Beleidskader Samen Doen in het sociaal domein.pdf
Tekst van het document
Veranderende rollen Maatwerk Het leveren van maatwerk is een van de kernwaarden bij de transformatie in het sociale domein. Het leveren van maatwerk betekent dat er minder grip is. Uitkomsten zijn onzeker en het geheel is moeilijk controleerbaar. De grootste uitdaging van de transformatie is dan ook dat er verschillen mogen zijn en dat de bereidheid tot leren een voorwaarde is. Niet alle oplossingen zijn van tevoren te bedenken. Professionals in de praktijk hebben de ruimte nodig om maatwerk te leveren. De ervaringen uit de praktijk moeten terug naar het beleid en de politiek. Ook de Participatiewet biedt mogelijkheden. Weliswaar is er veel geregeld in deze wet maar deze wet biedt ook mogelijkheden om zaken anders aan te gaan pakken dan voorheen. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt laten participeren door niet alleen te focussen op kunnen maar ook willen. De gemeenteraad Een nieuwe aanpak vraagt niet alleen een andere houding van ambtenaren, maar ook van de gemeenteraad. De gemeenteraad zal ook zoveel mogelijk de praktijk in moeten gaan, de sturing meer los moeten laten en meer aan inwoners over moeten laten. Met inwoners in gesprek gaan, elkaar vragen stellen en zoeken naar instrumenten en aansluiting om gezamenlijke doelen vorm te geven. Vertrouwen hebben in professionals en op een goede manier de verantwoordelijkheid pakken.
Niet alleen controlerend maar gericht op de dialoog, wat is er nodig om het werk goed te doen en om de samenwerking tussen de partijen tot stand te brengen. Lokaal welslagen definiëren, waar kan dat aan afgemeten worden en hoe kun je daar als raad aan bijdragen? De ‘nieuwe’ gemeenteraad in de doedemocratie. In deze nieuwe rol zullen alle partijen moeten groeien, al doende leren en discussies blijven voeren. Evaluatie Wat kunnen en willen we tussentijds en over vier jaar evalueren? Wat is bijvoorbeeld goede zorg of begeleiding, wat mogen inwoners verwachten van de gemeente en vice versa? En waar meten we succes aan af? Die antwoorden zijn er nog niet en daarover moeten we in discussie. De vragen die we ons wel kunnen stellen zijn: ”Zijn onze inwoners tevreden met de plannen en de activiteiten die uitgevoerd zijn? Heeft dit geleid tot de resultaten die we samen voor ogen hadden?” Dit betekent dat er per plan of activiteit doelen vastgesteld en geëvalueerd worden in overleg met partners en inwoners. Elke partij (inwoners, ambtenaren, raad, partners) heeft zijn eigen rol hierin. Deze rol is niet strak omlijnd. De bereidheid moet er zijn om vooraf na te denken over wat en waarom en achteraf het handelen ter discussie durven stellen en met een open blik naar verbetering zoeken.
De manier van werken (het proces): Samen Doen zal door raad, college en inwoners over vier jaar en tussentijds, na ongeveer 2 jaar, tegen het licht gehouden worden. Hebben we de uitgangspunten voor dit proces zoals genoemd in hoofdstuk 1 waar kunnen maken? De manier waarop we dat gaan doen zal te zijner tijd met de raad afgestemd worden.
23
Het evalueren en bijsturen van uitvoeringsplannen is in onderstaande figuur gevisualiseerd. De Deming cyclus: ‘plan – do – check – act’ wordt veel gebruikt om duidelijk te maken dat evaluaties belangrijk zijn om processen of plannen bij te sturen. Hierop lijkend is de onderstaande figuur waarbij het vertrekpunt een behoefte is, waarna een trigger zorgt voor een plan (taak of activiteit) rondom de vraag hoe, dit plan leidt tot actie en ervaring met als opties: - herhaalde actie - een nieuw plan - een nieuwe behoefte
plan
actie
behoefte
ervaring
24
Bijlage 1 Beleidsplannen en uitvoeringsplannen Voor het sociale domein worden er geen nieuwe beleidsplannen ‘oude stijl’ geschreven. Natuurlijk kan het zijn dat er uitvoeringsplannen geschreven worden die net iets meer zijn dan een uitvoeringsplan doordat er ook beleidsmatige aspecten worden aangehaald. Deze plannen zullen beknopt zijn en verwezen wordt naar dit rapport. Dat is de kapstok voor alle geldende en toekomstige uitvoeringsplannen en activiteiten. Dit betekent dat alles wat er al is, van kracht blijft en aangepast wordt wanneer dat nodig is of op het moment dat dit is afgesproken. De beleids- en uitvoeringsplannen die op dit moment van kracht zijn: Sociaal Domein Beleidsnotitie Peuterkansen Integraal huisvestingsplan Brede Schoolgebouwen 2012 en verder Kadernota burgerparticipatie Verbinden door cultuur Beleidskader Samenhang Sociaal Domein 'Krachten bundelen waar nodig' Meerjarenbeleidskader Jeugd Visienota omslag in het sociale domein van Reusel-De Mierden 2013-2017 Uitgaan van eigen kracht Wmo beleidsplan 2012-2015 Samen in beweging.
