CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1667.BPGveeg5017-ON01_tb34.pdf

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan "Stedelijk Gebied, veegplan 2022"18.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uit de historische kaarten blijkt dat in ieder geval vanaf het begin van de 19e eeuw, tot de bouw van het fraterhuis in 1957, een doorgaande weg door de akkers was gelegen. Vermoedelijk bevond er zich binnen het plangebied geen bebouwing, maar wel kunnen er sporen gerelateerd aan agrarisch gebruik, zoals akkerindeling, aangetroffen worden. Voor de Late-Middeleeuwen geldt daarom een hoge archeologische verwachting. Het plangebied was vanaf het begin van de 19 e eeuw tot 1957 in gebruik als bouwland. Sporen van bewoning uit de Nieuwe tijd worden niet meer binnen het plangebied verwacht. Wel kunnen er binnen het plangebied nog sporen van de voormalige weg en agrarisch gebruik van het perceel aanwezig kunnen zijn. Er geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten gerelateerd aan weginfrastructuur en agrarisch gebruik uit de Nieuwe tijd. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is afhankelijk van de periode middelhoog tot hoog. Deze archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke Chorizont of in de top van de oorspronkelijke podzol waar deze nog aanwezig is.

De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 centimeter beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht in de top van de Chorizont of in de top van de oorspronkelijke podzol waar deze nog aanwezig is. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bouwland. Door ploegen kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn 35 36

Louwe Kooijmans et al., 2005. Renes, 1999.

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 15 van 23

gegaan. Ook zijn eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren gegaan bij de bouw van het fraterhuis in 1957. 2.9

Conclusie bureauonderzoek

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor alle periodes vanaf het (Laat)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Voor de Nieuwe tijd worden binnen het plangebied geen bewoningsporen verwacht, maar geldt wel een hoge verwachting voor sporen gerelateerd aan weginfrastructuur en agrarisch gebruik. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Ook is dit nodig om erachter te komen of de oorspronkelijke bodemopbouw nog intact is in het plangebied. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.

Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 20 september 2021 door mevrouw J.A.M. Reynaert, MSc (Archeoloog) en de heer drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog/Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen en gebouwen en kabels en leidingen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter zeven centimeter) vijf boringen tot maximaal 2 meter -mv gezet (Figuur 12). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrij-

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 16 van 23

vingsmethode beschreven.37 De exacte locatie van de boringen (x-, y- en z-waarden) is vastgelegd met behulp van dGPS. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 8 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kan de bodemopbouw binnen het plangebied als volgt worden beschreven: Binnen het gehele plangebied bestaat de bovengrond uit een enkeerdgrond van 90-120 centimeter dik. Deze enkeerdgrond is opgebouwd uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin zand. Bij boringen 1 en 4 bevindt zich direct onder de enkeerdgrond de C-horizont. Deze bestaat uit matig fijn, zwak siltig, lichtbruin dekzand. In boring 4 kan in het dekzand nog een onderscheid gemaakt worden tussen een oranjegele, uiterste gleyhoudende laag (120-140 centimeter -mv) en een lichtbruine, weinig gleyhoudende laag (140-150 centimeter -mv). De aanwezigheid van gley wijst op natte omstandigheden binnen het plangebied. Bij boring 3 en 5 bevindt zich tussen de enkeerdgrond en de C-horizont van het dekzand nog een verstoorde overgangslaag. Deze is opgebouwd uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin gevlekt, donkerbruin zand. In boring 3 is deze laag 20 centimeter dik, in boring 5 slechts 10 centimeter. Deze verstoorde overgangslaag is een indicatie dat de top van de C-horizont is verstoord. Op basis van de boringen is het niet duidelijk of het hier gaat om een oude ploeglaag of een (recente) verstoring.

