KH fase II - bijlagen bij toelichting en regels - gecomprimeerd
Tekst van het document
OMSCHRIJVING
8 5 6 0 2 0 1 2 3 0 0 0 0 3 1 2 0 1 2
1584 1584 1585 1586 1586
10821 10821 1073 1083 1083
2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² 5 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² Deegwarenfabrieken 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: 2 - theepakkerijen
0 0
CATEGORIE
108 102 102 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104102 1042 1052 1051 1052 1052 1071 1071 1071 1072 1081 10821
GROOTSTE AFSTAND
151 152 152 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1541 1542 1543 1551 1551 1552 1552 1581 1581 1581 1582 1583 1584
GEVAAR
0 4 5 6 7
GELUID
10, 11 101, 102 101 101 101 101, 102
STOF
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: Margarinefabrieken: Zuivelprodukten fabrieken: - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
15 151 151 151 151 151
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
100 50 30 50
0 0 0 0
100 C 50 C 50 50
50 R 30 10 10
100 50 50 50
3.2 3.1 3.1 3.1
50 100 50
0 10 10
50 50 30
10 30 10
50 100 50
3.1 3.2 3.1
50
10
50
50 R
50
3.1
50 50 100
10 10 10
100 C 100 C 100 C
10 10 10
100 100 100
3.2 3.2 3.2
50 50 10
0 0 0
100 C 100 C 30
50 R 50 R 0
100 100 30
3.2 3.2 2
30 100 100
10 30 10
30 C 100 C 100 C
10 30 30
30 100 100
2 3.2 3.2
100 100 50
30 30 30
50 50 10
30 30 R 10
100 100 50
3.2 3.2 3.1
100
10
30
10
100
3.2
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
GELUID
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken 0 Soep- en soeparomafabrieken: 1 - zonder poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen 0 Houtconserveringsbedrijven: 1 - met creosootolie 2 - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
STOF
1587 108401 1589 1089 1589.1 1089 1589.2 1089 1589.2 1089 1589.2 1089 1598 1107 16 12 17 13 171 131 172 132 172 132 173 133 174, 175 139 1751 1393 176, 177 139, 143 18 14 18 14 181 141 183 142, 151 19 15 19 15 192 151 193 152 20 16 20 16 2010.1 16101 2010.2 16102 2010.2 16102 2010.2 16102 202 1621 203, 204, 205 162 203, 204, 205 162 21 17 21 17
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
200 200 200
30 30 50
50 50 50
10 30 50 R
200 200 D 200
4.1 4.1 4.1
100 200 10
10 50 0
50 50 100
10 30 50 R
100 200 100
3.2 4.1 3.2
10
50
100
30
100
3.2
10 50 10 100 0
10 0 0 30 10
100 50 50 200 50
0 10 10 10 10
100 50 50 200 50
3.2 3.1 3.1 4.1 3.1
30 50
0 10
50 10
0 10
50 50
3.1 3.1
50 50
10 10
30 50
10 10
50 D 50
3.1 3.1
0
50
100
50 R
100
3.2
200 10 100 0 0
30 30 30 30 30
50 50 100 100 50
10 10 10 0 0
200 50 100 100 50
4.1 3.1 3.2 3.2 3.1
OMSCHRIJVING
- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken: 1 - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven 0 Natuursteenbewerkingsbedrijven: 1 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² 2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
CATEGORIE
23 231 231 231 237 237 237 2391
GROOTSTE AFSTAND
26 261 261 2615 267 267 267 2681
GEVAAR
Vervaardiging van pulp 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. 3 - 15 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u 2 - p.c. >= 3 t/u - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 1 - formulering en afvullen geneesmiddelen 0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: 1 - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 1 - zonder fenolharsen 3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen -
GELUID
1711 1712 1712 1712 172 17212 17212 17212 58 58 1811 1812 19 20 2120 2120 2052 2052 205902 205903 22 22 222 222 222 23
STOF
2111 2112 2112 2112 212 2121.2 2121.2 2121.2 22 22 2221 2222 23 24 2442 2442 2462 2462 2464 2466 25 25 252 252 252 26
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
200
100
200 C
50 R
200
4.1
50 100 30
30 50 30
50 C 200 C Z 100 C
30 R 50 R 30 R
50 200 100
3.1 4.1 3.2
30 50
30 30
100 C 200 C Z
30 R 30 R
100 200
3.2 4.1
30 30
0 0
100 C 100
10 10
100 100
3.2 3.2
50
10
50
50 R
50
3.1
100 50 50
10 10 10
100 100 50
50 50 R 50 R
100 100 50
3.2 3.2 3.1
200 50
50 30
100 50
100 R 30
200 50
4.1 3.1
30 10
30 30
100 50
30 10
100 50
3.2 3.1
10 10 10
30 30 30
100 50 50
0 0 10
100 D 50 50 D
3.2 3.1 3.1
OMSCHRIJVING
25, 31 251, 331 251, 331 251, 331 2521, 2530, 3311 255, 331 255, 331 255, 331 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561,3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2562, 3311 2562, 3311 259, 331 259, 331 259, 331 259, 331 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33
CATEGORIE
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
28 281 281 281 2822, 2830 284 284 284 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2852 2852 287 287 287 287 29 29 29 29 29
GELUID
24 25
STOF
27 28
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
30 30 30 10 50 30
30 30 30 30 30 30
100 50 200 200 100 50
30 10 30 30 30 10
100 50 200 200 100 D 50 D
3.2 3.1 4.1 4.1 3.2 3.1
50 30 30 100 50 100 100 30 50 50 100 30 10 10
50 200 50 30 50 50 50 50 10 10 50 30 30 30
100 200 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50
50 30 50 50 R 30 R 50 50 30 30 30 50 R 50 30 10
100 200 D 100 D 100 D 100 D 100 100 100 100 100 100 100 100 D 50 D
3.2 4.1 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1
30 30 30
50 30 30
200 100 50
30 30 10
200 100 50
4.1 3.2 3.1
30 50
30 30
100 200
30 30
100 D 200 D
3.2 4.1
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. - MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen: 1 - gesloten gebouw 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels A Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven B Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 1 - algemeen 10 - stralen 11 - metaalharden 12 - lakspuiten en moffelen 2 - scoperen (opspuiten van zink) 3 - thermisch verzinken 4 - thermisch vertinnen 5 - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) 6 - anodiseren, eloxeren 7 - chemische oppervlaktebehandeling 8 - emailleren 9 - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) 1 Overige metaalbewerkende industrie 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: A1 - p.o. < 2.000 m2 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 0 1 2
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: - p.o. < 2.000 m2 - p.o. >= 2.000 m2
OMSCHRIJVING
-
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Transportmiddelenindustrie n.e.g.
- VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 1 Meubelfabrieken 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken
CATEGORIE
30 3099 31 31 310 9524 321 322 323 324
GROOTSTE AFSTAND
35 355 36 36 361 361 362 363 364 365
GEVAAR
- VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. reparatie Schakel- en installatiemateriaalfabrieken Elektrische draad- en kabelfabrieken Accumulatoren- en batterijenfabrieken - VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. Fabrieken voor gedrukte bedrading - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS 0 Autofabrieken en assemblagebedrijven 1 - p.o. < 10.000 m2 Carrosseriefabrieken Aanhangwagen- en opleggerfabrieken Auto-onderdelenfabrieken -
GELUID
26, 28, 33 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 27, 33 26, 27, 33 271, 331 271, 273 273 272 26,33 26, 33 261, 263, 264, 331 2612 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 29 29 291 291 29201 29202 293 30
STOF
30 30 30 31 31 311 312 313 314 32 32 321 t/m 323 3210 33 33 33 34 34 341 341 3420.1 3420.2 343 35
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
30
10
30
10
30
2
200 200 100 100
30 10 10 30
30 30 200 100
50 50 100 R 50
200 200 200 D 100
4.1 4.1 4.1 3.2
30 50
0 10
50 50
30 30
50 D 50
3.1 3.1
30
0
30
0
30
2
100 100 30 30
10 10 10 10
200 C 200 200 100
30 R 30 R 30 30 R
200 D 200 200 100
4.1 4.1 4.1 3.2
30
30
100
30
100 D
3.2
50 0 30 30 30 30
50 10 10 10 10 10
100 10 10 30 50 50
30 0 10 10 30 30
100 D 10 30 30 50 50
3.2 1 2 2 3.1 3.1
OMSCHRIJVING
35 35 35 35 35 35 35 35 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 45, 47 451 45204 45204 46 46 4621 4622 4623 4624
E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E1 - stadsverwarming - BOUWNIJVERHEID 0 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² 1 - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Groothandel in vrachtauto's (incl. import) A Autoplaatwerkerijen C Autospuitinrichtingen - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 0 Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder
CATEGORIE
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 45 45 45 45 45 45 50 50 501 5020.4 5020.4 51 51 5121 5122 5123 5124
- PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER A0 Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) B0 bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: - covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen B1 voedingsindustrie B2 - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA C2 - 10 - 100 MVA C3 - 100 - 200 MVA
GELUID
32991 32999 38 35 35 35 35
STOF
Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
3663.1 3663.2 37 40 40 40 40
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
0 30
30 10
30 50
0 30
30 50 D
2 3.1
100 50
50 50
100 100
30 R 30 R
100 100
3.2 3.2
0 0 0
0 0 0
30 C 50 C 100 C
10 30 50
30 50 100
2 3.1 3.2
30
10
100 C
50
100
3.2
10 10 10 0
30 30 30 10
100 50 50 30
10 10 10 10
100 50 50 30
3.2 3.1 3.1 2
10 10 50
10 30 30
100 100 30
10 10 30 R
100 100 50
3.2 3.2 3.1
30 10 50 50
30 10 10 0
50 30 100 C 30
30 R 0 0 0
50 30 100 50
3.1 2 3.2 3.1
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
0 1 0 1 0 1 2
GROOTSTE AFSTAND
0 1 2 4 5 6 0 1 2
GEVAAR
0 1
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vaste brandstoffen: - klein, lokaal verzorgingsgebied Grth in metalen en -halffabrikaten Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. > 2000 m² - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. > 200 m² - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. > 2.000 m² - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in chemische produkten Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Autosloperijen: b.o. > 1000 m² - autosloperijen: b.o. <= 1000 m² Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m² - overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² Grth in machines en apparaten: - machines voor de bouwnijverheid - overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
GELUID
46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46711 46711 46722, 46723 4673 4673 4673 46735 46735 46735 4674 4674 4674 46751 46752 4676 4677 4677 4677 4677 466 466 466 466, 469 47 49 493 494
STOF
5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5151.1 5151.1 5152.2 /.3 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5155.1 5155.2 5156 5157 5157 5157.2/3 5157.2/3 518 518 518 519 60 60 6023 6024
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
30 10 0 10 10 30 10 10
10 0 0 0 10 10 10 10
30 30 30 30 30 30 30 30
50 R 50 R 0 0 0 0 10 10
50 50 30 30 30 30 30 30
3.1 3.1 2 2 2 2 2 2
10 0
50 10
50 100
30 10
50 100
3.1 3.2
0 0
10 10
50 30
10 10
50 30
3.1 2
0 0
30 10
100 30
0 0
100 30
3.2 2
0 0 50 30 10 10 10 10 10
0 0 10 30 10 30 10 30 10
50 30 30 30 30 100 50 100 50
10 0 100 R 30 R 10 30 10 10 10
50 30 100 D 30 30 100 50 100 D 50
3.1 2 3.2 2 2 3.2 3.1 3.2 3.1
0 0 0
10 10 0
100 50 30
10 0 0
100 50 30
3.2 3.1 2
10 0
0 0
100 C 100 C
0 30
100 100
3.2 3.2
-
VERVOER OVER LAND Touringcarbedrijven 0 Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²
OMSCHRIJVING
GEVAAR
71 712 713 714 72
77 7712, 7739 773 772 62
74
63, 69tm71, 73,74,77,78, 80tm82
74 747 7481.3 90 90 9001 9002.1 9002.1 93 93 9301.1 9301.1 9301.2
63, 69tm71, 73,74,77,78, 80tm82 812 74203 37, 38, 39 37, 38, 39 3700 381 381 96 96 96011 96011 96012
CATEGORIE
GELUID
494 495 52 52 52102, 52109 52109 5221 53 53 531, 532 61 77
GROOTSTE AFSTAND
STOF
6024 603 63 63 6312 6312 6321 64 64 641 642 71
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-CODE 2008
0 0
0 0
50 C 30 C
30 10
50 30 D
3.1 2
30 0 10
10 0 0
50 C 30 C 100 C
50 R 10 30
50 D 30 100
3.1 2 3.2
0 0
0 0
30 C 10 C
0 0
30 10
2 1
10 10 10
0 0 10
50 50 30
10 10 10
50 D 50 D 30 D
3.1 3.1 2
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Reinigingsbedrijven voor gebouwen Foto- en filmontwikkelcentrales
50 10
10 0
30 30 C
30 10
50 D 30
3.1 2
MILIEUDIENSTVERLENING rioolgemalen Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. Gemeentewerven (afval-inzameldepots)
30 50 30
0 30 30
10 C 50 50
0 10 30 R
30 50 50
2 3.1 3.1
OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserijen en strijkinrichtingen Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen
30 30 30
0 0 0
50 C 50 30
30 30 30 R
50 50 30
3.1 3.1 2
nummer
SBI-CODE
1 - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER A Distributiecentra, koelhuizen B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) 2 Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE - GOEDEREN Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
-
B A B A B
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
96013
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
9301.3
OMSCHRIJVING
SBI-CODE 2008
nummer
SBI-CODE
A Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
30
2
BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN KLEINE HOEVEN FASE II Gemeente Reusel de Mierden
DE HOEVEN
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Achtergrond 1.2 Leeswijzer
3 3 5
2. Het plan 2.1 Stedenbouwkundig ontwerp Fase II
7 8
3. Bouwstenen private kavels 3.1 Inleiding 3.2 Algemene bouwstenen
10 10 10
KLEINE HOEVEN
HAMELENDIJK
Het plangebied
2
Beeldkwaliteitsplan Kleine Hoeven Fase II
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
1.1 ACHTERGROND
1.2 LEESWIJZER
Kleine Hoeven is een bedrijventerrein(ontwikkeling) voor lokale bedrijvigheid aan de oostzijde van de kern Reusel. Het bedrijventerrein bestaat uit twee deelgebieden:
In hoofdstuk 2 wordt het stedenbouwkundig plan beschreven. Het plangebied van bedrijventerrein Kleine Hoeven is voor fase I onderverdeeld in een drietal deelgebieden. Voor elk deelgebied zijn beeldkwaliteitregels en bouwstenen opgesteld die de beoogde kwaliteit en samenhang van de bebouwing binnen dit deel garanderen. Hierbij spelen aspecten als zicht, ligging, func琀椀onaliteit en representa琀椀viteit een belangrijke rol. In hoofdstuk 3 worden de algemene bouwstenen van de private kavels en per deelgebied de speci昀椀eke bouwstenen belicht.
• •
Fase I: het gebied ten noorden van de wegen Weijereind en de Kleine Hoeven; Fase II: het gebied ten zuiden van de wegen Weijereind en de Kleine Hoeven.
Fase I is inmiddels ontwikkeld en voor Fase II is dit beeldkwaliteitplan geactualiseerd. Gelet op de doelstellingen van het bestemmingsplan is het bewaken van de samenhang van de verschillende planonderdelen onderling en de rela琀椀e met de bestaande situa琀椀e van groot belang. Het voorliggende beeldkwaliteitplan zal fungeren als toetsingskader voor de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit voor de omgevingsvergunningaanvragen voor deze loca琀椀e. Beeldkwaliteitplannen zijn de schakel tussen stedenbouw en architectuur. Een goede mix tussen enerzijds individuele wensen en anderzijds een samenhangend totaalbeeld is van belang. Elke individuele kavel met bebouwing moet voldoenaan richtlijnen die tegemoetkomen aan zowel de individuele als de groepswensen. Beeldkwaliteit is voor de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit een houvast om individuele bouwplannen te toetsen in rela琀椀e tot het grotere stedenbouwkundige geheel. Tevens zal de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit inspirerend, meedenkend, coördinerend en sturend zijn. Naast dit beeldkwaliteitsplan zal voor Kleine Hoeven fase II worden gewerkt met kavelpaspoorten, waarin de gemeente nadere eisen formuleert met betrekking tot diverse thema’s, waaronder beeldkwaliteit en duurzaamheid. Een deel van de eisen volgt dan ook uit dit beeldkwaliteitsplan.
