[24.05189] - b_NL.IMRO.1667.BPBhame0091-ON01_tb3
Tekst van het document
Ik agrifirm
Vormvrije m.e.r. aanmeldnotitie Hamelendijk 5 te Reuse!
Vormvrije m.e.r. aanmeldnotitie HAMELENDIJK 5 TE REUSEL Projectnummer: EX.18.1476 Rapportversie: 1 Datum: 15 november 2022
OPDRACHTNEMER Agrifirm NWE B.V. Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
OPDRACHTGEVER Melkveebedrijf Van den Borne - Fabrie H. Fabrie Hamelendijk 5 5541 RA Reusel PROJECTLEIDER Karin van Loon-Vennix T: 088-4882929 F: 088-4882102 E: exlanadvies@agrifirm.com UITVOERDER Gaby Kuijpers-Dekkers COLLEGIALE CHECK Sandra Jansen-Sommers
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Inhoud INHOUD...............................................................................................................3 INLEIDING.......................................................................................................... 4 1. ALGEMENE GEGEVENS.............................................................................5 1.1
Algemene gegevens initiatiefnemer en plangebied............... 5
1.2
Soort activiteit en beschrijving................................................... 6
2. MOTIVERING VAN DE ACTIVITEIT.......................................................... 7 2.1
Aanleiding.................................................................................... 7
2.2
Doel..............................................................................................7
2.3
Keuze locatie.............................................................................. 7
2.4
Toekomstige activiteit.................................................................8
3. KENMERKEN VAN DE ACTIVITEIT.......................................................... 9 3.1
Aard en omvang van de activiteit en bedrijfsgebouwen....... 9
3.2
Productieproces....................................................................... 10
4. EFFECTEN OP HET MILIEU.....................................................................12 4.1
Geur............................................................................................12
4.2
Ammoniak.................................................................................. 13
4.3
Fijnstof....................................................................................... 15
4.4
Aardkundige waarden ............................................................. 16
4.5
Risico en veiligheid...................................................................18
BIJLAGEN........................................................................................................ 19 Bijlage 1: Aerius berekening..................................................................... 20 Bijlage 2: Geurbelasting............................................................................ 22 Bijlage 3: Stalsysteem en dimensionering..............................................23 Bijlage 4: Milieutekening............................................................................ 28
3
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Inleiding In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd wanneer voor welke activiteiten een verplichting geldt tot het maken van een (project-)MER (onderdeel C) en is aangegeven in welke situaties voor welke activiteiten een m.e.r-beoordelingsplicht geldt (onderdeel D). Ook beneden de drempel van onderdeel D bestaat een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Onderhavig plan overschrijdt de drempelwaarde benoemt in onderdeel D (14) kolom 2 niet. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn moet toch nagegaan worden of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor een vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd te worden.
4
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
1. Algemene gegevens 1. 1
Algemene gegevens initiatiefnemer en plangebied
Initiatiefnemer Bedrijf KVK nummer Contactpersoon Adres Postcode en plaats
Melkveebedrijf Van den Borne - Fabrie 17274060 H. Fabrie Hamelendijk 5 5541 RA Reusel
Plangebied Locatie Kadastraal Gemeente
Hamelendijk 5 te Reusel Reusel F 1033 Reusel-De Mierden
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied Hamelendijk 5 te Reusel
5
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
1.2
Soort activiteit en beschrijving
De bedrijfsactiviteiten van Melkveebedrijf Van den Borne - Fabrie omvatten het houden, voeren, verzorgen en melken van melkrundvee. Onder melkrundvee wordt verstaan de melkkoeien en bijbehorend jongvee. Daarnaast wordt er een ijsboerderij geëxploiteerd inclusief boeren terras en excursieruimtes. De ijsboerderij verwerkt een gedeelte van de op het bedrijf geproduceerde melk. De gewenste ontwikkeling heeft betrekking op het uitbreiden van het aantal melkkoeien, waarbij de opfok van het jongvee in de leeftijd van 6 tot 18 maanden wordt uitbesteed. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt de huidige jongveestal (4) gedeeltelijk in gebruik genomen voor de huisvesting van 117 melkkoeien. Tussen de bestaande jongveestal (4) en huidige melkveestal (5) wordt een nieuwe stal (6) gerealiseerd voor de huisvesting van 72 melkkoeien. De bestaande loods (3) wordt in gebruik genomen voor de huisvesting van dragende vaarzen, afgemolken melkkoeien en op het bedrijf geboren kruisling- en stierkalveren. De varkenshouderij wordt volledige gestaakt De voorgenomen ontwikkeling wordt direct na de vergunningverlening uitgevoerd.
6
Aanmeldnotitie m.e.r.
Hamelendijk 5 te Reusel
2. Motivering van de activiteit 2.1
Aanleiding
De activiteit betreft het wijzigen van de vergunningssituatie van de bestaande veehouderij aan de Hamelendijk 5 te Reusel. Voor de bestaande veehouderij is op 24 april 2012 een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de veehouderij. Het voornemen is om de varkenshouderij volledig te beëindigen, de initiatiefnemers zien geen toekomst in de varkenshouderij en de stal is dan ook niet aangepast naar de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting. Men wenst zicht te specialiseren op de melkveehouderij en deze verder uit te breiden. De uitbreiding en specialisatie van de melkveehouderij wordt bereikt door de opfok van het jongvee (6-18 mnd) uit te besteden. De huisvestingsruimte die hiermee vrij komt, wordt aangepast voor de huisvesting van melkkoeien. Daarnaast wordt een nieuw stal gebouwd voor 72 melkkoeien. Door de toename van het aantal melkkoeien zal het aantal kalveren toenemen. De melkkoeien brengen zowel fokkalveren als kalveren bestemd voor de vleesproductie (kruisling- en stierkalveren) voort. Om voldoende kalverhuisvestingsruimte te hebben wordt de bestaande loods in gebruik genomen als stal. In dit gebouw worden de kruislingen stierkalveren opgevangen en er zijn strohokken voorzien voor de huisvesting van afgemolken koeien en hoogdragende vaarzen die terug komen van het opfokbedrijf.
