CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.19493] Lokale Energiestrategie (LES)

Commissie Ruimte 2 december 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Lokale energiestrategie (LES)8.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

O

O P G E S T E L D V O O R : G e m e e n te R e u s e l-D e M ie rd e n ii O P G E S T E L D DO O R: S TA N TE C BV

GEMEENTE

Reusel-De Mierden

Inhoud SAMENVATTING

3

1. INLEIDING

4

2. TOEKOMSTBEELD

5

3. DE ENERGIETRANSITIE IN PERSPECTIEF

6

4. ENERGIEANALYSE EN TOEKOMSTSCENARIO

10

5. STRUCTURERENDE KEUZES

14

6. STRATEGIE

16

7. BORGING EN HERIJKING

18

î

Samenvatting Contact De energietransitie is één van de grote uitdagingen waar we als gemeente de komende jaren voor staan. Het overkoepelende doel daarvan is om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze lokale energiestrategie (LES) beschrijft de

van het elektriciteitsnet

T oekomstscenario Het toekomstscenario is gebaseerd op de volgende

^

uitgangspunten:

We passen bewezen oplossingen toe, maar volgen innovatieve ontwikkelingen op de voet.

-

Als gevolg van energiebesparing vermindert de totale

gemeentelijke strategie om dit doel te bereiken. De rode draad daarin is de energiemix. Dat is het geheel van de

-

energievraag; We vullen de volledige warmtevraag in met elektriciteit;

Strategie Voor de periode tot 2030 hanteren we, aanvullend op de

verschillende verbruiksvormen van energie, te weten

-

We stappen volledig over op elektrisch vervoer.

structurerende keuzes, de volgende strategie:

elektriciteit, warmte en brandstoffen. We beschrijven hoe de huidige energiemix eruit ziet, welke verandering daarin

Verandering t.o.v. peiljaar 2022

2030

2040

2050

Besparing (“/o)

17/

38/

51/

Uitgangssituatie Het huidige jaarlijkse energieverbruik in Reusel-De Mierden is 892 TJ. Hiervan is 288 TJ al hernieuwbaar én er is nog ruim

Elektrificatie vervoer (/)

25/

75/

100/

Elektrificatie warmtevraag d.m.v. warmtepompen (/)

25/

75/

100/

900 TJ aan duurzame energie-opwek gepland. De

Resterende energievraag (TJ)

740 TJ

550 TJ

435TJ

verwachting is dat hiermee de toekomstige energievraag volledig duurzaam ingevuld kan worden. Als het gaat om

We combineren een regisserende met een faciliterende rol;

^

We doen stap voor stap wat we kunnen in relatie tot de

^

context waarin we ons bevinden. We combineren een algemene aanpak met een gebieds-

Het scenario is samengevat in onderstaande tabel.

noodzakelijk is om energieneutraal te worden en welke strategie we kiezen om die verandering te realiseren.

^

^

We zoeken actief naar koppelkansen met andere beleidsvelden en/of transitiethema’s We geven zelf het goede voorbeeld

^ ^

We werken actief samen met andere belanghebbenden We vertalen deze strategie in een praktisch

Dit document is opgesteld door:

uitvoeringsprogramma voor de periode 2025-2027.

Stantec B.V. Kastanjelaan 400 | Unit 6-14 5616 LZ EINDHOVEN www.stantec.com/nl

komende jaren vraagt het energieverbruik onze aandacht. De opgave is om het gebruik van aardgas (gebouwde omgeving)

maken we de volgende hoofdkeuzes: ^ We voeren een actief energiebesparingsbeleid;

Borging en herijking

en fossiele transportbrandstoffen uit te faseren en elektrisch te gaan verwarmen en rijden. Naast de energetische

^

We kiezen voor de warmtetransitie een individueel hybride

Deze energiestrategie heeft een looptijd tot 2030. In 2027

uitgangssituatie is ook de (beleids)context van belang. Voor

^

strategie; We focussen op het realiseren van de duurzame opwek

voeren we en tussentijdse evaluatie uit en stellen een uitvoeringsplan op voor de periode tot 2030. Om de voortgang

die reeds in de planvormingsfase is;

van de gemeentelijke energietransitie te monitoren

We faciliteren de autonome ontwikkeling richting elektrisch vervoer en zetten voor duurzame mobiliteit in op regionale

ontwikkelen we een eenvoudige monitoringssystematiek op basis van openbare bronnen.

energieanalyse en beleidscontext vormt de basis voor een toekomstscenario dat beschrijft met welke tussenstappen in 2030 en 2040 toewerken naar het einddoel in 2050.

samenwerking ^

We faciliteren de netbeheerder optimaal bij het verzwaren

Colofon

^

energie-opwek zijn we als gemeente dus al vergevorderd. De

^

Gemeente Reusel-De Mierden Marcha Jansen E: marcha.jansen@reuseldemierden.nl T: 088 - 4970346

en of doelgroepgerichte aanpak.

Structurerende hoofdkeuzes Om de prioriteiten voor de komende periode te bepalen,

veel deelthema’s van de energietransitie beschikken we al over relatief recent vastgesteld beleid. De combinatie van

Neem voor meer informatie of vragen over dit document contact op met:

Projectnummer: 327300643 Versie

Vrijgegeven door

Datum

Definitief

Anne Tom Pathuis

29-10-2024

Stantec

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De energietransitie is één van de grote uitdagingen waar we als gemeente de komende jaren voor staan. Om onze CO2-uitstoot te reduceren moeten we fossiele energie vervangen door duurzame energie, bijvoorbeeld uit zon en wind. Op Europees en landelijk niveau wordt continu gewerkt aan beleid, wetgeving, programma’s en

Om in deze uitdagende omgeving tot een effectieve aanpak te komen, is het van groot belang om overzicht te houden, verstandige keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Deze lokale energiestrategie (LES) vormt daarvoor de basis en heeft de volgende doelen: 1. De samenhang binnen de huidige initiatieven en beleidsmaatregelen inzichtelijk maken;

projecten om de energietransitie vorm te geven. Regionale en lokale overheden hebben een cruciale

2. Eventuele hiaten en verbeterpunten in bestaand beleid vaststellen;

uitvoerende taak bij het realiseren van de geformuleerde

3. Een basis bieden voor het stellen van prioriteiten,

doelstellingen. Ook in Reusel-De Mierden nemen we in dit verband onze verantwoordelijkheid en hebben we de

mede in relatie tot de beschikbare capaciteit; 4. Een basis bieden voor monitoring en evaluatie van

energietransitie hoog op de agenda staan. De energietransitie is een grote en complexe opgave,

door bij iedere keuze die we maken de

vraagstuk, maar vereist ook dat we voortdurend

die niet op zichzelf staat, maar raakt aan uiteenlopende andere beleidsvelden. Soms staat de energietransitie op gespannen voet met andere maatschappelijke

om in 2050 energieneutraal te zijn. Dat betekent dat alle gebruikte energie afkomstig is uit hernieuwbare

belangen, bijvoorbeeld als het gaat om het

bronnen, zoals zon en wind. Deze doelstelling sluit aan

natuurbehoud, woningbouw of landschappelijke waarden. In andere gevallen is juist synergievoordeel te

-

Duurzaam: we maken altijd een integrale afweging

maatschappelijke afwegingen maken. We hanteren daarom enkele overkoepelende uitgangspunten,

om te komen tot de meest duurzame keuze in brede zin. Daarbij gaat het om de optimale combinatie van

waarmee we in ons handelen altijd rekening houden.

energiebesparing en het gebruik van duurzame

We noemen deze uitgangspunten onze leidende principes.

energie, maar ook om het optimaliseren van de ruimtelijke, ecologische en sociale impact van een keuze.

-

onze voortgang. 1.2 De opgave De overkoepelende opgave van de energietransitie is

maatschappelijke kosten mee te wegen.

