Jaarstukken 2024
Tekst van het document
Jaarstukken 2024 Datum: 3-7-2025
Corsa: 25.06881
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................................. 2 Aanbiedingsbrief ........................................................................................................................................... 3 1.
Leeswijzer ............................................................................................................................................. 4
2.
Paragrafen ............................................................................................................................................ 5
2.1
Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 5
2.2
Lokale heffingen .............................................................................................................................. 14
2.3.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 17
2.4
Financiering ..................................................................................................................................... 23
2.5.
Verbonden partijen .......................................................................................................................... 26
2.6.
Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................................... 34
2.7.
Grondbeleid ..................................................................................................................................... 36
2.8.
Openbaarheidsparagraaf ................................................................................................................. 41
3. Programma’s .......................................................................................................................................... 43 Programma 0. Bestuur en ondersteuning ..................................................................................................... 43 Programma 1. Veiligheid ............................................................................................................................... 50 Programma 2. Verkeer en vervoer ................................................................................................................ 53 Programma 3. Economie .............................................................................................................................. 58 Programma 4. Onderwijs .............................................................................................................................. 61 Programma 5. Sport, cultuur en recreatie ..................................................................................................... 64 Programma 6. Sociaal Domein ..................................................................................................................... 70 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ................................................................................................... 80 Programma 8.
Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Stedelijke vernieuwing (VHROSV) ........................ 89 4.
Balans met toelichting ...................................................................................................................... 99
4.1.
Balans ............................................................................................................................................ 100
4.2
Toelichting op de balans ................................................................................................................ 102
4.3
Activa ............................................................................................................................................. 109
4.4
Passiva .......................................................................................................................................... 115
4.5
Niet uit de balans blijkende verplichtingen .................................................................................... 121
5.
Overzicht van Baten en Lasten ...................................................................................................... 122
Verschillenanalyse ..................................................................................................................................... 123 6.
Rechtmatigheidsverantwoording ................................................................................................... 125
7.
Tabel Incidentele Resultaten 2024 ................................................................................................. 127
8.
Verantwoording Wet Normering Topinkomens (WNT) ................................................................ 128
9.
SISA-bijlage ...................................................................................................................................... 129
10.
Beleidsindicatoren ........................................................................................................................... 141
2
Aanbiedingsbrief Met deze jaarstukken legt het college van burgemeester en wethouders inhoudelijk en financieel verantwoording af over het boekjaar 2024. De rechtmatigheidsverantwoording treft u aan in de paragraaf bedrijfsvoering. In 2024 hebben we onze organisatie kunnen versterken door de formatie uit te breiden met behulp van de extra middelen die daarvoor beschikbaar zijn gesteld in de meerjarenbegroting 2024-2027. Met deze robuustere organisatie hebben we veel plannen in het kader van organisatieontwikkeling uit kunnen voeren en beter aan het ambitieniveau kunnen voldoen. Daarnaast hebben we aandacht besteed aan thema’s zoals “Samen Doen” en “Vitaliteit” om ook voor de toekomst in onze kracht te blijven. De jaarstukken zijn ook aanleiding voor een zakelijke weerspiegeling, aan de hand van inhoud (daden en inspanningen, bereikte doelen e.d.) maar ook aan de hand van cijfers. En dan zien we dat veel zaken goed gingen: we hebben veel gedaan, veel bereikt en veel in gang gezet. Maar sommige zaken gingen minder goed of minder vlot dan we graag hadden gewild. Bij jaarstukken vertaalt dat alles zich uiteindelijk in een jaarrekeningsaldo. Het jaar 2024 sluiten we af met een positief saldo van € 4,6 miljoen. Dat is € 3,3 miljoen meer dan we raamden in de laatste begrotingswijziging van 2024.
Het grootste deel hiervan komt voort uit eenmalige voordelen in Programma 3, door grondverkoop nabij landgoed De Utrecht en een verbetering van het resultaat uit de grondexploitatie Bedrijventerrein Kleine Hoeven. Een opsomming van de grote afwijkingen vindt u in de verschillenanalyse bij de staat van baten en lasten (blz. 123). Een meer uitgebreide toelichting staat onder elk programma, vanaf pagina 44. Dit jaar hebben we dus ook weer met een positief rekeningresultaat kunnen afsluiten. Dat lijkt in tegenspraak met het bezuinigingstraject wat momenteel in de gemeente Reusel- De Mierden doorlopen wordt. Net als alle gemeenten in Nederland zien we in onze meerjaren-prognose grote tekorten ontstaan door teruglopende bijdrage van het Rijk en oplopende kosten van bijvoorbeeld Jeugdzorg en WMO-hulp. We hopen dat onze regering de gemeenten gaan helpen met voldoende financiële middelen om alle wettelijke taken uit te blijven voeren. Maar tot die tijd zullen we samen keuzes moeten gaan maken om de begroting op orde te krijgen op de langere termijn. Wij hadden deze resultaten in 2024 nooit kunnen leveren zonder de toegewijde inzet van onze inwoners, bedrijven, maatschappelijke partners in Reusel-De Mierden en onze medewerkers. Daarvoor dank. Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, dhr. J.P.P.S. Ruyters, secretaris.
mw. A.J.M.H. van de Ven, burgemeester.
3
1.
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat de paragrafen, zoals die op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorgeschreven zijn. Deze paragrafen geven op een aantal belangrijke thema’s een soort van dwarsdoorsnede. In hoofdstuk 3 wordt per programma de beleidsmatige programmaverantwoording gegeven (feitelijk het jaarverslag) met daarbij ook per programma de financiële analyse (de jaarrekening). Op deze wijze worden inhoud en financiën met elkaar verbonden en wordt per programma aangegeven wat we gedaan hebben met de voornemens zoals die in de programmabegroting 2024 waren aangekondigd en wat dat gekost heeft. In de financiële staatjes is getracht op een zo beknopt mogelijke wijze inzicht te bieden in de over- en onderschrijdingen. Tekstueel is daarbij nog een korte omschrijving gegeven ter verklaring van de verschillen. Wij merken op dat er vaak sprake is van een (beperkte) delta tussen het totale verschil en de optelling van bedragen in de verklaring. In die gevallen is sprake van een samenstel van kleine verschillen, die verder niet toegelicht worden. De jaarrekening moet de wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren bevatten, over een breed spectrum van onderwerpen, van misdrijven en afval tot bijstandsuitkeringen en nieuwbouwwoningen. De gegevens voor deze indicatoren moeten geput worden uit beschikbare openbare bronnen (zoals de website waarstaatjegemeente.nl).
