CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

25.19770 Bijlage 2 Rapport Rekenkameronderzoek Verbonden partijen - Reusel-De Mierden

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Verbonden Partijen14.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bevindingen Hoewel de GRSK een verbonden partij is voor een gering aantal gemeenten (vijf), is het takenpakket breed en groot. Dat geldt evengoed voor de gemeentelijke bijdrage. Vanuit die hoedanigheid en ook vanwege ontevredenheid over bepaalde dienstverlening in het verleden (met uittreding en taak terughalen tot gevolg), kan de GRSK op kritische belangstelling vanuit de gemeenteraad van Reusel-De Mierden rekenen. De afhandeling van zienswijzen door de GRSK wordt door de raad als obligaat ervaren. Tegelijkertijd bemerkt de GRSK, maar ook andere respondenten, dat de raden van de deelnemende gemeenten beperkt afstemmen over de ingediende zienswijzen. Juist die afstemming zou kunnen helpen bij het versterken van de zienswijzen.

5.3 GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) De Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) is een van de 25 veiligheidsregio's in Nederland. Haar kerntaak is het waarborgen van de openbare veiligheid en het managen van crises en rampen binnen de regio. Dit doen ze door een breed scala aan taken uit te voeren, van brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening tot crisisbeheersing en rampenbestrijding. Door samen te werken met 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant, de politie, de GGD en andere partners, zorgt de VRBZO voor een gecoördineerde aanpak bij incidenten en calamiteiten. Dit stelt hen in staat om effectief op te treden en de veiligheid van de burgers te garanderen, zowel in dagelijkse situaties als bij grootschalige noodsituaties.

Taken De taken van de Veiligheidsregio zijn: 1.​ Ontwikkelen van een samenwerkingsverband van politie, brandweer, GHOR (GGD) RAV, ​ 21 regiogemeenten en Defensie, gericht op basis brandweerzorg en rampenbestrijding/ crisisbeheersing. 2.​ Uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s: a. inventariseren risico’s branden, rampen en crises; b. adviseren bevoegd gezag over risico’s branden, rampen en crises in aangewezen gevallen en via beleid bepaalde gelegenheden; c. adviseren college van B&W; d. voorbereiden bestrijding branden en organiseren rampenbestrijding/crisisbeheersing; e. instellen/in stand houden brandweer; f. instellen/in stand houden GHOR; g. voorzien meldkamerfunctie; h. aanschaf/beheer gemeenschappelijk materieel; i. inrichten/beheren informatievoorziening. 3.​ Bestrijding infectieziekten (A-ziekten). 4.​ Uitvoeren Regionale Ambulance Voorziening (RAV).

| 23 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Juridische vorm De Veiligheidsregio is een Gemeenschappelijke Regeling (GR).

Financiën De bijdrage van de gemeente Reusel-De Mierden aan de Veiligheidsregio is de afgelopen jaren toegenomen. In 2024 was de bijdrage van de gemeente € 893.131 en in 2025 is een bedrag van bijna € 937.449 begroot.

Bestuurssamenstelling De burgemeesters van de 21 gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur (AB) van de Veiligheidsregio. De burgemeester van Eindhoven is voorzitter van het AB en de burgemeester van Helmond fungeert als plaatsvervangend voorzitter. De burgemeester van Valkenswaard is portefeuillehouder Crisisbeheersing en de burgemeester van Veldhoven is portefeuillehouder Financiën & Bedrijfsvoering. De burgemeester van de gemeente Reusel-De Mierden is lid van het AB. Het Dagelijks Bestuur (DB) wordt gevormd door een vijftal burgemeesters. De burgemeester van Eindhoven is voorzitter van het DB, de burgemeester van Helmond fungeert als plaatsvervangend voorzitter, de burgemeester van Valkenswaard is portefeuillehouder Crisisbeheersing en de burgemeester van Veldhoven is portefeuillehouder Financiën & Bedrijfsvoering. De burgemeester van Asten heeft de rol van portefeuillehouder Brandweerzorg.

Sturing De sturing op de Veiligheidsregio is een proces van gezamenlijke verantwoordelijkheid en afstemming tussen de 21 deelnemende gemeenten. De afgelopen periode lag in het gesprek over en met de Veiligheidsregio de nadruk op de noodzaak van meer financiële middelen voor de Veiligheidsregio. Aan deze noodzaak lagen verschillende oorzaken ten grondslag, waaronder: ●​ De Veiligheidsregio voldeed op een groot aantal punten niet aan de huidige wet- en regelgeving, bijvoorbeeld voor wat betreft de gebruikte communicatieapparatuur. Om hieraan te voldoen is een financiële impuls noodzakelijk. ●​ Er was sprake van achterstallig onderhoud aan panden, waarvoor een flinke investering nodig was. Ook was het wagenpark van tankautospuiten verouderd. ●​ De organisatie was vastgelopen als gevolg van bezuinigingen en een gebrek aan capaciteit, nieuwe wet- en regelgeving en onderhoud. Er moeten investeringen worden gedaan om de basis weer op orde te krijgen en te voldoen aan brancherichtlijnen. ●​ De eigen reserves van de veiligheidsregio waren niet toereikend en niet bedoeld om de financiële consequenties van de risico's te kunnen opvangen. Deze noodzaak van meer financiële middelen voor de Veiligheidsregio wordt erkend door de gemeenteraad van Reusel-De Mierden, maar tegelijkertijd voelde de raad zich nogal overvallen door berichten vanuit de Veiligheidsregio.

