[23.15552] - Bijlage 1. Beleid grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen
Tekst van het document
5.3.10 Uitzondering voor VAB-locaties Ontwikkeling van locatiegebonden zonneparken bij VAB-locaties (Voormalige Agrarische Bedrijfsbebouwing; meestal met een oppervlak kleiner dan 2 hectare) vormt een uitzondering op de ruimtelijke stra tegie voor zonneparken. De Kempengemeenten kunnen medewerking verlenen aan principeverzoeken op VAB-locaties, ongeacht het lokale landschap, mits het projectvoorstel aantoont dat met de opbreng sten een positief effect voor de leefomgeving wordt verwezenlijkt (bv. sloop stal/asbestsanering/geur-vermindering etc.). Uitgangspunt hierbij is dat het locatiegebonden zonnepark de grenzen van het bouwvlak niet overschrijdt. Bij VAB-locaties is altijd sprake van maatwerk. Het gemeentelijke VAB-beleid is leidend bij het eventueel herontwikkelen van locaties tot zonneparken. Een mogelijk nadeel van locatiegebonden zonneparken is dat een verzwaring van de elektrische aan sluiting kan leiden tot hoge maatschappelijke kosten en vertraging van de ontwikkeling van netinfrastructuur elders. Om deze reden hebben locatiegebonden zonneparken waarvoor geen netverzwaring nodig is de voorkeur. Indien bij een zonnepark sprake is van een VAB-locatie, wordt dit in het projectvoorstel omschreven.
5.4 Windenergie Op basis van de milieueffecten (zoals beschreven in het PlanMER), alsook de input vanuit ophaalsessies in de Kempen en politieke wensen is een voorkeursalternatief bepaald, waarin voor windturbines enkele voorkeursgebieden zijn aangewezen. Landschappelijk heeft deze strategie van concentratie het voordeel dat een groot deel van de Kempen gemeenten gevrijwaard blijft van windparken. Daar staat wel een grotere landschappelijke belasting ter plaatse van de voorkeursgebieden tegenover, zoals beschreven in het planMER. In verband met de radarverstoring binnen de 500-voetszone zijn concentratiegebieden niet overal kansrijk. Per ontwikkellocatie binnen de 500-voetszone is aanvullend onderzoek nodig naar de effecten op het radarsysteem. Het is niet mogelijk om dit onderzoek op gebiedsniveau uit te voeren. Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van concrete opstelpunten. Voor alle locaties binnen de Kempengemeenten is een verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Defensie benodigd.
5.4.1 Ruimte voor windenergie De Kempengemeenten bieden mogelijkheden voor het ontwikkelen van windparken, met name binnen de aangewezen voorkeursgebieden. Hierbij is de wens om de uitrol van windenergie gefaseerd te doorlopen. Voordeel hiervan is dat vroege ervaringen in latere projecten gebruikt kunnen worden.
20
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging Op basis van de uitkomsten uit het uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek d.d. 16 oktober 2018 zijn in het planMER 53 mogelijke projectlocaties voor windenergie onderzocht. In het planMER is zowel een thematische toetsing op grond van leefbaarheid, natuur en infrastructuur uitgevoerd als een gebieds gerichte toetsing. Hieruit blijkt dat niet alle lijnen even geschikt zijn om tot ontwikkeling te komen. Er zijn drie voorkeursgebieden aangewezen voor windparken (zie Figuur 10). Buiten deze voorkeursgebieden heeft de ontwikkeling van windparken niet de voorkeur, maar is ook niet helemaal uitgesloten. Er is bewust voor gekozen om in het beleid- en toetsingskader geen indicatieve lijnen in te tekenen, zowel binnen als buiten de voorkeursgebieden. Het ontwerp van windparken moet in overleg met de omgeving tot stand komen en het is niet wenselijk om op voorhand al te veel te sturen. De milieueffecten van de windparklocaties zoals die in het planMER zijn onderzocht zijn een belangrijke basis voor de nadere beoordeling van de geschiktheid van parkontwerpen. Daarnaast geeft de inschatting van de energieproductie van de windparklocaties inzicht in de potentiële bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstelling. De gemeenteraden zijn autonoom bevoegd om binnen hun eigen grondgebied te besluiten welke locaties op welk moment tot ontwikkeling komen.