1.3 Leidende principes De energietransitie is niet uitsluitend een technisch

Betrouwbaar: het toekomstige energiesysteem is betrouwbaar en robuust. Het levert onder alle

-

omstandigheden voldoende energie voor alle

Rechtvaardig en participatief: we verdelen de lusten en lasten van de energietransitie zo eerlijk

gebruikers. Dit realiseren we door verschillende soorten energiebronnen in te zetten, vraag en

mogelijk. Er is ruimte voor inbreng van verschillende belangen. Betrokkenheid van burgers, bedrijven en

aanbod slim op elkaar af te stemmen en

instellingen wordt gestimuleerd.

energieopslag toe te passen. -

Transparant: de leidende principes in dit hoofdstuk

Betaalbaar: energie is een basisvoorziening en een

kunnen op gespannen voet met elkaar staan. Het

bij het landelijke klimaatakkoord, waarin het doel is vastgelegd om de CO2-uitstoot in 2050 te reduceren tot

noodzakelijke voorwaarde voor economische en maatschappelijke stabiliteit. Een betaalbare

energiebeleid is bovendien nauw verweven met economisch, ruimtelijk en sociaal beleid. We zijn

boeken. Zo draagt een duurzaam en betaalbaar

netto 0 (zie hoofdstuk 3). Deze energiestrategie

energierekening is daarom van groot belang. We

transparant over het wegen van de publieke

energiesysteem bij aan een gunstig vestigingsklimaat, het vergroot de koopkracht en verbetert de leefbaarheid

beschrijft hoe we de komende jaren aan de slag gaan met de energietransitie. We benoemen wat we

streven naar betaalbaarheid, onder meer door ons te richten op energiebesparing, een betrouwbare

belangen en blijven hierover in gesprek met belanghebbenden.

in de wijk.

belangrijk vinden en welke keuzes we maken en

energie-infrastructuur, lokaal eigenaarschap, het

vertalen dit in een strategie

benutten van koppelkansen met andere transities en

5

1.4 Aanpak en leeswijzer

de strategische prioriteiten en daarmee de strategie tot

Analyse

2030. De aanpak voor het opstellen van deze lokale energiestrategie bestond uit een analysefase en een fase van visie- en strategievorming (zie figuur 1). De analysefase zag er als volgt uit: - In de beleidsanalyse is het huidige gemeentelijke beleid geanalyseerd in relatie tot de opgave(n) die we in de toekomst verwachten - Op basis van openbaar beschikbare bronnen is een kwantitatieve energieanalyse uitgevoerd. Deze geeft inzicht in de uitgangspositie en geeft een mogelijke ontwikkelrichting voor de toekomst. - In een consultatieronde zijn belanghebbenden van uiteenlopende gemeentelijke afdelingen en de verantwoordelijke portefeuillehouder geconsulteerd. Dit is gedaan in de vorm van een gemeen­ schappelijke ambtelijke werksessie en een individueel gesprek met de portefeuillehouder. Daarnaast heeft een raadsinformatiesessie plaatsgevonden, waarvoor ook de verschillende dorpsraden zijn uitgenodigd. Op basis van de inzichten uit de analysefase is vervolgens de visie en strategie bepaald. Dit hebben we gedaan door de algemene opgave stap voor stap specifieker te maken. We zijn gestart met het formuleren van onze leidende principes en het formuleren van een algemeen toekomstbeeld. Vervolgens hebben we per deelonderwerp van de energietransitie een aantal structurerende keuzes gemaakt. Deze keuzes bepalen

De vervolgstap betreft het opstellen van een uitvoeringsplan, waarin de strategie wordt vertaald in een overzicht met projecten en activiteiten, inclusief de daarvoor benodigde capaciteit en middelen. 1.5 Leeswijzer Dit document is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2 beschrijft het toekomstbeeld dat we voor ons zien als we de ambities en doelstellingen in 2050 hebben gerealiseerd. Hoofdstuk 3 bevat de beleidsanalyse en een beschrijving van de overige relevante

Geldend beleid en kaders

Consultatie gemeentelijke belanghebbenden

Energiedata

Visie en strategie Toekomstbeeld

Leidende principes Opgave

Structurerende keuzes

omgevingsfactoren. Hoofdstuk 4 bevat de energieanalyse. In hoofdstuk 5 zijn de structurerende keuzes uitgewerkt. Hoofdstuk 6 bevat de visie en

Strategie

strategie. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op de wijze van monitoring en borging.

Vervolgstap: uitvoeringsprogramma

Projecten en activiteiten op basis van de strategie Benodigde capaciteit en kosten

Figuur 1: De gehanteerde aanpak. Dit document bevat de analyse en de visie en strategie. Het opstellen van een uitvoeringsprogramma is een vervolgstap die separaat wordt uitgevoerd.

6

2. Toekomstbeeld 2050 Hoe ziet onze gemeente er in 2050 uit? Wat betekent energieneutraal in de praktijk? De afbeelding hiernaast schetst een toekomstbeeld van

Efficiënte gebouwen en slim energiebeheer

Hernieuwbare energiebronnen en een betaalbare energierekening

Door isolatie en het gebruik van energiezuinige apparatuur zijn alle gebouwen optimaal energie-efficiënt. Slimme netwerken en opslagvoorzieningen garanderen dat energie altijd beschikbaar is waar dat nodig is.

Alle daarvoor geschikte daken zijn bedekt met zonnepanelen. Op strategische plaatsen staan windturbines en zonnevelden. De energievoorziening is hierdoor volledig duurzaam, met een belangrijk aandeel lokale opwek.

Dankzij de transitie naar elektrische mobiliteit, schonere industrie en een groenere leefomgeving is de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Door de toename van elektrisch vervoer is de leefomgeving bovendien een stuk stiller.

Reusel-De Mierden in 2050 dat laat zien hoe de gemeente eruit ziet als we de doelstellingen uit deze lokale energiestrategie hebben gerealiseerd. Dankzij een gezamenlijke inspanning van overheid, bedrijven en inwoners is het ons gelukt om energieneutraal te worden. Het energieverbruik is fors gedaald, de warmtetransitie is voltooid en we wekken de resterende energievraag duurzaam op. Een slimme combinatie van innovatieve technologie, een integrale blik op

Duurzame mobiliteit

duurzaamheid en participatieve beleidsvorming heeft geresulteerd in

Laadpalen voor elektrische voertuigen zijn overal beschikbaar. Individueel autobezit is afgenomen doordat het openbaar vervoer én de fietsvoorzieningen zijn verbeterd.

een gezonde leefomgeving en economische veerkracht. Dat alles maakt Reusel-De Mierden tot een levendige, duurzame en innovatieve gemeente, waar het aangenaam wonen, werken en recreëren is.

Betrokken bewoners en bedrijven

2050 Energieneutraal

In een duurzame samenleving staan overheid, inwoners en bedrijven samen aan het roer. Beleid komt participatief tot stand en duurzame energievoorzieningen zijn deels lokaal eigendom. Dat zorgt voor een grote betrokkenheid bij de leefomgeving.

Nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid Als gevolg van de energie- én andere transities hebben nieuwe technologieën een grote vlucht genomen. Dat resulteert in een stabiele economie met nieuwe bedrijvigheid en volop werkgelegenheid in een inclusieve arbeidsmarkt.

In energie-effciënte gebouwen is het comfortabel wonen en werken. De inrichting van de openbare ruimte is afgestemd op een veranderend klimaat. Dankzij veel groen is het ook op warme dagen aangenaam toeven in de gebouwde omgeving.

7

3. De energietransitie in perspectief 3.1 Inleiding

3.2 Bovengemeentelijk beleid

^

In de Klimaatwet en het Klimaatakkoord (zie 3.1.2.) zijn doelen vastgelegd voor een verregaande reductie van de uitstoot van

De richtinggevende keuzes in het NPE zijn:

duurzame energie en energie-infrastructuur

3.2.1 Landelijke wetgeving en beleid ^

broeikasgassen. Deze uitstoot is in sterke mate het gevolg van

Maximaal aanbod: maximaal inzetten op aanbod van

Energiebesparing: besparing als belangrijke hoeksteen van het energiebeleid

het gebruik van fossiele energie. In 2022 stootte Nederland

Klimaatwet, klimaatakkoord en klimaatplan

99,9 megaton CO2 uit, waarvan 260Zo als gevolg van

De klimaatwet (2019, herzien in 2023) en het Klimaatakkoord

elektriciteitsgebruik, 4407o warmteverbruik en 3007o fossiele

(2019) vormen de basis van de Nederlandse aanpak van de

vanuit systeemperspectief en voor opbouw van ketens en

voertuigbrandstoffen. Om de klimaatdoelen te realiseren is het

energietransitie. De klimaatwet bevat twee hoofddoelen:

markten

noodzakelijk om fossiele energie te vervangen door

^

hernieuwbare energie. Dit vereist een grote aanpassing van

De broeikasgasuitstoot in 2030 met 5507o reduceren ten

^

^

Internationale samenwerking: sterke internationale samenwerking en een maximaal verbonden energiesysteem

opzichte van 1990. De broeikasgasuitstoot in 2050 te reduceren tot netto 0.

