CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 [21.24721] - Toelichting op aanvraag wijzigingsvergunning 3 november 2021

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel instemmen voorgenomen wijziging Omgevingsvergunning windpark Agro-Wind voor de activiteit milieu3.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Reusel – de Mierden t.a.v. mevr. M. van der Hoff Kerkplein 3 5541 KB Reusel

Datum: 2 november 2021 Betreft: Aanvraag wijziging vergunningvoorschriften omgevingsvergunning Windpark Agro-Wind Reusel

Geacht college, Op 3 maart 2020 is door uw college vergunning (kenmerk REU-2019-0236) verleend voor het bouwen, oprichten en in werking hebben van windpark Agro-Wind Reusel. Tegen deze vergunning is beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). In een tussenuitspraak van 30 juni 2021 (202003882/1/R3, ECLI:NL:RVS:2021:1395) heeft de Afdeling geoordeeld dat er ten onrechte geen plan-MER is verricht voor de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de regeling zodat de bepalingen in strijd zijn met het Unierecht. De windturbinebepalingen moeten daarom bij te realiseren windturbineparken buiten toepassing worden gelaten. Hierdoor kan niet aan deze normen worden getoetst bij het besluit tot vergunningverlening van het Windpark Agro-Wind Reusel (WAWR). In haar uitspraak wijst de Afdeling er onder meer op dat voor een omgevingsvergunning op grond van art. 2.1, lid 1, sub e Wabo alsnog een beoordeling moet worden uitgevoerd van de milieuaspecten betrokken in het Activiteitenbesluit en -regeling. Voor zover het belang van de bescherming van het milieu dat vereist, moeten over die milieuaspecten voorschriften in de omgevingsvergunning worden opgenomen. De Afdeling overweegt daarbij dat art. 2.22, lid 5, Wabo niet aan het opnemen van voorschriften in de omgevingsvergunning in de weg staat.

Graag verzoeken wij naar aanleiding van de betreffende uitspraak om wijziging van de vergunningvoorschriften aan de omgevingsvergunning, evenals een aanvullend voorschrift ten behoeve van de financiële zekerheid voor het verwijderen van de installatie na de vergunningsduur. De aanvraag betreft het verbinden van vergunningvoorschriften op grond van art. 2.22 Wabo met het oog op het belang van het milieu uit art. 2.14, lid 3, Wabo. Ter onderbouwing van deze aanvraag tot het verbinden van vergunningvoorschriften is als bijlage bij deze aanvraag een rapportage gevoegd, opgesteld door Pondera Consult. De rapportage geeft een actuele, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde motivering van de te hanteren normering van de milieuaspecten voor het WAWR die voorheen in het Activiteitenbesluit en de -regeling werden geregeld. De rapportage geeft de onderbouwing voor de toe te passen normering voor het WAWR ten behoeve van het verzekeren van een adequaat beschermingsniveau van het milieu. In dit licht is een aanvullende categorie ten aanzien van slagschaduw gevoelige objecten aangebracht, om zodoende de relevante optredende hinder bij deze objecten te kunnen beoordelen en normeren. Voor de duidelijkheid: hiermee wordt meer bescherming geboden dan voorheen onder het Activiteitenbesluit en regeling bestond.

Tevens bevat het rapport de referentiesituatie van de betreffende milieuaspecten voor het Windpark Agro-Wind Reusel. Een en ander in aanvulling op de bij de oorspronkelijke aanvraag reeds ingediende onderzoeken en het MER. De aangevraagde norm voor beperking van slagschaduw is 6 uur per jaar. Dit is strenger dan de norm opgenomen in art. 3.12 Activiteitenregeling, aangezien daarin slagschaduw was toegestaan van maximaal

