b_NL.IMRO.1667.BPGveeg5017-ON01_tb10.pdf
Tekst van het document
Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT
Opdrachtgever:
Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT
Datum: 28 januari 2022
De heer B. ten Hove Bernardusweg 7 5094 GK Lage Mierde
Onderwerp: Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Bernardusweg 12, te Lage Mierde (ons kenmerk: 21-1032)
Opgesteld door: De heer M.J.M. Coenen
Geachte heer Ten Hove, Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het uitgevoerde onderzoek naar het aanwezig zijn van beschermde planten en dieren op de ingreeplocatie Bernardusweg 12, Lage Mierde, zie figuur 1.
Figuur 1: onderzoekslocatie Bernardusweg, Lage Mierde.
Aanleiding Op dit perceel wordt de huidige bebouwing deels gerenoveerd en deels gesloopt en er wordt nieuwbouw gerealiseerd.
06 462 55 985 info@ecolybrium.nl www.ecolybrium.nl
KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01
In het kader van de bestemmingsplanwijziging en in het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk dat er een beeld ontstaat van de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten (en/of op gebruiksfuncties hiervan) en dient beoordeelt te worden of eventuele natuurwaarden door de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten ondervinden. Om erachter te komen of er sprake is van de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (planten en dieren) is het in elk geval nodig dit middels een quickscanonderzoek te beoordelen en/of vast te stellen. Middels een dergelijk onderzoek kan worden bepaald of en zo ja welke natuurwaarden er aanwezig (kunnen) zijn terplekke van de locaties. Dit onderzoek is uitgevoerd op 8 december 2021.
Onderzoeksmethodiek Om vast te stellen of er beschermde natuurwaarden aanwezig zijn, is de locatie middels een veldbezoek ter plaatse bekeken, onderzocht en beoordeeld op geschiktheid voor beschermde natuurwaarden. Hierbij is gelet op de mogelijke functie van het gebouw, en de directe omgeving ervan voor alle soortgroepen die redelijkerwijs te verwachten zijn. Het onderzoek is ook inpandig uitgevoerd. Daarnaast is er een bronnenonderzoek uitgevoerd op kantoor om eventueel aanvullende gegevens te documenteren van de locatie.
Onderzoeksresultaten Vaatplanten Op en rondom het gebouw (inclusief het gehele terrein) zijn geen beschermde en/of bijzondere vaatplanten aangetroffen. Het terrein ligt zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde aan de openbare weg. De achterkant van het gebouw (oostzijde) grenst direct aan de buren door middel van een verharde oprit. Door het ontbreken van kruidenstroken of grasvegetaties zijn er om zijn om die reden dan ook geen beschermde en/of bijzondere soorten aangetroffen en/of te verwachten. Effecten op beschermde en/of bijzondere soorten vaatplanten zijn in het geheel uit te sluiten door de renovatie en de gedeeltelijke sloop van de bebouwing. Knelpunten in het kader van de Wet natuurbescherming zijn daarmee eveneens geheel uitgesloten, evenals het doorlopen van een ontheffingsaanvraag en het treffen van mitigerende maatregelen.
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Bernardusweg 12, te Lage Mierde (ons kenmerk: 21-1032)
2
Foto 1: Beeld vanaf de Bernardusweg (noordzijde)
Foto 2: Achteraanzicht locatie Bernardusweg (zuidzijde)
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Bernardusweg 12, te Lage Mierde (ons kenmerk: 21-1032)
3
Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) De bebouwing is geheel ongeschikt voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Er zijn nergens mogelijke nestlocaties voor huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en andere soorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. De dakconstructie heeft nergens openingen, oversteken of andere geschikte invliegplekken om als broedplek te dienen. In de bomen, langs de openbare weg aan de westzijde van het gebouw kunnen enkele soorten, die algemeen voorkomen zoals Turkse tortel of houtduif en haagmussen broeden. Omdat dit groen gehandhaafd blijft (gemeentelijk eigendom) treedt er geen verlies op van een potentieel broedgebied. Wel dienen de werkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren. Effecten op broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn op voorhand geheel uit te sluiten omdat er geen nesten aanwezig zijn en omdat deze ook niet te verwachten zijn. Effecten op algemeen voorkomende soorten vogels die in het gebied broeden zijn te voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode (dus buiten de periode half maart- half juli). Opgemerkt dient te worden dat indien de sloopwerkzaamheden van uit de voorzijde (noordzijde) uitgevoerd kunnen worden (zodat de bomen, langs de openbare weg aan de westzijde, niet beschadigd worden, door het in te zetten sloopmaterieel (vrachtwagens, sloopkranen, ed.)), de voorkeur heeft.