Sport- en beweegbeleid Reusel-De Mierden 2014-2018 Beleid voor sportparken Beleidsplan Brede Scholen Reusel-De Mierden 2015 en verder Integraal huisvestingsplan Brede Schoolgebouwen 2015 en verder Beleidsnota Burger- en overheidsparticipatie Kadernota subsidiebeleid Subsidiebeleid Visienota Participatiewet Onderstaande rapporten behoren niet tot het sociaal domein maar vanwege de integraliteit van beleid is het wel belangrijk om ze te kennen. Ruimtelijk Domein Beleidsplan groen en verzorging Bomen beleidsplan Evenementenbeleid Gebiedsvisie gemeente Reusel-De Mierden 2013 ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij Gemeentelijk verkeerscirculatieplan Klimaatvisie Nota grondbeleid Nota gronden voor beleid Strategienota van afval naar grondstof in 2020 Visie op economie en bedrijvigheid in de Brabantse Kempen in 2010 Woonvisie 2013-2018 Integrale visie Plattelandsontwikkeling Beheerplan gebouwen Onderhoudsplan de Ster Regionale visie bedrijventerreinen Structuurvisie Koersdocument economische zaken
25
Bijlage 2 Maatschappelijke effecten en indicatoren De GGD stelt elke vier jaar de Volksgezondheid ToekomstVerkenning (VTV) op. Daarvoor wordt er gebruik gemaakt van gegevens die de GGD zelf meet met een aantal monitors en verzamelt vanuit andere bronnen. Deze indicatoren geven de situatie op het moment van meten weer. Ook zijn er trends in deze cijfers beschikbaar. Trends geven aan dat er sprake is van een maatschappelijke ontwikkeling en dat er een verbetering of achteruitgang is geconstateerd ten opzichte van de vorige meting. Een dergelijke verandering kan echter niet met zekerheid worden toegeschreven aan gemeentelijk beleid of lopende projecten. Ook andere factoren, zoals landelijk beleid, maatschappelijke veranderingen en de samenstelling van de onderzoeksgroepen, kunnen de gevonden trends (mede) beïnvloed hebben. Voor het volgen van de trends kan de VTV geraadpleegd worden. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de betekenis van de ontwikkelingen en wat mogelijke acties kunnen zijn. De VTV wordt in nauw overleg met de gemeente opgesteld. Bij elk maatschappelijk effect zijn een aantal indicatoren genoemd die daaraan gelinkt kunnen worden.
Maatschappelijke effecten: 1.
Wij (jongeren) ontwikkelen en benutten onze capaciteiten
Als onze jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen, kunnen ze uitgroeien tot zelfredzame inwoners die een positieve bijdrage aan de samenleving leveren. Ouders/verzorgers, het gezin, de school en de buurt spelen hierbij een belangrijke rol. Een stimulerende omgeving geeft jongeren meer kansen zich te ontwikkelen, ook buiten de school, bijvoorbeeld via sport en cultuur. Indicatoren: weerbaarheid kinderen in speciaal onderwijs voortijdige schoolverlaters jongeren lid van een (sport)vereniging vrienden
2.
Wij (jongeren) groeien op in een positieve, stabiele en veilige omgeving
(Onze) Jongeren groeien op in een positieve gezinssituatie tot zelfstandige inwoners die actief deelnemen aan de samenleving en sociaal en economisch zelfredzaam zijn. Jongeren zitten lekker in hun vel, zowel lichamelijk als psychisch. Problemen van jongeren of hulpvragen van ouders bij de opvoeding, op welk gebied dan ook, worden door de inzet van preventie voorkomen, of tijdig onderkent en er is voldoende ondersteuning voor handen. De omgeving van de jongeren, zoals gezin, school, buurt, verenigingen en dergelijke, speelt een belangrijke rol in de ondersteuning. Indien nodig wordt professionele ondersteuning ingezet. Indicatoren: eenoudergezinnen liefdevolle omgeving lekker in je vel psychische gezondheid pesten (op school) kindermishandeling sociale veiligheid (echt)scheiding ouders gebruik van zorg en ondersteuning (jeugdwet, per wijk uit monitor sociaal domein)
26
3.
Wij zijn op weg naar een gezonde toekomst
Wij willen allemaal graag gezond zijn en blijven. Gezondheid is niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch. We weten wat een gezonde leefstijl is en wat we daarvoor moeten doen, zoals letten op onze voeding, alcoholgebruik en bewegen. Daarnaast hebben werk of andere sociale activiteiten een positieve invloed op ons welbevinden. Indicatoren: ervaren gezondheid chronische ziekte psychische gezondheid (norm) bewegen alcohol afgelopen 4 weken bingedrinker overgewicht en obesitas
4.
