CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.21430] 231128 Toelichting ontwerpbestemmingsplan Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ’t Hof ong.

Commissie Ruimte 17 juni 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ’t Hof ong. Reusel19.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toekomstige behoefte; levensloopbestendige woningen, al dan niet in combinatie met zorg. 3. Oplossen stedenbouwkundige knelpunten; met het oplossen van deze knelpunten wordt kwali­ teit toegevoegd aan de woonomgeving, hetgeen de leefbaarheid van de kernen ten goede komt. 4. Herbouw; aantal te slopen woningen is gelijk aan het aantal te bouwen woningen. 5. Concurrentie; een gemeentelijk project heeft voorrang boven een project van derden. Het uitgangspunt is dat de gemeente alleen medewerking verleent aan een woningbouwverzoek, als deze op minimaal 3 van deze 5 punten scoort. Uitzondering hierop zijn verzoeken voor Ruimte voor Ruimte-woningen. Deze woningen beoordeelt de gemeente op het punt: oplossen van een knelpunt, zoals het beëindigen of saneren van een intensieve veehouderij, waarbij geurcontouren verdwijnen en dit een mogelijk positieve uitwerking heeft op de gezondheid van omwonenden. Ook kunnen woningen worden toegevoegd binnen cultuurhistorisch waardevolle panden. Dit is mogelijk op grond van provinciaal beleid Binnen het plangebied gaat het om een verzoek om vijf woningen te realiseren in samenhang met sanering van een intensieve veehouderij en behoud van een cultuurhistorisch pand. Dit beoor­ deelt de gemeente op het punt: oplossen van een knelpunt.

Er wordt een ruimtelijk knelpunt opge­ lost doordat er een rundveehouderij gesaneerd wordt binnen een bebouwingsconcentratie. Het saneren van een rundveehouderij leidt tot een beter woon- en leefklimaat, behoud van cultuurhis­ torische waarden en een hogere landschappelijke kwaliteit. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten past het initiatief binnen de uitgangspunten van de prioriteringsmethodiek.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

27

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

3.3.4

Integrale visie plattelandsontwikkeling

3.3.4.1

Beleidskader

Op 28 februari 2012 heeft de raad van Reusel-De Mierden de ‘Integrale visie plattelandsontwikke­ ling’ vastgesteld. Dit betreft een richtinggevend document, waarin de hoofdlijnen van de toekomst van het buitengebied van Reusel-De Mierden worden beschreven. De overkoepelende visie in dit beleidsdocument luidt: ‘de gemeente beschikt over een vitaal en mooi platteland, waarin ruimte is voor verschillende functies. Daarbij is een goede samenhang tussen de verschillende functies aanwezig zodat het goed wonen, werken en recreëren is in Reusel-De Mierden.’ De gemeentelij­ ke visie op plattelandsontwikkeling wordt beschreven aan de hand van de thema’s: 1. Natuur en water; 2. Landbouw; 3. Wonen, werken, leefbaarheid; 4. Recreatie en toerisme; 5. Landschap en cultuurhistorie. Voor ieder thema is een streefbeeld geschetst dat de gemeente beoogd. Voor de landbouw is onder andere het volgende aangegeven: - De afwaartse beweging is verder voortgezet. -

De uitstoot van ammoniak en fijnstof is sterk teruggedrongen en er heeft een aanzienlijke re­ ductie van hinderlijke geur plaats gevonden.

-

Alle oude stallen zijn vervangen door nieuwe stallen met de beste technieken. De afstand tussen de intensieve veehouderijen voldoet aan de normen.

-

Volksgezondheid is het belangrijkste criterium bij de belangenafweging in het kader van de ontwikkeling van het platteland.

3.3.4.2 Toets De beoogde sanering van de rundveehouderij binnen een bebouwingsconcentratie is passend binnen het gemeentelijk streefbeeld voor de landbouw. De relatief gedateerde stallen worden gesloopt en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied verbeterd daarmee. Ook is zeker gesteld dat met de aankoop van de bouwtitels de vereiste sanering van een intensieve veehouderij heeft plaatsgevonden en daarmee de uitstoot van ammoniak en fijnstof is teruggedrongen. Daarbij past de herbestemming van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij binnen het plangebied binnen de visie voor behoud van cultuurhistorisch waardevolle objecten voor de toekomst. 3.3.5

Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties

3.3.5.1 Beleidskader Op 24 juni 2010 heeft de gemeenteraad de ‘Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties’ vastge­ steld. Het plangebied is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘omgeving Postelsedijk’. De visie op dit gebied is gericht op het behoud van de gescheiden structuren die zijn gevormd door de kern Reusel en het bebouwingscluster. De visie zet in op het verdichten van bestaande percelen en sporadische nieuwbouw van lintbebouwing op plaatsen waar de zichtrelaties niet bijzonder waardevol zijn.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

28

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

3.3.5.2 Toets Navolgende figuren geven een beeld van de ligging van het plangebied binnen de bebouwingsconcentratie ‘omgeving Postelsedijk’, waarbij de huidige situatie en de ruimtelijke visie zijn weer­ geven.

gebied

Figuur 8: Huidige situatie en analyse omgeving Postelsedijk

Plangebied

Figuur 9: Ruimtelijke visie omgeving Postelsedijk

Met dit plan is sprake van sloop van bestaande bebouwing en afname van verstening in het bui­ tengebied. De bebouwing aan Burgemeester Willekenslaan 1 is in de huidige situatie aangeduid als ‘barrière’ en het plangebied aan ‘t Hof ong. is op de kaart met de ruimtelijke visie aangeduid als ‘zoeklocatie voor extra bebouwing’. Met het saneren van de bedrijfsbebouwing, de herbe­ stemming en het realiseren van Ruimte voor Ruimte-woningen ontstaat er een mogelijkheid om het plangebied te herschikken. Het toevoegen van de woningen in het kader van de regeling ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Ruimte voor Ruimte en de provinciale maatwerkregeling past binnen de ontwikkelingsmogelijkhe­ den. Dit plan past dan ook binnen de uitgangspunten van de Beleidsnotitie voor Bebouwingsconcentraties. 3.3.6