Daarnaast wordt er in de voormalige varkensstal een ijsboerderij geëxploiteerd inclusief boeren terras en excursieruimtes. De ijsboerderij verwerkt een gedeelte van de op het bedrijf geproduceerde melk.
2.2
Doel
De voorgenomen activiteit heeft tot doel het exploiteren van een gespecialiseerde melkrundveehouderij en ijsboerderij welke voldoet aan alle verplichtingen met oog voor de omgeving en voldoende bedrijfseconomisch perspectief voor de toekomst. Om voldoende bedrijfseconomisch perspectief voor de toekomst te behouden is uitbreiding noodzakelijk.
2.3
Keuze locatie
Initiatiefnemer heeft de locatie in 2008 aangekocht, nadat men op de oude plek ruimte moest maken voor het bedrijventerrein ‘Kleine Hoeve' in Reusel. Op het moment van aankoop was ter plaatse nog sprake van een gemengd veehouderijbedrijf met vleesvarkens en een melkveehouderij. De ligging in het buitengebied met graslanden is geschikt voor de beoogde ontwikkeling naar specialistisch melkveebedrijf. Ontwikkeling van onderhavig plan op een andere locatie is (financieel) niet mogelijk en ligt bovendien niet in de rede. De huidige locatie van de melkveehouderij zorgt niet voor milieukundige belemmeringen voor de omgeving.
7
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
De voorliggende aanmeldingsnotitie zal dit aspect nader toelichten en onderbouwen. Daarnaast is het bedrijf in landelijk gebied gelegen dat hoofdzakelijk bestaat uit graslanden. Dat betekent een optimale fysieke ligging van het bedrijf.
2.4
Toekomstige activiteit
Het is denkbaar dat de redenen die nu spelen om het bedrijf te wijzigen in de toekomst opnieuw zullen gaan spelen. Zeker in de agrarische sector waar financiële resultaten in toenemende mate onder druk staan, geldt dat stilstand achteruitgang is. Uiteraard zal het bedrijf blijven zoeken naar mogelijkheden om het bedrijfsresultaat verder te verbeteren. Met de voorgenomen wijziging ontstaat echter een bedrijf dat ook op langere termijn voldoende continuïteit heeft.
8
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
3. Kenmerken van de activiteit 3.1
Aard en omvang van de activiteit en bedrijfsgebouwen
Voor de bestaande melkrundveehouderij is op 24 april 2012 een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de veehouderij. Tabel 1: omgevingsvergunning 24-4-2012 Omschrijving conform Maatregel Rav
Rav code
1
1 K 1.100
2
2 D 3.100
4
4 A 3.100
5
5 A 1.100
Aantal dieren
NH3/ Fijnstof ouE/ dier dier/s g/dier/jaar
NH3 totaal
ouEte Totaal
Fijnstof g/jaar
Paarden (3 jaar en ouder)
-
3
5
0
0,0
15,0
0,0
0,0
Vleesvarkens; overige huisvestingssystemen
-
840
3
23
153,0
2.520,0
19.320,0
128.520,0
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
-
227
4,4
0
38,0
998,8
0,0
8.626,0
Melkkoeien; overige huisvestingssystemen
Beweiden -50A
238
12,35
0
118,0
2.939,3
0,0
28.084,0
6.473,1
19.320,0
165.230,0
Totaal
Het vee wordt gehouden in 4 stallen waarbij de stallen 4 t/m 6 en het melkgebouw één gebouwmassa vormen. Het totaal oppervlakte aan bebouwing bedraagt 7.165 m2 dakoppervlakte. De oppervlakte bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt daarnaast 1.480 m2. De voorzieningen zijn bestaand en worden niet gewijzigd als gevolg van de voorgenomen wijziging in de [veebezetting).__________ 1 2
3 4 5 6 S
9
Schuur/paardenstal Voormalige varkensstal / IJsboerderij loods jongveestal melkveestal Gewenste uitbreiding Sleufsilo/kuilplaten
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Met opmerkingen [SJS1]: Alle voerplaten worden sleufsilo's en achterzijde wordt nog een extra nieuwe sleufsilo gerealiseerd. Conform toelichting ro.
In de voorgenomen situatie worden er geen vleesvarkens meer gehouden. Het aantal stuk melkvee wordt in stal 4 en stal 6 uitgebreid met 189 stuks. Het jongvee neemt af met 71 stuks. Daarnaast worden er 25 vleeskalveren en 25 stuks fokstieren/overig rundvee aangevraagd.