De directeur van de Veiligheidsregio is in de raadscommissie langsgekomen om een toelichting te geven op de reden van het verzoek om meer financiële middelen. Hiertoe had de raad ook een motie ingediend; om de directie te vragen ieder jaar langs te komen in de raad. De raad heeft de toelichting als ‘hard maar helder’ ervaren waardoor het raadsvoorstel met het betreffende verzoek in de raad een hamerstuk is geworden. Het betreft bovendien een wettelijke taak. De Veiligheidsregio heeft uiteindelijk de raadsleden goed meegenomen in wat er de afgelopen jaren heeft gespeeld en de situatie waarin ze terecht zijn gekomen.

| 24 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Controle Controle gaat over de wijze waarop de gemeenteraad vaststelt of de uitvoering in overeenstemming is en blijft met de gemaakte plannen en zo nodig bijstuurt. Controle van de Veiligheidsregio vindt overwegend plaats via de verantwoordingsdocumenten en zienswijzetrajecten. Vaak zijn dit hamerstukken en worden ze ter kennisname aangeboden. Veiligheid krijgt vaak pas aandacht als er problemen zijn, terwijl meer aandacht aan de voorkant wel gewenst wordt geacht om de koers te bepalen. Raadsleden zouden meer gebruik kunnen maken van de aangeboden informatie en zelf initiatief mogen nemen, zo geven respondenten aan. De Veiligheidsregio stelt eigen risicoanalyses op en deelt deze met de gemeenten ten behoeve van de paragrafen verbonden partijen. De gemeente Reusel-De Mierden neemt deze informatie over.

Verantwoording Verantwoording aan de raad van Reusel-De Mierden gebeurt via de reguliere planning-en-controldocumenten van de gemeente en van de Veiligheidsregio. De Veiligheidsregio biedt handreikingen richting gemeenteraden, bijvoorbeeld in de vorm van regiobijeenkomsten, maar deze worden in de praktijk weinig bezocht door raadsleden. Bij de laatste voorlichting zijn wel raadsleden vanuit Reusel-De Mierden aanwezig geweest.

​ Toezicht Het AB van de Veiligheidsregio houdt formeel toezicht op het functioneren van de GR. Daarnaast kijkt de gemeenteraad van Reusel-De Mierden ook mee bij de verschillende stukken. Het toezicht vindt onder andere plaats aan de hand van de door de Veiligheidsregio verplicht op te stellen planning-encontroldocumenten.

Bevindingen Recentelijk was er een discussie over de financiële behoeften van de VRBZO, die de gemeenteraad na toelichting heeft gehonoreerd. De sturing en controle vanuit de gemeente Reusel-De Mierden gebeuren overwegend via verantwoordingsdocumenten van de gemeente en de Veiligheidsregio en door zienswijzetrajecten, waarbij verantwoordingsdocumenten veelal als hamerstukken worden behandeld en de impact van zienswijzen als beperkt wordt gezien. Er wordt gepleit voor meer proactieve betrokkenheid van raadsleden. Hoewel de Veiligheidsregio regiobijeenkomsten aanbiedt, worden deze door raadsleden van Reusel-De Mierden weinig bezocht.

5.4 GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) De Metropoolregio Eindhoven (MRE) is een samenwerkingsverband van 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant, dat zich richt op de regionale ontwikkeling van dit gebied. Als GR biedt de MRE een platform voor gemeenten om gezamenlijk beleid te formuleren en uit te voeren op diverse terreinen, waaronder economie, infrastructuur, wonen en duurzaamheid. Het doel is om de concurrentiepositie van de regio te versterken, innovatie te stimuleren en de leefbaarheid voor de inwoners te verbeteren. De MRE speelt een belangrijke rol in het verbinden van lokale belangen met de bredere regionale ambities, en fungeert als gesprekspartner voor het Rijk en andere bestuurslagen.

Taken De MRE richt zich op de volgende taken: 1.​ Het opstellen van een regionale agenda. 2.​ Het organiseren van de inzet van gemeenten op de thema’s van de regionale agenda. 3.​ Het gezamenlijk optrekken van gemeenten, op de thema’s van de regionale agenda naar provincie, Rijksoverheid, Europese en internationale instellingen, bedrijven en overheden.

| 25 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

4.​ Het inzetten van regionale investerings- en stimuleringsfondsen binnen de thema’s van de regionale agenda. Het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 is de basis voor de bestuurlijke samenwerking van de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Het Samenwerkingsakkoord geldt vier jaar en wordt ieder jaar met de opstelling van de begroting geactualiseerd. In het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 staan de strategische gezamenlijke inhoudelijke ambities, opgaven, doelen en afspraken waar de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de komende jaren samen aan willen werken (inhoudelijke opgaven). De regio Zuidoost-Brabant groeit snel en maakt een schaalsprong door, die in goede banen moet worden geleid. Tegelijkertijd is het belangrijk om een nieuwe balans in het landelijk gebied te vinden en de kwaliteit daarvan te verbeteren. Dit resulteert in vijf strategische hoofdopgaven waar in de regionale samenwerking de focus op wordt gelegd: 1.​ Schaalsprong wonen en ruimte (kwaliteit leefomgeving). 2.​ Toekomstbestendig mobiliteitssysteem. 3.​ Toekomstbestendig energiesysteem. 4.​ Vitaal economisch systeem. 5.​ Vitaal landelijk gebied. Er is een Werkprogramma 2025-2026 opgesteld waarmee de 21 gemeenten in MRE-verband richting geven aan de regionale samenwerking zoals afgesproken in het Samenwerkingsakkoord 2023-2026.