Slimme inzet: schaarse energie- en infrastructuur inzetten

^

Samen sturen: met burgers en bedrijven, ruimte voor initiatief

ons energiesysteem: de energietransitie. De energietransitie

^

verandert het energiesysteem niet alleen van fossiel naar

Het klimaatakkoord bevat een pakket aan maatregelen om

duurzaam, maar ook van een centraal aanbod gestuurd

deze doelen te bereiken. De Nederlandse gemeenten,

Deze richtinggevende keuzes in het NPE zijn mede bepalend

systeem naar een decentraal vraag gestuurd systeem.

verenigd in de VNG, hebben zich in 2019 gecommitteerd aan

voor de energieopgave en -strategie in Reusel-De Mierden.

Fossiele energie kan met een beperkt aantal energie­

zowel de doelen als het maatregelpakket. In 2020 is het

centrales vraag gestuurd worden opgewekt en

klimaatbeleid, zoals de klimaatwet vereist, vastgelegd in het

gedistribueerd. Hernieuwbare energie vereist een groot

klimaatplan 2021 - 2030.

aantal decentrale opweklocaties, waar het energieaanbod afhankelijk is van het aanbod van zon en wind. (zie figuur 2).

Nationaal Plan Energiesysteem Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) brengt in kaart hoe

De lokale energietransitie in Reusel-De Mierden wordt sterk

het energiesysteem van de toekomst eruit ziet en wat er nodig

beïnvloed door bovengemeentelijke beleidskeuzes op landelijk,

is om daar te komen. Het NPE bevat richtinggevende keuzes

provinciaal en regionaal niveau. Dit hoofdstuk schetst dit

die alle belanghebbenden helderheid geven over wat er op hen

omgevingsbeleid op hoofdlijnen, de laatste paragraaf beschrijft

af komt en van hen verwacht wordt in relatie tot het

welke conclusies hieruit volgen voor deze energiestrategie.

veranderende energiesysteem.

en participatie.

ifelíi - Centraal « Vraag gestuurd * Fossiel

JçuEb * Decentraal * Aanbod gestuurd * Duurzaam

Figuur 2: De energietransitie verandert het energiesysteem.

8

3.2.2 Regionaal beleid en belangrijke ontwikkelingen

rapportage was ongeveer 250Zo van het totale regionale Verkenning warmtebedrijf Provincie Noord-Brabant De Provincie Noord-Brabant verkent momenteel de

Kempische visie op wonen 2024 - 2028

Regionale Energie Strategie

bod gerealiseerd. De oorzaak hiervan is te vinden in lange doorlooptijd van vergunningtrajecten en de problematiek rondom netcongestie. Als gemeente doen

mogelijkheid om een publiek warmtebedrijf op te richten. Dit gebeurt naar aanleiding van veranderende wetgeving

volkshuisvestingprogramma dat zich richt op de woningmarkt in de Kempengemeenten. Tot 2030 geeft

rondom collectieve warmte (zie paragraaf 3.4), die

de regio De Kempen een woningbouwopgave van 3,220

ervoor zorgt dat het eigendom van warmtebedrijven verschuift van privaat naar publiek. Met het

woningen. Gezien de grote regionale vraag halen we daarbovenop de plannen voor 2000 extra woningen naar

warmtebedrijf beoogt de provincie een significant

voren in de planning. Eén van de strategische thema’s in

Eén van de doelstellingen in het Klimaatakkoord is om ten minste 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land op te wekken in 2030. Om deze doelstelling te realiseren, hebben dertig energieregio’s een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. Het

we het in deze regionale context overigens goed: de optelsom van de reeds gerealiseerde én nog geplande projecten duurzame opwek projecten komt overeen met het RES-bod (zie paragraaf 4.2).

totaal van de vastgestelde ambities van de eerste

De Kempische visie op wonen is een

RES’en (RES 1.0) telt op tot 55 TWh. In december 2022 spraken bestuurders van Rijk, decentrale overheden en

Provinciale Omgevingsverordening De omgevingsverordening Noord-Brabant (2024) bevat

aandeel collectieve warmte aan de Brabantse energiemix toe te voegen. Ook het realiseren van

de Kempische visie op wonen is ‘Op weg naar een duurzame toekomst’. Voor dit thema zijn de volgende

de netbeheerders formeel af zich gezamenlijk in te

de provinciale regels voor (onder meer) milieu, grond,

collectieve warmteoplossingen in kleine gemeenten,

ambities vastgelegd:

spannen om het streefdoel van 55 TWh te realiseren.

water, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De verordening is relevant voor de energietransitie omdat

bijvoorbeeld met een buurtwarmtepomp, valt momenteel binnen de scope van de verkenning.

-

Gemeente Reusel-De Mierden maakt onderdeel uit van

deze kaders en regels stelt aan het ruimtegebruik voor

de RES-regio ‘Metropoolregio Eindhoven’ (RES-MRE). Deze RES regio bestaat uit 21 gemeenten, de Provincie

energieopwek. Zo moeten windturbines onder meer in clusters worden opgesteld en maatschappelijke

Beleid grootschalige zonne- en windenergie De Kempen (2020)

Noord-Brabant, de waterschappen Aa en Maas en De

meerwaarde opleveren. Zonnevelden in landelijk gebied

De Kempengemeenten (Bergeijk, Bladel, Eersel,

Dommel en netbeheerder Enexis. Eind 2021 hebben de gemeenteraden van alle deelnemende gemeenten, waaronder Reusel-De Mierden, de RES 1.0 MRE

zijn uitsluitend toegestaan indien deze aantoonbaar noodzakelijk zijn, dat wil zeggen dat op andere manieren

Oirschot en Reusel-De Mierden) hebben gezamenlijk de randvoorwaarden vastgelegd waaronder het realiseren

niet voorzien kan worden in de behoefte aan duurzame

van grootschalige opwek van duurzame energie

vastgesteld. Deze RES 1.0 bevat voor duurzame opwek

energie. Aanvullend daarop geldt een aantal andere eisen voor zonnevelden, waaronder het realiseren van

mogelijk is. Dit zijn zowel ruimtelijke als sociaal­ maatschappelijke voorwaarden. Daarnaast beschrijft het

prioriteit. Met deze ambities sluit de Kempische visie op wonen

maatschappelijke meerwaarde. Tot slot bevat de

beleidskader de procesgang voor het realiseren van

aan bij de lokale transitievisie warmte.

belangrijke pijlers in de RES. Het bod van gemeente Reusel-De Mierden om hieraan bij te dragen betreft 0,31

omgevingsverordening regels voor het toepassen van bodemenergiesystemen. Deze zijn van belang in relatie tot de mogelijkheid een buurtwarmtepomp te realiseren.

duurzame opwek. Op dit moment is in onze gemeente reeds een aanzienlijke hoeveelheid duurzame opwek

TWh.

In essentie komt het erop neer dat bodemenergie­

Uit de RES-voortgangsrapportage van mei 2023 blijkt

systemen alleen bóven de beschermende kleilagen mogen worden aangelegd, tot een maximale boordiepte

huidige coalitie kiest er daarom voor geen nieuwe initiatieven buiten de opengestelde zoekgebieden toe te

dat de realisatie van het RES-bod nog steeds mogelijk

van 80 meter. Deze regels hebben tot doel

is, maar dat versnelling noodzakelijk is. Ten tijde van de

drinkwatervoorziening te beschermen.

de ambitie om regionaal 2.0 TWh energie op te wekken met windenergie, zon-op-dak en zon-op-land. Daarnaast zijn ook energiebesparing en duurzame warmte

De Kempen is in 2050 klimaatneutraal Tot 2030 focussen we op het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. We isoleren deze

gerealiseerd en in ontwikkeling (zie hoofdstuk 4). De

laten. Mocht dit standpunt in de toekomst echter veranderen dan bevat het ‘beleid grootschalige zonne­ en windenergie’ het toetsingskader.

woningen nu, zodat we na 2030 de stap naar duurzame energie kunnen zetten. -

Plannen voor nieuwbouw toetsen we aan de

-

landelijke duurzaamheidseisen (BENG). We geven plannen met hogere duurzaamheidsambities dan de wettelijke norm

9

2024).