Rav code
Tabel 2: beoogde situatie Omschrijving conform Rav
Maatregel
K 1.100
Paarden (3 jaar en ouder)
-
3
5
A 4.100
Vleeskalveren tot 8 maanden; overige huisvestingsystemen Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
Stierkalveren tot 3 mnd dragende vaarzen vanaf ca. 18 mnd
25
Aantal dieren
NH3/ ouE/ dier dier/s
Fijnstof g/dier/jaar
NH3 totaal
ou^s Totaal
Fijnstof /g/jaar
0
0,0
15,0
0
0
3,5
35,6
33,0
87,5
890
825
60
4,4
0
38,0
264,0
0
2.280
6,2
0
170,0
155,0
0
4.250
1
3
A 3.100 A 7.100
Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar
-
25
A 3.100
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
35
4,4
0
38,0
154,0
0
1.330
A 3.100
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
41
4,4
0
38,0
180,4
0
1.558
A 3.100
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
jongvee strohok tot 3 mnd jongvee ligboxen tot 6 mnd nuka's
20
4,4
0
38,0
88,0
0
760
A 1.14
Melkkoeien: Ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif (BWL 2010.35.V7)
Opstallen
117
7
0
148,0
819,0
0
17.316
A 1.100
Melkkoeien; overige huisvestingssystemen
Beweiden -50A
238
12,35
0
118,0
2.939,3
0
28.084
A 1.14
Melkkoeien: Ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif (BWL 2010.35.V7) Totaal
Opstallen
72
7
0
148,0
504,0
0
10.656
5.206,2
890
67.059
4
5
6
-
3.2
Productieproces
Op het melkveebedrijf worden melkkoeien en bijbehorend jongvee gehouden met het oog op de (toekomstige) melkproductie. De melkkoeien worden gemolken in een melkstal. De melkwinning en koeling wordt elektrisch aangedreven. De melk wordt deels op het bedrijf verwerkt tot ijs. Éénmaal in de drie dagen wordt de overige melk opgehaald door de RMO. Er wordt op regelmatige basis vee aan- en afgevoerd van en naar het opfokbedrijf. Vee bestemd voor de mesterij of slacht wordt op afspraak afgevoerd. Voeding Het vee wordt gevoerd met hoofdzakelijk ruwvoer (gras en maïs). en aanvullend krachtvoer. De samenstelling van het krachtvoer wordt afgestemd op de voedingswaarde van het ruwvoer en de behoefte van het van het vee. Het verbruik is daarmee zo efficiënt en zuinig mogelijk. Een volwassen koe heeft een voeropname capaciteit van ca. 20 kg droge stof, een gemiddeld rantsoen bestaat uit ca. 5 kg krachtvoer en ca. 40 kg ruwvoer (s 37,507o ds). Jongvee neemt 1,5 tot 3 kg droge stof per 100 kg lichaamsgewicht op. Een
10
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
kalf wordt geboren met een gemiddeld geboortegewicht van ca. 40 kg en groeit in 24 maanden op tot een hoog dragende vaars van ca. 580 kg. Op onderhavig bedrijf wordt de opfok van het jongvee in de leeftijd van 6 tot 18 maanden uitbesteed. Het vee zet het rantsoen om in melk, groei en vlees. Het vee krijgt daarnaast onbeperkt drinkwater aangeboden. Het krachtvoer wordt opgeslagen in afgesloten polyester silo's, van waaruit het voer via buizen naar de krachtvoerboxen binnen de stal wordt gebracht. De voersilo's worden regelmatig door gesloten tankwagens bijgevuld, waarbij hinderlijke stofverspreiding zoveel mogelijk voorkomen wordt. Het veevoederbedrijf waarvan het mengvoer afkomstig is, is GMP-gecertificeerd en voldoet daarmee aan de hoogst gestelde eisen. Het ruwvoer (maïs/gras) wordt opgeslagen in de daarvoor bestemde sleufsilo's binnen de inrichting. Het ruwvoer wordt (grotendeels) vanuit eigen land betrokken. Natuurlijke hulpbronnen Het vee wordt gehuisvest in stallen die hoofdzakelijk natuurlijk worden geventileerd. De wind, zon en regen hebben indirect invloed op het klimaat in de stallen. De productie van mest is inherent aan het houden van dieren. De drijfmest wordt gebruikt voor bemesting van grasland en bouwland en moet buiten de inrichtingsgrenzen worden afgevoerd. De drijfmest wordt opgeslagen in de mestputten onder de stallen.
De mestopslagen onder de stallen voldoen aan de Bouwtechnische Richtlijn Mestbassins en de Handleiding Bouwtechnische Richtlijn Mestbassins om ervoor te zorgen dat de mest niet ter plaatse van de stal in de bodem kan komen. Bijproducten en afvalstoffen Bedrijfsafvalwater wordt gezamenlijk met de mest opgeslagen in drijfmestputten. Bij de afzet van de drijfmest wordt voldaan aan de regels van de Meststoffenwet, de Wet Bodembescherming en de nieuwste regelgeving voor wat betreft de afzet van de mest. Dit gebeurt door een contract met een intermediair en geschiedt zonder aantasting van geomorfologische waarden. Er wordt geen afvalwater geloosd op het oppervlaktewater, met uitzondering van het niet verontreinigde hemelwater. De hoeveelheid hemelwater varieert per jaar, met een gemiddelde van ± 0,8 m3 per m2 verhard oppervlak. Het hemelwater, afkomstig van het verharde oppervlak, bevat geen verontreinigingen zoals meststoffen, oliehoudende stoffen en bestrijdingsmiddelen. Het gebruik van landbouwvoertuigen is essentieel voor het landwerk en voeren van het vee. Voor de stalling van landbouwvoertuigen en werktuigen is een ruime loods aanwezig. Voor het gebruik van landbouwvoertuigen is dieselolie benodigd. Op het bedrijf is daarom een dieselolietank van 3.000 ltr. aanwezig. Onder bij- c.q. afvalproducten worden ook kadavers verstaan.
De kadavers worden op een vloeistofdichte betonplaat gelegd en aangeboden aan de destructor.
11
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
4. Effecten op het milieu Door het houden van dieren kan er hinder en schade ontstaan als gevolg van emissie van geur en ammoniak. In dit hoofdstuk worden deze aspecten verder uitgediept. Ook de invloed die de voorgenomen activiteit eventueel kan hebben op gebieden die in het kader van de Vogel- en de Habitatrichtlijn zijn aangemeld dan wel aangewezen, wordt behandeld. Op enkele andere punten wordt ook dieper ingegaan.
