[25.18512] Oplegger verordening leerlingenvervoer Reusel-De Mierden 2026
Tekst van het document
Oplegger verordening leerlingenvervoer Reusel-De Mierden 2026 Versie 27 mei 2025 Inleiding De VNG heeft in 2024 een nieuwe modelverordening leerlingenvervoer gepubliceerd, waarin de nieuwste wet- en regelgeving, jurisprudentie en inzichten zijn verwerkt. Door het overnemen van de modelverordening voor de Kempengemeenten is er uniformiteit in de toekenning van het recht op leerlingenvervoer in de Kempengemeenten. De voorliggende verordening is opgesteld door een ambtelijke werkgroep, met begeleiding van Jeroen Peters, een specialist in het leerlingenvervoer. Advies 1. Akkoord te gaan met de concept verordening leerlingenvervoer Reusel-De Mierden 2026 2. De concept verordening ter inspraak voor te leggen aan de adviesraden. Toelichting De VNG heeft in december 2020 een nieuwe modelverordening bekostiging leerlingenvervoer uitgebracht die de modelverordening uit 2015 verving. Ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs waren in 2020 reden om een nieuwe verordening uit te brengen. Dit model is door de Kempengemeenten overgenomen. Alhoewel de nieuwe modelverordening tot stand kwam in overleg met een klankbordgroep van gemeenten, kreeg de VNG de afgelopen jaren kritische vragen van gemeentelijke medewerkers over de verordening. De verordening zou ten onrechte artikelen over beleid bevatten en niet alle artikelen waren goed leesbaar geformuleerd.
Ook waren er veel vragen over de berekening van het zogeheten drempelbedrag en van de hoogte van de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage. Daarom heeft de VNG besloten om een geheel nieuwe verordening uit te brengen en de verordening uit 2020 te laten vervallen. Bij de nieuwe verordening is de term ‘bekostiging’ uit de naamgeving gehaald. In 2017 is deze term al in de wetgeving vervallen en vervangen door ‘vergoeding’ (Stb. 2017, 80). De reden hiervoor is dat het bij leerlingenvervoer niet gaat om bekostiging, nu er geen verstrekking van financiële middelen aan het schoolbestuur plaatsvindt, maar aan ouders (Kamerstukken II 2016/17, 34 607, nr. 3, p. 4, 7 en 11). Omdat de verordening (potentieel) meer regelt dan alleen het verstrekken van een vergoeding is bij de naamgeving gekozen voor ‘leerlingenvervoer’. De Wet op het voorgezet onderwijs is sinds 2020 vervangen door de Wet Voortgezet onderwijs 2020. Het leerlingenvervoer betreffende artikel 4 heeft een andere nummering gekregen: de artikelen 8.28 en 8.29. De inhoud van de wetsartikelen waarop deze verordening is gebaseerd zijn niet veranderd. Dit zijn: ^ ^ ^
artikel 4, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: Wpo) artikel 4, van de Wet op de expertisecentra (hierna: Wec) artikel 8.29, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (hierna: Wvo 2020)
In de modelverordening zijn verschillende soorten bepalingen opgenomen: 1. Bepalingen die rechtstreeks uit de wet zijn afgeleid en die de gemeente moet opnemen. Gemeenten hebben weinig tot geen beleidsvrijheid. Bijvoorbeeld het regelen van een
aanvraagprocedure (artikelen 2 t/m 7) of het regelen van vervoer voor weekeinde en vakantie bij verblijf in een pleeggezin of internaat (artikel 15). 2. In de wet genoemde “kan” bepalingen die de gemeente kan, maar niet hoeft te regelen. Zoals een drempelbedrag (artikel 24). 3. Facultatieve bepalingen die voortvloeien uit de uitvoeringspraktijk van gemeenten en die in jurisprudentie zijn bevestigd zoals het aanwijzen van een opstapplaats (artikel 11). 4. Facultatieve bepalingen die vallen onder de beleidsvrijheid van de gemeente en die in de uitvoeringspraktijk hun waarde bewezen hebben bijvoorbeeld het gesprek over een vervoersontwikkelingsplan (artikel 3) of het bieden van een vervoerstraining (artikel 18). In de bijlage is een overzicht opgenomen van de modelverordening van de VNG vergeleken met de concept verordening voor de Kempengemeenten en daarin is toegelicht welke keuzes zijn gemaakt. Hierna zullen we de belangrijkste keuzen toelichten. Gemaakte keuzen voor de concept verordening leerlingenvervoer Kempengemeenten De belangrijkste onderwerpen waarop keuzes mogelijk zijn, en de in de concept-verordening gemaakte keuzes, zullen hieronder worden toegelicht. a.
