[23.19260] - Herziening toelichting
Tekst van het document
5.4.1
Gebiedsbescherming
Natuurnetwerk Nederland Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft in 1990 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geïntroduceerd. In juni 2013 kondigde staatssecretaris Dijksma aan dat de overheid de naam Nationaal Natuur Netwerk gaat gebruiken in plaats van Ecologische Hoofdstructuur. De NNN bestaat uit een netwerk van natuurgebieden. Het doel van de NNN is de instandhouding, verbinding en ontwikkeling van deze natuurgebieden, om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. NNN-gebieden worden beschermd wanneer zij tevens zijn aangewezen op grond van natuurbeschermende regelgeving of wanneer in het gebied een activiteit wordt opgericht of uitgebreid. Eventuele NNN-gebieden in de omgeving van het bedrijf die tevens zijn aangewezen onder andere natuurbeschermende regelgeving worden in desbetreffende paragraaf genoemd. Beide plangebieden liggen niet in een NNN-gebied, zie figuur 5-7, en hebben geen effect op versnippering of verkleining van het gebied.
Figuur-1 Ligging plangebied ten opzichte van NNN-gebieden, O is plangebied. (Bron: Provincie Noord-Brabant)
Wet ammoniak en veehouderij Kwetsbare gebieden zijn gebieden welke in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) zijn aangewezen als voor verzuring gevoelig. Op grond van een wijziging van deze wet zijn voor dit initiatief de gebieden van belang die tevens binnen de NNN-gebieden zijn gelegen. Kwetsbare gebieden zijn van invloed op plannen met ammoniakemissie als de activiteit binnen 250 meter van het kwetsbare gebied plaats vindt. Beide locaties zijn in de nabijheid gelegen van gebieden die in het kader van de Wet Ammoniak en Veehouderij zijn aangewezen als ‘zeer kwetsbare gebieden’, zie figuur 5-8. De afstand van Schepersweijer 4a (bouwvlak) tot het dichtstbij gelegen ‘zeer kwetsbare gebied’ bedraagt circa 360 meter. De afstand van Wolfsven 1 (bouwvlak) tot het dichtstbij gelegen zeer kwetsbare gebied’ bedraagt circa 234 meter. Op basis van ligging van de bedrijfslocaties ten opzichte van de ‘zeer kwetsbare gebieden’ is te concluderen dat de uitstoot van ammoniak kan resulteren in aantasting van de ecologische waarden in deze gebieden. In het kader van de wet ammoniak en veehouderij betreft de huidige vergunning de referentiessituatie. Onderhavig initiatief voorziet in een aanzienlijke daling van de uitstoot van ammoniak. Door de sanering van de veehouderij aan de Wolfsven 1 daalt de ammoniakemissie ter plaatse met 4.347,00 kg NH3 ter plaatse naar 0 kg NH3 .
Ondanks de uitbreiding in aantal dieren aan de Schepersweijer 4a maar door het toepassen van emissie reducerende technieken op de nieuwe en bestaande stallen daalt ook hier de ammoniakemissie met 3.887,71 kg NH3. Onderhavig initiatief voorziet in een totale daling van 8.234,71 kg NH3. Ten opzichte van de bestaande rechten (12.254,70 kg NH3) is dit een daling van 67,20Zo. Deze daling in uitstoot van ammoniak draagt bij aan een verbetering van de ecologische waarden ter plaatse van de ‘zeer kwetsbare gebieden’. De Wet ammoniak en veehouderij vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Figuur Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.2 Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden, O is plangebied (Bron: Provincie Noord-Brabant)
Natura 2000-gebieden Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom is in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die gericht is op gebiedsbescherming. Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht, welke het wettelijk kader is voor; ^ het behoud van de biologische diversiteit en een duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan ^ ter uitvoering van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats ^ de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206) ^ richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement: het behoud van de vogelstand ^ diverse verdragen inzake de biologische diversiteit en de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving Het dichtst bij gelegen Natura 2000-gebied is Kempenland-West en ligt op ca. 6,3 kilometer afstand. De ligging van de bedrijfslocatie ten opzichte van het Natura 2000-gebied is in figuur 5-9 inzichtelijk gemaakt.
