[RA20.072] - zienswijzen concept werkprogramma 2021 Metropoolregio Eindhoven
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Datum B&W Besluit: Vergaderdatum: Registratienr.: Opsteller: Portefeuillehouder:
zienswijzen concept werkprogramma 2021 Metropoolregio Eindhoven 15 december 2020 26 januari 2021 RA20.072 Irene van Asten de heer F.P.M. Rombouts wethouder
Voorstel Te besluiten om: 1. Geen zienswijze in te dienen op het concept werkprogramma 2021 MRE voor de thema’s economie, mobiliteit en samenwerking en strategie. 2. Een zienswijze in te dienen voor het thema energietransitie, waarin: a. meer aandacht wordt gevraagd voor de problematiek in onze regio met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet; b. meer regie en overzicht op het bestuurlijk proces rondom de RES 1.0 wordt verlangd. 3. Een zienswijze in te dienen voor het thema transitie landelijk gebied, waarin aandacht wordt gevraagd voor een aantal verbeterpunten omtrent: a. de te bereiken doelstellingen; b. een concrete beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen worden bereikt; c. de benodigde ambtelijke capaciteit; d. het verduidelijken van de verbinding stad-land; e. de focus van de medewerkers van de MRE. Inleiding De gemeenteraden van de 21 gemeenten binnen het samenwerkingsverband Metropoolregio Eindhoven worden gevraagd om een zienswijze op het conceptwerkprogramma 2021. Het doel van de samenwerking binnen de Metropoolregio Eindhoven (hierna: MRE) is het handhaven en uitbouwen van het economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor de inwoners en bedrijven te stimuleren. Dit conceptwerkprogramma 2021 geeft op hoofdlijnen de acties weer op onze regionale opgaven.
De ínhoud is ook deze keer weer tot stand gekomen vanuit de vier portefeuillehoudersoverleggen op de thema’s onder leiding van de (vice-)voorzitters. De input is daarnaast besproken bij de Raadstafel21 en op de Metropoolconferentie. Daarmee is het conceptwerkprogramma wat nu voorligt een product van 21 samenwerkende gemeenten. Beoogd doel Het conceptwerkprogramma 2021 wordt ter beoordeling aan de raad voorgelegd, omdat vanuit het strategisch akkoord is afgesproken dat de 21 raden meer betrokken worden bij de MRE, zodat zij hun kaderstellende en controlerende rol beter kunnen vervullen. Argumenten Thema economie Verbinden van gemeentelijke en subregionale economische agenda’s met de Brainportagenda In januari 2020 hebben de partners in de Kempen het Kempenmanifest 'Wij maken het samen in de Kempen' ondertekend. Samen met Brainport, de Metropoolregio, het onderwijs, de ondernemers en overheid werken we aan de uitvoering van de projecten behorende bij dit Kempenmanifest. De intensieve samenwerking die dit jaar is ontstaan tussen de Kempen, Brainport en Metropoolregio, heeft ons een stap verder gebracht in de economische ontwikkeling van onze regio. Het is belangrijk dat deze samenwerking wordt voorgezet. In het werkprogramma 2021 is hiervoor voldoende ruimte en aandacht.
Vestigingsklimaat en bevorderen kennis en innovatie De maakindustrie gaat een nieuw tijdperk in en verandert radicaal door de introductie van nieuwe technologieën en verdere digitalisering. Hierdoor komen de ondernemers voor nieuwe uitdagingen te staan. Het opleiden van goed geschoold personeel is daar een belangrijk onderdeel van (boeien, binden en blijvend ontwikkelen van talenten op alle niveaus), evenals het aanbieden van voldoende RA20.072
*RA20.072* 1
kwalitatieve bedrijvenlocaties in de totale regio. Samen met de partners in de regio willen wij deze uitdagingen oppakken. Vestigingsklimaat en de coördinatie van de regionale bedrijventerreinenontwikkelingen en -afspraken is wat ons betreft een onderwerp dat prominenter moet terugkomen binnen het werkprogramma economie. Versterken basiseconomie en herstelaanpak Gezien de impact van de corona crisis op de economie en het maatschappelijk leven, is de Kempenregio groot voorstander van de regionale herstelaanpak. Wij trekken samen op om de herstelaanpak verder te concretiseren, en de middelen toe te kennen aan de projecten. Daarop lift de Kempen op een groot aantal projecten mee. De herstelaanpak is 'slechts' één van de vele regelingen die de komende tijd zullen worden aangeboden. Samenwerking tussen partners om voor alle goede projecten uit de Brainportregio, een passende regeling te vinden, is van enorme toegevoegde waarde om de economische motor van onze regio draaiende te houden. Hieraan wordt prioriteit en ruimte gegeven in het werkprogramma economie 2020 en 2021. De Kempen heeft het MRE gevraagd het thema 'transformatie centrumgebieden' weer in het werkprogramma op te nemen. Hier is gehoor aan gegeven in het werkprogramma. De leergang over centrumgebieden wordt weer opgepakt.
