CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[25.23435] Advies Berenschot verdeelsleutel KempenPlus 2025

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Zienswijzeprocedure herziening Bijdragebesluit KempenPlus3.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Berenschot

1/10

Memo Van:

Martin Heekelaar

Datum:

Onderwerp:

Kostenverdeelsleutel KempenPlus (76782)

14 november 2025

Inleiding Het bestuur van KempenPlus vroeg Berenschot om advies voor de nieuwe verdeelsleutel voor de bekostiging van de algemene kosten en de uitvoeringskosten van de bijzondere bijstand. Het memo is in nauwe afstemming met de ambtelijke vertegenwoordigingen van de gemeenten en KempenPlus opgesteld. De Kempen gemeenten hebben twee opties in beeld gebracht. Berenschot heeft een alternatieve verdeelsleutel uitgewerkt voor optie 2. We brengen de verschillende opties hierna in beeld. We lichten de verdeelsleutel eerst toe. Daarna brengen we de voor- en nadelen van de verschillende opties in beeld. Dat doen we aan de hand van de beginselen van solidariteit, profijtbeginsel en continuïteit, die door de Kempen-gemeenten voor de verdeelsleutel worden gehanteerd. Tevens presenteren we de herverdeeleffecten, zodat we kunnen zien wat de uitkomst is van de verdeling en de verschillende sleutels met elkaar kunnen vergelijken. We sluiten het memo af met een advies van Berenschot aan het bestuur van KempenPlus. Voor een verdieping van de analyse in het memo en de concepttekst voor het bijdragebesluit, verwijzen wij naar de bijlagen.

Optie 1 De gemeentelijke bijdrage voor de algemene kosten worden verdeeld op basis van de rekentool van Berenschot. De gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de bijzondere bijstand wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners. ^

Het voordeel van deze verdeling is dat het voldoet aan het solidariteitsbeginsel en het profijtbeginsel: de algemene kosten worden door de gemeenten vergoed naar rato van de middelen die gemeenten ontvangen van de rijksoverheid en de bijdrage voor de uitvoeringskosten van de bijzondere bijstand wordt verdeeld naar rato van het aantal inwoners. De rijksmiddelen die gelden als basis voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage zijn congruent met de kosten die daaruit gefinancierd moeten worden. Daarom is sprake van solidariteit en omdat in de rijksmiddelen indirect het profijtbeginsel wordt toegepast is tevens sprake van toepassing van het profijtbeginsel.

^

Een nadeel van deze verdeling is dat het minder voldoet aan het continuïteitsbeginsel: De rekentool wordt door Berenschot jaarlijks opgesteld in opdracht van Cedris en Divosa. De Kempen-gemeenten zijn voor de verdeling, daarom afhankelijk van deze opdrachtverlening. Die is niet gegarandeerd en daarmee is de continuïteit van de verdeelsleutel niet gegarandeerd.

•

Kortom, inhoudelijk voldoet optie 1 aan de gestelde criteria van profijt en solidariteit. Ten aanzien van de continuïteit is de sleutel kwetsbaar.

B

2/10

^

Het herverdeeleffect van optie 1 ziet er als volgt uit. Bergeijk

2026

2027

2028

2029

Ê -251.049

Ê -183.718

Ê -118.317

Ê -76.227

Bladel

Ê 636.722

Ê 459.014

Ê 404.528

Ê 304.379

Eersel

Ê -309.326

Ê -261.476

Ê -218.469

Ê -163.112

Reusel

Ê -76.347

Ê -13.819

Ê -67.741

Ê -65.039

Totaal

eo

eo

eo

eo

Optie 2 De gehele bijdrage voor de algemene kosten en bijzondere bijstand wordt verdeeld op basis van de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen voor Participatie in het gemeentefonds. ^

Het voordeel van deze verdeling is dat het voldoet aan het continuïteitsbeginsel: met het publiceren van de septembercirculaire worden jaarlijks per gemeente de rijksmiddelen in het gemeentefonds voor Participatie gepubliceerd. De omvang van de rijksbijdrage Participatie is dus elk jaar bij de gemeenten bekend.

