dagvaarding is tot op heden uitgebleven. Nu (wederom) is gebleken dat een minnelijke oplossing niet haalbaar is en de aanvragen niet worden ingetrokken, wordt voorgesteld de behandeling van de aanvragen opnieuw op te pakken en tot besluitvorming over te gaan. Voor de aangevraagde activiteiten afwijken van het bestemmingsplan is een verklaring van geen bedenkingen nodig van de raad. Met een besluit omtrent de verklaring van geen bedenkingen geeft de raad een standpunt over de planologische aanvaardbaarheid van de aanvragen. De raad komt beleidsvrijheid toe. Beoogd doel Alsnog besluiten te nemen op de aanvragen omgevingsvergunningen voor het verplaatsen van de intensieve veehouderijen aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11 naar Molendijk 7 en 9 te Hulsel. Argumenten 1.1. Een minnelijke regeling is niet bereikt. Sinds 2016 is gepoogd te komen tot een minnelijke oplossing. Nu de verwachtingen en uitgangspunten van partijen te ver uit elkaar liggen lijkt een minnelijke oplossing niet haalbaar. Dit betekent dat de aanvragen omgevingsvergunningen niet worden ingetrokken. Er moet nog steeds op de aanvragen besloten worden. 1.2. De verplaatsing is niet meer actueel. Op geen enkele wijze is zeker gesteld dat de intensieve veehouderijen aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11 verdwijnen.

Dit lijkt door de uitbreidingen van de laatste jaren ook niet meer de bedoeling van initiatiefnemers. Op 11 juli 2017 is een omgevingsvergunning bouwen en afwijken bestemmingsplan verleend voor de bouw van een nieuwe stal ter vervanging van oude stallen aan de Poppelsedijk 11. Momenteel is voor deze optimalisering een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de milieu-inrichting in behandeling. Om deze reden kan geen planologische medewerking worden verleend. Het toestaan van 2 nieuwe bouwblokken voor intensieve veehouderij zonder sanering van de huidige bedrijven is in strijd met een goede ruimtelijke ordening en de aan de ontheffingen verbonden voorwaarden. Gedeputeerde Staten hebben immers aan de ontheffingen de voorwaarde verbonden dat verzekerd moet zijn dat de bouwblokken voor een intensieve veehouderij aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11 worden opgeheven en de overtollige bebouwing wordt gesloopt. Door het beëindigen van de VIV-overeenkomst in 2015 is de subsidie voor de verplaatsing komen te vervallen. Financiële uitvoerbaarheid staat daardoor niet meer vast. Van reële aanvragen is geen sprake meer.

RA20.094

*RA20.094*

4

1.3. De aanvragen zijn in strijd met provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid. In het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2009” en “Buitengebied 2009, herziening fase 1A” is de grond, waarop de intensieve veehouderijen gesitueerd zijn, bestemd tot “Agrarisch” met de dubbelbestemming “Archeologische verwachtingswaarde”. De activiteit, waarop de aanvragen betrekking hebben, is in strijd met de bij de bestemming behorende bouwregels. Op gronden met deze bestemming zijn uitsluitend hulpgebouwen voor agrarische doeleinden toegestaan. De aanvragen hebben betrekking op de vestiging van veehouderijen. Dit laat de bestemming niet toe. Er is een afwijking van het bestemmingsplan nodig. De activiteit wordt getoetst aan provinciaal en gemeentelijk beleid. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant / ontheffingen Verordening Ruimte 2011 In artikel 3.49 tot en met 3.53 Interim Omgevingsverordening (hierna: IOV) zijn de regels opgenomen voor de uitbreiding of nieuwvestiging van een intensieve veehouderij. Nieuwvestiging van een intensieve veehouderij boven de 1,5 hectare is niet toegestaan. Zoals reeds is aangegeven zijn voor de verplaatsingen ontheffingen verleend op grond van de toenmalige artikelen 9.4 en 9.5 van de Verordening Ruimte 2011. Deze ontheffingen zijn verleend voor een bouwvlak van maximaal 3 hectare per bedrijf.

De provincie heeft deze ontheffingen nooit ingetrokken. De vraag is of hiervan nog steeds gebruik kan worden gemaakt. De provincie heeft desgevraagd ambtelijk aangegeven dat de ontheffingen nog altijd ruimte bieden voor het college om een afweging te maken of de nieuwvestiging van de intensieve veehouderijen planologisch aanvaardbaar is. Uit jurisprudentie over vergelijkbare zaken blijkt echter dat dit niet eenvoudig ligt – danwel onmogelijk is. In de uitspraak van 1 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:201507984/1/R2, gemeente Hilvarenbeek) oordeelde de Afdeling dat, indien met gebruikmaking van de ontheffing een bestemmingsplan wordt vastgesteld, de raad de op dat moment geldende verordening uitsluitend in acht dient te nemen voor zover die verenigbaar is met de verleende ontheffing, omdat anders de ontheffing zinledig zou worden. In deze zaak werden de aangescherpte regels van de Verordening Ruimte 2014 ten opzichte van de Verordening Ruimte 2011 aangevochten. De betrokken intensieve veehouder mocht niet de dupe worden van de inwerkingtreding van de Verordening Ruimte 2014. De Afdeling oordeelde dat met gebruikmaking van de ontheffing een groter bouwvlak kon worden toegestaan dan op grond van de Verordening 2014 mogelijk was. Deze bepaling kon aan de kant worden gezet door de ontheffing.

