[23.21431] 231128 Bijlage 1 toelichting quickscan flora fauna ontwerpbestemmingsplan Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ’t Hof ong.
Tekst van het document
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel
1
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel
Status: Concept In opdracht van: Maatschap P. en J. van den Borne Burgemeester Willekenslaan 1 5541 NA Reusel Contactpersoon: Guido Bosmans Crijns rentmeesters BV
Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk: M. Lomans en Q. Sanders Rapportage: M. Lomans Projectnr: 1922 Datum: 10-10-2019
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
2
Inhoud 1. INLEIDING..............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding en doel......................................................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED.................................................................................................. 4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied............................................................................................ 4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling.................................................................................. 4 2.3 Foto- impressie plangebied........................................................................................................5 3. WERKWIJZE........................................................................................................................... 6 4. NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND................................................................................
7 4.1 Soortenbescherming..................................................................................................................7 4.2 Gebiedsbescherming................................................................................................................10 4.3 Bescherming van houtopstanden.............................................................................................11 5. SOORTENBESCHERMING..................................................................................................... 12 5.1 Flora......................................................................................................................................... 12 5.2 Vogels.......................................................................................................................................12 5.3 Landzoogdieren........................................................................................................................14 5.4 Vleermuizen..............................................................................................................................15 5.5 Ongewervelden........................................................................................................................16 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën.................................................................................................17 6.
GEBIEDSBESCHERMING....................................................................................................... 18 6.1 Natura 2000............................................................................................................................ 18 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur.............................................................19 6.3 Houtopstanden.........................................................................................................................19 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE..........................................................................................20 8. MITIGERENDE MAATREGELEN HUISMUS................................................................................ 22 9. AANBEVELINGEN................................................................................................................. 24 10. GERAADPLEEGDE BRONNEN............................................................................................. 25
Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, 'Andere soorten' Bijlage 4. Vrijgestelde soorten
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
3
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding en doel
Initiatiefnemers zijn voornemens om de locatie Burgemeester Willekenslaan 1 in Reusel te herontwikkelen. Daarvoor wordt het geldende bestemmingsplan herzien. Ten behoeve van de onderbouwing voor het nieuwe bestemmingsplan dient een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemers opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan. Middels deze quickscan worden aanwezige beschermde natuurwaarden in beeld gebracht en de mogelijke effecten op de beoogde herontwikkeling. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
4
2.
BESCHRIJVING PLANGEBIED
2.1
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied Burgemeester Willekenslaan 1 ligt op ca. 1,5 kilometer ten zuiden van de kern Reusel, gemeente Reusel - De Mierden in het agrarische buitengebied. De omgeving kenmerkt zich door grootschalige open landbouwpercelen met agrarische bedrijven, rechtlijnige wegenstructuur met bomenrijen en bosgebieden. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan grootschalige akkerbouwpercelen, ten oosten en ten westen bevinden zich agrarische bedrijven en aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Burgemeester Willekenslaan. De bebouwing in het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning met bijgebouwen, een oude langgevelboerderij met garage, twee dichte en één open rundveestal, een werktuigenloods en een opslagruimte. Ten westen van de bebouwing liggen een aantal sleufsilo's. De toegang tot de bedrijfswoning, de stallen en het erf zijn verhard met betonklinkers, betontegels en betonplaten. De bedrijfswoning is omgeven met een gazon, vaste plantenborders, sierheesters en boompjes. Enkele perceeltjes op het erf bestaan uit een bloemenweide. Er is opgaand groen aanwezig in de vorm van een volwassen wilde paardenkastanje en drie lindebomen aan de voorzijde van de langgevelboerderij.
Figuur 1. Globale begrenzing (geel) plangebied Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel. Bron: Google Earth.
2.2
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
De locatie is bestemd als agrarisch bedrijf en was in gebruik ten behoeve van een rundveehouderij met een akkerbouwtak. De rundveehouderij ter plaatse is beëindigd en de stallen staan leeg. Er is enkel nog sprake van akkerbouw. Beoogd wordt om de locatie te saneren, alle bedrijfsgebouwen zullen daarbij worden gesloopt, de bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere burgerwoning en
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
5
ter plaatse zullen een drietal Ruimte voor Ruimtewoningen worden ontwikkeld. De oude langgevelboerderij wordt in een later stadium gerenoveerd. De langgevelboerderij is wel meegenomen tijdens de quickscan. 2.3
Foto- impressie plangebied
Een kijkje op het erf en de te slopen stallen.
