CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.21495] 230918 Bijlage 6 toelichting ecologie Bestemmingsplan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan buitengebied: Voorste Heikant 3 en Laarakkerdijk 2-2a Reusel15.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Rapportnummer: 2021-BE-0973 In opdracht van: Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0973 Opdrachtgever De heer G. de Wit Locatie Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Auteur Jennifer Bockting Collegiale controle Frenk van de Wal Opleverdatum 18 november 2021 Uitvoerder

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Inhoudsopgave SAMENVATTING....................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK............................................................................................... 4 1.1 Aanleiding............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling.......................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling......................................................................................................... 4 1.4 Criteria.................................................................................................................................. 4

2.

BELEIDSKADER...................................................................................................................5 2.1 Gebiedsbescherming............................................................................................................5 2.2 Soortenbescherming............................................................................................................5 2.3 Bescherming van houtopstanden.......................................................................................7 2.4 Zorgplicht............................................................................................................................. 8

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING............................................................................................9 3.1 Huidige situatie....................................................................................................................9 3.2 Voorgenomen ontwikkeling.............................................................................................. 11

4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN.............................................................................13 4.1 Bureauonderzoek...............................................................................................................13 4.2 Veldonderzoek.................................................................................................................... 14 4.3 Impressie plangebied.........................................................................................................15

5.

BESCHERMDE NA TUUR WAARDEN................................................................................. 17 5.1 Gebiedsbescherming..........................................................................................................17 5.2 Soortenbescherming Voorste Heikant 3...........................................................................19 5.3 Soortenbescherming Laarakkerdijk 2-2a......................................................................... 25

6.

RESULTATEN EN ADVIES................................................................................................. 30 6.1 Resultaten.......................................................................................................................... 30 6.2 Advies en aanbevelingen................................................................................................... 30

7.

BRONNEN........................................................................................................................ 31

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

SAMENVATTING

Opdrachtgever heeft het bedrijf aan Voorste Heikant 3 te Reusel bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daarvoor zijn ondertussen de twee varkensstallen gesloopt en wordt het huidige bestemmingsplan herzien. Initiatiefnemer is voornemen s hier nieuwe akkerbouwloodsen terug te plaatsen. De aan deze locatie verbonden varkenshouderij aan Laarakkerdijk 2-2a wordt de hoofdlocatie van de varkenshouderij. Hier zal de aanwezige pluimveestal worden gesloopt en een varkensstal worden herbouwd. Ook zal de huidige luchtwasser worden vervangen. Bij deze werkzaamh eden is opd rachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven om een ecologische quickscan uit te voeren op de planlocaties in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van de planlocaties en het uitgevoerde onderzoek als momentopname. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgevi ng en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuro nderzoek.

Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk a anwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Wel is het verstandig om te voorkomen dat amfibieën eieren afzetten in de plassen water die zijn ontstaan door de sloop van de twee varkensstallen. Door voor aanvang van het voorjaar te beginnen met het bouwen van de akkerbouwloodsen of door de kuilen op te hogen met zand kan dit worden voorkomen. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkelingen op de planlocaties. Aan Voorste Heikant 3 is de intensieve varkenshouderij volledig verdwenen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit plaatsvindt door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing.

Jennifer Bockting en Frenk van de Wal Brabant Eco November 2021

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

jįk Brabant Eco y'

Ecologische Dienstverlening

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Opdrachtgever heeft het bedrijf aan Voorste Heikant 3 te Reusel bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daarvoor zijn ondertussen de twee varkensstallen gesloopt en wordt het huidige bestemmingsplan herzien. De aan deze locatie verbonden varkenshouderij aan Laarakkerdijk 2-2a van dezelfde eigenaar wordt de hoofdlocatie van de varkenshouderij. De daar aanwezige pluimveestal zal worden gesloopt en er wordt in plaats van de pluimveestal een varkensstal herbouwd. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocaties in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

(ăį) Brabant Eco y'

Ecologische Dienstverlening

2. BELEIDSKADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-Vogelrichtlijn en de EU-Habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Er geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Brabant Eco

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

Ecologische Dienstverlening

3.1 Huidige situatie Het totale plangebied bestaat uit twee planlocaties die op 1,2 km afstand van elkaar liggen. Deze planlocaties zijn gelegen ten zuidwesten van de kern van Reusel en Bladel in de gemeente Reusel-De Mierden. Ten zuidwesten van het plangebied ligt het Belgische Arendonk. Reusel-De Mierden is een gemeente in de provincie Noord-Brabant, gelegen tegen de Belgische grens en heeft een totale oppervlakte van 78,66 km2. De gemeente telt 13.198 inwoners (1 juli 2021) en bestaat uit de dorpskernen Hooge Mierde, Hulsel, Lage Mierde en Reusel. De planlocaties maken deel uit van het buitengebied van Reusel. De directe omgeving bestaat vooral uit agrarische bedrijven en percelen en bossen. De ligging van de planlocaties in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. Jumbo

f)

T

.