•

Nadeel is dat de sleutel minder goed voldoet aan het profijtbeginsel en aan het solidariteitsbeginsel: de rijksmiddelen bestaan voor 1470 uit budget voor de uitvoeringskosten en de programmakosten van het minimabeleid, terwijl de uitvoering bijzondere bijstand bij KempenPlus 37 bedraagt van het totaal te bekostigen bedrag. Dat betekent dat de bedragen in de verdeelsleutel niet (volledig) corresponderen met de kosten die door KempenPlus worden gemaakt en sprake is van een scheve verdeling: de verdeling van de kosten is niet gelijk aan de verdeling van de budgetten die als basis dienen voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage, waardoor niet wordt voldaan aan het profijtbeginsel en het solidariteitsbeginsel.

^

Kortom, optie 2 verdient de voorkeur ten opzichte van optie 1, met het oog op de continuïteit. Met het oog op de solidariteit en het profijtbeginsel, verdient optie 1 de voorkeur.

^

Het herverdeeleffect van optie 2 ziet er als volgt uit: Bergeijk

2026

2027

2028

2029

Ê -45.000

Ê 20.506

Ê 83.082

Ê 122.061 Ê 110.680

Bladel

Ê 416.897

Ê 254.052

Ê 200.518

Eersel

Ê -232.417

Ê -187.876

Ê -147.642

Ê-98.144

Reusel

Ê -139.480

Ê -86.683

Ê -135.959

Ê -134.597

Totaal

Ê0

Ê0

Ê0

Ê -0

Hieruit blijkt dat het herverdeel fors afwijkt van het herverdeeleffect van optie 1, zowel voor wat betreft het patroon van de herverdeeleffecten als de omvang van de herverdeeleffecten. Dat wordt vooral verklaard doordat in optie 2 de totale rijksvergoeding (programmageld) voor minimabeleid wordt meegenomen in de verdeling, terwijl daarvoor is gecorrigeerd in optie 1.

Alternatief voor optie 2 Berenschot ging na of er een verdeelsleutel mogelijk is die tegemoetkomt aan zowel de bezwaren tegen optie 1 als de bezwaren tegen optie 2. Dus, een verdeelsleutel die voldoet aan het continuïteitsbeginsel en die voldoet aan het profijtbeginsel en het solidariteitsbeginsel. Daarvoor kijken we eerst naar de verdeelmaatstaven in het bedrag voor Participatie in het gemeentefonds. Het budget dat gemeenten voor participatie ontvangen in het gemeentefonds wordt bepaald aan de hand van de volgende maatstaven: ^

Aantal bijstandsontvangers (kortweg bijstandsontvangers)

^

Aantal inschrijvingen in het doelgroepenregister vanuit de gemeentelijke doelgroep (kortweg doelgroepenregister)

^

Het aantal huishoudens met een laag inkomen met drempel (kortweg lage inkomens)

^

Het aantal verstrekte loonkostensubsidies (kortweg loonkostensubsidies)

^

Rijksbijdrage Wsw, berekend op basis van een landelijk beschikbaar macrobudget, het aantal Wsw-ers en de uitstroomkans

B

3/10

^

Rijksbijdrage beschut werk, berekend op basis van een landelijk beschikbaar macrobudget en de omvang van de taakstelling

Hiervoor gaven we aan dat in het budget voor Participatie middelen zitten voor het minimabeleid en dat deze middelen niet corresponderen met het bedrag dat door de gemeenten moet worden bekostigd. Het bedrag voor het minimabeleid wordt grotendeels bepaald door de huishoudens met een laag inkomen. Als de huishoudens met een laag inkomen niet worden meegeteld bij het bepalen van het bedrag dat als basis dient voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage wordt het bedrag in overeenstemming gebracht met de algemene kosten en de uitvoeringskosten bijzondere bijstand van KempenPlus. Op die manier ontstaat een verdeelsleutel die voldoet aan alle drie beginsels: continuïteit, solidariteit en profijtbeginsel. ^

Kortom, de alternatieve verdeling voor optie 2 scoort voor wat betreft continuïteit, solidariteit en het profijtbeginsel, beter dan de opties 1 en 2: -

Het budget dat uit het gemeentefonds wordt gehaald en dat als basis dient voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage correspondeert nu meer met het bedrag dat in optie 1 wordt berekend aan de hand van de rekentool van Berenschot.