Maar de overige aangescherpte regels voor een zorgvuldige veehouderij moesten naar oordeel van de Afdeling wél worden toegepast. In een uitspraak van 7 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2713, gemeente Baarle Nassau) oordeelde de Afdeling ook dat niet onbeperkt gebruik kan worden gemaakt van de ontheffing van de Verordening Ruimte 2011. In deze zaak moest de aanvraag getoetst worden aan de regels van de Verordening Ruimte 2017, waar eerder was betoogd dat deze buiten toepassing verklaard moesten worden. De ontheffing kon niet meer worden gebruikt. Voor Molendijk 7-9 houdt dit ook in dat de ontheffingen niet ontheffen van de thans geldende IOV die nieuwvestiging van 2 bouwvlakken van maximaal 3 hectare niet mogelijk maakt. Daarnaast vereist artikel 3.67 IOV dat voor de locaties Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11 een bestemmingsplan wordt vastgesteld dat voorziet in een passende herbestemming. Op deze wijze wordt voorkomen dat op de vertreklocaties nog steeds intensieve veehouderij aanwezig kan zijn. Een aanvraag hiervoor ligt er niet. De ontheffingen van de Verordening Ruimte 2011 gaan ook uit van een integrale bestemmingsplanprocedure voor zowel de vertreklocaties als de nieuwe locaties. Met één bestemmingsplanherziening kan planologisch worden geborgd dat de IV-bestemming op de vertreklocaties wordt opgeheven en een IV-bestemming op de nieuwe locaties wordt vastgelegd.

Tevens kan de sanering van bebouwing op de vertreklocatie voorwaardelijk in het bestemmingsplan worden geregeld. Gekozen is voor een andere instrumentarium, namelijk het aanvragen van een omgevingsvergunning. Met alleen een omgevingsvergunning is het juridisch echter niet mogelijk de opheffing van de IV-bestemming en de sloop van de bestaande bebouwing afdoende te verzekeren. Overigens is een bestemmingsplanherziening ook niet meer aan de orde aangezien de verplaatsingen niet meer actueel zijn.

RA20.094

*RA20.094*

5

Omgevingsvisie Reusel-De Mierden Op 22 mei 2018 heeft de raad de Omgevingsvisie Reusel-De Mierden vastgesteld. Op pagina 18 en 19 is de visie op de toekomst van de intensieve dierhouderij in Reusel-De Mierden beschreven. De Omgevingsvisie maakt onderscheid in 3 typen locaties voor ontwikkelmogelijkheden van IVbedrijven: duurzame locaties, voortzettingslocaties en transformatielocaties. Op duurzame locaties en op voortzettingslocaties wordt de bestaande planologische mogelijkheid om de intensieve dierhouderij voort te zetten als vertrekpunt genomen. Op de percelen aan de Molendijk 7-9 is geen sprake van bestaande planologische mogelijkheden. Toch sluit de Omgevingsvisie nieuwvestiging niet geheel uit. Op pagina 21 staat omschreven dat in primaat landbouw nieuwvestiging, door verplaatsing van uit andere gebieden, en grotere agrarische bouwvlakken dan nu zijn toegestaan denkbaar is. Molendijk 7-9 is echter niet gelegen in primaat landbouw maar in primaat landschap. De strategie voor primaat landschap is het versterken van het Kempische karakter in landschappelijke en cultuurhistorische zin met een korrelgrootte van de bebouwing en kleinschalige functies die passen bij de fysieke onderlegger en stimuleren van een gezonde leefomgeving met ruimte voor groen en ontmoeting.

Dit geldt voor: de agrarische cultuurlandschappen die nu te veel te lijden hebben onder de schaalvergroting en de intensivering van de landbouw, de bedrijventerreinen bij Hooge en Lage Mierde, de openbare ruimte in de centra van Reusel, Hooge Mierde, Lage Mierde en Hulsel. Het nieuwvestigen van 2 IV-bedrijven met in totaal een toevoeging van zo’n 5.970 varkens in dit gebied is niet passend bij deze strategie. 1.4. De eerdere positieve grondhouding van het college leidt niet tot een plicht om de omgevingsvergunningen te verlenen. Zoals uit de voorgeschiedenis blijkt heeft het college vanuit een positieve grondhouding stappen doorlopen om te komen tot verplaatsing van de intensieve veehouderijen. Initiatiefnemers konden echter niet het vertrouwen ontlenen dat het college zonder meer gebruik zou maken van de ontheffing van de Verordening Ruimte 2011 en de omgevingsvergunningen zou verlenen. 1 Dat het college jarenlang de intentie heeft gehad om medewerking te verlenen wil nog niet zeggen dat er gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt waaraan initiatiefnemers rechten kunnen ontlenen. Indien en voor zover er enige verwachtingen zijn gewekt, is dat vanuit het college gebeurd in de context dat de veehouderijen op de huidige locaties zouden verdwijnen.