4.1
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om geurhinder veroorzaakt door het houden van dieren (voorgrondbelasting). Daarnaast heeft de wet als input gediend voor de Handleiding geurhinder en veehouderij in verband met de zgn. ‘omgekeerde werking' in het kader van een ‘goed woon- en leefklimaat' (achtergrondbelasting) dat zijn juridische basis vindt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Naast deze wetgeving is ook de gemeente bevoegd om nadere regelgeving vast te stellen in een geurverordening. De gemeente heeft hiervan gebruik gemaakt en heeft middels de verordening fysieke leefomgeving afwijkende vaste afstanden vastgesteld. Voor bedrijven met meer dan 400 dieren moet voldaan worden aan een afstand van 300 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom en een afstand van 180 meter tot een geurgevoelig object in het buitengebied. Daarnaast zijn in dezelfde verordening afwijkende geurnormen vastgesteld. In het buitengebied bedraagt deze norm 5 OUE/m3 i.p.v. 14 OUE/m3. Voorgrondbelasting De Wet geurhinder is van toepassing als exclusief kader voor de beoordeling van geurhinder afkomstig dierenverblijven van individuele agrarische bedrijven in het kader van de bescherming van de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven alsmede de bescherming van gezondheid van omwonenden.
De wet maakt onderscheid in veehouderijbedrijven waarvoor een geuremissie factor is vastgesteld en in veehouderijbedrijven waarvoor dat niet is vastgesteld. Voor het soort bedrijven waarvoor dat wel is vastgesteld dienen de geurcontouren te worden berekend door middel van het programma V-Stacks. Voor de bedrijven waarvoor dat niet is vastgesteld zijn vaste afstanden opgenomen. Het agrarische bedrijf in het onderhavige plangebied betreft een melkveehouderij. Voor melk- en kalikoeien en vrouwelijk jongvee zijn geen geuremissie factoren vastgesteld. Er moet een afstand van 300 meter tot geurgevoelige objecten in de bebouwde kom aangehouden worden (gemeten vanaf het emissiepunt tot de gevel van het geurgevoelige object) en 180 m tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. Het meest nabij gelegen geurgevoelig object (Hamelendijk 7) is gelegen in het buitengebied en ligt op een afstand van 220 meter. Overige geurgevoelige objecten liggen allen op een afstand van meer den 300 meter. Op het bedrijf zijn daarnaast in de beoogde situatie nog 25 vleeskalveren aanwezig waarvoor wel geuremissiefactoren zijn vastgesteld, voor deze dieren is een berekening
12
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
van de voorgrondbelasting gemaakt. Hieruit volgt geen significante (voorgrond)geurbelasting op de relevante geurgevoelige objecten.
^0,05)
Achtergrondbelasting Als gevolg van het onderhavige plan mag de achtergrondbelasting niet dusdanig worden verhoogd dat een goed ‘woon- en leefklimaat' ter plaatse van geurgevoelige objecten niet meer gegarandeerd kan worden. Omdat de varkenshouderij beëindigd wordt, zal de geuremissie afnemen ten opzichte van de vergunde situatie. Vanwege deze afname en de niet significante bijdrage van de vleeskalveren in de voorgrondbelasting, kan worden aangenomen dat geen (negatief) effect is op de achtergrondbelasting. Bedrijfsstoffen In het Activiteitenbesluit zijn afstandscriteria opgenomen voor andere activiteiten die (geur)hinder kunnen veroorzaken. Ten behoeve van agrarische bedrijven zijn normen (afstanden tot gevoelige objecten) opgenomen voor het opslaan van ‘agrarische bedrijfsstoffen'. De volgende afstanden mogen niet worden overschreden: Activiteit Agrarische bedrijfsstoffen > 3 m3
Ligging geurgevoelig object (GGO)
Afstand tot GGO
Binnen de bebouwde kom
100 m
Buiten de bebouwde kom
50 m
Kuilvoer
Binnen en buiten de bebouwde kom
50 m
Kuilvoer, afgedekt
Binnen en buiten de bebouwde kom
25 m
Binnen de bebouwde kom
100 m
Buiten de bebouwde kom
50 m
Vaste mest < 600 m3
Drijfmest (totaal max. 750 m2)
Drijfmest (max. 750 m2 of 2.500 m3)
Binnen de bebouwde kom
50 m
Buiten de bebouwde kom
25 m
Binnen en buiten de bebouwde kom
100 m
Op een agrarisch bedrijfsperceel
50 m
Tabel 1: Overzicht afstanden tot agrarische bedrijfsstoffen.
De in tabel 1 genoemde minimaal aan te houden afstanden tot aan een gevoelig object worden niet overschreden. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
4.2
Ammoniak
De ventilatielucht bevat naast geurcomponenten ammoniak. Ammoniak kan indirect schade veroorzaken doordat gronden die daarvoor gevoelig zijn, kunnen verzuren. Dit kan ten koste gaan van de gestelde natuurwaarden op die gronden. Ammoniak kan ook direct schade veroorzaken als gevoelige gewassen op zeer korte afstand van de stallen worden verbouwd. De regelgeving met betrekking tot ammoniak komt terug in de Wet ammoniak en veehouderij (Wav), het Besluit emissiearme huisvesting (Beh) en de Wet natuurbescherming (Wnb). In onderhavige situatie zal de ammoniakuitstoot afnemen ten opzichte van de milieu vergunde situatie en afnemen ten opzichte van de natuur vergunde situatie. In de huidige vergunde omvang stoot het bedrijf jaarlijks 6473,1 kg ammoniak uit
13
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
(zie bijlage 1). In de beoogde situatie wordt de emissie 5.206,2 kg ammoniak (zie bijlage 2). Wet ammoniak en veehouderij In het kader van de Wav zijn gebieden aangewezen die als zeer kwetsbaar voor ammoniak moeten worden aangemerkt. Binnen 250 meter van dergelijke gebieden mogen vanwege de schadelijke effecten van ammoniakdepositie geen bedrijven worden opgericht. Ook mag de uitstoot van ammoniak niet toenemen binnen deze zone. Het dichtstbij gelegen zeer kwetsbaar gebied ligt op een afstand van meer dan 250 meter en vormt derhalve geen beperking voor de voorgenomen activiteit.