Juridische vorm De MRE is een Gemeenschappelijke Regeling (GR).

Financiën De bijdrage van Reusel-De Mierden aan de MRE is de afgelopen jaren toegenomen. Voor 2025 werd een bedrag van ruim € 220.012 begroot, zie ook paragraaf 4.2 waarin de bijdragen van de afgelopen vier jaar zijn opgesomd.

Bestuurssamenstelling Het bestuur van de MRE bestaat uit het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. Ook kunnen er door het bestuur bestuurscommissies en commissies van advies worden ingesteld. De raden van de deelnemende gemeenten wijzen ieder één lid en een plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur aan. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter, zijnde de burgemeester van Eindhoven, de vicevoorzitter, zijnde de burgemeester van Helmond en daarnaast de burgemeesters van Oirschot en Deurne. Daarnaast bestaat het Dagelijks Bestuur uit een secretaris en een loco-secretaris.

Sturing De MRE heeft vijf inhoudelijke thema's (ruimte en wonen, mobiliteit, energietransitie, economie en landelijk gebied), elk met een eigen portefeuillehoudersoverleg, waarbij gemeentelijke portefeuillehouders samenwerken aan de vastgestelde opgaven. De MRE faciliteert en ondersteunt deze bijeenkomsten. De MRE heeft in 2015 het initiatief genomen tot de Raadstafel21. Hierin hebben raadsleden vanuit de betrokken gemeenten zitting. De raadstafel dient als overlegplatform en heeft voornamelijk een procesrol. Het is een schakel tussen gemeenteraden en de MRE, maar spreekt niet met mandaat vanuit de gemeenteraden. De raadstafel functioneert als gemeenschappelijke adviescommissie van de

| 26 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

MRE. De voorzitter van de Raadstafel21 kan deelnemen aan beraadslagingen in het Algemeen Bestuur, maar heeft geen stemrecht. De Raadstafel21 in in 2021 formeel verankerd in de gemeenschappelijke regeling. ​ De Ontwikkelstrategie De Kempen, voortkomend uit de MRE, wordt op Kempenniveau doorvertaald, en de rol van de raden hierin wordt momenteel verkend. Er is een eerste overleg gepland met 21 bestuursadviseurs om te spreken over een gezamenlijke zienswijze over de begroting van de MRE. Raadsleden vinden het vaak moeilijk om de begroting van de MRE te doorgronden. De MRE zou duidelijker moeten communiceren over haar activiteiten en resultaten en meer moeten sturen op wat ze wil bereiken in plaats van alleen op de kosten. Aan de andere kant kan de raad ook het college bevragen op meer duiding op dit punt.

Controle De MRE organiseert minimaal twee regioconferenties per jaar voor college- en raadsleden, met over het algemeen een goede opkomst van ongeveer een derde van de raadsleden. Deze conferenties bieden informatie over opgaven en de mogelijkheid voor input, maar er worden geen besluiten genomen. Sinds vorig jaar wordt er meer samengewerkt tussen de Kempengemeenten. Er worden samen annotaties gemaakt die dan afzonderlijk van elkaar worden meegenomen naar de eigen wethouder. De ambtelijke organisaties streven ernaar werk beter te verdelen door meer gezamenlijk op te pakken. Zo is de Ontwikkelstrategie ZOB vanuit vier gemeenten (Reusel-De Mierden, Eersel, Bladel, Bergeijk) opgepakt. Hetzelfde stuk is naar de vier raden gestuurd. De raden kunnen dan besluiten om eigen inbreng te geven. De ontwikkelstrategie is uiteindelijk vastgesteld door Bladel, Bergeijk en Reusel-De Mierden. De MRE vraagt zienswijzen aan gemeenten voor planning-en-controldocumenten zoals de begroting, en kan ook andere documenten voorleggen. In het verleden waren deze stukken zogenaamde hamerstukken, omdat er vooral veel onbekendheid was over de taken en doelen van de MRE, of zoals een respondent het treffend zei: ‘onbekend, maakt onbemind’. Raadsleden krijgen nu vanuit de MRE een notitie waarin staat wat er met de zienswijzen is gebeurd.

De laatste jaren wordt ingezet op gezamenlijke zienswijzen namens de Kempengemeenten. De zienswijzen worden gebundeld en er wordt door de MRE nu beter nagedacht over de beantwoording. De raad was eerder niet tevreden met de wijze van beantwoording, maar de MRE lijkt dit nu goed op te pakken.

