[25.23564] Controle- en rechtmatigheidsprotocol RdM 2025-2028 voor de accountantscontrole
Tekst van het document
)
Controle- en Rechtmatigheidsprotocol 2025-2028 Voor de accountantscontrole op de jaarrekening
Inhoud 1. Inleiding ......................................................................................................................................................... 3 1.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 3 1.2 Wettelijk kader.......................................................................................................................................... 3 2. Algemene uitgangspunten voor de controle voor de accountant (getrouwheid) ........................................... 4 3. Te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de accountant ............................................... 4 3.1 Goedkeuringstolerantie ............................................................................................................................ 4 3.2 Rapporteringstolerantie ............................................................................................................................ 5 3.3 Single Information Single Audit (SiSa) ..................................................................................................... 5 4. Rechtmatigheidsverantwoording door het college ........................................................................................
6 4.1 Rechtmatigheidsverantwoording .............................................................................................................. 6 4.2 Begrotingscriterium .................................................................................................................................. 7 4.3 Voorwaardencriterium .............................................................................................................................. 7 4.4 Het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium ............................................................................... 7 4.5 Normenkader ........................................................................................................................................... 8 5. Te hanteren verantwoordingsgrens en rapportagegrens door het college (rechtmatigheid) ........................ 8 5.1 Verantwoordingsgrens ............................................................................................................................. 8 5.2 Rapportagegrens ..................................................................................................................................... 8 5.3 Opbouw van de rechtmatigheidsverantwoording ..................................................................................... 8 6.
Rapportering door de accountant .................................................................................................................. 9 6.1 Accountant: Interim-controle .................................................................................................................... 9 6.2 Accountant: Accountantsverslag .............................................................................................................. 9 6.3 Controleverklaring .................................................................................................................................... 9 7. Bijlagen: ......................................................................................................................................................... 9 Bijlage 1: Communicatieplan ........................................................................................................................... 10 Bijlage 2: Rapportagemomenten ..................................................................................................................... 11
2
1. Inleiding In artikel 213 van de gemeentewet is opgenomen dat iedere gemeente een controleverordening dient op te stellen De nieuwe verordening ex. art. 212 Gemeentewet ligt op 16 december 2025 ter besluitvorming voor in de raad van de gemeente Reusel-De Mierden. De nieuwe verordening ex. art. 213 Gemeentewet ligt op 24 februari 2026 ter besluitvorming voor. In het verlengde van de controleverordening ex. art. 213 Gemeentewet is dit controle- en rechtmatigheidsprotocol opgesteld. Het controle- en rechtmatigheidsprotocol regelt een aantal zaken ten aanzien van de jaarrekeningcontrole, het gaat in op het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Daarmee regelt het tevens een aantal zaken ten aanzien van het financieel beheer zoals uitgeoefend door of namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden. Deze protocollen worden geactualiseerd als de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Landelijke wetswijzigingen, een verzoek van de gemeenteraad of wijziging van accountant kan aanleiding geven tot tussentijdse aanpassing van de protocollen en kunnen tevens aanleiding vormen om de controleverordening te actualiseren. Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de gemeenteraad aan Crowe Foederer Audit & Assurance B.V. opdracht verstrekt de accountantscontrole, als bedoeld in art 213 GW voor de gemeente Reusel-De Mierden uit te voeren.
Op basis van het een openbare aanbesteding, onder nummer BIZOB-2024-GEZ-MRO-00507, is de overeenkomst tussen de gemeente Reusel-De Mierden en Crowe Foederer Audit & Assurance B.V. gesloten voor de boekjaren 2025 tot en met 2028, met de optie om 1 maal met 2 jaar te verlengen voor de boekjaren 2029 en 2030. Object van controle is jaarlijks de jaarrekening van het voorgaande jaar en daarmede tevens het financieel beheer over datzelfde jaar, zoals uitgeoefend door of namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden. 1.1 Doelstelling Dit controleprotocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties, alsmede de verantwoordings- en rapportagegrenzen (in het kader van het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording) voor de controle op de jaarrekeningen van de gemeente Reusel-De Mierden. Actualisatie zal plaatsvinden indien nodig. Jaarlijkse vaststelling door de gemeenteraad is niet nodig.