Bereikbaarheid en mobiliteit Het bereikbaar zijn en blijven van onze totale economische ecosysteem, is een verantwoordelijkheid en opgave voor ons allemaal. Het gaat daarbij niet enkel over de upgrading van bestaande wegen, het gaat ook over het ontwikkelen van vernieuwende, duurzame vervoersconcepten. We hebben het MRE bestuur opgeroepen om het belang van de bereikbaarheid van de het totale ecosysteem van de Brainportregio uit te dragen en deze totaalbenadering hoog op de agenda te plaatsen. Bij het thema mobiliteit komt dit voldoende aan bod. Samenwerking in de totale MRE regio en tussen de deelregio's is essentieel om als Brainportregio te blijven excelleren. In de komende tijd van economische terugval, is samenwerking tussen alle partijen in onze regio essentieel. Het werkprogramma MRE 2021 geeft een goede basis om hiermee op onderdelen aan de slag te gaan. Als Kempen zullen wij hier onze bijdrage aan leveren. Voor het thema economie stellen we voor om geen zienswijze in te dienen. Thema mobiliteit Zoals ook in het werkprogramma 2020 is opgenomen, komen in het werkprogramma 2021 de volgende concrete hoofdopgaven voor het thema mobiliteit terug: Verbinding Brainport met economische hoofdcentra (nationaal en internationaal). Verbeteren bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio, samen, slim en co-modaal Doorontwikkelen van het regionaal mobiliteitssysteem.
In 2020 is met de provincie afgesproken om dit vorm te geven door in te zetten op de volgende vier strategielijnen: 1. Een robuust, betrouwbaar en voor iedereen beschikbaar mobiliteitssysteem bouwen dat in staat is om de huidige en toekomstige mobiliteit te verwerken. 2. Het stapsgewijs realiseren van een slim en innovatief mobiliteitssysteem. 3. Het duurzaam maken van mobiliteit. 4. Het zo veilig mogelijk maken van mobiliteit. Dit sluit goed aan bij de Bereikbaarheidsagenda, met daarin de belangrijke kenmerkende elementen: Samen, Slim en Co-modaal, de opgaven uit het samenwerkingsakkoord, de lokale GVVP en de Mobiliteitsstrategie de Kempen. Voor het thema mobiliteit stellen we voor om geen zienswijze in te dienen. Thema transitie landelijk gebied Als Kempengemeenten zien we meerwaarde in de MRE als verbindende factor voor de 21 regiogemeenten op het gebied van transitie landelijk gebied (hierna: TLG). Die waarde uit zich in de sterkere lobby richting andere overheden en het samenbrengen van kennis en ervaringen. We waarderen dan ook de inzet van onze MRE collega’s en blijven graag onze schouders zetten onder de RA20.072
*RA20.072* 2
samenwerking. Wij hebben echter wel nog moeite met het werkprogramma zoals deze nu is ingestoken en dienen hiervoor een aantal verbeterpunten in. Onze zienswijze spitst zich toe op vijf deelonderwerpen: 1. Wat willen we bereiken? In het programma is opgenomen wat de resultaten zijn die we willen bereiken. Wij vinden alleen de punten die ter invulling hiervan zijn opgenomen niet allemaal logisch. Monitoren, een bijeenkomst voor Europarlementariërs, overleggen en bijeenkomsten zijn op zichzelf geen doelstelling maar een middel om een doelstelling te bereiken. Het faciliteren en onderhouden van een goed functionerend netwerk is een doelstelling die hierbij benoemd kan worden. 2. Wat gaan we samen doen? In het programma is voor het onderdeel TLG opgenomen wat we willen bereiken, de planning en de samenwerkingspartners. Wat ontbreekt is een beschrijving van de wijze waarop we met elkaar de doelstellingen in het streefbeeld gaan bereiken. Welke werkzaamheden worden uitgevoerd en welke capaciteit hiervoor gevraagd wordt blijft onduidelijk. Hierdoor weten we niet wat we gaan doen en op welke wijze, met als gevolg dat de verwachtingen hierover mogelijk (te) verdeeld zijn, te weinig capaciteit gereserveerd is en de doelstelling niet of onvoldoende wordt behaald. Wat ons betreft hoort een werkprogramma veel concreter te zijn, inclusief uren – en kostenraming.