-

Het bedrag kan altijd worden berekend op basis van de bedragen die door het ministerie van BZK bekend worden gemaakt bij de septembercirculaire. Daardoor is de benodigde informatie voor het berekenen van de budgetten gegarandeerd.

^

Het herverdeeleffect van de alternatieve verdeling voor optie 2 ziet er als volgt uit:

Bergeijk

2026

2027

2028

2029

0 -272.995

0 -178.140

0 -101.696

0 -49.053 0 194.725

Bladel

0 574.212

0 370.882

0 303.892

Eersel

0 -168.743

0 -104.198

0 -53.401

0 8.397

Reusel

0 -132.474

0 -88.544

0 -148.795

0 -154.069

Totaal

eo

eo

eo

eo

Hieruit blijkt dat het herverdeeleffect vergelijkbaar is met het herverdeeleffect in optie 1 en anders is dan het herverdeeleffect in optie 2. Dat komt doordat in het alternatief voor optie 2 een correctie wordt doorgevoerd voor het minimabeleid, door de maatstaf lage inkomens uit de verdeelsleutel weg te nemen.

Samenvatting In de volgende tabel tonen we een samenvatting van de verschillende verdeelsleutels en de gemiddelde herverdeeleffecten over de periode 2026-2029 Kosten

Verdeel­ sleutel

Algemeen

Bijzondere bijstand

Herver­ deeleffecten

Optie 1

Optie 2

Berenschottool excl minimageld

Alternatief Particiopatie-

Participatie

middelen GF

middelen GF

excl hh lage

Aantal inwoners

inkomens

Bergeijk

0 -157.328

0 45.162

0 -150.471

Bladel

0 451.161

0 245.537

0 360.928

Eersel

0 -238.096

0 -166.520

0 -79.486

Reusel

0 -55.737

0 -124.180

0 -130.971

B

4/10

Advies Gegeven de beginselen die de Kempen-gemeenten hanteren voor de verdeling (continuïteit, solidariteit, profijtbeginsel) adviseert Berenschot om voor de bekostiging van de algemene kosten en de uitvoeringskosten bijzondere bijstand de alternatieve sleutel voor optie 2 te hanteren: verdeling op basis van middelen voor Participatie in het gemeentefonds, waarbij de maatstaf huishoudens met een laag inkomen wordt weggenomen.

B

5/10

Bijlage 1: Totale gemeentelijke bijdrage en de middelen in het gemeentefonds In deze bijlage geven we een toelichting op de kosten waarvoor gemeenten jaarlijks een bijdrage betalen aan KempenPlus, op de middelen die gemeenten ter compensatie van deze kosten ontvangen in het gemeentefonds en de meer specifieke toerekening van de middelen aan de specifieke kosten die gemeenten maken voor de Participatiewet.

Kosten en gemeentelijke bijdrage Gemeenten betalen jaarlijks een bijdrage aan KempenPlus voor: ^

Algemene kosten: -

Uitvoering van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ

-

Wsw

-

Re-integratie

-

Begeleiding van medewerkers met een loonkostensubsidie, waaronder medewerkers met een indicatie beschut werk

•

Uitvoering van bijzondere bijstand (onderdeel van de Participatiewet)

•

Uitvoering van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne

^

Het uitvoeren van de Wet inburgering 2021

De Kempen-gemeenten vroegen Berenschot om een advies voor het verdelen van de gemeentelijke bijdrage voor de algemene kosten en de uitvoering van bijzondere bijstand.