Te slopen rundveestal en de binnenzijde van de stal.
Te renoveren langgevelboerderij en ingang huismussennest aan de kopgevel.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
6
3.
WERKWIJZE
Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en gebiedsgerichte bescherming. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen, kennisdocumenten en 'expert judgement'. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. (Natura 2000-gebieden) en het Natuurnetwerk Nederland (EHS) in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant. Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 7 oktober in de voormiddag. Het weer was zwaarbewolkt met een zwakke oostenwind bij een temperatuur van 10^. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Aan de hand van de aanwezige biotopen kan worden bepaald of er mogelijk beschermde soorten voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv.
holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige biotopen zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
7
4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.
4.1
SOORTENBESCHERMING
Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: 'Andere soorten,' waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten 'Andere soorten' geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).
Op alle vogels is het beschermingsregime van Ş 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van Ş 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De 'andere' nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van Ş 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
8
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Ş 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Ş 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten Ş 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
9
Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als 'vast' kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen.
Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: ^ aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden ^ aanwezigheid van een wettelijk belang ^ de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.
Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
10
Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
4.2
GEBIEDSBESCHERMING
De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden ^
•
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.
De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2017. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of - landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
11
4.3
BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN
Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
12
5.
SOORTENBESCHERMING
De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1
FLORA
Voorkomen Het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning met bijgebouw, een gazon en siertuin, een oude langgevelboerderij, een aantal rundveestallen met rondom verhard erf in een omgeving met grootschalige intensieve landbouw. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, slechts algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem zoals Canadese fijnstraal, varkensgras, knopkruid en paardenbloem. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.
5.2
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde 'Jaarrond beschermde verblijfplaatsen' (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Op basis van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna komen binnen een straal van één kilometer van het plangebied enkele vogels voor met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen zoals gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil. De bebouwing in het plangebied is ongeschikt voor nestgelegenheid voor de gierzwaluw. Onder de golfplaten en damwandprofielen daken zijn grote temperatuurverschillen, direct onder dit soort daken broedt geen enkele vogel, en het pannendak van de oude langgevelboerderij is niet steil genoeg voor gierzwaluwen om in te vliegen. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen waargenomen op het erf.
De huismussen waren actief op het dak van de bedrijfswoning en vlogen heen en weer tussen de groenblijvende heesters nabij de bedrijfswoning en de lindebomen aan de voorzijde van de oude langgevelboerderij. Het erf en de tuin met groenblijvende struiken, de bedrijfswoning en de langgevelboerderij vormen functioneel leefgebied voor huismussen.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
13
Volgens de initiatiefnemer nestelen huismussen op diverse plekken onder de dakpannen van de bedrijfswoning. De langgevelboerderij is geïnspecteerd op de aanwezigheid van huismussennesten. Daarbij is één nestplek van huismus aangetroffen onder de pannen aan de kopgevel van de boerderij. De langgevelboerderij wordt op termijn gerenoveerd waarbij het dak wordt vervangen en de nesten vernietigd zullen worden. Er worden mitigerende maatregelen aanbevolen ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb. Er is gelet op de aanwijzingen die duiden op aanwezigheid van kerkuil of steenuil, zoals nesten braakballen, sporen van uitwerpselen tegen stalmuren, of ruiveren onder mogelijke roestplaatsen. Sporen van uilen zijn niet aangetroffen. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie o.a. boomvalk, roek, buizerd, wespendief voor. Het leefgebied van de boomvalk bevindt zich in allerlei bostypes in de omgeving van heiden en hoogveen daar waar veel libellen voorkomen, (voornaamste prooi). Roeken zijn koloniebroeders die broeden in hoge bomen en boomgroepjes. Buizerds hebben jaarrond beschermde nesten in bomen/bosgebied waar weinig verstoring is en de wespendief vindt zijn broedhabitat in hoge bomen in vochtige bosgebieden.