Die bronnen bieden helaas in lang niet alle gevallen de informatie uit 2024, hetgeen jammer is omdat daardoor de waarde van de indicatoren afneemt. De beleidsindicatoren zijn, voorzien van grafiekjes, opgenomen in bijlage 11 van deze jaarrekening. Hoofdstuk 4 bevat de balans met de daarbij behorende toelichting. In hoofdstuk 5 vindt u het overzicht van baten en lasten waaruit het rekeningresultaat voortvloeit. Bij de bepaling van het resultaat wordt onderscheid gemaakt in het resultaat uit de zuivere exploitatie en het resultaat na onttrekkingen uit of toevoegingen aan reserves. Natuurlijk is ook een verschillenanalyse op hoofdlijnen opgenomen. In de hoofdstukken 6 t/m 10 zijn een aantal verplichte verantwoordingen opgenomen, te weten de rechtmatigheidsverantwoording, de verantwoording in het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT), de verplichte beleidsindicatoren en de Sisa-verantwoording. Sisa staat voor Single Information Single Audit en via deze verantwoording wordt tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een aantal specifieke uitkeringen die we ontvangen hebben van andere overheidsorganen (rijk, provincie, gemeenschappelijke regelingen). Tot slot is het van belang te vermelden dat in de jaarrekening wordt gewerkt met afrondingen op meervouden van € 1.000. Daardoor kunnen er afwijkingen optreden in tellingen en vergelijkingen.
Verschillen tot zo’n € 3.000 worden veelal door dit soort afrondingen veroorzaakt.
4
2.
Paragrafen
2.1
Bedrijfsvoering
2.1.1 Inleiding Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze vorm krijgt. In deze paragraaf geven we inzicht in wat er in 2024 is gebeurd op het gebied van bedrijfsvoering. Belangrijke ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn: • Versterken van de bestuurskracht; • Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie; • Verbeteren van de interne en externe communicatie; • Adequate en zorgvuldige dienstverlening; • Financiële huishouding gemeente op orde. 2.1.2 Versterken van de bestuurskracht Als kleine maar ambitieuze gemeente blijft de zeggenschap in de regio en richting provincie en Rijk beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie en het Rijk.
Sinds 2022 nemen we deel aan de netwerkgroep K80 (een samenwerking van de 80 kleinste gemeenten) met als doel samen krachtiger te staan richting de landelijke politiek. Onze deelname aan deze netwerkgroep is in 2024 verder geïntensiveerd door meer deel te nemen aan kennissessies over uiteenlopende onderwerpen. Samen met de gemeenten Bergeijk, Bladel en Eersel hebben wij verder gewerkt aan de bestuursopdracht voor een Kempische Ontwikkelstrategie. Dit traject, inclusief uitgebreide participatie, heeft geresulteerd in de Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040 “Samen op eigen wijze vorm geven”. In deze ontwikkelstrategie worden strategische keuzes gemaakt ten aanzien van de thema’s wonen, werken, bereikbaarheid en mobiliteit, landschap en klimaat, voorzieningen en samenleving richting 2040. De gemeenteraad heeft deze strategie in december 2024 unaniem vastgesteld. Deze ontwikkelstrategie vormt de basis voor de actualisatie van de gemeentelijke omgevingsvisie. Daarnaast werken we, waar het kan, zoveel mogelijk samen met deze gemeenten op verschillende thema’s en programma’s betreffende de Metropoolregio Eindhoven (MRE). De gemeente neemt actief deel aan verschillende (inhoudelijke) werkgroepen binnen de MRE. 2.1.3 Samen Doen Samen Doen is een belangrijk thema voor onze gemeente en heeft al veel mooie voorbeelden opgeleverd, waarbij inwoners en gemeente de handen ineen slaan.
De visie Samen Doen is erg op hoofdlijnen en geeft veel ruimte voor eigen interpretatie. Om onze medewerkers, inwoners en partners meer inzicht te geven over wat Samen Doen inhoudt, is eind 2024 een start gemaakt om deze visie verder te concretiseren. 2.1.4 Dienstverlening We vragen voortdurend aandacht voor de dienstverlening naar onze inwoners en de servicenormen die we daarbij hanteren. Deze worden sinds 2024 op onze website ook naar buiten toe gecommuniceerd. In het voorjaar 2024 heeft een onderzoek naar telefonische bereikbaarheid van de gemeente plaatsgevonden. Aanbevelingen die hieruit naar voren zijn gekomen, zijn direct binnen de organisatie opgepakt. 2.1.5 Verbeteren van de zichtbaarheid In 2024 stopte het weekblad D’n Uitkijk ermee. Omdat we alle inwoners willen blijven bereiken, zijn we voor de analoge communicatie gaan samenwerken met de PC55. We gebruikten steeds vaker audiovisuele beelden en geluidsopnames om onze inwoners te laten zien en horen waar we mee bezig zijn, zoals een podcastserie over De Kei en dronevideo’s. We werken voortdurend aan het verder verbeteren van onze gemeentelijke website op het gebied van digitoegankelijkheid, door voor begrijpelijke taal te zorgen op alle pagina’s en zo min mogelijk pdf-bestanden te publiceren. 2.1.6 Doorontwikkeling producten beleids-/ planningscyclus We werken samen aan het continu verbeteren van de P&C producten.
