CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.17435] - Visie Water en Riolering 2024-2028

Gemeenteraad 14 november 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Programma Water en Riolering2.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie Water en Riolering Gemeente Reusel-De Mierden 2024-2028

“Kwaliteit op orde”

Colofon

Dit is een uitgave van de gemeente Reusel-De Mierden, tenzij anders vermeld. Foto’s zijn eigendom van de gemeente Reusel-De Mierden.

Gemeente Reusel-De Mierden

Romy Schellekens Kerkplein 3 Postbus 11 5540 AA Reusel 0497-650 650 gemeente@reuseldemierden.nl

September 2023

2

Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel De visie water en riolering gemeente Reusel-De Mierden 2024-2028 treedt in werking op 1 januari 2024 onder gelijktijdige intrekking van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 Dit beleidsplan kan worden aangehaald als ‘visie water en riolering gemeente Reusel-De Mierden 2024-2028’ Aldus besloten in de vergadering van 14 november 2023

De raad van de gemeente Reusel-De Mierden, de griffier,

mw. J.M. van Dongen-Hermans

de voorzitter,

mw. A.J.M.H. van de Ven

3

Inleiding Voor u ligt de Visie Water en Riolering 2024-2028. In deze visie leggen we de ambities en kaders voor ons stedelijk water systeem vast. Onze gemeente staat de komende jaren voor grote uitdagingen. Het grootste deel van het rioleringssysteem functioneert naar behoren, maar op steeds meer plaatsen laat de kwaliteit te wensen over. Er ligt een grote opgave om deze systemen tijdig te vervangen of te renoveren, zodat geen overlast ontstaat. Daarnaast moeten we op een andere manier naar onze riolering gaan kijken, als onderdeel van een groter watersysteem. We spreken van een watertransitie, waarbij we de focus moeten verleggen van het afvoeren van water naar het vasthouden van water voor de toenemende droge periodes. Weersextremen zoals wateroverlast, droogte en hitte nemen steeds verder toe en hebben een effect op ons watersysteem. Tegelijkertijd biedt ons watersysteem ook kansen om de impact van deze extremen te verminderen. Daarnaast wordt het watersysteem steeds bepalender voor de inrichting van ons land. Als gemeente beheren we maar een deel van het watersysteem. Steeds vaker hebben we onze inwoners, omliggende gemeenten, het waterschap en natuurorganisaties nodig om de uitdagingen volledig op te kunnen pakken. Het is belangrijk om vast te leggen hoe wij om willen gaan met deze uitdagingen en waar onze prioriteiten liggen.

Dit leggen we vast in de Visie Water en Riolering 20242028.

Samenhang met Programma Water en Riolering 2024-2028 De Visie Water en Riolering is een nieuw document binnen de gemeente Reusel-De Mierden. Met de invoering van de Omgevingswet vervalt de plicht om een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) op te stellen. In een VGRP werden de doelen en ambities op het gebied van water en riolering opgenomen. Daarnaast werd beschreven hoe invulling werd gegeven aan die taken. Het was een breed document, waarin zowel kaders, beleid als uitvoeringsprogramma’s waren opgenomen. Onder de Omgevingswet is het mogelijk om een Programma Water en Riolering op te stellen ter vervanging van het VGRP. Programma’s zijn echter alleen zelfbindend voor de gemeente. Omdat ze met name uitvoeringsgericht zijn, mag het College van B&W ze vaststellen. Het beleid en de kaders moeten op een andere manier vastgelegd worden binnen de Omgevingswet. Bovendien is het een taak/bevoegdheid van de gemeenteraad om kaders en visies, inclusief de financiële consequenties, vast te leggen. Daarom ligt voor u de Visie Water en Riolering 2024-2028 dat het overkoepelende kaderdocument vormt voor het Programma Water en Riolering 2024-2028. De looptijd van beide documenten is gelijk.

De Visie is mede tot stand gekomen door het organiseren van werksessies voor zowel de gemeenteraad, het College van B&W als de betrokken ambtenaren. Daarnaast is er ook input opgehaald bij onze inwoners middels een inwonerspanel.

4

Ambities De gemeente staat voor een grote uitdaging om het watersysteem kwalitatief op orde te houden én robuust in te richten zodat het systeem ook in de toekomst voldoende functioneert. Om richting te geven aan deze uitdaging, zijn er 5 ambities geformuleerd.