Bij boring 2 werd onder de enkeerdgrond, op een diepte van 105 centimeter onder het maaiveld, een matig grof, matig siltig, licht bruingrijze zandlaag aangetroffen. Deze laag is onverstoord, maar duidelijk grover en siltiger dan het dekzand aangetroffen in de overige boringen. De zandlaag is 45 centimeter dik en zet zich door tot 150 centimeter onder het maaiveld. Onder deze laag bevindt zich een laag matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin zand. Deze kleur van deze laag wordt naar beneden toe donkerder en humeuzer. Onder het donkere zand, op een diepte van 190 centimeter onder het maaiveld, bevindt zich een leempakket, bestaande uit sterk zandig, licht grijsbeige leem. Zowel de leemlaag als de twee bovenliggende zandlagen worden geïnterpreteerd als onverstoorde, natuurlijke lagen. Vermoedelijk gaat het hier om beekafzettingen, te relateren aan de nabijgelegen Reusel. Boring 2 bevindt zich dan ook in het zuidwesten van het plangebied, het dichtst bij het voormalige beekdal. Op basis van de bodemkaart van Nederland (zie §2.5) werden binnen het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden verwacht. Deze zijn bij het booronderzoek ook aangetroffen. De enkeerdgronden zijn aanwezig over het gehele plangebied en zijn tussen de 90 en 120 centimeter dik. In het oosten en noorden van het plangebied bevindt zich direct onder de enkeerdgrond de C-horizont van het dekzand.

De aanwezigheid van een verstoorde overgangslaag in twee van de boringen toont aan dat de top van de C-horizont is verstoord. Hoeveel van de top is verstoord, is op basis van de boringen niet 37

Bosch, 2005.

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 17 van 23

duidelijk. In het zuidoosten van het plangebied, ter hoogte van boring 2, werd onder de enkeerdgrond enkele onverstoorde beekafzettingen aangetroffen. De aanwezigheid van deze afzettingen, in combinatie met de aanwezigheid van gley in de overige boringen, toont aan dat het plangebied gelegen was in een nat gebied aan de rand van een beekdal. In de boringen zijn geen restanten van een podzolbodem aangetroffen. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4

Conclusie veldonderzoek

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat er binnen het gehele plangebied enkeerdgronden met een dikte van 90 tot 120 centimeter aanwezig zijn. In het oosten en noorden van het plangebied bevindt zich direct onder de enkeerdgrond de C-horizont van het dekzand. De aanwezigheid van een verstoorde overgangslaag in twee van de boringen toont aan dat de top van de C-horizont is verstoord. Hoeveel van de top is verstoord, is op basis van de boringen niet duidelijk. Met name diepere archeologische sporen kunnen ondanks deze verstoring nog binnen het plangebied aanwezig zijn. In het zuidwesten van het plangebied, ter hoogte van boring 2, werd onder de enkeerdgrond enkele onverstoorde beekafzettingen aangetroffen. De aanwezigheid van deze afzettingen toont aan dat het plangebied gelegen was op de rand van een beekdal, vermoedelijk op de overgang van de dekzandrug in het oosten naar het beekdal in het (zuid)westen. In de boringen zijn geen restanten van een podzolbodem aangetroffen. Archeologische resten uit het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum worden daarom niet langer in situ binnen het plangebied verwacht.

Archeologische resten uit latere periodes kunnen wel nog binnen het plangebied verwacht worden.

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 18 van 23

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de ligging op de rand van een dekzandrug, nabij een beekdal de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat er binnen het gehele plangebied enkeerdgronden met een dikte van 90 tot 120 centimeter aanwezig zijn. In het oosten en noorden van het plangebied bevindt zich direct onder de enkeerdgrond de C-horizont van het dekzand. De aanwezigheid van een verstoorde overgangslaag in twee van de boringen toont aan dat de top van de C-horizont is verstoord. Hoeveel van de top is verstoord, is op basis van de boringen niet duidelijk. In het zuidwesten van het plangebied, ter hoogte van boring 2, werd onder de enkeerdgrond enkele onverstoorde beekafzettingen aangetroffen. De aanwezigheid van deze afzettingen toont aan dat het plangebied gelegen was op de rand van een beekdal, vermoedelijk op de overgang van de dekzandrug in het oosten naar het beekdal in het (zuid)westen. In de boringen zijn geen restanten van een podzolbodem aangetroffen. Door de afwezigheid van een intacte podzolbodem worden archeologische resten uit het (Laat)Paleolithicum en Mesolithicum niet langer in situ binnen het plangebied verwacht.