Verantwoording De MRE legt verantwoording af via diverse documenten in het kader van de planning-en-controlcyclus, zoals de begroting en de jaarrekening. De MRE is verplicht om zienswijzen te vragen over documenten zoals het samenwerkingsakkoord en de begroting. Bij de ontwerpbegroting vindt in mei een regionale raadsinformatiebijeenkomst plaats om raadsleden te informeren en vragen te beantwoorden, georganiseerd door de MRE samen met de GGD, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst. De MRE streeft ernaar zo goed en vroeg mogelijk te schetsen welke stukken en besluitvorming op de raden afkomen. Recentelijk heeft de MRE de reactie op de Ontwikkelstrategie gelijktijdig met de raden gedeeld om een gelijke informatiepositie te waarborgen. Het bestuur van de MRE merkt dat raadsleden steeds beter en vaker aangehaakt willen zijn.

| 27 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

De MRE heeft vanuit het Algemeen Bestuur de vraag gekregen of er besparingsmogelijkheden zijn, en merkt de mogelijke gevolgen van het ravijnjaar. Desondanks is de beïnvloedbaarheid van de begroting van de MRE eigenlijk heel beperkt.

Toezicht Het Algemeen Bestuur van de MRE houdt formeel toezicht op het functioneren van de GR. Daarnaast kijkt de gemeenteraad van Reusel-De Mierden ook mee bij de verschillende stukken. Het toezicht vindt onder andere plaats aan de hand van de door de MRE verplicht op te stellen planning-en-controldocumenten. De MRE wil graag de dienstverlening en communicatie richting de gemeenten verbeteren. Ook wil de MRE de raden beter betrekken, bijvoorbeeld door middel van het organiseren van Metropoolregioconferenties en bijeenkomsten van de Raadstafel21. Kleine gemeenten, waaronder Reusel-De Mierden, zijn doorgaans niet goed vertegenwoordigd bij dit soort bijeenkomsten. In de Raadstafel21 zitten vanuit Reusel-De Mierden twee raadsleden. Het gevoel bestaat dat de inbreng vanuit de Raadstafel21 serieus wordt genomen, al gaat het hier niet om een informeel orgaan. De MRE merkt dat, hoewel ze al verschillende bijeenkomsten voor raadsleden organiseert, het risico bestaat dat raadsleden afhaken als er nog meer bij komen. Raadsleden zullen ook voor een deel het vertrouwen moeten hebben dat de bestuurders hun werk doen en de stem van de raad verkondigen.

Bevindingen De MRE is georganiseerd rond vijf inhoudelijke thema's. De gemeente Reusel-De Mierden zoekt actief naar meer grip op de sturing van de MRE. De Raadstafel21 fungeert als overleg- en adviesplatform voor gemeenteraden, zonder stemrecht in het Algemeen Bestuur. Verantwoording legt de MRE af via diverse planning-en-controldocumenten en regionale informatiebijeenkomsten. Zienswijzen van de gemeente op MRE-documenten leiden zelden tot aanpassingen. De MRE merkt een groeiende behoefte aan betrokkenheid bij raadsleden. Het toezicht ligt formeel bij het Algemeen Bestuur van de MRE. Ondanks de inspanningen van de MRE om raadsleden te informeren, bestaat het risico op afhaken bij een zogenoemde ‘te hoge informatiedruk’, wat in de praktijk de nadruk legt op, of resulteert in, ‘maar vertrouwen op de bestuurders’.

| 28 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

H6 | Uitzicht In dit hoofdstuk gaan we in op het gewenste uitzicht om meer grip te krijgen op verbonden partijen. Omdat dit vragen zijn die richting de aanbevelende sfeer gaan, hebben we ook vier dashboards – een per onderzochte casus – opgenomen waarin de belangrijkste instrumenten en knoppen staan waaraan de raad kan draaien (evenals een dashboard voor nieuwe GR’en). In dit hoofdstuk beantwoorden we de volgende deelvragen: 6.​ Is voorzien in monitoring en sturingsmogelijkheden die de afzonderlijke gemeenteraden in staat stellen om de ontwikkelingen te volgen en bij te sturen? 7.​ Welke verbeteringen zijn er mogelijk ten aanzien van de wijze waarop gemeenten hieraan concreet invulling geven? 8.​ Wat zijn eventuele aandachts- en leerpunten voor de gemeenteraden?

6.1 Informatievoorziening ‘aan’ en sturing ‘door’ de raad Over de paragraaf Verbonden Partijen in de jaarstukken en begroting wordt in de raad nauwelijks gesproken, komt uit de gesprekken naar voren. Alleen bij financiële afwijkingen komen er vragen vanuit de raad. Wel wordt er, zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, gesproken over de individuele verbonden partijen waar (financiële) ontwikkelingen spelen. Tegelijkertijd is er voor bepaalde verbonden partijen juist veel aandacht vanuit de raad. Uit de interviews komt naar voren dat tot een paar jaar geleden de betrokkenheid van de raad een papieren exercitie was. De meeste begrotingen gingen als hamerstukken door de raad. Dat is volgens de raad en betrokkenen nu wel anders. Daarbij ligt de focus van de raad nu op GRSK, Veiligheidsregio en KempenPlus. Er wordt door een aantal raadsleden doorgaans goed doorgevraagd bij het college over de uitvoering door deze verbonden partijen, hoewel dat niet direct leidt tot veel zienswijzen, zoals in tabel 6 valt te zien. Soms hebben raadsleden de indruk dat het indienen van zienswijzen het enige instrument van de raad is. Vaak worden deze unaniem aangenomen vanuit het gevoel dat je gezamenlijk een signaal wil afgeven. Het college is vaak wel meedenkend bij zienswijzen. Er is niet altijd opvolging op zienswijzen, omdat je maar 1 van de 21 bent.