In het plangebied ontbreekt geschikt broedhabitat voor genoemde broedvogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek is uit deze categorie zwarte kraai en koolmees waargenomen en is de groene specht gehoord in de omgeving. Overige Vogelrichtlijnsoorten De bedrijfswoning met de tuin, de stallen en de boomsingel bieden nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek is een nest van houtduif aangetroffen in de open opslagschuur aan de noordoostzijde en zijn algemene vogelrichtlijnsoorten zoals gaai, merel, roodborst en vink gespot. Verder worden voornamelijk in de tuin nestmogelijkheden voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten verwacht zoals heggenmus en winterkoninkje.
Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Huismussen nestelen onder het dak van de bedrijfswoning. De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. In de (op termijn) te renoveren langgevelboerderij is een huismussennest aangetroffen onder de dakpannen achter de dakgoot aan de kopgevel. Met de renovatie van het dak verdwijnt het huismussennest en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Er zullen mitigerende maatregelen (verzachtende maatregelen) worden voorgesteld om het huismussenleefgebied in stand te houden en overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Voor vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen is geen broedhabitat in het plangebied aanwezig door het ontbreken van o.a. hoge bomen en geschikt jachtgebied in de directe omgeving. Alle opgaand groen in het plangebied blijft gehandhaafd. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
14
Overige Vogelrichtlijnsoorten Vooral de groene tuin en het erf aan de zuidzijde biedt broedgelegenheid voor een aantal overige algemene vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek werd een nest van houtduif aangetroffen en de gaai, houtduif en vink waargenomen uit deze categorie. Verder worden soorten als heggenmus, winterkoninkje en zanglijster en verwacht. Met betrekking tot de geplande werkzaamheden dient te worden voorkomen dat broedende vogels worden verstoord in het plangebied en directe omgeving. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, (broedseizoen is globaal van half maart - half juli), of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen.
5.3
LANDZOOGDIEREN
Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komt de eekhoorn en de steenmarter (Ş 3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. In het plangebied valt weinig te foerageren voor de eekhoorn door het ontbreken van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. De steenmarter heeft vaste verblijfplaatsen in gebouwen waar weinig menselijke activiteit plaatsvindt of in leegstaande schuren of stallen. Zijn aanwezigheid kenmerkt zich door prooiresten en/of een slaapplaats in donkere hoekjes, uitwerpselen of krabsporen. Tijdens het veldbezoek is uitgekeken naar dergelijke sporen van aanwezigheid. Er zijn geen sporen van de steenmarter aangetroffen. Kleine marterachtigen; wezel, hermelijn en bunzing zijn in de provincie Noord- Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd (Ş 3.3 Wnb). Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin.
Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. De omgeving van het plangebied bestaat uit open agrarisch landschap, rond de bebouwing is relatief veel bodem verhard. Verder ontbreken landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen landzoogdieren aangetroffen. Er worden wel enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied zoals egel, konijn en een aantal algemene muizensoorten welke behoren tot de categorie 'Vrijgestelde soorten'. Bij een ruimtelijke ontwikkeling betekent dit dat rust- of verblijfplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Maar de zorgplicht geldt natuurlijk altijd.
Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de 'Andere soorten', (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
15
Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.
5.4
VLEERMUIZEN
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (Ş 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: 'het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort'. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen Volgens het cursusdictaat 'Vleermuizen en planologie', (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis en watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Aaneengesloten lijnvormige (groen)structuren die mogelijk dienstdoen als vaste vliegroute voor vleermuizen zijn niet aanwezig in het plangebied. In het plangebied zijn foerageermogelijkheden aanwezig voor vleermuizen.
Vooral de bloemenweides en de lindebomen aan de zuidzijde van het erf zullen vele insecten en nachtvlinders aantrekken die voedsel vormen voor vleermuizen. Met de beoogde ontwikkeling blijven alle groenstructuren behouden. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen blijven daarmee gewaarborgd. Verblijfplaa tsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen hebben en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte holtes, stamspleten of rottingsgaten aangetroffen waarin vleermuizen mogelijk kunnen verblijven. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bedrijfswoning met bijgebouw bieden mogelijkheden voor vleermuizen om in te verblijven. Het woonhuis en bijgebouw blijven in de huidige staat gehandhaafd. De te renoveren langgevelboerderij is onderzocht op potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De spouwmuren bevatten geen open stootvoegen waar vleermuizen kunnen invliegen. De dakbedekking op het staldeel van de boerderij bestaat uit ijzeren damwandprofiel platen met daaronder isolatiepanelen. Dit type dakbedekking is ongeschikt voor vleermuizen om onder te verblijven door de grote temperatuurverschillen ter plekke.