Wij zijn sociaal actief en maken deel uit van een sociaal netwerk
Wij hebben sociale contacten en ontmoeten elkaar. Doordat we elkaar kennen, zijn we bereid wat voor elkaar te betekenen ook buiten de eigen kring. Door samen te werken en onze netwerken te benutten, kunnen we veel bereiken. Indicatoren: lid van (sport)vereniging/club eenzaamheid bezoekt groepsbijeenkomsten terugvallen op sociale relaties netwerktype lokaal familie afhankelijk netwerktype lokaal geïntegreerd
5.
Wij ondersteunen elkaar en er is waardering voor vrijwilligers en mantelzorgers
We ondersteunen elkaar en we hebben oog voor elkaar. We spreken onze waardering uit voor het werk van mantelzorgers en vrijwilligers. De hulp aan inwoners organiseren we dichtbij. Samen zorgen we dat kwetsbare en minder weerbare mensen mee kunnen doen. Indicatoren: vrijwilligerswerk geeft momenteel mantelzorg intensief mantelzorg geven belasting mantelzorg beschikbare hulp 6.
Wij voelen ons thuis in en betrokken bij onze buurt en dorp
Iedere buurt in Reusel-De Mierden is een leefbare buurt: een gezonde, inspirerende en veilige buurt waar je graag woont. Waar je je buurtgenoten kent en zelf gekend wordt. Een buurt waar je je thuis voelt en verantwoordelijkheid voor neemt. Het is er schoon, groen en veilig. Er zijn passende voorzieningen waar je elkaar kunt ontmoeten. Indicatoren: sociale veiligheid tevredenheid buurt betrokkenheid buurt (sociale cohesie)
27
7.
actief in buurt gemeente betrekt bewoners medeverantwoordelijk voor leefbaarheid bezorgdheid nabijheid voorzieningen voorzieningen in de buurt voorzieningen jongeren tevredenheid voorzieningen welzijnsvoorziening
Wij nemen verantwoordelijkheid voor ons eigen leven en zijn zelfredzaam zover als mo gelijk is
We zijn verantwoordelijk voor ons eigen leven. We komen voor onszelf op en durven ook hulp te vragen. Als wij geen volledige regie over ons eigen leven kunnen voeren, dan worden we daarbij ondersteund. Hierdoor kunnen we goede keuzes maken en zo lang mogelijk in ons eigen omgeving blijven wonen. Indicatoren: eigen regie uitkeringen moeite met rondkomen ervaren gezondheid beperkt in bezigheden door lichamelijke gezondheid belemmerd in dagelijks functioneren vanwege gezondheid geen dingen kunnen doen die men zou willen doen psychische gezondheid valongevallen sociaal netwerk maatschappelijke participatie
8.
Wij doen mee in de maatschappij, ook als we beperkingen hebben
Wij leveren allemaal een bijdrage aan de maatschappij, in de zin van werk, vrijwilligerswerk of andere dagbesteding. Werk, voorzieningen en activiteiten zijn voor iedereen toegankelijk. Ook voor mensen met fysieke, zintuigelijke, verstandelijke, psychische of taalbeperking. Indicatoren: lid van (sport)vereniging/club bezoekt groepsbijeenkomsten eenzaamheid beperkt in bezigheden door lichamelijke gezondheid mobiliteitsbeperking vanwege gezondheid geen dingen kunnen doen die men zou willen doen zelfstandig gebruik openbaar vervoer verplaatsen in en om woning terugvallen op sociale relaties kwetsbaarheid ouderen sociale uitsluiting werksituatie uitkeringen vrijwilligerswerk
28
9.
Wij kunnen ons cultureel en sportief ontplooien
Wij kunnen kiezen uit een ruim aanbod van sportieve en creatieve activiteiten. Deze activiteiten dragen niet alleen bij aan een gezonde leefstijl en cultureel bewustzijn, maar hiermee blijven we ook met elkaar in contact en kunnen we onszelf ontplooien. Indicatoren: lid van sportvereniging/club nabijheid voorzieningen tevredenheid voorzieningen voorzieningen jongeren
Kunnen genieten van activiteiten en dingen
Voldoening vinden in betaald of vrijwillig werk
K u nn en o mg a a n me t t eg e n sla g e n en er w eer s ne l bo v e no p ko me n
Me energiek of fit voelen
Bij dagelijkse activiteiten geen belemmeringen ervaren door ziekte of gezondheidsklachte n
Geen stress ervaren
GEZONDHEID IS ….
Bron: Volksgezondheid Toekomstverkenning 2016 van GGD Brabant-Zuidoost
29