Zeer kwestbare gebieden WAV
Zeer kwestbare gebieden WAV 250mzone
Afbeelding 2: uitsnede kaart zeer kwetsbare gebieden WAV
Besluit emissiearme huisvesting (Beh) Voor diercategorieën waarvoor het redelijk is om emissie-eisen te stellen zijn maximale emissiewaarden voor ammoniak opgenomen in het Besluit emissiearme huisvesting. Het Besluit emissiearme huisvesting stelt eisen bij het oprichting van dierenverblijven. In dit kader kan worden benoemd dat onderhavige aanvraag enkel het oprichten van stal 6 omvat. De overige dierenverblijven zijn reeds bestaande gebouwen. In de nieuw te bouwen stal 6 worden melkkoeien gehouden. In artikel 3 van het Beh zijn de regels voor deze diercategorie opgenomen.
14
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Kolom C is van toepassing op alle dierenverblijven opricht op of na 1 januari 2018. De maximale emissiewaarde bedraagt 8,6 kg NH3. Met een emissiearme vloer met een emissiefactor van 7 kg NH3Merplaats wordt ruimschoots aan de norm voldaan. De (nieuwe) dierenverblijven voldoen voor het onderdeel ammoniak aan de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting. Wet natuurbescherming (Wnb) Het beschermingsregime uit de Vogel- en Habitatrichtlijn is geïmplementeerd in de Wnb. In het kader van de Wnb dient te worden beoordeeld of bedrijfsactiviteiten een negatief effect kunnen hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden. De provincie is in deze situatie het bevoegd gezag. In de nabijheid van het bedrijf in casu liggen de volgende Natura 2000-gebieden, gevoelig voor een toename in ammoniakdepositie. Het bedrijf is in het bezit van een vergunning in het kader van de wet natuurbescherming, verleend op 13 juni 2013. Bij de provincie wordt te zijner tijd een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd voor de beoogde situatie. Omdat de ammoniakemissie en daarmee ook de depositie af neemt is er sprake van intern salderen, hetgeen op dit moment vergunningvrij is. Op de vergunningaanvraag zal zodoende besloten worden met een zogenaamde positieve weigering i.v.m. het ontbreken van vergunningplicht voor de voorgestelde wijzigingen.
Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn berekeningen gemaakt, waaruit blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie (m.u.v. randeffecten). In bijlage 3 zijn de rekenresultaten opgenomen. Conclusie De Wav, het Beh en de Wnb vormen geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
4.3
Fijnstof
Het houden van dieren veroorzaakt uitstoot van fijnstof. Per diercategorie zijn fijnstof emissienormen vastgesteld. Daarnaast draagt verkeer bij aan de uitstoot van fijnstof. Regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer. Artikel 5.16 lid 1 van de Wm geeft aan wanneer een project toelaatbaar is: » er is geen sprake van een feítelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde » een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit » een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging » een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Wanneer een activiteit voor maximaal 30Zo van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentratie fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) dan is valt dit onder NIBM. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 ^/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het project is IBM als de toename voor één of beide stoffen hoger is.
15
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Voor de wijziging van diercategorie en dieraantallen zoals voorgenomen in optie 2 (jongvee opfok) geldt dat er een afname is van fijnstof (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Het is daarmee uitgesloten dat deze activiteit in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Voor de wijziging van diercategorie en dieraantallen zoals voorgenomen in optie 3 (gespecialiseerd melkveebedrijf) geldt dat er een toename is van fijnstof (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).
Afstand tot te toetsen plaats Totale emissie in g/jr van nitbreiding/opricliting
70 m
80 m
90 m
100 m
120 m
140 m
160 m
324000 387000 473000 581000 817000 1075000 1376000
Bron: ECN. Getallen op basis van berekeningen met STACKS, versie 2008.
In de tabel kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om niet in betekende mate bij te dragen. De getallen in de tabel zijn worstcase genomen inclusief een veiligheidsmarge. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in de tabel dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Met behulp van de emissiefactorenlijst, uitgegeven door het ministerie van I&M, kan uitgerekend worden of de totale toename in emissie onder de NIBM grens blijft. Een overzicht van de emissie van fijn stof door het houden van dieren binnen de inrichting is weergegeven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. De afname aan emissie van fijn stof bedraagt 165.230 - 67.059 = 97.171 gram fijn stof. Voor de activiteit geldt dat er een afname is van fijnstof als gevolg van de wijziging van dieraantallen en huisvestingssysteem. Het is daarmee uitgesloten dat de activiteit in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
4.4
Aardkundige waarden
De locatie heeft de enkelbestemming ‘Bedrijf - Agrarisch' met de lettertekenaanduiding ‘intensieve veehouderij'. Op de locatie rust daarnaast de gebiedsaanduiding ‘Regionale natuur - en landschapseenheid' en de gebiedsaanduidingen ‘verwevingsgebieď en ‘extensiveringsgebied' zijn van toepassing op de locatie. Het huidige en beoogde gebruik is in overeenstemming met het bestemmingsplan.
16
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Enkelbestemming Bedrijf - Agrarisch
i-------1 Lettertekenaanduiding I----- 1 intensieve veehouderij' (iv)
Gebiedsaanduidmg [++++Į Regionale natuurlandschapseenheid
Gebiedsaanduidmg
çm Verwevingsgebied
Afbeelding 3: uitsnede bestemmingsplan
17
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Landschappelijke waarden De percelen rondom de Hamelendijk 5 zijn bestemd met de enkelbestemming ‘Agrarische met waarden - Landschapswaarden 1 (AW-L1). Ter plaatse is lettertekenaanduidig ‘struweelvogels (s)' opgenomen op de plankaart. Omdat alle ontwikkeling plaatsvinden binnen de begrenzing van het bouwvlak worden de landschappelijke waarden niet geschaad.