De hoge verwachting voor deze periodes kan naar beneden worden bijgesteld. Archeologische resten uit latere periodes kunnen wel nog binnen het plangebied verwacht worden. Het booronderzoek heeft aangetoond dat het plangebied gelegen is op de overgang van een dekzandrug naar een beekdal. Voornamelijk in het oosten van het plangebied, waar ook de nieuwbouw gerealiseerd zal worden, kunnen nog archeologische resten verwacht worden. Hoewel uit de boringen blijkt dat een deel van de top van de Chorizont is verstoord, kan niet vastgesteld worden tot hoever deze verstoring zich doorzet. Archeologische resten, en met name diepere archeologische sporen, kunnen ondanks deze verstoring nog binnen het plangebied aanwezig zijn. De hoge archeologische verwachting voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd blijft daarom behouden. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen.

Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Reusel-De Mierden). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 19 van 23

LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Ball, E.A.G. & R. Jansen, 2018: Drieduizend jaar bewoningsgeschiedenis van oostelijk NoordBrabant; Synthetiserend onderzoek naar locatiekeuze en bewoningsdynamiek tussen 1500 v.Chr. en 1500 n.Chr. op basis van archeologisch onderzoek in het Malta-tijdperk. Nederlandse Archeologische Rapporten 61, Amersfoort. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van & K. Samplonius, 1995: Nederlandse plaatsnamen. De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen., Meppel. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Berkvens, R., K.A.H.W. Leenders, J. Bosman, M.D. Wagemans, E. Wijnen, V. Mes, M. van Moolenbroek, E. Drenth, H. v.d. Laarschot & J. Schotten, 2019: Catalogus Cultuurhistorische Inventarisatie Erfgoedkaart Reusel-De Mierden, in: Berkvens, R., K.A.H.W. Leenders, J. Bosman, M.D. Wagemans, E. Wijnen, V. Mes, M. van Moolenbroek, E. Drenth, H. v.d. Laarschot & J. Schotten (red), 2012. Kempisch Erfgoed in Beeld. Een regionale erfgoedkaart voor de Kempen- en A2 gemeenten: Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden, Waalre, Valkenswaard, Cranendonck en Heeze-Leende.

SRE Milieudienst, Eindhoven. Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Ellenkamp, ir. G.R. & drs. G. Tichelman, 2008: Archeo-landschappelijke knooppunt gemeente Roermond; een archeologieatlas (3delen) RAAP-RAPPORT 1741 Amsterdam. Hagens, D., L. Kruithof & N.J.W. Van der Feest, 2021: Rapport Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Wilhelminalaan Zuid te Reusel (gemeente Reusel-De Mierden). Aeres Milieu AM19246, Roermond. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Maas, G., P. van Delft, & h. Heidema, 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Wageningen Environmental Research) Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 20 van 23

Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Reynaert, J., & A.H. Schutte, 2021: Plan van Aanpak booronderzoek Marialaan te Reusel, gemeente Reusel-De Mierde. Econsultancy, Swalmen. Stichting voor Bodemkartering, 1968: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 57 West Valkenswaard. Vanden Borre, J., 2006: Reusel-De Mierden, Wilhelminalaan, Den Boegent, Lokbossen. Een inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC Rapport 609, Amersfoort. Vries, F. de, W. de Groot, T. Hoogland & J. Denneboom, 2003: De Bodemkaart van Nederland digitaal; Toelichting bij inhoud, actualiteit en methodiek en korte beschrijving van additionele informatie. Wageningen: Alterra. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Weerden, J.F. van der, 2008: Reusel, Den Boegent. Definitief Archeologisch Onderzoek. BAAC rapport A-07.0325, ’s-Hertogenbosch. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 21 van 23