De referentiesituatie bij bestemmingsplannen betreft de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die ten opzichte van de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, is een plan dat significante gevolgen kan hebben en dat passend beoordeeld moet worden.
Om te borgen dat onderhavig bestemmingsplan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie wordt in de planregels geborgd dat een toename van de stikstofdepositie niet is toegestaan. Derhalve is op voorhand duidelijk dat onderhavig plan geen significante gevolgen kan hebben en dat geen passende beoordeling hoeft te worden opgesteld. De feítelijk aanwezige, planologisch legale situatie wordt hieronder weergegeven. Schepersweijer 4a Het plangebied aan de Schepersweijer 4a is in onderstaande figuur met de rode kader weergeven. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 2,8 hectare. Een deel hiervan betreft het huidige bouwvlak van 1,9 hectare, het overige deel betreft agrarische grond.
Aan de Schepersweijer 4a is een gemengd agrarisch bedrijf (varkenshouderij en akkerbouw) gevestigd. Op het bedrijf zijn zes bedrijfsgebouwen aanwezig met een bijbehorende bedrijfswoning. Vijf bedrijfsgebouwen worden gebruikt voor het huisvesten van varkens, waarvan één ook deels als werktuigenberging. Het andere bedrijfsgebouw wordt gebruikt als opslagloods voor de akkerbouwproducten. Binnen de inrichting zijn meerdere voersilo’s en sleufsilo’s aanwezig voor de opslag van voer, bijproducten en droge grondstoffen.
Feítelijke situatie Binnen het bedrijf zijn de volgende dieraantallen en stalsystemen aanwezig:
Aantal
RAV Diercateqorie
Stal
code
H u isvestingssysteem
dieren
Gespeende biggen
A
D 1.1.100
overige huisvestingssystemen
561
Gu-. 1 dr. zeugen
A
D 1.3.100
overige huisvestingssystemen, groep
95
Gespeende biggen
B
D 1.1.100
overige huisvestingssystemen
85
Vleesvarkens
B
D 3.2.1
ged.roostervloer, gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter
709
Kraamzeugen
C2
D 1.2.100
overige huisvestingssystemen
39
Kraamzeugen
C2
D 1.2.100
overige huisvestingssystemen
24
Gu-, t dr. zeugen
C1
D 1.3.100
overige huisvestingssystemen, groep
110
Dekberen
C1
D 2.100
overige huisvestingssystemen
1
opfokzeugen
C1
D 3.100
overige huisvesting
22
Vleesvarkens
D
D 3.2.1
ged.roostervloer, gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter
53
Vleesvarkens
E
D 3.2.15.4
biol. combiwasser 850A NH3-, 450A geur- en 80‘Xi fijn stofred.
949
Gespeende biggen
D
D 1.1.100
overige huisvestingssystemen
226
Vleesvarkens
E
D 3.2.15.4
biol. combiwasser 85'ìfi NH3-, 45‘Xì geur- en 800 fijn stofred.
4001
Opfokzeugen
E
D 3.2.15.4
biol. combiwasser 850A NH3-, 45l1í) geur- en 80‘X) fijn stofred.
41
In de werktuigenberging vindt de stalling plaats van de verschillende mobiele werktuigen ten behoeve van de veehouderij, die onder andere worden gebruikt voor het interne transport van voer, dieren en mest. De akkerbouwtak beschikt over 73,69 ha grond in Nederland en 52,39 België. Deze gronden maken geen onderdeel uit van het plangebied. De verkeersbewegingen vanaf het plangebied naar deze akkerbouwgronden zijn wel onderdeel van de feitelijke situatie binnen het plangebied. Op de genoemde akkerbouwgronden worden onder andere de volgende producten geteeld: korrelmais, snijmais, aardappelen, uien en gras. De agrarische grond binnen het plangebied is in gebruik als akkerbouwgrond. In de opslagloods worden voornamelijk aardappelen en uien opgeslagen. De aardappelen worden opgeslagen van oktober tot en met juli, de uien van augustus tot en met juli. In de werktuigenberging vindt de stalling en opslag plaats van de verschillende landbouwwerktuigen die nodig zijn ten behoeve van de bewerkingen en het oogsten van de landbouwgronden. Planologisch legaal In onderstaande afbeelding is de uitsnede van de plankaart van het vigerende bestemmingsplan weergegeven. Op basis van artikel 10.1 sub a zijn de op de plankaart voor 'Bedrijf - Agrarisch' aangewezen gronden onder ander bestemd voor: a.