4.5
Risico en veiligheid
Voer en voederinstallaties Binnen de inrichting worden geen toxische stoffen toegepast of geproduceerd. De te gebruiken producten voor de voedering van de dieren leveren geen enkel risico op, omdat deze geen gevaarlijke componenten bevatten. Alle voeders die gebruikt worden voldoen aan de kwaliteitsstandaard GMP-HACCP, gesteld en gecontroleerd door het Productschap Diervoeders. Ook de technologie die gebruikt wordt bij de voerinstallaties levert geen risico op. Bedrijfsactiviteiten Een bedrijf als het onderhavige, bestaat uit activiteiten welke gedeeltelijk binnen de gebouwen en gedeeltelijk op het buitenterrein uitgevoerd worden. De activiteiten die binnen de rundveehouderij plaatsvinden hebben bij een normale bedrijfsvoering geen extra risico van ongevallen als gevolg. Het erf wordt vrijgehouden van losse materialen en machines, om risico van ongevallen te voorkomen. Calamiteiten met betrekking tot de opslag van de mest worden beperkt door voorschriften die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit ten aanzien van de mestkelder, de vloeren en de opslag. In het geval van brand zijn in de stallen de nodige brandblusvoorzieningen in de vorm van brandblussers aanwezig. Dierziekten De ziektedruk zal in de beoogde situatie dalen ten opzichte van de vergunde situatie. Dit omdat er geen varkens meer gehouden worden.
Op grote bedrijven wordt meer preventief gewerkt om dierziekten te voorkomen. Op bedrijven met grotere omvang zal ook vaker een dierenarts aanwezig zijn, waardoor gericht preventieve maatregelen ingezet kunnen worden. In geval van dierziekten zoals mond-en-klauwzeer (MKZ) waarbij een vervoersverbod wordt ingesteld en er geen dieren of mest afgevoerd kunnen worden, is de eerste maatregel het aanhouden van het vrouwelijk jongvee en melk- en kalfkoeien op de locatie. Het verplaatsen van dieren is de grootste veroorzaker van het verspreiden van het virus. Bij een eventuele uitbraak is het van belang dat er zo weinig mogelijk vervoersbewegingen plaats vinden van en naar de inrichting. Bij de noodzakelijke vervoersbewegingen (melktransport en de aanvoer van krachtvoer) zal er een goede ontsmetting van de vrachtauto's moeten plaatsvinden alvorens zij het erf betreden.
18
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Bijlagen
19
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Bijlage 1: Aerius berekening Tevens als losse bijlage toegevoegd.
Projectberekening
19
AERIUS* Contactgegevens Borne- Fabrie
Rechtspersoon
Hamelendijk 5,
Inrichtingstocatic
5541RAReusel Activiteit Omschrijving
verschi Ibereken ing
Toelichting
verschil Wnb beoogd
Berekening AERIUS kenmerk
RuZEQCuoQJ3J
Datum berekening
31oktober2022,14:19
Rekenconfīguratte
Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH»
Emissie NO.
Wnb - Referentie
2022
6474,4 kg/j
504,5 kg/j
beoogd Beoogd
2022
5.208,6 kg/j
513,5 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
Wnb - Referentie
2.61636 mol/ha/j
2419633
Kempen land-West
beoogd Beoogd
2.616,04 mol/ha/j
2419633
Kempen tand-West
Gckarteerdoppcrvlakmettoename(ha)
2,06 ha
Gekarteerd oppervlak met afname (ha)
1.427,43 ha
Grootste toename van depositie
0,03 mol/ha/j
Grootste afname van depositie
0,36 mol/ha/j
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "beoogd" (Beoogd) incl. salderìng e/o referentie
Berekend (ha
Hoogste totale
Mettoename(ha GrootstetoenameMetafname(ha
Grootsteafname
gekarteerd)
depositie (mol
gekarteerd)
(mol N/ha/jr)
gekarteerd)
(molN/ha/jr)
0,03
1.427,43
0,36
N/ha/jr) Totaal
Pergebied
1.429,50
2.614,40
2,06
Berekend (ha
Hoogstetotale
Mettoename(ha GrootstetoenameMetafname(ha
Grootsteafname
gekarteerd)
depositie(mol
gekarteerd)
(mol N/ha/jr)
gekarteerd)
(molN/ha/jr)
N/ha/jr) teen derbos, GrooteHeidei De Plateaux
711,05
2.486,66
2,06
0,03
708,99
0,10
318,05
2.614,40
0,00
0,00
318,05
0,36
243,51
2.421,33
0,00
0,00
243,51
0,11
156,88
2387,55
0,00
0,00
156,88
0,05
[136) KempenlandWest (135) Kampinaft Oisterwijkse Vennen (133) Regte Heid eft Riels Laag (134)
20
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Results
Summary
(ST
Scenario results
Scenario
Result "
beoogd Project
Pollutant
Process contribution
»
View
Deposition NO. + NHi
^
Wn b registration set (without ei'
Calculated area (ha)
Highest total (mol N/ha/y)
With increase {ha charted)
Max. increase (mol N/ha/y)
1,402.75
2,614.40
0.00
0.00
With decrease {ha charted)
Max. decrease (mot N/ha/y)
1,402.75
0.36
Habitat and species
Results per designated site
Calculated area (ha)
Ģ
®
Ģ
Y
Y
Y
Highest total (mol N/ha/y} Max. Increase (mol N/ha/y) Max. decrease (mol N/ha/y)
Leendertws, Q roots Helde St De Plateaux
704.31
2*486.66
0.00
0.10
Kempenland-West
318.05
2,614.40
0.00
036
Kamplna St OlsterwIJkse Vennen
223.50
2,42133
0.00
0.07
Regie Heide St Riels Laag
156.88
238755
0.00
0.05
21
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Bijlage 2: Geurbelasting Beoogd Gegenereerd op:
4-11-2022
berekend met: V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: 20220103 beoogd Gemaakt op: 2022-01-03 10:36:48 Rekentijd: 0:00:28 Naam van het bedrijf. Bome-Fabrie, Hamelentíjk 5, Reusel Berekende ruwheid: 0,378 m
Brongegevens: Volgnr.