Toekomstvisie ‘Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen’

3.3.6.1 Beleidskader Op 24 september 2013 heeft de gemeenteraad de toekomstvisie ‘Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen’ vastgesteld. Het document is de stip op de horizon voor gemeente Reusel-De Mierden en beschrijft het gewenste beeld van de gemeente in 2030. Om het gewenste beeld te krijgen bevat de toekomstvisie twaalf ambities, waaronder ‘(a) Landelijk Karakter’ en ‘(b) Dorps wonen’. De uitvoeringsopties die hierbij horen, zijn: de herbestemming bestaande bebouwing (a), het herstel­ len Kempisch landschap (a), het versterken landelijk karakter (a), wonen in het buitengebied (a) en megastallen uit de dorpen (b). 3.3.6.2 Toets Uit deze toelichting blijkt dat het buitengebied in verandering is. Een herontwerp van het gebied is gewenst. Daarnaast moet bestaande bebouwing landschappelijk ingepast worden en willen men­ sen landelijk wonen. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten past het initiatief binnen de uitgangspunten van de Toekomstvisie.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

4. MILIEUASPECTEN 4.1 Water 4.1.1

Beleidskader

4.1.1.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van bijvoorbeeld nieuwbouw inzichtelijk en geeft oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatie­ ve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap hanteert een aantal principes die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbe­ heerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel. De gemeente is ver­ antwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater dat afkomstig is van huizen en bedrijven. Huiseigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de aansluiting op het riool. Vanaf dit aansluitpunt neemt de gemeente de verantwoordelijkheid over. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de zorg voor het overtollige regenwater en grondwater. 4.1.1.2 Waterbeheerprogramma 2022-2027 Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de watertransitie met als doel een toekomstbestendige waterhuishouding in 2050. Dit betekent een waterhuishou­ ding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving.

Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Hierbij ligt in tegenstelling tot eerder beleid met name de nadruk op de volgende focuspunten: - van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied; -

van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners worden keuzes ge­

-

maakt over meerdere opgaven in een gebied; van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

4.1.1.3 Keur De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ’t Hof ong. Reusel - Toelichting

4.1.1.4

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemel­ water, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De water­ schappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onder­ scheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2, 500 m2 tot 10.000 m2 en meer dan 10.000 m2 4.1.1.5 VGRP 2017-2021: ‘Grip op kwaliteit In het ‘Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021’ (VGRP) beschrijft de gemeente ReuselDe Mierden de beleidsvoornemens en maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwer­ king van afval-, hemel- en grondwater in Reusel-De Mierden voor de periode 2017-2021. Dit be­ leid is door de gemeenteraad verlengd tot en met 31 december 2023. Het vertrekpunt is het prin­ cipe dat stedelijk afval- en hemelwater gescheiden worden ingezameld.

4.1.1.6 Verordening op de afvoer van hemel- en grondwater gemeente Reusel de Mierden Om uitvoering te geven aan het beleid dat is neergelegd in het VGRP 2017-2021 heeft de ge­ meente Reusel-De Mierden de ‘Verordening op de afvoer van hemel- en grondwater’ vastgesteld op 29 januari 2019. Bij realisatie van de nieuwe woningen wordt dit beleid in acht genomen 4.1.2

Toets

4.1.2.1 Keur Navolgende figuur betreft een uitsnede van de keurkaart waarop het plangebied is weergegeven. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een gebied dat op grond van de keur is beschermd. LEGENDA

Hieronder staan de legenda's van de zichtbare kaartlagen. — Waterschapsgrens

z — A-wateren

z — Beekdalen

— Beschermde gebieden keur Beschermd gebied waterhuishouding Attentiegebied — Contouren beregeningsbeleid EĴ Invloedsgebied Natura 2000 H Beperkt invloedsgebied Natura 2000

Figuur 10: Uitsnede Keur kaart van waterschap De Dommel, met het plangebied aangeduid

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Op basis van artikel 15 van de ‘Algemene regels Keur waterschap De Dommel 2015’ geldt voor een ontwikkeling waarbij het verhard oppervlak afneemt een vrijstelling van het verbod, zoals bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard opper­ vlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam. 4.1.2.2

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemel­ water, Brabantse waterschappen

Deze ontwikkeling voorziet in de herbestemming van een agrarisch bestemming naar ‘Wonen’ waarbij er na herontwikkeling zes woningen, waaronder de bestaande bedrijfswoning met bijge­ bouwen binnen het plangebied resteren. Twee woningen worden binnen een bestaand bouwvo­ lume gerealiseerd. Voor de drie nieuwe woningen wordt per woning een verhard oppervlak ver­ wacht van circa 400 m2. Binnen het plangebied wordt per saldo circa 2.400 m2 aan bedrijfsge­ bouwen en circa 4.590 m2 aan erfverharding gesaneerd. Binnen het plangebied neemt de verhar­ ding dan ook sterk af. Deze herontwikkeling heeft dan alleen positieve effecten op de waterhuis­ houding. 4.1.2.3 Hemelwatersysteem Het plangebied is gelegen op een laarpodzolgrond bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21). Binnen het plangebied is geen oppervlaktewateraanwezig. De GHG bedraagt 80­ 100 cm-mv. Dit is weergeven in navolgende figuur.

Figuur 11: GHG binnen het plangebied en de omgeving

Navolgende tabel geeft de bodem- en geohydrologische gegevens binnen het plangebied weer.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Bodemopbouw deklaag

fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor.