Ook stelt de gemeenteraad met dit beleid dat voor ieder windpark een projectMER opgesteld moet worden. Naast de energietransitie maken de raden ook een afweging van de thema's transitie landelijk gebied, economie en mobiliteit. Hieruit volgt dat niet alle mogelijke windlocaties daadwerkelijk tot ontwikkeling komen.
21
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging VQPrtaur windenergie
Figuur 10. Beleidskaart windenergie Het projectvoorstel toont duidelijk de ligging en begrenzing van een projectgebied, met daarbinnen een overzicht van de geplande opstelpunten, voorzien van een onderbouwing waarom de betreffende locatie past binnen het beleids- en toetsingskader.
5.4.2 Inrichting en landschappelijke impact Windparken moeten worden ontworpen met respect voor de bestaande landschappelijke kwaliteiten. Voor windparken is in mindere mate sprake van landschappelijke 'inpassing' dan bij zonneparken, in die zin dat het park niet aan het oog onttrokken kan worden. Daarom is het parkontwerp belangrijk (de ligging van de windturbines ten opzichte van elkaar, van landschappelijke structuren en van andere windparken). Hoe groter de windturbines, des te meer zij bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstelling, hoe lager de kostprijs van de geproduceerde elektriciteit en hoe minder windturbines er nodig zijn. Grotere windtur-
22
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging bines zijn van grotere afstand zichtbaar. Doordat er echter minder windturbines nodig zijn om dezelfde energieproductie te bewerkstelligen nemen de negatieve milieueffecten niet evenredig toe. Daarnaast zijn grote windturbines vaak juist stiller dan kleinere en de rotatie van de wieken is rustiger. Daarom geven de Kempengemeente de voorkeur aan grote windturbines, met een minimale rotordiameter van 120 meter. Het projectvoorstel geeft inzicht in het parkontwerp (aantal, locatie en afmetingen) van het windpark en gaat daarbij in op de kop peling met bestaande landschappelijke structuren, de invloed op lokale landschappelijke kernkwaliteiten en de afstand tot bestaande of geplande andere windparken.
Bij de ontwikkeling van windparken geldt dat ter voorbereiding op een omgevingsvergunningaanvraag een landschappelijk ontwerp moet worden opgesteld waarin wordt aangesloten bij de beschrijving van kwaliteiten uit het planMER. De beschrijving van de landschappelijke impact die in het projectvoorstel is opgenomen kan als uitgangspunt dienen van dit landschappelijk ontwerp. Het landschappelijke ontwerp moet ook ingaan op de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de omgeving waarin het windpark gepland is. In het landschappelijk ontwerp gaat de ruimtelijke kwaliteit niet om 'mooi', maar om 'goed'. Dit omvat de drie waarden van Vitruvius: ^ Gebruikswaarde: de functionele kwaliteit van het project. ^ Belevingswaarde: de inpasbaarheid in de omgeving. ^ Toekomstwaarde: de vraag of het project de ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandig heden kan opvangen Het projectvoorstel geeft inzicht in de gebruikswaarde, de belevingswaarde en toekomstwaarde in relatie tot het landschap.
5.4.3 Optimalisatiemogelijkheden Voor windparklocaties geldt dat initiatiefnemers, mede aan de hand van de informatie uit het planMER, tot een ontwerp van een windpark moeten komen waarbij een optimum wordt gezocht tussen enerzijds de energieproductie en benutting van een locatie voor windenergie en anderzijds de bescherming van het woon- en leefklimaat van inwoners, bescherming van andere beleidsthema's, bijvoorbeeld natuuren landschapswaarden en behoud en bescherming van recreatie. De lijnen uit het planMER moeten gezien worden als een indicatieve inrichting, die niet bedoeld zijn als voorschrift voor een parkontwerp. Het projectvoorstel geeft inzicht in de optimalisatiemogelijkheden op de projectlocatie en afstemming met projectlocaties in de omgeving. De productieomvang van de projectlocatie wordt aangeduid en beargumenteerd wordt wat de relatie is met de omgeving.