Beeldkwaliteitsplan Kleine Hoeven Fase II
3
HOOFDSTUK 2 HET PLAN
FASE I
2.1 STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP FASE II Uitgangspunt voor bedrijventerrein Kleine Hoeven is een sterke verankering in het onder- en omliggende landschap. Er is gekozen voor een sterk en robuust landschappelijk casco bestaande uit een aantal bouwstenen die tezamen structuurbepalend worden in het gebied: • • • • •
Een robuuste landschappelijke inpassing met toegevoegde waarde voor klimaatadapta琀椀e en biodiversiteit aan de randen van het plangebied; De ontslui琀椀ng is intern gericht en takt aan op bestaande ontslui琀椀ngswegen Hamelendijk en Kleine Hoeven, die worden opgewaardeerd; Zicht- en looplijnen uit Fase I worden doorgezet in Fase II; Waterberging wordt voorzien in plangebied Fase I en deels ook in Fase II; Achterzijdes van panden en buitenterreinen zijn niet waarneembaar vanaf het buitengebied door de aanleg van robuuste groenzones.
FASE II
Voor een meer uitgebreide beschrijving van het stedenbouwkundig ontwerp wordt hierbij verwezen naar de toelich琀椀ng van het bestemmingsplan bedrijventerrein Kleine Hoeven.
Landschappelijk inpassingsplan
4
Beeldkwaliteitsplan Kleine Hoeven Fase II
HOOFDSTUK 3 BOUWSTENEN PRIVATE KAVELS
3.1 INLEIDING Voor de bouwstenen voor private kavels wordt aangesloten bij de ‘Algemene bouwstenen’ uit het beeldkwaliteitsplan voor Fase I. Deze algemene bouwstenen hebben betrekking op alle private kavels op bedrijventerrein Kleine Hoeven, en komen in de volgende paragrafen aan de orde. 3.2 ALGEMENE BOUWSTENEN Geïntegreerd bouwvolume Een bedrijfsgebouw bestaat uit twee delen, een bedrijfshal en een kantoordeel. Deze twee func琀椀es worden ondergebracht in een bouwvolume. Door de compacte vorm ontstaat een guns琀椀ge verhouding tussen het volume en het oppervlak, dat aansluit op het thema duurzaamheid. Het bouwvolume: “de doos” bestaat uit een gladde contour. Om het representa琀椀eve deel van het bedrijf binnen de totale doos herkenbaar te laten zijn, wordt voorgesteld dit deel in materiaalgebruik, een eventuele teruglegging en het toepassen van veel glas af te laten wijken van het overige deel. Om het kantoorgedeelte (of representa琀椀eve deel) van het gebouw te accentueren is het mogelijk om dit deel terug te leggen (maximaal 3 meter gerekend vanuit de voorgevelrooilijn). Deze teruglegging is echter alleen mogelijk als de totale “dooscontour” in tact blij昀琀 door ter plaatse van de teruglegging het dak door te laten lopen. Hierbij ligt de uiterste daklijn van de teruglegging al琀椀jd in de voorgevelrooilijn (middels een denkbeeldige ver琀椀cale projec琀椀e van deze daklijn).
De ruimte tussen de teruglegging en de voorgevelrooilijn mag niet voor het laden en lossen en/of het parkeren worden gebruikt. Voorgevelrooilijn De gewenste uniformiteit in het gevelbeeld komt tot stand door de
voorgevel in één rooilijn te plaatsen. De voorgevelrooilijn ligt op 3 meter vanuit de voorste kavelgrens (grens openbaar gebied-private kavel). Bij een eventuele teruglegging van het kantoordeel, of het representa琀椀eve deel van de gevel, wordt over de gehele teruglegging het dak doorgezet, waarbij de ver琀椀cale projec琀椀e van de uiterste daklijn in de voorgevelrooilijn staat. Bij hoeksitua琀椀es kunnen hoeken op deze plekken wordengemarkeerd. Oriënta琀椀e
De bedrijven manifesteren zich met de voorzijde (representa琀椀eve gevel) naar de openbare weg. Aan de voorzijde worden de meest representa琀椀eve func琀椀es ondergebracht, zoals kantoordeel, recep琀椀e en andere func琀椀es die belangrijk zijn in de herkenbaarheid van het bedrijf. Deze func琀椀es zorgen immers voor levendigheid en voor een goede presenta琀椀e van het bedrijf aan de openbare weg. Bij hoeksitua琀椀es wordt een tweezijdige oriënta琀椀e nagestreefd om te voorkomen dat blinde gevels, opslagterreinen of onaantrekkelijke hekwerken grenzen aan het openbaar gebied. Rich琀椀ng in verkaveling en bebouwing Om
een zekere ordening
te bereiken, liggen de hoofdrich琀椀ngen van de bebouwing en de kavelgrenzen evenwijdig aan de weg. Op plaatsen waar een accent in de architectuur wenselijk is, bijvoorbeeld op hoeksitua琀椀es, is het mogelijk hiervan af te wijken.
•
het gesloten deel van de doos, het kantoor- en andere representa琀椀eve delen vormen de open delen van de doos. De voorgevel blij昀琀 in principe vrij van overheaddeuren, immers het laden en lossen bevindt zich achter de voorgevelrooilijn. Uitzondering moeten goed gemo琀椀veerd worden en architectonisch in de gevel worden geïntergreerd.
Materialisering Het toepassen van een eenduidig materialenpalet zorgt voor een eenheid binnen de grote verscheidenheid aan bedrijven.
Architectuur Architectuur speelt een belangrijke rol in de bedrijfs昀椀loso昀椀e en uitstraling van een bedrijf, o昀琀ewel het is het visitekaartje van het bedrijf. Een speci昀椀eke architectuur maakt het bedrijf echter gevoelig voor bedrijfswisselingen of verandering van presenta琀椀e/ visie van het bedrijf. Verschillende architectuurs琀椀jlen op een bedrijventerrein leveren ook een onrus琀椀ge uitstraling op voor het totale terrein, vooral bij kavelgroo琀琀es zoals die op bedrijventerrein Kleine Hoeven worden uitgegeven. Voor het hele bedrijventerrein wordt een hoogwaardige uniforme architectuur voorgesteld dat bijdraagt aan de realisa琀椀e van een duurzaam, eenduidig en 琀椀jdsbestendig bedrijventerrein. Hoogwaardige architectuur vertaalt zich in: • • •
6
Een eenduidige bouws琀椀jl: modern, robuust en zakelijk. Het toepassen van klassieke elementen of neos琀椀jl (zoals zuilen, ornamenten) zijn niet toegestaan. Een eenduidige vorm: een strakke “dooscontour”, waarbij de doos vrij blij昀琀 van uitstulpingen. Dit levert een strak en egaal totaalbeeld op. Een open en gesloten deel. De bedrijfshal behoort tot
Beeldkwaliteitsplan Kleine Hoeven Fase II
Materiaalgebruik bedrijfshal Voor de bedrijfshallen wordt als materialisering een metaalafwerking in een eenduidige kleur grijs voorgesteld. De gevel van de bedrijfshal wordt bij voorkeur uitgevoerd in grijs aluminium. De bedrijfshallen hebben een gladde contour, maar mogen in textuur van elkaar afwijken, zoals het toepassen van gepro昀椀leerde platen, of platen waarop een textuur is aangebracht of vierkante platen. Materiaalgebruik kantoordeel De kantoordelen hebben een rol in de individuele presenta琀椀e van het bedrijf. De uitvoering van het kantoordeel en het representa琀椀eve deel, kan afwijkend zijn in materiaal en kleur om de individuele herkenbaarheid van een bedrijf tot uitdrukking te brengen. Het materiaalgebruik mag afwijken van de bedrijfshal. Voorop staat echter dat het materiaalgebruik aansluit op de algehele hoogwaardige architectuur van het bedrijventerrein. Stoerheid staat hoog in het vaandel. Het toepassen van staal en glas worden hierbij aanbevolen.