Voor 2024 is de Financiële Verordening aangepast op basis van uitspraken van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid is verhoogd van 1% naar 2% van de totale lasten van 5
de gemeente, om meer onzekerheden in de begroting op te kunnen vangen. Geconstateerde afwijkingen boven € 50.000 worden net als vorig jaar toegelicht in paragraaf 2.1.9. Voor de mate van detaillering in de Jaarrekening en bestuursrapportages is de grens van € 10.000 gehandhaafd voor over- en onderschrijdingen van ramingen. 2.1.7 Informatiebeveiliging en privacy Onze gemeente werkt op het gebied van informatiebeveiliging nauw samen met de andere Kempengemeenten, de GRSK en Kempenplus. Samen zijn we ervoor verantwoordelijk dat de informatie die ons wordt toevertrouwd, veilig is. Om deze informatie zo goed mogelijk te beschermen, nemen we de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als uitgangspunt. Dit is een normenset waar alle overheidsorganisaties aan moeten voldoen. De inwerkingtreding van de BIO 2.0 en de NIS2-2 richtlijn (Network and Information Security), welke in Nederland wordt geïmplementeerd in de vorm van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) heeft in 2024 nog niet plaatsgevonden en de ontwikkelingen hierover worden nauwlettend in de gaten gehouden. De vertraging in de doorvoering van de BIO2.0 en NIS2 heeft ervoor gezorgd dat er in 2024 nog geen aanpassing is gedaan aan het huidige informatiebeveiligingsbeleid. Ook in 2024 heeft de jaarlijkse audit plaatsgevonden om te zien in hoeverre er wordt voldaan aan de BIO.
Dit doen we aan de hand van ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Naast een audit, zijn er in ENSIA ook controles uitgevoerd op een aantal basisregistraties, de DigiD aansluitingen, SUWI (structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) en reis- en waardedocumenten. Door deze verschillende audits en controles houden we inzicht in de stand van zaken voor wat betreft informatiebeveiliging. Er is in 2024 een kwaliteitssysteem informatiebeheer met bijbehorend handboek vastgesteld. Hierin is ook het onderwerp informatiebeveiliging opgenomen. Op deze manier houden we zicht op de maatregelen die we moeten nemen om grip te houden op de informatiebeveiliging. Omdat de ontwikkelingen niet stil staan, wordt er continu gekeken naar verbeteringen die mogelijk zijn op het gebied van veilig wachtwoordgebruik, dit in aanvulling op 2-factor-authenticatie. In 2024 hebben we een nieuwe wachtwoordentool in gebruik genomen. De wachtwoordenkluis die eerder werd aangeboden, werd namelijk nauwelijks gebruikt. Met de nieuwe tool kan veilig wachtwoordgebruik op termijn worden afgedwongen. Er is over het gebruik uitleg gegeven aan de medewerkers die daar behoefte aan hadden. Naast de technische maatregelen die er genomen worden, is het belangrijk dat medewerkers zich ook bewust zijn van hun handelen om zo beveiligingsincidenten te voorkomen.
In 2024 is een nieuw trainingsplatform in gebruik genomen waar medewerkers periodiek trainingen moeten volgen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Deelname wordt gemonitord. Ook in 2024 is op diverse momenten extra aandacht geweest voor het belang van het melden van datalekken en beveiligingsincidenten door medewerkers. Door middel van het voeren van discussies, het geven van presentaties bij indiensttreding en door het plaatsen van berichten op het intranet zorgen we ervoor dat de drempel zo laag mogelijk wordt gemaakt. Voor het snel en correct opvolgen van datalekken en beveiligingsincidenten zijn we namelijk afhankelijk van de meldingsbereidheid van onze collega’s. In 2024 is de ochtend van de privacy geïntroduceerd. Op deze door de internationale dag van de privacy (28 januari) geïnspireerde bijeenkomst worden medewerkers via een spelvorm geïnformeerd over de procedures die wij hanteren en aangespoord om na te denken over privacyvraagstukken waar zij als medewerker van een gemeente mee te maken kunnen krijgen. 2.1.8 Personeel & Organisatie Bij het vaststellen van de begroting 2024-2027 heeft uw raad ingestemd met budget voor het robuust maken van de organisatie. We hebben in 2024 nieuwe collega’s kunnen aannemen op diverse werkterreinen.
Ook het leidinggevend kader heeft volledige bezetting gekregen en er heeft dit jaar een Management Development traject voor leidinggevenden plaatsgevonden, gelet op de nieuwe rol die de teamleider krijgt voor personele taken en de afdelingsmanagers die zich gaan richten op de taken op het gebied van organisatieontwikkeling en strategische projecten die nodig zijn voor onze organisatie. Als gevolg van een nieuw E-HRM systeem per 2023 heeft 2024 nog steeds in het teken gestaan van verdere implementatie en verbetering van de processen binnen dit systeem. We hebben ons ingezet op het invullen van openstaande vacatures en ‘binden en boeien’ teneinde uitstroom te voorkomen. Hierbij blijven wij op zoek naar nieuwe manieren van werven, zoals deelname aan de Open Bedrijvendag. Ook plaatsen we vanaf dit jaar de vacatures op de website Werken in de Kempen waardoor het bereik van kandidaten groter is geworden. Dit heeft er mede voor gezorgd dat we voldoende competente kandidaten kregen voor de openstaande vacatures.
6
Daarnaast hebben we stappen gezet met betrekking tot een aantal organisatiebrede projecten op het gebied van vitaliteit, externe veiligheid, de overgang naar de landelijke functieprofielen (HR21) en strategisch HRbeleid. Hieronder volgt een overzicht van de begrote en werkelijke kosten aan inhuur en salarissen in 2024. De kosten van inhuur van personeel ten laste van investeringskredieten of grondexploitaties zijn hierin niet opgenomen.
Omschrijving
Begroot
Werkelijk
Verschil
Salariskosten
€ 7.414.000
€ 7.364.000
€ 50.000
Inhuur
€ 2.209.000
€ 2.051.000
€ 158.000
Totaal
€ 9.623.000
€ 9.415.000
€ 208.000
2.1.9. Rechtmatigheidsverantwoording door college In 2023 heeft het college van Burgemeester en Wethouders voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor de financiële gang van zaken in de organisatie. Gedurende 2024 is er landelijk nog discussie geweest hoe om te gaan met begrotingsrechtmatigheid. Nieuwe richtlijnen hiervoor zijn beschreven in de ‘Kadernota rechtmatigheid 2024’ van de commissie BBV van oktober 2024. Naar aanleiding van de nieuwe kadernota is de Financiële verordening 2024 aangepast. Hiermee is ten opzichte van 2023 de verantwoordingsgrens van 1% naar 2% verhoogd. De verantwoordingsgrens valt binnen de bandbreedte van 0% tot 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief toevoeging aan de reserves. (paragraaf 3.2 Kadernota rechtmatigheid 2024). De totale lasten (inclusief dotatie reserves) over het boekjaar zijn € 64.141.000. Met een verantwoordingsgrens van 2% over de totale lasten komt dit neer op afgerond € 1.283.000. De rapporteringsgrens voor afwijkingen van € 50.000 is ongewijzigd gebleven. Door middel van doorlopende interne (verbijzonderde) controles worden eventuele onrechtmatigheden opgespoord. In het interne controleplan zijn processen aangewezen waarop controles uitgevoerd worden.