Pizzeria Shoarma Milano

. uď

Garagebedrijf Di

Reuse! Bladel

Pannenkoek'enĥërberg Hollandershoeve Achterste Heikant

Eethuis-de Bierhoeve *

ĮĶippereinď VoorstHeikant*

*

**

Voorste Heikant 3 1

*

Taverne D’n Ouwe Brandtoren

Laarakkerdijk 2-2a îavago Plastics N139

Arendonk Satellietfoto omgeving plangebied, planlocaties zijn rood omcirkeld. Bron: Google Maps

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

De planlocatie Voorste Heikant 3 bestaat uit een bedrijfswoning met bijgebouw, werktuigenberging annex aardappelbewaarplaats en kantine. De twee varkensstallen zijn hier reeds gesloopt. In onderstaande afbeelding een overzicht van de planlocatie met de gesloopte stallen in blauw.

Globaal de planlocatie Voorste Heikant 3 rood omlijnd, de gesloopte bebouwing in blauw. Bron: Google Maps

De planlocatie Laarakkerdijk 2-2a bestaat uit een woning met bijgebouw, een pluimveestal waar het dak reeds vanaf is gehaald en een varkensstal.

Globaal de planlocatie Laarakkerdijk 2-2a rood omlijnd. Bron: Google Maps

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

3.2 Voorgenomen ontwikkeling De twee varkensstallen aan Voorste Heikant 3 zijn reeds gesloopt en het bestemmingsplan wordt hiervoor herzien. De intensieve varkenshouderij is op deze locatie volledig verdwenen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit plaatsvindt door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. Initiatiefnemer is voornemens om er nieuwe akkerbouwloodsen terug te plaatsen. De aanwezige bedrijfswoning met bijgebouw en werktuigenberging zal blijven staan en krijgt een aparte woonbestemming. Aan Laarakkerdijk 2-2a staat een grote varkensstal die behouden blijft. De luchtwasser erachter functioneert niet goed en zal worden vervangen. Rechts daarvan staat een leegstaande pluimveestal waar reeds het uit asbest bestaande dak vanaf is gehaald. Deze stal zal helemaal worden gesloopt en op die plek wordt een varkensstal herbouwd. Het geheel zal landschappelijk worden ingepast.

Situatieschets Voorste Heikant3. Bron: Agra-Matic

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Situatieschets Laarakkerdijk 2-2a: Bron: Agra-Matic

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Brabant Eco Ecologische Dienstverlening

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).

Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

4.2 Veldonderzoek Op donderdag 11 november in de ochtend hebben medewerkster ecologie Jennifer Bockting en ecoloog Frenk van de Wal, in het kader van het natuurwaardenonderzoek, het veldonderzoek uitgevoerd voor de twee planlocaties en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt, met een zuidenwind met windkracht 1 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 5 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de planlocaties en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locaties werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en biotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen, vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten op de planlocaties kunnen voorkomen. Het plangebied bestaat uit twee planlocaties: Voorste Heikant 3 en Laarakkerdijk 2-2a. Bij Voorste Heikant 3 lag ten tijde van het veldbezoek gebroken puin van de twee reeds gesloopte varkensstallen. De aanwezige loodsen en bijgebouw zijn niet toegankelijk voor dieren. De daken bestaan uit sandwichpanelen en waar er openingen waren is gaas bevestigd. Onder het pannendak van de bedrijfswoning zouden zich wel verblijfplaatsen van vleermuizen en huismussen kunnen bevinden. Verder staan er voor de langgevelboerderij drie platanen en links van de loodsen vier lindes. In de voorste linde bevindt zich een oud nest. Aan de kant van de weg bevindt zich ook nog een rij hazelaars met een acacia en een laurierkers. Tijdens het veldbezoek hebben we een vink en een kauw waargenomen. Bij Laarakkerdijk 2-2a was ten tijde van het veldbezoek reeds het uit asbest bestaande dak van de oude pluimveestal verwijderd. De rest van het gebouw staat nog overeind. Het heeft een betonnen vloer zonder putten en de muren bestaan voor de buitenkant uit rode bakstenen en van de binnenkant uit kalkzandsteen en beton. De spouw is volledig afgesloten met muurplaten. Er zijn geen open stootvoegen of andere kieren of gaten in de muren.