BronlD
1
stal 3
X-coord. 140 967
Y-cootd.
EP Hoogte
373303
2,0
EPDīam. 0,5
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
0.40
Geur gevoelige locaties: Y-coord.
Volgnr.
BronlD
2
Weijer4
140 500
373 842
5.0
0,0
3
Hamenlendijk 1
140 611
373 959
5.0
0,0
X-coord.
Geumorm
Geurbelasting
4
Heibloem 7
140 674
373 994
5.0
0.0
5
BBK1
140 003
374 155
51
0,0
6
BBK2
140 231
374412
0.1
0,0
22
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
890
Geb. Hoogte 6,4
Bijlage 3: Stalsysteem en dimensionering Nummer systeem
BWL 2010.35.V8
Naam systeem
Ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif
Diercategorie
Melk- en kalikoeien ouder dan 2 jaar
Rav-code
A 1.14
Systeembeschrijving van
Mei 2021
Vervangt
BWL 2010.35.V7 van april 2019
Werkingsprincipe
Ammoniakemissiebeperking is gebaseerd op versnelde afvoer van urine door de aanwezigheid van hellende sleuven, waarna via de gleuven tussen de vloerplaten de urine in de mestkelder komt. Daarnaast vindt ammoniakemissiebeperking plaats door beperking van de uitstoot van kelderlucht door het afsluiten van de gleuven tussen de vloerplaten door middel van afdichtflappen.
De technische uitvoering van het systeem
1a
Onderdeel
Uitvoeringseis
Vloer
Uitvoering 1: - Loopgedeelte en doorlooppaden worden uitgevoerd met vlakke betonnen vloerplaten (120 cm breed; variabele lengte) voorzien van langs- en dwarssleuven die haaks op elkaar liggen en een tegelprofiel vormen. - De vloerplaten worden met zelfdichtend beton (ZVB) gestort en verhard in een mal, waardoor het oppervlak van de langs- en dwarssleuven zeer glad is. Daardoor wordt het aankoeken van de mest verminderd en de afvoer van de urine verbeterd. - De langs- en dwarssleuven zijn hellend uitgevoerd en zijn onderin smaller dan bovenin. Het loopvlak is licht geprofileerd voor een betere beloopbaarheid. - De langssleuven (evenwijdig aan de loopgang) zijn uitgevoerd met een Wo hellend afschot vanuit het midden naar beide zijden toe. In het midden van de plaat is de diepte 8 mm. Naast de gleuven tussen de vloerplaten is de diepte 14 mm. Tevens zijn de langssleuven bij de gleuven enkele mm's breder dan in het midden van de vloerplaat. De langssleuven liggen op een onderlinge afstand van 50 mm. - De afstand tussen de dwarssleuven is 90 mm. Uitvoering 2: - Loopgedeelte en doorlooppaden worden uitgevoerd met vlakke betonnen vloerplaten met een breedte van 113 cm (117 cm werkende breedte) en een variabele lengte, voorzien van langs- en dwarssleuven die haaks op elkaar liggen en een tegelprofiel vormen.
- De vloerplaten worden machinaal vervaardigd waardoor het oppervlak stroef en daardoor goed beloopbaar is. - De langs- en dwarssleuven zijn hellend uitgevoerd en zijn onderin smaller dan bovenin. De tegeltjes zijn voorzien van een profiel (groeven van 5 mm breed en 2 mm diep), ter vergroting van de grip en de beloopbaarheid. - De langssleuven (evenwijdig aan de loopgang) zijn uitgevoerd met een 10/0 hellend afschot vanuit het midden naar beide zijden toe. In het midden van de plaat is de diepte 4 mm. Naast de gleuf tussen de vloerplaten is de diepte 10 mm. Tevens zijn de langssleuven bij de gleuven enkele mm’s breder dan in het midden van de vloerplaat. De langssleuven liggen op een onderlinge afstand van 95 mm. De afstand tussen de dwarssleuven is 95 mm.
23
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
- De vloerplaten zijn eenzijdig (bij de gleuf tussen de vloerplaten) voorzien van een prefab aangebrachte kunststof g lij strook die ervoor zorgt dat de mest in de mestspleet niet aankoekt en daardoor een snelle en continue afvoer van de mest en urine naar de kelder bewerkstelligt. Uitgezonderd van deze eisen zijn de doorsteken, de wachtruimte en de doorlopen; deze hoeven niet te worden voorzien van boven beschreven systeem. Deze ruimten moeten echter wel emissiearm worden uitgevoerd door gebruik te maken van een in de Rav opgenomen emissiearm systeem dan wel een dichte vloer. In deze ruimtes mag de breedte van de vloerplaten afwijken van de maat die voor het betreffende emissiearme systeem is vereist, mits dit de emissieneducerende werking niet nadelig beïnvloedt.
1b
2a
Mestkelder en mestafvoer
2b
Onder het gehele oppervlak van de loopgangen met vloerplaten en mestafstorten is een mestkelder aanwezig. De afvoer van mest en urine vindt plaats via regelmatige gleuven van 35 tot 40 mm breed. Deze gleuven bevinden zich tussen twee vloerdelen en zijn voorzien van sluitende, flexibele flappen of kleppen, waardoor mest en urine naar de kelder worden afgevoerd, maar emissie vanuit de kelder naar de stal zoveel mogelijk wordt voorkomen. Bii uitvoerina 1 worden Dvc-flaoDen toeaeoast. Bij uitvoerinq 2 worden flexibele kunststof flappen toeqepast.
2c
Indien aan één of beide uiteinden van de loopgangen in de vloer een afstort gemaakt voor de afvoer van de mest, zijn deze afstorten voorzien van een zogenaamde brievenbusafsluiting, rubberen flappen of andere voorziening die emissie vanuit de mestkelder zoveel mogelijk voorkomt.