BRONNEN AHN; internetsite, maart 2022. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, maart 2022. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, maart 2022 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bladel; internetsite, augustus 2018. www.Bladel.nl Bodemloket, internetsite, maart 2022. http://www.bodemloket.nl Brabant.nl; internetsite, maart 2022. https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, maart 2022. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, maart 2022. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, maart 2022. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, maart 2022. http://www.dinoloket.nl/ Erfgoedkaart Kempen- en A2-gemeenten; internetsite, september 2021. https://atlas.odzob.nl/portal/apps/webappviewer/index.html?id=740c0e3f87ca42a58afb73832663c0ec Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, maart 2022. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, maart 2022. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, maart 2022.

http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, maart 2022. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, maart 2022. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 22 van 23

SIKB; internetsite, maart 2022. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, maart 2022. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 16918.002 versie 2

Pagina 23 van 23

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 4. Luchtfoto met KLIC gegevens

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de fysische landschappenkaart

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 8. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart38

38

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 10. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

Rapport 16918.002 versie 2

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 11. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

Rapport 16918.002 versie 2

Figuur 12. Boorpuntenkaart

Rapport 16918.002 versie 2

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 16918.002 versie 2

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 16918.002 versie 2

Bijlage 2 AMK nr. 16829

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

200 meter ten noorden van het plangebied Reusel te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139366/374735

Middeleeuwen laat A - Nieuwe tijd

Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Reusel. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16de-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

Rapport 16918.002 versie 2

Bijlage 3 Zaaknummer (OM-nummer) 4729520100

Onderzoeksmeldingen Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

20 meter ten noorden van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139281/374628

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 30-8-2019 Resultaat: De bodem in het plangebied is niet gekarteerd op de bodemkaart, maar door extrapolatie is er waarschijnlijke sprake van enkeergronden (lage of hoge). Dit type bodem is ook aangetroffen in het gehele plangebied, in het gehele plangebied is boven de C-horizont een Aa-horizont aangetroffen. In drie boringen werd hiertussen nog een B-horizont en/of BC-overgang aangetroffen. Het podzolprofiel is dus afgetopt maar door de aanwezigheid van de B/BC-horizont kan de archeologische verwachting gehandhaafd blijven. Eventuele kwetsbare vuursteenvindplaatsen zullen zich door deze aftopping vermoedelijk niet meer in situ bevinden. Voor de periode laat paleolithicum tot mesolithicum wordt de archeologische verwachting dan ook bijgesteld naar middelhoog. Voor de periode neolithicum tot vroege middeleeuwen is de verwachting hoog en voor de periode late middeleeuwen tot nieuwe tijd is de verwachting middelhoog. Omwille hiervan werd archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 13-3-2006 Resultaat: In opdracht van de gemeente Reusel-De Mierden heeft ADC-Archeoprojecten archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven verricht in de dorpskern van de gemeente.

Het onderzoek gebeurde op drie locaties waar de ondergrond in de toekomst zal worden verstoord door nieuwbouwprojecten. Vooronderzoek had aangetoond dat zich op deze locaties mogelijk archeologische waarden in de bodem bevonden. Op één van de drie locaties, ‘Den Boegent’, zijn bewoningssporen gevonden, die op basis van het vondstmateriaal gedateerd zijn in de IJzertijd. Op deze locatie is verder archeologisch onderzoek aanbevolen. Hoewel het archeologisch onderzoek op de locatie ‘Lokbossen’ te beperkt was om de verspreiding van sporen na te gaan, is er geen verder onderzoek geadviseerd. Het esdek, wat eventuele sporen uit middeleeuwen of voorgaande periodes afdekt, is hier voldoende dik om een oppervlakkige bodemverstoring op te vangen. De inplanting van nieuwbouw zal eventuele archeologische sporen niet beschadigen. Gezien de grote mate van bodemverstoring op de locatie ‘Wilhelminalaan’ en de afwezigheid van archeologische resten in de ondergrond, is aanbevolen deze locatie vrij te geven Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 30-9-2005 Resultaat: In deellocatie 1 komen hoge zwarte enkeerdgronden voor waar in 3 van de 6 boringen nog een oorspronkelijke A-horizont of een gedeelte van een podzolprofiel te herkenen was. In 7 van de 9 boringen was in deellocatie 2 nog een (gedeeltelijk) podzolprofiel aanwezig onder een dik cultuurdek.