Het woongedeelte is bijna geheel gestript aan de binnenzijde. Het is er tochtig en de hardboardplaten onder de dakpannen hangen plaatselijk los. De langgevelboerderij is ongeschikt bevonden als vleermuisverblijfplaatsen door de grote temperatuurverschillen binnen, de tochtige omstandigheden en het ontbreken van gebufferde plekken met een stabiel klimaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
16
Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vliegroutes zijn niet aanwezig in het plangebied door het ontbreken van aaneengesloten lijnvormige (groen)structuren. Het plangebied zelf biedt foerageermogelijkheden voor vleermuizen. Alle groen blijft gehandhaafd. Verblijfplaa tsen In het plangebied zijn geen geschikte holtebomen waarin zich vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden. Gezien de huidige staat, de constructie en de gebruikte materialen van de te slopen langgevelboerderij kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten. De bedrijfswoning biedt potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. Deze blijft gehandhaafd in de huidige vorm. Negatieve effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde.
5.5
ONGEWERVELDEN
Voorkomen Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen waargenomen. In deze tijd van het jaar vliegen onder gunstige weersomstandigheden nog diverse algemene vlindersoorten. Een aantal algemene vlindersoorten als dagpauwoog, gehakkelde aurelia en distelvlinder worden verwacht in het plangebied, ze zullen profiteren van de ingezaaide bloemenweides op het erf. Uit bronnenonderzoek blijkt dat geen waarnemingen van beschermde vlinders of libellen bekend zijn in de directe omgeving. Op enige afstand (1-5 kilometer) van het plangebied komt de gevlekte witsnuitlibel (Ş 3.1 Wnb) voor. De gevlekte witsnuitlibel vindt geschikt habitat nabij rijk begroeide wateren. De omgeving van het plangebied bestaat uit open agrarisch landschap waar voor beschermde vlinder- en libellensoorten geschikt leefgebied en voortplantingswater ontbreekt. Overige soorten ongewervelden Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vliegend hert, vermiljoenkever of gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.
Ook voor soorten als Europese rivierkreeft en platte schijfhoorn is in het plangebied geen geschikt habitat aanwezig en zijn ook geen waarnemingen bekend in de omgeving.
Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde dagvlinders en geen libellen waargenomen. In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
17
5.6
VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Voorkomen Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij voorbaat uitgesloten worden. Reptielen Uit gegevens van het NDFF blijkt dat in de directe omgeving waarnemingen bekend zijn van de levendbarende hagedis (Ş 3.3 Wnb) en de gladde slang (Ş 3.2 Wnb). De levendbarende hagedis en de gladde slang zijn afhankelijk bos- en heideterreinen en hoge delen van hoogveengebieden. Dergelijke biotopen ontbreken in het plangebied en directe omgeving. Amfibieën De Alpenwatersalamander (Ş 3.3 Wnb), heikikker en poelkikker (Ş 3.3 Wnb), komen voor op een afstand tot één kilometer kilometer van het plangebied. In het plangebied ontbreekt voortplantingswater. Ook geschikt landhabitat wordt niet verwacht doordat het plangebied grotendeels is verhard en te midden van open agrarisch landschap ligt. Conclusie Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van voortplantingswater en geschikt leefgebied. Het plangebied wordt mogelijk benut door gewone pad en bruine kikker als landhabitat. Gewone pad en bruine kikker behoren tot de 'Vrijgestelde soorten' waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling geldt. Echter de zorgplicht is altijd van kracht.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
18
6.
GEBIEDSBESCHERMING
6.1
Natura 2000
Op het kaartje met beschermde Natura 2000- gebieden op de website van Natura 2000 Network viewer is te zien dat de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op een afstand van resp. 3 kilometer ten zuidwesten en op ruim 3 kilometer ten zuiden van het plangebied op Belgisch grondgebied. Het betreffen Natura 2000- gebied 'Turnhoutse vennen' met heidevennen, natte moeraslandschappen en droge bossen en de 'Vallei van de Kleine Nete' met brongebieden, moerassen en heiden.
Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (geel). Bron: https://natura2000.eea.europa.eu Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Stikstofdepositie De sanering van de rundveehouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk op het nabijgelegen Natura 2000gebied. Naar verwachting zal de bestemmingswijziging per saldo van positieve invloed zijn op de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) De sloopwerkzaamheden zijn qua ordergrootte voor trillingen en geluid laag, en vergelijkbaar met huidig landbouwkundig gebruik. Gelet op de afstand tot het Natura 2000-gebied door overige effecten zijn op voorhand uit te sluiten.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
19
6.2
Natuurnetwerk Brabant | Ecologische Hoofdstructuur
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het plangebied ligt op ca. 300 meter ten noordwesten en op ca. 400 meter ten zuidoosten van gebieden die begrensd zijn als Natuurnetwerk Brabant. Het betreffen beide bosgebieden met natuurtype N16.03 'Droog bos met productie'.
Figuur 4. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant (lichtgroen). Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied geldt het 'Nee, tenzij' principe. In principe zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de 'wezenlijke kenmerken of waarden' aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan NNB-gebieden. De bestemmingswijziging van de bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning en de oprichting van de Ruimte voor Ruimte woning zal niet leiden tot aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van de omliggende NNBgebieden.
6.4
Houtopstanden
Het aspect Houtopstanden is niet van toepassing. Met de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
20
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)
BESCHERMDE SOORTEN Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen en gebouwen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Tijdens het onderzoek is een nestplaats van de huismus aangetroffen onder de dakpannen van de (op termijn) te renoveren langgevelboerderij. Vaste verblijfplaatsen van huismussen zijn beschermd op basis van de Vogelrichtlijn art. 3.1 van de Wet natuurbescherming. Art 3.1 lid 2 stelt dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Met de renovatie van de langgevelboerderij verdwijnen vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) en worden mogelijk verbodsbepalingen overtreden. Door vooraf voldoende maatregelen te treffen conform het Kennisdocument Huismus wordt overtreding van verbodsbepalingen uit het beschermingsregime Vogelrichtlijn Ş 3.1 Wnb voorkomen. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn. Door het ontbreken van geschikte holtebomen kunnen vleermuisverblijfplaatsen in bomen worden uitgesloten. De bedrijfswoning biedt potenties voor vleermuisverblijfplaatsen.
De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Door de huidige staat van de te renoveren langgevelboerderij, de gebruikte materialen en constructie, kunnen vleermuisverblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied vormt foerageergebied van goede kwaliteit voor vleermuizen en dat blijft ongewijzigd van kracht in het nieuwe plan. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen algemene vrijgestelde soorten aangetroffen. Er worden wel enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals konijn, gewone pad, bruine kikker, egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
21
BESCHERMDE GEBIEDEN Natura 2000- gebied De dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden op een afstand van ca. 3 kilometer betreffen het Turnhouts vennengebied en de Vallei van de Kleine Nete op Belgisch grondgebied. Natura2000- stikstofdepositie De sanering van de rundveehouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk op het nabijgelegen Natura 2000Gebieden. De bestemmingswijziging zal van positieve invloed zijn op de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gezien de aard, de omvang en het effectbereik van de ingreep en de afstand tot het Natura 2000gebied is het aannemelijk dat negatieve effecten uit te sluiten zijn.
Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt niet in of nabij een NNB-gebied. Het dichts bijzijnde gebieden die zijn begrensd als Natuurnetwerk Brabant liggen op 300 tot 400 meter kilometer afstand van het plangebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van 'wezenlijke waarden en kenmerken' van het NNB-gebied.
Indien de 'Mitigerende maatregelen voor de huismussen' op blz. 22 worden toegepast en de aanbevelingen voor 'Vogels algemeen' op blz. 24 worden opgevolgd, zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is niet aan de orde.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
22
8.