Middelen in het gemeentefonds voor Participatie Gemeenten ontvangen in het gemeentefonds middelen voor de algemene taken van KempenPlus en de uitvoering van de bijzondere bijstand. Het budget dat gemeenten ontvangen in het gemeentefonds wordt bepaald aan de hand van de volgende maatstaven: •

Aantal bijstandsontvangers (kortweg bijstandsontvangers)

•

Aantal inschrijvingen in het doelgroepenregister vanuit de gemeentelijke doelgroep (kortweg doelgroepenregister)

•

Het aantal huishoudens met een laag inkomen met drempel (kortweg lage inkomens)

•

Het aantal verstrekte loonkostensubsidies (kortweg loonkostensubsidies)

•

Rijksbijdrage Wsw, berekend op basis van een landelijk beschikbaar macrobudget, het aantal Wsw-ers en de uitstroomkans

•

Rijksbijdrage beschut werk, berekend op basis van een landelijk beschikbaar macrobudget en de omvang van de taakstelling

De rijksoverheid maakt specifiek zichtbaar hoeveel geld voor de Wsw en voor de begeleiding van medewerkers met een indicatie beschut werk wordt verstrekt. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de andere taken. Met andere woorden, het totaalbedrag dat gemeenten voor Participatie ontvangen is bekend, maar het is niet bekend hoeveel geld de gemeenten ontvangen voor de afzonderlijke taken, met uitzondering van de Wsw en beschut werk. Aandachtspunt hierbij is dat in het bedrag voor Participatie in het gemeentefonds een vergoeding zit voor het gehele minimabeleid, waar bijzondere bijstand onderdeel van uitmaakt. Met andere woorden, het bedrag in het gemeentefonds voor Participatie is hoger dan het bedrag dat gemeenten ontvangen voor de Participatiewet.

B

6/10

Rekentool rijksmiddelen financiering Participatiewet Omdat gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven wel behoefte hadden aan inzicht in de verdeling van het budget over de verschillende taken Berenschot heeft in opdracht van Cedris en Divosa een rekentool ontwikkeld waarmee gemeenten kunnen berekenen hoeveel geld zij van het Rijk ontvangen voor de Participatiewet en hoe deze middelen zijn verdeeld over de volgende taken: 1.

Uitvoering van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ

2.

Wsw

3.

Re-integratie

4.

Begeleiding van medewerkers met een loonkostensubsidie, waaronder medewerkers met een indicatie beschut werk

5.

Uitvoering en programmamiddelen minimabeleid

In de rekentool van Berenschot worden de maatstaven die de rijksoverheid jaarlijks publiceert bij het bekendmaken van de budgetten in het gemeentefonds, toegedeeld aan deze vijf posten. Aandachtspunt is dat de rekentool een totaalbedrag berekent voor de uitvoering van en de programmamiddelen voor het minimabeleid (post 5). Er wordt geen uitsplitsing gemaakt van uitvoering en programma. Ook wordt geen uitsplitsing gemaakt van bijzondere bijstand en het overige minimabeleid. Hieruit leiden we af dat de posten 1 tot en met 4 corresponderen met de algemene taken (en algemene kosten) van KempenPlus. In post 5 zitten middelen voor de uitvoering en het programma van het minimabeleid. Deze post correspondeert niet met de uitvoering van de bijzondere bijstand bij KempenPlus.

B

7/10

Bijlage 2: Verdeling van de gemeentelijke bijdrage Hierna geven we een nadere toelichting op de verdeelsleutels optie 1, optie 2 en alternatief voor optie 2 in het memo.

Verdeelsleutel optie 1 De gemeentelijke bijdrage voor de algemene kosten wordt verdeeld op basis van de rekentool van Berenschot, met uitzondering van de rijksmiddelen voor het minimabeleid. Dat, omdat de algemene kosten van KempenPlus corresponderen met het berekende budget voor de Participatiewet in de rekentool van Berenschot, met uitzondering van het minimabeleid. Voor de uitvoeringskosten van de bijzondere bijstand betalen gemeenten een gemeentelijke bijdrage die verdeeld wordt naar rato van het aantal inwoners.

Verdeelsleutel optie 2 In optie 2 wordt de gemeentelijke bijdrage voor de algemene kosten en de uitvoeringskosten bijzondere bijstand volledig verdeeld op basis van de budgetten die gemeenten ontvangen voor Participatie in het gemeentefonds. Met andere woorden, het budget dat gemeenten ontvangen voor Participatie, wat zowel bedoeld is voor de Participatiewet als de uitvoerings- en programmakosten van het bredere minimabeleid geldt als basis voor de verdeling van de algemene kosten en de uitvoering van de bijzondere bijstand door KempenPlus. Dat, terwijl KempenPlus geen kosten maakt voor de uitvoering van het bredere minimabeleid en dat de programmakosten separaat in rekening worden gebracht bij de gemeenten. De middelen die gemeenten ontvangen voor Participatie corresponderen dus niet met de kosten van KempenPlus en de te betalen gemeentelijke bijdrage.