In 6 van de 9 boringen was dit cultuurdek dik genoeg (50 cm) om aan de eisen van hoge zwarte enkeerdgronden te voldoen. Bovendien werden in het noordelijke deel van het plangebied aanwijzingen aangetroffen (fragmenten aardewerk) die duiden op een vindplaats. In deellocatie 3 komen hoge zwarte enkeerdgronden voor waar in 1 van de 4 boringen een gedeeltelijk intact podzolprofiel werd aangetroffen. Bovendien werd een fragment vuursteen aangetroffen die mogelijk duidt op de aanwezigheid van een vindplaats Op basis van de resultaten uit het onderzoek is voor het gehele plangebied (alle deellocaties) een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 30-9-2005 Resultaat: Plangebied (deellocatie 1; 'Groeneweg/Wilhelminalaan') maakt deel uit van een woningbouwproject met drie deellocaties in Reusel. Het plangebied heeft waarschijnlijk een hoge archeologische verwachting vanwege de aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 21-10-2020 Resultaat: Resultaat niet bekend in Archis.

2110902100 (16084)

100 meter ten zuiden, 100 meter ten noorden en 300 meter ten zuidoosten van het plangebied Wilhelminalaan, Den Boegent, Lokbossen te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139296/374495

2074656100 (13441)

100 meter ten zuiden van het plangebied Lokbossen, Groeneweg te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139312/374360

2093431100 (13436)

100 meter ten noorden van het plangebied Wilhelminalaan te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139302/374651 200 meter ten noordwesten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139159/374700 300 meter ten zuidoosten van het plangebied De Boegent te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139617/374290

4912507100

2167944100 (24217)

2074648100 (13439)

300 meter ten zuidoosten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De

Rapport 16918.002 versie 2

Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: BAAC BV Datum: 10-9-2007 Resultaat: Van 10 t/m 12 september 2007 is door BAAC bv een opgraving uitgevoerd op de hoek van Den Boegent / Plonderijen te Reusel, gemeente Reusel-De Mierden. De aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen nieuwbouw ter plaatse. Bij deze nieuwbouw en de aanleg van infrastructuur zou de ondergrond geroerd worden, waardoor de bij het vooronderzoek aangetroffen archeologische resten verstoord zouden worden. Doel van het onderzoek was het registreren en documenteren van de archeologische resten van bewoning uit met name de IJzertijd. Tijdens het onderzoek is een complete boerderij uit de Late-Bronstijd aangetroffen, alsmede kuilen, structuren en vondsten die op een erf uit die periode te verwachten zijn Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 30-9-2005 Resultaat:

2360601100 (50892)

3991935100

Mierden Coördinaat: 139630/374239 450 meter ten zuidoosten van het plangebied Kruisstraat 108 te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139669/374267 400 meter ten noordoosten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139669/374685

4011324100

400 meter ten noordoosten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139666/374685

4553597100

400 meter ten noordoosten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139676/374674

4750353100

450 meter ten noordwes-

Rapport 16918.002 versie 2

Plangebied (deelgebied 2; 'Den Boegent') maakt deel uit van een woningbouwproject dat bestaat uit drie deelgebieden in Reusel. Het gebied heeft vanwege de aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden een hoge archeologische verwachting. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 5-3-2012 Resultaat: Resultaat niet bekend in Archis.

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 17-2-2016 Resultaat: Op basis van het vooronderzoek is vastgesteld dat het plangebied grotendeels een hoge verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten. Dit is gebaseerd op de aanwezigheid van een relatief gave bodemopbouw in de gebiedsdelen rondom de bebouwing en de aanwezigheid van een Middeleeuwse nederzetting en resten uit de IJzertijd-Romeinse tijd vlakbij het terrein. De kans is hiermee groot dat in het plangebied ook archeologische resten aanwezig kunnen zijn, met name in de periode IJzertijd-Late Middeleeuwen. Dit sluit echter resten uit andere archeologische perioden niet uit. Alleen ter plaatse van een kelder in het zuidelijk deel van het gebied is de bodem met zekerheid verstoord. Ook onder de bebouwing kunnen zich nog archeologische resten bevinden. Aan de hand van bouwtekeningen van de gebouwen in combinatie met een circa een meter dik antropogeen ophoogpakket kunnen archeologische resten in de bebouwde gebiedsdelen ook nog aanwezig zijn. Daarom wordt geadviseerd de hoge archeologische verwachting in het nieuwe bestemmingsplan grotendeels te handhaven. Het handhaven van een dubbelbestemming in het terrein betekent uiteindelijk dat op de plaatsen waar nieuwbouw wordt gepland vooraf aanvullend archeologisch onderzoek zal moeten worden uitgevoerd (IVO, karterende fase).

Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden met behulp van proefsleuven (IVOP). Alvorens dit proefsleuven onderzoek kan plaatsvinden, moet de bovengrondse bebouwing in het plangebied worden gesloopt. De funderingen kunnen blijven zitten tot de archeologische waarde van het terrein middels archeologisch onderzoek is vastgesteld. Alvorens dergelijk onderzoek kan plaatsvinden, dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin de randvoorwaarden en uitvoering van het onderzoek is uitgewerkt. Dit PvE dient door het bevoegd gezag (in deze de gemeente Reusel-De Mierden) te worden beoordeeld en goedgekeurd. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 23-8-2016 Resultaat: Met dit proefsleuvenonderzoek is de archeologische verwachting grotendeels bevestigd. Het archeologisch niveau in de top van het dekzand, onder een middeleeuws akkerpakket (esdek), bleek grotendeels intact. Daarbij zijn tijdens het veldonderzoek behoudenswaardige resten aangetroffen. Het betreft met name sporen en vondsten die behoren tot een nederzettingscomplex. Er is (een deel van) een huisplattegrond aangetroffen, met daarnaast nog enkele kuilen, losse paalsporen en een mogelijke waterput.

Op basis van huisplattegrondtypologie, tezamen met het vondstmateriaal (handgevormd aardewerk met grove kwartsmagering) wordt een datering verwacht in de periode Midden-, Late-Bronstijd of Vroege-IJzertijd. Verder is een paalkuil aangetroffen dat aardewerk bevat uit vermoedelijk de Merovingische of Karolingische periode (Vroege-Middeleeuwen). Ten slotte zijn binnen het plangebied, zowel aan de noord- als aan de zuidzijde, vergravingen aangetroffen. De aanwezigheid van behoudenswaardige waarden is reden genoeg voor behoud in situ (behoud in de bodem) en/of behoud ex situ (vervolgonderzoek). Het advies is dan ook om eerst een aanvullende proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren (ter hoogte van het bouwvlak), waarna eventueel een doorstart naar een archeologische begeleiding (AB) kan plaatsvinden. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 18-7-2017 Resultaat: Bij enkele eerdere archeologische onderzoeken in de directe omgeving zijn resten aangetroffen uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd (alhoewel het slechts twee scherven betreft) en op ca. 200 m afstand ten westen van het plangebied zijn twee nederzettingen opgegraven uit respectievelijk de Merovingische tijd en de Volle-Middeleeuwen. Dit sluit goed aan bij de restanten die zijn aangetroffen tijdens onderhavig onderzoek.

Alhoewel het plangebied direct grenst aan een archeologisch waardevol gebied (de historische kern van Reusel; tevens archeologisch monument, AMK-terrein 16.829), zijn restanten die te relateren zijn aan de historische kern, in het plan-/onderzoeksgebied niet aangetroffen. Tijdens het voorafgaande proefsleuvenonderzoek (Mol 2016) is een incomplete gebouwplattegrond uit mogelijk de Midden-/Late-Bronstijd of Vroege-IJzertijd gevonden, die mogelijk te relateren is aan de twee spiekers die zijn gevonden in onderhavig onderzoek, maar dit ligt qua datering niet direct voor de hand, tenzij de huisplattegrond en de spiekers alle drie stammen uit de Vroege-IJzertijd. Als de onderzoeken uit 2016 en 2017 samen worden genomen, is het plangebied min of meer continu in gebruik geweest vanaf de Bronstijd t/m de Nieuwe tijd, waarbij het plangebied eerst in gebruik was als nederzetting(scomplex) en in de loop van de Middeleeuwen als landbouwgrond, waarbij het niet meer bebouwd is geweest tot aan de bouw van de graan- en oliemolen aan het einde van de 19e eeuw, waarna in de 20e eeuw tevens enkele loodsen zijn gebouwd. De bodemopbouw komt goed overeen met wat Nales (2016) naar aanleiding van het booronderzoek heeft beschreven en ook in vergelijking met de resultaten van het eerste proefsleuvenonderzoek (Mol 2016).