Reclame Herkenbaarheid en vindbaarheid. Twee voor bedrijven belangrijke reclame-aspecten. Een overvloed aan reclameui琀椀ngen doet snel a昀戀reuk aanm de totale uitstraling van een terrein en aan de vindbaarheid van het bedrijf. De kracht van reclame ligt in de beperking. De spelregels voor reclameui琀椀ngen zijn: • Eén naamsaanduiding per gebouw, uitgezonderd hoeksitua琀椀es, één extra reclame-ui琀椀ng in de zijgevel en bedrijven met een tweede representa琀椀eve gevel; • Reclame alleen aan en niet op gevels. Reclame-ui琀椀ng als verbindingsstuk tussen twee samenhangende gebouw(del) en is toegestaan, zolang de ui琀椀ng niet verder komt dan de voorzijde van de gevels; • De naamsaanduiding is een losse gra昀椀sche toevoeging, die architectuur, gevelindeling en ritmering van ramen en wanden niet mag verstoren maar juist wel kan versterken; • Vrijstaande reclameobjecten zijn niet toegestaan; • De reclame-ui琀椀ngen maken onderdeel uit van het totaalontwerp van het bedrijf. De plek en de groo琀琀e van de reclame-ui琀椀ngen dienen in de bouwtekeningen (ten behoeve van de omgevingsvergunning) te worden aangegeven, teneinde een beoordeling door de adviescommissie welstandzorg mogelijk te maken.
Voorterrein De ruimte voor de voorgevelrooilijn, het voorterrein, blij昀琀 vrij van bebouwing en objecten. Deze ruimte wordt voor 80% beplant met bloemrijk groen en een haagbeuk op de voorste kavelgrens tegen het openbaar gebied aan. Hierdoor ontstaat een uniform beeld, wat bijdraagt aan het representa琀椀eve karakter van het bedrijventerrein. Achter de haag kan een eventueel hekwerk (maximaal 1 meter hoog) en een eigen tuininrich琀椀ng worden gemaakt.
Fietsvoorzieningen Fietsvoorzieningen krijgen een plaats achter de voorgevelrooilijn, aansluitend op de architectuur van de bebouwing. Ieder terrein dient voorzien te zijn van een 昀椀etsvoorziening.
Laden en lossen Het rangeren dient te geschieden op eigen terrein, achter de voorgevelrooilijn. Het frequent laden en lossen geschiedt bij voorkeur aan de zij- en achterkanten.
Parkeren Parkeren gebeurt op eigen terrein, conform de gemeentelijke parkeernormen. Parkeren vindt plaats achter de voor-gevelrooilijn, waar mogelijk gecombineerd met een naastgelegen bedrijf. In het kader van intensief ruimtegebruik kan, waar mogelijk, worden gedacht om het parkeren in het gebouw op te nemen (onder, in of op), of in geclusterde vorm met een aangrenzend bedrijfsgebouw. Het is van belang dat er tussen de ondernemers vroeg琀椀jdig overleg is om te komen tot een gezamelijke parkeeroplossing.
Buitenopslag Buitenopslag is uitsluitend toegestaan vanaf 5 meter achter de voorgevelrooilijn. De buitenopslag mag in geen geval zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Bij kavels grenzend aan het landelijk gebied is de opslag afgeschermd door struweel, een schanskorf of een aarden wal aan de zijde van het landelijk gebied. De buitenopslag mag niet boven de afscherming uitsteken.
Hekwerken Eventuele hekwerken worden achter de voorgevelrooilijn, of in het verlengde van de rooilijn geplaatst met een hoogte van maximaal 2 meter. Voor de voorgevelrooilijn wordt bij voorkeur geen hekwerk geplaatst. Bij uiterste noodzaak mag het hekwerk voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter hoog zijn, bij voorkeur achter een haagbeuk. Ver琀椀cale spijlhekwerken worden voorgesteld in signaalzwart (RAL 9004) met spijlen door de boven- en onderligger.
Transformatorhuizen De transformatorhuizen mogen geen a昀戀reuk doen aan het gebruik van de openbare ruimte of een belemmering vormen in zichtlijnen. De transformatorhuizen sluiten qua architectuur aan op het totale architectuurbeeld van het plangebied. Transformatorhuizen krijgen dezelfde metaalbepla琀椀ng en detaillering als de bedrijfshallen (een gladde doos in RAL 9007). Dakopbouwen, masten, antennes en andere objecten Eventuele dakconstruc琀椀es voor ven琀椀la琀椀e, masten, antennes en andere noodzakelijke objecten mogen niet boven het dak uitsteken. De objecten moeten in de bouwmassa worden geïntegreerd en vanaf de openbare weg niet zichtbaar zijn. De gevels moeten vrij gehouden worden van uitstekende objecten, met uitzondering van de voorgestelde lichtarmaturen en eventuele bewakingscamera’s. Lichtuitstraling naar het buitengebied dient daarbij voorkomen te worden.
8
Beeldkwaliteitsplan Kleine Hoeven Fase II
Inri琀琀en Per bedrijfskavel wordt in principe één inrit aangelegd, met uitzondering van hoekpercelen. Dit bevordert het intensief ruimtegebruik en verbetert bovendien de verkeersveiligheid. Eén inrit voor twee bedrijven is bij voorkeur niet breder dan 12 meter. Aan de zijde van de Hamelendijk en de Kleine Hoeven worden inri琀琀en beperkt toegestaan vanwege doorgaande func琀椀e van de wegen.
Colofon Titel:
Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein Kleine Hoeven Fase II
Projectnummer:
51009762
Datum:
Oktober 2023
Opgesteld door: (herziening Fase II)
Sweco Nederland B.V.
Opdrachtgever:
Gemeente Reusel de Mierden
Kleine Hoeven fase II landschappelijk inpassingsplan
Sweco Nederland B.V.
Handelregister 30129769
Project Onderwerp Projectnummer Klant
Kleine Hoeven fase II Landschappelijk inpassingsplan 51009762 Reusel-de Mierden
Datum Status Versie
25 oktober 2023 De昀椀nitief 02
Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door
Bram van Mil Remco van Eijndhoven en Anne Paulusse Tom Kranenbarg
Inhoud 1.
Inleiding
4
1.1 1.2
Aanleiding en doel Leeswijzer
4 4
2.
Landschapsanalyse
6
2.1 2.2 2.3 2.4
Locatie Ondergrond Historische analyse Analyse huidige situatie
6 7 8 9
3.
Landschapsbeleid
10
4.
Uitgangspunten ontwerp
11
4.1 4.2 4.3
Water Ecologie Ondergronds tracé Enexis
11 11 11
5.
Conclusie en inrichtingsvoorstel
12
6.
Landschappelijk inpassingsplan
13
7.
Uitgangspunten aanleg en beheer
15
7.1 7.2
Aanleg Beheer
15 15
Bijlage
16
I
16
Plankaart met legenda en sortimentslijst
Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
3 (18)
1. Inleiding 1.1
Aanleiding en doel
Aan de rand van Reusel wordt bedrijventerrein Kleine Hoeven II ontwikkeld (zie afbeelding 1.1). Naast dat het bedrijventerrein ruimte biedt voor lokale economische activiteiten heeft de ontwikkeling een ruimtelijke impact op de omgeving. Dit vraagt om een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Het landschappelijk inpassingsplan voor Kleine Hoeven II laat zien hoe het bedrijventerrein op een duurzame en verantwoorde manier wordt ontwikkeld, met respect voor landschap en natuur.