MITIGERENDE MAATREGELEN HUISMUS
Wettelijke bescherming huismus Tijdens het onderzoek is een vaste rust- en verblijfplaats (nestplaats) van de huismus aangetroffen. Vaste verblijfplaatsen van huismussen zijn beschermd op basis van de Vogelrichtlijn art. 3.1, lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden om zonder meer nestplaatsen van huismussen te verwijderen. Met de renovatie van de langgevelboerderij verdwijnen vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) en worden mogelijk verbodsbepalingen overtreden. Niet alleen de nesten van huismussen op grond van art. Ş 3.1 Wnb zijn jaarrond beschermd, maar o.a. ook groene elementen in de directe omgeving zijn noodzakelijk voor een succesvolle voortplanting. Het plangebied vormt functioneel leefgebied voor huismussen. Mitigerende maatregelen Wanneer nesten verloren gaan, dient gezorgd te worden voor tijdelijke vervangende verblijfplaatsen, en na de renovatie dienen permanente verblijfplaatsen te worden gerealiseerd in de langgevelboerderij. Volgens het Kennisdocument Huismus moet voor elk nest dat verwijderd wordt, minimaal twee tijdelijke nestplaatsen aangeboden worden zo mogelijk binnen een straal van 200 meter van het nest wat verloren gaat. Het aanbieden van tijdelijke vervangende verblijfplaatsen in de vorm van nestkasten is niet noodzakelijk.
Het feit dat door huismussen onder het dak van de bedrijfswoning reeds genesteld wordt, betekent dit dat ten aller tijde voldoende alternatieven beschikbaar zijn. Er dient rekening te worden gehouden met de renovatiewerkzaamheden waarbij het dak zal worden vervangen. Overtreding van verbodsbepalingen, zoals doden of verwonden van huismussen dient voorkomen te worden. Hieronder de werkvolgorde: Ongeschikt maken huidige nestplaats (Zorgvuldig handelen, zorgplicht) Om te voorkomen dat huismussen gewond raken of gedood worden tijdens de renovatiewerkzaamheden is het noodzakelijk dat de verblijfplaats vooraf ongeschikt gemaakt wordt. Dit kan door de dakpannen en de dakgoot ter plaatse te verwijderen, en het nestmateriaal weghalen of de nestplek dicht te stoppen. Hierdoor wordt voorkomen dat de nesten bewoond zijn tijdens de werkzaamheden. Permanente voorzieningen (Behoud functionaliteit verblijfplaatsen) Om in de nieuwe situatie te voorzien in voldoende verblijfplaatsen voor huismussen, dienen permanente verblijfplaatsen te worden aangebracht in de langgevelboerderij. Met minimale kosten en moeite kunnen integraal verblijfplaatsen gerealiseerd worden bijv. door het plaatsen van 'vogelvides.' Op deze manier kan de in de directe omgeving aanwezige populatie zich wederom uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd.
Voorbeeld vogelvide.
Lomans Ecoworks
Voor meer informatie: https://www.monier.nl
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
23
Overige maatregelen (Zorgvuldig handelen, zorgplicht) ^ Omdat huismussen hun nest het hele jaar door gebruiken, kan geen echt gunstige periode worden aangewezen. De meest kwetsbare periode (zie fig. 2) is die van de voortplanting van maart tot en met augustus. En indien sprake is van vervolglegsels kan deze periode wel doorlopen tot in september. ^ De beste periode om de renovatiewerkzaamheden op te starten ligt tussen oktober en februari. Echter dient ook rekening te worden gehouden met vriezend weer. Een periode met minimaal 3 aaneengesloten nachten met matige vorst tussen december en februari vormt ook een kwetsbare periode.
^
^
Het uitvoeren of opstarten van de sloopwerkzaamheden binnen het voortplantingsseizoen is alleen mogelijk als een broedvogelcontrole is uitgevoerd door een ecologisch deskundige op het gebied van huismus. Wanneer blijkt dat het nest bewoond is, worden maatregelen genomen om vestiging te voorkomen. Alle werkzaamheden die een negatief effect kunnen hebben op huismussen moeten aantoonbaar worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van huismussen.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
24
9.
AANBEVELINGEN
Vogels algemeen Gedurende de sloopwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Verstoring van broedgevallen dient te worden voorkomen. Voor de in het plangebied te verwachten vogelsoorten kan dit plaatsvinden door werkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren, of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van nest- en vleermuiskasten in de gevels van de langgevelboerderij en de te ontwikkelen Ruimte voor Ruimte woningen. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat! Voor meer informatie over natuurinclusief bouwen zie onderstaande websites: www.stadszaken.nl/ruimte/groen/1079/natuurinclusief-bouwen-met-deze-40-punten. www.vogelbescherming.nl/bescherming/wat-wii-doen/in-de-stad/gemeenten-bedriivenbouwers/hulp-van-vogelbescherming.
www.vogelbescherming.n^beschermingMat-wM-doenAn-de-stad^emeenten-bedrMvenbouwers/goede-voorbeelden. www.checklistgroenbouwen.nl www.operatiesteenbreek.nl
Praktijkvoorbeelden: links een ingebouwde vleermuiskast, midden de inbouw van neststenen voor gierzwaluwen, rechts een voorbeeld van vogelvide onder de eerste rij pannen.
