CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[25.11823] 3. GoFlo BOPA Postelsedijk 15 Reusel (27-5-2025)

Commissie Ruimte 10 juni 2025, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning aan de Postelsedijk 15 in Reusel20.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.11.1. Waterrelevant beleid Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied.

Pagina 45 van 57

Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool maar ook lozen op de bodem. Deze regels zin opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente dat sinds 1 januari 2024 te vinden is in het DSO. Daarnaast heeft het waterschap ook algemene regels vanuit de bruidsschat meegekregen. Die gaan (grotendeels) over het lozen van afvalwater in oppervlaktewaterlichamen. De regels zijn al geïntegreerd in de waterschapsverordening en terug te vinden in het DSO. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodige aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant.

Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ook instructieregels opgenomen voor waterschappen. Op de kaart behorende bij deze instructieregels ligt de projectlocatie niet binnen een 'Grondwaterbeschermingsgebied'. Een verdere toetsing aan de Omgevingsverordening van NoordBrabant is derhalve niet van toepassing. De wijze waarop de provincie omgaat met water is beschreven in het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027). Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027) vastgesteld (RWP). Het RWP is op 22 december 2021 inwerking getreden. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaat robuust water en bodemsysteem in 2050 en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant.

Belangrijk uitgangspunt van het RWP is de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) als een mijlpaal op weg naar een klimaatrobuust en veerkrachtig water- en bodemsysteem in 2050. In dit programma ligt de focus op zuinig zijn op water en de bodem, en het water- en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden (systeemgericht). Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we dat het moet worden gewijzigd; we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem. Doel van RWP: Voldoende water Schoon water Veilig water Vitale bodem Klimaatadaptatie Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in haar RWP stelt. De RWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Waterschap de Dommel Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van de projectlocatie. Het waterschap de Dommel hanteert verschillende beleidsstukken bestaande uit onder andere het Waterbeheerprogramma 2022-2027,

Pagina 46 van 57

Legger waterstaatswerken 2023 en de Waterschapsverordening. De legger waterstaatswerken 2023 is opgenomen in de Waterschapsverordening. De Waterschapsverordening is te vinden in het DSO.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 waterschap de Dommel Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start waterschap De Dommel met de 'watertransitie': op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Er worden drie principes gehanteerd die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt " Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan " Wat schoon is moet schoon blijven Het waterschap moet zich, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.

Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan worden er oplossingen gevonden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe dit bereikt wordt. Hierbij wordt door het waterschap een omschakeling gemaakt; - van beekdalgericht naar gebiedsgericht; de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. " van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maakt het waterschap keuzes over meerdere opgaven in een gebied. - van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

Waterschapsverordening Waterschap De Dommel In de 'Waterschapsverordening Waterschap De Dommel' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Waterschapsverordening beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden zoals waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de Waterschapsverordening hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits "vasthouden-bergen-afvoeren". Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.

Legger waterstaatswerken 2023 Het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel heeft op 17 oktober 2023 de legger waterstaatswerken 2023 vastgesteld. Ook heeft het dagelijks bestuur besloten de leggers

Pagina 47 van 57

oppervlaktewaterlichamen 2021 in te trekken. Dit is gedaan met het oog op de nieuwe waterschapsverordening en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Alle waterstaatswerken zijn nu zichtbaar in een digitale ontsluiting. Onder de Omgevingswet kan een legger geen beschermingszone of profiel van vrije ruimte meer vastleggen of aanpassen. Die gaan als beperkingengebied bij de waterschapsverordening horen. Waterschap De Dommel neemt in de legger alle waterstaatswerken op die van belang zijn voor het functioneren van het watersysteem in het beheergebied van de Dommel. Er zijn vele soorten waterstaatswerken, die onderverdeeld zijn in vier categorieën, te weten: oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen of ondersteunende kunstwerken. De legger vormt daarmee een uitstekend hulpmiddel bij de toetsing welke regels van de Keur op en nabij waterstaatswerken van toepassing zijn. Gemeente Reusel-De Mierden Het waterbeleid van de gemeente Reusel- De Mierden is opgenomen in het Programma Water en Riolering 2024-2028 (PWR). Het PWR beschrijft het beleid, de ambities en de te nemen maatregelen ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater binnen de gemeente. Hemelwater mag niet worden geloosd op het vuilwaterriool. Het hemelwater dient daarom in de bodem te infiltreren. Indien infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