Ambitie 1. Kwaliteit op orde In de voorgaande planperiode is ingezet om de kwaliteit van het rioolstelsel in beeld te krijgen. Hieruit blijkt dat de kwaliteit van delen van het rioolstelsel kwalitatief slechter is dan verwacht. Een kwalitatief slecht riool zorgt niet alleen voor lekkages waardoor vervuild water de bodem in lekt, maar ook verlies van stabiliteit. Hierdoor kan de bovenliggende rijbaan inzakken. Tijdig ingrijpen is daarom noodzakelijk. Het gebruik van korte buizen en de aantasting van de buizen door H2S afkomstig uit de drukriolering zijn belangrijke oorzaken van de kwalitatieve verslechtering. De mechanische riolering is de afgelopen jaren niet structureel gerenoveerd waardoor onderdelen uitvallen en regelmatig storingen optreden. Aan de andere kant blijkt dat er ook veel riolen zijn die langer meegaan dan verwacht mag worden op basis van de leeftijd. Met het tijdig treffen van kleine maatregelen en reparaties functioneren deze nog naar behoren na de verwachte levensduur.

Kwaliteit wordt niet alleen bepaald door de kwaliteit van de rioolbuizen, maar ook door wat er geloosd wordt op het systeem. Niet alle rioolsystemen zijn berekend op het lozen van hemelwater. Dit geeft problemen met het afvoeren van afvalwater van woningen en bedrijven. Rioolsystemen waarbij het hemelwater en het afvalwater gescheiden zijn kennen ook foutaansluitingen waarbij afvalwater geloosd wordt op het hemelwatersysteem en in water- en beeklopen terecht komt. Dit heeft een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater en de bodem.

Beleidskeuzes Om de kwaliteit op orde te brengen zijn de volgende beleidskeuzes geformuleerd: 

Risico- en kwaliteitsgestuurd werken. Risico- en kwaliteitsgestuurd werken betekent dat niet meer de leeftijd maar de kwaliteit van het rioolstelsel bepalend is voor het plannen van reparaties, renovaties en vervangingen. Routinematig inspecteren blijft nodig om de kwaliteit inzichtelijk te hebben. Om maatregelen te prioriteren wordt ook risico-gestuurd gewerkt: straten waar op basis van de kwaliteit maatregelen nodig zijn kunnen worden geprioriteerd op basis van andere risicofactoren: zo vormen kwalitatief slechte riolen onder doorgaande wegen vaak een groter risico dan riolen onder een voetpad vanwege de belasting.

Intensiveren van het toezicht op foutaansluitingen. Foutaansluitingen belemmeren de goede werking van het rioolstelsel. Daarom intensiveren we het toezicht op foutaansluitingen. Dit doen we door de aansluitingen in het buitengebied projectmatig te 5

controleren. Bij nieuwbouw investeren we in toezicht tijdens de aanleg van rioolaansluitingen om foutieve aansluitingen te voorkomen. Zo kunnen we de faalkosten minimaliseren tegen de laagst mogelijke kosten. Op basis van meldingen en inspecties kunnen we doelgericht ook andere gebieden onderzoeken op foutaansluitingen.

Ambitie 2. Doelmatig en kostenefficiënt beheer De systemen die we aanleggen blijven enkele decennia liggen. Gedurende die tijd moeten ze voldoende blijven functioneren. Ook dit beheer kost geld. We voeren ons beheer doelmatig en kostenefficiënt uit. Dit houdt in dat we bij de aanleg van systemen en voorzieningen al rekening houden met het beheer: wat is er in de toekomst nodig om het systeem goed te kunnen beheren en wat voor onderhoud vergt het systeem? Wat gaat dit kosten? En wegen deze kosten op tegen het voordeel van dit systeem biedt (ofwel: draagt het bij aan ons doel)? Het betekent ook dat we slim werken. Reconstructies en vervangingen stemmen we af met andere disciplines, zoals wegen en groen.

