CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1667.BPGveeg5017-ON01_tb5.pdf

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan "Stedelijk Gebied, veegplan 2022"11.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

33

Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een acceptabel binnenniveau gewaarborgd en is er dus te allen tijde sprake van een goed woon- en leefklimaat. Daarbij moet worden voldaan aan het Bouwbesluit 2012. Uit de eveneens bij deze vergunning gevoegde stukken blijkt dat hieraan voldaan wordt. Industrie-, spoorweglawaai en luchtvaartlawaai Het projectgebied is niet gelegen in de nabijheid van een geluidzoneringsplichtig bedrijventerrein of een zone van een spoorweg, zoals bedoeld in Wet geluidhinder. Het projectgebied is eveneens niet gelegen binnen de invloedssfeer van een luchtvaartterrein. Het project wordt hierdoor dan ook niet beïnvloed. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit plan.

5.3. Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. Daarin zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: • een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit • ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven • een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van desbetreffende stoffen in de buitenlucht • een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) De uitwerking van het begrip ‘niet in betekende mate’ staat in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.

Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) is gericht op mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). In het besluit is geregeld dat wanneer een gevoelige bestemming binnen een onderzoekszone van een rijks- of provinciale weg wordt gevestigd of uitgebreid, een luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. Gevoelige bestemmingen zijn functies waarbinnen kinderen, ouderen en zieken verblijven, zoals scholen, kinderdagverblijven,

34

en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Een woning of ziekenhuis is geen gevoelige bestemming conform het besluit. De onderzoekszone van een rijksweg betreft 300 meter aan beide zijden van de weg, gemeten vanaf de rand van de weg. Voor een provinciale weg geldt hetzelfde, maar dan een zone van 50 meter. Beoordeling plan Met dit project worden vijf woningen mogelijk gemaakt, maar per saldo is er sprake van een toevoeging van drie woningen op een bestaand bouwperceel van 915 m². Zowel gezien de oppervlakte als het toe te voegen aantal woningen valt het project zeer ruim onder de ondergrens van de categorie “niet in betekenende mate” bijdragend. Bovendien wordt met dit plan geen gevoelige bestemming conform het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteit) mogelijk gemaakt.

Uitsneden Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) waarbij NO2 (linksboven), PM10 (rechtsboven), en PM2,5 (linksonder) in beeld zijn gebracht voor de gehele gemeente Reusel-De Mierden.

Ten aanzien van de heersende luchtkwaliteit kan ten slotte worden opgemerkt dat het aanvaardbaar is de ontwikkeling op deze locatie mogelijk te maken. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN) en Grootschalige Depositiekaarten Nederland (GDN) (https://geodata.rivm.nl/gcn/) volgt namelijk dat de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen.

35

Ook het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht, ligt ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. Verder wordt ook de grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 niet overschreden. Gelet op het voorgaande kan een luchtkwaliteitsonderzoek achterwege blijven. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit project.

5.4. Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) genomen. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is. De VNG maakt onderscheid tussen de omgevingstypen ‘Rustige woonwijk / rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’. Bij het eerste type is er duidelijk sprake van functiescheiding. Bij het tweede is sprake van functiemenging en komen direct naast woningen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven. In de VNG-publicatie is aangegeven dat als er sprake is van een ‘gemengd gebied’, de richtafstand met één afstandsstap mag worden verminderd. Dat wil zeggen dat een oorspronkelijke richtafstand van 30 meter naar 10 meter wordt verminderd en een oorspronkelijke richtafstand van 10 meter wordt verminderd naar 0 meter.

Beoordeling plan In de directe omgeving van het projectgebied komen vrijwel geen andere functies voor dan wonen. Om die reden wordt de omgeving van het projectgebied aangemerkt als rustige woonwijk, waardoor de oorspronkelijke richtafstanden worden aangehouden. Hieronder worden de belangrijkste niet-woonfuncties in de omgeving van het projectgebied beoordeeld. Daarbij wordt uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. De bedrijfsbestemming aan de Lensheuvel 69a is de dichtstbijzijnde niet-woonfunctie en is gelegen op ongeveer 60 meter van het projectgebied. Binnen deze bestemming zijn bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 toegestaan. De richtafstand die in acht moet worden genomen (30 meter) wordt dan ook ruimschoots gehaald. Deze bedrijfsbestemming is dan ook niet van invloed op dit project of andersom. Een andere prominente niet-woonfunctie in de omgeving is het glastuinbouwbedrijf aan de Leijenstraat 4 in Reusel. Dit bedrijf ligt echter op een afstand van meer dan 130 meter van het projectgebied, waardoor ook dit bedrijf geen belemmering vormt voor dit project en andersom.