Deze controles worden door middel van een risicoanalyse per proces opgezet. Om vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving is binnen de gemeente, naast de Financiële verordening, getoetst op een drietal criteria. De grondslag en uitwerking daarvoor ligt vast in: • Controleverordening gemeente Reusel-de Mierden 2023; • Controle- en rechtmatigheidsprotocol 2023-2024; • Interne controleplan De rechtmatigheidsverantwoording van het college is in deze paragraaf opgenomen. De bevinding van het college is gebaseerd op het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en misbruik en oneigenlijk gebruik. Hieronder wordt per criterium toegelicht welke maatregelen daarvoor genomen zijn. Daarnaast worden de bevindingen per criterium toegelicht. Begrotingscriterium Begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de door de raad geautoriseerde begroting.
Dit wordt in de financiële verordening als volgt omschreven: “Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en mutaties reserves en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.” De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, dus per Programma.
7
In de kadernota rechtmatigheid 2024 worden door de commissie BBV de nieuwe kaders voor het begrotingscriterium verduidelijkt.
Dit betekent: 1. Alle overschrijdingen van lasten en/of investeringskredieten zijn onrechtmatig. Het college heeft immers meer geld besteed dan de raad heeft goedgekeurd. Wel is dit onder bepaalde voorwaarden acceptabel. Bijvoorbeeld als er extra inkomsten tegenover staan die dit dekken. De voorwaarden waaronder overschrijdingen acceptabel zijn, zijn bepaald door de raad en zijn opgenomen in de Financiële Verordening. Acceptabele onrechtmatigheden Overschrijding van begrote lasten en/of investeringen is in beginsel onrechtmatig, maar is wel ‘acceptabel’ wanneer er sprake is van situaties die beschreven zijn in onze financiële verordening: een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren; een overschrijding op een open-einde regeling; de overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage; de overschrijding een gevolg is van gewijzigde wettelijke bepalingen. Begrotingsonrechtmatigheden die acceptabel zijn, worden wel benoemd in de paragraaf Bedrijfsvoering, voor zover de rapportagegrens is overschreden, maar worden niet nader toegelicht. 2. Alle onderschrijding van lasten/investeringen en afwijkingen (dus zowel onder- als overschrijdingen) van baten zijn alleen onrechtmatig als ze door het college niet tijdig aan de raad zijn gemeld.
De raad had immers dan wellicht andere keuzes kunnen maken. Tijdig houdt in met een tussentijdse rapportage of indien dit niet mogelijk was in de jaarrekening van dat boekjaar. In 2023 was alles wat in de jaarrekening gemeld was tijdig en dus rechtmatig In 2024 worden deze beoordeeld, indien ze niet gemeld tijdig gemeld zijn, worden ze meegenomen als onrechtmatig. 3. Bij de verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid wordt in de kadernota rechtmatigheid uitgegaan van bruto onrechtmatigheid. Dit is inclusief de onrechtmatigheden die door de raad als acceptabel worden gezien. In 2023 hebben we alle acceptabele afwijkingen als rechtmatig bestempeld. In 2024 is dit niet meer toegestaan. Door deze wijziging is vanaf 2024 de kans groter op een overschrijding van de verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid.
8
Maatregelen ter voorkoming begrotingsonrechtmatigheden: Voor komend jaar 2025 zullen we begrotingswijzigingen splitsen in uitgaven en inkomsten, om de begrotingsonrechtmatigheden drastisch te verlagen. Aan het einde van elk jaar wordt indien nodig een extra Raadsvoorstel opgesteld worden waarin geconstateerde afwijkingen als begrotingswijziging worden voorgelegd. Hieronder is de tabel opgenomen met de cijfers van 2024. Onder de tabel worden deze cijfers toegelicht.
Begrotingscriterium
Bedrag
1A.
Overschrijding lasten programma's
€
6.111.000
1B.
Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
€
193.000
2.
Ongeautoriseerde reservemutaties
€
-
3.
Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten, niet tijdig gemeld
€
1.444.000
Totaal begrotingsonrechtmatigheden € 4.a Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel zijn geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. € 4.b De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. €
7.748.000
Voorwaardencriterium
5.
Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering).
2.265.000 Bedrag
€
M&O Criterium geen bevindingen
5.483.000
1.538.000 Bedrag
€
-
€
9.286.000
Waarvan acceptabel (4.a)
€
5.483.000
Waarvan niet-acceptabel (4.b + 5 + 6)
€
3.803.000
6.
Totaal onrechtmatigheden
9
1A. Overschrijdingen lasten programma’s (exploitatie) De toets op begrotingsrechtmatigheid richt zich op de beschikbaar gestelde uitgavenbudgetten en de in werkelijkheid bestede bedragen per Programma. LASTEN (* 1000 €) Programma Bestuur en 0 ondersteuning
Raming
Werkelijk
8.633
9.476
1 Veiligheid
1.706
1.616
2 Verkeer en vervoer
2.938
3.043
3 Economie
4.413
4 Onderwijs Sport, cultuur en 5 recreatie 6 Sociaal domein Volksgezondheid en 7 milieu Volkshuisv., ruimt.ord., 8 sted. vernieuwing
Onderschrijding
Overschrijding
843
Acceptabel
Niet-acceptabel
783
60
90
0
105
60
45
5.088
675
675
0
1.049
1.172
122
4
118
3.184
3.756
572
572
0
17.055
17.704
650
650
0
4.198
4.603
406
0
406
4.185
6.924
2.739
2.739
0
47.361
53.382
6.111
5.573
629
90
90
Overschrijdingen op lasten groter dan € 50.000: - Pr. 0: Hogere inleenkosten van griffier (€ 60.000) waren niet eerder gemeld en dus onrechtmatig. Dotatie aan de pensioenvoorziening voor politieke ambtsdragers (APPA) vanwege hogere rekenrente: € 612.000, deze afwijking is acceptabel omdat dit ontstaan is vanuit een wettelijke verplichting. Hogere uitgaven voor reisdocumenten (€ 82.000) en kosten HR21 (€ 51.000) die doorbelast zijn aan andere gemeenten, zijn allemaal acceptabele afwijkingen vanwege compenserende baten. - Pr. 2: Op Verkeer en Vervoer is een lastenoverschrijding ten opzichte van de begroting geconstateerd van € 105.000. Een deel van deze onrechtmatigheid (€ 60.500 wordt gedekt wordt door een onttrekking uit de Bestemmingsreserve Bereikbaarheidsagenda en wordt daarom beschouwd als acceptabel. De resterende overschrijding op onderhoud wegen is hoger dan gemeld in de 2e Berap en daarom niet acceptabel. - Pr. 3: De grondexploitatie Bedrijventerrein Kleine Hoeven heeft een positieve invloed op het rekeningresultaat door samenvoeging van fase I en II. De hogere lasten van € 755.000 worden gecompenseerd door hogere baten van € 3.780.000 en zijn daarmee acceptabel. - Pr. 4: De terugbetaling van een niet benutte Specifieke Uitkering over 2020-2021, die niet voorzien was, met betrekking tot Onderwijsachterstanden van € 118.000 veroorzaakt een overschrijding in 2024.