17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag. Deze algemene norm had als consequentie dat slagschaduw van minder dan 20 minuten per dag niet meetelde voor deze norm. Dit is met de nu aangevraagde norm niet meer mogelijk, waarmee meer bescherming wordt geboden aan de omgeving. Voor het Windpark wordt geen separate norm voor externe veiligheid aangevraagd (zie artikel 3.15a van het Activiteitenbesluit). Er liggen namelijk geen kwetsbaar of beperkt kwetsbare objecten in de omgeving van de windturbines waarvoor normstelling nodig is. Graag verzoek ik u namens de aanvrager de inhoud van de rapportage te beoordelen en de verleende omgevingsvergunning hierop aan te passen door de volgende vergunningvoorschriften, dan wel vergelijkbare formuleringen, te verbinden aan de Omgevingsvergunning activiteit Milieu. Voor de duidelijkheid wordt erop gewezen dat de formulering van de voorgestelde vergunningvoorschriften zo veel als mogelijk aansluit bij de formulering van de normen in het Activiteitenbesluit en de -regeling. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de nu op te nemen vergunningvoorschriften materieel hetzelfde zijn als de vervallen windturbinebepalingen, uiteraard wel voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering.

Waar nodig is de formulering aangepast, om de algemene regels om te zetten naar vergunningvoorschriften. Waar echter de regels uit het Activiteitenbesluit en de -regeling niet van toepassing zijn op het WAWR, zijn deze regels niet overgenomen. Dit betreft bijvoorbeeld de bepalingen over het stellen van maatwerkvoorschriften. Voor zover in het Activiteitenbesluit en de -regeling werd gewezen op bijlage 4 van de Activiteitenregeling voor de normering van de geluidsproductie van het Windpark, is bij deze aanvraag een bijlage gevoegd met daarin de voor de geluidsproductie relevante onderdelen. Voor het vergunningvoorschrift over de financiële zekerheid geldt het volgende. De omgevingsvergunning is verleend voor het realiseren van een windpark voor een periode van 25 jaar. Na ommekomst van deze termijn moet het windpark worden gesaneerd. Ter nadere borging hiervan is in de anterieure overeenkomst voorgeschreven dat er een reservering moet worden opgenomen voor de kosten voor verwijdering van de windturbines die ten laatste 12 maanden voor de verwijdering 100% wordt volgestort of zoveel eerder als mogelijk. Met deze afspraak wordt aanvullend geborgd dat het Windpark niet langer dan nodig in het landschap aanwezig blijft en daarmee worden de potentiële milieueffecten van het Windpark nader beperkt.

Met deze aanvraag tot wijziging van de omgevingsvergunning wordt verzocht om deze verplichting ook publiekrechtelijk te borgen. Nieuw vergunningvoorschrift voor geluidsbelasting: Voorschrift 1 (voorheen art. 3.14a Ab) 1. Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein, en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. Voorschrift 2 (voorheen art. 1.10 Ab) 1. Ten minste vier weken voordat het Windpark wordt opgericht, meldt vergunninghouder dit aan het bevoegd gezag.

Pagina 2

4148-3005-9314, v. 1

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van het Windpark en het veranderen van de werking daarvan. Deze melding is niet vereist, indien eerder een melding overeenkomstig dit vergunningvoorschrift is gedaan en door dit veranderen geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens.

3.

Bij de melding worden de volgende gegevens verstrekt: a. het adres en het nummer van de Kamer van Koophandel van het Windpark; b. de naam en het adres van degene die het Windpark opricht dan wel verandert of de werking daarvan verandert, en, indien dit iemand anders is, van degene die het Windpark drijft of zal drijven; c. het tijdstip waarop het Windpark of de verandering daarvan in werking zal worden gebracht, dan wel de verandering van de werking daarvan verwezenlijkt zal zijn; d. de aard en omvang van de activiteiten en processen in het Windpark; e.

f.

de indeling en uitvoering van het Windpark, waarbij de grenzen van het terrein van het Windpark, de ligging en de indeling van de gebouwen, de functie van de te onderscheiden ruimten en de ligging van de bedrijfsriolering en de plaats van de lozingspunten worden aangegeven; en een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de ligging van het Windpark ten opzichte van de omgeving is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl.