Klimaatvisie 2007 -2010 De klimaatvisie 2007 - 2010 is in feite de voorloper van

Uitvoeringsvisie Warmtetransitie 2024 - 2027 De Uitvoeringsvisie Warmtetransitie beschrijft de wijze waarop we de transitievisie warmte uitvoeren. Daarbij

deze lokale energiestrategie. Hierin is de ambitie

kiezen we vier strategische sporen:

aan netuitbreiding en anderzijds aan oplossingen om

vastgelegd om in 2025 energieneutraal te zijn. Met deze klimaatvisie heeft de gemeente in een relatief vroeg

-

Intensiveren van samenwerkingen; Maatschappelijke participatie

slimmer en flexibeler om te gaan met het bestaande elektriciteitsnet. Het ontwikkelen van energy hubs op

stadium van de energietransitie reeds ambitieuze doelen

-

Invulling geven aan onze eigen rol door het

bedrijventerreinen is in dit verband een kansrijke

-

verduurzamen van het eigen vastgoed. Benutten van koppelkansen

oplossingsrichting. Deze tweeledige aanpak moet de aansluitmogelijkheden in de toekomst vergroten. De

3.3 Gemeentelijk beleid en belangrijke ontwikkelingen Collegeprogramma 2022 - 2026 In het collegeprogramma 2022-2026 is de ambitie uit de klimaatvisie om in 2025 energieneutraal te zijn overgenomen. De coalitie wil het realiseren van zonneenergie op daken stimuleren, maar is terughoudend ten aanzien van nieuwe initiatieven voor grootschalige duurzame opwek: deze zijn buiten de aangewezen en opengestelde zoekgebieden niet mogelijk. Daarnaast staat het faciliteren van de netbeheerder bij het aanpakken van netcongestie hoog op de agenda, evenals het realiseren van voldoende laadpalen voor elektrisch vervoer. Tot slot streeft de coalitie naar het realiseren van een waterstoffabriek in de gemeente. Daarbij is het uitgangspunt dat de gemeente dit niet zelf initieert, maar initiatieven van externe partijen wel in behandeling neemt. Omgevingsvisie (in ontwikkeling) De gemeentelijke omgevingsvisie geeft richting aan alle activiteiten en regels van een gemeente binnen de fysieke leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen aspecten als ruimte, water, milieu, natuur,

vastgelegd. Hoewel inmiddels duidelijk is dat we de gestelde ambitie voor 2025 niet kunnen realiseren, heeft de klimaatvisie wél geresulteerd in goede stappen

Aanwijzing oplaadpunten elektrisch vervoer Voor het plaatsen en exploiteren van laadinfrastructuur

de klimaatvisie echter sterk verouderd. Onderhavige

zij we aangehaakt bij de NAL (Nationale Agenda

3.5 Verwachte toekomstige ontwikkelingen

energiestrategie vervangt de klimaatvisie.

Laadinfrastructuur) regio Zuid, bestaande uit de provincies Noord-Brabant en Limburg. Deze provincies

Doel- en taakstellingen vanuit bovengemeentelijke

Transitievisie Warmte (2021) De Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft onze strategie om een aardgasvrije gemeente te worden. Uit

hebben middels een collectieve aanbesteding in

overheden zijn van invloed op de energietransitie in

opdracht van alle aangesloten gemeenten Vattenfall gecontracteerd voor het realiseren en exploiteren van

Reusel-De Mierden. Denk bijvoorbeeld aan verplichte taken of aan instrumenten om voor het realiseren van

onderzoek blijkt dat er binnen de gemeente geen

publieke laadpalen. De plaatsingscriteria zijn afgestemd

lokale ambities. Hieronder is samengevat wat we in dit

geschikte bronnen voor een grootschalig warmtenet aanwezig zijn. We kiezen daarom een ‘all electric’

met alle gemeenten en de provincie, bij het bepalen van locaties wordt tevens lokale kennis meegenomen.

verband de komende tijd kunnen verwachten, voor zover ten tijde van het schrijven van deze visie bekend.

hybride of elektrische warmtepompen in combinatie met isolatie. Daarbij onderscheiden we drie typen wijken:

3.4 Netcongestie

Warmte - De Omgevingswet verplicht gemeenten om met

-

Relatief nieuwe wijken (na 1992) met goed

Netcongestie is in de huidige situatie een belemmering

ingang van 2026 vijfjaarlijks een (nieuw)

geïsoleerde woningen die klaar zijn voor de laatste stap.

voor de energietransitie. Sinds 2022 is er een tekort aan transportcapaciteit voor zowel afname als invoeding van

warmteprogramma op te stellen. Tot 2026 geldt de transitievisie warmte als warmteprogramma.

-

Wijken met oudere woningen waar isoleren de

elektriciteit op het hoog- en middenspanningsnet. Dit

-

eerste stap is. Wijken met gemiddeld lage inkomens, waar isoleren

betekent dat het verkrijgen van een nieuwe grootverbruikaansluiting niet direct mogelijk is. De

de eerste stap is.

wachtlijst van netbeheerder Enexis voor aanvragen van

strategie, gericht op het realiseren van individuele

stamt uit 2018 en wordt in 2025 geactualiseerd. In de actualisatie van de omgevingsvisie, nemen we de inhoud van deze energiestrategie nadrukkelijk mee (zie ook hoofdstuk 6).

verwachting is dat de problemen rondom netcongestie vanaf 2030 grotendeels zijn opgelost.

richting een energieneutrale gemeente, onder meer door het realiseren van duurzame opwek. Op dit moment is

landschap, verkeer en vervoer, energie-infrastructuur, cultureel erfgoed etc. Ook het thema energie hoort thuis in de omgevingsvisie. Onze huidige omgevingsvisie

De netbeheerders (waaronder Enexis) werken enerzijds

grootverbruik aansluitingen is zo’n 5 tot 10 jaar (situatie

10

-

De wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) biedt gemeenten instrumentarium om invulling te geven aan de warmtetransitie. Een

-

Elektriciteit - Hoewel voor gemeenten niet wettelijke verplicht, vormt de RES-structuur een belangrijk kader voor de

belangrijk element daarin is de aanwijsbevoegdheid

opwek van duurzame elektriciteit. Gemeente Reusel-

voor warmtekavels. De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de

De Mierden heeft zich gecommitteerd aan de RES 1.0 van de Metropoolregio Eindhoven. Over de

huidige warmtewet en schrijft een verplicht publiek

voortgang rapporteren we aan de RES, ten behoeve

meerderheidsbelang in warmtebedrijven voor. Het eigendom van warmtebedrijven verschuift daarmee

van de tweejaarlijkse RES-voortgangsrapportages. De volgende voortgangsrapportage is voorzien voor

dus van privaat naar publiek, veelal op provinciaal of

2025.

regionaal niveau.

3.5 Conclusies Besparing -

Met ingang van 2027 geldt voor utiliteitsgebouwen een verbod op energielabel G of lager. Vanaf 2030 geldt een verbod op energielabel F of lager. De

-

onderstaande conclusies voor onze visie op de energietransitie.

gemeente moet dit verbod handhaven. Met ingang van 2030 geldt een verbod op

De landelijke ambities vereisen een stevige

huurwoningen met energielabel F of lager. De

gemeentelijke inspanning

gemeente moet dit verbod handhaven.

Uit de analyse blijkt dat bovengemeentelijke ambities,

Mobiliteit - Vanaf 2025 geldt een verplichting minimaal 1 laadpunt te realiseren bij utiliteitsgebouwen met -

Uit de beleidsanalyse in dit hoofdstuk volgen de

beleid en ontwikkelingen in sterke mate bepalend zijn voor onze gemeentelijke energieopgave en -strategie. Dit betekent enerzijds dat er van Rijkswege in de

meer dan 20 parkeervakken.

toekomst aanvullend ondersteunend instrumentarium is te verwachten, maar óók dat er nu en in de toekomst

Vanaf 2030 moeten alle lichte gemeentelijke voertuigen verplicht emissieloos zijn, zware

een stevige inspanning van ons verwacht wordt om de

voertuigen moeten zo veel mogelijk emissieloos zijn.

doelstellingen te realiseren. Het is van belang voortdurend goed aangehaakt te blijven bij

bovengemeentelijke ontwikkelingen, om hier tijdig op te kunnen anticiperen en regionale koppelkansen te kunnen benutten.