De metalen spanten en houten gordingen waar het dak door gedragen werd zijn nog aanwezig. De aanwezige, te behouden varkensstal is niet toegankelijk voor dieren als gevolg van de op het bedrijf zijnde bio-security voorschriften. De openingen die er zijn, zoals luchtinlaten en golven onder het dak zijn volledig dichtgemaakt met vogelschroot. Onder het pannendak van de woning zouden zich verblijfplaatsen van vleermuizen en huismussen kunnen bevinden. Ook zijn er uitwerpselen van vogels aanwezig aan de kopgevel van de woning.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

4.3 Impressie plangebied Voorste Heikant 3

Hier bevond zich een varkensstal

Op deze plek bevond zich ook een varkensstal

De langgevelboerderij met ervoor drie platanen

Bijgebouw en loodsen met daartussen vier lindes

Achterkant van een loods en de langgevelboerderij

Openingen zijn dichtgemaakt met gaas

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Laarakkerdijk 2-2a

Oude pluimveestal waar het dak vanaf is gehaald

Binnenkant oude pluimveestal

De spouw is volledig afgesloten

De te behouden varkensstal

Woning met daarachter de loods en stallen

Aan de overkant van de weg bevindt zich NNN-gebied

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Brabant Eco Ecologische Dienstverlening

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 De planlocatie Laarakkerdijk 2-2a ligt op circa 600 meter afstand van gronden die tot het westelijk gelegen Natura 2000 gebied ‘Turnhouts vennengebied’ behoren en op circa 2,7 kilometer afstand van gronden die tot het zuidelijk gelegen Natura 2000 gebied ‘Kleine Nete’ behoren. De planlocatie Voorste Heikant 3 ligt circa 1,7 kilometer van ‘Turnhouts vennengebied’ en circa 3,5 kilometer van ‘Kleine Nete’ af. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van de planlocaties wordt met rode cirkels aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn blauw en rood gearceerd.

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen de planlocaties en Natura 2000 is met pijlen aangegeven. Bron: Natura 2000 Network Viewer

Doordat het plangebied buiten Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Aangezien de intensieve varkenshouderij op een locatie verdwenen is en op de andere locatie wordt gecompenseerd door het afbreken van de pluimveestal zal er juist een verbetering van de milieukwaliteit plaatsvinden. Ook zal door het plaatsen van een goed werkende luchtwasser de geurhinder en ammoniakemissie verminderen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De planlocatie Laarakkerdijk 2-2a bevindt zich tegen gebied dat tot het Natuurnetwerk Nederland behoort. Deze natuur behoort voornamelijk tot de categorie ‘Droog bos met productie’ (N16.03). Bij Voorste Heikant 3 ligt natuur van deze categorie op circa 50 meter. Ook bevindt zich daar op circa 30 meter afstand natuur dat tot ‘Beek en Bron’ (N03.01) behoort. Op circa 500 meter van Voorste Heikant 3 en op circa 800 meter van Laarakkerdijk 2-2a bevindt zich ook nog ‘Vochtig bos met productie’ (N16.04). Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van de planlocaties wordt met rood aangegeven. De NNN-gebieden zijn gearceerd.

Natuurnetwerk Nederland gebieden. Bron: ArcGIS

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. De planlocatie Voorste Heikant ligt op ruime afstand van Natuurnetwerk Nederland, terwijl Laarakkerdijk hier aangrenzend aan ligt. De werkzaamheden zijn echter van een zodanige aard en altijd op minimaal 30 meter afstand van NNNgebied zodat er waarschijnlijk geen deel van het NNN-gebied wordt aangetast. Met een compensatietoets kan bepaald worden of en welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden wegens de verstoring van het NNN-gebied, maar de significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. Omdat er niet meer stallen bij komen en er een betere luchtwasser zal worden geplaatst zullen de ontwikkelingen juist een positief effect hebben op het Natuurnetwerk Nederland en deze niet aantasten.