Op plaatsen waar sprake is van grote dakoppervlakten wordt rechtstreekse (gebufferde) lozing van dakwater naar de bodem of naar oppervlaktewater aanbevolen. Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen in de vorm van een bodem/ bermpassage, alvorens het naar het oppervlaktewater wordt geloosd. In de hemelwaterverordening heeft de gemeente Reusel-De Mierden op dit moment geen bergingseis opgenomen. Dit gaat de gemeente aanpassen naar het volgende: Bij nieuwbouw geldt een bergingseis van 40 mm voor het nieuw aangelegde verharde oppervlak, voor ontwikkelingen waarbij de ondergrond van de keur van waterschap de Dommel niet wordt bereikt. Gesloopt oppervlak geldt niet als compensatie; Indien de initiatiefnemer kan aantonen dat het niet doelmatig is om berging aan te leggen, dan is maatwerk mogelijk; en Vergunningsvrije nieuwbouw is vrijgesteld van de bergingseis.

5.11.2. Bestaande waterhuishoudkundige situatie In de directe nabijheid van de projectlocatie zijn meerdere watergangen aanwezig, zie onderstaande uitsnede van de leggerkaart.

Pagina 48 van 57

463

338 337

560 225 227

695

6S4

632

716

709

Afbeelding 21: Uitsnede ieggerkaart waterschap de Dommel

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Daarnaast wordt het bedrijfsafvalwater gefilterd op eigen terrein en hergebruikt bij het wassen van de aardappelen. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel nietverontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Daarnaast zijn aan de voorzijde van het bedrijf twee kolken gelegen, waar door middel van afschot van de erfverharding het hemelwater op geloosd wordt. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house­ keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten.

5.11.3. Beoogde waterhuishoudkundige situatie De wijze van lozen van het bestaande bedrijfsafvalwater zal niet gewijzigd worden in de beoogde situatie. Het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard van het beoogde experience-center zal worden aangesloten op het gemeentelijke riool. In de beoogde situatie zullen er verschillende sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd ten behoeve van het drone-experience-center. Zoals onder het gemeentelijk rioleringsplan is beschreven zal er ten alle tijden rekening worden gehouden met de capaciteit van het riool en dus eventuele maatregelen zoals een bufferput. De exacte indeling van de o.a. de sanitaire voorzieningen is momenteel nog niet bekend. Derhalve wordt dit ten alle tijden samen met de beheerder van het riool besproken. Dit wordt als voorschrift opgenomen in het besluit van de omgevingsvergunning. Daarnaast wordt bij de afvoer van het overige bedrijfsafvalwater (vethoudend water) zal tevens worden voldaan aan de eisen zoals gesteld in het Bal. Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

Verder zullen de beschermingszones ten opzichte van omliggende watergangen in acht worden genomen. Binnen 5 meter van de watergangen worden geen nieuwe obstakels, zijnde bebouwing dan

Pagina 49 van 57

wel landschapselementen, mogelijk gemaakt. Daarnaast worden de B-watergangen in de beoogde situatie gewijzigd. De B-watergangen zullen niet verwijderd worden, maar zullen enkel verlegd worden. De bestaande waterhuiskundige situatie zal hierdoor niet wijzigen. Hiervoor zal bij het waterschap een melding gedaan dan wel een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Zoals aangegeven is waterschap de Dommel de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond­ en oppervlaktewater binnen de projectlocatie. Door middel van de Keur van Waterschap de Dommel, die in werking is getreden op 1 maart 2015, kan worden bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap de Dommel schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m2 verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Op de projectlocatie zal er 507 m2 nieuw dakoppervlak, 6.798 m2 nieuwe erfverharding en 2.225 m2 nieuwe half-verharding worden gerealiseerd, zie onderstaande afbeelding. Hierdoor is de aanleg van een retentievoorziening noodzakelijk. De nieuw aan te leggen half-verharding zal voor 500Zo meegerekend worden voor de berekening van de aan te leggen retentievoorziening.