1.2
Leeswijzer
Het eerste hoofdstuk gaat over de landschapsanalyse. Hierin wordt beschreven wat de huidige kenmerken van het gebied zijn en hoe het landschap zich ontwikkeld heeft. Ook wordt er gekeken naar de aanwezige natuurwaarden en de cultuurhistorie van het gebied. Het tweede hoofdstuk gaat in op het landschapsbeleid. Hierin wordt kort beschreven welke beleidskaders er van toepassing zijn op het gebied en welke richtlijnen er zijn voor de inrichting. In het derde hoofdstuk worden de uitgangspunten voor landschappelijk inpassingsplan omschreven. Hierbij wordt gekeken naar de randvoorwaarden die gesteld zijn door betrokken partijen. Het vierde hoofdstuk is de conclusie met inrichtingsvoorstel. Hierin wordt een voorstel gedaan voor de inpassing van het bedrijventerrein. Het vijfde hoofdstuk is het landschappelijk inpassingsplan. Hierin wordt het ontwerp verder uitgewerkt en worden de benodigde maatregelen beschreven om het bedrijventerrein landschappelijk in te passen. Het zesde en laatste hoofdstuk geeft uitgangspunten voor aanleg en beheer van beplanting en bomen in het landschappelijk inpassingsplan. De plankaart met legenda en sortimentslijst zijn te vinden in bijlage I.
Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
4 (18)
Kleine Hoeven II
Afbeelding 1.1 ligging planlocatie Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
5 (18)
2. Landschapsanalyse 2.1
Locatie
De ontwikkeling Kleine Hoeven II is een uitbreiding op het huidige bedrijventerrein Kleine Hoeven. De locatie ligt aan de rand van de kern Reusel, tussen de straten Kleine Hoeven en Hamelendijk. Zie afbeelding 2.1.
Reusel
Kleine Hoeven I
Kleine
Hoeven
Kleine Hoeven II
em lo He
ib
trook
De S
dijk elen
Ham
Afbeelding 2.1 locatie Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
6 (18)
2.2
Ondergrond
De geomorfologische kaart in afbeelding 2.2 geeft aan hoe de ondergrond is ontstaan en welke landschapstypen daarbij horen. De planlocatie ligt op een dekzandplateau en deels op een dekzandrug. Het dekzandplateau wordt doorsneden door twee beekdalen. De westelijke zijde van het plangebied ligt tegen het beekdal van de Rouwenbogtloop aan.
Dek zan
sloop al Raa m
Dekzandplateau
Beekd
Beekd
al Rou
wenbo
gtloop
dru g
De van oorsprong kronkelende beken stroomde door een brede natuurlijke bedding, met langs de oevers bosjes, weilanden en houtwallen. Het hoger gelegen dekzandplateau zorgde voor gunstige omstandigheden waarop dorpen en buurtschappen ontstonden. Hier ontstond een agrarisch cultuurlandschap.
Afbeelding 2.2 geomorfologische kaart Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
7 (18)
2.3
Historische analyse
De omgeving van de planlocatie kenmerkt zich door een kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. In de afgelopen decennia is veel veranderd in de omgeving. In het verleden was dit kleinschalige landschap nog sterker aanwezig. Op de topogra昀椀sche kaart van 1950 is een kleinschalige onregelmatige verkavelingsstructuur met veel afwisseling in landschapselementen te zien. Zie afbeelding 2.3.
weilanden. Hierdoor zijn landschapselementen en oude wegen deels verloren gegaan. Zie afbeelding 2.4. In 2022 lijkt vooral het areaal aan (agrarische) bebouwing te zijn toegenomen (zie afbeelding 2.5).
Rond 1990 is veel veranderd in het landschap van Reusel. De gevolgen van schaalvergroting in landbouw en verstedelijking zijn duidelijk zichtbaar. De kleinschalige verkaveling heeft plaats gemaakt voor grote akkers en
Afbeelding 2.3 topografische kaart 1950 Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
Afbeelding 2.4 topografische kaart 1990
Afbeelding 2.5 topografische kaart 2022 8 (18)
Analyse huidige situatie
Reusel
De beoogde planlocatie heeft in de huidige situatie een agrarisch grondgebruik met grasland. Wegen in de (landelijke) omgeving zijn veelal aangezet met laanbeplanting. Dit resulteert in een gesloten landschap met grote open ruimtes tussen de wegen. In de omgeving van de planlocatie zijn een aantal vergezichten aanwezig.
Jonge bomenrij met wilgen
Open ruimte
Bomenrij populieren (niet meer volledig intact)
Vergezi cht
Hoeven
Bomenrij met eik en berk
Open ruimte
Verg
ezich t
trook
Verspreide bebouwing in buitengebied
De S
He
dijk elen
Zie afbeelding 2.6.
Kleine
Ham
Kleine Hoeven I heeft een grootschalige bebouwing. De bebouwing in het landelijk gebied ligt verspreid. Grote gebouwen hebben hier meestal een agrarische functie.
Bos (NNB)
em
Aan de noordzijde van de planlocatie ligt een bos welke hoort bij het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De Hamelendijk aan de westelijke zijde heeft een rij populieren welke door uitval niet meer volledig intact is en aan de andere zijde van de weg staat een jonge bomenrij met wilgen. De Strook heeft een laanbeplanting met eik en berk, welke kenmerkend is voor het gebied. Vanaf de Strook is de ruimtebeleving met het omliggende landschap groot.
Kleine Hoeven I
lo
Het kleinschalige cultuurlandschap van 1950 is tegenwoordig minder sterk aanwezig. De verkaveling heeft een grotere schaal en de kern Reusel heeft zich uitgebreid, onder andere met Kleine Hoeven I.
ib
2.4
Afbeelding 2.6 luchtfoto huidige situatie Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
9 (18)
3. Landschapsbeleid Voor Kleine Hoeven fase II is de Nota ruimtelijke kwaliteit, deel buitengebied doorgenomen. Nota ruimtelijke kwaliteit, deel buitengebied De gemeente Reusel-de Mierden heeft een Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) opgesteld. Hierin worden onderdelen van ruimtelijke kwaliteit in buitengebied benoemd en wordt aangegeven waar behoud belangrijk is en waar verbeteringen gewenst zijn. De nota kan gebruikt worden ter inspiratie bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de NRK is een kernkwaliteitenkaart opgenomen waarin gebiedsindelingen zijn gemaakt. De planlocatie ligt in ‘Oud agrarisch cultuurlandschap met afwisselend open kamers, laanbeplanting, houtwallen, bosrestanten en linten’ (zie afbeelding 3.1). In de NRK worden de volgende aandachtspunten benoemd voor deze gebiedsindeling welke relevant zijn voor de ontwikkeling Kleine Hoeven II: • Voorkomen van vervaging grenzen tussen het oude cultuurlandschap en de jonge ontginningen door verdwijnen kleinschaligheid zoals landschapselementen (bosjes solitaire bomen); • Herstel van kleinschalig landschap door aanbrengen kleine landschapselementen zoals akkers, houtwallen, lanen en boomstructuren en meandering van beeklopen; • Aandacht voor behoud van lokaal microrelief; • Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap gebruik maken van lokale eigenschappen en (verdwenen) kenmerken van het gebied.
Per gebiedsindeling is een gebiedspaspoort opgesteld. Het oud agrarisch cultuurlandschap is een fraai kleinschalig landschap rondom de dorpen. Een nieuw initiatief dient bij te dragen aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent dat er sprake is van een goede samenhang tussen de bebouwing en het landschap. Behoudt van kleinschaligheid is leidend. Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
Daarbij wordt een extra inspanning gevraagd om niet alleen beschermend om te gaan met cultuurhistorische elementen, maar ook een aanzienlijke bijdrage te leveren aan landschapsverbetering (vergroten van de landschappelijke structuur en recreatieve aantrekkingskracht). In het gebiedspaspoort zijn ruimtelijke inpassings- en ontwerpprincipes opgenomen. Voor de ontwikkeling Kleine Hoeven II zijn de volgende principes relevant: • Beplanting toevoegen ter versterking of herstel van het aaneengesloten netwerk van landschapselementen. • Wegen aanplanten met laanbeplanting • Gebruik maken van gebiedseigen beplanting • Aandacht voor behoud en bescherming van cultuurhistorische structuren
Planlocatie
Afbeelding 3.1 kwaliteitenkaart 10 (18)
4. Uitgangspunten ontwerp De ontwikkeling Kleine Hoeven II heeft een aantal uitgangspunten voor water, ecologie en het ondergronds tracé van Enexis.