Wanneer enige verwachtingen zijn gewekt moeten de belangen van initiatiefnemers in de besluitvorming worden meegewogen.2 Initiatiefnemers hebben willen bijdragen aan de afbouw van intensieve veehouderij in kwetsbaar gebied en zijn daarvoor een overeenkomst aangegaan met de provincie. Er zijn jarenlang aanzienlijke inspanningen verricht om de verplaatsing te realiseren, met alle kosten van dien. De financiële belangen bij het opzetten van 2 nieuwe, levensvatbare bedrijven en de ontwikkeling van de achterblijvende locaties zijn groot. Het lange traject is ook van invloed geweest op de keuzes die gemaakt zijn voor de bedrijfsvoering aan de Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 11. Initiatiefnemers hebben aangegeven de bedrijven eerder geoptimaliseerd te hebben als eerder duidelijk was geworden dat de verplaatsing niet zou doorgaan. Gelet op het verloop van het dossier en de redenen zoals hierboven omschreven kan echter geen andere conclusie worden getrokken dan dat verplaatsing niet meer actueel en haalbaar is. Consequenties Geen beoordeling activiteiten bouwen, milieu en aanleggen uitweg. Gezien geen planologische medewerking kan worden verleend, wordt aan de beoordeling van de activiteiten bouwen, milieu en aanleggen uitweg niet toegekomen. Financiën Voor de behandeling van de aanvragen zijn nog geen leges in rekening gebracht.

Deze leges worden alsnog in rekening gebracht conform de legesverordeningen van 2011 en 2012.

1 Zie ECLI:NL:RVS:2017:1626 (Mill en Sint Hubert) 2 Zie ECLI:NL:RVS:20211424 (Tynaarlo)

RA20.094

*RA20.094*

6

Samen Doen Voor deze aanvragen omgevingsvergunningen geldt de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is een wettelijke procedure met mogelijkheden tot het indienen van een zienswijze tegen de ontwerpbesluiten en het instellen van beroep tegen de definitieve besluiten. Met initiatiefnemers is veelvuldig contact geweest om te komen tot een minnelijke oplossing waarbij de aanvragen worden ingetrokken en de gemeente een compensatie uitkeert voor onderzoekskosten. Zoals eerder aangegeven in dit voorstel heeft dat niet tot resultaat geleid. Vervolg Nadat de raad een besluit heeft genomen over de ontwerp verklaringen van geen bedenkingen wordt de voorbereidingsprocedure gestart. Deze procedure houdt in dat de ontwerpbesluiten voor het weigeren van de omgevingsvergunningen met bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Dit maken we vooraf bekend in het Gemeenteblad van officielebekendmakingen.nl en in D’n Uitkijk. Tijdens deze periode van zes weken kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Daarna moet de raad een definitief besluit nemen over de verklaringen van geen bedenkingen. Bijlagen 1. Ontheffing Verordening Ruimte 2011 d.d. 4 juli 2011 – Molendijk 7 (21.15480); 2. Ontheffing Verordening Ruimte 2011 d.d. 4 juli 2011 – Molendijk 9 (21.15481); 3. Aanvraag omgevingsvergunning Molendijk 7 d.d.

6 maart 2012 (21.15513); 4. Aanvraag omgevingsvergunning Molendijk 9 d.d. 16 december 2011 (21.15489); 5. Collegevoorstel 16 januari 2018 (BW18.002); het college van burgemeester en wethouders,

mr. R.P.B.M. Brekelmans secretaris

mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester

RA20.094

*RA20.094*

7

Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp:

2 november 2021 Weigering ontwerp verklaringen van geen bedenkingen Molendijk 7-9 Hulsel

Registratienummer: De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 september 2021; gelet op artikelen 2.12 en 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht; en de argumenten in het raadsvoorstel; Besluit 1. De ontwerp verklaringen van geen bedenkingen te weigeren voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van nieuwvestiging van 2 intensieve veehouderijen aan de Molendijk 7 (kenmerk aanvraag REU-2012-0101) en Molendijk 9 (kenmerk aanvraag REU-2011-0399) te Hulsel. De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

J.C.M. van Berkel

mw. A.J.M.H. van de Ven

RA20.094

*RA20.094*

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=95abbbff-e080-404a-93b1-23ff7c9f96a2