Dit wordt als niet-acceptabel geclassificeerd. - Pr. 5: De verhuizing van de bibliotheek naar de Kei brengt inhaalafschrijvingen met zich mee, Dit zorgt administratief voor niet-begrote kosten in programma 5 voor € 515.000. Deze afwijking is acceptabel omdat dit gedekt wordt vanuit een bestemmingsreserve die hiervoor gevormd is. - Pr. 6: Binnen het programma Sociaal Domein zijn forse kostenoverschrijdingen zichtbaar - (€ 650.000). Dit wordt verder toegelicht in de jaarrekening onder Programma 6. Deze afwijkingen zijn weliswaar onrechtmatig, maar wel acceptabel omdat ze deels worden gecompenseerd door ontvangsten uit subsidies en voor het overige behoren bij de open einde regeling (WMO en Jeugdhulp). - Pr. 7: De saneringskosten en kosten van archeologisch onderzoek voor € 460.000 bij de werkzaamheden aan de riolering in de Marialaan/Groeneweg en Voort waren onvoorzien (niet meegerekend in de voorziening voor Rioleringsonderhoud) en komen daarom direct ten laste van het resultaat. Deze worden als niet-acceptabel aangemerkt.
10
-
Pr. 8: Vanuit de grondexploitaties voor woningbouw ontstaan afwijkingen op de begrote uitgaven die gecompenseerd worden door hogere inkomsten uit diezelfde projecten. Daardoor zijn deze onrechtmatigheden wel acceptabel.
1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) (€ 193.000) Bij één krediet is sprake van een overschrijding boven de rapportagegrens van € 50.000. Het krediet “Anticiperende grondverwervingen” is met € 127.281 overschreden. Hierop zijn gronden aangekocht ter voorbereiding van mogelijke toekomstige woningbouwlocaties. Op dit krediet is artikel 4.5.2 uit de ‘Nota Grondbeleid Reusel-De Mierden 2021’ van toepassing. De afgelopen jaren is door het College geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid om grondaankopen te doen. In 2024 deed zich de mogelijkheid voor om op twee locaties gronden aan te kopen. Na verantwoording van deze aankopen in deze jaarrekening valt volgens genoemd artikel het budget in 2025 weer vrij voor nieuwe aankopen. Met de laatste aankoop in december 2024 werd echter het beschikbare jaarbudget van € 1.000.000 overschreden en moet deze transactie meegenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. 2.Ongeautoriseerde reservemutaties Er zijn geen ongeautoriseerde reservemutaties in 2024. Alle mutaties zijn gebaseerd op besluitvorming door Raad of College. 3.
Overschrijding van baten en / of onderschrijding van baten en lasten Zoals in de inleiding van de begrotingsrechtmatigheid vermeld hebben we afgesproken dat het vermelden van overschrijdingen van baten en / of onderschrijdingen van lasten en baten, die ontstaan na de laatste tussenrapportage, in de jaarrekening tijdig is en om deze reden niet onrechtmatig.
LASTEN (* 1000 €) Programma 1 Veiligheid
Raming
1.706
Werkelijk
1.616
Onderschrijding
Overschrijding
90
Tijdig gemeld = rechtmatig
Onrechtmatig
90
0
BATEN (* 1000 €) Programma 0 Bestuur en ondersteuning
Raming
Werkelijk Onderschrijding Overschrijding
Tijdig gemeld = rechtmatig
30.694
31.190
496
496
1 Veiligheid
64
100
36
36
2 Verkeer en vervoer
129
179
50
50
3 Economie
4.548
10.011
5.463
4.019
4 Onderwijs
138
166
28
28
5 Sport, cultuur en recreatie
549
452
6 Sociaal domein
5.357
5.548
191
191
7 Volksgezondheid en milieu Volkshuisv., ruimt.ord., sted. 8 vernieuwing
2.932
3.193
261
261
2.608
5.319
2.711
2.711
47.019
56.158
9.237
7.890
97
97
Onrechtmatig
1.444
97
1.444
Onderschrijding van lasten groter dan € 50.000 (deze zijn niet onrechtmatig wanneer tijdig gemeld): - Pr. 1: Lagere lasten op veiligheid door een doorbelasting van uitgeleend personeel aan Gemeenschappelijke regeling vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van € 144.000. Toegelicht in de jaarrekening is tijdig, de achterliggende overeenkomst is pas in 2025 ondertekend, daarmee is deze afwijking niet onrechtmatig.