Bestaand gemeentelijk beleid is richtinggevend Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de gemeente op belangrijke onderdelen van de energietransitie, waaronder warmte en duurzame opwek, reeds beschikt

De focus verschuift van opwek naar gebruik Op het gebied van grootschalige duurzame opwek, in de vorm van windturbines en zonnevelden, hebben we de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet. Er zijn reeds projecten gerealiseerd en er zijn aanvullend daarop nog

over recent vastgesteld beleid. Dit bestaande gemeentelijke beleid is in belangrijke mate richtinggevend voor de te hanteren toekomststrategie en moet daarin een plek krijgen. Uit de analyse zijn daarnaast geen grote beleidshiaten naar voren

projecten in ontwikkeling (zie ook hoofdstuk 4). Dat betekent dat de focus voor de toekomst verschuift van

gekomen.

het opwekken van energie naar de verbruikskant van de

Een overkoepelend uitvoeringsplan is van belang

energietransitie. Dat betekent dat we aan de slag moeten met energiebesparing en het elektrificeren van

voor realisatie van de LES Niet al het vastgestelde beleid is reeds vertaald in een concreet uitvoeringsplan. Bovendien is het van belang

de vraag naar warmte en brandstoffen.

de uitvoering van verschillende beleidssporen goed op Netcongestie is voorlopig een beperkende factor In de structurerende keuzes en de strategie houden we

elkaar af te stemmen en waar nodig te prioriteren. Het is daarom noodzakelijk om deze lokale energiestrategie te

rekening met de beperkingen van netcongestie en zoeken we naar datgene wat wél mogelijk is. Dit is onder

voorzien van een uitvoeringsprogramma, met daarin een

meer van belang bij de ontwikkelopgaven (bedrijventerrein en woningen) waar de gemeente de komende jaren voor staat. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld dat bedrijven onderling energie uitwisselen zodat het elektriciteitsnet niet verder wordt belast. Daarnaast is het van groot belang de netbeheerder optimaal te faciliteren bij het verzwaren van het elektriciteitsnet.

prioritering van alle noodzakelijke activiteiten, inclusief een raming van benodigd budget en capaciteit.

11

Ontwikkeling energiemix 2010 - 2022

4. Energieanalyse en toekomstscenario

1200 1000

4.1 Inleiding

elektriciteit, 420Zo warmte 3207o brandstoffen. Het totale energieverbruik en de energiemix zijn de afgelopen

Het overkoepelende doel van de energietransitie is om in 2050 energieneutraal te zijn. De route daar naartoe

jaren veranderd. Figuur 4 laat deze verandering zien

loopt via twee belangrijke sporen: energie besparen en het resterende energieverbruik duurzaam opwekken.

voor de periode 2010-2022. Het totale energieverbruik is in de periode 2010-2022 afgenomen met 9,307o van 984

Wanneer we inzoomen op het energieverbruik, kunnen

TJ in 2010 tot 892 TJ in 2022. Dit is een gemiddelde

we onderscheid maken in drie verbruiksvormen: elektriciteit, warmte en brandstoffen. Het geheel van

afname van 0,7307o per jaar. Deze afname is vrijwel volledig toe te wijzen aan een afname van het

deze verbruiksvormen noemen we de energiemix. De

warmteverbruik (-2507o) en een lichte afname van het

energietransitie zorgt voor een verandering van de energiemix. De volgende paragrafen maken inzichtelijk

brandstofverbruik (-307o). Daarentegen is het elektriciteitsverbruik ^2007o) toegenomen sinds 2010.

Energieverbruik per sector Figuur 5 toont dat de sectoren gebouwde omgeving (450á) en verkeer en vervoer (320/)} de grootste bijdrage leveren aan het totale energieverbruik. In de sector verkeer en vervoer is dit één op één te herleiden naar de categorie brandstof in de energiemix. Het energie­ verbruik in de gebouwde omgeving bestaat uit een combinatie van aardgas (7107o) en elektriciteit (2907o). De figuur laat zien dat de gebouwde omgeving en het verkeer en vervoer prioritaire sectoren zijn op weg naar

800 12 600 400 200 0 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 ■ Elektriciteit «Warmte «Brandstoffen Figuur 4: De ontwikkeling van de energiemix in de periode 2010 -2022

een energieneutrale gemeente in 2050.

hoe de energiemix er nu uitziet én hoe het aandeel van de afzonderlijke verbruiksvormen gedurende de energietransitie verandert. We gebruiken daarbij de

Deze trends laten zien dat we in Reusel-De Mierden de afgelopen jaren al belangrijke stappen in de

rekeneenheid TeraJoule (TJ). Dat is een eenheid om

energietransitie hebben gezet. Het is de verwachting dat

energie in uit te drukken, die past bij de schaalgrootte van de gemeentelijke energievraag. Voor de

de huidige trend zich zal doorzetten: het totale energieverbruik daalt, waarbij het aandeel elektriciteit

beeldvorming: één TJ komt globaal overeen met het

toeneemt en aardgas en voertuigbrandstoffen verder

jaarlijkse energiegebruik van 15 Nederlandse huishoudens1.

afnemen. Het dalende energieverbruik is door uiteenlopende factoren te verklaren. Zo zijn inwoners en

Energiemix 2022

007o

Totaal energieverbruik

minder aardgas gaan verbruiken. Hiertegenover staat dat gebouwen stap voor stap beter worden geïsoleerd

■ Industrie, Energie, Afval, Water ■ Landbouw « Hernieuwbare/AVI-warmte excl. stadswarmte woningen Zonnestroom 'achter de meter' niet-woningen ■ Geladen elektriciteit (semi)publieke laadpunten « Elektriciteit

« Warmte

« Brandstoffen

waardoor het aardgasverbruik voor verwarming afneemt.

In totaal is het energieverbruik in onze gemeente (2022) 892 TJ (Figuur 3). De energiemix bestaat uit 2607o

1 Bron: Kunt u uitleggen hoe het zit met kilowattuur, kilowatt en andere eenheden? | Klimaatakkoord

■ Gebouwde omgeving ■ Verkeer en vervoer

bedrijven tijdens de recente energiecrisis significant 4.2 De huidige energiemix

Energiegebruik per sector 2022 (TJ)

Figuur 3: Het huidige energieverbruik in Reusel-De Mierden verdeeld in het warmteverbruik, elektriciteitsverbruik en brandstofverbruik. c

Figuur 5: Het huidige energieverbruik per sector in Reusel-De Mierden

12

Hernieuwbare energie

verduurzamen hiervan is daarom een belangrijk

In 2022 kwam in Reusel-De Mierden 3207o (288 TJ) van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen. Dit

strategisch aandachtspunt. Aanvullend daarop is het uitfaseren van het gebruik van fossiele

is weergegeven in figuur 6. De figuur laat zien dat het

transportbrandstoffen van strategisch belang.

in de gebouwde omgeving, bijvoorbeeld door het isoleren van woningen en het stimuleren van het

te liggen: tot 2030 vervangen we 2507o van de aardgasvraag voor warmte, tot 2040 7507o en tot

gebruik van warmtepompen. Het aandeel

2050 de volledige 10007o.

energiebesparing in de scenario’s is gebaseerd op één van de uitgangspunt in het Klimaatakkoord,

huidige elektriciteitsverbruik reeds geheel hernieuwbaar wordt opgewekt en dat het aandeel duurzame energie

4.2 Toekomstige energiemix

namelijk gemiddeld 1,507o besparing per jaar tot

voor warmte en vervoer nog beperkt is. Figuur 7 toont het totaal aan reeds gerealiseerde en geplande

Paragraaf 4.1 liet zien dat we voor de opgave staan om het huidige fossiele energieverbruik van 892 TJ te

2050. Daarnaast is aangenomen dat het gebruik van warmtepompen 2,5 keer efficiënter is dan het

hernieuwbare zonne- en windenergie in de gemeente.

verminderen en de restvraag te verduurzamen. Hierdoor

gebruik van aardgas voor verwarming. Voor

Hieruit blijkt dat er nog een relatief grote hoeveelheid duurzame opwek gepland is. Op basis van de huidige

zal de energiemix de komende jaren sterk veranderen: de totale energievraag daalt én de verhouding tussen

transport is de aanname dat de efficiency van fossiele brandstoffen en elektrisch vervoer gelijk is.

inschatting van het toekomstige energieverbruik,

aardgas, elektriciteit en brandstoffen verandert. Dit

volstaat dit om de toekomstige energievraag duurzaam in te vullen.

hoofdstuk beschrijft een scenario voor deze transitie in de jaren 2030, 2040 en 2050.