grondgebonden agrarische bedrijven met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 'intensieve veehouderij' op de plankaart tevens intensieve veehouderijen zijn toegestaan;
Op basis van artikel 4.1 sub a zijn de op de plankaart voor 'Agrarisch' (A) aangewezen gronden onder ander bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; Op basis van het bestemmingsplan is de hierboven beschreven feitelijke situatie in het plangebied planologisch legaal. Buitengebied 2009 gemeentelijk plan; bestemmingsplan artikel 10 vigerend (2011-12-08) PLEK NFO
Y
DOCUMENTEN
KENMERKEN
138838.2,371190.9
Enkelbestemming Bedrijf - Agrarisch
—i Lettertekenaanduiding intensieve veehouderij (iv)
Gebiedsaanduiding
gtíB Verwevingsgebied
Enkelbestemming
Agrarisch
Wolfsven 1 Het plangebied aan de Wolfsven 1 is in onderstaande figuur met de rode kader weergeven Het plangebied heeft een oppervlak van circa 1,5 hectare. Een overgrote deel hiervan betreft het huidige bouwvlak van 1,47 hectare, het overige deel betreft agrarische grond.
Aan de Wolfsven 1 is een akkerbouwbedrijf gevestigd. Op het bedrijf zijn twee bedrijfsgebouwen aanwezig met een bijbehorende bedrijfswoning. Het westelijke bedrijfsgebouwen wordt gebruikt als opslagloods voor de akkerbouwproducten. Het oostelijke gebouw betreft een voormalige varkensstal Binnen de inrichting zijn sleufsilo’s aanwezig voor de opslag van landbouwproducten. Feítelijke situatie Het akkerbouwbedrijf beschikt over 109 ha grond in België. Deze gronden maken geen onderdeel uit van het plangebied. De verkeersbewegingen vanaf het plangebied naar deze akkerbouwgronden zijn wel onderdeel van de feitelijke situatie binnen het plangebied. Op de genoemde akkerbouwgronden worden onder andere de volgende producten geteeld: Snijmais, aardappelen, uien, wortelen, granen en gras. De agrarische grond binnen het plangebied is in gebruik als akkerbouwgrond ten behoeve van het akkerbouwbedrijf. In de opslagloods (opslagcapaciteit 3.000 ton) worden voornamelijk aardappelen en uien opgeslagen. De aardappelen worden opgeslagen van oktober t/m juli en de uien van augustus t/m september. In de opslag loods vindt ook de stalling en opslag plaats van de verschillende landbouwwerktuigen die nodig zijn ten behoeve van de bewerkingen en het oogsten van de landbouwgronden.
Planologisch legaal In onderstaande afbeelding is de uitsnede van de plankaart van het vigerende bestemmingsplan weergegeven. Op basis van artikel 10.1 sub a zijn de op de plankaart voor 'Bedrijf - Agrarisch' aangewezen gronden onder ander bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 'intensieve veehouderij' op de plankaart tevens intensieve veehouderijen zijn toegestaan; Op basis van artikel 4.1 sub a zijn de op de plankaart voor 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden 1' (AW-L 1) aangewezen gronden onder andere bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; Op basis van het bestemmingsplan is de hierboven beschreven feitelijke situatie in het plangebied planologisch legaal. Buitengebied 2009
ļĝj
gemeentelijk plan; bestemmingsplan artikel 10 vigerend (2011-12-08) PLEKINFO
*
DOCUMENTEN
KENMERKEN
139742.7,372030.6
Enkelbestemming Bedrijf - Agrarisch
i-------- Lettertekenaanduiding 1----- 1 intensieve veehouderij (iv)
Gebiedsaanduiding Verwevingsgebied
Enkelbestemming Agrarisch met waarden - Landschaps en Natuurwaarden 1