Beleidskeuzes Om doelmatig en kostenefficiënt te beheren zijn de volgende beleidskeuzes geformuleerd: 

Inzicht in het areaal. In de vorige planperiode is geïnvesteerd in het inzichtelijk maken en inmeten van het areaal vrijvervalriolering. Hierdoor was het mogelijk om het areaal te inspecteren en een goed beeld te vormen van de kwaliteit. De komende planperiode gaan we verder met het inventariseren van de overige onderdelen van ons areaal: duikers, sloten en infiltratievoorzieningen. Om efficiënt te kunnen beheren moeten we weten wat er ligt.

Structurele borging van het beheer. Voor de vrijverval- en mechanische riolering zijn de inspecties en het beheer structureel geborgd. Voor onderdelen van het areaal zoals sloten, duikers en infiltratievoorzieningen gebeurd het beheer nog grotendeels ad-hoc. Ad-hoc werken is niet efficiënt. In de komende planperiode gaan we het beheer van deze voorzieningen daarom structureel borgen.

We voeren geen pilots uit. We kiezen er voor om geen pilots uit te voeren. Bij nieuwe technieken is vaak nog te weinig bekend over het beheer en de levensduur. Hierdoor is er een risico dat we als gemeente systemen in ons beheer hebben die we niet doelmatig en kostenefficiënt kunnen beheren.

Ambitie 3. Uniformiteit voor inwoners, bedrijven en initiatiefnemers Als gemeente beheren we slechts de openbare ruimte. Om de uitdagingen de komende jaren het hoofd te bieden, is het ook nodig dat er op particulier terrein maatregelen getroffen worden. Onze inwoners, bedrijven 6

en initiatiefnemers hebben recht op duidelijkheid wat wij van hen verwachten. Andersom moeten we ook duidelijk zijn wat zij van ons mogen verwachten. Simpelweg: wat doet de gemeente en wat verwachten we van anderen?

Daarnaast hebben we te maken met een watertransitie en toenemende weersextremen. Hoe willen we omgaan met deze watertransitie? Hiervoor zijn handvaten en richtinggevende kaders nodig om duidelijkheid te bieden. Ook de manier waarop we omgaan met overlast van hemelwater en grondwater moet vastgelegd worden, zodat alle casussen op dezelfde manier beoordeeld worden.

Beleidskeuzes Om duidelijkheid te geven aan onze inwoners, bedrijven en initiatiefnemers zijn de volgende beleidskeuzes geformuleerd: 

We hanteren een voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. De voorkeursvolgorde is: 1. besparen 2. vasthouden 3. bergen 4. aanpassen 5. afvoeren

Figuur 1 visualiseert de voorkeursvolgorde (bron: Planbureau voor de Leefomgeving). Bij elke ingreep in de leefomgeving vragen we ons af hoe we water zo hoog mogelijk in de voorkeursvolgorde kunnen verwerken. Dit geldt ook voor ontwikkelingen op particuliere percelen.

7

Figuur 1: voorkeursvolgorde omgang hemelwater (bron: Planbureau voor de Leefomgeving).

Bij ontwikkelingen waarbij openbare ruimte naar de gemeente wordt overgedragen dient de hemelwaterberging in de (toekomstige) openbare ruimte te worden aangelegd. De gemeente neemt bij overname van de openbare ruimte ook het beheer en bijbehorende kosten voor deze voorzieningen over. Voorwaarde is wel dat de voorzieningen passen binnen de voorkeurvolgorden die de gemeente toepast.

We hanteren een voorkeursvolgorde voor de aanleg van hemelwatervoorzieningen in de openbare waarbij bovengrondse voorzieningen de voorkeur hebben boven ondergrondse voorzieningen. Dit geldt voor nieuwe ontwikkelingen waarbij later de openbare ruimte naar de gemeente wordt overgedragen of van de gemeente is. Ondergrondse voorzieningen zijn lastiger te beheren en de correcte werking ervan is daarom niet altijd goed in beeld. In het kader van kostenefficiënt en doelmatig beheer hebben bovengrondse voorzieningen daarom de voorkeur. Bovendien draagt het bij aan de belevingswaarde én bewustwording van inwoners.

We hanteren de tabel hinder-overlast-schade om de ernst van overlastsituaties in te schatten en de te nemen maatregelen te bepalen.

8

Voor het inschatten van de ernst zijn zowel de frequentie van de overlast én het effect ervan van belang. De tabel vormt daarbij een hulpmiddel (zie figuur 2). Het gaat om overlast die wordt veroorzaakt door een teveel aan water dat niet verwerkt kan worden door het gemeentelijk watersysteem. Bij overlast blijft het daarom altijd van belang om ook de oorzaak te bepalen.