5.5 Combinatie zon en wind Vanuit de ruimtelijke strategie voor concentratie hebben gecombineerde zonne- en windparken in het bijzonder de voorkeur. Dit is de reden dat zonneparken op agrarische gronden onder of nabij windparken in de zonneladder de voorkeur hebben boven zonneparken die niet met wind gecombineerd zijn. Deze locaties zijn rood omcirkeld weergegeven in Figuur 11. Doordat de mogelijke locaties voor windparken veel meer ruimtelijk beperkt zijn gelden geen aanvul lende voorwaarden voor windparken als het gaat om de combinatie met zonneparken. Wel spreken de Kempengemeenten expliciet de voorkeur uit voor gecombineerde zonne- en windparken. Een bijkomend voordeel van combinatie van zonne- en windparken is, dat de elektriciteitsnetwerkaansluiting efficiënter kan worden benut. Indien de combinatie van zonne- en windparken niet mogelijk is moet het projectvoorstel een toelichting bevatten van de reden(en) van deze onmogelijkheid.
23
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging Vūūrkcuf ion en wind
3 VMrtftKìgeţiíçtfen wmdtwgie V«xWu rw e tïiťdífi wvif tntiątļ HijrfTiíī voer jQnfiPtuMkfn v^irMl lŲhļ
ftu«TitţuW Jnno^řJŕkçri wiń ĵ-lū hj C^riļŕ eŕtth#ffrdí r*uuf (NİI8. N30W* ĖŕtkddiU nd u hacptn
flĥrtfhn
íļ' I. Uif oííírtwfr n
Oma
ì k"
Bosch
van Rijn
Figuur 11. Beleidskaart energielandschappen waarin zonne- en windparken worden gecombineerd.
5.6 Opruimplicht Ieder zonne- en windpark moet na beëindiging van de exploitatie opgeruimd worden. Dat wil zeggen dat de grond en omgeving teruggebracht moet worden in de originele staat, of een betere staat indien vooraf afgesproken (bijvoorbeeld bij ontwikkeling van natuur met opbrengsten betreffende zonnepark). Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de betreffende ge meente, voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning. De materialen worden tenminste gerecycled conform de dan geldende wet- en regelgeving. Het projectvoorstel beschrijft op welke wijze het opruimen van het zonne- en/of windpark wordt gewaarborgd.
24
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging
Hoofdstuk 6 Sociaal-maatschappelijke voorwaarden 6.1 Inleiding De energietransitie is naast een technische en ruimtelijke opgave ook vooral een maatschappelijke transformatie. De maatschappij verandert en krijgt opnieuw vorm. De Kempengemeenten kiezen ervoor om 'de maatschappij' centraal te stellen; zowel bij het opstellen van het beleid als bij de uitvoering ervan. Bij de vorming van dit beleid is een breed participatietraject opgezet. Door middel van ophaalsessies is in de Kempen de mening gevraagd van inwoners, bedrijven, recreanten, belangenorganisaties, et cetera. Deze input heeft een grote rol gespeeld bij het formuleren van de sociaal-maatschappelijke uit gangspunten en randvoorwaarden. Ontwikkeling van grootschalige zonne- en windparken gebeurt niet alleen in de Kempen, maar ook voor en door de Kempen. Dat gebeurt doordat de omgeving meedenkt over het zonne- en/of windpark, de opbrengsten maximaal terugvloeien naar de omgeving.
6.2 Projectontwikkeling gebeurt bij voorkeur coöperatief. De Kempengemeenten vinden het belangrijk dat de omgeving van een toekomstig wind- of zonnepark een actieve en betrokken rol heeft bij de ontwikkeling. Een coöperatie is een beproefde manier om dit te bewerkstelligen. Op deze manier komen lokale belangen zoveel mogelijk overeen met de belangen van de ontwikkelaar van de zonne- en windparken. Een coöperatie kan professionele ondersteuning inzetten, bijvoorbeeld door samen te werken met een projectontwikkelaar of door middel van professionele procesbegeleiders of aansluiting te zoeken bij andere meer gespecialiseerde coöperaties. Het projectvoorstel omschrijft met welke rechtsvorm(en) het project ontwikkeld wordt.