Nuenengroep

0-2 m-mv

eerste watervoerend pakket

matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag.

Formatie van Sterksel/Veghel

2-20 m-mv

scheidende laag

kleihoudende afzettingen

Kedichem/Tegelen

20-60 m-mv

hydrologie diepte freatisch grondwater

1,6 m-mv

stromingsrichtin q

noordwesteliik

Tabel 2: Bodem en geohydrologische gegevens binnen het plangebied

4.1.2.4

Hemelwaterinfiltratie

Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plan­ nen waarbij er geen sprake is van een toename van verhard oppervlak. Er is wel een zorgplicht vanuit de waterwet waaruit volgt dat de perceeleigenaar verantwoordelijk is voor verwerking van hemelwater op eigen terrein. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoen­ de mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. De uiteindelijk gekozen wijze van hemelwaterinfiltratie wordt nader uitgewerkt bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, met inachtname van de in deze paragraaf opgenomen voorwaarden voor omgang met hemelwater. Voorbeelden van pas­ sende infiltratievoorzieningen zijn weergeven in navolgende figuur.

Figuur 12: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden

Met deze herontwikkeling ontstaan vier afzonderlijke woningen met bijgebouwen en tweewoningen-binnen één cultuurhistorisch waardevol pand, die ieder afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor voldoende hemelwaterberging op de eigen percelen. Er is hiervoor meer dan voldoende ruimte binnen het plangebied. Met een verhard oppervlak van circa 250 m2 per bouwperceel en een GHG met een hoogte van 80 cm-mv en een opvang van 6 mm dient rekening gehouden te worden met een bergingsinfiltratie van circa 12 m2 per perceel.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

De verplichting tot het creëren en instandhoudhouden van deze hemelwaterberging is geborgd in de regels behorende bij dit bestemmingsplan. Bij het bepalen van de bouwpeilhoogtes dient rekening te worden gehouden met de grondwater­ stand en zorggedragen te worden voor voldoende ontwatering. Daarnaast moet bij afstroming van hemelwater rekening gehouden worden met de omgeving. Er mag geen overlast ontstaan door afwatering vanuit het plangebied. In de hemelwaterbergingsinfiltratievoorzieningen dient voldoen­ de ruimte te zijn voor infiltratie. 4.1.2.5 Kwaliteit van het hemelwater Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmateria­ len zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt etcetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontrei­ nigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. In de nieuwe situatie wordt alleen het huishoudelijk afvalwater geloosd op de riolering. Het schoon hemelwater wordt afge­ koppeld en geïnfiltreerd in de bodem. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd.

Infiltra­ tie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet veront­ reinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen. 4.1.2.6

Afvalwaterafvoer na herontwikkeling

De beoogde Ruimte voor Ruimte-woningen en twee woningen in het te behouden cultuurhisto­ risch waardevolle pand worden aangesloten op de riolering. Slechts het huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd op de riolering. Afspraken aangaande het rioleringsstelsel worden vastge­ legd in een anterieure overeenkomst tussen gemeente en de initiatiefnemer of maken onderdeel uit van de vergunning voor de bouwactiviteit.

4.2 Natuur 4.2.1

Beleidskader

4.2.1.1

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van interna­ tionale verplichtingen moeten worden beschermd, de Natura2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Plannen en projecten moeten eenduidig en integraal worden ge­ toetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Natura2000-gebieden. Zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen enkel nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. 4.2.1.2

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkhe-

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

den in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit on­ middellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het ge­ bied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees be­ lang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies ge­ wijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden. 4.2.2

Toets

4.2.2.1

Gebiedsbescherming

Navolgende figuur geeft een kaart met de gebiedsbeschermingsgebieden in de omgeving van het plangebied. Dit betreft het Natura2000 gebied Kempenland-West. Natura 200ũ

Ŵļpūfeļrë

Natte Natuurparels

Wt5t.

NNB rijksdeel en provinciaal deel (voorheen EHS) H NNB Rijksdeel

M NNB Provinciaal deel M NNBNURG Bestaande en nieuwe natuur {NNB) H Bestaande.natuur

Heieinu

Bestaandejiatu urEndave

20

‘thheuvel1

Oil "i

Bestaa nde.natu ur.Natu u rjdoor.derden

Hotgeloon

Bestaande^atuurNatuurcompensatie Nieuwe^atuur Iandorp

NieuwejiatuurJtfrondingshectaren

Snel

Driehuis

Nieuwē^atuu^NÜRG

U Nieuwejiatuur.OndernemendJ'INB

Lemel

‘t Hūlliśnļ

Natuurcompensatiegebieden | Vernietiging NNB

Helierïeirid.-

Hapert^

Bladel įĎenëhoelí

| Compensatie NNB

'

| Compensatie NNB vóór 1 juni 2010 Ecologische verbìndingszone

1 iweiįër'ëind

Molt i

Eerselo

ļ. Ossenbocht

į

v^Sćhadev.iJk '

Dalem

4.0* z ístottkejoři'^

ĪJL&P,

’ Boev editie u vel

Plangebied

ļ Arendonk

.ergeijk

Figuur 13: Ligging plangebied ten opzichte van Natura2000-gebied ‘Kempenland-West'