Figuur 2: tabel hinder-overlast-schade (bron: Stichting Rioned).

We maken gebruik van het beoordelingskader structurele grondwateroverlast om overlastsituaties te beoordelen en te voorkomen. De gemeente heeft een zorglicht bij structurele grondwateroverlast met nadelige gevolgen. Structurele grondwateroverlast met nadelige gevolgen wordt als volgt gedefinieerd: De overlast dient: 1. Wederkerend te zijn en ten minste jaarlijks te worden gemeld; 2. Gedurende langere tijd voor te komen (ten minste één maand continu); 3. Niet tijdelijk te zijn (tenminste twee jaar); 4. Stabiel of toenemend te zijn; 5. Enige omvang te hebben en dus op buurtniveau te spelen; 6. Aantoonbaar veroorzaakt te zijn door (verandering in) de grondwaterstand.

Aan alle zes de voorwaarden dient voldaan te zijn voordat gesproken wordt van structurele overlast.

Nadelige gevolgen zijn: 1. Chronische gezondheidsklachten; 2. Schade aan gebouwen en infrastructuur; 3. Het niet meer mogelijk zijn van de primaire functie vanuit het bestemmingsplan.

9

Om structurele grondwateroverlast te voorkomen stellen we eisen ten aanzien van de aanleghoogten van gebouwen, wegen en groen (zie figuur 3).

Functie

Ontwateringsdiepte

Woningen zonder kruipruimte

0,5 meter

Woningen met kruipruimte

0,7 meter

Tuinen en groenvoorzieningen

0,5 meter

Hoofdwegen

1,0 meter

Gebiedsontsluitings- en erftoegangswegen

0,7 meter

Figuur 3: ontwateringsnormen.

Ambitie 4. Klimaatrobuuste inrichting van de gemeente De openbare ruimte die we nu aanleggen, ligt er over tientallen jaren nog. Dit betekent dat we ook rekening moeten houden met de toekomst en het functioneren van de openbare ruimte onder toekomstige omstandigheden. Dit noemen we ook wel een klimaatrobuuste inrichting van de gemeente. Een klimaatrobuuste inrichting gaat verder dan alleen de openbare ruimte; ook keuzes die worden gemaakt op particulier terrein hebben invloed op de klimaatrobuustheid van de gemeente.

Beleidskeuzes Om de gemeente klimaatrobuust in te richten zijn de volgende beleidskeuzes geformuleerd: 

Voor ontwikkelingen die buiten de Keur 1 vallen geldt een gemeentelijke bergingseis. Bij nieuwbouwontwikkelingen kleiner dan 500 vierkante meter verhard oppervlak hanteren we een hemelwaterbergingseis van 40 millimeter waterberging per vierkante meter verhard oppervlak. o

Verhard oppervlak is het totaal verharde oppervlak in de nieuwe situatie. Gesloopt oppervlak kan dus niet worden afgetrokken van het totaal verharde oppervlak.

o

De bergingseis geldt voor alle nieuwbouw; dus ook voor herbouw.

o

De bergingseis geldt niet voor verbouw.

o

De bergingseis geldt alléén voor nieuwbouw waarvoor een vergunning nodig is.

We geven zelf het goede voorbeeld door waterberging in de openbare ruimte aan te leggen. We leggen steeds meer hemelwatersystemen aan. Deze wateren af op water- en beeklopen. Bij hevige regenval betekent dit echter dat de waterlopen meer water te verwerken krijgen. Dit kan leiden tot overlastsituaties. Daarom leggen we ook in de openbare ruimte zoveel mogelijk bovengrondse waterberging aan. Door het water in de openbare ruimte te laten infiltreren dragen we ook een steentje bij aan het tegengaan van de verdrogingsproblematiek.