Hierdoor wordt geconcludeerd dat er in totaal 8.417,5 m2 aan verharding wordt gerealiseerd.

Afbeelding 22: Overzicht verhard oppervlak projectlocatie

De grootte van de retentievoorziening moet in dat gevel worden berekend conform de rekenregel die in de nieuwe Algemene regels van de Keur van de waterschappen is geïntroduceerd. Deze rekenregel luidt als volgt:

Benodigde compensatie (in m3) s toename verhard oppervlak (m2) x 'gevoeligheidsfactor' x 0,06 (m)

Pagina 50 van 57

De gevoeligheidsfactor is af te leiden uit de kaart die bij de nieuwe Keur is gevoegd. Hierbij is het grondgebied van het desbetreffende waterschap, in dit geval de Dommel, verdeeld in drie categorieën. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: 1A (Laag), V2 (Gemiddeld) en 1 (Hoog). Zoals uit Afbeelding 23 blijkt is er voor de locatie aan de Postelsedijk 15 te Reusel een gevoeligheidsfactor van gedeeltelijk V2 (Gemiddeld) en gedeeltelijk 1 (Hoog) van toepassing. Om uit te gaan van een worstcasescenario wordt uitgegaan van een hoge gevoeligheidsfactor voor de projectlocatie.

-

1/2

1/4 Afbeelding 23: Uitsnede kaart gevoeligheidsfactor waterschap de Dommel

De factor 0,06 (m) vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m^ha) die de hoeveelheid water aangeeft die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd. Deze is door het waterschap vastgelegd op basis van eigen onderzoek en toekomstscenario's. Dit is een vast gegeven in de formule. Alle onderdelen van de rekenregel zijn bekend. Dit betekent dat de volgende rekensom gemaakt kan worden.

Benodigde compensatie = 8.417,5 m2 x 1 x 0,06 s 505 m3 Bij de uitwerking van de compenserende maatregelen zal ook rekening gehouden moeten worden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De voorziening mag namelijk niet dieper worden afgegraven dan de GHG ter plaatse. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is af te leiden uit de gedetailleerde kaart van Waterschap de Dommel. Zoals uit Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. b lijkt ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse van de beoogde retentievoorziening tussen 20 en 40 cm beneden maaiveld.

Pagina 51 van 57

Afbeelding 24: Uitsnede kaart Waterschap de Dommel gemiddelde hoogste grondwaterstand, beoogde retentíevoorziening rood omcirkeld

Op locatie zal een retentíevoorziening met een inhoud van 505 m3 worden gerealiseerd. De retentíevoorziening zal in de vorm van een wadi gerealiseerd worden. De wadi zal een inhoud van 200 m3, diepte van 40 cm krijgen en een oppervlakte van circa 500 m2. Het hemelwater kan vanuit de wadi in de bodem infiltreren. Er zal een noodoverloop voorziening op de b-watergang ten zuiden van de projectlocatie gerealiseerd worden. Onder de wasplaats is een kelder aanwezig, deze wordt momenteel niet gebruikt. De kelder zal voorzien wordt van een leegloop- en een overloopvoorziening. In deze kelder zal circa 305 m3 hemelwater geborgen kunnen worden. Daarnaast zullen naast de half verharde paden gootjes gegraven worden, waar het hemelwater naar toe kan lopen en infiltreren in de boden. Om dit te verwezenlijken zullen de paden bol/schuin gelegd worden dat hemelwater in de gootjes kan lopen. In de voorwaarden van de omgevingsvergunning zal tevens een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen ten behoeve van de aanleg van de retentíevoorziening. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het initiatief.

5.12. Technische infrastructuur 5.12.1. Ondergrondse leidingen Op de EV-signaleringskaart en in het omgevingsplan dient gecontroleerd te worden of er aanduidingen zijn opgenomen voor riooltransportleidingen en/of watertransportleidingen. Riooltransportleidingen en watertransportleidingen betreffen leidingen die geen betrekking hebben op omgevingsveiligheid maar op technische infrastructuur. Binnen of nabij de projectlocatie zijn geen relevante (buis)leidingen aanwezig. Derhalve zijn in het omgevingsplan geen beperkingen opgenomen binnen de bouwregels. Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gedaan worden om relevante kabels en leidingen binnen en nabij de projectlocatie in beeld te brengen.