Het heide- en vennengebied van ‘Kempenland - West’ bestaat uit enkele enigszins verspreid liggende delen: in het westen de Rovertse Heide, meer naar het oosten de Mispeleindsche Heide en Neterselsche Heide, dan de Landschotsche Heide en tenslotte nog verder naar het oosten tussen Vessem en Wintelre, het Grootmeer. Tussen deze heideterreinen stromen de mean­ derende lopen van de laaglandbeken Reusel, Groote Beerze en Kleine Beerze, waarvan grote delen van de middenlopen tevens behoren tot het Natura2000-gebied. Deze beken bevatten de grootste populatie van de Drijvende waterweegbree van Nederland.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Dit plan leidt tot een sanering van stikstofemissie in de vorm van ammoniak en een vermindering van de vervoersbewegingen door landbouwverkeer. De bebouwing neemt af waardoor er meer water beschikbaar komt voor infiltratie in de bodem. De te ontwikkelen woningen zijn op een dus­ danige afstand gelegen van de Natura2000-gebieden dat de beoogde ontwikkeling per saldo positieve effecten heeft op de instandhouding van de gevoelige habitats binnen de Natura2000 gebieden. Binnen het plangebied wordt een veehouderij gesaneerd en wordt een milieuvergunning ingetrok­ ken voor het houden van 255 stuks melk- en kalfkoeien en vrouwelijk jongvee. Derhalve voorziet deze ontwikkeling in een afname van stikstofdepositie. Er is geen sprake van een effect op een Natura-2000 gebied. 4.2.2.2 Soortenbescherming Door Lomans Ecoworks is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd op het erf aan Burgemeester Willekenslaan 1. De gronden die buiten het erf worden herbestemd, ten oosten van de bedrijfs­ woning en in de noordzijde van het plangebied zijn in agrarisch gebruik en worden jaarlijks ge­ bruikt voor de akkerbouw. Er is geen sprake van opgaand groen. Deze gronden hebben geen waarden voor flora en fauna. Hierna zijn de conclusies uit het flora en fauna onderzoek opgeno­ men. Het volledige onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

‘Samenvatting en conclusie Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen en gebouwen. In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Tijdens het onderzoek is een nestplaats van de huismus aangetroffen onder de dakpannen van de (op termijn) te renoveren langgevelboerderij. Vaste verblijfplaatsen van huismussen zijn beschermd op basis van de Vogelrichtlijn art. 3.1 van de Wet natuurbescherming. Art 3.1 lid 2 stelt dat het verboden is om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vo­ gels weg te nemen. Met de renovatie van de langgevelboerderij verdwijnen vaste rust- en ver­ blijfplaatsen (nesten) en worden mogelijk verbodsbepalingen overtreden. Door vooraf vol­ doende maatregelen te treffen conform het Kennisdocument Huismus wordt overtreding van verbodsbepalingen uit het beschermingsregime Vogelrichtlijn ğ 3.1 Wnb voorkomen. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn. Door het ontbreken van geschikte holtebomen kunnen vleermuisverblijfplaatsen in bomen worden uitgesloten. De bedrijfswoning biedt potenties voor vleermuisverblijfplaatsen.

De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm ge­ handhaafd. Door de huidige staat van de te renoveren langgevelboerderij, de gebruikte mate­ rialen en constructie, kunnen vleermuisverblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied vormt foerageergebied van goede kwaliteit voor vleermuizen en dat blijft ongewij­ zigd van kracht in het nieuwe plan. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen algemene vrijgestelde soorten aangetroffen. Er worden wel enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals ko­ nijn, gewone pad, bruine kikker, egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht. ’ Dit plan is geen bezwaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

4.3 Archeologie 4.3.1

Beleidskader

In 1992 is het Verdrag van Valetta door de landen van de Europese Unie, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Dit is later verankerd in de Erfgoedwet. 4.3.2

Toets

Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische beleidskaart waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

Plangebied

M Categorie 1: Archeologisch monument Categorie 2: Gebied van archeologische ™ waarde h

Categorie 3: Gebied met hoge

M verwachting (historische kernen en linten)

Categorie 4: Gebied met hoge ™ verwachting h

Categorie 5: Gebied met middelhoge verwachting Categorie 6: Gebied met lage verwachting |—| Categorie 7: Gebied zonder 1—1 archeologische verwachting I

I Water

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Figuur 14: Uitsnede Archeologische beleidskaart met daarop het plangebied indicatief aangeduid

Het plangebied is op de archeologische beleidskaart deels aangeduid als categorie 3 en deels als categorie 4. Binnen het plangebied is sprake van een hoge trefkans voor indicatieve archeolo­ gische waarden. Binnen de bestaande bebouwing gelden geen verwachtingswaarden. Binnen categorie 3 geldt een maximale verstoringsgrens van 250 m2 en een diepte van 30 cm, binnen categorie 4 geldt een maximale verstoringsgrens van 500 m2 bij een diepte van 30 cm onder maaiveld of 50 cm onder maaiveld bij esdek en agrarisch bestemde gronden. Deze herontwikkeling heeft daar waar de Ruimte voor Ruimte-woningen worden gerealiseerd roering van de grond tot gevolg waarbij de maximale verstoringsgrenzen worden overschreden. Door KSP Archeologie is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek behoort als bijlage bij deze toelichting. Hierna wordt de conclusie van dit onderzoek weergege­ ven. ‘Selectieadvies Op grond van de aangetroffen bodemopbouw (en bodemverstoringen) in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Middeleeuwen adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek. Resten uit de Nieuwe tijd worden in de huidige plannen niet bedreigd.

Voor toekomstige bescherming van deze resten wordt geadviseerd de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ te handha­ ven in de zone die staat aangegeven op bijlage 4 van het onderzoek. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te ver­ kleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeolo­ gische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch infor­ matiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden. ’ De beoogde ontwikkeling is geen bezwaar in het kader van archeologische waarden. Op gronden die zijn aangeduid in het onderzoek blijft de archeologische dubbelbestemming gehandhaafd. Dit betreft ook gronden behorende bij de cultuurhistorisch waardevolle boerderij.

