Oplegnotitie bij 1e Berap 2022.pdf
Tekst van het document
Oplegnotitie bij 1e Berap 2022 In de 2e Berap is op bladzijde 26 een staatje opgenomen, waarin bedragen en omschrijvingen abusievelijk door elkaar zijn geraakt. Het staatje moet er uitzien als volgt: Taakveld
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
6.71
Wmo hulp bij het huishouden natura
100.000
101.600
103.226
104.877
6.71
Wmo begeleiding natura
230.000
233.680
237.419
241.217
6.71
Wmo begeleiding PGB
60.000
60.960
61.935
62.926
6.6
Wmo vervoersvoorzieningen
10.000
10.160
10.323
10.487
6.6
Wmo rolstoelvoorzieningen
35.000
35.560
36.128
36.707
6.6
Wmo woonvoorzieningen
-50.000
-50.800
-51.612
-52.438
6.72
Jeugdhulp zorg zonder verblijf natura
65.000
-86.360
-87.742
-89.146
6.72
Jeugdhulp zorg met verblijf natura
195.000
116.840
118.710
120.609
6.82
Jeugdhulp DVO Eindhoven
-22.528
-22.843
-23.163
-23.487
6.82
Jeugdhulp veiligheid, jeugdreclassering, opvang
-30.000
-45.630
-46.269
-46.917
6.3
Bijzondere bijstand
11.000
11.165
11.332
11.504
6.1
Huishoudelijk ondersteuningsbudget
-47.295
-47.367
-47.367
-48.089
6.3
Bijstandsbesluit zelfstandigen
85.000
85.000
85.000
85.000
Totaal
641.177
401.965
407.920
413.250
De gegeven toelichting op blz. 25 was erg beknopt. Daarom hebben wij onderstaand per onderdeel een uitgebreidere toelichting opgenomen. Wmo – Hulp bij het huishouden (ZIN) De meerjarenbegroting wordt structureel opgehoogd. De reden hiervoor is de structurele toename van het aantal cliënten voor deze maatmerkvoorziening, wat mede veroorzaakt wordt door de aanzuigende werking van het abonnementstarief. De toename van het aantal cliënten is nog niet tot stilstand gekomen. Derhalve wordt voorgesteld om de raming met gemiddeld 7% ten opzichte van de lasten 2021 te laten stijgen. De tarieven zijn medio 2021 geïndexeerd en dit is verwerkt in de ramingen. Wmo – Begeleiding (ZIN) Net als bij Hulp bij Huishouden is de aanzuigende werking van het abonnementstarief op de maatwerkvoorziening Begeleiding van invloed op de groei van het aantal cliënten en de bijbehorende lasten. Daarom wordt voorgesteld om de raming structureel te verhogen. Deels door de toename van het aantal cliënten, deels door zwaardere zorg en/of langere duur van indicaties, deels door de regulier geïndexeerde tarieven per 1 januari 2022 (met 3,1%). Door de voorgestelde structurele ophogingen met een gemiddelde van +7% sluit de raming aan bij de huidige lasten en de verwachting. Wmo – Begeleiding (PGB) Voorgesteld wordt de raming structureel te verhogen.
De reden hiervoor is dat zowel in 2020 als 2021 de lasten voor deze voorziening toe zijn genomen. Daarnaast is het actuele gebruik en de verzilveringsgraad een reden tot deze bijstelling. In de raming is rekening gehouden met het wettelijk minimumloon dat gehandhaafd wordt bij het bepalen van de hoogte van informele PGB’s (+1,4%). Wmo – Vervoersvoorzieningen We zien een structurele toename voor deze voorziening in met name de categorie scootmobielen en overige vervoersvoorzieningen. De raming sluit beter aan bij de huidige lasten. In de raming is rekening gehouden met een indexatie van 2,7% op de geldende tarieven. Wmo - Rolstoelvoorzieningen Hoewel de lasten zich relatief stabiel ontwikkelen sluit de raming door de aanpassing beter aan op de toekomstige lasten. In de begroting is rekening gehouden met een reguliere indexering van de tarieven (+2,7%).
Wmo- woonvoorzieningen Momenteel is er geen zicht op ‘hoge’ kosten voor woningaanpassingen. Mocht dit in het lopende jaar veranderen, wordt de begroting incidenteel, in de eerstvolgende managementrapportage, hierop aangepast. Voor nu is er aanleiding om de raming te verlagen. Jeugdhulp – Zorg zonder verblijf (ZIN) Sinds de invoering van de variant B afspraken was het niet mogelijk om specifiek te registreren op de kostenposten jeugdhulp met en jeugdhulp zonder verblijf. Dit betekent dat het resultaat op jeugdhulp met en jeugdhulp zonder verblijf in 2022 significant af kan wijken van de voorgaande jaren. Maatschappelijke Dienstverlening zal, waar dat nodig is, de begroting van beide posten in lijn brengen met de realisatie. In de raming is rekening gehouden met de reguliere indexatie (OVA) en een extra indexering van 1,13% over de looncomponent met ingang van 1 januari 2022 voor de gecontracteerde zorgaanbieders Jeugdwet. De extra indexatie komt bovenop het reguliere OVA% en is niet meegenomen in de (gemeentelijke) begroting van 2022. In de meerjarenramingen is rekening gehouden met de effecten van het woonplaatsbeginsel. Voor de post ZiN zonder verblijf veroorzaakt dit een minimale verschuiving.