36

Verder zijn er geen relevante niet-woonfuncties aanwezig in de omgeving van het projectgebied. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling gelet op het aspect bedrijven en milieuzonering milieuhygiënisch inpasbaar is en geen belemmering vormt voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen bedrijven.

5.5. Geur en veehouderijen Voor de geurbeoordeling van agrarische bedrijven in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geldt een specifiek toetsingsregime. De Wgv schrijft voor op welke wijze een bevoegd gezag de geurhinder vanwege dierenverblijven moet beoordelen indien een veehouderij een milieuvergunning aanvraagt. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten (zoals woningen) en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt wel de ‘omgekeerde werking’ genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder. Voor wat betreft geurhinder en veehouderijen betekent dit enerzijds dat een goed woon- en leefklimaat moet worden gegarandeerd ten opzichte van geurgevoelige objecten, anderzijds mogen veehouderijen en derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Beoordeling plan Voor dit project moet beoordeeld worden of ter plaatse van het projectgebied een goed woonen leefklimaat kan worden gegarandeerd en of de nieuwe woningen een belemmering opleveren voor omliggende agrarische bedrijven. Het projectgebied ligt niet in de nabijheid van een veehouderij en wordt omgeven door woningen.

De woningen die met dit project worden gerealiseerd vormen dan ook geen belemmering voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen. Andere woningen dichtbij die veehouderijen zijn daarvoor maatgevend.

Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (projectgebied blauw omcirkeld)

37

Om te beoordelen of de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse van het projectgebied aanvaardbaar is gelet op geur is de bovenstaande kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ van Omgevingsdienst Zuidoost Brabant geraadpleegd. Daarop is te zien dat de kwaliteit van de leefomgeving als ‘goed’ beoordeeld moet worden, met een geurbelasting van 3-7 ouE/m³. Gemeente Reusel-De Mierden heeft echter op grond van artikel 6 van de Wgv een verordening vastgesteld waarin ze onder andere normen hanteert dan die op grond van de Wgv gelden. Het gaat om de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2013’ en de bijbehorende ‘Gebiedsvisie 2013’ vast te stellen. Volgens de ‘Gebiedsvisie 2013, ten behoeve van de Verordening geurhinder en veehouderij 2013’ is een achtergrondbelasting van meer dan 10 ouE/m³ niet aanvaardbaar. Een geurbelasting van 3 tot 7 ouE/m³ wordt binnen de bebouwde kom zelfs aangemerkt als ‘Optimaal’. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het projectgebied ten aanzien van geur een goed woon- en leefklimaat heerst, waardoor de ontwikkeling op deze plaats aanvaardbaar is. Tevens worden geen veehouderijen in hun gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.

5.6. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het projectgebied. Wettelijk kader Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'.

38

Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht. Beoordeling plan Op basis van de Risicokaart van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is beoordeeld of er zich in de nabijheid van het projectgebied risicobronnen bevinden. Daarbij is bekeken of er in de nabijheid van het projectgebied risicovolle inrichtingen aanwezig zijn, of er wellicht transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (wegen, spoorwegen, vaarwegen of buisleidingen) in de nabijheid gelegen zijn en of dat het projectgebied gelegen is binnen een zone waarbinnen het risico op een luchtvaartongeval verhoogd is.

Risicokaart Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (plangebied groen omcirkeld)

Uit de risicokaart blijkt dat geen van bovengenoemde risicobronnen in de nabijheid van het projectgebied aanwezig zijn. De meest dichtstbijzijnde risicobronnen is het tankstation (LPGopslag, -afleverinstallatie en -vulpunt) aan de Wilhelminalaan. Deze risicobron ligt op ruim 600 meter van het projectgebied en is dan ook niet van invloed op het project. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit project.

5.7. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) (kruimelregeling) kan een omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik worden verleend. Voor de onderdelen 9 en 11 van artikel 4 van bijlage II van het Bor geldt een uitzonderingsbepaling. Deze bepaling is opgenomen in artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor. Dit artikellid bepaalt dat artikel 4, onderdelen 9 en 11, niet van toepassing zijn op een

39

activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Beoordeling plan Gelet op de aard en omvang van het project (vijf woningen binnen een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied, maar per saldo toevoeging van drie woningen) is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r.