4.1
Water
De ontwikkeling Kleine Hoeven II leidt tot een toename van bebouwd- en verhard oppervlak. Hiervoor wordt een waterberging van 1000 m3 voorzien. De waterberging komt in een van de landschappelijke stroken te liggen en krijgt een landschappelijke inrichting.
4.2
Ecologie
De ontwikkeling Kleine Hoeven II komt deels in het foerageergebied van een broedende steenuil te liggen. Hiervoor geldt een natuurcompensatie.
4.3
Ondergronds tracé Enexis
Aan de noordzijde van Kleine Hoeven II komt een ondergronds tracé van Enexis te liggen. Deze strook wordt meegenomen in het landschapsplan en krijgt een groene inrichting. Landschappelijke inpassingsmaatregelen zijn beperkt. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: • In de toekomst worden meerdere keren graafwerkzaamheden uitgevoerd. De aan te brengen beplanting kan hier geen belemmering voor vormen; • Bomen zeer beperkt toepassen. Op locaties van bomen worden mantelbuizen aangebracht; • Struiken kunnen wel worden toegepast; • Geen diep-wortelende beplanting; • In de zone direct voor kavels geen beplanting in verband met de ontsluiting van kavels.
Zie ook: Aanvullend onderzoek steenuil Reusel, d.d. 10 mei 2023, documentnummer NL23-648800269-50188 De werkelijke compensatie valt buiten het beoogde plangebied. In het landschappelijke inpassingsplan worden aanvullend maatregelen toegevoegd om het leefgebied van de steenuil verder te optimaliseren. Onderstaande voorbeeldmaatregelen kunnen worden toegepast (zie afbeelding 4.1 als voorbeeld): • Extensief gemaaid grasland: kruidenrijk met open structuur; • Verruigde overhoeken; • Takkenrillen; • Palen als uitkijkpunt; • Struweelhaag; • Schuilplaatsen voor muizen zoals een muizenruiter, houtstapels en gras- of steenhopen; • Een nestkast in een boom.
Afbeelding 4.1 natuurinclusieve maatregelen voor steenuil Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
11 (18)
5. Conclusie en inrichtingsvoorstel
landschappelijke zone met opgaande beplanting Ruimtereservering waterberging
Herstellen bomenrij met populieren
landschappelijke zone met opgaande beplanting em
Jonge bomenrij met wilg blijft behouden
ib He
dijk
elen Ham
trook
Dit vertaald zich in een landschappelijk inpassingsplan op de volgende pagina’s.
Hoeven
Zone met beperkte landschappelijke inpassing (door ondergronds tracé Enexis)
De S
Zie afbeelding 5.1.
Kleine
lo
De ontwikkeling Kleine Hoeven II heeft een nieuwe ruimtelijke impact op het agrarische cultuurlandschap van Reusel. De ontwikkeling dient zorgvuldig te worden ingepast zodat verlies van dit karakter wordt beperkt. Het behouden van bestaande landschapselementen en toevoegen van nieuwe landschapselementen kan de ruimtelijke impact op de omgeving verkleinen. Hiermee wordt het bedrijventerrein op de volgende manier ingepast: • Aan de oostzijde komt een brede landschappelijke zone met opgaande beplanting. Deze reageert op het verkavelingspatroon en ligt in het verlengde van het bos (NNB). Zicht op het bedrijventerrein vanaf De Strook wordt hiermee beperkt; • In de oostelijke landschappelijke zone komt een waterberging van 1000 m3 te liggen. Deze krijgt een landschappelijke inrichting; • Rondom woningen aan de Heibloem komt een landschappelijke zone met opgaande beplanting; • Aan de Hamelendijk wordt de bomenrij met populier hersteld en versterkt. De bomenrij met wilg blijft behouden en wordt waar nodig aangevuld met nieuwe bomen; • Aan de noordelijke zijde komt een ‘open’ landschappelijke zone. Door het ondergronds tracé van Enexis wordt beplanting beperkt toegepast.
Afbeelding 5.1 inrichtingsvoorstel Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
12 (18)
6. Landschappelijk inpassingsplan Zie bijlage I voor de plankaart met legenda ’Aanhaken bij het gesloten agrarische cultuurlandschap van 1950’ De landschappelijke inpassing sluit aan bij het gesloten agrarische cultuurlandschap van 1950. Zicht op het bedrijventerrein wordt beperkt doormiddel van verschillende landschappelijke inpassingsmaatregelen. Houtsingel met bomen De oostelijke zijde van het plan wordt ingepast met een houtsingel. De houtsingel wordt aangeplant met gebiedseigen struiken en bomen die een volwassen hoogte tot 25 meter kunnen bereiken. Bomen worden op een manier geplaatst waarmee zicht op bebouwing verder wordt beperkt (zie afbeelding 6.1 ter referentie). Aan de zichtkant is deze strook breder dan aan de zijde rondom de woningen aan de Heibloem. Deze brede ruimte leent zich voor een gevarieerde opbouw van struiken met kruidenrijke zoom die overloopt in de waterberging.
Afbeelding 6.1 houtsingel met bomen
Afbeelding 6.2 kruidenrijke waterberging
Aan de zichtkant varieert de houtsingel in breedte van 10 tot 15 meter. Aan de zijde rondom de woningen aan de Heibloem is de houtsingel 6 meter breed. Kruidenrijke wadi In de landschappelijke strook aan de oostelijke zijde is een kruidenrijke wadi opgenomen (zie afbeelding 6.2 ter referentie). De waterberging wordt uitgegraven met een diepte van 1,60 meter vanaf maaiveld. Doordat de waterberging dieper komt te liggen dan de gemiddelde hoge grondwaterstand (GHG) zal deze vaak onder water staan. Dit biedt kansen voor ecologie en een gevarieerde kruidenvegetatie. variabel
(ca. 1:3)
Aan de noordzijde komt een stijl talud van 1:1 en aan de zuidzijde komt een 昀氀auw talud met een gevarieerde helling (ongeveer 1:3). Zie afbeelding 6.3.
4m beheerstrook
10 - 15m houtsingel met boomvormers
kruidenrijke zoom
GHG(-0,80m) GLG(-1,80)
1:1
ca. 8m
4m
waterberging
beheerstrook
Afbeelding 6.3 doorsnede houtsingel met waterberging (voor een grote weergave zie bijlage I) Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
13 (18)
Herstellen en versterken laanbeplanting aan Hamelendijk De bestaande populierenlaan aan de Hamelendijk is door uitval niet meer volledig intact (zie afbeelding 6.4). Deze wordt aangevuld met nieuwe populieren. De jonge aanplant van wilg aan de andere zijde van de weg blijft behouden en wordt aangevuld met enkele nieuwe wilgen. Daarbij wordt aan de Hamelendijk als recreatiemogelijkheid een bank geplaatst. Ecologische groenstrook aan noordzijde Aan de noordzijde is een ecologische groenstrook voorzien. Deze wordt aangeplant met kleine struweelbosjes en enkele solitaire bomen (zie afbeelding 6.5 en 6.6 ter referentie). De beplanting staat op het ondergronds tracé van Enexis, dus er is gekozen voor soorten die niet diep wortelen. In de open ruimtes wordt bloemrijk grasland ingezaaid en worden op verschillende plekken boomstobben, boomstammen of takkenrillen neergelegd (zie afbeelding 6.7 ter referentie). Aanvullend wordt een informatiebord geplaatst welke toelichting geeft op het ecologische nut van de groenstrook (zie afbeelding 6.8 ter referentie).
