[26.11127] Bijlage 4. Brief financiën gemeenschappelijke regelingen 2024
Tekst van het document
Geacht bestuur,
In deze tijd van het jaar zijn gemeenten en gemeenschappelijke regelingen volop bezig met de begroting voor komend jaar en de meerjarenramingen voor de drie daarop volgende járen. Daarin spelen tal van inhoudelijk vraagstukken, welke financieel worden vertaald. Wij onderschrijven het belang van de samenwerking tussen gemeenten en we herkennen de opgaven waar we gezamenlijk voor staan. De realiteit is echter ook dat gemeenten te maken hebben met sterk teruglopende inkomsten uit het gemeentefonds, waardoor ingrijpende bezuinigingsoperaties niet te voorkomen zijn. Aanvullend op ingediende zienswijzen inzake de door u aangeleverde begroting 2025-2028 geven wij u daarom graag de volgende aandachtspunten mee voor het opmaken van de definitieve begroting: Financiële mogelijkheden zijn begrensd Binnen de gemeenten piept en kraakt het. Naast de bovengemeentelijke opgaven zijn ook de lokale opgaven omvangrijk. De gemeentelijke financiën komen de komende járen onderdrukte staan, met als gevolg sterke begrenzingen van de financiële middelen. Dat zal zijn invloed gaan hebben op de gemeentelijke ambities, maar óók op de ambities die we via gemeenschappelijke regeling in gezamenlijkheid hebben. We begrijpen dat er druk staat op het realiseren van de ambities, gezien de knelpunten die we ervaren op allerlei terreinen.
Tegelijkertijd is duidelijk dat op de gemeenten de noodzaak afkomt om te schrappen in wat we doen en dus om te prioriteren. Kort gezegd: we willen met elkaar meer dan dat we kunnen. We kunnen niet anders dan de tering naar de nering zetten. Dit betekent dat wij er vanuit gaan dat een stijging van de gemeentelijke bijdrage, welke uitgaat boven de prijsindexcijfers niet zal voorkomen. Waar mogelijk moet gestreefd worden naar een verlaging van de gemeentelijke bijdrage vanaf 2025. Ons dringende verzoek aan uw bestuur is dan ook om erkenning te geven aan deze problematiek en in het jaarprogramma 2025 en de daarop volgende jaarprogramma’s recht te doen aan wat we daadwerkelijk kunnen. Hiervoor is het nodig om te temporiseren binnen de verschillende programma’s. Dat doet niets af aan onze gezamenlijke ambities, maar het grijpt wel in op de doorlooptijden van ontwikkelingen en in nieuwe beleidsontwikkelingen, hoe wenselijk die in de basis ook mogen zijn. Capaciteitsmogelijkheden zijn begrensd De financiële begrenzingen waar we als gemeenten tegenaan moeten werken, hebben ook tot gevolg dat er geen ruimte meer is om de capaciteit uit te breiden. Ook in die zin verwachten wij dat gemeenschappelijke regelingen daar rekening mee houden. Het verleggen van taken, zowel van gemeenten naar gemeenschappelijke regelingen als omgekeerd, is dan ook geen oplossing.
Ook hierbij pleiten wij dus een “pas op de plaats”. Het kan niet anders dan dat we “samen trap op en trap af’ gaan. Als we inderdaad het tempo naar beneden bijstellen, dan moet het mogelijk zijn om hier “winst” in te behalen. Natuurlijk moeten de basistaken door kunnen gaan, maar zullen we voor het overige samen keuzes moeten maken. Uitvoeringskracht Tal van belangrijke ontwikkelingen in onze regio, in Nederland en wereldwijd zijn van invloed op het gemeentelijke en intergemeentelijke doen en laten. Daar hebben we gezamenlijk onze handen vol aan. We mogen het niet laten gebeuren dat we onze financiële mogelijkheden en onze capaciteitsproblematiek als het ware veronachtzamen en daarmee de uitvoeringskracht die we gezamenlijk hebben, nog verder inperken. Want dát is een reëel risico als we hoger willen springen dan onze financiële en personele polsstokken toelaten. Wij verzoeken u deze aandachtspunten zoveel mogelijk te verwerken in de definitieve begroting 2025 en ook als basis te gebruiken voor de kaders voor 2026 en volgende járen. Op deze wijze kan er aan het algemeen bestuur een voorstel wordt voorgelegd dat op draagvlak in onze raad kan rekenen. Met vriendelijke groet, De raad van Reusel-De Mierden,
De griffier, Mw. L. van Leersum.
24.08689
De voorzitter, Mw. A.J.M.H. van de Ven.