De gemeenteraad (her)bevestigt met het vaststellen van deze protocollen: de te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties ten behoeve van de accountantscontrole; de te hanteren verantwoordingsgrens ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording door het college; de rapporteringsgrens ten behoeve het opnemen en toelichten van geconstateerde onrechtmatigheden door het college in de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening. Deze protocollen hebben als doel nadere aanwijzingen te geven aan:
de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening van de gemeente Reusel-De Mierden; het college van de gemeente Reusel-De Mierden over de reikwijdte van de rechtmatigheidsverantwoording en de daarbij te hanteren verantwoordingsgrens en rapporteringsgrens.
1.2 Wettelijk kader Het opstellen van de jaarrekening, inclusief de toelichting dient te geschieden conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De Gemeentewet, art. 213, schrijft voor dat de gemeenteraad één of meer accountants aanwijst als bedoeld in art. 393 eerste lid Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de controle van de in art 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een accountantsverslag. 3
In het kader van de opdrachtverstrekking aan de accountant kan de gemeenteraad nadere aanwijzingen geven voor te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties. Tevens zal in de opdrachtverstrekking duidelijk aangegeven moeten worden welke wet- en regelgeving in het kader van het financieel beheer onderwerp van rechtmatigheidscontrole zal zijn. 2. Algemene uitgangspunten voor de controle voor de accountant (getrouwheid) De accountant stelt de getrouwheid van de jaarrekening vast, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording – als een onderdeel van de jaarrekening. In de controleverklaring wordt geen afzonderlijk oordeel meer gegeven over het aspect van de rechtmatigheid. Het college neemt de rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. De accountant zal toetsen of de jaarrekening getrouw is, en toetst daarbij dus ook of de rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft.
De controle van de jaarrekening door de accountant is gericht op het afgeven van een oordeel over : de getrouwe weergave van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de activa en passiva; de getrouwheid van de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording; het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 van de Gemeentewet (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten); de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe (en rechtmatige) verantwoording mogelijk maken; de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening; verantwoordingsmodel WNT; de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (SiSa), bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Bij de controle zijn de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn gesteld op grond van artikel 213, lid 6 Gemeentewet, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, de Kadernota Rechtmatigheid en de stellige uitspraken van de commissie BBV, bepalend voor de uit te voeren werkzaamheden. 3.
Te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de accountant De accountant accepteert in de controle bepaalde toleranties en richt de controle daarop in. De accountant controleert niet ieder document of iedere financiële handeling, maar richt de controle zodanig in dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening. Het uitvoeren van werkzaamheden met inachtneming van toleranties impliceert dat de controle zodanig wordt uitgevoerd, dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening inclusief de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording. 3.1 Goedkeuringstolerantie De definitie van de goedkeuringstolerantie is: ‘De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed’. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming en bepaald de strekking van de af te geven accountantsverklaring. In het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) zijn minimumeisen voor de in de controle te hanteren goedkeuringstoleranties voorgeschreven. Gemeenteraden mogen de goedkeuringstoleranties scherper vaststellen.
In praktijk wordt nauwelijks afgeweken van deze toleranties. De bij de controle, oordeelsvorming en rapportering gehanteerde en in onderstaande tabel genoemde toleranties hebben betrekking op de totaalbedragen van de verantwoording per gemeente en worden gebaseerd op de begrote totale lasten (op basis van de gewijzigde begroting), exclusief toevoegingen aan reserves van de gemeente voor het verslagjaar. 4
Goedkeuringstolerantie
Goedkeurend
Beperking
Afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de controle van de jaarrekening
≤ 2%
> 2% < 4%
Oordeelsonthouding/Afkeurend ≥ 4%
Het totaal van de fouten en onzekerheden dat groter is dan 2% wordt in vaktermen “van materieel belang” genoemd. Fouten of onzekerheden die groter zijn dan 4% worden “van wezenlijk belang” genoemd. 3.2 Rapporteringstolerantie Naast de goedkeuringstoleranties bestaat er de rapporteringtolerantie. De rapporteringtolerantie is uitgangspunt voor het verslag van bevindingen van de accountant. Op basis van het Bado zijn de bedragen voor de rapporteringstolerantie gelijk aan of lager dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie. De raad kan de rapporteringstolerantie lager vaststellen. Wanneer de rapporteringtolerantie gelijk is aan de goedkeuringstolerantie komen er alleen bevindingen in het verslag wanneer er geen sprake meer is van een goedkeurende verklaring. Het is daarom mogelijk dat gemeenteraden de rapporteringtolerantie strenger maken (lager dan 1% van de omvangsbasis). Dit betekent echter niet dat de accountant meer werkzaamheden gaat verrichten. Fouten of onzekerheden die de accountant constateert en die boven het bedrag van de rapporteringtolerantie liggen komen dan in het verslag van bevindingen. Het verslag van bevindingen bevat dan naast bevindingen die van invloed zijn op het oordeel, ook bevindingen die het oordeel niet hebben beïnvloed.