1 In de Keur ligt de regelgeving van Waterschap De Dommel vast. Met de invoering van de Omgevingswet

wordt de Keur opgenomen in de waterschapsverordening van Waterschap De Dommel. 10

We investeren in het afkoppelen van particuliere woningen en bedrijven. Dit doen we door bij de aanleg van gescheiden rioleringen de voorkant van aanliggende woningen als onderdeel van de vervanging af te koppelen. In verschillende wijken zijn in het verleden al gescheiden systemen aangelegd, maar is er niet geïnvesteerd in het afkoppelen van aanliggende woningen. Ook in deze wijken gaan we investeren in het afkoppelen. Wijken waar regelmatig sprake is van overlast krijgen voorrang. Voor inwoners die zelf hun woning of bedrijf willen afkoppelen stellen we een vergoeding beschikbaar.

Ambitie 5. Verstevigen van de integrale samenwerking, binnen en buiten de eigen gemeente. Omdat het rioleringssysteem ondergronds ligt, betekent de vervangingsopgave ook dat andere delen van de openbare ruimte, zoals verharding en groen, op de schop gaan. Integrale samenwerking is daarom noodzakelijk. Ook samenwerking met de afdeling ruimtelijke ontwikkeling is belangrijk: de watertransitie vraagt om ruimte, maar is daarin niet de enige. De gemeente beheert slechts een deel van het watersysteem. Ingrepen verderop in het systeem zijn van belang voor het functioneren van het stedelijk systeem. Andersom betekenen ingrepen in ons eigen systeem ook dat er iets veranderd verderop. Samenwerking is daarom belangrijk. Waterschap De Dommel en omliggende gemeenten zijn hierbij belangrijke partners.

Beleidskeuzes: Om de integrale samenwerking te versterken zijn de volgende beleidskeuzes geformuleerd: 

We werken water- en bodemsturend. Water- en bodemsturend houdt in dat functies worden geplaatst daar waar ze het beste aansluiten op het natuurlijke watersysteem. Zo is niet ieder gebied vanuit waterhuishoudkundig oogpunt geschikt voor woningbouw. Andere gebieden zijn minder geschikt voor de infiltratie van hemelwater. Het is de bedoeling om zo min mogelijk in te grijpen in het natuurlijke systeem om functies toch mogelijk te maken.

11

Financiën De opgave waar onze gemeente de komende jaren voor staat is groot. Omdat in het verleden is gekozen om de rioolheffing centraal te stellen in plaats van de kwaliteit van de riolering is er nu een extra grote kwaliteitsopgave. Naast de grote toename aan investeringen vanwege de vervangingen en renovaties van de riolering, stijgen ook de exploitatielasten. Grotendeels heeft dit te maken met een toename van bijvoorbeeld de energiekosten. Daarnaast kent het nieuwe beleid ook wat extra ambitie: intensiever onderzoek van foutaansluitingen, het klimaatrobuust inrichten van de gemeente en het intensiveren van het afkoppelen van particuliere woningen. Voor dit alles is ook meer personele formatie nodig en deze kosten komen ook ten laste van het rioleringsbudget. In figuur 4 zijn de totale exploitatielasten en benodigde kredieten per jaar opgenomen.

Exploitatielasten Benodigde kredieten Nieuwe kapitaallasten Planperiode 2024-2028 Kapitaallasten verleden

2024 €1.196.247,€2.811.729,€66.042,-

2025 €1.155.574,€2.367.144,€145.944,-

2026 €1.168.074,€1.601.435,€187.540,-

2027 €1.185.574,€2.762.113,€233.168,-

2028 €1.148.074,€2.225.464,€285.347,-

€357.737,-

€356.186,-

€354.635,-

€353.084,-

€349.636,-

Figuur 4. Exploitatielasten en benodigde kredieten gedurende de planperiode 2024-2028.

De stand voor de voorziening is laag, waardoor de toenemende kosten niet uit de voorziening gedekt kunnen worden. Ze worden daarom direct doorgerekend in de rioolheffing. Een stijging van de rioolheffing is daarom nodig om de grotere lasten te dekken. Omdat de rioolheffing de afgelopen jaren niet voldoende is gestegen (conform het VGRP 2017-2021) is de stijging in 2024 en 2025 relatief hoog. Figuur 5 toont de huidige rioolheffing de rioolheffing gedurende de planperiode.

Rioolheffing (per m³)

2024 €2,43

2025 €2,88

2026 €2,88

2027 €2,93

2028 €2,98

Figuur 5. Rioolheffing in euro’s per kubieke meter en stijging t.o.v. voorgaande planperiode.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=ffc79d31-4a07-4533-8a6e-5943b6258047