Voorschrift 3 (voorheen art. 1.11 lid 3 en 10 Ab) 1. Bij een melding als bedoeld in voorschrift 2, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek 2.

gevoegd indien de melding betrekking heeft op een of meer windturbines. Het akoestisch onderzoek voor windturbines wordt uitgevoerd overeenkomstig de in de bijlage van deze aanvraag opgenomen eisen.

Voorschrift 4 (voorheen art. 3.15 Ab) 1. De metingen van de geluidemissie ter bepaling van de bronsterkte van een windturbine of een combinatie van windturbines worden uitgevoerd overeenkomstig de eisen uit voorschrift 5 tot en met 9 en de bijlage bij deze aanvraag. 2. Vergunninghouder registreert de gegevens conform voorschrift 9 en verder en bewaart deze gegevens gedurende vijf kalenderjaren na dagtekening en houdt deze voor ter inzage. Voorschrift 5 (voorheen art. 3.14a Ar) Het rapport van een akoestisch onderzoek, bedoeld in voorschrift 3, bevat de volgende gegevens: a. de naam van de opdrachtgever van het onderzoek; b. de naam van de instantie die het onderzoek heeft uitgevoerd; c. de datum van het onderzoek; d. de aanleiding en het doel van het onderzoek; e. f. g.

de gegevens waarmee wordt aangetoond dat de betreffende situatie valt binnen het toepassingsbereik van de gebruikte methode; indien een andere methode dan die is voorgeschreven in deze vergunning wordt gebruikt, wordt de noodzaak daarvan aangegeven en wordt de toegepaste methode beschreven en verantwoord; indien een rekenmethode wordt toegepast, alle ingevoerde gegevens en tevens de geraadpleegde windfrequentiegegevens;

Pagina 3

4148-3005-9314, v. 1

h.

i. j.

een of meer kaarten of tekeningen op een zodanige schaal dat een duidelijk beeld wordt gegeven van bestaande of voorgenomen windturbines en van gevoelige gebouwen of gevoelige terreinen waarop het akoestisch onderzoek betrekking heeft; de waarneempunten; de situering, akoestisch relevante dimensies en de aard van de doorgerekende

geluidsbeperkende of afschermende maatregelen, zowel op oorspronkelijk kaartmateriaal als in de vorm van de geschematiseerde computerinvoer; k. de situering, akoestisch relevante dimensies en de aard van de overige geluidsreflecterende en afschermende objecten of constructies; l. de scheidingslijn of scheidingslijnen tussen akoestisch harde en zachte bodemvlakken, met een aanduiding van de aard van de bodem; m. in akoestisch gecompliceerde situaties, een grafische weergave van de bij de berekeningen gehanteerde geometrische invoergegevens; n.

de bestaande en toekomstige geluidsbelastingen vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines van de gevel van een gevoelig object of van de grens van een gevoelig terrein voor de situatie waarin geen maatregelen zijn genomen ter vermindering van de geluidsemissie of ter beperking van de geluidsoverdracht.

Voorschrift 6 (voorheen art. 3.14b Ar) 1. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek, bedoeld in voorschrift 5, wordt bij de bepaling van de geluidsbelasting van een windturbine of een combinatie van windturbines rekening gehouden met: a. de over een kalenderjaar energetisch gemiddelde bronsterkte volgens de methode, bedoeld in hoofdstuk 3 van de bijlage bij deze aanvraag, en met gebruikmaking van het door het KNMI aangeleverde langjarig gemiddelde windprofiel op ashoogte, tenzij wordt aangetoond dat gegevens beschikbaar zijn die een beter beeld geven van de geluidsemissie van de windturbine of een combinatie van windturbines; b. de invloed van de omgeving en de meteorologische omstandigheden op de geluidsoverdracht van de windturbine of een combinatie van windturbines naar het immissiepunt. 2. Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines plaatsvindt op de gevel van een gevoelig gebouw, bevindt het immissiepunt zich op het punt van de gevel, waar de geluidsbelasting het hoogst is. 3. Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines plaatsvindt op de grens van een gevoelig terrein, bevindt het immissiepunt zich op het punt van de grens waar de geluidsbelasting het hoogst is. 4.