Binnen deze gron­ den vindt geen roering van de bodem plaats. De overige gronden binnen het plangebied kunnen worden vrijgegeven voor archeologie.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

4.4 Cultuurhistorie 4.4.1 Beleidskader Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een aanvraag aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Het aspect cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. Het ruimtelijk erfgoed binnen de provincie Noord-Brabant wordt weergegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. 4.4.2

Toets

4.4.2.1 Omgeving Navolgende figuur betreft een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart waarop de lig­ ging van het plangebied is aangeduid. Provinciegrens

n

Denehoek tenbosch

Historische geografie vlak buiten Cultuurhistorisch Landschap

,\|oprt

KeiĄel ^

u

De Hoeven

Historische geografie lijn

Kleine Hoeven

— Zeer hoog

De Sleutel

— Hoog Redelijk hoog Monumentale bomen

RùĩïClW^ *

ISMmį

íe Hoek

•',,v'

^9

a’ĨJiľfî

A. Historisch groen

o

Weijereiru

Historische zichtrelaties lijn Historische zichtrelaties vlak I__| Eendenkooi I

I Molenbiotoop

D Schootsveld

Kīppereirn Achterste Heikant

Voorste Heikant,

Plangebied f

Overige bouwkunst Historische stedenbouw

D Zeer hoog I~1 Hoog Redelijk hoog

Figuur 15: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart met daarop de ligging van het plangebied indicatief aangeduid

Het plangebied is niet aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart. Ook het te behouden pand binnen het plangebied is niet als zodanig aangeduid. Echter is uit onderzoek gebleken dat de voormalige bedrijfswoning binnen het plangebied zodanig cultuurhistorisch waardevol is, dat dit pand behouden dient te blijven voor de toekomst. De wegenstructuur rondom het plangebied, waaronder de Burgemeester Willekenslaan 1, ’t Hof en Peel zijn aangeduid met een redelijke hoge cultuurhistorische waarde. De realisatie van dit plan leidt niet tot aantasting van deze waarde.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

4.4.2.2 Plangebied Binnen het plangebied is een bedrijfswoning gerealiseerd ter vervanging van de historische be­ drijfswoning. Dit pand is hierna geheel aan de woonfunctie onttrokken en is leeg komen te staan. Na onderzoek dat is op verzoek van de gemeente is aanbesteed is gebleken dat dit pand cultuur­ historisch waardevol is en behouden dient te blijven. Samengevat heeft de Welstandsmonumentencommissie geoordeeld: ‘De commissie heeft kennisgenomen van het bouwhistorisch onderzoek. Hoewel zij kan on­ derschrijven dat het pand veel wijzigingen heeft ondergaan die karakter en bouwhistorische waarde van het gebouw hebben aangetast, kan zij zich niet vinden in de conclusies van het rapport. Feitelijk wordt gesteld dat er onvoldoende waarden zijn om behoud en herstel te legi­ timeren. De commissie wijst erop dat In de gevels nog veel oorspronkelijk materiaal aanwezig is, en er geen aanwijzingen zijn om aan te nemen dat het gebouw "beyond repair" is. In de voorwaarden die de herontwikkeling van het perceel mogelijk maakten is juist het behoud en herstel van het gebouw uitgangspunt geweest. Vervanging door een ander gebouw, met een andere uitstraling, plaatsing enz. zou betekenen dat de grond onder deze ontwikkeling weg­ valt, en het kind met het badwater wordt weggegooid. Dat kan niet de bedoeling zijn.

De commissie wijst er voorts op dat de waarde van het gebouw niet alleen in de fysieke restanten van de oude boerderij liggen, maar vooral ook in de rol van het gebouw en erf in het gehucht als historisch landelijk ensemble. Daar horen dus ook hoofdvorm, omvang en situering bij.’ Door Monumentenwacht is een behoud en herstelplan opgesteld. Dit plan behoort als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan en dient in acht te worden genomen bij uitvoering van dit plan.

4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.5.1 Beleidskader In de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzoneringen’ is een bedrijvenlijst opgenomen die informa­ tie geeft over milieukenmerken van typen bedrijven met daaraan gekoppeld richtafstanden waar­ mee bij de ontwikkeling van milieubelastende en milieugevoelige activiteiten rekening dient te worden gehouden. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat afwijkingen in lokale situaties mogelijk zijn. De lijst is algemeen geaccepteerd als uitgangspunt bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd ge­ bied’. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendig­ heid tot stand te brengen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. Het plangebied kan getypeerd worden als ‘ge­ mengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

4.5.2 Toets Binnen een straal van 250 meter van het plangebied zijn twee niet-agrarische bedrijven geves­ tigd, te weten de bedrijven gelegen aan: Burgemeester Willekenslaan 3 (een grondverzetbedrijf) en Peel 6 (een hondenkennel/hondenfokkerij). De ontwikkeling binnen het plangebied wordt hier­ na getoetst aan de richtlijnen voor deze bedrijven. Aan Burgemeester Willekenslaan 3 is een bedrijf gelegen. Dit betreft een grondverzetbedrijf (agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf). Deze heeft volgens lijst 1 -Activiteiten in de ‘VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering’ milieucategorie 3.2. De bijbehorende richtafstand voor geluid bedraagt 100 meter (rustige woonwijk, en 50 meter voor gemengd gebied). De beoogde geluidgevoelige ontwikkeling valt binnen de richtafstand. Er is sprake van een buitenplanse afwij­ king, waarbij het stappenplan van de VNG voor buitenplanse ontheffing wordt gevolgd. Er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er mag bovendien geen afbreuk worden gedaan aan de rechten van het nabij gelegen bedrijf. Er is door M-Tech een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het akoestisch klimaat ter plaatse van de nieuwe woonbe­ stemming en ter voorkoming van inperking van de bedrijfsvoering van Lavrijsen Grondwerken.