Dit zijn we ook gewend bij werkprogramma’s van andere instanties. Deze concretiseringsslag is wat ons betreft essentieel om een besluit te kunnen nemen. 3. Wie doet wat? Hoewel in het werkprogramma genoemd staat wat de rol van gemeenten en MRE is, is ons niet helemaal duidelijk wie de MRE is. In onze optiek zijn we dat allemaal, maar moet per actiepunt duidelijk worden gemaakt welke inzet vanuit gemeenten versus de MRE medewerkers wordt ingebracht. Er wordt toegelicht dat bij het werkprogramma rekening gehouden is met de benodigde ambtelijke capaciteit zowel vanuit de gemeenten als het team van medewerkers van de organisatie Metropoolregio Eindhoven. Wij vinden niet terug wat deze capaciteit inhoudt. 4. Verbinding stad-land De werkgroep die zich inhoudelijk bezig houdt met de verbinding stad-land ervaart gebrek aan een concrete doelstelling. Ons inziens zou hier in het werkprogramma meer aandacht voor moeten zijn. Als daar niet is opgenomen wat een verbonden stad en land is, ‘hoe’ die verbinding tot stand komt en welke acties daarvoor worden gepleegd zal die onduidelijkheid blijven. Wij vragen ons af of die verbinding stad-land niet meer een procesmatige doelstelling is, die we bereiken door samen onder de vlag van de MRE samen te werken aan meer concrete opgaven. 5.
Focus Wij zouden graag zien dat de medewerkers van de MRE zich richten op het organiseren van kennisdeling tussen gemeenten en de lobby naar andere partijen. Wij zien daar een sterke meerwaarde in voor onze regio. We zien geen meerwaarde in het opstellen van nieuwe beleidsstukken of richtinggevende documenten. Graag zien we die focus in het werkprogramma dan ook meer naar voren komen. Voorgestelde zienswijze transitie landelijk gebied Voor het thema transitie landelijk gebied stellen wij voor om een zienswijze in te dienen, waarin aandacht wordt gevraagd voor bovengenoemde verbeterpunten. Thema energietransitie Binnen het thema energietransitie ligt de focus op het opleveren van vervolgens actualiseren van de Regionale Energiestrategie (RES). De gemeenten verankeren de RES in hun ruimtelijk beleid. Uiteindelijk doel van de regionale samenwerking binnen dit thema is te komen tot versnelling in de uitvoering van de energietransitie. Voor dit thema vragen wij meer aandacht voor de problematiek in onze regio met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet. Het probleem dat het netwerk niet is berekend op grote pieken zoals het grootschalig opwekken van duurzame energie. Dit wordt niet voldoende erkend RA20.072
*RA20.072* 3
of toegelicht in het werkprogramma 2021. Het urgentiebesef en noodzaak tot borging in het werkprogramma 2021 is voor ons evident. Voor wat betreft het opleveren en doorontwikkelen RES vinden wij dat het proces rondom het komen tot de RES 1.0 beter gepland moet worden. Met name het proces rondom het betrekken van de raden verloopt niet naar wens. De deadlines zijn te strak ingepland, hetgeen de besluitvorming en het draagvlak niet ten goede komt. Wij verlangen dan ook meer regie en overzicht op het bestuurlijk proces rondom de RES 1.0. Voorgestelde zienswijze energietransitie Voor het thema energietransitie stellen wij voor om een zienswijze in te dienen, waarin: a. meer aandacht wordt gevraagd voor de problematiek in onze regio met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet; b. meer regie en overzicht op het bestuurlijk proces rondom de RES 1.0 wordt verlangd. Thema samenwerking en strategie Het conceptwerkprogramma 2021 bevat voor alle thema’s een overzicht van gerealiseerde onderwerpen voor de jaren 2019 en 2020 en de te realiseren onderwerpen voor de jaren 2021 en 2022. Voor samenwerking en strategie zijn dit de acties voor het jaar 2021 1. Het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling en statuut samenwerking met als doel het formaliseren van de afspraken uit het Samenwerkingsakkoord 2019-2022.