Ondanks de recente verstoringen in het plangebied is de top van de C-horizont, het archeologisch relevante niveau, nagenoeg of deels intact gebleven of is deze in minimale mate verstoord door het plaggendek en/of de middeleeuwse akkerlaag, waarmee archeologische restanten bewaard zijn gebleven in het plangebied. Type onderzoek: bureauonderzoek

4899240100

5021792100

3300769100

ten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139070/374899 450 meter ten noordwesten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139093/374917 500 meter ten noordoosten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139675/374840

500 meter ten zuidwesten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139052/374049

Rapport 16918.002 versie 2

Uitvoerder: Transect Datum: 6-11-2019 Resultaat: Resultaat niet bekend in Archis.

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 13-10-2020 Resultaat: Tijdens het veldwerk is geen behoudenswaardige vindplaats aangetroffen. Daarom is het advies het plangebied archeologisch vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 16-4-2021 Resultaat: De proefsleuven hebben laten zien dat de top van het dekzand sterk verstoord is door grondverbetering/bouwwerkzaamheden in de decennia en bevatte veel puin en plastic. Enkel in de derde proefsleuf is een spoor aangetroffen wat ouder kan zijn. Hier is de proefsleuf uitgebreid, waarbij aan alle kanten verstoringen aangetroffen zijn. Mocht dit spoor bij een vindplaats behoord hebben, dan is deze weg door de verstoringen. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 23-9-2015 Resultaat: In opdracht van Gemeente Reusel-De Mierden heeft ADC ArcheoProjecten op 28 september tot 1 oktober en op 15 oktober 2015 een Archeologische Begeleiding (conform protocol Opgraven) uitgevoerd in het kader van het aanleggen van een nieuw riool op de locatie Lensheuvel in Reusel. De Archeologische Begeleiding behelsde het toezicht houden op het uitgraven van de rioleringssleuf in de Lensheuvel tussen de straten Leijenstraat/Plonderijen en Beemden.

Het noordelijk deel van het onderzochte tracé bleek door afgraving in het verleden geen sporen te bevatten. Ten zuiden hiervan zijn enkele archeologische sporen en de opvullingen van respectievelijk een poel en een droge greppel aangetroffen. De aard en datering van de meeste sporen is echter onduidelijk. Eén spoor is geïnterpreteerd als greppel, wellicht is het een bermgreppel. . De overige sporen zijn mogelijke kuilen of paalkuilen.

Bijlage 4 Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2914423100 (37625)

2074656100 (425498)

2914431100 (37627)

Vondstmeldingen Locatie

Omschrijving

120 meter ten noordoosten van het plangebied Centrum-Voormalig Kloosterterrein te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139385/374640

Vroege-Middeleeuwen : - fragmenten van keramische objecten, - 2 huisplattegronden - 2 waterputten

130 meter ten zuiden van het plangebied Groeneweg/ Lokbossen te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139312/374360 160 meter ten zuidoosten van het plangebied Centrum-Voormalig Kloosterterrein te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139450/374400

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - cultuurlagen Paleolithicum - IJzertijd : - vuursteen afslag Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - fragmenten van geelwitbakkend handgevormd aardewerk bolvormige potten - fragmenten van Andenne aardewerk - paalgaten Late-Middeleeuwen : - fragmenten van Paffrath aardewerk

2914415100 (37624)

3125266100 (33706)

180 meter ten noordoosten van het plangebied Centrum te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139450/374660 250 meter ten noordoosten van het plangebied Centrum-Voormalige Kerk te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139490/374740