Ter informatie Natuurinclusief bouwen betreft een aanbeveling; geen verplichting. In het kader van de Wet natuurbescherming geldt wel de verplichting om de nestplek van huismussen die verloren gaat met de renovatie van de langgevelboerderij, te compenseren.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
25
10.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Literatuur ^ Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters ä J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. ^ Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. ^ Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. ^ Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. ^ SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. ^ Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz ä Andreas Kiefer 2017. ^ Vleermuizen en planologie, Cursusdictaat november 2014. Zoogdiervereniging. ^ Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.
Internetsites ^ www.brabant.nl ^ www.bij12.nl7assets7BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf ^ www.monier.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl ^ www.verspreidingsatlas.nl ^ www.quickscanhulp.nl
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
26
BIJLAGE 1
BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN
Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming
Vogels
steenuil
Athene noctua
Categorie 1
Vogels
gierzwaluw
Apus apus
Categorie 2
Vogels
huismus
Passer domesticus
Categorie 2
Vogels
roek
Corvus frugilegus
Categorie 2
Vogels
grote gele kwikstaart
Motacilla cinerea
Categorie 3
Vogels
kerkuil
Tyto alba
Categorie 3
Vogels
oehoe
Bubo bubo
Categorie 3
Vogels
ooievaar
Ciconia ciconia
Categorie 3
Vogels
slechtvalk
Falco peregrinus
Categorie 3
Vogels
boomvalk
Falco subbuteo
Categorie 4
Vogels
buizerd
Buteo buteo
Categorie 4
Vogels
havik
Accipiter gentilis
Categorie 4
Vogels
ransuil
Asio otus
Categorie 4
Vogels
sperwer
Accipiter nisus
Categorie 4
Vogels
wespendief
Pernis apivorus
Categorie 4
Vogels
zwarte wouw
Milvus migrans
Categorie 4
Vogels
blauwe reiger
Ardea cinerea
Categorie 5
Vogels
boerenzwaluw
Hirundo rustica
Categorie 5
Vogels
bonte vliegenvanger
Ficedula hypoleuca
Categorie 5
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Burgemeester Willekenslaan 1 te Reusel.
27
Vogels
boomklever
Sitta europaea
Categorie 5
Vogels
boomkruiper
Certhia brachydactyla
Categorie 5
Vogels
bosuil
Strix aluco
Categorie 5
Vogels
brilduiker
Bucephala clangula
Categorie 5
Vogels
draaihals
Jynx torquilla
Categorie 5
Vogels
eidereend
Somateria mollissima
Categorie 5
Vogels
ekster
Pica pica
Categorie 5
Vogels
gekraagde roodstaart
Phoenicurus phoenicurus
Categorie 5
Vogels
glanskop
Parus palustris
Categorie 5
Vogels
grauwe vliegenvanger
Muscicapa striata
Categorie 5
Vogels
groene specht
Picus viridis
Categorie 5
Vogels
grote bonte specht
Dendrocopos major
Categorie 5
Vogels
hop
Upupa epops
Categorie 5
Vogels
huiszwaluw
Delichon urbicum
Categorie 5
Vogels
ijsvogel
Alcedo atthis
Categorie 5
Vogels
kleine bonte specht
Dendrocopos minor
Categorie 5
Vogels
kleine vliegenvanger
Ficedula parva
Categorie 5
Vogels
koolmees
Parus major
Categorie 5
Vogels
kortsnavelboomkruiper
Certhia familiaris macrodactyla Categorie 5
Vogels
oeverzwaluw
Riparia riparia
Categorie 5
Vogels
pimpelmees
Parus caeruleus
Categorie 5
Vogels
raaf
Corvus corax
Categorie 5
Vogels
ruigpootuil
Aegolius funereus
Categorie 5
Vogels
spreeuw
Sturnus vulgaris
Categorie 5
Vogels
tapuit
Oenanthe oenanthe
Categorie 5