In het aanbestedingsdocument BIZOB-2024-GEZ-MRO-00507, is opgenomen dat de rapporterings-tolerantie ≥ € 50.000,- bedraagt. Naast deze kwantitatieve benadering zal de accountant ook een kwalitatieve beoordeling hanteren. De weging van fouten en onzekerheden vindt ook plaats op basis van professional judgement. 3.3 Single Information Single Audit (SiSa) Voor fouten en onzekerheden van specifieke uitkeringen geldt een andere rapporteringstolerantie dan voor de jaarrekening. De accountants van gemeenten en provincies moeten specifieke controlewerkzaamheden verrichten voor de oordeelsvorming. Deze eisen zijn opgenomen in artikel 3a van het Bado. Artikel 3a Bado luidt: ‘De accountant beoordeelt voor elke specifieke uitkering of er sprake is van risico’s die richtinggevend zijn voor de inrichting van de accountantscontrole. Indien de provincie of gemeente een of meer specifieke uitkeringen ontvangt met een omvang van tenminste € 125.000,- in het verantwoordingsjaar voert de accountant in ieder geval voor elk van die specifieke uitkeringen een deelwaarneming uit.’ Er zijn geen voorschriften voor de inrichting van de risicoanalyse genoemd in de eerste zin van artikel 3a Bado. Een risicoanalyse houdt in dat de accountant vaststelt of de gemeente of provincie voldoende maatregelen heeft getroffen om onder andere de wet- en regelgeving uit te voeren.
Hierbij houdt hij rekening met de bevindingen uit voorgaande jaren, nieuwe ontwikkelingen in het verantwoordingsjaar en de financiële omvang. Er kan op grond van art. 3a Bado worden volstaan met één deelwaarneming per specifieke uitkering (dus niet per indicator per specifieke uitkering), bestaande uit één post. Een deelwaarneming houdt in dat de accountant beoordeelt of een post (bijv. een betaling of een individueel enquêteresultaat of bevestiging van opgeleverde woning) conform de voorschriften in wet- en regelgeving is uitgevoerd en verantwoord door de gemeente. Voor de bevindingen over specifieke uitkeringen gelden op grond van art. 5 lid 4 Bado zwaardere rapporteringtoleranties dan voor andere onderdelen van de reguliere jaarrekening, zodat de vakdepartementen voldoende informatie hebben om de specifieke uitkeringen vast te stellen en de Algemene Rekenkamer van informatie te voorzien. Artikel 5 lid 4 Bado luidt: ‘In het verslag van bevindingen van de accountant wordt per specifieke uitkering gerapporteerd met een rapporteringstolerantie gebaseerd op de lasten van de specifieke uitkering in het 5
verantwoordingsjaar of, bij meerjarige financiële afrekening op basis van prestatieafspraken, gebaseerd op het totale voorschot per specifieke uitkering, in alle gevallen met een ondergrens van te melden bevindingen van: a. € 12.500 indien de lasten kleiner dan of gelijk aan € 125.000 zijn; b. 10% indien de lasten groter dan € 125.000 en kleiner dan of gelijk aan € 1.000.000 zijn; c. € 125.000 indien de lasten groter dan € 1.000.000 zijn.’ De accountant geeft vanaf 2025 een expliciet oordeel over de rechtmatigheid van specifieke uitkeringen. Dit oordeel komt in een aparte sectie in de accountantsverklaring. Ook het college moet deze fouten/afwijkingen opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. 4. Rechtmatigheidsverantwoording door het college 4.1 Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van 2023 wordt het college van Burgemeester en Wethouders verantwoordelijk voor een rechtmatigheidsverantwoording. Op grond van artikel 212 Gemeentewet stelt de raad bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. De ‘Financiele Verordening 2025’ waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst .
Voor een toelichting op het begrip rechtmatigheid in relatie tot de (accountants)controle bij gemeenten en provincies wordt onder meer verwezen naar de het Besluit accountantscontrole decentrale overheid (bado), Notitie Rechtmatigheidsverantwoording (bado) en de ‘Kadernota Rechtmatigheid 2025’ van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (Bado) dat ‘de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen’, dat wil zeggen ‘in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen’. De controle op rechtmatigheid is gericht op de naleving van externe en interne regelgeving, zoals die opgenomen zijn in het normenkader. Het normenkader wordt jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld door de gemeenteraad. Ook afwijkingen die voortvloeien uit de verantwoording van specifieke uitkeringen (SISA) dienen te worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. In het kader van de rechtmatigheidscontrole worden negen rechtmatigheidscriteria onderkend 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Calculatiecriterium Valuteringscriterium Adresseringscriterium Volledigheidscriterium Aanvaardbaarheidscriterium Leveringscriterium
7. Begrotingscriterium 8. Voorwaardencriterium 9. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
Afgedekt door balans en overzicht van baten en lasten
Afgedekt door rechtmatigheidsverantwoording van college
In het kader van het getrouwheidsonderzoek wordt aandacht besteed aan de meeste van deze criteria. Voor de oordeelsvorming over de rechtmatigheid van het financieel beheer wordt aandacht besteed aan onderstaande rechtmatigheidscriteria: • Begrotingscriterium; • Voorwaarden criterium; • Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium). Bovenstaande criteria komen expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording. Rechtmatigheidscriteria die ook de getrouwheid raken zijn geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Bijvoorbeeld: constatering van een verslaggevingsfout is geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Ook de constatering dat een post in de jaarrekening niet voldoet aan de uitgangspunten van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) hoeft niet opgenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording. 6
4.2 Begrotingscriterium De financiële beheershandelingen zijn tot stand gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende hoofdtaakvelden. Bij het begrotingscriterium gaat het om controle op overschrijdingen van de geautoriseerde begroting (inclusief investeringen) na begrotingswijzigingen in het boekjaar. Onderdeel van de rechtmatigheidsonderbouwing is vaststellen of er sprake is van dit soort overschrijdingen en of ze passen binnen het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in de Financiële Verordening 2025. Alleen een begrotingsoverschrijding die onrechtmatig is(zie onderstaand schema uit de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van BBV), wordt vermeld in de rechtmatigheidsverantwoording. Dit omdat de overschrijding een inbreuk vormt op het budgetrecht van de gemeenteraad.
4.3 Voorwaardencriterium De financiële beheershandeling voldoet aan de geldende regelgeving. Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de gemeente voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. Het betreft o.a. de aspecten hoogte, recht en duur. Het normenkader wordt actueel gehouden en jaarlijks aangepast op basis van nieuwe wet- en regelgeving. In het normenkader is de interne- en externe regelgeving waaraan getoetst wordt opgenomen. Een voorbeeld van het niet naleven van het voorwaardencriterium is het ten onrechte niet Europees aanbesteden van een opdracht. 4.4 Het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium Het college heeft voldoende waarborgen genomen om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte overheidssubsidies of –uitkeringen zijn verleend of een te laag bedrag aan heffingen aan de gemeente is betaald. Bij het M&O criterium gaat het in het bijzonder om vast te stellen dat de organisatie effectieve maatregelen heeft getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Een voorbeeld van misbruik is een subsidieaanvraag voor een project dat niet bestaat.
