CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[26.09858] Bijlage 1. Verordening jeugdhulp 2026 gemeente Reusel-De Mierden

Commissie Inwoners 15 juni 2026, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 202611.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• •

Tarieven en contracten zijn zó ingericht binnen de inkoopregio Samen voor Jeugd dat aanbieders verantwoorde kwaliteit, continuïteit en voldoende deskundige professionals kunnen leveren, in lijn met de doelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en het MJBK. Inkoop stimuleert effectieve, kortdurende, gezinsgerichte en domeinoverstijgende hulp, met ruimte voor consultatie en mogelijkheden voor afschaling naar lichtere vormen. De gemeente stuurt op data over volume, duur, wachttijden, uitkomsten en cliënttevredenheid en gebruikt deze gegevens om met aanbieders te werken aan verbetering, normalisering en beheersing van kosten.

Artikel 31. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college hanteert tarieven voor door derden te leveren jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering die een goede prijs‑kwaliteitverhouding waarborgen. De tarieven zijn in elk geval gebaseerd op de volgende kostprijselementen: a. cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten; d. kosten voor indexering. 2. Het college legt bij gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulp en gecertificeerde instellingen vast dat zij deze prestaties alleen aan derden mogen uitbesteden als zij die derden een reële prijs betalen, die is opgebouwd uit dezelfde kostprijselementen als hierboven. 3. Het bovenstaande geldt voor subsidies alleen voor zover deze worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouder(s), en de omvang van de subsidie direct of indirect is gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.

17

HOOFDSTUK 9. KLACHTEN EN ZEGGENSCHAP Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd: • • •

De ervaringen en meningen van jeugdigen en ouders zijn een volwaardig vertrekpunt voor verbetering van beleid en uitvoering. Gemeente en CJG+ werken transparant, uitnodigend en responsief: klachten worden laagdrempelig ontvangen, zorgvuldig behandeld en benut om het systeem toegankelijker, eenvoudiger en menselijker te maken. Adviesraden worden betrokken bij besluitvorming over verordeningen.

Artikel 32. Klachtregeling Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouder(s) over de afhandeling van aanvragen op grond van deze verordening en over de uitvoering van jeugdhulp door het CJG+ de Kempen overeenkomstig de Klachtenregeling Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten. Artikel 33. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college stelt jeugdigen, hun ouder(s) en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid om voorstellen voor het jeugdhulpbeleid te doen en advies uit te brengen over verordeningen en beleidsvoorstellen op het gebied van jeugdhulp, en zorgt voor ondersteuning zodat zij hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd: • •

•

Overgangsrecht wordt zo toegepast dat de continuïteit en veiligheid van lopende hulp voorop staan, met waar mogelijk afschaling en normalisering conform de bewegingen van het MJBK. Evaluatie van de verordening sluit aan op de MJBK-cyclus en de Kempische datamonitoring, zodat bijstelling van regels plaatsvindt op basis van effecten, ervaringen en financiële houdbaarheid. Bij toekomstige aanpassing van landelijke en regionale kaders (Jeugdwet, Hervormingsagenda, Toekomstscenario, Meerjarenplan Samen voor Jeugd) wordt de verordening tijdig herijkt, met behoud van het Kempisch fundament: preventie, normaliseren, veiligheid en regievoeren.

Artikel 34. Evaluatie 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt ten minste één keer per vier jaar geëvalueerd. Artikel 35. Overgangsrecht 1. Een jeugdige of ouder behoudt recht op een lopende voorziening die is verstrekt op grond van de ‘Verordening jeugdhulp 2022’, totdat het college hierover een nieuw besluit heeft genomen. 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ en waarop tijdens inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden afgehandeld op basis van deze verordening. • Bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ die voor die zaken zijn rechtskracht behoudt. Hiervan kan in het voordeel van de jeugdige of zijn ouder(s) worden afgeweken als heroverweging op basis van de huidige Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026 tot een gunstiger uitkomst leidt. • Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ te herzien: a. op de gronden die in de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ zelf zijn vermeld;

18

b. als uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat op basis van de op dat moment geldende verordening een ander besluit zou zijn genomen; c. als de jeugdige of ouder wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm. 3. Het college kan een pgb dat is verstrekt onder de ‘Verordening jeugdhulp 2022’, terugvorderen op de gronden die in deze verordening zijn genoemd. Artikel 36. Inwerkingtreding, intrekking oude verordening en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. De ‘Verordening jeugdhulp 2022’ wordt met ingang van dezelfde datum ingetrokken. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026.