5.12.2. Hoogspanningslijnen Elektriciteit wordt in Nederland vanuit een energiecentrale d.m.v. (bovengrondse) hoogspanningslijnen verplaatst. Bij het transport van elektriciteit door (bovengrondse) hoogspanningslijnen ontstaan magnetische velden, welke mogelijk effect kunnen hebben op de gezondheid van mensen. In het kader van onderhavige procedure zal gemotiveerd moeten worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met de beoogde ontwikkeling.

Pagina 52 van 57

Conform de RIVM-netkaart zijn geen hoogspanningslijnen in het gebied aanwezig. De beoogde ontwikkeling zal niet zorgen voor een nieuw gevoelig object binnen een magneetveld, derhalve zullen de hoogspanningslijnen geen negatief effect hebben op het woon- en leefklimaat.

5.12.3. Radarverstoringsgebied In Nederland staan verschillende radarposten die dienen voor de vliegveiligheid en de nationale veiligheid. Om zeker te stellen dat de defensieradars niet in onaanvaardbare mate worden verstoord door hoge objecten, zijn in het Bkl bepalingen opgenomen om de defensieradars te beschermen. In artikel 5.155 en 5.161a van het Bkl zijn regels opgenomen met betrekking tot een maximale bouwhoogte van bouwwerken binnen 15 km, dan wel 75 km van een radarverstoringsgebied. Het initiatief betreft de realisatie van een nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf in de vorm van een drone-experience-center aan de Postelsedijk 15 te Reusel. De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd op circa 50 km tot het radarstation Volkel, welke is weergeven in onderstaande afbeelding. De ontwikkeling heeft geen betrekking op het realiseren van windmolens en het plangebied ligt buiten de 15 km contour van het radarverstoringsgebied van Volkel. Derhalve gelden voor het initiatief geen beperkingen m.b.t. maximale bouwhoogte.

Afbeelding 25: Kaart Nederland radarstations en radarverstoringsgebieden

Pagina 53 van 57

6. Financiële haalbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Postelsedijk 15, 5541 NM te Reusel betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

Pagina 54 van 57

7. Planologische afweging Deze ruimtelijke onderbouwing betreft de planologische verantwoording voor het toevoegen van een nevenactiviteit in de vorm van een drone-experience-center aan de Postelsedijk 15, 5541 NM te Reusel. De ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan volgens het omgevingsplan. Door het aanvragen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit is de beoogde ontwikkeling toch mogelijk (artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet). Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op geen van deze niveaus vormt een belemmering voor het initiatief. In deze is getoetst aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant en de gemeentelijke structuurvisie. Tevens is het initiatief getoetst aan alle relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Hieruit is gebleken dat met het initiatief geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving. De onderzoeken naar geluid, bodem, geur, ammoniak en luchtkwaliteit tonen aan dat het initiatief milieu-hygiënisch aanvaardbaar is. Door de onderzoeken van natuur, archeologie, externe veiligheid en de waterparagraaf wordt aangetoond dat het initiatief planologisch aanvaardbaar is.

Daarnaast wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap door een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarom kunnen de voorgenomen ontwikkelingen op de projectlocatie aan de Postelsedijk 15 te Reusel doorgang vinden.

Pagina 55 van 57

8. Bijlagen -

Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan

-

Bijlage 2: Verslag omgevingsdialoog

-

Bijlage 3: Berekening kwaliteitsverbetering

-

Bijlage 4: Notitie invoergegevens AERIUS-berekening

-

Bijlage 5: AERIUS-berekening aaniegfase

-

Bijlage 6: AERIUS-berekening gebruiksfase

-

Bijlage 7: Bodemonderzoek

-

Bijlage 8: Piattegrondtekening drone-experience center

-

Bijlage 9: Situatietekening beoogd bouwvlak

-

Bijlage 10: Testrapport biuswatervoorziening PM

Pagina 56 van 57

to*» www.vandunadvies.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=8cbc9c80-c094-42f0-b38f-6f20f821675c