Indien de geluidsbelasting van een windturbine of een combinatie van windturbines met andere geluidsbronnen wordt berekend, wordt de rekenregel, bedoeld in hoofdstuk 4 van de bijlage bij deze aanvraag, toegepast. Voorschrift 7 (voorheen Artikel 3.14c) Van de methode, bedoeld in hoofdstuk 3 van de bijlage van deze aanvraag, kan geheel of gedeeltelijk worden af geweken indien aannemelijk wordt gemaakt dat de toe te passen afwijking: a. een belangrijke tijdbesparing of kostenbesparing oplevert en in de betreffende situatie nagenoeg even nauwkeurig is; b. in de betreffende situatie belangrijk nauwkeuriger is, of c. voldoende nauwkeurig is en de methode, bedoeld in hoofdstuk 3 van de bijlage van deze aanvraag in de betreffende situatie niet leidt tot een voldoende representatieve geluidsbelasting.

Pagina 4

4148-3005-9314, v. 1

Voorschrift 8 (voorheen Artikel 3.14d) 1. Indien de gegevens over het, van de windsnelheid afhankelijke, bronvermogen van een windturbine of een combinatie van windturbines niet of niet volledig beschikbaar zijn, wordt dit bepaald volgens de methode, bedoeld in hoofdstuk 2 van de bijlage bij deze aanvraag. 2.

Indien in het kader van de handhaving wordt beoordeeld of het bronvermogen overeenkomt met de in het akoestisch onderzoek gebruikte waarden, wordt de methode, bedoeld in paragraaf 2.6 van de bijlage bij deze aanvraag toegepast.

Voorschrift 9 (Voorheen art 3.14eAr) Vergunninghouder registreert de volgende gegevens: a. de emissieterm LE, bedoeld in onderdeel 3.3.1 in de bijlage bij deze aanvraag, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar, en b.

de voor de duur van een handhavingsmeting als bedoeld in paragraaf 2.6 van de bijlage bij deze aanvraag benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte.

Nieuw vergunningvoorschrift voor slagschaduw en lichtschittering: Voorschrift 1 (Voorheen art. 3.14, onder 4 Ab) 1. Bij het inwerking hebben van een windturbine worden ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering de bij voorschriften 2 en 3 te stellen maatregelen toegepast. Voorschrift 2 (Voorheen art. 3.12 Ar) 1.

2.

3.

4.

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van slagschaduw gevoelige objecten voorzover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en meer dan 6 uur per jaar slagschaduw kan optreden en voorzover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen of woonwagens ramen bevinden. De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het slagschaduw gevoelige object. Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van overige slagschaduw gevoelige objecten voorzover de afstand tussen de windturbine en de overige slagschaduw gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en meer dan 6 uur per jaar slagschaduw kan optreden en voorzover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van overige slagschaduw gevoelige gebouwen ramen bevinden. De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het overige slagschaduw gevoelige object.

Onder een slagschaduwgevoelig object of terrein wordt verstaan: ieder object bedoeld voor bewoning of anderszins voor permanent verblijf van personen (woningen, woonboten of woonwagens en zorginstellingen) en voor zover de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s). Onder een overig slagschaduwgevoelig object wordt een object verstaan voor zover personen in een ruimte binnen dit object gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven tijdens de

Pagina 5

4148-3005-9314, v. 1

5.

daglichtperiode, en voor zover dit een gebouw of bouwwerk betreft, de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s). Er dient jaarlijks een geactualiseerd rapport ingediend te worden bij burgemeester en wethouders waarin een stilstandskalender is opgenomen en waaruit blijkt dat aan de eisen voor slagschaduw voldaan wordt ter plaatse van woningen van derden. Dit rapport dient uit te gaan van de actuele meerjarenvoorspelling voor zonneschijn en windrichting voor deze locatie. Berekeningen moeten worden uitgevoerd conform de in de bijlage van deze aanvraag opgenomen eisen.

Voorschrift 3 (Voorheen art. 3.13 Ar) 1.