Conclusie huidige energiemix ^ Het energieverbruik in Reusel-De Mierden is momenteel 892 TJ, waarvan 288 TJ reeds

Opbouw scenario’s Om te komen tot een energiescenario richting 2030 en

hernieuwbaar is. In totaal is er nog ruim 900 TJ aan duurzame energie-opwek gepland. De verwachting is dat hiermee de toekomstige energievraag ingevuld

^

^

Elektrificatie van de warmtevraag Er zijn verschillende manieren om op duurzame wijze te voorzien in de toekomstige warmtevraag. Dit kan enerzijds met een collectieve aanpak in de

2050 doen we een aantal aannames en bouwen we

vorm van een warmtenet en anderzijds met een individuele aanpak in de vorm van elektrische of

voort op reeds gemaakte keuzes. De aannames en uitgangspunten voor het energiescenario op pagina 13

hybride warmtepompen. Een combinatie van beide oplossingsrichtingen is uiteraard ook mogelijk.

zijn hieronder toegelicht.

Gemeente Reusel-De Mierden heeft dit vraagstuk

kan worden. De opgave ten aanzien van duurzame opwek is daarom om de geplande projecten te realiseren.

2.

1. De totale energievraag vermindert Energie die je niet gebruikt, hoef je niet op te

Het grootste deel van de energievraag komt uit de

wekken. Daarmee is energiebesparing, als gevolg

sectoren gebouwde omgeving en het verkeer en vervoer. Dit zijn de prioritaire sectoren voor de

van verbeterde energie-efficiency van apparaten en productieprocessen, door betere isolatie en door

energiestrategie van Reusel-De Mierden.

gedragsverandering, een belangrijk element in het

Het energieverbruik in de gebouwde omgeving betreft voor een groot deel het aardgasverbruik. Het

Klimaatakkoord en in vrijwel iedere lokale energiestrategie. Hiervoor liggen belangrijke kansen

bij het opstellen van de transitievisie warmte reeds uitgewerkt. Onderzoek wijst uit dat de mogelijkheden voor realisatie van een grootschalig warmtenet in de gemeente beperkt zijn. In de scenario’s gaan we daarom uit van een ‘all-electric’ aanpak voor de warmtetransitie. Hierin wordt de

Figuur 6: Het aandeel hernieuwbare energie per onderdeel van de energiemix. De cijfers in de figuur geven de hoeveelheid hernieuwbare energie (TJ) voor het betreffende onderdeel van de energiemix weer.

Project

Status

TJ

Gerealiseerde duurzame energie

Gerealiseerd

230

Windpark Agrowind

Gepland

643

Zonnepark Voorste Heikant

Gepland

145

Zonnepark Laarakkerdijk | veld 1+2

Gepland

113

volledige warmtebehoefte ingevuld met elektriciteit. We zijn er vanuit gegaan dat het zwaartepunt van

TOTAAL

de warmtetransitie in de periode 2030 - 2040 komt

Figuur 7: Gerealiseerde en geplande duurzame opwek (TJ)

1131

13

3.

Elektrificatie van vervoer In het scenario hanteren we de algemeen gangbare aanname dat alle vervoer in 2050 elektrisch is. Voor

Hoewel deze in theorie een alternatief kunnen

Ook deze vorm van energie laten we in de

vormen voor het aardgasverbruik, is het momenteel niet de verwachting dat deze een significante rol

gemeentelijke strategie daarom buiten beschouwing.

zwaar transport is de situatie in de praktijk mogelijk

gaan spelen in de gemeentelijke energiemix. De

genuanceerder, voor de gemeentelijke strategie is deze nuance op dit moment minder relevant omdat

beschikbaarheid van duurzame gassen is op dit moment nog beperkt en de allocatie ervan wordt op

Figuur 8 bevat de scenario’s voor ontwikkeling van de energiemix in Reusel-De Mierden richting 2030, 2040 en

Deze tussenstappen zeggen met name iets over de snelheid waarmee we de transitie willen realiseren. We

zwaar transport maar een beperkt deel is van het

landelijk niveau bepaald. Bij de reguliere

gaan er in het onderstaande scenario vanuit dat het

totaalverbruik. In 2030 gaan we uit van 257o elektrificatie van vervoer ten opzichte van 2022, in

herijkingsmomenten van deze visie (zie hoofdstuk 7) nemen we deze keuze in heroverweging.

2050, op basis voorgaande aannames. De figuur laat de verwachting zien dat ten opzichte van de situatie in

zijn in feite tussenstappen op weg naar dit eindscenario

2022:

zwaartepunt van de transitie tussen 2030 en 2040 ligt. Tot 2030 doen we wat er mogelijk is binnen de

^

De totale energievraag richting 2050 halveert (517o);

randvoorwaarden van onder meer netcongestie. Na

^

Duurzame gassen en kernenergie laten we buiten beschouwing

Iets vergelijkbaars geldt voor kernenergie: de Rijksoverheid is het bevoegd gezag voor het

De vraag naar warmte en brandstoffen geleidelijk wordt uitgefaseerd;

2040 zetten we de laatste stappen richting energieneutraal in 2050. Gezien de totale omvang van

realiseren van nieuwe kerncentrales. De

^

De elektriciteitsvraag om en nabij verdubbelt van

de opgave vraagt dit scenario de komende jaren

In het scenario nemen we duurzame gassen (groene waterstof en groen gas) niet mee.

besluitvormings- en vergunningprocedure is uitermate complex en langjarig proces.

231 TJ naar 453 TJ als gevolg van de overstap naar warmtepompen om te verwarmen en elektrisch

structureel een stevige inspanning voor energiebesparing, de overstap naar elektrisch

vervoer.

verwarmen en elektrisch vervoer.

2040 van 757o en in 2050 van 1007o. 4.

In 2050 bestaat de energiemix in dit scenario dus uitsluitend uit elektriciteit. De situatie in 2030 en 2040

Scenario ontwikkeling energiemix In percentages van het totale energiegebruik in 2022 2022

2030

2040

2050

| Elektriciteit | Warmte

Energiemix | Brandstof Ü] Besparing

Scenario’s

Huidige situatie

Aannames ontwikkeling t.o.v. 2022 ^ 1707o besparing* ^ 2507o elektrisch vervoer ^ 2507o warmtepompen

* Dit betreft de optelsom van 1,507o besparing conform het Klimaatakkoord en de besparing als gevolg van de hogere efficiency van een warmtepomp ten opzichte van aardgas

Aannames ontwikkeling t.o.v. ^ 3807o besparing* ^ 7507o elektrisch vervoer ^ 7507o warmtepompen

Aannames ontwikkeling t.o.v. 2022 ^ 5107o besparing* ^ 1007o elektrisch vervoer ^ 1007o warmtepompen

Figuur 8: Scenario ontwikkeling energiemix

14

5. Structurerende keuzes 5.1. Inleiding In het voorgaande hoofdstuk zijn de uitgangspunten die

strategie, mét de optie om een buurtwarmtepomp te realiseren

we hebben gehanteerd bij het bepalen van de scenario’s reeds beschreven. Om te komen tot een uitvoerings­ strategie maken we hieronder per element van de energiemix onze structurerende keuzes. Dit zijn onze hoofdkeuzes die de prioriteiten voor de komende periode bepalen.

Ten aanzien van de warmtetransitie hebben we in de Transitievisie Warmte reeds bepaald dat we inzetten op een individueel - hybride strategie. Dat komt neer op een

Warmtebedrijf lijkt dit een interessante optie, die echter vervolgonderzoek vereist. Zowel individuele

aanzien van duurzame opwek heroverwegen we

warmtepompen als een buurtwarmtepomp vereisen een

nadrukkelijk op de reguliere herijkingsmomenten van deze energiestrategie (zie hoofdstuk 7).

hoge isolatiegraad van de gebouwen. Isoleren is daarom in alle gevallen een belangrijke eerste stap in de

5.5 Brandstoffen

warmtetransitie. Keuze: We faciliteren de autonome ontwikkeling

combinatie van individuele elektrische warmtepompen

richting elektrisch vervoer en zetten voor duurzame

én individuele hybride warmtepompen. Deze keuze impliceert dat Reusel-De Mierden een deel van de

5.4 Opwek elektriciteit

5.2. Energiebesparing

uitvoering van de warmtetransitie naar de toekomst

Keuze: We hanteren een actief besparingsbeleid.

verlegt. Om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn, moet het aardgasverbruik van hybride warmtepompen immers

Keuze: We richten ons in de periode tot 2030 op het realiseren van de duurzame opwek die momenteel reeds in ontwikkeling is.