11
Afwijkingen op inkomsten groter dan € 50.000 (deze zijn niet onrechtmatig wanneer tijdig gemeld): - Pr.0: Hogere Algemene Uitkering van het Rijk bekend gemaakt in de decembercirculaire (€ 380.000). Doorbelasting voor gezamenlijk project HR21 aan andere Kempengemeenten was niet verwerkt in de begroting en waren ook niet eerder bekend. (€ 84.000) Dit compenseert de hogere uitgaven hiervoor. Toelichting in de jaarrekening is tijdig en daarmee is deze afwijking niet onrechtmatig. Pr. 1: Hogere baten vanwege een dwangsom van € 30.000, ontvangen in januari 2025, dus melding in de jaarrekening is tijdig. Daarmee is deze afwijking niet onrechtmatig. - Pr. 2: Verkeersveiligheidssubsidie (€ 86.000): De werkwijze tot op heden was om subsidies niet te begroten en alleen in de jaarrekening te verantwoorden in de SISA verantwoording. Daarmee is deze afwijking niet onrechtmatig. - Pr. 3: Als eindafrekening voor het Kempisch Bedrijvenpark in Hapert is € 205.000 als nog te ontvangen in 2025 meegenomen. Zie paragraaf verbonden partijen. De communicatie hierover is pas na de 2e berap ontvangen, dus toegelicht in de jaarrekening is tijdig. - Pr. 3: Vanuit de verkoop van agrarische gronden nabij landgoed De Utrecht is een incidentele opbrengst van € 1.444.000 behaald in relatie tot de natuurcompensatie Wellenseind.
Dit is op basis van een collegebesluit uit 2023, maar is destijds niet verwerkt als begrotingswijziging. Het tekenen van de verkoopovereenkomst vond plaats in juli 2024, daarom is het informeren van de Raad in de jaarrekening niet tijdig en is deze afwijking onrechtmatig. - Pr. 3: Meer opbrengsten uit grondexploitatie Kleine Hoeven (€ 3.783.000), deze calculaties worden slechts eenmaal per jaar bijgewerkt en daarom is verantwoording in de jaarrekening tijdig. Pr. 4: Ontvangen subsidie (SPUK) De werkwijze tot op heden was om subsidies niet te begroten en alleen in de jaarrekening te verantwoorden. Daarmee is deze afwijking niet onrechtmatig. - Pr. 5: Op Openbaar Groen is een afwijking vanwege gemiste houtopbrengsten door de natte weersomstandigheden (€ 233.000) In de 2e Berap is al benoemd dat de houtopbrengst nog op zich liet wachten, daarmee is deze afwijking tijdig gemeld. - Pr. 6: Subsidies voor Inburgering en opvang worden in de SISA verantwoording in de jaarrekening verwerkt (€ 150.000) daarmee zijn ze niet onrechtmatig. - Pr. 7: Brede Spuk, SISA en CDOKE subsidies (€ 261.000) verantwoording in jaarrekening is tijdig, afwijkingen op energiemaatregelen en transitievisie Warmte zijn al in de 2e berap vernoemd en zijn daarmee niet onrechtmatig. - Pr.
8: Hogere inkomsten uit Anterieure Overeenkomsten (€ 200.000) waren niet begroot, evenals een subsidie van de provincie vanuit Ruimte-voor-ruimte (€ 50.000) De overige hogere inkomsten zijn veroorzaakt door de grondexploitaties (€ 2.450.000). Zowel de subsidie-verantwoording als de herziene calculaties voor grondexploitaties en AO’s worden zoals gebruikelijk pas in de jaarrekening verwerkt, dus deze zijn tijdig gemeld. Voorwaardencriterium Voldoen aan het voorwaardencriterium wil zeggen dat alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (interne en externe) wet- en regelgeving. Dit wordt in de financiële verordening als volgt omschreven: “Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.” Het voorwaardencriterium heeft voor de gemeente vooral betrekking op de naleving van de aanbestedingswetgeving en uitgaande subsidies. De interne controlewerkzaamheden op inkopen en aanbestedingen zijn primair gericht op het voldoen aan de Europese aanbestedingswetgeving.
Enkel constateringen op het gebied van Europese aanbestedingswetgeving hebben een effect op het rechtmatigheidsoordeel. Jaarlijks worden twee keer spendanalyses opgesteld over de inkooplasten van het jaar. De focus ligt hierbij op crediteuren met meerjarige lasten boven de Europese drempels waarbij geen Europese aanbesteding is doorlopen en op nieuwe crediteuren in 2024. Voorwaardencriterium Aanbestedingsonrechtmatigheid
€ 1.538.000
De aanbestedingsonrechtmatigheden betreffen opdrachten die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed. Hiervan zijn er drie opdrachten die meer dan € 50.000 over de aanbestedingsgrens gaan, namelijk:
12
-
Verlenging opvang asielzoekers in het Fletcher hotel (€ 803.000 tot en met april 2025) ,waarvan €515.000 in 2025 en € 288.000 in 2024) Raamcontract ingenieursbureau vanaf 2022 (€ 558.000) (waarvan € 13.000 in 2025) Maaien van sloten en bermen (€ 104.000)
In 2025 is voor de eerste twee diensten de aanbesteding wel Europees gedaan. De onrechtmatigheid van januari t/m april 2025 is meegenomen in deze verantwoording over 2024. Daarmee behoeven deze in de jaarrekening van 2025 niet meer opgenomen te worden als onrechtmatige aanbesteding. We trachten dit soort onrechtmatigheden te voorkomen door een betere inschatting te maken van de inkoopwaarde en daar een zekerheidsmarge in aan te houden, waardoor het risico op overschrijding kleiner wordt. De inkoopanalyse gaan we in 2025 vier keer per jaar uitvoeren, om afwijkingen eerder te constateren en nog bij te kunnen sturen. De Raad zal gedurende het jaar geïnformeerd worden bij geconstateerde onrechtmatigheden, ofwel in een Berap of met een Raadsinformatienota. In de organisatie worden momenteel beheersmaatregelen genomen om in de toekomst contractenbeheer beter te organiseren.
Misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium In de financiële verordening wordt het M&O criterium als volgt omschreven; “Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.” Onder misbruik wordt verstaan: het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van informatie, met als doel onterecht gemeentelijke subsidies of -uitkeringen krijgen, of niet/een te laag bedrag aan heffingen aan de gemeente betalen. Bij oneigenlijk gebruik gaat het om burgers of organisaties die misbruik maken van gemeentelijke regelingen, doordat ze weliswaar handelen naar de letter van die regelgeving maar dat feitelijk doen in strijd met het doel en de strekking ervan. Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium Uit de interne controles zijn geen bevindingen naar voren gekomen dat het M&O beleid niet is nageleefd.
€0
Totaal onrechtmatigheid 2024 Met een verantwoordingsgrens van € 1.283.000 (2% over de totale lasten) vallen bovenstaande onrechtmatigheden boven de tolerantie.