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering wordt lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine zoveel mogelijk voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen. Het meten van reflectiewaarden vindt plaats overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode.

Nieuw vergunningvoorschrift voor externe veiligheid Voorschrift 1 (Voorheen art. 3.14, lid 1, 2, 3 en 5 Ab) 1.

Een windturbine wordt ten minste eenmaal per kalenderjaar beoordeeld op de noodzakelijke beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op het gebied van windturbines.

2.

Indien wordt geconstateerd of indien het redelijk vermoeden bestaat dat een onderdeel of onderdelen van de windturbine een gebrek bezitten, waardoor de veiligheid voor de omgeving in het geding is, wordt de windturbine onmiddellijk buiten bedrijf gesteld en het bevoegd gezag daaromtrent geïnformeerd. De windturbine wordt eerst weer in bedrijf genomen nadat alle gebreken zijn hersteld. Indien een windturbine als gevolg van het in werking treden van een beveiliging buiten bedrijf is gesteld, wordt deze pas weer in werking gesteld nadat de oorzaak van het buiten werking stellen is opgeheven. Een windturbine voldoet ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en

3.

4.

ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan aan de in voorschrift 2 gestelde eisen. Voorschrift 2 (Voorheen art. 3.14, lid 1 en 3Ar) 1.

2.

Ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan voldoet een windturbine aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1 Aan het voorgaande lid wordt voldaan indien voor de windturbine een certificaat is afgegeven door een certificerende instantie waaruit blijkt dat de windturbine voldoet aan deze regels. De certificerende instantie is geaccrediteerd voor het afgeven van certificaten, overeenkomstig de normen bedoeld in het eerste lid bij de Raad voor Accreditatie of bij een accrediterende instantie die erkend is door een andere staat, aangesloten bij de Multilateral Agreement on European Accreditation of Certification

Pagina 6

4148-3005-9314, v. 1

Nieuw vergunningvoorschrift voor financiële zekerheid Er wordt een reservering opgenomen voor de kosten voor de verwijdering van de windturbines die ten laatste 12 maanden voor de verwijdering 100% wordt volgestort of zoveel eerder als mogelijk. In aanvulling op het toevoegen van nieuwe vergunningvoorschriften wordt ook verzocht bestaande vergunningvoorschriften te wijzigen. Dit betreft de vergunningvoorschriften die nog verwijzen naar de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Vergunningvoorschrift 5 dient als volgt te gaan luiden: Uiterlijk 3 maanden voor de start van de bouw van de windturbines moet aan het bevoegd gezag meegedeeld worden welk type windturbines gerealiseerd wordt. Hierbij dient een rapport te worden overlegd waarin de geluidbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen en op de grens van gevoelige terreinen en waarin de slagschaduweffecten ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter is, worden weergegeven. In het rapport moet rekening gehouden worden met cumulatieve effecten van de nabijgelegen windturbines en uit het rapport moet blijken dat aan de vergunningvoorschriften betreffende geluid en slagschaduw wordt voldaan.

Dit voorschrift laat onverlet dat er op basis van de vergunningvoorschriften de verplichting geldt om veranderingen van een inrichting en veranderingen van de werking van een inrichting te melden. Het huidige voorschrift 10 kan komen te vervallen, doordat hetgeen daarin is geregeld in deze aanvraag is opgenomen in vergunningvoorschrift 2, lid 5 onder slagschaduw en lichtschittering. Aanvrager acht het in het belang van de omgeving en van zichzelf dat milieunormen helder en transparant zijn vastgelegd. Mocht u vragen hebben over deze brief of bijlage zijn wij natuurlijk van harte bereid dit toe te lichten en te bespreken. U kunt hiervoor contact opnemen met dhr. M. Jaspers Faijer (m.jaspersfaijer@ponderaconsult.com).

Hoogachtend,

J.F.W. Rijntalder Directeur Pondera Consult Bijlagen: 2

Pagina 7

4148-3005-9314, v. 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=b01fff7d-7374-4cd1-aa39-937113ad0385