Gemeenten vinden het vaak ‘wel goed zo’ bij verbonden partijen, merken de raadsleden. Tabel 6 Inzet raadsinstrumenten 2020-2024 Verbonden Partij

GRSK

ZVHBZO

VRBZO

Reusel-De Mierden

Moties: 2

Moties: -

Moties: -

Moties: -

Amendementen: 4

Amendementen: -

Amendementen: 2

Amendementen: -

Schriftelijke vragen: 10

Schriftelijke vragen: -

Schriftelijke vragen: 3

Schriftelijke vragen: -

Zienswijzen: 4

Zienswijzen: -

Zienswijzen: 2

Zienswijzen: - -

| 29 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

MRE

Aan de andere kant zorgt de hoeveelheid werk en vooral de aandacht die er nodig is om goed te kunnen sturen, controleren en toezien ook voor onbehagen. Raadsleden geven aan via de planningen-controlcyclus veel stukken te ontvangen, maar desondanks hebben ze geen goed beeld waarmee ze nou echt kunnen sturen. Het is voor hen bovendien vaak onduidelijk wat er met hun inbreng (of zienswijze) gebeurt en hoe groot hun invloed is bij de verschillende verbonden partijen. Dat de wethouders zijn vertegenwoordigd in het bestuur van verbonden partijen, betekent niet automatisch dat de gemeente Reusel-De Mierden daar ook veel over te zeggen heeft. Onbewust weerhoudt dat (zeker bij regionale verbonden partijen) raadsleden ervan om eigen zienswijzen in te dienen. Lokaal weet men wat er speelt, maar regionaal zijn raadsleden geneigd de zienswijze van het college te volgen. Het hangt verder van de betrokken portefeuillehouder af in hoeverre die actief de raad informeert (zie ook paragraaf 4.3). Wel is de informatievoorziening volgens raadsleden de afgelopen jaren flink verbeterd. Tegelijkertijd hebben raadsleden in zijn algemeenheid te maken met een grote stukkenstroom waardoor het onmogelijk is om alle informatie over de verschillende verbonden partijen te lezen. Het vergt veel tijd en aandacht om controle te houden, laat staan daar ook bestuurlijke en politieke keuzes bij te maken.

In de gesprekken is tevens naar voren gekomen dat onder andere door stijgende kosten bij de verbonden partijen de focus al snel ligt op de financiën, terwijl er juist ook naar het inhoudelijke deel gekeken moet worden. Op dit vlak zou het college ook een rol kunnen spelen door meer inhoudelijke annotaties te maken, dan wel te vragen of de verbonden partij meer inhoudelijk wil rapporteren. Wel worden er in toenemende mate door bepaalde verbonden partijen werkbezoeken en informatieavonden georganiseerd. Werkbezoeken zijn een belangrijk instrument om te kunnen controleren. Het biedt de mogelijkheid om voor raadsleden mee te kijken bij de uitvoering en het geeft een verbonden partij ook een 'smoel' (bij verbonden partijen werken immers ook mensen van en voor de gemeente, hetzij gedeeld met andere gemeenten). Toch worden werkbezoeken op dit moment weinig afgelegd, blijkt uit gesprekken, onder andere door hoge werkdruk. De MRE kent - zoals in het vorige hoofdstuk besproken - de zogenaamde Raadstafel21 waarbij van iedere gemeente raadsleden zijn aangesloten en daarnaast worden er ook jaarlijks twee conferenties voor alle raadsleden georganiseerd. En ook kleine partijen, zoals het ZVHZBO, proberen langs raden te gaan.

De raad nodigt andersom verbonden partijen niet vaak uit (De Veiligheidsregio uitgezonderd) voor een raadsvergadering of bijeenkomst, zoals in het vorige hoofdstuk al werd bevonden. Als er vragen zijn over verbonden partijen, dan stappen raadsleden doorgaans naar de griffie of wordt de wethouder bevraagd. Er zijn in ieder geval weinig directe lijntjes met de verbonden partijen zelf; de GRSK en de MRE zijn hierbij een uitzondering. Toch is er wel degelijk behoefte aan meer informatieavonden, geven raadsleden aan. Minder papier, meer inzicht in de praktijk.

6.2 Prioritering bij verbonden partijen Sturing van verbonden partijen gaat ook over de wijze waarop gemeentelijke doelen in samenwerking met uitvoerende partijen worden gerealiseerd. Voor goede sturing is een focus nodig op de doelen, kosten en de risico’s die daarbij horen. Het financieel belang is bijvoorbeeld verschillend per verbonden partij en bepaalt onbewust mede hoeveel aandacht de raad schenkt aan de organisatie. ​ De raad moet met andere woorden kaders scheppen waarbinnen de verbonden partijen de uitvoering vorm kunnen geven en die daarna ook gecontroleerd kan worden door de raad. Om dit enigszins te vereenvoudigen is het goed om te prioriteren.