In 2022 was 230Zo van de nieuw verkochte personenauto’s en kleine bedrijfswagens elektrisch

De afgelopen jaren hadden we het realiseren van

(www.cbs.nl). De verwachting is dat dit aandeel richting 2050 autonoom verder groeit. We baseren ons daarbij

duurzame opwek hoog op de agenda. En met succes:

op de landelijke doelstelling dat in 2030 alle nieuwe

de optelsom van de energieopbrengsten van de reeds gerealiseerde duurzame opwek én de projecten die nog

auto’s emissievrij moeten zijn en op de mogelijkheid van aangescherpte landelijke normering ná 2030. Als

in ontwikkeling zijn (Windpark Agrowind en de

gemeente faciliteren we deze ontwikkeling, onder meer

zonneparken Voorste Heikant en Laarakkerdijk) overtreft onze geraamde toekomstige energiebehoefte ruimschoots. Vanuit dat oogpunt richten we ons tot 2030

door het realiseren van goede laadvoorzieningen. Aanvullend daarop kiezen we voor het realiseren van

op het realiseren van de projecten die al in ontwikkeling zijn, maar starten geen nieuwe initiatieven voor grootschalige duurzame opwek op. Het realiseren van

samenwerking met De Kempengemeenten en/of de Provincie Noord-Brabant. Hier zien we belangrijke koppelkansen voor verduurzaming in combinatie met het

zon op dak in de gebouwde omgeving faciliteren we zo

verbeteren van de bereikbaarheid en verminderen van

goed mogelijk, maar we ontwikkelen geen nieuw gemeentebreed stimuleringsbeleid. In gebiedsgerichte

de filedruk.

mobiliteit in op regionale samenwerking

verduurzaamd worden. De gemeente monitort Het beschreven scenario gaat uit van een significante energiebesparing richting 2030, 2040 en 2050. We verwachten dat autonome ontwikkelingen niet voldoende zijn om de benodigde hoeveelheid energiebesparing te realiseren en voeren daarom een actief besparingsbeleid gericht op de prioritaire sector gebouwde omgeving. Deze keuze sluit nadrukkelijk aan bij de leidende principes in hoofdstuk 2. Energiebesparing houdt de energierekening betaalbaar, draagt bij aan een rechtvaardig energiesysteem en vermindert de noodzaak om het elektriciteitsnet te verzwaren.

innovatieve ontwikkelingen in dit verband nauwgezet, zodat hierover op termijn een definitieve keuze gemaakt kan worden. Het uiterlijk in 2026 op te stellen warmteprogramma is een eerste moment om de reeds gemaakte keuzes te evalueren en waar mogelijk te concretiseren. Binnen de individueel hybride strategie houden we de mogelijkheid voor het realiseren van één of meerdere buurtwarmtepomp(en) nadrukkelijk als optie open. Een buurtwarmtepomp combineert een grote collectieve warmtepomp met een buurtwarmtenet en is in potentie een kosten- en energie-efficiënte warmteoplossing. Uit

5.3. Warmte

verkennend onderzoek (2022) bleek dat dit voor 3000

Keuze: We hanteren een individueel hybride

woningen in de kern Reusel mogelijk haalbaar is. In combinatie met de ontwikkeling van een Provinciaal

aanpakken nemen we dit waar relevant wel mee en de lopende activiteiten zetten we voort. De keuzes ten

duurzame mobiliteit nadrukkelijk voor regionale

15

5.6 Energie infrastructuur

5.7 Innovatie

Keuze: We faciliteren de netbeheerder optimaal bij het versterken van de energie-infrastructuur en

Keuze: We passen bewezen oplossingen voor de

borgen daarbij een zorgvuldige procesgang. De regionale netbeheerder Enexis en de landelijke netbeheer TenneT zijn verantwoordelijk voor het aanpassen van de energie-infrastructuur op het energiesysteem van de toekomst. Hierbij wordt een proces van integraal programmeren gevolgd. De gemeente is één van de belanghebbenden, maar keuzes over aanpak en prioriteiten worden op bovengemeentelijk niveau gemaakt. Gemeente ReuselDe Mierden faciliteert de netbeheerder optimaal bij het verbeteren van de energie-infrastructuur. Als vergunningverlener voor grotere projecten borgen we daarbij dat deze voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en bewaken een zorgvuldige omgang met de belangen van omwonenden en bedrijven. We zoeken daarbij - conform onze leidende principes - altijd naar de juiste balans tussen het efficiënt realiseren van netverbeteringen en een zorgvuldig proces met belanghebbenden.

energietransitie toe en volgen innovatieve ontwikkelingen nauwgezet. Nieuwe technieken en innovaties zijn belangrijk voor de energietransitie. Ze kunnen bestaande trends versnellen, (energie-efficiënte apparaten, zonnepanelen met een hogere opbrengst) of nieuwe transitiepaden openen (energieopslag). We verwachten dat innovaties de komende jaren een grote impact zullen hebben op de koers en snelheid van de energietransitie. We volgen deze ontwikkelingen daarom op de voet. We nemen een eventuele implementatie van elders bewezen succesvolle innovaties mee tijdens de reguliere herijkingsmomenten van deze LES (zie hoofdstuk 7). Zo houden we de mogelijkheid open om de koers te wijzigen, maar passen we in het ‘hier en nu’ steeds bewezen oplossingen toe. Deze keuze sluit aan bij onze leidende principes betrouwbaar en betaalbaar.

16

6. Doelstellingen en Strategie Energie 2025 - 2030 6.1 Inleiding

-

In de voorgaande hoofdstukken is de uitgangssituatie voor de energietransitie geanalyseerd en zijn per deelonderwerp structurerende keuzes gemaakt. In dit

het in deze LES geschetste scenario. -

hoofdstuk brengen we deze keuzes samen tot een overkoepelende strategie richting 2030 en de visie op het vervolg richting 2050. 6.2. Doelstellingen 6.2.1. Doel 2050 In 2050 is Reusel-De Mierden een energieneutrale gemeente. Dat betekent dat we aardgasvrij zijn en uitsluitend elektriciteit en warmte gebruiken uit duurzame bronnen. Reusel-De Mierden draagt daarnaast op een verstandige manier bij aan het opwekken van duurzame energie. Dat betekent dat

170Zo energiebesparing ten opzichte van 2022, in lijn met het besparingstempo uit het Klimaatakkoord en Zo veel mogelijk aardgasreductie in 2030, conform de transitievisie warmte formuleren we hiervoor geen kwantitatief doel.

-

Realiseren 1130 TW opwek van duurzame energie. Dit betreft de optelsom van de (verwachte)

Deze rolopvatting sluit aan bij het leidende principe ‘rechtvaardig en participatief’ én biedt de mogelijkheid om de overige leidende principes goed te borgen. Transitietempo: we doen stap-voor-stap wat we kunnen Tot 2030 is netcongestie een beperkende factor voor het

energieanalyse van essentieel belang om energieneutraal te worden. Dit is reeds een belangrijke doelstelling in de regionale mobiliteitsstrategie en bezien we in samenhang met het verbeteren van de

nog geplande duurzame energieprojecten.

hebben, optimaal te benutten. Daarbij geldt dat we als

bereikbaarheid.

kleine gemeente niet alles tegelijk kunnen. We bekijken de energieopgave als één geheel en stellen vanuit dat

We combineren een algemene aanpak met een

6.3 Strategie 2025 - 2030

perspectief slimme prioriteiten. Voor de komende jaren We combineren een regisserende met een faciliterende rol We kiezen een regisserende rol bij de deelopgaven waarop we als gemeente veel invloed hebben,

zijn dat onder meer energiebesparing, het stimuleren van individuele duurzame warmte-oplossingen en het faciliteren van de netbeheerder bij het realiseren van de noodzakelijke netverzwaring. Zo werken we stap-voor-

grootschalige duurzame opwek. Regisseren betekent dat we de koers bepalen, partijen bij elkaar brengen en

dit transitietempo impliceert dat we tot 2030 stevig aan de bak moeten, maar óók dat het zwaartepunt van de energietransitie ná 2030 komt te liggen.

gekoppeld aan ons verbruik, zowel importeren uit als

financiële middelen vrijmaken. Tegelijkertijd blijft samenwerking noodzakelijk, we verwachten dan ook dat

terugleveren aan het landelijke net houden we als mogelijkheid open. Op basis van de huidige inzichten

alle belanghebbenden hun steentje bijdragen. Bij deelopgaven waarop we als gemeente minder invloed