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - cultuurlagen Vroege-Middeleeuwen : - fragmenten van keramische objecten, - paalgaten - waterput Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - botmateriaal - tefriet brokken - graven, inhumatie - metalen munt, - bronzen afval - stenen funderingen - greppel/sloot - fragment van een plattegrond Late-Middeleeuwen : - fragment van steengoed - fragment van een stenen altaar/offertafel - bakstenen - stenen funderingen - fragmenten van kalksteen pleisterwerk/stucwerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - botmateriaal - botmateriaal - graven, inhumatie - fragment van een plantaardig, hout staf - fragmenten van organisch plantaardig pollen/stuifmeel - fragment van een leren dolk-, zwaard- of messchede - cultuurlagen - fragment van leren schoeisel (onderdeel) - waterput

2110902100 (417886)

2167944100 (428738)

350 meter ten zuidoosten van het plangebied Wilhelminalaan, Den Boegent, Lokbossen te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139615/374315 350 meter ten zuidoosten van het plangebied De Boegent te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139606/374300

Nieuwe tijd : - fragmenten van ovens - fragment van een keramische ring - stenen funderingen Neolithicum - Nieuwe tijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Nieuwe tijd : - 31 fragmenten van gedraaid aardewerk Paleolithicum : - 3 fragmenten van vuursteen objecten, Neolithicum - Nieuwe tijd : - 36 fragmenten van stenen objecten, Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk - kuil, VOORRAA - 4 fragmenten van handgevormd aardewerk objecten - spieker/graanschuur

Rapport 16918.002 versie 2

Bronstijd – Late-Middeleeuwen : - 70 fragmenten van tefriet objecten,

4011324100

350 meter ten noordoosten van het plangebied Molenstraat 8 te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139668/374679

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk PREH : - handgevormd aardewerk - kuil, - paalgaten Bronstijd : - kuil, Bronstijd - IJzertijd : - huisplattegrond:3-schepig Vroege-Middeleeuwen - Middeleeuwen : - 3 fragmenten van gedraaid aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 4 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk

2074648100 (425496)

2960423100 (45401)

4553597100

400 meter ten zuidoosten van het plangebied Plonderijen/ Den Boegent/ Den Herd te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139619/374255 400 meter ten oosten van het plangebied Kruisstraat 33A te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139700/374440 400 meter ten noordoosten van het plangebied Molenstraat 8 te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139673/374683

Nieuwe tijd : - baksteen - fragment van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - 2 fragmenten van vensterglas Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Late-Middeleeuwen : - fragment van steengoed Romeinse tijd : - aardewerk - fragmenten van bronzen objecten, - fragment van een glazen kraal - fragmenten van keramische wrijfschalen RECENT : - fragment van een metalen bak/nap - fragment van een metalen staaf Bronstijd : - handgevormd aardewerk Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk - 2 spiekers/graanschuren IJzertijd - Nieuwe tijd : - 105 paalgaten Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 9 kuilen, Vroege-Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk - 2 fragmenten van aardewerk kogelpotten Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Middeleeuwen : - 4 huisplattegronden Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van aardewerk kogelpotten - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 15 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Nieuwe tijd - RECENT : - 2 fragmenten van glazen objecten,

2901666100 (35603)

Rapport 16918.002 versie 2

500 meter ten noordwesten van het plangebied

Nieuwe tijd : - fragment van een metalen object, - 2 fragmenten van molenstenen Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl

Lindestraat 1 te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139100/375020 3300769100

Rapport 16918.002 versie 2

500 meter ten zuidwesten van het plangebied te Reusel Gemeente Reusel-De Mierden Coördinaat: 139052/374049

Nieuwe tijd : - fragmenten van gedraaid aardewerk - kuil, Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van keramische gebruiksvoorwerp, Nieuwe tijd : - 9 grondsporen,

Bijlage 5

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had

Rapport 16918.002 versie 2

wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').

Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.

De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-

Rapport 16918.002 versie 2

meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Rapport 16918.002 versie 2

Bijlage 6

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 16918.002 versie 2

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=a092d4de-617e-4001-905e-560b5540af52