Dit onderzoek met datum 18 september 2023 en rapportnummer Born.reus.23.AO BP-01 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusie uit dit onderzoek is hierna opgenomen. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de geluidgeluidnormen in het kader van milieu (Activiteiten­ besluit) ter plaatse van de woning aan de Burgemeester Willekenslaan 1 ten gevolge van Lavrijsen Grondwerken niet worden overschreden. Hierdoor wordt Lavrijssen Grondwerken niet beperkt in hun feitelijke maximale gebruik en kan een acceptabel woon- en leefklimaat bij de nieuwe woonbestemming aan de Burgemeester Willekenslaan 1 gegarandeerd worden. Aan Peel 6 is een hondenkennel/hondenfokkerij gelegen. Een hondenkennel/hondenfokkerij (fok­ ken en houden van overige dieren - huisdieren) valt binnen milieucategorie 3.1, waarvoor in een gemengd gebied een minimale afstand geldt van 50 meter. Dit bedrijf is gelegen op een afstand van circa 65 meter. Het plangebied is hiermee gelegen buiten de aan te houden richtlijnafstand. Deze herbestemming is in het kader van het aspect bedrijven en milieuzonering geen bezwaar. Er wordt voldaan aan de aan te houden richtafstanden.

4.6 Geur 4.6.1

Beleidskader

4.6.1.1 Inleiding Bij besluitvorming omtrent een (her)ontwikkeling dient in het kader van het aspect geur antwoord gegeven te worden op de vragen: Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). -

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en der­ den).

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen en is in het kader van de omge­ keerde werking van belang voor ontwikkelingen van geurgevoelige objecten. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Met de voorgrondbelasting wordt de geurbe­ lasting van een individuele veehouderij bedoeld. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt in beginsel het leefklimaat op een locatie. 4.6.1.2

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld. In de Wet geurhinder en veehouderij is bepaald dat in een concentratiegebied een maximale voor­ grondbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (oue/m3) geldt binnen de bebouwde kom en een norm van 14 oue^ buiten de bebouwde kom. Voor dieren van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (rundvee en paarden) dienen vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien de woning buiten de bebouwde kom gelegen is, 50 meter te bedragen. Gemeenten mogen bij verordening van de normen in de wet afwijken, binnen bepaalde grenzen (artikel 6 van de wet). Door de gemeenteraad van de gemeente Reusel-De Mierden is de ‘Gebiedsvisie gemeente Reusel- De Mierden 2013 ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij’ en de ‘Verordening geurhinder en veehouderij’ vastgesteld. De gemeente heeft hierin voor het buitengebied een voorgrondbelasting van 5,0 oue^ vastgesteld. 4.6.1.3 Achtergrondbelasting De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie.

De gemeente Reusel-De Mierden heeft in haar ‘Gebiedsvisie gemeente Reusel-De Mierden 2013 ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij’ op grond van de gegevens over geurbelasting en hinder een vertaling gemaakt naar streefwaarden voor een aanvaardbaar woonen leefklimaat voor de achtergrondbelasting per gebied. Voor het buitengebied binnen de ge­ meente Reusel-De Mierden wordt conform de gemeentelijke geurverordening een streefwaarde van maximaal 20 oue/m3 gehanteerd voor de achtergrondbelasting. 4.6.2

Toets

4.6.2.1 Voorgrondbelasting In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 600 meter) is één veehouderijbedrijf gelegen. Dit betreft de veehouderij gelegen aan Peel 13, welke is gelegen op een afstand van circa 260 meter tot het plangebied. Navolgende figuur geeft de vergunde situatie van deze vee­ houderij weer.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Figuur 16: Vergunde situatie Peel 13 (Bron: Web BVB-Brabant)

Artikel 3, tweede lid Wet geurhinder en veehouderij bepaalt dat de vaste afstand tussen een vee­ houderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij en in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel heb­ ben uitgemaakt van de veehouderij, ten minste 50 meter dient te bedragen indien die woning is gelegen buiten de bebouwde kom. Artikel 3, derde lid Wgv stelt dat het Artikel 3, lid 2 van over­ eenkomstige toepassing is op een geurgevoelig object dat op de in dat lid bedoelde kavel aanwe­ zig is. Twee van de nieuw te realiseren woningen binnen het plangebied zijn gelegen op een agrarisch bouwvlak dat in gebruik was als veehouderij, welke geheel buiten werking is gesteld en waarvan de overtollige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Op grond van artikel 3 Wgv dient derhalve een afstand aangehouden te worden van ten minste 50 meter tot een veehouderij. Het veehouderijbedrijf aan Peel 13 bevindt zich ruim buiten deze afstand. Gezien de afstand van de veehouderij tot het plangebied is de voorgrondbelasting niet maatgevend op de beoogde woningen. De ontwikkeling van het plangebied is in het kader van de voorgrondbelasting derhalve geen bezwaar. 4.6.2.2

Achtergrondbelasting

Navolgende figuur betreft een uitsnede van de geurkaart, opgesteld door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, waarop de achtergrondbelasting binnen het plangebied inzichtelijk gemaakt is.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Figuur 17: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB) met het plangebied aangeduid

Binnen het plangebied is spraken van een ‘goed’ woon- en leefklimaat en hiermee een aanvaard­ baar woon- en leefklimaat. 4.6.2.3 Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende veehouderijen De herontwikkeling van het plangebied mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet belemmeren. Door de herontwikkeling van het plangebied worden en­ kele geurgevoelige objecten toegevoegd. Er zijn altijd andere woningen gelegen tussen de vee­ houderijen en het plangebied. Hiermee werken andere geurgevoelige objecten reeds belemme­ rend voor de ontwikkeling van de veehouderij. De bescherming van de huidige bedrijfswoning blijft op grond van artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij hetzelfde. De her­ ontwikkeling belemmert de omliggende agrarische bedrijven derhalve niet meer in hun ontwikke­ lingsmogelijkheden dan dat thans het geval is.