De grootste veranderingen op het gebied van de meerjarenraming op deze post wordt veroorzaakt door de afspraken in het kader van de afhechting van de Variant B financieringssystematiek. Voor 2022 is een garantiebedrag als incidentele kostenpost opgenomen. In 2023 e.v. is dit garantiebedrag niet meer van toepassing. Derhalve wordt in de meerjarenraming rekening gehouden met de geprognosticeerde lagere uitgaven. De aanpassingen aan de hand van de Variant B-systematiek en de aanpassing van de OVA- indexering heeft de grootste gevolgen op de veranderingen in de ramingen en dergelijke. Er zijn geen andere lokale wijzigingen of cliëntgebonden veranderingen bekend welke een grote verschuiving op de bedragen in de (meerjaren)ramingen veroorzaken op de post ZiN zonder Verblijf. Jeugdhulp – Zorg met verblijf (ZIN) In de voorgestelde ramingen is rekening gehouden met de reguliere indexatie (OVA).Daarnaast is rekening gehouden met een extra indexering van 1,13% over de looncomponent met ingang van 1 januari 2022 voor de gecontracteerde zorgaanbieders Jeugdwet. De extra indexatie komt bovenop het reguliere OVA%. In de begroting is voor JeugdzorgPlus op basis van de huidige realisatie 2021 een bedrag opgenomen van € 25.000,-. Eveneens is rekening gehouden met de effecten van het woonplaatsbeginsel.
Deze werken in deze post sterk door, doordat de wijzigingen op basis van het woonplaatsbeginsel in 2022 en verder vooral betrekking hebben op cliënten met verblijf. Ook worden veranderingen op deze post veroorzaakt door de afspraken in het kader van de afhechting van de Variant B financieringssystematiek. In 2022 is een garantiebedrag als incidentele kostenpost opgenomen. In 2023 e.v. is dit garantiebedrag niet meer van toepassing. Derhalve wordt in de meerjarenramimngen rekening gehouden met de geprognosticeerde lagere uitgaven. De aanpassingen aan de hand van de Variant B-systematiek, de aanpassing van de OVA- indexering en de wijzigingen op basis van de aanpassing van de begroting van JeugdzorgPlus hebben de grootste gevolgen op de veranderingen in de ramingen. Er zijn geen andere lokale wijzigingen of cliëntgebonden veranderingen bekend welke een grote verschuiving op de bedragen in de (meerjaren)ramingen veroorzaken op de post ZiN met Verblijf. In 2021 is op deze post een bedrag afgeraamd (€ 200.000,-) in verband met de verwachte wijziging als gevolg van het woonplaatsbeginsel. Uit de nu beschikbare informatie blijkt dat deze aframing niet realistisch geacht wordt. Jeugdhulp – DVO Eindhoven In de kadernota GRSK is opgenomen dat de lasten voor DVO overgeheveld worden naar de bedrijfsvoeringskosten en niet meer in deze programmabegroting worden opgenomen.
Daarom worden de kosten hier nu afgeraamd. Jeugdhulp – Veiligheid, jeugdreclassering en opvang In de voorgestelde raming is rekening gehouden met de reguliere indexatie (OVA). Daarnaast is rekening gehouden met een extra indexering van 1,13% over de looncomponent met ingang van 1 januari 2022 voor de gecontracteerde zorgaanbieders Jeugdwet. De extra indexatie komt bovenop het reguliere OVA%. Voor Jeugdbescherming Brabant (JBB) is in 2021 een financiële bijdrage (transformatiekosten) verleend, Daarnaast zijn er voor 2022 afspraken gemaakt als compensatie van de bovenmatige huisvestingslasten JBB, de lasten hiervan zullen incidenteel in de raming worden opgenomen. Voor de extra kosten die gepaard zijn gegaan met de problematiek en de bijdrage in de uitvoering van de bestuurlijke opdracht aan JBB 2022-2023 dient nog een afzonderlijk besluit genomen te worden. Deze extra kosten zijn nog niet opgenomen in deze ramingen en worden in de 2e marap 2022 meegenomen. Voor Veilig thuis is een indexatie opgenomen van 3,03%, zijnde het definitieve OVA% ad 2,01%+ 1,02% (90% van 1,13%).
Vanwege de mutatie inzake het woonplaatsbeginsel wordt de begroting structureel neerwaarts bijgesteld. Bijzondere bijstand Het aantal unieke cliënten met een periodieke voorziening is toegenomen met 2% waarbij de groei voornamelijk wordt veroorzaakt door cliënten met een collectieve aanvullende zorgverzekering (+5%). Het aantal unieke cliënten met een incidentele voorziening is overall afgenomen met -4% (o.a. bewindvoeringskosten) maar is er een forse groei van het aantal cliënten met de voorziening inrichtingskosten en kosten duurzame gebruiksgoederen. Ten opzichte van 2020 is de groei van deze voorziening +37%. Voor 2022 en verder verwachten wij dat de stijging uit 2021 gehandhaafd blijft dan wel een verdere groei van deze voorziening. Huishoudelijk ondersteuningsbudget Deze voorziening is in 2021 al beëindigd, maar in de gemeentebegroting stond hiervoor nog een structurele raming, welke derhalve afgeraamd kan worden. Bijstandsbesluit zelfstandigen Ten onrechte is een structurele inkomstenpost in de begroting blijven staan. Aframing met € 85.000,- is daarom nodig.