2d
Wanneer tussentijdse mestafstorten worden gebruikt, bijvoorbeeld indien de schuifuitvoering dat noodzakelijk maakt of wanneer deze als noodvoorziening wordt geïnstalleerd, moeten deze afstorten worden voorzien van een zogenaamde brievenbussluiting, rubberen flappen, of een andere voorziening die de emissie vanuit de mestkelder zoveel mogelijk voorkomt. Bij een vaste mestschuit moet de mestafstort tenminste de lengte hebben van de naar voren gerichte mestg el eiders.
2e
Indien in de doorsteken, de wachtruimte en de doorlopen een ander emissiearm systeem wordt toegepast en daardoor extra emissie vanuit de kelder daaronder kan optreden (schoorsteeneffect), dient bij elke overgang van vloersysteem in de mestkelder een stankafsluitende voorziening te worden aangebracht.
3a
Mestschuit
Voor afvoer van de mest moet een mestschuit zijn aangebracht. Dit kan zijn: - een vaste opstelling van mestschuit, voorzien van een aandrijfmechanisme en een tijdschakeling, of; - een mestrobot voorzien van een tijdschakeling. Het schuifblad is zodanig uitgevoerd dat het loopoppervlak goed wordt gereinigd.
4a
Emitterend vloeroppervlak
4b
Het met mest besmeurd vloeroppervlak per dierplaats is maximaal 5,5 m2. Dit oppervlak omvat de loopgangen, doorsteken, wachtruimte en doorlopen. Niet inbegrepen is het vloeroppervlak van de melkstal en de voerstoep (indien aanwezig). Voor de wachtruimte geldt dat deze niet meetelt bij het bepalen van het met mest besmeurd oppervlak, wanneer deze met een dichte vloer is uitgevoerd. Wanneer de wachtruimte op een andere wijze is uitgevoerd, telt het oppervlak wel mee bij het bepalen van het met mest besmeurd oppervlak per dierplaats.
24
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
5
Registratieapparatuur
- Voor het registreren van het aantal schuifbewegingen dient een verzegelde bedrijfsurenteller aanwezig te zijn. - Voor de waarborging van de schuiffrequentie dient een tijdklok aanwezig te zijn. Deze tijdklok dient daartoe de aansturing van de mestschuit te verzorgen.
Het gebruik van het systeem
a1
Onderdeel
Gebruikseis
Schuiffrequentie
De mest dient tenminste iedere 2 uur van de vloer te worden verwijderd met de mestschuit. Bij het gebruik van een mestrobot is dit gemiddeld iedere twee uur. Het met mestbesmeurde vloeroppervlak waar de mestschuit niet kan komen, dient minimaal twee keer per dag handmatig te worden gereinigd.
a2
b1
Wachtruimte
b2
De gebruiksduur van de wachtruimte beperkt zich tot de melktijden. Buiten de melktijden worden in de wachtruimte geen dieren gehouden. Wanneer de wachtruimte buiten de melktijden wel beschikbaar is voor de dieren maakt deze deel uit van de loopruimte. In dat geval moet de wachtruimte wel worden meegeteld als onderdeel van het mest besmeurd vloeroppervlak. Na elk gebruik moet de wachtruimte direct worden gereinigd waarbij alle mest en urineplassen worden afgevoerd naar de mestkelder. Deze eis geldt niet indien de wachtruimte buiten de melktijden toegankelijk is voor de melkkoeien.
c
Onderhoud
De mestschuit, de afdichtflappen in de gleuven tussen de vloerplaten en de afdichtvoorzieningen in de mestafstorten dienen tenminste eenmaal per twee maanden te worden gecontroleerd op beschadigingen en indien nodig te worden onderhouden. Aanbevolen wordt hiertoe een onderhoudscontract met de leverancier van de mestschuit en de afdichtflappen of een andere deskundige partij af te sluiten.
d1
Controle en registratie
Om het gebruik van het systeem te controleren dient: - op de bedieningscomputer een terugleesoptie aanwezig te zijn waarmee de werking van de mestschuit gedurende de laatste drie maanden inzichtelijk kan worden gemaakt, of; - een verzegelde draaiurenteller te zijn geplaatst voor continue registratie van de bedrijfsuren van de aandrijfmotor van de mestschuit. De bedrijfsuren dienen maandelijks te worden afgelezen en geregistreerd zodat de schuiffrequentie terug te rekenen is. de mestrobot te zijn voorzien van een tijdregistratiesysteem waaruit blijkt hoeveel uur deze per dag in werking is. Indien een mestrobot wordt toegepast mag deze 's nachts maximaal 6 uur stil staan om de accu volledig op te laden.
d2
Er moet een logboek worden bijgehouden waarin wordt aangetekend wanneer en door wie de controle en het onderhoud van de mestschuit, de afdichtflappen in de gleuven tussen de vloerplaten en de afdichtvoorzieningen in de mestafstorten heeft plaatsgevonden.
Emissiefactor
7 kg NH3 per dierplaats per jaar
Verwijzing meetrapport
-
25
R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Dingstee met W4 vloer van HCI Beton. Barneveld Pro Monitoring B.V. R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Reijers met W4 vloer van HCI Beton, Barneveld Pro Monitoring B.V. R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Terlouw met C6 vloer van Concrelit. Barneveld Pro
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
-
Monitoring B V. R. Birkhoff, november 2015, Onderzoek naar de ammoniakemissie van meetstal Withaar met C6 vloer van Concrelit. Barneveld Pro Monitoring B V.
Bijlage: detailtekeningen en afbeeldingen vloerdelen Uitvoering 1- W4:
26
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
27
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Bijlage 4: Milieutekening Als losse bijlage toegevoegd.
28
Aanmeldnotitie m.e.r. - Hamelendijk 5 te Reusel
Agrifirm Group BV
Landgoedlaan 20,7325AW Apeldoorn, Nederland Postbus 20000,7302 HA Apeldoorn, Nederland
T0884881000 F 088 488 18 00
info@agrifirm.com www.agrifirm.com
m agrifirm