4.7 Gezondheid 4.7.1 Beleidskader De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uitmaken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aange­ toond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m3 niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is een berekeningsmodel opgesteld waarmee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EUZm3 eenvoudig bepaald kan worden.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

De Kempengemeenten adviseren bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een veehouderij gelegen is, gebruik te maken van de afstandsbepalingen uit de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 2.0’. Deze afstandsbepalingen hebben betrekking op varkens- en pluimveehoude­ rijen. 4.7.2

Toets

Er is een berekening gemaakt van de aan te houden afstand. In navolgende tabel zijn de resulta­ ten opgenomen. Veehouderij

Diersoort

Fijn stof emissie

Aan te houden afstand

Feitelijke afstand

Peel 2

Varkens

284 kg/jaar

108 meter

250 meter

Tabel 3: Afstanden van veehouderijbedrijven tot het plangebied

Het plangebied is niet gelegen binnen de richtafstanden die aangehouden moeten worden rond­ om de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is dan ook geen sprake van een ver­ hoogd volksgezondheidsrisico. In RIVM Rapport 2017-0062 (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) (aanvullende studies), is gesteld dat er gezondheidsrisico’s zijn vastgesteld voor omwonenden van intensieve veehouderijbedrijven. Uit het rapport komt naar voren dat omwonenden van, met name, pluim­ veehouderijen een grotere kans hebben op het krijgen van een longontsteking. Ook rondom geitenhouderijen hebben mensen een grotere kans op longontsteking. Eerder zijn hiervoor al aanwij­ zingen gevonden, die nu nader onderbouwd zijn over een langere periode. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Binnen deze af­ stand bevinden zich geen geitenhouderijen.

4.8

Geluid wegverkeer

4.8.1

Beleidskader

Volgens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van een ligging binnen een woonerf of waar sprake is van een maximum snelheid van 30 km/uur. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan hoeven bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in een geluidszone van bestaande wegen niet getoetst te worden (artikel 76 lid 3 Wgh). 4.8.2 Toets In deze situatie betekent dat ten aanzien van de reeds bestaande bedrijfswoning geen akoestisch onderzoek inzake de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer hoeft te worden uitgevoerd. Het plangebied is gelegen in aan Burgemeester Willekenslaan, Peel en 't Hof te Reusel. Voor deze straten geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. Voor de beoogde toe te voegen woningen en

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

de toe te voegen woningen binnen het cultuurhistorisch waardevolle pand is door Tritium advies een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeken behoren als bijlage bij deze toelichting. De conclusies zijn hierna opgenomen. “De bedrijfswoning aan Burgemeester Willekenslaan 1 wordt omgezet naar een burgerwoning. In onderhavige situatie wordt er binnen de Wet geluidhinder geen onderscheid gemaakt tus­ sen een bedrijfswoning en een burgerwoning. Derhalve wordt de woning aan Burgemeester Willekenslaan1 buiten beschouwing gelaten. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Burgemees­ ter Willekenslaan, Peel en Het Hof. Voor alle wegen in onderhavig onderzoek geldt dat de ge­ luidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde. De beoogde ontwikkeling is geen bezwaar in het kader van wegverkeerslawaai.

4.9 Luchtkwaliteit 4.9.1

Beleidskader

4.9.1.1

Inleiding

Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. 4.9.1.2

Uitstoot van schadelijke stoffen

De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samen­ werkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 30Zo grens niet wordt overschreden. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. 4.9.1.3

Blootstelling aan verontreiniging

In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgen­ de grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 ^g/m3.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 ^g/m3. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 ^/m3. De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 ^/m3.

4.9.1.4 Besluit gevoelige bestemmingen Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteitseisen de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en Rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Deze zone betreft een breedte van 300 meter breed bij Rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen, aan weerszijde van deze wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden. 4.9.2

Toets

4.9.2.1 Uitstoot schadelijke stoffen Binnen het plangebied worden minder dan 1.500 woningen gerealiseerd. Dit plan valt hiermee onder de drempelwaarden van NIBM-bijdrage aan de luchtkwaliteit. 4.9.2.2

Blootstelling aan verontreiniging

Inleiding In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgen­ de grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 ^g/mŕ*. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 ^/m3. De concentratie fijn stof

-

mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde . de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 ^/m3.

Fijn stof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10en PM2,5 voor het plangebied en directe omgeving weer.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ’t Hof ong. Reusel - Toelichting

Figuur 18: Fijnstof PM10, het plangebied indicatief is aangeduid (bron: RIVM)

Legenda: Fijn stof conc.

t|i PM2,5Zm3) <5 ------ WHO advieswaarde

5 -7 7-a

B -9 İ9-1D

10 - 11 ■u -15

m-

Figuur 19: Fijnstof PM2,5, het plangebied indicatief is aangeduid (bron: RIVM)

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 15-18 ^g/m3. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 8-9 ^/m3. Stikstofdioxide Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 binnen het plangebied weer.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

Figuur 20 Kaart met uitstoot stikstofdioxide, waarop de ligging van het plangebied is aangeduid (bron RIVM)

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 10-12 ^g/m3. Er is er in het kader van stikstofuitstoot sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreini­ ging geen bezwaar is. 4.9.2.3 Besluit gevoelige bestemmingen Binnen het plangebied wordt geen gevoelige bestemming gerealiseerd. Dit aspect is niet van toepassing.

4.10 Bodem- en grondwaterkwaliteit 4.10.1 Beleidskader Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoog­ de functie. 4.10.2 Toets Voor de beoogde herbestemming is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en NEN5707 uitgevoerd. Dit onderzoek behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusie en aanbevelingen uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen. “Conclusies en advies Resultaten NEN5740 Burg. Willekenslaan 1 In de sporen baksteenhoudende bovengrond van de vaste bodem (BG1) zijn, naast een ge­ halte aan zink boven interventiewaarde, gehaltes aan koper, cadmium, lood en PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. De verhoogde gehaltes zijn gerelateerd aan de waargenomen bijmengingen van baksteen. Uit aanvullend onderzoek van de deelmonsters van het zinkge­ halte blijkt dat ter plaatse van meetpunten 101, 104 en 114 een gehalte aan zink is gemeten dat aanleiding vormt voor nader onderzoek.