5.1.3 Conclusie De planlocaties behoren niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied, maar Laarakkerdijk 22a ligt er wel dicht in de buurt. Doordat de intensieve varkenshouderij op een locatie al verdwenen is en op de andere locatie wordt gecompenseerd door het afbreken van de pluimveestal en er een betere luchtwasser geplaatst zal worden zal er geen Natura 2000 gebied of NNN-gebied worden aangetast. De reeds uitgevoerde en voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

5.2 Soortenbescherming Voorste Heikant 3 Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 3 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming. Bijlage 4 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is deze planlocatie onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens het veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht op deze planlocatie, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.2.1 Flora Volgens gegevens uit de NDFF (Project: Voorste Heikant, Referentie: BE-0973, d.d. 5 november 2021, zie bijlage 1) komt binnen een straal van 5 kilometer de drijvende waterweegbree voor. Zie onderstaande tabel. Soort plant Drijvende waterweegbree

Afstand plangebied 0 - 1 km

Habitat In laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen in helder, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water

Op de planlocatie ontbreekt het aan voldoende oppervlaktewater, zodat het voorkomen van de drijvende waterweegbree kan worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek hebben we vooral aangeplante, niet beschermde plantensoorten waargenomen, zoals platanen, lindes en hazelaars. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten op de planlocatie uit te sluiten. Er worden geen houtopstanden gekapt in het plangebied. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 17 zoogdiersoorten aangetroffen in een straal van 5 kilometer rond de planlocatie. Hiertoe behoren 7 soorten vleermuizen, 4 soorten marters en 6 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Soort vleermuis Baardvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Watervleermuis

Afstand plangebied 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Verblijfplaatsen in Bomen en bebouwing Vooral bebouwing Bomen en bebouwing Vooral bebouwing Bomen en bebouwing Vooral bebouwing Bomen en bebouwing

Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen, rietkragen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. De rij bomen ten westen van de planlocatie doet mogelijk dienst als vaste vlieg- en foerageerroute, maar deze rij bomen blijft behouden. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De bomen in het plangebied zijn niet geschikt als vleermuisverblijfplaats aangezien bij controle tijdens het veldbezoek holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben ontbreken. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. Omdat de twee varkensstallen ten tijde van het veldbezoek al gesloopt waren hebben wij deze niet kunnen onderzoeken op potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen. Het voorkomen van vleermuizen in de gesloopte stallen is echter zeer onwaarschijnlijk. De stallen werden intensief gebruikt voor het houden van varkens waardoor, in verband met bio-security, deze volledig afgesloten waren voor andere diersoorten.

Onder het pannendak van de te behouden langgevelboerderij zouden zich wel verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen bevinden. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraadt zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens de NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond de planlocatie zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort marter Boommarter Bunzing Steenmarter Wezel

Afstand plangebied 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd

Boommarter De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. De boommarter is meer een verkenner in zijn territorium dan een jager en scharrelt zijn voedsel bij elkaar door te eten wat hem ‘voor-de-voet’ komt. Zijn eten bestaat uit insecten (waaronder hommel- en wespenbroed), vogels en eieren, kleine zoogdieren en aas. In de nazomer en herfst eet de boommarter veel bessen en vruchten. Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Steenmarter De steenmarter dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. De steenmarter eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Hij heeft een veelzijdig menu.

Het leefgebied van de steenmarter is relatief groot en de soort kan per nacht 10 tot 15 kilometer afleggen. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van marters. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid de boommarter, bunzing, steenmarter of wezel. De planlocatie is opgeruimd en wordt veegschoon gehouden. Daarnaast is er een zeer beperkt voedselaanbod en een grote mate van verstoring. Zodoende is het uitgesloten dat de planlocatie essentieel onderdeel is van het leefgebied van marterachtigen. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen in de provincie NoordBrabant tot de vrijgestelde soorten. Voor de vrijgestelde soorten betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat.

Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond de planlocatie. Soort overig Eekhoorn Egel Haas Konijn Rosse woelmuis Wild zwijn

Afstand plangebied 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Bescherming Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld

Op de planlocatie zijn geen holle bomen aanwezig waarin eekhoorns een nest zouden kunnen maken en er zijn tijdens het veldbezoek ook geen nesten van eekhoorns op takken waargenomen. Het is daardoor uit te sluiten dat de planlocatie essentieel onderdeel is van de habitat van de eekhoorn. Het is echter wel aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals een egel of een konijn. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten zullen er geen vleermuizen verstoord, verwond of gedood worden. Ook worden er geen rust- of verblijfplaatsen beschadigd of vernield. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op de foerageergebieden en vliegroutes. In de langgevelboerderij zouden zich wel verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen bevinden. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten dat de planlocaties onderdeel is van de essentiële leefomgeving van eekhoorns. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. Het is wel mogelijk dat er een enkel individu van een vrijgestelde soort aanwezig is op de planlocatie. De zorgplicht is altijd van kracht.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn, waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen onder de bescherming van deze wet vallen. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in vijf categorieën. De eerste vier categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen. De vogelsoorten die volgens de NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond de planlocatie zijn te vinden in de onderstaande tabel met daar achter de beschermingscategorie en de habitat.

Soort vogel Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Afstand plangebied 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Beschermingscategorie* en habitat 4, boombewonend 4, boombewonend 2, gebouwbewonend 3, boom- en gebouwbewonend 4, boombewonend 2, gebouwbewonend 3, gebouwbewonend 3, boom- en gebouwbewonend 4, boombewonend 2, boombewonend 3, gebouwbewonend 4, boombewonend 1, gebouwbewonend 4, boombewonend 4, boombewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. De planlocatie ligt in het buitengebied van een dorp waar vrij weinig bebouwing is. Ook hebben we geen sporen van gierzwaluwen waargenomen. Aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. De ransuil broedt en roest in bomen. Nest- en rustplaatsen van steenuil, kerkuil en ransuil zijn jaarrond beschermd. Tijdens het veldbezoek hebben we gezocht naar sporen van aanwezigheid van deze uilensoorten, zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of ruiveren, maar we hebben geen sporen gevonden. Huismus De nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. De Wet natuurbescherming verbiedt om huismussen opzettelijk te verwonden, te doden, of hun nesten te beschadigen of weg te nemen. Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen.

In de langgevelboerderij zouden huismussen kunnen nestelen. Er zijn hier mogelijkheden om onder de dakpannen te kruipen. Ook is er beschutting en voldoende foerageergebied aanwezig. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Een ooievaar paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Roeken hebben een voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Tijdens het veldbezoek hebben we geen nesten van deze soorten waargenomen op de planlocatie. Er is voor deze soorten geen geschikt biotoop aanwezig. Het voorkomen van deze drie soorten kan worden uitgesloten.

Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. Op de planlocatie zijn geen grote bomen aanwezig en we hebben ook geen nesten van roofvogels waargenomen. Het is dus uit te sluiten dat de planlocatie onderdeel is van essentieel habitat van een boombewonende roofvogelsoort. Ten westen van Voorste Heikant 3 is een bosgebied aanwezig met mogelijkheden voor roofvogels. Dit bos blijft bestaan en de ontwikkelingen hebben hier geen invloed op. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen ^4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk dus ook geen geschikte habitat aanwezig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplaats zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Ook van deze soorten hebben we geen nesten waargenomen op de planlocatie. Overige Vogelrichtlijnsoorten Op de planlocatie zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige Vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. We hebben ook een oud nest gevonden in een linde naast de loodsen. Conclusie Er zouden huismussen kunnen nestelen in de langgevelboerderij. Ook is de aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten niet uit te sluiten, omdat deze soorten in struiken en hagen kunnen broeden en we een oud nest in een linde hebben gevonden. Wanneer deze worden verwijderd is een negatief effect op deze soorten echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.

5.2.4 Amfibieën, vissen, reptielen, vlinders, libellen en andere ongewervelden Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid van amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het om waterstructuren van maximaal 1,5 meter diep. Reptielen zijn vaak verscholen in dichte begroeiing en onder de grond. De soorten die volgens de NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond de planlocatie zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort amfibie, vis, reptiel Alpenwatersalamander Bastaardkikker Gladde slang Hazelworm Heikikker Kamsalamander Levendbarende hagedis Poelkikker Rugstreeppad Vinpootsalamander

Afstand plangebied 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Amfibieën, vrijgesteld Reptielen, beschermd Reptielen, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Reptielen, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd

De aanwezigheid van beschermde reptiel- en vissoorten is uit te sluiten. Voor deze soorten is geen geschikt habitat aanwezig. Wel zijn er na de sloop van de varkensstallen wat ondiepe plassen water ontstaan waar amfibieën in het voorjaar eieren zouden kunnen afzetten. Voor de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander geldt bij ruimtelijke ingrepen in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de algemene zorgplicht waardoor het wel noodzakelijk is om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er waarnemingen gedaan van 7 beschermde vlinder- en libellensoorten binnen een straal van 5 kilometer rond de planlocatie. Deze soorten staan in de onderstaande tabel. Soort vlinder, libel Beekrombout Bosbeekjuffer Bruine eikenpage

Afstand plangebied 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Gevlekte witsnuitlibel

1 - 5 km

Grote vos

1 - 5 km

Hoogveenglanslibel

1 - 5 km

Teunisbloempijlstaart

1 - 5 km

Habitat Rivieren, kanalen en grotere beken Bosbeken Bosranden, open bospaden, eikenhakhout, kapvlakten in eikenbossen en jonge eikenaanplant Laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen Levend hoogveen, met kleine veenputten die zijn dichtgegroeid met veenmossen Open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen

Op de planlocatie ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor bovenstaande beschermde libellen en vlinders. Er zouden wel wat algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten kunnen voorkomen. Overige soorten In een straal van 5 kilometer rond de planlocatie zijn volgens de NDFF geen beschermde ongewervelden aangetroffen. Overige beschermde soorten ongewervelden zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig op de planlocatie en de directe omgeving. Conclusie Op de planlocatie is geen geschikt leefgebied voor beschermde vlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde vlinders en libellen kan worden uitgesloten. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt de planlocatie geen geschikt habitat. De planlocatie biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan voldoende oppervlaktewater op de planlocatie is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten. Ook voor beschermde reptielen is er geen geschikt leefgebied aanwezig. Amfibieën zouden in het voorjaar eieren kunnen leggen in de ondiepe plassen die na de sloop van de varkensstallen zijn ontstaan.

Wanneer er voor het voorjaar gebouwd wordt of de kuilen worden opgehoogd leidt het niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortgroep. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

5.3 Soortenbescherming Laarakkerdijk 2-2a Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 2. Bijlage 3 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming. Bijlage 4 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is deze planlocatie onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens het veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht op deze planlocatie, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

5.2.1 Flora Volgens gegevens uit de NDFF (Project: Laarakkerdijk, Referentie: BE-0974, d.d. 5 november 2021, zie bijlage 2) komen er binnen een straal van 5 kilometer geen beschermde plantensoorten voor. Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde plantensoorten waargenomen. Rond de te slopen pluimveestal is alleen wat Engels raaigras aanwezig en een gazon met een beukenhaag eromheen. De rest is verhard met klinkers. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten op de planlocatie uit te sluiten. Er worden geen houtopstanden gekapt op de planlocatie. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 12 zoogdiersoorten aangetroffen in een straal van 5 kilometer rond de planlocatie. Hiertoe behoren 2 soorten vleermuizen, 4 soorten marters en 6 overige soorten. Vleermuizen De vleermuissoorten die volgens de NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort vleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis

Afstand plangebied 1 - 5 km 1 - 5 km

Verblijfplaatsen in Bomen en bebouwing Vooral bebouwing

Belangrijke vliegroutes en foerageergebied De rijen bomen ten noorden en oosten van het plangebied doen mogelijk dienst als vaste vlieg- en foerageerroute, maar deze bomen vallen buiten het plangebied en blijven behouden. Verblijfplaatsen De bomen op de planlocatie zijn niet geschikt als vleermuisverblijfplaats aangezien bij controle tijdens het veldbezoek holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben ontbreken. Omdat het dak van de pluimveestal ten tijde van het veldbezoek al was verwijderd konden we de rest van het gebouw goed onderzoeken. De spouw is volledig afgesloten waardoor er geen vleermuizen in kunnen. De stal werd intensief gebruikt voor het houden van pluimvee waardoor deze volledig afgesloten moest zijn om andere diersoorten buiten te houden. Ook de huidige varkensstal is volledig afgesloten voor andere diersoorten. De openingen zijn hier dichtgemaakt met vogelschroot. Onder het pannendak van de te behouden woning zouden zich wel verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen bevinden. Marterachtigen De marterachtigen die volgens de NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond de planlocatie zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort marter Boommarter Bunzing Steenmarter Wezel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=7a9f832b-9176-41db-8c6c-d44962dc9d22