De aangepaste gemeenschappelijke regeling wordt voor toestemming voorgelegd aan uw raad. 2. De analyse van de regionale brede welvaartsmonitor en verkenning bovenlokale opgaven voor het samenwerkingsakkoord 2022 en volgende jaren. 3. De regionale kennisontwikkeling op bovenlokale opgaven. Dit wordt bereikt via onder meer de Ontwikkeldag van de Provincie Noord-Brabant. 4. De afstemming en coördinatie van de gezamenlijke inzet van de regio als één geheel via de omgevingsagenda Zuidoost-Brabant. 5. De voorbereiding van de doorontwikkeling van het samenwerkingsakkoord 2022-2025 via de regionale strategie en analyse monitor brede welvaart. 6. Het intensiveren en versterken van de betrokkenheid van de gemeenteraden (Raadstafel21). Een belangrijk aandachtspunt uit het concept werkprogramma is de regionale opgaven verbinden met de eigen lokale opgaven en agenda’s. Denk daarbij aan de strategische Kempenagenda. Op het thema samenwerking en strategie stellen we voor om geen zienswijze in te dienen. Samenhang tussen de thema’s In het concept werkprogramma 2021 zijn de vier thema’s economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied opgenomen. Deze vier thema’s hebben een onderlinge samenhang met elkaar. In het overzicht op bladzijde 8 van het concept werkprogramma is op hoofdlijnen aangegeven hoe de opgaven zich tot elkaar verhouden.
Consequenties Uw raad kan de voorgestelde zienswijzen wijzigen of een nieuwe zienswijze toevoegen. De kans bestaat dat één of meerdere gemeenten binnen de MRE zich niet kunnen vinden in de voorgestelde conceptwerkprogramma 2021. Een (negatieve) zienswijze heeft voornamelijk effect als deze door een meerderheid van de 21 gemeenten wordt gesteund. Een zienswijze kan leiden tot een gewijzigd besluit van het algemeen bestuur van de MRE. Het algemeen bestuur van de MRE zal alle reacties/zienswijzen van de raden betrekken bij de vaststelling van het werkprogramma 2021 op 24 februari 2021. Financiën Voor de uitvoering van het werkprogramma 2021 zijn voldoende middelen beschikbaar. Samen Doen
RA20.072
*RA20.072* 4
De Kempengemeenten zoeken afstemming over de inhoudelijke onderwerpen van het samenwerkingsakkoord en de jaarlijkse werkprogramma’s. Ook op de voorgestelde zienswijze is afstemming gezocht. Vervolg Alle 21 gemeenten maken vóór 2 februari 2021 kenbaar of, en welke zienswijze er is op het werkprogramma 2021. De definitieve behandeling en beoogde vaststelling van het werkprogramma 2021 - op basis van een zienswijzennota - is voorzien in de vergadering van het algemeen bestuur van de MRE op 24 februari 2021 De gemeenteraad wordt halfjaarlijks via een Metropoolconferentie bijgepraat over de voortgang van het werkprogramma. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief Metropoolregio Eindhoven conceptwerkprogramma 2021 (20.19811) 2. Conceptwerkprogramma Metropoolregio Eindhoven (20.20503)
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
Mr. R.P.B.M. Brekelmans secretaris
mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
RA20.072
*RA20.072* 5
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Registratienummer:
26 januari 2021 zienswijzen conceptwerkprogramma 2021 Metropoolregio Eindhoven RA20.072
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2020 Besluit 1. Geen zienswijze in te dienen op het concept werkprogramma 2021 MRE voor de thema’s economie, mobiliteit en samenwerking en strategie. 2. Een zienswijze in te dienen voor het thema energietransitie, waarin: a. meer aandacht wordt gevraagd voor de problematiek in onze regio met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet; b. meer regie en overzicht op het bestuurlijk proces rondom de RES 1.0 wordt verlangd. 3. Een zienswijze in te dienen voor het thema transitie landelijk gebied, waarin aandacht wordt gevraagd voor een aantal verbeterpunten omtrent: a. de te bereiken doelstellingen; b. een concrete beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen worden bereikt; c. de benodigde ambtelijke capaciteit; d. het verduidelijken van de verbinding stad-land; e. de focus van de medewerkers van de MRE.
De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mr. M. (Maarten) Olthuis
Mw. A.J.M.H. van de Ven
RA20.072
*RA20.072* 6