Kilometergrens op 6 km
In de concept verordening is in artikel 8 een kilometergrens opgenomen van 6 km. Onder deze kilometergrens komt een leerling van speciaal (basis) onderwijs of basisonderwijs niet in aanmerking voor leerlingenvervoer. Uitzondering hierop is als de leerling door een beperking niet in staat is te reizen met OV of fiets, ook niet onder begeleiding van een volwassene. In de gemeente Bladel is de kilometergrens in de huidige verordening 4 km voor (speciaal) basisonderwijs en 6 km voor speciaal onderwijs. In Reusel-De Mierden is de afstand van 4 km voor speciaal basisonderwijs en 6 km voor basisonderwijs en speciaal onderwijs opgenomen. Het voorstel is om 6 km voor de drie onderwijssoorten te hanteren. De belangrijkste reden hiervoor is eenduidigheid voor alle soorten onderwijs in de Kempengemeenten. Daarnaast speelt ook mee dat gezien de ontwikkeling richting inclusief onderwijs leerlingen met vergelijkbare problematiek op verschillende soorten scholen kunnen zitten en dan is onderscheid maken naar schoolsoort lastig uit te leggen. Door het voor twee gemeenten verhogen van de kilometergrens zullen er leerlingen in die gemeenten zijn die nu wel maar in de toekomst niet meer onder het leerlingenvervoer zullen vallen. b.
Meer verantwoordelijkheid bij ouders leggen
In de huidige verordening is opgenomen dat het recht op leerlingenvervoer in de volgende volgorde wordt bepaald: 1. Kan de leerling zelfstandig of onder begeleiding fietsen; 2. Kan de leerling zelfstandig of onder begeleiding met het OV; 3. Aangepast vervoer (taxibusje); 4. Op verzoek van ouders toekennen van een autovergoeding.
In de concept verordening worden stap 3 en 4 omgewisseld, dat betekent dat ouders eerst moeten aantonen dat zij niet in staat zijn om hun kind zelf weg te brengen met de auto (en dat fietsen en OV niet mogelijk zijn) voordat er recht op aangepast vervoer ontstaat. c.
Geen eigen bijdrage bij leerlingen speciaal basisonderwijs
In de huidige verordening dienen ouders van een leerling op het basisonderwijs of speciaal basisonderwijs die een inkomen boven de inkomensgrens van C 31.500,- (voor schooljaar 25/26) hebben een eigen bijdrage te betalen van rond de C 600,- per jaar. Er mag geen eigen bijdrage worden gevraagd bij leerlingen die niet in staat zijn om met het OV te reizen. Belangrijkste reden om dit voor te stellen is dat deze ouders niet de keuze hebben om een school dichterbij te kiezen; er zijn maar een beperkt aantal scholen voor speciaal basisonderwijs. Verder blijkt in de praktijk dat veel leerlingen van het sbo beperkingen hebben waardoor ze niet in staat zijn met het OV te reizen. We zien daarbij het effect van passend onderwijs waardoor leerlingen met “lichtere” ondersteuningsbehoeften op het basisonderwijs blijven. Daarnaast blijken veel ouders van leerlingen op het sbo onder de inkomensgrens te vallen. d.
Opstapplaatsen
In de concept verordening zijn in artikel 10 opstapplaatsen vermeld en de eis dat ouders hun kind naar de opstapplaats (laten) begeleiden. De in de VNG genoemde eisen waaraan een opstapplaats dient te voldoen, namelijk “De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider.” Zijn niet overgenomen, omdat het niet mogelijk is om alle opstapplaatsen daaraan te laten voldoen. e.
Wachttijden
De VNG heeft het invoeren van wachttijden nieuw ingevoerd in de modelverordening. In de concept verordening is dit in artikel 12 opgenomen. Op grond hiervan kan worden bepaald hoe lang een leerling maximaal zou mogen wachten om te voorkomen dat er op verschillende tijden naar dezelfde school moet worden gereden vanwege verschillende schooltijden die de school hanteert voor verschillende afdelingen. Hierdoor kan het aangepast vervoer efficiënter worden ingezet. f.
Stage
Ook de bepaling over stage is nieuw in de verordening (art. 15), hierbij wordt voorgesteld om een maximale afstand van 15 km te hanteren van school of woning voor het stageadres, alleen als door ouders en school kan worden bewezen dat het binnen deze grens niet mogelijk is, kan buiten deze grens worden vervoerd naar een stageadres. g.
Bso of tweede adres.
De VNG heeft bepalingen opgenomen over het vervoeren naar buitenschoolse opvang (bso). Deze bepalingen zijn niet overgenomen omdat de VNG hiermee de mogelijkheden heeft beperkt tot alleen formele bso locaties, en andere adressen zoals opa en oma e.d. niet mogelijk maken. Daarnaast is bij het werken met opstapplaatsen het wel brengen naar een bso locatie lastig uit te leggen aan ouders die wel moeten ophalen van een uitstapplaats.
In de beleidsregels zullen voorwaarden worden opgenomen wanneer er een tweede ophaal- en brengadres en/of uitstaplocatie kan worden gebruikt. f.
Vergoeden twee ritten met eigen vervoer.
In de concept verordening wordt voorgesteld om ouders alleen de vergoeding voor autokilometers te geven op het moment dat het kind in de auto zit, dus niet de lege retour kilometers zoals in de huidige verordening. Hiermee krijgen ouders twee ritten vergoed in plaats van thans vier ritten.