Alternatief voor optie 2 De gemeentelijke bijdrage voor de algemene kosten en de uitvoeringskosten bijzondere bijstand wordt verdeeld op basis van de middelen voor Participatie in de algemene uitkering en de integratie-uitkering in het gemeentefonds, met uitzondering van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen. Alle andere maatstaven worden wel meegenomen in het budget dat als basis geldt voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage voor de algemene kosten en de uitvoeringskosten bijzondere bijstand. Dat, omdat de rijksbijdrage voor Participatie die wordt berekend op basis van het aantal lage inkomens grotendeels overeenkomt met het bedrag dat gemeenten in het gemeentefonds ontvangen voor de uitvoerings- en programmakosten van het minimabeleid die niet door KempenPlus worden gemaakt of grotendeels separaat door KempenPlus bij de gemeenten in rekening worden gebracht. Aandachtspunt hierbij is dat de door de rijksoverheid gepubliceerde bedragen in de algemene uitkering luiden in lopende prijzen en de bedragen in de integratie-uitkering luiden in constante prijzen. Hiervoor wordt omwille van de eenvoud en transparantie van de verdeelsleutel voor KempenPlus niet gecorrigeerd.

Samenvatting We vatten de verschillende verdeelsleutels samen aan de hand van de volgende figuur.

B

8/10

Toelichting: ^

De te financieren kosten van KempenPlus (groen), waarvoor de Kempen-gemeenten advies vroegen aan Berenschot, bestaan uit de volgende posten: -

Algemene kosten: •

Uitvoering van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ

•

Re-integratie

•

Begeleiding van medewerkers met een loonkostensubsidie, waaronder medewerkers

•

Wsw

met een indicatie beschut werk ^

Uitvoering van bijzondere bijstand

In optie 1 worden de algemene kosten verdeeld op basis van de berekende budgetten in de rekentool van Berenschot, met uitsluitsel van het bedrag voor het minimabeleid (paars). De gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de bijzondere bijstand wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners (lichtblauw).

^

In optie 2 wordt het volledige budget voor de algemene kosten en de uitvoeringskosten bijzondere bijstand verdeeld op basis van het totaal aan participatiemiddelen in het GF, dus met inbegrip van de middelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering en de programmakosten van het minimabeleid. De middelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering en het programma van het minimabeleid worden in het gemeentefonds berekend aan de hand van het aantal huishoudens met een laag inkomen en het aantal bijstandsontvangers.

^

In het alternatief voor optie 2 wordt er rekening mee gehouden dat KempenPlus de programmakosten van de bijzondere bijstand separaat vergoed krijgt en dat het minimabeleid niet volledig door KempenPlus wordt uitgevoerd. Daarom wordt het budget dat wordt berekend op basis van het aantal huishoudens met een laag inkomen niet meegenomen in de berekening van het budget dat als basis dient voor de verdeling van gemeentelijke bijdrage voor de algemene kosten en de uitvoeringskosten van de bijzondere bijstand. Het budget dat wordt berekend op basis van het aantal huishoudens met een laag inkomen correspondeert grotendeels met het bedrag dat KempenPlus separaat vergoed krijgt en kosten die niet door KempenPlus worden gemaakt.

B

9/10

Bijlage 3: concept bijdragebesluit Participatiebedrijf KempenPlus Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus, gelet op artikel 25 van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus, Gelezen de zienswijzen ingebracht door de raden van Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden op het ontwerp van dit Bijdragebesluit, Heeft besloten tot vaststelling van het navolgende besluit: Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 1 van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf De Kempen is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder: a. b.

Begrotingsjaar: het kalenderjaar waarvoor een begroting geldt; Bijdrage: de bijdrage voor de instandhouding en uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 5, eerste lid van de regeling

c.