De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

mw. I.A.C. de Groot

Mevrouw A.J.M.H. van de Ven

19

Bijlagen die integraal onderdeel uitmaken van deze verordening:

Bijlage 1: Normtijden persoonlijke verzorging Activiteiten persoonlijke verzorging

Overzicht handelingen

1.1 Zich wassen

Delen van het lichaam Gehele lichaam Volledig aan/uitkleden Gedeeltelijk uitkleden Hulp bij uit bed komen Hulp bij in bed gaan Hulp bij middagrust

1.2 Zich aankleden

1.3 In en uit bed gaan

1.4 Zich verplaatsen in zit- of lighouding (hulp bij beweging, houding) 1.5 Naar toilet gaan en zich reinigen c.q. incontinentiemateriaal verwisselen 1.6 Eten en drinken

1.7 Toiletgang

2.1 Persoonlijke zorg voor tanden, haren, nagels, huid

Hulp bij broodmaaltijd Hulp bij warme maaltijd Hulp bij drinken Stomaverzorging bij lokaal intacte huid Stomazakje wisselen Katheterzak legen/wisselen Uritip aanbrengen Klysma microlax Zorg voor tanden Zorg voor haren Zorg voor nagels Scheren Inspectie van de intacte huid op (dreigende) vervormingen, ontstekingen en/of infecties Zalven van de intacte huid Verzorging van smetplekken (roodheid en irritaties huid) Verzorging van intacte huid rondom natuurlijk en onnatuurlijke lichaamsopeningen

20

Gemiddelde tijd per keer in minuten 10

Maximale frequentie p/dag

20 15

1x 2x

10 10

1x 1x

10 10 20

1x 2x Maatwerk

15

Maatwerk

10 15

2x 1x

10 20

6x Maatwerk

10 10

Maatwerk Maatwerk

15 15 5 5 5 10 10

Maatwerk Maatwerk 2x 1x 1x per week 1x Maatwerk

10

Maatwerk

10

Maatwerk

10

Maatwerk

1x

2.2 Aanbrengen/verwijderen prothese

2.3 Aanleren en begeleiden van PV-activiteiten

Aanbrengen prothese/hulpmiddel Verwijderen prothese/hulpmiddel Aanleren van kind, ouders en/of sociaal netwerk gekoppeld aan activiteiten 1.1 tot en met 2.2

21

15

1x

15

1x

Gelijk aan een of meer van de aan te leren activiteiten 1.1. tot en met 2.2 plus maximaal in totaal 30 minuten per week

Gelijk aan een of meer van de aan te leren activiteiten 1.1 tot en met 2.2

Bijlage 2: Normtijden begeleiding Begeleidingsactiviteit

Frequentie

Gemiddelde duur per keer

1. Het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur c.q. het voeren van regie en/of 2. Het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid

1x per week 2x per week 3x per week 4x per week 5x per week 6x per week 1x per dag 2x per dag 3x per dag 4x per dag

60 - 180 min. 60 - 180 min. 30 - 90 min. 30 - 90 min. 15 - 90 min. 15 - 90 min. 15 - 90 min. 15 - 45 min. 15 - 30 min. 15 - 20 min.

3. Het bieden van toezicht 3.1 Het bieden van toezicht tijdens onderwijs 3.1 Het bieden van toezicht tijdens onderwijs + zeer ernstige gedragsproblematiek: gemotiveerd toekennen 4. Oefenen

Maximale omvang per week in uren 1 - 3 uur 2 - 6 uur 1,5 - 4,5 uur 2 - 6 uur 1 - 7,5 uur 1,5 - 9 uur 1,5 - 10 uur 3,5 - 10 uur 5 - 10 uur 7 - 9 uur 13 uur 4 uur 7 uur

1-3 uur

Combinaties 1 en/of 2 + oefenen 1 en/of 2 + 3 1 en/of 2 + 3 + oefenen 1 en/of 2 + 3 + 3.1 + oefenen 1 en/of 2 + 3 + zeer ernstige gedragsproblematiek: gemotiveerd toekennen (wel of niet incl. oefenen) 1 en/of 2. + 3 + 3.1 + oefenen + zeer ernstige gedragsproblematiek: gemotiveerd toekennen (wel of niet incl. oefenen)