De gebouwde omgeving is de prioritaire sector,

volstaat de geplande duurzame opwek echter om in het

hebben, zoals het verduurzamen van mobiliteit, kiezen

eigen toekomstige energieverbruik te voorzien.

we een meer faciliterende rol. Dat betekent dat we de autonome ontwikkelingen ondersteunen en onze

6.2.2. Doel 2030 Voor 2030 hanteren we als streefdoelen:

conform de wettelijke verplichting, heeft prioriteit. Ook het verduurzamen van mobiliteit is op basis van de

energieopbrengst van de reeds gerealiseerde én de

stap aan een energieneutrale gemeente. De keuze voor

principes in hoofdstuk 2 van dit document. De hoeveelheid duurzame opwek is daarmee niet direct

opstellen en uitvoeren van een warmteprogramma,

realiseren van de energietransitie. We zetten ons in om de mogelijkheden die we binnen deze beperking

waaronder in ieder geval de warmtetransitie en

duurzame opwek plaatsvindt conform de leidende

reeds opgestelde transitievisie warmte en de uitvoeringsvisie warmte 2024 - 2027 als leidraad. Het

wettelijke taken uitvoeren, maar niet actief aan versnelling werken.

gebiedsgerichte en/of doelgroepgerichte aanpak Efficiënt en effectief werken is een belangrijk uitgangspunt in onze benadering van de energietransitie. Vanuit dit oogpunt kiezen we waar mogelijk een generieke aanpak voor de hele gemeente. Voor specifieke gebieden of doelgroepen is maatwerk echter noodzakelijk. Daarbij denken we in ieder geval aan een wijkgerichte benadering van de warmtetransitie en een integrale gebiedsgerichte aanpak voor het verduurzamen van bedrijventerreinen. Specifieke

duurzame mobiliteit vereist aandacht. De energieanalyse laat zien in de gebouwde omgeving de grootste energiewinst te realiseren is. Deze sector heeft tot 2030 daarom strategische prioriteit. Concreet gaat het daarbij met name om isoleren als opstap naar volledig van het gas af gaan. Hiervoor hanteren we de

doelgroepen zijn in ieder geval inwoners met een laag inkomen, woningcorporaties en hun huurders en het MKB.

17

6.4 Vooruitblik 2030 - 2050

We werken integraal en zoeken koppelkansen met andere transities en beleidsvelden De energietransitie vereist een grote

We geven zelf het goede voorbeeld In Reusel-De Mierden verwachten we dat iedereen z’n

We vertalen deze energiestrategie in een concreet uitvoeringsprogramma en monitoren de resultaten

De ambitie voor 2050 is om een energieneutrale

systeemverandering die raakt aan vrijwel alle maatschappelijke aandachtsgebieden. We vinden het

steentje bijdraagt aan de energietransitie. In dat verband

periodiek

gemeente te worden. Met de in paragraaf 6.3 geschetste

daarom van groot belang om een duurzame

vinden we het belangrijk om zelf het goede voorbeeld te geven. De wettelijke eisen zijn daarbij leidend, waar

Dit programma is bedoeld om sturing te geven aan de

strategie, leggen we daar tot 2030 een belangrijke basis voor. Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden om grote

energievoorziening structureel in te bedden in alle gemeentelijke beleidsterreinen. Voor de fysieke

mogelijk leggen we de lat voor onszelf hoger. Onze ambities ten aanzien van de eigen voorbeeldrol in de

realisatie van de energietransitie. We gebruiken de algemene uitgangspunten en strategie in dit programma

stappen te zetten in deze periode nog relatief beperkt. Dat betekent dat de periode ná 2030 cruciaal is voor de

leefomgeving doen we dit onder meer door deze

energietransitie nemen we op in onze reguliere

om de taken, vragen en opgaven die op ons afkomen te

realisatie van het einddoel. Vanaf 2030 is het zaak om

energiestrategie in de vorm van een programma onderdeel te maken van de gemeentelijke omgevingsvisie. Daarnaast hebben we in- en externe

beleidsplannen. Dat doen we in ieder geval als volgt:

structureren en te prioriteren. Dat doen we in de vorm van een praktisch uitvoeringsprogramma, waarin alle

op te schalen en door te pakken. In deze periode moet de focus verschuiven van besparen en isoleren naar

^

activiteiten in de tijd zijn uitgezet, inclusief de benodigde personele inzet en financiering. We stellen dit

volledig van het gas af én moet de transitie naar

communicatie en kennisoverdracht hoog op de agenda.

onderdeel mee bij de eerstvolgende herziening van de omgevingsvisie (voorzien voor 2025). Het doel is

Daarmee leggen we de basis voor het signaleren en benutten van koppelkansen met andere transities

om deze lokale energiestrategie vast te stellen als

(klimaatadaptatie, grondstoffentransitie, etc.) en gemeentelijke opgaven (woningbouw, economische ontwikkeling, armoedebestrijding, bereikbaarheid etc.). Samenwerking is cruciaal Als gemeente voeren we op de prioritaire onderwerpen

^

^

de energietransitie en de samenwerking met de netbeheerder in relatie tot het oplossen van netcongestie. Daarnaast zijn ook woningcorporaties een belangrijke samenwerkingspartner in de energietransitie.

onderhouds-en beheerplan (MJOP). Bij de inrichting van de openbare ruimte is energieefficiency één van de leidende principes. De manier

steentje bijdraagt. Een strategisch communicatie en participatieplan is daarom een cruciaal onderdeel van de vergroten van de bewustwording bij inwoners en bedrijven ten aanzien van hun verantwoordelijkheid in

programma onder de omgevingsvisie. We nemen een routekaart voor het verduurzamen van ons eigen vastgoed op in het meerjaren

de regie, maar we verwachten daarbij dat iedereen zijn

aanpak tot 2030. Belangrijk elementen daarin zijn het

We nemen de energietransitie als integraal

^

uitvoeringsprogramma op voor de periode 2025-2027. In 2027 volgt een uitvoeringsprogramma voor 2028-2030, dit stelt het college vast. Ten aanzien van de personele inzet zijn we voornemens een energietransitieteam te starten, met vertegenwoordigers van verschillende gemeentelijke vakgebieden. Daarmee borgen we dat structureel voldoende uitvoerende capaciteit beschikbaar is én dat we de energietransitie continu in

waarop we hieraan invulling geven leggen we vast in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR)

samenhang bezien.

en in het beleid voor straatverlichting.

Voor de monitoring ontwikkelen we een eenvoudige

In de periode tot 2030 elektrificeren we het eigen wagenpark volledig én stimuleren we onze eigen

klimaatmonitor op basis van openbaar beschikbare

medewerkers om voor het woon-werk verkeer te

bronnen, waarmee we de geboekte resultaten jaarlijks kwantitatief inzichtelijk maken en ter informatie

kiezen voor duurzame transportmiddelen

beschikbaar stellen aan college en raad.

duurzame mobiliteit echt vaart krijgen.

18

7. Borging en herijking Om de voortgang van de verschillende transitieopgaven in de gemeente te volgen en bij te sturen, is een goede

de omgevingsvisie. Onderdeel van deze herijking is het opstellen van een uitvoeringsplan voor de

monitorings- en evaluatiesystematiek noodzakelijk. Dit

periode 2028 - 2030.

doen we als volgt: ^ ^

^

We vertalen deze LES naar een

ontwikkelingen, nemen we mee bij de tussentijdse

uitvoeringsprogramma voor de periode 2025-2027 (zie 6.3 Strategie 2025 - 2030). Hiermee borgen we

herijking van de strategie. Dit zorgt ervoor dat de gemeente flexibel kan inspelen op nieuwe

dat er activiteiten uitgevoerd worden om de visie en

mogelijkheden en blijft profiteren van de nieuwste

strategie te realiseren. Het college stelt het uitvoeringsprogramma vast.

technieken en inzichten.

We ontwikkelen een eenvoudige monitoringssystematiek op basis van openbare bronnen om de voortgang van de energietransitie in de gemeente te volgen. Met behulp van deze systematiek stellen we jaarlijks een beknopte monitoringsrapportage op en informeren college en raad over de voortgang. Indien nodig stellen we het uitvoeringsprogramma bij naar aanleiding van de monitoringsrapportage.

^

Bewezen innovaties en technologische

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=90f54b85-a400-4ab4-9024-76b025c7de40