| 30 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Het zou ook anders benaderd kunnen worden, door te kijken welke verbonden partij de hoogste beleidsintensiteit heeft, de meeste kosten met zich meebrengt en welke de grootste risico’s met zich meebrengt. Hiervoor bestaat een alternatief afwegingskader3 dat onbewust al door raadsleden wordt gebruikt: 1.​ Beleidsintensiteit. De eerste prioriteit die de raad kan leggen, is bij het beleid. Is de beleidsintensiteit van de verbonden partij “hoog” of juist “laag”? In welke mate is de verbonden partij noodzakelijk voor het realiseren van de beleidsdoelen van de gemeente? ​ Is de verbonden partij “beleidsintensief” of “beleidsarm” of meer uitvoerend? 2.​ Kostenomvang. Is de kostenomvang als hoog of laag te kwalificeren? Zijn er veel kosten gemoeid met de verbonden partij? Hoe hoog is de bijdrage per inwoner? En op welk aandeel in de gemeentebegroting wordt beslag gelegd door de verbonden partij? 3.​ Risico’s. Zijn er regelmatig onverwachte tegenvallers of meevallers? Moet de verbonden partij opereren in een krachtenveld waarbij veel externe omstandigheden invloed hebben op de resultaten? Kortom, zijn de risico’s over het algemeen “hoog” of “laag” in te schatten? De combinatie van deze factoren leidt tot meer intensieve sturing en prioritering van de raad of juist minder (zie figuur 1). Figuur 1​

BKR-model voor prioritering in de sturing en controle op verbonden partijen

Op basis van de gesprekken en de inventarisatie die is gemaakt, maar ook de paragraaf in de jaarrekening komen we tot het volgende overzicht voor Reusel-De Mierden als we de BKR-systematiek aanhouden.

3

Het zogenaamde BKR-model is ontwikkeld door Necker van Naem.

| 31 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Tabel 7​ ​

Overzicht prioritering aandacht voor verbonden partijen in De Kempengemeenten

Verbonden partij

Beleidsintensiteit

Kostenomvang

Risico’s

Aandacht van de raad

GRSK

Hoog

Hoog

Hoog

Intensief

GGD

Hoog

Gemiddeld

Hoog

Intensief

Veiligheidsregio

Gemiddeld/hoog

Hoog

Hoog

Intensief

Kempenplus

Gemiddeld/hoog

Hoog

Hoog

Gemiddeld

MRE

Gemiddeld

Gemiddeld

Gemiddeld

Intensief

Omgevingsdienst

Gemiddeld

Gemiddeld

Hoog

Gemiddeld

BIZOB

Laag

Laag

Gemiddeld

Gemiddeld

ZVHZBO

Laag

Laag

Laag

Extensief

* In dit overzicht zijn alleen de Gemeenschappelijke Regelingen en stichtingen weergegeven

6.3 Grip houden als gemeenteraad (bevindingen) Veel raadsleden ervaren grote druk op hun beschikbare tijd door de aandacht die sturen en controleren op verbonden partijen met zich meebrengt. Uit de gesprekken komt naar voren dat raadsleden moeten kiezen waar ze hun aandacht aan besteden. In dit opzicht staat de gemeente Reusel-De Mierden niet alleen. Nagenoeg alle gemeenteraden in Nederland ervaren gebrek aan grip op verbonden partijen. Uit eerdere (rekenkamer)onderzoeken komt bovendien naar voren dat er geen heilige graal is voor het aansturen van verbonden partijen - alleen al gezien de beleidsdossiers, juridische vorm, financiële contouren en het verschil in risico’s. Een term die de laatste tijd in schwung is om grote maatschappelijke problemen te duiden is ‘wicked problem’. En goed beschouwd is de democratische legitimiteit en aansturing van verbonden partijen, die belangrijke gemeentelijke taken uitvoeren ook zo’n ‘taai probleem’. Raadsleden hebben vaak het gevoel ‘wel akkoord te moeten gaan’ met voorstellen van verbonden partijen. Als Reusel-De Mierden niet akkoord gaat met een voorstel, moet het ook weer in de andere gemeenteraden (of overleggen) worden afgestemd. Een dergelijk taai probleem kan alleen met verdergaande, voortschrijdende creatieve oplossingen worden aangepakt.

Dit pleit voor een scherpe focus en een goede informatievoorziening die aansluit op de behoeften van de raad. Om goed te kunnen kaderstellen en controleren heeft de raad met andere woorden behoefte aan overzichtelijke informatie die hen in staat stelt om het grote aantal verbonden partijen (tien bij elkaar) allemaal de juiste aandacht te schenken. Er zijn echter wel mogelijkheden om het raadswerk te verlichten, door bijvoorbeeld rapporteurs, raadsadviescommissies of werkgroepen in te richten. Voor de MRE is er al een dergelijke constructie met de Raadstafel21, zoals ook in de paragrafen 5.4 en 6.1 besproken. Maar er is ook een mogelijkheid om raadsleden te laten deelnemen in het AB. De raden benoemen namelijk de leden van het AB, dat kan een burgemeester, wethouder of raadslid zijn. Op dit moment zijn twee raadsleden (van andere gemeenten) benoemd als plaatsvervangend lid in het AB. Veel van de stukken die in het AB langskomen zijn eerder langs de afzonderlijke raden geweest. De verschillende zienswijzen worden ingebracht in het AB. Deelname aan het AB door een raadslid, kan dus een informatievoorsprong geven. Daarnaast kan op verzoek van gemeenteraden een gemeenschappelijke adviescommissie ingesteld worden. Een dergelijke adviescommissie bestaat uit raadsleden. Het AB is verplicht om een commissie in te stellen wanneer de raden hierom vragen.