Regeling: de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus.

Artikel 2 Taken De taken als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de regeling, bestaan uit de taken inzake: a.

De Wsw;

b.

De Pw en daarbij behorende onderliggende landelijke en gemeentelijke regelgeving;

c.

De IOAW;

d.

De IOAZ;

e.

De Bbz;

f.

Wet inburgering 2021

g.

Participatieregeling 18+ Kempengemeenten

h. Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne een en ander zoals omschreven en ingekaderd in artikel 5, eerste lid van de regeling. Artikel 3 Berekeningsmethodieken 1.

De deelnemende gemeenten betalen elk een eigen bijdrage voor de uitvoering van de verschillende taken door het Participatiebedrijf. De bijdrage is verschuldigd voor zowel het uitvoeren van de taken als de bedrijfsvoering van het Participatiebedrijf.

2.

In beginsel hanteert het Participatiebedrijf twee verdeelsleutels. De eerste sleutel is gebaseerd op de verhouding tussen Rijksmiddelen die gemeenten ontvangen. Deze sleutel is van toepassing op de taken genoemd in artikel 2, taken a tot en met f. De tweede sleutel is gebaseerd op de inwonerverhoudingen van de deelnemende gemeenten. Deze sleutel is van toepassing op de taken genoemd in artikel 2, onder g en h.

3. Voor de berekening van de verhouding in Rijksmiddelen geldt het volgende.

B

10/10

In de septembercirculaire van het begrotingsjaar t-2, worden de relevante rijksmiddelen overgenomen voor het jaar van begroting en de jaren uit de meerjarenraming. De relevante rijksmiddelen worden bepaald door optelling van de volgende bedragen: a.

Het totaalbedrag in de integratie-uitkering Participatie

b.

Het cluster Participatie in de algemene uitkering in het gemeentefonds, met uitsluiting van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen.

4.

De uitvoeringskosten van de taken genoemd onder artikel 2 a en 2.b worden in de begroting verbijzonderd.

5. Voor de bepaling van de verhouding in inwoneraantallen wordt uitgegaan van het aantal inwoners per deelnemende gemeente per 1 januari t-2. 6.

De uitvoeringskosten van de taak 2.h; uitvoering van de Wet Inburgering worden gesplitst in twee delen, omdat gemeente Eersel niet de volledige dienstverlening afneemt op deze taak. De betreffende delen zijn: a.

dienstverlening die door vier gemeenten wordt afgenomen

b.

dienstverlening die door drie gemeenten wordt afgenomen. De kosten worden verdeeld op basis van de inwonerverhoudingen van de gemeenten die de dienstverlening afnemen.

7.

Wanneer de taken voor een niet deelnemende gemeente worden uitgevoerd brengt het Participatiebedrijf een kostendekkende vergoeding in rekening. In voorkomende gevallen wordt daarbij rekening gehouden met opslag voor benoemde risico's. Dit wordt vastgesteld in een dienstverleningsovereenkomst.

8.

De kosten per taak en de bijdrage per gemeente worden in de begroting inzichtelijk gemaakt.

Artikel 4 Hardheidsclausule Voor het geval van bepaling van een bijdrage of kosten voor uitvoering van een taak waarin dit besluit niet voorziet of waarin sprake is van strijd tussen een bepaling in dit besluit en een andere bepaling in dit besluit wordt de bijdrage bepaald door het bestuur. Artikel 5 Evaluatie Het bestuur evalueert de werking van dit besluit voor 1 juli 2029 en zendt de resultaten van deze evaluatie naar de raden van de deelnemers. Artikel 6 Aanduiding Dit besluit kan worden aangehaald als Bijdragebesluit Participatiebedrijf KempenPlus 2026. Artikel 7 Inwerkingtreding 1. 2.

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026. Dit besluit is van kracht voor de bepaling van de gemeentelijke bijdragen vanaf het begrotingsjaar 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van Participatiebedrijf KempenPlus d.d.

xxxx,

De voorzitter.

F.J.L.M. Baudoin

De secretaris.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=5e7efc09-dbbe-4751-8e2a-b227c181c0f9