13
2.2
Lokale heffingen
2.2.1. Algemeen De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van het gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in de portemonnee. Zij wensen -terecht- waar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 2.2.2. Ontwikkelingen Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar. In 2024 werd de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2023. De marktwaarde van het onroerend goed ontwikkelde zich onafgebroken in een stijgende lijn. Het aantal bezwaarschriften daarentegen gericht tegen de WOZ-waarde nam af. Debet hieraan is het kabinetsbesluit per 1 januari 2024 om de hoogte van de proceskostenvergoeding in WOZ bezwaar- en beroepszaken flink te verlagen. Van de formele ingediende bezwaren is 70% afkomstig van zogenaamde no-cure-no-paybureaus (NCNP). Het aantal formele bezwaarschriften daalde van 552 in 2023 naar 385 stuks in 2024. Ook het aantal informele bezwaren nam licht af van 312 naar 272 stuks. Hiermee lopen wij in de pas met de landelijke trend.
De Waarderingskamer heeft in 2024 weer een onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de uitvoering van de Wet WOZ in onze gemeente. Wij behouden het predicaat “goed”. Riolering In 2023 heeft de gemeenteraad de “Visie Water Riolering 2024-2028” vastgesteld. Het betreft de opvolger van het VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021). De lasten worden gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2024-2028. Het verschil tussen lasten en baten wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening riolering. Zodoende worden grote pieken en dalen in de tarieven voorkomen. In 2024 is het tarief verhoogd van € 1,98 per m³ naar € 2,43 per m³ waterverbruik. In 2024 is de opbrengst van de rioolheffing lager dan was geraamd, circa 1,2%. Oorzaak is het natte en regenachtige jaar 2024. Dientengevolge is er minder water gebruikt om de tuin te besproeien tijdens periodes van hitte in de zomer. Daarentegen waren ook de lasten hoger (vooral energiekosten en onderhoudskosten). Per saldo wordt € 1.000 toegevoegd aan de voorziening riolering, waardoor het saldo van die voorziening per 31-12-2024 € 234.000 bedraagt. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing was de opbrengst in 2024 lager dan geraamd, circa 6,4%. Dit kan jaarlijks fluctueren omdat aanleveren van afval van zowel huis-aan-huisafval alsmede hetgeen aangeboden wordt op de milieustraat geen vaststaande zekere factor is.
De kosten daarentegen stegen substantieel ten opzichte van het jaar 2023. Debet hieraan zijn de sterk gestegen loonkosten van de medewerkers (Kempenplus) die onze milieustraat bemensen. Leges De kostendekkendheid van de legestarieven wordt jaarlijks gevolgd. Tevens wordt er nadrukkelijker gekeken of alles wat doorberekend kan worden ook daadwerkelijk via de leges wordt verhaald. Het is niet toegestaan dat de gemeente winst maakt op groepen van samenhangende legesopbrengsten. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. 2.2.3. Beleid en tariefstelling De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Daarnaast zijn de gemeentelijke belastingen en heffingen de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt. De tarieven zijn dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met de inflatiecorrectie, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. Door incidentele oorzaken kunnen de werkelijke lasten en baten afwijken, waardoor ook de kostendekking anders uitvalt. 2.2.4.
Toeristenbelasting en woonforensenbelasting De toeristenbelasting is in 2024 hetzelfde gebleven als in 2023, namelijk € 1,60 per persoon per nacht. De forensenbelasting is verhoogd met de jaarlijkse inflatie index. Het tarief is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde (0,758%).
14
2.2.5.
De belangrijkste tarieven
OZB OZB woningen eigenaar OZB niet-woning eigenaar OZB niet-woning gebruiker Afvalstoffenheffing Vastrecht 140 liter GFT 240 liter GFT 30 liter gemeentelijke tariefzak Rioolheffing Toeristenbelasting Woonforensenbelasting
2023
2024
Heffingsmaatstaf
0,0846% 0,2476% 0,1442%
0,0810% 0,2471% 0,1467%
% van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde
€ 96,24 € 2,30 € 3,95 € 3,10 € 1,98 € 1,60 0,728%
€ 120,96 € 2,48 € 4,26 € 3,35 € 2,43 € 1,60 0,758
per jaar per lediging per lediging per zak per m³ per persoon per nacht % van de WOZ-waarde met een maximum van €1.360,-
2.2.6. Belastingdruk Lokale lastendruk 2024 per huishouden In de begroting en in het raadsvoorstel inzake de belastingtarieven wordt op basis van aannames een berekening gemaakt van de gemiddelde lokale lastendruk per huishouden. In de jaarrekening kan dat nu afgezet worden tegen werkelijke aantallen. In het raadsvoorstel RA23.089 (d.d. 12-12-2023) met betrekking tot de belastingtarieven 2024 is gerekend met de volgende gegevens: OZB: gemiddelde woningwaarde € 413.000, tarief eigenaren 0,0810%; Afval: 7,5 GFT-ledigingen à € 2,48 + 3 restafvalzakken à € 3,35 + vastrecht € 120,96; Riool: 121 m³ waterverbruik à € 2,43 (op basis van VGRP). De werkelijke gegevens over 2024 zijn: OZB: gemiddelde woningwaarde € 422.000, tarief eigenaren 0,0810%; Afval: 6,85 GFT ledigingen à € 2,48 + 2,95 restafvalzakken à € 3,35 + vastrecht € 120,96; Riool: 120 m³ waterverbruik à € 2,43 Dat alles geeft het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Gemiddelde belastingdruk per huishouden Bedragen in €
Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte *) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal per huishouden
Raming 2024 € 334,53 € 149,61 € 294,03 € 778,17
Werkelijk 2024 € 341,82 € 147,83 € 291,60 € 781,25
*) Het totaal aan opbrengst onroerende zaakbelasting (zie volgende pagina) daalt. De oorzaak ligt in de lagere WOZ-waardering op niet-woningen. De minderopbrengst op niet-woningen is hoger dan de meeropbrengst van woningen. Zie ook de toelichting onder Programma 0.6. 2.2.7. Kwijtschelding Als de belastingplichtige en eventuele partner samen een netto besteedbaar inkomen hebben op bijstandsniveau en er weinig vermogen is, komt deze mogelijk in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Voor de bepaling van inkomen en vermogen is wettelijk bepaald wat meegenomen moet worden. Of men daadwerkelijk in aanmerking komt voor (gedeeltelijke) kwijtschelding hangt dus af van de persoonlijke situatie. Het netto besteedbaar inkomen mag niet meer bedragen dan de kosten van bestaan. De volgende beleidskeuzes zijn gemaakt voor het beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken: Alleen kwijtschelding te verlenen voor onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing aan natuurlijke personen. De kwijtschelding voor de kosten van het ledigen van GFT-containers is gemaximeerd op 5 ledigingen per jaar;
15
De kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden zijn gesteld op 100% van de netto AOW-bedragen; De kosten van bestaan van niet-AOW-gerechtigden zijn gesteld op het maximum, te weten: 100% van de bijstandsnorm; Extra toegestane financiële middelen op vermogensnorm; De netto kosten kinderopvang worden meegenomen als uitgaven voor de bepaling van het nettobesteedbaar inkomen; Kwijtschelding mogelijk voor ondernemers die een BBZ-uitkering ontvangen.