| 32 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Wat ook een belangrijke factor is voor werkverdeling en invloed uitoefenen, is het werken in regioclusters. Reusel-De Mierden is onderdeel van de Kempen; om zaken voor elkaar te krijgen, is het handig om in ieder geval in die regio meer samen op te trekken. Zo zou op subregionaal niveau prima een vooroverleg voorafgaand aan AB-vergaderingen kunnen plaatsvinden, of ten minste afstemming over het indienen van zienswijzen. Uit de gesprekken komt naar voren dat het optrekken met andere raden op dit moment in beperkte mate gebeurt, terwijl het wel als wenselijk wordt gezien door de raad. Daarbij werd in het gesprek met de raad wel aangegeven dat de samenwerking niet altijd vanzelf gaat: ‘De Kempengemeenten voelen dichtbij in de samenwerking rond verbonden partijen (...), maar als het over de knikkers en over politiek gevoelige dingen gaat, dan kan men elkaar niet echt vinden.’ Dit gebeurt bijvoorbeeld in de samenwerking rond de GRSK, die men ook wel als een samenwerking à la carte bestempelt.

6.4 Governancedashboards Naast een mogelijke prioritering is het ook belangrijk om als raad het stuur echt in handen te krijgen. Hiervoor heeft BMC een dashboard ontwikkeld waarin aan de hand van het governancemodel in de verschillende fasen van plan, do, check en act de belangrijkste instrumenten en knoppen inzichtelijk zijn gemaakt waarmee de raad kan sturen, controleren, verantwoorden en toezien. We hebben aan de hand van het casusonderzoek voor de vier casussen een voorbeeld uitgewerkt van een dergelijk dashboard, dat uiteraard per verbonden partij opgesteld kan worden. Ten slotte hebben we ook een algemeen dashboard opgesteld voor GR’en dat gebruikt kan worden voor de governance bij de andere verbonden partijen.

| 33 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

6.4.1 GR Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO)

| 34 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

6.4.2 GR Samenwerking Kempengemeenten (GRSK)

| 35 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

6.4.3 GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO)

| 36 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

6.4.4 GR Metropoolregio Eindhoven (MRE)

| 37 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

6.4.5 Algemeen dashboard verbonden partijen

| 38 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Bijlage 1 | Normenkader Onderzoeksvraag

Norm

Overzicht 1.​ Wat zijn verbonden partijen?

Hiervoor bestaat in beginsel geen norm. In dit onderzoek wordt de volgende definitie gehanteerd: Het gaat bij verbonden partijen om organisaties die niet (integraal) behoren tot de gemeentelijke organisatie, maar die de gemeente inzet om een of meer van haar publieke belangen te behartigen. Dit zijn partijen waarin de gemeente een bestuurlijk belang heeft (door middel van afgevaardigden in het bestuur) en waar het een financiële relatie mee heeft.

2.​ Welke afspraken en welk beleid bestaan er binnen de Kempengemeenten?

●​ ●​

●​ 3.​ Op welke wijze wordt hieraan in de praktijk concreet uitvoering gegeven en met welk resultaat?

Er is actueel, helder en vastgesteld beleid ten aanzien van verbonden partijen. Het beleidskader geeft inzicht in: ○​ de rol(len) van de gemeente; ○​ de rol en de positie van de gemeenteraad; ○​ de concrete sturingsmogelijkheden/ instrumenten bij verbonden partijen. Het beleid is geconcretiseerd en geïmplementeerd.

●​

De uitvoering verloopt in lijn met de beoogde doelen en resultaten.

●​

De raad wordt vroegtijdig betrokken en kan duidelijke afwegingen maken bij het oprichten van/toetreden tot verbonden partijen. Er wordt gemotiveerd aangegeven waarom gekozen wordt voor een bepaalde variant van samenwerking, alternatieven worden beschreven en er worden risicoanalyses uitgevoerd. Het is duidelijk welke prestaties verbonden partijen moeten behalen om het doel waarvoor deze zijn opgericht te bereiken en hoe de samenwerking bijdraagt aan de realisatie van de gemeentelijke doelen en ambities. De raad wordt hierover geïnformeerd. De directe en indirecte sturingsmogelijkheden voor de gemeente, en de raad in het bijzonder, zijn voldoende duidelijk en bekend. De sturingsmogelijkheden zijn in balans met de besturingsbehoefte en mogelijke risico’s van de gemeente.

Inzicht 4.​ Hoe wordt de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad vormgegeven?

●​

●​

●​

5.​ Voldoen de afzonderlijke gemeenten aan de eisen die de wetgever - in formele zin - stelt aan de sturing op en beheersing van verbonden partijen?

●​

De inrichting en uitoefening van de governance voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

| 39 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Uitzicht 6.​ Is voorzien in monitoring en sturingsmogelijkheden die de afzonderlijke gemeenteraden in staat stellen om de ontwikkelingen te volgen en bij te sturen?

●​

●​

Er is voorzien in monitoring (bijvoorbeeld d.m.v. de paragraaf verbonden partijen) die de afzonderlijke gemeenteraden in staat stelt om grip te hebben en (bij) te sturen. De directe en indirecte sturingsmogelijkheden voor de gemeente, en de raad in het bijzonder, zijn voldoende duidelijk en bekend en worden daadwerkelijk gebruikt.