Natuurinclusieve maatregelen Naast de diversiteit aan beplanting en open/- gesloten zones worden extra natuurinclusieve maatregelen genomen om het leefgebied van de steenuil, maar ook andere faunasoorten verder te optimaliseren: • Er worden nestkasten voor de steenuil geplaatst in een aantal bestaande (volwassen) populieren aan de Hamelendijk; • Op verschillende plekken in het plan worden muizenruiters aangelegd (zie afbeelding 6.9 ter referentie); • Op verschillende plekken in het plan worden boomstobben, boomstammen en/of takkenrillen geplaatst; • Op verschillende plekken worden weidepalen in een lijn geplaatst. Enerzijds als uitkijkpunt voor de steenuil en andere vogelsoorten, anderzijds voor een agrarische uitstraling.
Afbeelding 6.4 populieren en wilgen aan Hamelendijk
Afbeelding 6.5 struweelbosje
Afbeelding 6.6 solitaire boom
Afbeelding 6.7 boomstobben
Afbeelding 6.8 informatiebord
Afbeelding 6.9 muizenruiter
Beheerstrook De waterberging en houtsingels krijgen een beheerstrook van 4 meter breed.
Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
14 (18)
7. Uitgangspunten aanleg en beheer 7.1
Aanleg
De keuze voor grondbewerking is aan de groenaannemer en uitsluitend nodig bij een verstoorde bodem. Het uitgangspunt is geen grondbewerking zodat de bodemopbouw niet verstoord raakt. Daarbij is aanleg niet gewenst in wisselvallige perioden met veel regen. Bij dagenlang aanhoudende regen is er kans dat bewerkte grond dicht slaat. Plantmateriaal moet voldoen aan het NEN7412 keurmerk en wordt bij voorkeur ingekocht bij een lokale- ecologisch verantwoorde kwekerij. Bomen • Indien nodig grond woelen voor aanplant (niet kerende grondbewerking) met een diepte van 0,5 tot 0,8 meter. • Indien nodig bodemverbetering toepassen. Uitsluitend ecologisch verantwoord materiaal zoals bladcompost. • De bomen worden bovengronds verankert met 3 palen en een boomband. • De bomen worden aangeplant met een gietrand. • De bomen in de houtsingel worden bij voorkeur aangeplant als beveerde boom. Houtsingel en struweel • De beplantingsvakken worden ‘kaal’ gemaakt. De vegetatielaag (gras) wordt zo minimaal mogelijk afgeschraapt en afgevoerd. • Indien nodig grond woelen voor aanplant (niet kerende grondbewerking) met een diepte van 0,5 tot 0,8 meter. • Aanplanten in groepjes van 3 tot 7 soorten met een verspreid plantverband. • Aanplanten met een dichtheid van (ongeveer) 0,5 stuk per m2. Onderlinge plantafstand van 1 tot 1,5 meter.
• De minimale plantafstand tot de rand van een beplantingsvak en bomen is 1,5 meter. • Indien nodig grond egaliseren na aanplant. Zadenmengsels en wadi • Inzaaien direct na aanplant overig plantmateriaal. • Na inzaaien de zaden inharken.
Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
7.2
Beheer
Bomen Aanlegbeheer (1 – 3 jaar) • Inboeten van uitgevallen bomen in wintertijd. • Indien nodig verwijderen van ongewenste (overwoekerende) soorten. • Bij droge periodes maximaal 1x per week (昀氀ink) bewateren. Ontwikkelingsbeheer (4 – 15 jaar) • Begeleidingssnoei in wintertijd. • Bomen in houtsingel niet opkronen Duurzaam beheer (>16 jaar) • Begeleidingssnoei in wintertijd. • Bomen in houtsingel niet opkronen. Houtsingel en struweel Aanlegbeheer (1 – 3 jaar) • Inboeten van uitgevallen struiken in wintertijd. • Indien nodig verwijderen van ongewenste (overwoekerende) soorten. • Bij droge periodes maximaal 1x per week (昀氀ink) bewateren. Ontwikkelingsbeheer (4 – 15 jaar) • Dunnen van struiken in wintertijd 1x per 5 tot 8 jaar. • Afvalhout of snoeihout onbewerkt achterlaten in houtsingels. Duurzaam beheer (>16 jaar) • Dunnen van struiken in wintertijd 1x per 5 tot 8 jaar. • Afvalhout of snoeihout onbewerkt achterlaten in houtsingels. Zadenmengsels en wadi • Afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem een- tot tweemaal per jaar gefaseerd maaien en het maaisel afvoeren.
15 (18)
Bijlage I
Plankaart met legenda en sortimentslijst
Kleine Hoeven fase II - landschappelijk inpassingsplan
16 (18)
LEGENDA: Boom bestaand
Boom nieuw Afkorting: Ac ca Am la Be pe Ti co Po tr Qu ro Sa al
Wetenschappelijke naam: Acer campestre Amelanchier lamarckii Betula pendula Tilia cordata Populus tremula Quercus robur Salix alba
Nederlandse naam: Veldesdoorn Krent Ruwe berk Winterlinde Ratelpopulier Zomereik Schietwilg
Percentage: Wetenschappelijke naam: 10% Alnus glutinosa 10% Corylus avellana 15% Crataegus monogyna 10% Frangula alnus 15% Prunus padus 5% (r) Ribes nigrum 5% (r) Rosa canina 5% (r) Rosa rubiginosa 10% Sorbus aucuparia 15% Viburnum opulus (r) = aanplanten aan rand
Nederlandse naam: Gewone els Gewone hazelaar Eenstijlige meidoorn Sporkehout Gewone vogelkers Zwarte bes Hondsroos Egelantier Gewone lijsterbes Gelderse roos
Houtsingel Am la
Am la
Am la Ac ca Ac ca Am la Ac ca Ti co Be pe
Ac ca Po tr
Qu ro Sa al Po tr
Qu ro Po tr
Inzaaien met O3 onderbegroeiing (Cruydthoeck)
Ti co Be pe Po tr
Struweel
Ti co
Qu ro
Percentage: 20% 20% 10% 10% 15% 15%
Po tr Be pe Po tr
Qu ro
Ti co
Po tr
Po tr
Be pe
Qu ro Be pe
Nederlandse naam: Eenstijlige meidoorn Sleedoorn Hondsroos Egelantier Gewone vlier Gelderse roos
DWP 1
Ti co
Qu ro
Waterberging Qu ro
Ti co
Po tr
Wetenschappelijke naam: Crataegus monogyna Prunus spinosa Rosa canina Rosa rubiginosa Sambucus nigra Viburnum opulus
W1 Wadimengsel (Cruydthoeck)
Ti co
Ti co Be pe Be pe Po tr
Bloemrijk gras
Qu ro Qu ro
N1 Bijenmengsel (Cruydthoeck) Be pe
Ti co
Bank
Be pe Ti co
Ti co
Ti co Qu ro
Natuurinclusieve maatregelen Informatiebord Nestkast steenuil (plaatsen in bestaande boom) Muizenruiter Boomstobben / boomstammen / takkenrillen Weidepaal
Qu ro Ti co Be pe
Po tr Sa al Qu ro Be pe
Qu ro
Beheerstrook (4 meter breed) Ti co
Inzaaien met (bloemrijk) grasmengsel
Ti co
DWP 1 (schaal 1:200)
variabel
0
10
20
30
40
variabel
50 m
4m beheerstrook
variabel
GHG(-0,80m)
(ca. 1:3)
GLG(-1,80)
10 - 15m houtsingel met boomvormers
kruidenrijke zoom
Kleine Hoeven fase II
Schaal plankaart:
1:1000
Datum:
25 oktober 2023
Landschappelijk inpassingsplan
Papierformaat:
A1-L
Ontwerp:
Bram van Mil
Status:
De昀椀nitief
Projectnr:
51009762
1:1
ca. 8m
4m
waterberging
beheerstrook
© Ronald Otter
Ruimte voor bedrijvigheid Marktbehoefte bedrijventerreinen De Kempen
Stec Groep aan regio De Kempen
Jasper Beekmans & Anneloes Bouma 2 mei 2022
2
Ruimte voor bedrijvigheid 21.355
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2
2
2.2 2.3 2.4
3
3.2
5
6
14
Twee dimensies voor optimaal ruimtegebruik op bedrijventerreinen.................................................................................. 14
Conclusies en adviezen 5.1 5.2
11
Nog maar enkele hectares vrij uitgeefbaar, grootste deel resterend aanbod is onder optie ........................................................... 11 De leegstand op bedrijventerreinen in De Kempen is met 1,4% zeer laag .................................................................................................. 12
Intensief ruimtegebruik 4.1
4