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren komen in zéér beperkte mate voor in en rondom het gebouw. In het gebouw zelf zijn sporen van muizen (uitwerpselen) en steenmarter (oude uitwerpselen) aangetroffen. Er is geen sprake van een actieve bewoning van de bebouwing door steenmarters. Er lagen twee oude uitwerpselen en er zijn andere (versere) sporen aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat de bebouwing in het leefgebied ligt van steenmarters. Dergelijke gebieden zijn tot 20 km2 groot. Een belangrijke functie voor de steenmarter in de gebouwen is in elk geval geheel uit te sluiten. Zwaar beschermde soorten zijn op voorhand geheel uit te sluiten. Hiervoor zijn geen optimale habitats aanwezig en/of ontwikkeld. Effecten op beschermde soorten grondgebonden zoogdieren zijn geheel uit te sluiten.
Foto 3: Oude uitwerpselen van steenmarter
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Bernardusweg 12, te Lage Mierde (ons kenmerk: 21-1032)
4
Vleermuizen Het te renoveren en te slopen bebouwing bevat diverse plekken onder het dakbeschot die geschikt lijken voor vleermuizen, echter uit een gerichte inspectie met zaklamp blijkt dat deze smalle openingen allemaal afgedicht zijn met houtwerk aan de achterzijde van de daktrimmen. De daktrim steekt slechts 2 cm uit ten opzichte van deze aftimmering. Dergelijke plekken zijn daarmee niet geschikt voor vleermuizen (te weinig ruimte) als mogelijk vaste rust- en verblijfplaats. Het gedeelte met het plat dak aan de noordwestzijde is opgetrokken uit metselwerk waarin diverse stenen met openingen (ventilatie) verwerkt zijn. Deze openingen zijn veel te klein om als verblijfplaats te dienen. Het aanwezig zijn van vaste rust- en verblijfplaatsen in dit gebouw is daardoor met zekerheid uit te sluiten. Een nader onderzoek is daarmee eveneens niet aan de orde.
Foto 4: Openingen die ongeschikt zijn voor vleermuizen om als vaste rust- en verblijfplaats te dienen
Effecten op vleermuizen zijn door de ingreep geheel uit te sluiten. Nader onderzoek in kader van de Wet natuurbescherming is daarmee niet aan de orde.
Amfibieën, vissen, reptielen, libellen Beschermde en of bijzondere vissen, amfibieën en libellen zijn in het gehele gebied niet aangetroffen en/of te verwachten. Er is nergens optimaal habitat ontwikkeld voor deze soort, terplekke van de locatie. Effecten op beschermde en of bijzondere soorten amfibieën, vissen, reptielen en libellen zijn geheel uitgesloten. Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Bernardusweg 12, te Lage Mierde (ons kenmerk: 21-1032)
5
Dagvlinders en overige ongewervelden Algemeen voorkomende soorten dagvlinders en overige ongewervelden kunnen het terrein als foerageergebied gebruiken, maar het gehele terrein is verder ongeschikt als voortplantingsgebied, omdat er geen optimaal voortplantingshabitat, bestaande uit een bloemrijke vegetatie met waardplanten, aanwezig is of in ontwikkeling is. Zwaar beschermde soorten zijn in het geheel niet aangetroffen en/of te verwachten. Effecten op zwaar beschermde soorten dagvlinders en/of overige ongewervelden zijn in het geheel uit te sluiten.
Conclusie In het te renoveren en te slopen gebouw (plat dak) zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Nader onderzoek naar de functie van het gebouw en het terrein voor vleermuizen is daarmee niet aan de orde. Effecten op beschermde en/of bijzondere vaatplanten zijn geheel uit te sluiten. Het gehele terrein is bebouwd en grenst aan de openbare weg/buren (volledig “verhard”). Door het ontbreken van een optimaal habitat (waterpoelen en/of sloten) is de aanwezigheid van beschermde amfibieën, reptielen en libellen in zijn geheel uit te sluiten. Effecten treden hier dan ook niet mee op en leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Effecten op algemeen voorkomende dagvlinders en overige ongewervelden zijn op voorhand uit te sluiten. Het terrein is door het ontbreken van de juiste habitat (bloemrijke vegetatie) ongeschikt als voortplantingsgebied. De ingreep leidt niet tot overtredingen van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Effecten op beschermde soorten grondgebonden zoogdieren zijn geheel uit te sluiten. De sloop en renovatie leidt dus niet tot overtredingen van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Effecten op broedvogels al of niet met jaarrond beschermde nesten zijn op voorhand uit te sluiten.
Effecten op algemeen voorkomende soorten vogels die in de directe omgeving kunnen broeden zijn te voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode (dus buiten de periode half maart-half juli).
Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Bernardusweg 12, te Lage Mierde (ons kenmerk: 21-1032)
6