2.2.8. Inkomsten uit belastingen en heffingen De inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen in 2024 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Als vergelijkingscijfer staat ook de opbrengst in 2023 vermeld. Verschillen tussen ramingen en werkelijke opbrengsten zijn in de programma’s toegelicht.
Bedragen in € Belastingsoort
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
Onroerende zaakbelastingen Toeristenbelasting Woonforensenbelasting Leges omgevingsvergunningen Leges bestemmingsplannen Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, etc.) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Marktgelden
3.001.000 306.000 45.000 462.000 23.000 212.000
3.102.000 255.000 37.000 615.000 44.000 202.000
3.066.000 262.000 39.000 660.000 39.000 320.000
765.000 1.374.000 32.000
919.000 1.652.000 38.000
873.000 1.647.000 39.000
Totaal
6.220.000
6.864.000
6.945.000
16
2.3.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
2.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 2.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen: Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8); Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a. Algemene reserve b. Post onvoorzien c.
Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31-12-2024 is (inclusief het saldo van deze jaarrekening en rekening houdend met de voorgestelde resultaatbestemming): Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 4.173.000 Vrij besteedbaar € 16.056.000 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. Daarom zijn de gekwantificeerde risico’s (zie paragraaf 2.3.4) vermenigvuldigd met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van afgerond € 4.173.000. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten min of meer gezien worden als verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover). Daarom nemen we die niet mee in de berekening. De raad is overigens te allen tijde bevoegd om de bestemming van reserves aan te passen. Ad b. Post onvoorzien In de begroting is een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 1,- per inwoner, bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten (€ 14.000). Ad c.
Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moet de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. De meest recente factor daarvoor bedraagt 0,1614% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor Reusel-De Mierden van afgerond € 1,64 miljoen. Ad d. Begrotingsruimte Niet van toepassing bij de jaarrekening. Het jaarrekeningsaldo is meegerekend bij de algemene reserve.
17
Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven: Object
Oppervlak
Boekwaarde
Aanduiding boekwaarde Waarde
Basis waardeberekening
Verschil
Landbouwgrond, geliberaliseerde pacht
37,82 ha
€
-
€
3.782.000
378.200m² x € 10,00
€
Landbouwgrond, vaste pacht
88,8 ha
€
-
€
5.328.000
888.000 m² x € 6,00
€
5.328.000
Bossen, visvijver, landschapelementen
944 ha
€
-
€
11.800.000
944.000 m² x 1,25
€
11.800.000 1.253.277
Gemeentehuis/bibliotheek
€
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.990.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
Gemeentewerf
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
508.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
508.000
Sportzaal Den Houtert Lage Mierde
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.466.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
2.466.000
Sporthuis Reusel
€
1.814.988
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.369.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
554.012
Brede School Plus Lage Mierde (Opstap+Ster)
€
2.069.839
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.958.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
888.161
Basisschool De Akkerwinde Hooge Mierde
€
419.472
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.428.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
1.008.528
Basisschool St. Clemens Hulsel
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
606.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
606.000
Basisschool De Torelaar Reusel
€
198.873
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.281.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
1.082.127
Basisschool De Leilinde Reusel
€
1.336.526
Boekwaarde 1-1-2024
€
3.279.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
1.942.474
Basisschool De Klimop Reusel
€
1.046.423
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.464.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
417.577
MFA De Kei Reusel
€
1.996.645
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.996.645
nog geen WOZ bekend
€
-
Brandweerkazerne Reusel
€
102.551
Boekwaarde 1-1-2024
€
373.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
270.449
Sportpark Den Hoek Reusel
€
454.382
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.530.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
2.075.618
Sportpark De Leeuwerik Hooge Mierde
€
167.407
Boekwaarde 1-1-2024
€
365.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
197.593
Sportpark D'n Daalacker Lage Mierde
€
16.571
Boekwaarde 1-1-2024
€
669.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
652.429
Sportpark 't Kantje Hulsel
€
58.847
Boekwaarde 1-1-2024
€
111.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
52.153
Gildeterrein Broekkant Lage Mierde
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
213.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
213.000
Woning Sportpark 1 Reusel
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
437.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
437.000
Kinderdagverblijf Dooleg Reusel
€
113.973
Boekwaarde 1-1-2024
€
304.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
190.027
Terrein voormalige werf Denestraat
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
28.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
28.000
Willibrordlaan 13 Hulsel
€
470.000
Boekwaarde 1-1-2024
€
470.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
€
1.736.723
3.782.000
12.003.218
€
47.755.645
€
35.752.427
De stille reserves hebben dus een omvang van € 35,7 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). Dat neemt niet weg dat in relatie tot de capaciteit om onverhoopte tegenvallers op te vangen de stille reserves wel een betekenis hebben. 2.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig.
Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moet worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op de ervaringen ter zake achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden. Grondexploitatie / Bestemmingsplannen De mogelijkheid bestaat dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed.
Hiervoor zijn geen specifieke middelen gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie.
18
Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s als extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d.. Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval. De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal
€ 6.000 € 141.000 € 929.000 € 1.076.000
Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz. De risico’s zijn dan groter. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen. Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste: GGD Brabant-Zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) KBP (Kempisch Bedrijven Park) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant) BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen.
Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook al zijn samenwerkingen vrijwillig, kunnen er wel ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit de betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden. Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen. Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen.