CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.21489] 230918 Bijlage 3 toelichting mer besluit Bestemmingsplan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan buitengebied: Voorste Heikant 3 en Laarakkerdijk 2-2a Reusel27.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VTH de Kempen Postbus 220, 5520 AE Eersel tel. 088-4970462 www.kempengemeenten.nl

BESLUIT Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.-beoordeling, artikel 7.2 lid 1 onder b in samenhang met artikel 7.17 van de Wet milieubeheer en artikel 2, tweede lid en vijfde lid onder b, van het Besluit milieueffectrapportage)

Zaaknummer Documentnummer Datum aanvraag Datum besluit

: REU-2020-0664 : 20.S006814 : 17 juli 2020 : 27 augustus 2020

Burgemeester en wethouders van Reusel-de Mierden, gezien de aanvraag om MER-beoordeling voor het aan het adres op het kadastraal perceel sectieZnummer(s)

: vormvrije MER-beoordeling voor het veranderen van het bedrijf : Laarakkerdijk 2-2a in Reusel : gemeente Reusel : G411 en G412

Inleiding De mededeling voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling is ingediend voorafgaand aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het veranderen en in werking hebben van een agrarisch bedrijf met vleeskuikenouderdieren, vleesvarkens en/of gespeende biggen aan de Laarakkerdijk 2-2A in Reusel. Het betreft het stoppen met het houden van vleeskuikenouderdieren, het aansluiten van de bestaande vleesvarkensstal op een gecombineerd luchtwassysteem en het vervangen van de vleeskuikenstal door een nieuwe stal voor het houden van 896 vleesvarkens of 1.736 gespeende biggen. De totale capaciteit van de wijziging is het oprichten van een installatie voor het houden van 896 dierplaatsen voor vleesvarkens of 1.736 dierplaatsen voor gespeende biggen. Op basis van artikel 7.2, eerste lid onder b, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, vijfde lid onder b, van het Besluit milieueffectrapportage, is de oprichting van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren met 2.000 dierplaatsen voor vleesvarkens of 3.750 dierplaatsen voor gespeende biggen onderworpen aan de beoordelingsplicht milieueffectrapportage. De activiteit overschrijdt weliswaar geen drempelwaarde uit categorie 14 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, maar ook in dat geval moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Het verschil met de situatie waarin wel een drempelwaarde van onderdeel D wordt overschreden ligt in het proces na het nemen van het besluit en niet op het uitvoerend vlak van deze beoordeling. Nu geen drempelwaarde van onderdeel D wordt overschreden hoeft geen mededeling van het besluit te worden gedaan door een kennisgeving of ter inzage legging. Criteria beoordelingsprocedure Bij de beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen gaat het bevoegd gezag na of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer). Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met, voor zover relevant, de resultaten van eerder uitgevoerde controles of ander andere beoordelingen van gevolgen voor het milieu (artikel 7.17, derde lid onder a, van de Wet milieubeheer) en de in bijlage III bij de mer-richtlijn aangegeven criteria (artikel 7.17, derde lid onder b, van de Wet milieubeheer). De criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn hebben betrekking op: 1. de kenmerken van de activiteit én de samenhang met de andere activiteiten ter plaatse;

1/5

Kempengemeenten is een samenwerking van de gemeenten; Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden,

VTH de Kempen

2. 3.

de plaats waar de activiteit plaatsvindt; de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

De beoordeling heeft uitsluitend betrekking op het veranderen van de inrichting met 896 vleesvarkens of 1.736 gespeende biggen. Echter, in de mededeling is het gehele bedrijf meegenomen om een juiste indruk te krijgen van de gehele bedrijfssituatie. De beoordeling is gebaseerd op deze stukken: mededeling voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling d.d. 17 juli 2020 met de volgende bijlagen: * diertabel; * invoergegevens; * dimensioneringsplannen; * geurberekeningen; * fijn stofberekeningen; » milieutekening; * invoergegevens stikstof berekeningen; * stikstofberekeningen. Beoordeling van de voorgenomen activiteit Hieronder is een overzicht gegeven van de aspecten die in de beoordeling zijn betrokken. Overwegingen: De invloed van de inrichting op een gebied dat van bijzondere betekenis is, of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of belast, neemt af ten opzichte van het dichtst bij de inrichting liggende zeer kwetsbare gebied. Significante nadelige effecten op Natura 2000-gebieden kunnen als gevolg van de voorgenomen wijziging uitsluitend worden beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming. Een aanvraag voor een vergunning op basis van deze wet wordt eerder of gelijktijdig ingediend met de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de voorgenomen verandering van de inrichting.

Indien geen vergunning op basis van de Wet natuurbescherming of verklaring van geen bedenkingen kan worden verleend, kan het voornemen niet worden uitgevoerd. Uit bij de notitie gevoegde berekeningen blijkt dat de depositie afneemt ten opzichte van de vergunde depositie op de referentiedata die ingevolge de Wet natuurbescherming gelden. De geuremissie van de inrichting neemt af. Berekening van de geurbelasting van de inrichting op de geurgevoelige objecten in de omgeving van de inrichting toont aan dat niet aan de normstelling voor geurbelasting wordt voldaan. Door het treffen van geurreducerende maatregelen kan worden voldaan aan artikel 4, lid 2 van de Wgv en is sprake van een vergunbare situatie. De achtergrondbelasting voor geur neemt eveneens af, zodat geen verslechtering van het woon- en leefklimaat optreedt. De fijn stofemissie vanuit de dierenverblijven binnen de inrichting neemt af. Uit bij de notitie gevoegde berekeningen blijkt dat aan de normstelling van hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wet luchtkwaliteit) wordt voldaan. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit inrichting wordt een fijn stofrapportage gevoegd om aan te tonen dat de inrichting aan de normstelling wordt voldaan. Endotoxinen zijn celwandresten die met stofdeeltjes (zowel het fijn stof als het wat grovere stof) in de lucht worden verspreid.

De fijn stofemissie van de stallen neemt af met ruim 257 kilogram in situatie 1 of 255 kilogram in situatie 2. Gezien de forse afname is het aannemelijk dat de belasting naar de omgeving niet toe neemt, de situatie verslechterd niet. De voorgenomen activiteit heeft invloed op de geluidbelasting naar de omgeving. Verwacht kan worden dat de inrichting voldoet aan de grenswaarden. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt de afweging gemaakt of voor de activiteit inrichting een rapportage van een akoestisch onderzoek

2/5

Kempen gemeenten

toegevoegd om aan te tonen dat de inrichting aan de in de vergunning op te nemen geluidsnormen kan voldoen. Door toepassing van gecombineerde luchtwassystemen worden emissies van zoönosen of endotoxinen voorkomen of sterk beperkt. Daarnaast wordt ruimschoots aan de normstelling voor geur en fijn stof voldaan, waardoor onaanvaardbare gezondheidsrisico’s niet zijn te verwachten. De inrichting veroorzaakt naast de ammoniak-, geur-, geluid- en fijn stofbelasting geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (energie, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, etc.). In de invloedssfeer van de inrichting op andere gebiedstyperingen zijn geen verdere bijzondere omstandigheden aanwezig, die nadelige gevolgen hebben in het kader van milieu of ruimtelijke ordening. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting worden diverse gegevens en rapportages gevoegd om aan te tonen dat aan de grenswaarden van de geldende wet- en regelgeving op het gebied van ammoniak, geur, lucht en geluid wordt voldaan. Wanneer uit de beoordeling van die gegevens volgt dat niet wordt voldaan aan de betreffende normstelling (grenswaarden) moet de gevraagde vergunning voor de voorgenomen activiteit worden geweigerd. Voor nadere toelichting verwijzen wij u naar de mededeling voor een vormvrije m.e.r. beoordeling van d.d.

17 juli 2020 met diverse bijlagen. Conclusie De toetsing van de voorgenomen activiteit aan de drie criteria voor de beoordelingsprocedure heeft ons tot de conclusie gebracht dat het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is. De geplande ontwikkeling leidt, ten opzichte van de al vergunde situatie, niet tot een verdere beïnvloeding van de natuurwaarden of het abiotisch milieu in de directe omgeving van de inrichting. Het plan leidt niet tot een bijzondere omstandigheid die bepalend is om tot het laten opstellen van een milieueffectrapport te besluiten. De omstandigheden waaronder de voorgenomen activiteit wordt ondernomen leiden niet tot zodanige nadelige gevolgen voor het milieu dat het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk is. In de mededeling is de volgende maatregel beschreven om aanzienlijke negatieve milieueffecten te vermijden of te voorkomen: een gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12.V4 bij stal A en B voor het houden van: 5.368 vleesvarkens of, 1.736 gespeende biggen in combinatie met 4.472 vleesvarkens. Deze maatregelen worden onderdeel van de nog in te dienen aanvraag voor een omgevingsvergunning. In het besluit op die aanvraag wordt vastgelegd dat deze maatregelen moeten worden aangebracht en doelmatig in gebruik moeten zijn bij de realisatie van de voorgenomen activiteit.

3/5

Kempengemeenten is een samenwerking van de gemeenten: Bergeijk, Bladel, Eerse), Oirschot en Reusel-De Mierden.

VTH de Kempen

Besluit Gelet op artikel 7.2, eerste lid onder b, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, tweede lid en vijfde lid onder b, van het Besluit milieueffectrapportage, en artikel 7.17, eerste en derde lid, van de Wet milieubeheer, dat voor de voorgenomen oprichting van een nieuwe stal voor het houden van 896 dierplaatsen voor vleesvarkens of 1.736 dierplaatsen voor gespeende biggen binnen de inrichting aan de Laarakkerdijk 2-2A in Reusel geen milieueffectrapport moet worden opgesteld. De inhoudelijke beoordeling van achterliggende rapportages, berekeningen, etc. vindt plaats bij de beoordeling van de voor dit project vereiste omgevingsvergunning. De inhoudelijke beoordeling van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Zij heeft op 13 augustus 2020 positief geadviseerd over deze aanvraag. Dit advies van de omgevingsdienst maakt onderdeel uit van dit besluit en wethouders van Reusel-De Mierden,

Kempengemeenten, VTH, Team Vergunningen

Procedure Tegen dit besluit is geen bezwaar en beroep mogelijk. Dit besluit wordt opgenomen in het (ontwerp) besluit voor de omgevingsvergunning die voor dit project noodzakelijk is. Tegen dat besluit staan rechtsmiddelen open.

4/5

VTH de Kempen

Kempen gemeen ten

Bijlage 1

Documenten De volgende documenten maken onderdeel uit van dit besluit: Omschrijving

Datum ontvangst

Ons kenmerk

Mededeling voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling d.d. 17 juli 2020 met diverse bijlagen

17-07-2020

20.13828

Advies ODZOB vormvrije mer-beoordeling - Laarakkerdijk 2-2a

13-08-2020

20.S006828

5/5

Kempengemeenten is een samenwerking van de gemeenten: Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden.

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT AAN

: Gemeente Reusel - de Mierden

VAN

: Agra-Matic

DATUM

: 17 juli 2020

LOCATIE

: Laarakkerdijk 2 - 2a te Reusel

BETREFT

: VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE

AGRA-MATIC

KENMERKEN VAN HET PROJECT I.J.A.S. Huijbregts heeft een gemengd bedrijf aan de Laarakkerdijk 2 - 2a te Reusel. Voor het bedrijf is een omgevingsvergunning verleend d.d. 24 november 2010 voor het houden van 6.577 vleeskuikenouderdieren en 4.472 vleesvarkens. In de beoogde situatie wil initiatiefnemer de pluimveetak beëindigen, de huidige pluimveestal slopen en daarvoor in de plaats een gespeende biggen stal met werktuigenloods terug bouwen. De biggen zijn afkomstig van een andere bedrijfslocatie van de ondernemer. Voor dit voornemen van wijziging van het bedrijf heeft initiatiefnemer op 5 augustus 2019 een MER-beoordeling aangevraagd middels een vormvrije merbeoordelingsnotitie. Op 25 februari heeft VTH de Kempen een Besluit milieueffectrapportage verstrekt met als conclusie dat gelet op de toetsing van de voorgenomen activiteit aan de drie criteria voor de beoordelingsprocedure, het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is voor voorgenomen activiteit (zie bijlage 1). Ondernemer heeft echter op meerder locaties bedrijven waar zeugen worden gehouden. De ondernemer wilt meedoen met de saneringsregeling voor varkens, voor één van zijn zeugenhouderijen. De aanwas van gespeende biggen wordt hierdoor kleiner, waardoor de ondernemer de mogelijkheid wil hebben om de nieuwe stal voor de gespeende biggen ook te kunnen benutten voor het houden van vleesvarkens.

Om deze reden worden er voor onderhavige locatie twee verschillende bedrijfssituaties aangevraagd. Hiermee kan de ondernemer de continuïteit van zijn bedrijven beter managen. In deze notitie zal, naast de situatie waarin er in de nieuwe stal biggen worden gehouden (situatie 1), ook de situatie worden beschreven dat er in de nieuwe stal vleesvarkens kunnen worden gehouden (situatie 2). Ten opzichte van de vorig jaar ingediende vormvrije MER-beoordelingsnotitie, wordt in onderhavig plan een wijziging van de luchtwassers aangevraagd. Namelijk is nu het plan dat stal B wordt voorzien van één grote luchtwasser voor beide stallen. Het plan blijft wel dat een combiluchtwasser op stal B geplaatst wordt. Met onderhavig plan is geen sprake van uitbreiding van het oppervlak aan intensieve bedrijfsbebouwing, er is geen sprake van staldering. Na uitvoering van onderhavig plan kunnen binnen de inrichting of 1.736 gespeende biggen en 4.472 vleesvarkens (situatie 1) of 5.368 vleesvarkens (situatie 2) worden gehouden. Met uitvoering van onderhavig plan dalen de emissies ten opzichte van de milieuvergunning van 2010. Uitvoering van onderhavig plan heeft daarmee een positief effect op de omliggende natuur en voor de volksgezondheid. Ten behoeve van de Omgevingsvergunning voor de beoogde bedrijfssituaties is onderhavige m.e.r.beoordelingsnotitie opgesteld voor de wijzigingen op het bedrijf.

Het bevoegd gezag beoordeeld of deze notitie voldoende informatie bevat voor het onderdeel milieu om een gedegen beoordeling te kunnen maken. Onderhavig plan is schematisch in figuur 1 inzichtelijk gemaakt.

Pagina 1 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT

kadastrale gemeente:

Reusel

sectie:

G

411,412

schaal:

1

ĽĴ B EEI

nr: 2000

perceel gebouw bestaand gebouw nieuw bedrijfswoning

n «

i

ii

İT.1 a n

omliggende bebouwing te slopen gebouwen grens van de inrichting erfverharding sleufsilo of kuilplaat bestaand

Figuur 1: situatieschets beoogde situatie

VOORGENOMEN VERANDERING De voorgenomen veranderingen op stalniveau kunnen als volgt worden omschreven: ^ Stal A wordt gesloopt en wordt verbreed en verlengd teruggebouwd. Het verlengde gedeelte is bedoeld als werktuigenberging, waardoor geen sprake is van een toename van dierverblijf. In de beoogde situatie worden er in deze stal gespeende biggen of vleesvarkens gehuisvest in plaats van vleeskuikenouderdieren. ^ Stal B wordt voorzien van een biologische luchtwasser voor beide stallen. Op dit moment is stal B voorzien van een combi chemische luchtwasser. Initiatiefnemer wil in de toekomst geen gebruik meer maken van een luchtwasser waarvoor zuur nodig is, maar wil gebruik gaan maken van biologische luchtwassers. De bestaande stal (stal B) en de nieuwe stal (stal A) worden van één grote biologische luchtwasser voorzien. Met de gekozen stalsystemen/bedrijfssituatie wordt aan de huidige Wet- en regelgeving voldaan. De andere beschikbare biologische luchtwassers beschikken niet over een groter reductievermogen. Een alternatieve bedrijfssituatie voor onderhavige situatie is daarom niet van meerwaarde, waardoor ook geen andere bedrijfssituaties zijn uitgewerkt. Met onderhavig plan wordt een afname van 6.577 vleeskuikenouderdieren en een toename van 1.736 gespeende biggen (situatie 1) of 896 vleesvarkens (situatie 2) gerealiseerd.

In onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, geldt volgens kolom D.14 een grens van een activiteit met een toename van 3.750 gespeende biggen of 2.000 vleesvarkens. Een MER-beoordelingsplicht is derhalve niet van toepassing. Onderhavig plan valt hiermee onder de vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie plicht. Ten behoeve van de Omgevingsvergunning voor de beoogde bedrijfssituatie is onderhavige vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld voor de wijzigingen op het bedrijf. Het bevoegd gezag beoordeeld of deze notitie voldoende informatie bevat voor het onderdeel milieu om een gedegen beoordeling te kunnen maken.

Pagina 2 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT CUMULATIE Voor zover bekend zijn er geen andere ontwikkelingsplannen in de directe omgeving. In de fijn stof berekening wordt de beoogde ontwikkeling samen met de emissie in de omgeving gecumuleerd en wordt toegelicht in het hoofdstuk “Kenmerken van het potentiële effect”. Voor de gecumuleerde geurbelasting in de omgeving is gekeken naar het aantal veehouderijen (met geuremissie) in een straal van 1 km om het bedrijf heen gelegen zijn. In een straal van 1 kilometer zijn 11 andere veehouderijen gelegen. Het leefklimaat o.b.v. van geur van de omgeving zal naar verwachting met onderhavig plan gelijk blijven of verbeteren, daar de berekende geurbelasting in de voorgrondbelasting behoorlijk daalt. ENERGIE Energieverbruikers op het bedrijf zijn ventilatoren, verlichting, regelingen en overige installaties (voer, drinkwater etc.). Het verwachte energieverbruik is ca. 146.784 kWh1 (situatie 1) en 144.936 kWh (situatie 2) per jaar en het verwachte gasverbruik is 36.512 m3 (situatie 1) en 37.576 m3 (situatie 2) per jaar2. Het energieverbruik wordt zoveel mogelijk beperkt door het toepassen van goede thermische isolatie en een energiezuinig frequentie gestuurde luchtwasser met klimaatcomputer. Tevens wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van daglicht met aanvullend energiezuinige lampen, zodat het energieverbruik beperkt blijft.

GROND- EN HULPSTOFFEN Ten behoeve van de bedrijfsvoering zullen o.a. de volgende hulpbronnen worden gebruikt: ^ Voeders (brijvoer): 32.024,2 ton (situatie1) en 2.013,0 ton (situatie 2) per jaar ^ Gas ^ Elektriciteit ^ Strooisel ^ Water: 4 8.891 m3 (situatie 1) en 8.589 m3 (situatie 2) per jaar De voeders worden opgeslagen in de voedersilo’s. De nutsvoorzieningen zijn reeds aanwezig en beschikken over een voldoende capaciteit voor de beoogde situatie. De hoeveelheden hulpbronnen die verbruikt worden, worden zoveel mogelijk beperkt. Enerzijds vanwege de effecten voor het milieu, anderzijds ter beperking van de productiekosten. De koudemiddel voor de kadaverkoeling wordt indien nodig bij een inspectie aangevuld of vervangen, hiervan is geen opslag aanwezig. AFVALSTOFFEN In figuur 2 is de productie van afvalstoffen op jaarbasis voor de nieuwe bedrijfssituatie weergegeven. Bedrijfssituatie 2 Afvalstof Bedrijfssituatie 1 250 kg

Huishoudelijk afval

250 kg

Kadavers

1.000 kg

1.200 kg

6.234 m3

6.442 m3

Mest Figuur 2: Productie afvalstoffen perjaar

De opslag en afvoer van deze afvalstoffen geschiedt volgens de hiervoor geldende wet- en regelgeving.

1 Op basis van de KWIN 2018-2019 2 Op basis van de KWIN 2018-2019 3 Op basis van de KWIN 2018-2019 4 Op basis van de KWIN 2018-2019

Pagina 3 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT BODEM Mogelijke bodemverontreinigingen bij dit initiatief zijn: bodemverontreiniging door mest en/of kadavers. Om deze verontreinigingen te voorkomen, worden diverse maatregelen genomen. De kadavers worden opgeslagen in kadavertonnen in de kadaverkoeling, waardoor bodemverontreiniging wordt voorkomen. De stallen zijn voorzien van vloeistofkerende vloeren, waardoor ook op deze manier geen vervuiling naar de bodem optreedt. Ook het erf wordt, na uitvoering van werkzaamheden schoongemaakt, zodat afstroming naar de bodem wordt voorkomen. Er is geen sprake van bouwwerken (verblijfsruimten) waarin nagenoeg voortdurend mensen verblijven, er is geen verkennend bodemonderzoek nodig. Indien er sprake is of zal zijn van grondafvoer/transport dan zal dat gemeld worden overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit. ONGEVALLENRISICO'S EN BRANDVEILIGHEID De meeste activiteiten bij deze veehouderij vinden binnen de gebouwen plaats. Deze activiteiten hebben bij een normale bedrijfsvoering geen extra risico op ongevallen tot gevolg. Op het bedrijf worden brandwerende maatregelen getroffen middels het toepassen van brandvertragende voorzieningen en het plaatsen van draagbare brandblussers. Om het risico op ongevallen op het bedrijf te verkleinen, wordt gewerkt met opgeleid personeel in het geval dat externe medewerkers worden ingezet.

Bij het gebruik van werktuigen en machines worden de voorschriften van de fabrikant nageleefd. Een risico voor het bedrijf betreft het uitvallen van stroom. Door het wegvallen van de netspanning zullen onder ander de ventilatoren stilvallen. Het gevolg hiervan is dat er onvoldoende luchtverversing in de stallen is, waardoor de dieren kunnen stikken. Om dit risico weg te nemen is er op het bedrijf een noodstroomaggregaat aanwezig, zodat er te allen tijde spanning beschikbaar is. Op het bedrijf worden brandveiligheidsmaatregelen genomen, zoals een alarmsysteem bij uitval van stroom of van essentiële apparatuur, de aanwezigheid van een brandmeldsysteem, het minimaal één keer in de vijf jaar controleren van de elektrische installatie door een externe deskundige en de aanwezigheid van een object-informatiekaart voor brandweer en hulpdiensten.

Pagina 4 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT DE PLAATS VAN HET PROJECT LIGGING TEN OPZICHTE VAN DE (BESCHERMDE)GEBIEDEN

^

Wav-gebied

^

NNN-gebied

^

Natura2000-gebied

Het dichtst bij gelegen Wav-gebied ligt op een afstand van ca. 2000 meter. De locatie ligt hiermee op meer dan 250 meter van het gebied, waardoor wordt voldaan aan de eisen van Wet ammoniak en veehouderij. Het dichtst bij gelegen NNN-gebied ligt op een afstand van ca. 292 meter. De locatie ligt niet in een aangewezen te beschermen gebied, waardoor wordt voldaan aan de eisen van de huidige regelgeving hiervoor. Het dichtst bij gelegen Natura2000-gebied ligt op een afstand van ca. 5 kilometer, en betreft een uitloper van het gebied Kempenland-West. Voor de vergunde situatie is in 2016 een vergunning Wet natuurbescherming afgegeven.

SITUERING Het bedrijf is gelegen aan Laarakkerdijk 2a, op een afstand van circa 1,8 kilometer ten zuiden van de kern van Reusel. Op circa 580 meter afstand ligt de grens van België. Ten noordoosten van het bedrijf ligt op een afstand van circa 5 kilometer de kern van Bladel. ECOLOGIE Met onderhavig plan is er sprake van nieuwbouw en van het slopen van bestaande bebouwing. Derhalve wordt een natuurtoets uitgevoerd, die wordt bijgevoegd in de aanvraag om een Omgevingsvergunning. Met de Omgevingsvergunning aanvraag wordt een Verklaring van geen bedenkingen Natuur bij de provincie Noord-Brabant gevraagd, waarmee voldaan wordt aan de Wet natuurbescherming. WATER Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Binnen de inrichting wordt gesloopt en vindt herbouw plaats. Echter is geen sprake van een toename van bedrijfsbebouwing, waardoor een hydrologische toets niet van toepassing is op onderhavig plan. Vermeden wordt dat hemelwater in contact komt met materialen die milieubelastende stoffen uitlogen. Deze materialen kunnen hierdoor niet de bodem en het water vervuilen. Uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater wordt zo voorkomen.

INTERIM OMGEVINGSVERORDENING NOORD-BRABANT Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de ‘Interim omgevingsverordening NoordBrabant’ vastgesteld. Enkele regels zijn gewijzigd op 14 februari 2020. In de interim omgevingsverordening (vanaf nu: verordening) zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Onderhavige locatie is in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant gelegen in het Gemengd landelijk gebied. Voor onderhavig initiatief is geen sprake van een ruimtelijk traject, namelijk alle beoogde veranderingen passen binnen het huidige bestemmingsplan. Onderhavig initiatief wordt getoetst aan de rechtstreeks werkende regels voor de locatie aan de Laarakkerdijk 2-2a. De relevante rechtstreeks werkende regels voor onderhavig initiatief worden artikelsgewijs behandeld.

Pagina 5 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT Artikel 2.69 Eisen huisvesting nieuwe veehouderij Lid 1. In aanvulling op artikel 1.11 Wet natuurbescherming, geldt bij het realiseren van een nieuwe stal dat deze voldoet aan de technische staleisen zoals opgenomen in Bijlage 2 op het moment dat de voor het realiseren van die nieuwe stal vereiste: a. b. c.

d.

aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming is ingediend; melding ingevolge artikel 2.7, eerste lid Regeling natuurbescherming is gedaan; aanvraag om een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vastgestelde algemene maatregel van bestuur is ingediend, waarvoor op grond van artikel 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een verklaring van geen bedenkingen is vereist; of, als onderdelen a tot en met c niet van toepassing zijn: 1. 2.

een aanvraag om een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend; een melding ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan.

Onderhavig initiatief voldoet aan de gestelde technische staleisen. Voor onderhavig initiatiefzal of een Wnb-aanvraag worden ingediend of zal bij de WABO-vergunning verzocht worden om een VVGB. Het initiatief voldoet hiermee aan artikel 2.69 lid 1. Artikel 2.74 stalderen Lid 1. Tot het tijdstip dat een bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 3.52 Aanvullende regels stalderen geldt, gelet op artikel 4.1, derde lid, Wet ruimtelijke ordening, voor een hokdierhouderij gevestigd binnen een Stalderingsgebied, dat een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren binnen een bouwperceel door de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenverblijf voor hokdieren is verboden. Onderhavig plan voorziet niet in een toename aan oppervlakte van “voorzieningen behorende bij een dierenverblijf (voor hokdieren)5” plaats (zie onderstaande tabel). Er is derhalve geen sprake van staldering/sanering. Gebouw

Functie

Oppervlak vergund (m2)

Oppervlak beoogd (m2)

A

dierverblijf

967,46

932,4

A

luchtwasser

0

24,99

A

opslag Z loods

0

399,6

B

dierverblijf

4925,36

4925,36

B

luchtwasser

101,85

101,85

TOTAAL bebouwd oppervlak

5994,67

6384,2

TOTAAL staloppervlak

5994,67

5984,6

VERSCHIL staloppervlak

-10,07

5 Volgens de definitie van de Verordening ruimte behoren luchtwassers tot; voorzieningen behorende bij een dierverblijf.

Pagina 6 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

* * -- V V

' ' \17

VORMVRIJE M.E.R.-BEOCDR DELINGSNOTI KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

Üla

MILIEUEFFECT BEOOGDE SITUATIE In de toekomstige situatie kunnen 1.736 gespeende biggen en 4.472 vleesvarkens (situatiel) of 5.368 vleesvarkens (situatie 2) worden gehuisvest. Beide stallen worden voorzien van één grote luchtwasser achter stal B, namelijk de BWL 2009.12.V6 luchtwasser, zie de bijlage voor de leaflet. Dit heeft effect op de milieubelasting naar de omgeving. Met onderhavig rapport wordt het effect naar de omgeving inzichtelijk gemaakt. In de bijlagen is de diertabel opgenomen, waarin staat vermeld hoeveel dieren per stal en met welk huisvestigingsysteem wordt aangevraagd. AMMONIAKEMISSIE ^

^

Situatie 1 De emissie van ammoniak vanuit de inrichting wordt berekend door het aantal dierplaatsen te vermenigvuldigen met de emissie per dierplaats. De emissiefactoren voor ammoniak zijn gebaseerd op de actuele Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). In beoogde situatie 1 worden 1.736 gespeende biggen en 4.472 vleesvarkens gehouden met een totale ammoniakemissie volgens de Rav van 2.186 kg NH3 per jaar. Situatie 2 Met de beoogde situatie 2 worden 5.368 vleesvarkens gehouden met een totale ammoniakemissie volgens de Rav van 2.415,6 kg NH3 per jaar.

Voor het bedrijf is in 2016 een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming verleend. De emissie van de beoogde situatie neemt fors af in vergelijking met de vergunde situatie voor de Wet natuurbescherming. Met de aanvraag om een Omgevingsvergunning wordt ook een Verklaring van geen bedenkingen voor het onderdeel natuur aangevraagd, zodat aan de Wet natuurbescherming wordt voldaan. De hierbij ten grondslag liggende stikstof berekeningen zijn als bijlage opgenomen evenals de berekening van de vervoersbewegingen e.d. Om een risicoschatting te maken van directe ammoniakschade aan gevoelige gewassen in de directe omgeving kijken we naar de totale emissie van het bedrijf en de afstand waarbinnen mogelijke schade aan kasteelt, fruitteelt en boomkwekerijen kan optreden. De afstand wordt gemeten vanaf het zwaartepunt (middelpunt) van het bedrijf. Voor de ammoniakemissie door het bedrijf van maximaal 2.415,6 kg NH3 per jaar is vanaf een afstand van ongeveer 65 meter6 het risico op gewasschade verwaarloosbaar. Doordat er binnen deze afstand geen teelten van dergelijke gewassen plaatsvinden, zal er geen schade aan voor ammoniakgevoelige gewassen van derden optreden. Op 25 juni 2015 is het Besluit emissiearme huisvesting (Beh) gepubliceerd. Per 1 augustus 2015 is betreffend Besluit in werking getreden.

In het Besluit worden strenge eisen gesteld aan de ammoniakreductie voor diercategorieën in nieuwe/op te richten stalruimten. Met onderhavig plan worden beide varkensstallen voorzien van een luchtwasser. Hiermee voldoet het initiatief van de betreffende locatie aan de gestelde normen. Daar geen sprake meer is van pluimveehouderij, is voor onderhavig plan geen fijn stof emissie vereist. GEUREMISSIE Het meest dichtbijgelegen voor geur gevoelige opbject ligt op een afstand van circa 120 meter vanaf het dichtstbijzijnde punt van het emissiepunt tot aan de woning aan de Voorste heikant 12. Dichterbij zijn bedrijfswoningen gelegen behorende bij veehouderijen, waardoor deze niet als geurgevoelige objecten worden aangemerkt. De wettelijk voorgeschreven minimale afstand tussen het meest nabij gelegen bedrijf en de dierenverblijven van onderhavige inrichting is 25 meter. De stallen zijn verder van nabij gelegen bedrijfswoning gelegen, waardoor aan de gestelde afstandseis in de Wet geurhinder en veehouderij wordt voldaan. Voor opfokhennen en voor vleeskuikens is een geuremissie per dier vastgesteld, waarmee een geurverspreidingsberekening kan worden opgesteld. 6 Invloed van ammoniak op boomkwekerijgewassen en fruitbomen, Plant Research International B.V., Wageningen januari 2001, C.J. van Dijk, J. Franzaring & A.J. van Alfen

Pagina 7 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een voor geur gevoelig object (bijvoorbeeld een woning). In de Wet zijn concentratie gebieden en niet-concentratie gebieden aangewezen, waarbij een hogere geurnorm is toegekend voor de concentratiegebieden. Onderhavige locatie is gelegen in het buitengebied van een concentratiegebied. Voor gemeenten is het, door middel van het vaststellen van een geurverordening, mogelijk om af te wijken van wettelijke normen uit de Wgv. De gemeente Reusel heeft een eigen geurverordening vastgesteld: voor de bebouwde kom een grens van 0,1 OU/s en voor buiten de bebouwde kom een grens van 5 OU/s toepassing zijn. In de beoogde situatie 1 is de geuremissie 64.259,2 ou/sec, voor situatie 2 is dit 68.173,6 ou/sec. De emissiefactor voor geur is gebaseerd op de actuele Regeling geur en veehouderij (Rgv). Met onderhavige locatie wordt niet voldaan aan de gestelde norm voor de berekende belasting op geurgevoelige objecten. Voor dergelijke situaties is artikel 3 lid 4 Wgv van toepassing.

Deze regeling biedt de mogelijkheid om uit te breiden in het aantal landbouwhuisdieren wanneer geurbelastingreducerende maatregelen getroffen worden en de overbelaste situatie afneemt. De regeling werkt als volgt: de ondernemer bepaald aan de hand van het aantal vergunde dieren de effecten van de geurbelastingreducerende maatregelen. Maximaal de helft van dit effect mag de ondernemer gebruiken voor uitbreiding van het aantal landbouwhuisdieren, de andere helft komt ten goede aan het geurgevoelig object (vermindering geurbelasting). Door toepassing van deze regelgeving, wordt wel aan de berekende grenswaarden voldaan. De berekening van de nieuwe geurnorm is als bijlage opgenomen, evenals de daarbij behorende geurberekeningen. Met behulp van het rekenprogramma V-stacks Vergunning kan een geurberekening worden gemaakt om de geuremissie vanuit de inrichting op de omgeving te toetsen. In figuur 3-1 en 3-2 zijn voor beide bedrijfssituaties de resultaten van de geurberekening inzichtelijk gemaakt. De volledige berekeningen zijn als bijlage Concluderend kan worden gesteld dat ter plaatse van alle woningen in de omgeving aan de berekende grenswaarden wordt voldaan voor het aspect geur.

Gevoelige objecten

Geurnorm Geurbelasting Geurnorm VERGUND (wettelijk) (berekend)

Geurbelasting AANVRAAG

0,9

0,7

0,5

Laarakkerdijk 5

0,1 5

5,0

5,0

1,3

Voorste heikant 6a

5

2,7

5,0

Voorste heikant 7b

5

4,9

5,0

1,5 2,6

Voorste heikant 8

5

2,9

5,0

1,5

Voorste heikant 8a

5

3,0

5,0

Voorste heikant 9

5

5,0

1,6 2,6

Voorste heikant 10

5

5,1 3,5

Voorste heikant 12

5

3,6

5,0

1,9 2,0

Lensheuvel 91

0,1 5

1,0

0,8

0,6

3,5

5,0

2,0

Beemden 31

Pikoreistraat 10

5,0

Figuur 3-1: Situatie 1 resultaten berekende geurbelasting V-stacks Vergunning

Pagina 8 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT

Gevoelige objecten

Geurnorm Geurbelasting Geurnorm VERGUND (wettelijk) (berekend)

Geurbelasting AANVRAAG

0,9

0,7

0,5

Laarakkerdijk 5

0,1 5

5,0

5,0

1,4

Voorste heikant 6a

5

2,7

5,0

Voorste heikant 7b Voorste heikant 8

5 5

4,9 2,9

5,0 5,0

1,5 2,6

Voorste heikant 8a

5

3,0

5,0

Voorste heikant 9

5

5,0

Voorste heikant 10

5

5,1 3,5

1,7 2,6

5,0

2,0

Voorste heikant 12

5

3,6

5,0

2,0

1,0 3,5

0,8

0,6

5,0

2,1

Beemden 31

Lensheuvel 91 Pikoreistraat 10

0,1 5

1,6

Figuur 3-2: Situatie 2 resultaten berekende geurbelasting V-Stacks vergunning

Binnen de inrichting worden de volgende maatregelen getroffen om de emissie van geur uit de brijvoerkeuken en de opslag van bijproducten, brijvoer en co-producten te voorkomen of verminderen: ^ Er wordt schoon gewerkt en gemorste bijproducten worden zo snel mogelijk (van het erf) verwijderd; ^ Alle voerbunkers zijn inpandig geplaatst en de deuren worden zoveel mogelijk gesloten gehouden; ^ De gehele brijvoerkeuken is inpandig geplaatst en de deuren worden zoveel mogelijk gesloten gehouden; FIJN STOF EMISSIE Op 15 november 2007 is de regelgeving voor luchtkwaliteit in werking getreden. In de Wet milieubeheer is tevens een hoofdstuk opgenomen over luchtkwaliteit. De Europese richtlijn voor luchtkwaliteit is op 11 juni 2008 van kracht geworden. Fijn stof wordt ook wel aangeduid als PM10, dit zijn deeltjes met een doorsnede van maximaal 10 micrometer. Er worden ook wel deeltjes gemeten met een diameter van maximaal 2,5 micrometer. Deze deeltjes PM2,5 zijn fijner en schadelijker dan PM10. Per 1 januari 2015 is een grenswaarde voor PM2,5 van 25 microgram per m3 lucht opgenomen in de Nederlandse Wet milieubeheer. Met onderhavig plan is sprake een afname van ruim 6007o van de totale fijn stof emissie vanuit de inrichting gerealiseerd. Voor dit initiatief zijn voor beide situaties luchtkwaliteit berekeningen uitgevoerd.

Hierin is de fijn stofverspreiding van grotere deeltjes (PM10) en kleinere deeltjes (PM2,5) voor beide situaties van het voorgenomen plan in kaart gebracht middels het rekenprogramma ISL3a. Uit het onderzoek blijkt dat met onderhavig plan in 2020 aan de grenswaarde van 40 pg per m3 (jaargemiddelde) zal voldoen en bedraagt de concentratie maximaal 19,22pgZm3 voor situatie 1 en 2 en is het aantal overschrijdingsdagen van 7,0 voor situatie 1 en 2 lager dan maximaal 35 dagen die zijn toegestaan. De berekende PM2,5 belasting bedraagt 13,04 pgZm3 voor situatie 1 en 2 waardoor ook ruimschoots aan de normen voor PM2,5 wordt voldaan. Dat betekent dat de voorgenomen activiteit aan de grenswaarde van luchtkwaliteit voldoet. Met ingang van 1 januari 2019 is de gewijzigde Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 in werking getreden. Dit betekent dat wanneer de inrichting een emissie van 800 kg PM10 heeft of wanneer de achtergrondconcentratie van fijn stof 27 pg per m3 of hoger en de inrichting een emissie van 500 kg of meer heeft, er aanvullende regels gelden. Wanneer een van deze twee regels van toepassing is op de inrichting, moet een cumulatieve fijn stof berekening worden gemaakt. In de cumulatie berekening worden de relevante omliggende veehouderijen meegenomen.

Veehouderijen worden in deze relevant genoemd wanneer aan de voorwaarden van deze regeling wordt voldaan; dus als de inrichting een emissie van 800 kg PM10 heeft of wanneer de achtergrondconcentratie van fijn stof 27 pg per m3 of hoger en de inrichting een emissie van 500 kg of meer heeft. Onderhavige inrichting valt niet binnen de criteria, waardoor een extra cumulatie berekening niet vereist is. Pagina 9 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT BEST AVAILABLE TECHNIQUES (BAT) REFERENCE DOCUMENTS (BREF) Voor de varkenshouderij beschrijft het Europese referentiedocument (BREF Intensive Rearing of Poultry and Pigs) best beschikbare technieken ten aanzien van enkele aandachtspunten. Een samenvatting hiervan is opgenomen in figuur 4. Met betrekking tot voedingstechnieken, energie, water en de emissies naar de lucht worden de voorgeschreven technieken op het bedrijf toegepast. Aandachtspunt

Doel

Voorbeeld BBT

Voedingstechnieken

Beperking uitscheiding nutriënten

Fasevoedering

Emissies naar de lucht

Beperking ammoniakemissie

Luchtwassers

Water

Beperking waterverbruik

Gebruik hogedrukspuit

Energie

Beperking energieverbruik

Frequentieregeling ventilatie

Mestopslag

Beperken ammoniakemissie

Mestopslag in de mestput

Figuur 4: Overzicht aandachtspunten BREF met voorbeeld BBT

De mest wordt binnen de inrichting opgeslagen in de mestputten en van het bedrijf afgevoerd. Voor het reinigen van de stallen wordt gebruik gemaakt van een moderne hogedrukreiniger en inweekmiddelen. Door het toepassen van gladde materialen voor wanden en vloeren is het vuil gemakkelijk los te weken. Welke BBT kunnen worden toegepast, is vastgelegd in de Regeling aanwijzing BBT-documenten. In deze regeling worden diverse handboeken, diverse onderdelen van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS), diverse documenten ten aanzien van water en diverse oplegnotities genoemd. Voor de intensieve veehouderij worden in de oplegnotitie (gebaseerd op een Europees Referentiedocument (BREF) voor de intensieve veehouderij) enkele systemen genoemd als best beschikbare techniek. BREF op- en overslag Deze BREF richt zich op de emissies van de opslag van bulkgoederen en de daarbij behorende handelingen. De BREF richt zich met name op de emissie naar de lucht. Binnen de inrichting worden mengvoeders en bijproducten opgeslagen. Bij de opslag van de natte producten zijn er geen emissies naar de lucht. Deze kunnen er wel zijn bij de opslag van mengvoeders. Bij het vullen van de silo’s wordt de aanwezige lucht in de silo verdrukt door het mengvoer en naar de omgeving afgevoerd. In deze lucht zijn stofdeeltjes aanwezig. De lucht verlaat de silo middels een buis.

Er wordt aan BBT voldaan door een stofzak aan de pijp te bevestigen tijdens het vullen van de silo. Het stof wordt op deze wijze opgevangen in de zak en kan verder niet verspreiden. Binnen de inrichting wordt het gebruik van een stofzak toegepast om aan onderhavige BREF te voldoen. Op de milieutekening is de opslagacapaciteit van de producten opgenomen. BREF energie-efficiency Het document is opgesteld om aanbevelingen te doen over good/best practices wat betreft energie efficiëntie bij IPPC installaties. Om de Best Beschikbare Techniek vast te stellen moet rekening gehouden worden met het algemene doel om een hoge graad van bescherming van het milieu te bereiken inclusief energie efficiëntie. De focus voor energie efficiëntie ligt in eerste instantie bij producten en hun energieverbruik en daarna hoe deze producten het meest energiezuinig geproduceerd kunnen worden. De best practice is het implementeren van energiebesparende maatregelen in de volgende volgorde: ^ Implementeer proces gerelateerde maatregelen om het energieverbruik terug te dringen. ^ Beheer van elektriciteit, water, etc. ^ Hergebruik van energie (heat recovery). ^ Verbeteren van de efficiëntie bij opwekking. Binnen de inrichting wordt isolatie toegepast, worden spaarlampen gebruikt, worden luchtwassers met klimaatcomputer toegepast en HR cv-ketels gebruikt.

Pagina 10 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT BBT-CONCLUSIES In 2017 het document “BBT-conclusies” gepubliceerd. Hierin is omschreven wat voor IPPC-bedrijven aan maatregelen en monitoring wordt verwacht op de volgende bedrijfsprocessen en -activiteiten: ^ Beheer van voeding voor pluimvee en varkens ► Bereiding van voeder (malen, mengen en opslag) ^ Pluimvee- en varkenshouderij (huisvesting) ^ Verzameling en opslag van mest ^ Verwerking van mest ► Uitrijden van mest ^ Opslag van dode dieren Er wordt op onderhavige locatie meerfasenvoeding toegepast. Hierdoor wordt voldaan aan voedingsbeheer (BBT 3). Jaarlijks zal de uitgescheiden stikstof en fosfor worden gemonitord (BBT 24 & 25). Binnen de inrichting wordt het watergebruik geregistreerd, worden waterlekken opgespoord en gerepareerd en worden hogedrukreinigers gebruikt voor het reinigen van stallen en uitrusting (BBT 5). Daarnaast wordt er zo min mogelijk water gebruikt, worden de vervuilde zones van het erf zo klein mogelijk gehouden (BBT 6) en wordt het spoelwater uit de stallen opgeslagen in de mestput en afgevoerd (BBT 7). Binnen de inrichting wordt gas gebruikt voor de verwarming, er is hiervoor een hoog rendement cv-ketel aanwezig. Aangezien de omliggende woningen op redelijke van de bedrijfslocatie af liggen, is geen sprake van geluidoverlast (BBT 9 (&13)).

De lawaaierige activiteiten worden ’s nachts en tijdens het weekend vermeden, er wordt met ervaren personeel gewerkt en worden deuren zo veel mogelijk gesloten houden (BBT 10). Binnen de inrichting worden luchtwassers toegepast (BBT 11). De luchtuitstroom van de luchtwassers is verticaal gericht (BBT 13). Er is geen sprake van het overschrijden van gestelde geurnormen en ook geen sprake van te verwachten geurhinder (BBT 12). De mest wordt binnen de inrichting opgeslagen in de mestputten en van het bedrijf afgevoerd (BBT 14). De stallen worden na iedere ronde gereinigd en het spoelwater wordt opgeslagen in de mestput en met de mest afgevoerd naar derden. Er wordt geen mest of spoelwater uitgereden over het grasland binnen onderhavig bedrijf (BBT 20) om eventuele circuleren van ziektedruk te voorkomen. Geurbeheersplan Op grond van uit de BBT-conclusies punt 12, is het bij ‘geuroverbelaste’ locaties verplicht een geurbeheersplan op te stellen. Met onderhavig plan de geuremissie vanuit de inrichting met meer dan de helft verminderd. Uiteraard voldoet onderhavig plan aan de 50%-regeling, dus aan de Wet geurhinder en veehouderij, maar worden de geurgrenswaarden uit de gemeentelijke verordening overschreden. Hierdoor is BBT 12 van toepassing op onderhavig bedrijf.

Binnen de inrichting is een geurbeheersplan en klachtenprotocol aanwezig, deze worden uitgevoerd en nageleefd: Protocol " In het geurbeheersplan worden de klachten geregistreerd: Wie heeft een klacht, wat houdt de klacht in, op welk tijdstip werd geuroverbelasting ondervonden en wanneer is dit aan de ondernemer gemeld. " Binnen de inrichting worden met onderhavig plan beide stallen voorzien van een luchtwasser (geurreducerende maatregel) en de luchtwassers worden systematisch fysiek gecontroleerd. Daarbij kan de ondernemer digitaal 24 uur per dag de luchtwassers op werking controleren. " Wanneer werkzaamheden moeten worden uitgevoerd waarbij geuremissie kan worden gerealiseerd, worden de omwonenden tijdig geïnformeerd. Bij ongunstige weersomstandigheden (warm en windstil) worden tijdig deze activiteiten gestaakt. " Met werknemers wordt regelmatig overlegd over de gang van zaken binnen de stallen. Uiteraard worden hierbij veranderingen (van voer of reiniging) goed geëvalueerd.

Pagina 11 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT Monitoring geur Å Technieken voorkomen geuremissies Ondernemer controleert dagelijks het geurbeheersplan en of binnen de inrichting netjes gewerkt wordt, het erf schoon blijft en de geurreducerende maatregelen worden nageleefd. Daarnaast worden ook de volgende controles uitgevoerd: o Dagelijkse digitale controle van de luchtwassers o Wanneer nodig fysieke inspectie van de luchtwasser o Regelmatige fysieke controle van de luchtwassers door de leverancier RICHTLIJN INDUSTRIËLE EMISSIES (RIE) EN IPPC-BELEIDSLIJN De Richtlijn Industriële Emissies (RIE) verplicht de lidstaten van de EU om bedrijven te reguleren middels een integrale vergunning gebaseerd op de best beschikbare technieken (BBT). De Nederlandse overheid heeft deze richtlijn onder andere in de Wet milieubeheer en de Wet ammoniak en veehouderij geïmplementeerd. Daarnaast heeft zij een IPPC-beleidslijn (IPPC staat voor Integrated Pollution Prevention and Control; de IPPC-beleidslijn is per 1 januari 2013 opgenomen in de RIE) gepresenteerd die als handreiking kan dienen voor het uitvoeren van de omgevingstoets in het kader van de RIE met betrekking tot het aspect ammoniak. Met de Beleidslijn IPPC-omgevingstoets ammoniak en veehouderij kan het bevoegd gezag bepalen of er strengere eisen moeten worden opgenomen dan BBT.

Daarmee geeft de beleidslijn invulling aan de RIE, die voorschrijft dat emissiegrenswaarden moeten worden gebaseerd op de beste beschikbare technieken, waarbij ook rekening dient te worden gehouden met de technische kenmerken en de geografische ligging van de inrichting alsmede met de plaatselijke omstandigheden. Toetsing IPPC-Beleidslijn Toetsing aan deze beleidslijn gebeurt alleen bij een uitbreiding in dieren en waarbij de totale emissie van de inrichting boven het plafond van 5.000 kg NH3 uitkomt. Met onderhavige aanvraag wordt geen bedrijfssituatie aangevraagd met meer dan 5.000 kg NH3. Derhalve gelden er geen strengere emissie-eisen en wordt voldaan aan de IPPCbeleidslijn. GELUID Op het bedrijf zijn geluidsbronnen aanwezig en vinden er activiteiten plaats waarbij geluid geproduceerd wordt. De geluidbelasting veroorzaakt door het bedrijf wordt zoveel mogelijk beperkt. Zo wordt waar mogelijk inpandig gewerkt, wordt er met volle vrachten gewerkt om het aantal verkeersbewegingen te beperken. Door de voorgenomen uitbreiding, zal de hoeveelheid transport/vervoersbewegingen stijgen. De indirecte hinder die aan het bedrijf toe te schrijven is, zal daardoor iets stijgen. Naast de activiteiten, zijn er andere geluidbronnen binnen de inrichting aanwezig. Voorbeelden van deze activiteiten/handelingen zijn de voervijzels en het noodstroomaggregaat.

Deze apparaten worden goed onderhouden en tijdig vervangen. Al deze geluidbronnen staan inpandig opgesteld en zullen (hoofdzakelijk) inpandig worden toegepast. Deze geluidbronnen zullen daarom buiten de gebouwen bijna niet waarneembaar zijn. OMKEERBAARHEID EFFECTEN De meeste milieueffecten die kunnen optreden als gevolg van het realiseren van het initiatief kunnen worden tenietgedaan door het niet (meer) in gebruik hebben van de gebouwen, zoals ze bedoeld zijn. Indien de inrichting buiten werking wordt gesteld zullen de emissies wegvallen, het gebruik van grondstoffen zal stoppen en er zullen geen afvalstoffen en mest meer worden geproduceerd. De effecten zijn dus omkeerbaar. Het effect van de stikstofdepositie vanuit de nieuwe situatie op de beschermde natuur, kan niet meer worden teruggedraaid. Wel kan ze stoppen door het buiten gebruik stellen van de dierverblijven. Uit de aangevraagde situatie en uit het besluit voor het verlenen van de vergunning Wet natuurbescherming blijkt dat met de passende beoordeling volgens de Programmatische Aanpak Stikstof is zeker gesteld dat er geen significant negatieve effecten aan natuur zullen optreden. Pagina 12 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT Ook het effect van de realisatie van de bedrijfsgebouwen bijvoorbeeld op de bodem(structuur), kan na realisatie van de plannen, niet ongedaan worden gemaakt. De beschrijving in deze notitie geeft aan dat er geen schadelijk effecten zijn te verwachten met het oprichten van bedrijfsgebouwen, zodat omkeerbaarheid geen verschil zal maken. Wanneer onderhavig plan geen doorgang krijgt, zullen de huidig vergunde emissies geproduceerd blijven. Met onderhavige bedrijfsvoering wordt namelijk aan het Besluit emissiearme huisvesting voldaan en zijn geen verdere bedrijfsaanpassingen noodzakelijk. Met uitvoering van onderhavig plan dalen de emissies, waardoor uitvoering van het plan voor de omliggende natuur en voor de volksgezondheid een positief effect heeft. (VOLKS)GEZONDHEID Afgelopen jaren zijn er rapporten “Veehouderij en gezondheid omwonenden” (vanaf nu VGO) gepubliceerd door Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het onderzoek is uitgevoerd in een concentratiegebied van veehouderij: Oost-Brabant en Noord Limburg en is niet representatief aan de omgeving van de bedrijfslocatie. In dit rapport werden geen duidelijke consistente verbanden gevonden met bedrijven met bepaalde diersoorten (runderen, pluimvee, varkens). Dit wijst op een gemeenschappelijke factor die bij alle veehouderijen aanwezig is.

Daarbij is gebleken dat er geen onderscheid gevonden is of het een groter of een kleiner bedrijf betreft. Stallen stoten via hun ventilatielucht stofdeeltjes uit (fijn stof). Deze stofdeeltjes kunnen endotoxinen bevatten. Endotoxine is een restant van de celwand van bepaalde, zogenaamde Gram-negatieve bacteriën, en worden beschouwd als een algemene marker voor bacteriële blootstelling (Douwes et al., 2003). De endotoxinen binden zich aan stofdeeltjes of waterdruppels. De meeste studies tonen aan dat de endotoxinen vooral gelinkt zijn aan de grovere fijnstoffractie welke eerder neerdalen en daardoor vermoedelijk alleen in de stal en op korte afstand van stallen kan worden gemeten Om uitsluitsel te geven is nader noodzakelijk onderzoek nog gaande. De endotoxineniveaus zijn gemiddeld circa 500Zo hoger voor meetlocaties op korte afstand van veehouderijbedrijven dan op grote afstand van veehouderijbedrijven. Concentraties op woonadresniveau zijn circa een factor 10 lager dan de endotoxineconcentraties die op 100 meter van stallen van de veehouderijbedrijven gemeten zijn. De jaargemiddelde endotoxineconcentraties zijn relatief laag, maar zijn hoger wanneer de dichtstbijzijnde veehouderij meer nabij is of met meer veehouderijen in een straal van 1.000 meter rond de meetlocaties.

De dichtstbij gelegen burgerwoning ligt op een afstand van 455 meter en ligt hiermee sowieso buiten de standaard adviesafstand van 250 meter. Daarnaast is met behulp van de in Noord-Brabant beschikbare endotoxine tabel (Erbrink september 2016) een adviesafstand voor onderhavige locatie bepaald. Deze bedraagt voor de beoogde situatie 84 meter, daar waar het dichtstbij liggende burgerwoning op een afstand van ca. 455 meter van de grens van de inrichting is gelegen. Er zijn dichterbij gelegen bedrijfswoningen in de omgeving van de inrichting gelegen. Echter betreffen het allen bedrijfswoningen behorende bij een veehouderij, waardoor deze woningen door eigen emissie het meeste belast zullen worden. Een groter aantal veehouderijen in een gebied kan bijdragen voor de verhoging van de blootstelling. Ook de afstand tot het dichtstbijzijnde bedrijf, ongeacht het type bedrijf, was niet duidelijk geassocieerd met de longfunctie. Omdat de splines aangeven dat bij hogere bedrijfsdichtheden ^ 15-17 bedrijven in een straal van 1.000 meter) associaties worden gevonden, leveren klassieke lineaire regressie analyse of een inter-kwartiel analyse geen significante verbanden op. Er zijn 11 veehouderijen gelegen binnen een straal van 1 km om het bedrijf heen. Dit betekent volgens het VGO-rapport dat er geen nadelige effecten verwacht worden voor omwonenden.