Raming uitbreidingsvraag Kempen: bandbreedte van circa 10 tot 30 hectare voor 2022 t/m 2030 ................................................................ 4 Transformatieplannen in De Kempen: 5 hectare wordt getransformeerd ...................................................................................... 7 Bovenregionale vraag komt met name vanuit bedrijven in HTSM en logistieke sector .................................................................................. 7 Bijna 60% van de uitgifte van de laatste jaren aan bedrijven in de HTSM sector ............................................................................................. 7
Aanbodanalyse 3.1
4
Aanleiding................................................................................................. 3 Leeswijzer ................................................................................................. 3
Vraagraming 2.1
3
19
Conclusies............................................................................................... 19 Adviezen ................................................................................................. 20
Bijlage
22
Ruimte voor bedrijvigheid 21.355
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er is nauwelijks beschikbare bedrijfsgrond meer over in de Kempen De Kempen is al jaren een van de economisch best presterende regio’s van Nederland. Kempische bedrijven produceren veel voor elkaar maar ook voor de Brainport regio. Via ketens zijn dus veel Kempische bedrijven feitelijk een onmisbare schakel in die Brainport regio. Er is in de regio nauwelijks grond meer uitgeefbaar op bedrijventerreinen: de uitgiftes en reserveringen op het Kempisch Bedrijvenpark (KBP) zijn het afgelopen jaar in een versnelling geraakt. De meest recente behoefteprognose dateert uit 2018. Gebaseerd op die prognose adviseerden we de Kempengemeenten in 2019 in de bedrijventerreinvisie op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor uitbreidingsruimte voor een regionaal bedrijventerrein. Dat moment is nog sneller gekomen dan verwacht. In de eerste helft van 2022 is de provincie bezig met een nieuwe behoefteprognose werklocaties. Als Kempengemeenten wilt u uw huiswerk alvast op orde hebben en vooruitlopend daarop een onderzoek laten doen naar de kwantitatieve en kwalitatieve ruimtebehoefte in De Kempen. U liet Antea Group al een programma van eisen voor een ontwikkeling opstellen Antea Group heeft De Kempengemeenten al geholpen met de kwalitatieve kant. Er is gekeken naar ambities en doelgroepen voor eventuele nieuwe terreinen.
Uitgangspunt hierbij is dat de nieuwe ontwikkelingen passen binnen het ecosysteem van De Kempen en Brainport Eindhoven. De regio wil meegaan in de schaalsprong van de Brainport Eindhoven. De eerste uitkomst van het onderzoek is het advies om in te zetten op de (Kempische) maakindustrie en niet in te zetten op (grootschalige) logistiek. De Kempengemeenten zijn nog op zoek naar een kwantitatieve onderbouwing van de behoefte Bij het kwalitatieve programma van eisen hoort ook een kwantitatieve onderbouwing. De regio wil graag weten aan hoeveel hectare (indicatief) gedacht moet worden voor een nieuw regionaal bedrijventerrein en welke behoefte er bestaat naar kleinere kavels. De huidige behoefteprognose bedrijventerreinen en de recente dynamiek zijn hiervoor de belangrijkste bronnen van input. Overigens moeten ook de bestaande bedrijventerreinen daarbij niet vergeten worden. Die vertegenwoordigen veel (vastgoed)waarde en de kwaliteit ervan moet dus zeker op peil blijven.
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 werken we de vraaganalyse uit, we gaan daarbij in op de kwantitatieve én kwalitatieve behoefte. In hoofdstuk 3 zetten we het beschikbare aanbod en de actuele leegstand uiteen. In hoofdstuk 4 inventariseren we het huidige ruimtegebruik op de bedrijventerreinen en schatten we in waar en hoe er ruimtewinst behaald kan worden. In hoofdstuk vatten we onze conclusies samen en formuleren we de adviezen.
Ruimte voor bedrijvigheid 21.355
4
2 Vraagraming In dit hoofdstuk geven we inzicht in de vraag naar bedrijventerreinen in De Kempen. We baseren ons op de huidige provinciale prognose uit 2018. Die is ook gebruikt in de Kempische Bedrijventerreinenvisie uit 2019. Een nieuwe provinciale prognose is in de maak (gereed zomer 2022). Als die nieuwe prognose gereed is, raden we u aan deze vraagraming te updaten. U leest in dit hoofdstuk over de modelmatige benadering van de uitbreidingsvraag. Vervolgens zoomen we in op de uitgifte in De Kempen van de laatste jaren om beter inzicht te krijgen in de herkomst(sectoren) van de vraag en de te verwachten toekomst van deze sectoren in De Kempen. Hierna inventariseren we de veranderende gemiddelde kavelgrootte per uitgifte en geven we inzicht in de verdeling van de vraag naar type werkmilieu.
2.1 Raming uitbreidingsvraag Kempen: bandbreedte van circa 10 tot 30 hectare voor 2022 t/m 2030 Modelmatige berekening van de uitbreidingsvraag, vervangingsvraag op basis van inventarisatie De modelmatige prognose voor bedrijventerreinen berekent de toename van het netto ruimtebeslag van bedrijventerreinen. Kortom: hoeveel extra bedrijventerrein is er nodig ten opzichte van de huidige voorraad aan bedrijventerreinen? De extra ruimte die nodig is wordt ook wel de uitbreidingsvraag genoemd. Daarnaast kan er extra ruimtevraag ontstaan als gevolg van transformatie (het onttrekken van een deel van de huidige bedrijventerreinenvoorraad). Deze ruimtevraag-component wordt vervangingsvraag genoemd en is inzichtelijk gemaakt door een inventarisatie onder gemeenten naar concrete transformatieplannen. We gaan eerst in op de uitbreidingsvraag. Figuur 1: weergave uitbreidingsvraag en vervangingsvraag
Lokale (autonome) uitbreidingsvraag: verdeling regionale vraag op basis van verdeelsleutels Om wat te kunnen zeggen over de ruimtebehoefte van de Kempen kijken we welk gedeelte van de totale uitbreidingsvraag in de regio Zuidoost-Brabant beredeneerd aan de vier Kempengemeenten valt toe te rekenen. We gebruiken hiervoor doorgaans een gemiddelde van drie verdeelsleutel, te weten: •
Historische uitgifte bedrijventerrein Deze indicator geeft een beeld van de historische uitgiftedynamiek. Een gemeente of regio die in de afgelopen tien jaren bovengemiddeld in trek blijkt te zijn, krijgt hierdoor een grotere koek van de vraag
5
Ruimte voor bedrijvigheid 21.355
•
•
toebedeeld. Historische uitgifte zegt alleen niet alles over toekomstige uitgifte, we interpreteren deze cijfers daarom altijd met zorg. Werkgelegenheid op bedrijventerreinen De indicator geeft een beeld van de economische positie van verschillende gemeenten en regio’s op bedrijventerreinen. Daarmee krijgen gemeenten en regio’s met een hogere economische dynamiek op bedrijventerreinen een grotere koek van de vraag toebedeeld. Voorraad / areaal bedrijventerrein (netto hectare) Deze indicator geeft een beeld van de economische positie van een gemeente of regio op bedrijventerreinen, waarbij niet werkgelegenheid, maar de oppervlakte bepalend is. De indicator voegt een ruimtelijke component toe. De uitbreidingsvraag in de regio komt in de regel vooral van bestaande bedrijven, die, blijkt uit onderzoek van CBS, vaak over kortere afstand verhuizen (waarvan ruim twee derde binnen de eigen gemeente) 1. Voor de Kempen ligt het aandeel bedrijven dat binnen de regio verhuist rond de 86% (gemeten in banen die met de verhuizingen gemoeid zijn).