13 uur 13 uur 16 uur 20 uur 20 uur

25 uur

22

Bijlage 3: Gebruikelijke zorg en normale opvoeduitdagingen per leeftijdscategorie 0 - 2 jaar Hebben voortdurend begeleiding, toezicht en volledige overname van zelfzorg nodig. Normale opvoeduitdagingen: voedingsproblemen, slaapproblemen, scheidingsangst, angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties en incidenteel huilen. 2 - 4 jaar Hebben overdag voortdurend begeleiding, toezicht en overname van zelfzorg nodig en ’s nachts soms nog begeleiding en overname van zelfzorg. Vanaf ongeveer 3 jaar is geen sprake meer van normale opvoeduitdagingen als is vastgesteld dat er sprake is van ernstige meervoudige beperkingen (EMB). Deze kinderen hebben een ernstige verstandelijke beperking met een blijvend zeer laag ontwikkelingsperspectief en een ernstige motorische beperking. Meestal is ook sprake van zintuiglijke problemen (waaronder prikkelverwerkingsstoornissen) en/of somatische aandoeningen (zoals epilepsie, reflux, slikproblemen, luchtweginfecties et cetera). Normale opvoeduitdagingen: angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties, koppigheid, driftbuien, agressie, ongehoorzaamheid, druk gedrag, niet zindelijk zijn, zeuren/ driftbuien om beeldschermgebruik.

4 - 6 jaar Hebben overdag nog voortdurend begeleiding en aansturing nodig, maar zijn steeds meer zelfstandig in zelfzorg en motoriek; overdag vaak op geplande momenten hulp of enige overname van zelfzorg. Er is geen sprake meer van normale opvoeduitdagingen bij kinderen met een matige, ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking als daarnaast: 1. intensief toezicht (maar geen actieve observatie) nodig is in verband met ernstige gedragsproblemen; of 2. blijvende noodzaak bestaat voor (volledige) overname van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL39); of 3. sprake is van beperkingen op meerdere terreinen, zoals bewegen en verplaatsen, ADL, gedrag. Normale opvoeduitdagingen: niet gegronde angsten, ruzies met leeftijdgenoten, zindelijkheid, schoolweigering, gebrek aan zelfsturing. 6 - 12 jaar Hebben nog toezicht van volwassenen nodig, soms op enige afstand, zoals bij buitenspelen in de buurt. Ze worden geleidelijk zelfstandiger, maar hebben nog hulp bij persoonlijke verzorging en medicatie. Meestal overdag en vaak ook ’s nachts zindelijk, zo nodig met ondersteuning van ouder(s). Voor psychomotorische ontwikkeling, zelfredzaamheid, deelname aan het verkeer en begeleiding van/naar school is begeleiding en stimulans nodig.

Normale opvoeduitdagingen: ruzies, pesten, concentratieproblemen, laag prestatieniveau, niet naar school willen, incidenteel stelen of vandalisme, overmatig gamen/ televisie/streaming, cyberpesten. 12 - 18 jaar Hebben geen voortdurend toezicht meer nodig; vanaf twaalf jaar kunnen zij enkele uren alleen thuisblijven, vanaf zestien jaar een dag of nachten en rond achttienjarige leeftijd zelfstandig wonen. Zij redden zich grotendeels zelf op het gebied van persoonlijke verzorging maar tot 18 jaar is nog toezicht, stimulans en controle nodig bij medicatie en is een reguliere dagbesteding passend. Begeleiding blijft belangrijk voor hun ontwikkeling, bijvoorbeeld bij huiswerk, het ontwikkelen richting zelfstandigheid en het vergroten van hun zelfredzaamheid. Normale opvoeduitdagingen: onzekerheid (o.a. uiterlijk), onder- of overschatting van zichzelf, wisselend humeur; incidenteel spijbelen, incidenteel gebruik van alcohol en drugs, twijfels over identiteit of toekomst, problemen met autoriteiten, overmatig gamen/mediagebruik, cyberpesten, sexting (dader en slachtoffer). 18 - 23 jaar Hebben nog emotionele, financiële en praktische ondersteuning nodig maar maken eigen keuzes en beslissingen. Normale opvoeduitdagingen: stemmingswisselingen, incidenteel gebruik van alcohol en drugs, twijfels over identiteit of toekomst, problemen met autoriteiten.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=8237c194-f600-4cbc-aca8-3a449f10e26a