In het derde VGO-rapport, uit oktober 2018, wordt geen negatieve relatie gerapporteerd tussen pluimveehouderijen en de gezondheid van omwonenden.

Pagina 13 van 14 Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELINGSNOTIT Met onderhavig plan is sprake van een afname van ruim 60/ van de totale fijn stof emissie vanuit de inrichting gerealiseerd en worden verschillende (management) maatregelen getroffen. Voor de blootstelling aan de verwachtte endotoxine emissie is nog verder wetenschappelijk onderzoek vereist en ontbreekt vooralsnog een wettelijk toetsingskader. Op basis van de op dit moment beschikbare wetenschappelijk bevestigde informatie kan worden geconcludeerd dat geen negatief effect te verwachten is op de volksgezondheid. Maatregelen Binnen de inrichting worden verschillende maatregelen getroffen ten behoeve van de volksgezondheid. Namelijk: ^

Beide stallen worden voorzien van een biologische luchtwasser waarvan de ventilatoren achter de luchtwasser worden geplaatst, waardoor sprake is van verticale ventilatie en een verhoogd emissiepunt. ► Door toepassen van luchtwassers daalt de totale emissie vanuit de inrichting: o Geuremissie daalt met ruim 17/ (situatie 1) en ruim 12/ (situatie 2) o Fijnstof emissie daalt met ruim 60/ (situatie 1) en ruim 60 /o (situatie 2) o Ammoniak emissie daalt met ruim 62/ (situatie 1) en ruim 58/ (situatie 2) ^ Er wordt netjes gewerkt en het erf wordt schoongehouden. ^ Per stal is bedrijfskleding e.d. aanwezig, waardoor ziektedruk binnen de inrichting zo laag mogelijk wordt gehouden.

EINDCONCLUSIE Gezien de kenmerken van de activiteit en de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze effecten optreden, is de impact van het plan, zowel in situatie 1 als in situatie 2, op de omgeving gering te noemen. Op grond van het ontbreken van belangrijke nadelige effecten voor het milieu, is de conclusie gerechtvaardigd dat een volledige m.e.r.-procedure, en daarmee het opstellen van een MER, geen vereiste is om tot een goede beoordeling van de aanvraag te kunnen komen. Hiermee is er voldoende informatie beschikbaar om een juiste afweging te maken bij het behandelen van de aanvraag Melding Activiteitenbesluit met OBM.

BIJLAGEN ^ Dierfabel ^ Invoergegevens ^ Dimensioneringsplannen ^ Geurberekeningen ^ Fijn stof berekeningen ^ Milieutekening ^ Invoergegevens stikstof berekening ^ Stikstofberekeningen _________________________________________ Pagina 14 van 14________________________________________ Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

AGRA-MATIC

BIJLAGE 1

Agra-Matic B.V. Rubensstraat 175 6717 VE Ede Postbus 396 6710 BJ Ede Telefoon 0318 - 675 400 Fax 0318 - 675 409

info@agra-matic.nl

www.agra-matic.nl

Diertabel Datum :

16-7-2020

Naam aanvrager

I.J.A. Huijbregts

Adres

Voorste Heikant 3

Tel.

: 0318-675400

Postcode en plaats

5541 NP Reusel

Fax

: 0318-675409

E-mail

: info@agra-matic.nl

AGRA-MATIC

Adres bedrijf

Laarakkerdijk 2a

Adviseur

: Kees Janssen

Postcode en plaats

Reusel

Specialist

: Lisette Roukens

Geuremissie

Fijn stofemissie PM2,5

Fijn stofemissie PM10

Toetsing Beh fijn stof PM10

Aantal

Kg NH3

kg NH3

Kolomindeling

Kg NH3

Kg NH3

Geuremissie-

Geuremissie

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

dieren

p.pl.p.j.

totaal

keuze A/B/C

Besl Hv

Besl Hv

factor/dier

totaal in OU/s

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

totaal in gr/s

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

6577

0,58

3814,66

A

0,435

2861,00

0,93

6116,61

3,3

21.704

0,00069

43

282.811

43

282.811

4472

0,45

2012,40

A

1,6

7155,20

16,1

71999,20

2,2

9.838

0,00031

31

138.632

153

684.216

0,00

0

0,00

0,0

0

0,00000

0

0

0

VERGUND Wabo 24 november 2010 Ā Wnb 13 april 2016

Ammoniakemissie Versie

RAV Diercategorie

Stal

code

Huisvestingssysteem

BWL/GL-nummer

Vleeskuikenouderdieren

1

E 4.100

overige huisvesting

traditioneel

Vleesvarkens

2

D 3.2.15.1

Combiwasser 85% NH3-, 30% geur- en 80% fijn stofred.

BWL 2006.14.

nummer

V2

0

Toetsing Beh ammoniak

0,00

0

5827,06

TOTAAL

10016,20

' Op basis van het Wur Rapport 496: Emissiefactoren methaan, lachgas en PM2,5 voor stalsystemen, inclusief toelichting AANVRAAG Omgevingsvergunning 2020

Bedrijfssituatie 1

Diercategorie Gespeende biggen Vleesvarkens

Stal

code

Huisvestingssysteem

1 nieuw

D 1.1.15.4b

„omb.ee.

2

D 3.2.15.4b

biol. combiwasser 85* NH3-, 45* geur- en 80* fijn stofred.

** ammoiaern ss.-c., « „,em ss.-c. en 80* 0, stoem ss.-c. me,.ateg.ro,, en bbogsc.e wasser

BWL/GL-nummer

967.027 voldoet aan Beh PM10

Geuremissie

Fijn stofemissie PM2,5

Fijn stofemissie PM10

Toetsing Beh fijn stof PM10

Aantal

Kg NH3

kg NH3

Kolomindeling

Kg NH3

Kg NH3

Geuremissie-

Geuremissie

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM2,5

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

Fijnstof PM10

nummer

dieren

p.pl.p.j.

totaal

keuze A/B/C

Besl Hv

Besl Hv

factor/dier

totaal in OU/s

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

totaal in gr/s

in gr/dier/jr

totaal in gr/jr

in gr/dier/jr

Toetsing Beh ammoniak

totaal in gr/jr

BWL 2009.12.

V6

1736

0,1

173,60

C

0,21

364,56

4,3

7464,80

0,6

1.042

0,00003

15

26.040

15

26.040

BWL 2009.12.

V6

4472

0,45

2012,40

A

1,6

7155,20

12,7

56794,40

2,2

9.838

0,00031

31

138.632

153

684.216

0,00

0

0,00

0,0

0

0,00000

0

0

0

0

0,00

0

2186,00

7519,76

* Op basis van het Wur Rapport 496: Emissiefactoren methaan, lachgas en PM2,5 voor stalsystemen, inclusief toelichting

Bedrijfssituatie 2 BWL/GL-nummer

64259,20

0,00035

0

164.672

voldoet aan Beh NH3

Ammoniakemissie

RAV Huisvestingssysteem

0

421.443

Versie nr

TOTAAL

AANVRAAG Omgevingsvergunning 2020

0,00100

voldoet aan Beh NH3

Ammoniakemissie

RAV

78115,81

710.256 voldoet aan Beh PM10

Geuremissie

Fijn stofemissie PM2,5

Fijn stofemissie PM10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=ba103fc0-4f25-4aec-b0e5-a03e9d0bc011