Een voorbeeld van oneigenlijk gebruik is een subsidieaanvraag voor plantjes ter uitvoering van de natuur en de plantjes die worden gekweekt, blijken hennepplantjes te zijn. Het kan niet de bedoeling zijn om hennepplantjes te subsidiëren. Het M&O beleid van gemeente Reusel-De Mierden is door de gemeenteraad vastgesteld op 14 november 2023. 7
4.5 Normenkader Aan het begin van het boekjaar wordt het voorlopig normenkader door de raad vastgesteld. Het definitief normenkader wordt aan het begin van het volgend boekjaar definitief vastgesteld. Het definitief normenkader is het voorlopig normenkader aangevuld met wet- en regelgeving die in de loop van het boekjaar is vastgesteld en in werking is getreden. Ondanks het feit dat het normenkader zorgvuldig is opgesteld, is het onmogelijk te garanderen dat dit kader limitatief is. Dat betekent dat in die gevallen waarin de interne wet- en regelgeving, zoals die is opgenomen in het normenkader niet voorziet dan wel (interpretatie)ruimte laat, het college gemandateerd is om beslissingen te nemen. Beslissingen van het college in deze worden ter kennis van de raad gebracht. Begin 2026 zal het definitief normenkader 2025 tezamen met het voorlopig normenkader 2026 in de raad worden gebracht.
5. Te hanteren verantwoordingsgrens en rapportagegrens door het college (rechtmatigheid) 5.1 Verantwoordingsgrens Naast de goedkeuringstolerantie wordt de verantwoordingsgrens onderkend. Deze kan als volgt worden gedefinieerd: ‘De verantwoordingsgrens is een door de gemeenteraad vastgesteld bedrag, waarboven het College van B&W de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens valt binnen de bandbreedte van 0% tot 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves’. De gemeenteraad is vrij om binnen deze bandbreedte de grens te bepalen. Ligt het bedrag van de afwijkingen onder de grens dan is er sprake van goedkeuring en kan het college aangeven rechtmatig te hebben gehandeld. Boven het vastgestelde percentage moet het college de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De te kiezen grenzen moeten een juiste balans bewaken tussen het niveau van informatievoorziening aan de raad en de hoogte van uitvoeringskosten van de verantwoording die de organisatie gemaakt moet worden daartoe. In de Financiële Verordening 2025 in artikel 10 lid 2 is de verantwoordingsgrens vastgesteld op 2%.
5.2 Rapportagegrens Het college is verplicht om onrechtmatigheden toe te lichten in de bedrijfsvoeringsparagraaf indien de geconstateerde onrechtmatigheid de verantwoordingsgrens overschrijdt. Het college hecht waarde aan het gesprek over de bevindingen uit de rechtmatigheidscontroles. Daarom beperkt het college zich niet alleen tot het geven van een toelichting louter bij het overschrijden van de verantwoordingsgrens. Het college rapporteert derhalve alle bevindingen omtrent de financiële rechtmatigheid boven de rapportagegrens in de paragraaf bedrijfsvoering met een toelichting vanuit haar actieve informatieverstrekking richting raad. In de Financiële Verordening 2025 in artikel 10 lid 3 is de rapportagegrens vastgesteld op € 50.000. 5.3 Opbouw van de rechtmatigheidsverantwoording In paragraaf 4.2.2 van de Kadernota Rechtmatigheid 2025, opgesteld door de Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording wordt gesproken over afwijkingen van de begroting. Voor de gemeenteraad is belangrijk dat zij met de rechtmatigheidsverantwoording overzicht en inzicht hebben in het totaal aan (begrotings)onrechtmatigheden voor zover die de verantwoordingsgrens overschrijden, en dat niet vooraf al bepaalde (begrotings)onrechtmatigheden worden uitgezonderd van opname in de rechtmatigheidsverantwoording.
In de rechtmatigheidsverantwoording wordt vervolgens wel aangegeven voor welk bedrag aan begrotingsonrechtmatigheden in verband met overschrijdingen van lasten en/of investeringen - op basis van de vooraf gemaakte interne afspraken - de conclusie is dat deze begrotingsonrechtmatigheden acceptabel zijn. Dat is ook een belangrijk aspect van verantwoorden en toelichten op welke wijze het college van B&W met de gemaakte afspraken om is gegaan. De dan nog resterende begrotingsonrechtmatigheden vereisen een nadere toelichting in de rechtmatigheidsverantwoording en paragraaf bedrijfsvoering. In Bijlage 1 van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 is een verplichte Modelverantwoording opgenomen.