De omvang van het project ligt ver beneden de drempelwaarde van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd in onderdeel D. De ontwikkeling komt dan ook niet voor in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit m.e.r. Daarnaast is uit paragraaf 4.3 van deze motivering gebleken dat geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is. Tot slot is dit projectgebied niet gelegen binnen een ‘gevoelig gebied’ zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r. In de voorgaande paragrafen is al aangegeven dat het plan gelet op de aard, omvang en ligging geen negatieve effecten heeft ten opzichte van dergelijke gevoelige gebieden en geen negatieve milieugevolgen veroorzaakt. Gelet op bovenstaande opsomming is het niet nodig een m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. uit te voeren. Het is dus toegestaan de kruimgevallenregeling toe te passen.

5.8. Volksgezondheid Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid.

40

Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor in de omgeving van agrarische bedrijven Het betreft specifiek de aspecten geitenhouderijen, endotoxinen en spuitzones. In deze paragraaf wordt het project aan deze aspecten getoetst. 5.8.1. Geitenhouderijen Op basis van verschillende onderzoeken (VGO) is aangetoond dat er verhoogde gezondheidsrisico's (verhoogde kans op longontsteking) zijn wanneer in de nabijheid (1,5 tot 2 kilometer) van een geitenhouderij wordt gewoond. Dit moet in overweging worden het besluit over een ruimtelijke ontwikkeling. Beoordeling plan Tot voor kort was op ongeveer 1,1 kilometer van het projectgebied een geitenhouderij aanwezig op het adres De Hoek 1, Reusel. Op 15 maart 2021 is de milieuvergunning voor dit bedrijf echter ingetrokken. Zodoende ligt het projectgebied niet binnen het invloedsgebied van een geitenhouderij en vormt dit aspect dan ook geen belemmering voor het project of andersom. 5.8.2. Endotoxinen toetsingskader 1.0 Op basis van de notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxinen toetsingskader 1.0 van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) kan worden beoordeeld of er sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Dit is met name het geval bij omschakeling naar, nieuwvestiging of uitbreiding van dergelijke bedrijven.

Voor de omgekeerde werking (realisatie van een kwetsbaar object zoals een woning in de omgeving van een dergelijke veehouderij) kan gebruik worden gemaakt van de afstandsbepaling uit het toetsingskader. Op basis daarvan kan worden bepaald of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot endotoxinen. ODZOB adviseert om bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een veehouderij is gelegen, de genoemde afstandsbepaling toe te passen. Als uit de tabel blijkt dat niet voldaan kan worden aan de afstand dan, adviseert ODZOB negatief te besluiten op de ontwikkeling. Beoordeling plan Het project is niet gelegen binnen 250 meter van een veehouderij met welke diersoort dan ook. 5.8.3. Spuitzone In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Als gevolg van die afweging kan het nodig zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen gevoelige functies zoals woningen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. ln de directe omgeving van het projectgebied liggen echter geen gronden waar mogelijk sprake is van een spuitzone. Spuitzones vormen dan ook geen belemmering voor het project.

41

42

Hoofdstuk 6.

Uitvoerbaarheid

6.1. Economische uitvoerbaarheid Aan deze omgevingsvergunning zijn voor de gemeente uit het oogpunt van exploitatie geen nadelige financiële gevolgen verbonden. De ontwikkeling is immers volledig in handen van één ontwikkelende partij, te weten de initiatiefnemer. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst gesloten met betrekking tot kostenverhaal als gevolg van onderhavig planvoornemen, zoals planschade.

6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid In de Beleidsregels beoordeling woningbouwinitiatieven (zie paragraaf 3.3.3) geeft gemeente Reusel-De Mierden aan dat ze alleen aan ruimtelijke ontwikkelingen meewerkt als voor die plannen voldoende draagvlak is bij de directe omgeving. Initiatiefnemer dient aan te geven dat er draagvlak is of hoe zij denkt draagvlak te verkrijgen. Deze ruimtelijke motivering vormt de onderbouwing in het kader van een goede ruimtelijke ordening ten behoeve van een aanvraag om omgevingsvergunning voor handelen in strijd met de ruimtelijke regels. De aanvraag bevat ook een concrete tekening van hoe de situatie gaat worden. In het kader van de vergunningaanvraag zal deze tekening worden getoetst aan de redelijke eisen van welstand. Zodra duidelijk is dat het plan hieraan voldoet, zal initiatiefnemer dit plan met de buurt communiceren in de vorm van een omgevingsdialoog.

43

44

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Parkeeronderzoek Stikstofdepositieberekening

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=d3953497-2e09-4345-bad9-3879e119a080