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

In de uiterst puinhoudende bovengrond ter plaatse van meetpunt 109 (BG2) zijn geen gehal­ tes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In de zintuiglijk schone ondergrond van de vaste bodem (OG1 en OG2) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 101 zijn gehaltes aan barium, xylenen en naftaleen gedetecteerd boven de streefwaarden. De verho­ gingen aan metalen zijn toe te schrijven aan natuurlijk verhoogde achtergrondwaardes. Voor het licht verhoogde gehalte aan naftaleen bestaat op basis van dit onderzoek geen verklaring. De overschrijding is marginaal en behoeft geen nader onderzoek. Resultaten NEN5707 Tijdens inspectie van maaiveld en gaten ter plaatse van de druppelzone naast de garage is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. Analyse heeft derhalve niet plaatsgevonden. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 van de toplaag is geen as­ best aangetroffen. De concentratie bevindt zich beneden de detectielimiet. Resultaten NEN5740 Peel 3 In de sporen baksteenhoudende bovengrond van de vaste bodem (BG1) is een gehalte aan PCB gemeten boven de achtergrondwaarde. Het verhoogde gehalte is mogelijk gerelateerd aan de waargenomen bijmengingen van baksteen of het gebruik door de jaren heen.

In de plaatselijk resten plastichoudende bovengrond van de vaste bodem (BG2) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In de zintuiglijk schone on­ dergrond van de vaste bodem (OG1) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten bo­ ven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 201 zijn gehaltes aan barium en 1,1,2-trichloorethaan gedetecteerd boven de streefwaarden. De verhoging aan ba­ rium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Het gehalte aan 1,1,2-trichloorethaan is het gevolg van een verhoogde rapportagegrens. Resultaten NEN5740 ’t Hof ongenummerd In de visueel schone bovengrond van de vaste bodem (BG1 en BG2) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In de zintuiglijk schone onder­ grond van de vaste bodem (OG1) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 301 zijn gehaltes aan ko­ balt, nikkel, zink, cadmium en barium gedetecteerd boven de streefwaarden. Het gehalte aan nikkel overschrijdt de interventiewaarde. Het gehalte aan kobalt overschrijdt de tussenwaarde. De verhogingen aan zware metalen zijn toe te schrijven aan natuurlijk verhoogde achtergrondwaardes.

In voorgaande bodemonderzoeken zijn vaker sterk verhoogde gehaltes aan zware metalen zoals nikkel en zink aangetoond. Formeel vormen de gehaltes aan nikkel en kobalt aanleiding voor nader onderzoek. Dit onderzoek wordt niet zinvol geacht omdat op de locatie geen verontreinigingsbron bekend is. Conclusie en advies Burgemeester Willekenslaan 1 Ter plaatse van de onderzoekslocatie Burgemeester Willekenslaan 1 zijn verontreinigingen aan zink aangetoond in de bovengrond van meetpunten 101, 104 en 114. De gemeten gehal-

ONTWERP

Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan Buitengebied: Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en 't Hof ong. Reusel - Toelichting

tes aan zink vormen aanleiding voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek. De locatie is onverdacht op aanwezigheid van asbest in bodem. Geadviseerd wordt om ter plaatse van meetpunten 101, 104 en 114 nader onderzoek te verrichten naar het gehalte aan zink. Het doel van nader onderzoek is het vaststellen van de ernst en om van de verontreiniging aan zink. Peel 3 Uit de analyseresultaten van vaste bodem en grondwater zijn geen gehaltes aangetoond die aanleiding vormen voor nader onderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. ’t Hof ongenummerd Uit de analyseresultaten van vaste bodem en grondwater zijn geen gehaltes aangetoond die aanleiding vormen voor nader onderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. ” Ter plaatse van meetpunten 101, 104 en 114 wordt nader onderzoek verricht naar het gehalte aan zink in de ondergrond. Dit onderzoek d.d. 20 maart 2020 met rapportnummer B2337-NO behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen. “Uit het onderzoek van de vaste bodem rond meetpunten 101 en114 uit voorgaand bodem­ onderzoek blijkt dat sprake is van gehaltes aan zink boven interventiewaarde bij meetpunten (101) 01, 02, 03, 04, 09 (114) en 10.

Dit komt overeen met een geschat oppervlakte van 200 m2. De diepte van de verontreiniging met zink varieert tussen 0,5 en 1,0 m-mv. Tegen de rundveestal is de verontreiniging aangetoond tot circa 1,0 meter diepte, en verder van de stal af is een bodemlaag tot 0,5 m verontreinigd met zink. De omvang van de bodemveront­ reiniging met zink wordt derhalve ingeschat op 120 m3 vaste bodem. Ter plaatse van het roodgekleurde gebiedsdeel zijn gehaltes aan zink gemeten of geanaly­ seerd die boven de interventiewaarde liggen. Ter plaatse van het meetpunt 104 uit voor­ gaand onderzoek zijn geen gehaltes aan zink gemeten die aanleiding vormen voor aanvul­ lend onderzoek. Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met zink. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor herbestemming van het plangebied.

4.11 Gewasbeschermingsmiddelen 4.11.1 Beleidskader Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij het realiseren van een gevoelige functies afstand te worden gehouden tussen gevoelige objec­ ten (zoals nieuwe woningen) en boomgaarden en boomkwekerijen. Drift is hoger bij toepassing in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=702ba2e7-551b-4969-9154-cb0151473815