8
6. Rapportering door de accountant 6.1 Accountant: Interim-controle In de tweede helft van het jaar wordt door de accountant de interim-controle uitgevoerd. Over de uitkomsten van deze controle wordt na afronden van de interim-controle een concept-verslag (managementletter) uitgebracht aan het college. Bestuurlijk relevante uitkomsten van de interim-controle worden aan de raad gerapporteerd via de Board-letter. 6.2 Accountant: Accountantsverslag Overeenkomstig de Gemeentewet wordt omtrent de controle van de jaarrekening een verslag van bevindingen uitgebracht aan de raad en in afschrift aan het college van burgemeester en wethouders. In het verslag van bevindingen wordt gerapporteerd over de opzet en de uitvoering van het financiële beheer en of de beheersorganisatie een getrouw en rechtmatig financieel beheer en een rechtmatige verantwoording daarover waarborgen. Het verslag van bevindingen wordt conform planning van de P&C-cyclus opgeleverd. Indien wordt afgeweken van deze planning rapporteert de accountant hierover aan de raad, gehoord hebbende het college. 6.3 Controleverklaring In de controleverklaring wordt op een gestandaardiseerde wijze, zoals wettelijk voorgeschreven, de uitkomst van de accountantscontrole weergegeven. De controleverklaring ziet toe op de getrouwheid van de jaarstukken inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het college.
Deze controleverklaring is bestemd voor de raad, zodat deze de door college van burgemeester en wethouders opgestelde jaarrekening kan vaststellen.
7. Bijlagen: 1. Communicatie en periodiek overleg. 2. Rapportagemomenten.
9
Bijlage 1: Communicatieplan Crowe Foederer Audit & Assurance B.V. is een onafhankelijke controleur voor de raad. Zij combineren de accountantscontrole met een natuurlijke advies- en klankbordfunctie voor zowel raad als college en organisatie. Om de advies- en ondersteuningsfunctie adequaat uit te kunnen voeren, achten zij regelmatig overleg van belang. In onderstaand communicatieplan zijn de vaste overlegmomenten opgenomen. Uiteraard kan dit worden aangevuld met bijvoorbeeld extra voorlichtingsbijeenkomsten voor de raad. Wie Raadscommissie/ Raadsafvaardiging Ambtelijke organisatie Ambtelijke organisatie
Gemeentesecretaris en portefeuillehouder financiën
Wanneer In overleg
Onderwerp Afstemming controle/ aandachtspunten
september
Afstemming controle, planning en doorspreken ontwikkelingen Uitvoering interim-controle en bespreken conceptbevindingen
november/december januari
Bespreken managementletter
Ambtelijke organisatie
februari
Voorbespreking ontwikkelingen en doornemen CAP
Ambtelijke organisatie
april/ mei
Uitvoeren jaarrekeningcontrole en bespreken conceptbevindingen
Gemeentesecretaris en portefeuillehouder financiën
mei
Bespreken conceptverslag van bevindingen
Raadscommissie/ Raadsafvaardiging
juni
Toelichting verslag van bevindingen en evaluatie
Ambtelijke organisatie
juli
Evaluatie
10
Bijlage 2: Rapportagemomenten De volgende standaard rapportagemomenten worden onderkend:
11
Rapportage Managementletter
Tijdstip Na afronding van de interim controle
Board Letter
Na afronding van de interim controle
Accountantsverslag
Na afronding van de controle van de jaarrekening
Controleverklaring
Na afronding van de controle van de jaarrekening
Inhoud Mogelijke risico’s, verbeter- en aandachtspunten betreffende de processen en procedures (beheersingsstructuur), beheersing specifieke subsidiestromen evenals overige van belang zijnde onderwerpen. Mogelijke risico’s, globale verbeter- en aandachtspunten betreffende de processen en procedures evenals overige van belang zijnde onderwerpen. Wettelijk: De vraag of inrichting van het financieel beheer en van de financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken. Daarnaast resterende fouten, onzekerheden of verbeteringen op het gebied van verslaglegging rekening houdend met afgesproken rapporteringstoleranties. Relatie tussen de controletolerantie ingevolge controleverordening en de feitelijke bevindingen. Oordeel over de mate waarin de gemeenterekening een getrouw beeld geeft i.o.m. verslaggevingsvoorschriften en voldoet aan de eisen van rechtmatigheid.
Gericht aan college (managementletter)
raad
raad (afschrift aan college)
raad