7.​ Welke verbeteringen zijn er mogelijk ten aanzien van de wijze waarop gemeenten hieraan concreet invulling geven?

Conclusies en aanbevelingen volgen uit het rekenkameronderzoek.

8.​ Wat zijn eventuele aandachts- en leerpunten voor de gemeenteraden?

Conclusies en aanbevelingen volgen uit het rekenkameronderzoek.

| 40 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Bijlage 2 | Bestudeerde documenten Beleids- en visiedocumenten ●​ Nota verbonden partijen (in concept) ●​ Coalitieakkoord 2022-2026 Planning-en-controldocumenten ●​ Perspectiefnota’s 2022-2025 ●​ Jaarrekeningen 2021-2023 ●​ Begrotingen 2022-2026 Overig ●​ Ambtelijke annotaties t.a.v. de casussen ●​ Risicoscans (niet aanwezig) ●​ Eerdere onderzoeken (niet aanwezig) Stukken voor de vier casussen (generiek) ●​ Begroting ●​ Jaarrekening ●​ Bestuursrapportages (indien van toepassing) ●​ Kadernota’s (indien van toepassing) ●​ Accountantverslagen ●​ Gemeenschappelijke regeling ●​ Samenwerkingsakkoord of samenwerkingsconvenant (indien van toepassing) ●​ Zienswijzen Raadsdocumenten (zie paragraaf 8.2) ●​ Moties ●​ Amendementen ●​ Raadsvragen en antwoorden ●​ Raadsinformatiebrieven ●​ Raadsvoorstellen ●​ Raadsbesluiten

| 41 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Bijlage 3 | Lijst van gevoerde gesprekken​ Gesprekspartners Interne respondenten Vertegenwoordiging gemeenteraad Portefeuillehouder Medewerkers betrokken bij de vier casussen Gemeentesecretaris Beleidsmedewerker financiën Respondenten vanuit de casussen Zorg- en Veiligheidshuis Zuidoost-Brabant Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant Metropoolregio Eindhoven

| 42 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Bijlage 4 | Bestuurlijke reactie

| 43 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

| 44 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

| 45 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

| 46 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

Bijlage 5 | Nawoord Wij danken het college voor zijn uitgebreide bestuurlijke reactie. Het college merkt op dat in het rapport de aangehaalde verbetermogelijkheden vanuit de visie van de verbonden partijen niet zijn uitgewerkt en verzoekt ons om deze visies toe te voegen in de conclusies en aanbevelingen. ​ Wij merken op dat wij van mening zijn dat de in het rapport opgenomen passages bij conclusie 3 ​ (Er wordt weinig samengewerkt of afgestemd tussen raden in de regio) en aanbeveling 3 (College en raad: Onderzoek de mogelijkheden voor rapporteurschap en regionale adviescommissies) als aanzet voldoende zouden moeten zijn om een begin te maken van een verbetering van de positie van de gemeenteraden. Wij hebben daar verder geen verdiepend onderzoek naar gedaan. Wij merken op dat het door het college ‘niet als gemis’ wordt ervaren van een nota verbonden partijen een bijzondere opmerking is. Dat zou (kunnen) betekenen dat er klaarblijkelijk geen bestuurlijke behoefte gevoeld wordt om vanuit één vastgesteld bestuurlijk kader te bezien welke aspecten specifiek aandacht behoeven ten aanzien van de veelheid organisatorische verbonden waarbinnen de gemeente Reusel-De Mierden samenwerkt.

Weliswaar is iedere samenwerking anders en in die zin maatwerk, maar dat wil nog niet zeggen dat er geen sprake zou behoren te zijn van vastomlijnde afspraken over de wijze waarop het gemeentebestuur zich verhoudt met verbonden partijen en beheersaspecten waarover in ieder geval verantwoording wordt afgelegd. Dat laat onverlet dat het college aangeeft met de raad van gedachten te willen wisselen over het opstellen van een korte nota Verbonden Partijen. Het is evident dat wij het opstellen van een dergelijk document onderschrijven, zodat een ieder binnen het gemeentehuis van Reusel-De Mierden binnen de daarin opgenomen, bestuurlijk vastgestelde kaders zijn of haar werk kan doen. Tot slot onderkent ook het college de door ons gedane waarneming dat er relatief weinig gebruik wordt gemaakt van door verbonden partijen georganiseerde bijeenkomsten. En in dat licht onderkennen wij ook de stevig toegenomen werkdruk van gemeenteraadsleden die, naast hun reguliere werkzaamheden, gezin en andere activiteiten vaak in avonduren hun belangrijke bestuurlijke werk moeten doen. Wij hopen met de aanzetten in ons rapport een bescheiden bijdrage te kunnen leveren aan de verbetering van het begrip over het belang van verbonden partijen, wellicht betere afspraken en een betere werkverdeling wat dit aspect betreft binnen de gemeenteraad.

Een nieuwe bestuursperiode is, zoals het college aangeeft, inderdaad een mooi moment om hiermee een start te maken.

​

| 47 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

BMC ​ Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91 ABNA 0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

​ Colofon 23 september 2025 Classificatie

:

Vertrouwelijk

Naam adviseurs

:

●​ Tom Plat ●​ Marsha de Vries

Kenmerknummer

:

PO049216-2804

| 48 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Reusel-De Mierden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=792615fc-a8e6-40f6-8acf-6ee74065febd