6.3 De inrichting van een project wordt door de omgeving mede vormgegeven. Hoe een project eruit komt te zien moet zo min mogelijk afhankelijk zijn van de grondeigendomssituatie. Daarom moet de verdeelsleutel van de lusten eerst vastgesteld zijn door diegenen die de lasten dragen (de omwonenden van een windpark en grondeigenaren in het plangebied). Daarna pas moet gesproken worden over de exacte inrichting van het zonne- of windpark. We dagen initiatiefnemers, omwonenden en grondeigenaren uit om projecten te ontwerpen die overlast op de omgeving beperken en aansluiten bij het landschap. Daarnaast is aandacht voor een optimale benutting van de opwekkingspotentie van het plangebied belangrijk om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsdoelstelling. Of te wel, daar waar veel potentie is om veel duurzame energie op te wekken, moet dat ook zo veel mogelijk gebeuren. Op deze manier wordt voorkomen dat geschikte gebieden niet optimaal worden ingezet voor de pro ductie van duurzame energie, waardoor ook minder geschikte gebieden alsnog moeten worden ingezet. Uit het projectvoorstel moet blijken op welke wijze de omgeving betrokken is bij de inrichting van het project.
6.4 Gerealiseerde projecten zijn bij voorkeur eigendom van lokale partijen met een streven van minimum 500Zo. Dit betekent dat het recht om te investeren in het eigen vermogen van het project in eerste instantie rust bij inwoners van de Kempen en lokale bedrijven. Hierbij zijn veel manieren denkbaar om het beno digde kapitaal op te halen. De voorkeur van de Kempengemeenten gaat er daarbij naar uit dat alle in woners in staat worden gesteld om naar eigen draagkracht mee te investeren in projecten in hun om geving. Een coöperatie kan hierin een belangrijke rol spelen. Het voordeel van lokale investeerders is dat de winsten van het project automatisch terugvloeien naar de omgeving (bijvoorbeeld in de vorm van dividend). Het is niet toegestaan om een projectontwikkeling na de planontwikkeling te verkopen met winst en daarna het percentage 'eigendom van lokale partijen' vast te stellen. Optioneel kan hierin nog een nadere onderverdeling worden gemaakt (bijvoorbeeld dat eerst de directe omgeving mag investeren, vervolgens iedereen in de gemeente en vervolgens iedereen in de Kempen). Het projectvoorstel beschrijft welk percentage van het 'investeringsrecht' beschikbaar is voor inwoners en bedrijven van de indivi duele Kempengemeenten en onder welke voorwaarden.
6.5 Zoveel mogelijk van de lusten moeten in de omgeving van het initiatief landen De Kempengemeenten vinden het belangrijk dat de omgeving van grootschalige opwek baat heeft bij de ontwikkeling. Daarom moet elk project een financiële afdracht doen in een omgevingsfonds en een duurzaamheidsfonds.
25
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging 1. Voor elk project moet een lokaal omgevingsfonds worden ingericht waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. Het doel van het omgevingsfonds is lokale gebiedsontwikkeling. Dit is een extra manier waarop zonne- en windparken concrete maatschappelijke meerwaarde kunnen genereren in de directe omgeving. Het omgevingsfonds wordt beheerd door een afvaardiging uit de betreffende omgeving. De gemeente heeft een controle functie in het beheer van deze gelden. De besteding van het omgevingsfonds moet een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. De bestedings doelen worden als voorwaarden vastgelegd in de anterieure overeenkomst en de vergunning van het zonne- en/of windpark. Indien een project een significante bijdrage levert aan de ontwikkeling en verbetering van het betreffende gebied kan de initiatiefnemer vrijgesteld worden voor deze afdracht. Bijvoorbeeld een stoppende vee houderij die veel geuroverlast geeft in de omgeving. Voorwaarde is dat de initiatiefnemer de bijdrage voor het gebied moet kwantificeren en moet aantonen dat deze gelijkwaardig is aan de afdracht en gelijkwaardig de omgeving dient. Dit is geen 'vrijstelling' maar een manier om 'in natura' te investeren in de omgeving.
Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het omgevingsfonds is (minimaal C1 per geproduceerde MWh), welke partijen in het bestuur van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld wordt bepaald. Deze bestemmingen moeten een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. Het fonds wordt beheerd door de omgeving. De omgeving zal dus bepalen waar de gelden aan besteed worden.
2. Elk project moet storten in een gemeentelijk duurzaamheidsfonds. Doel van het duurzaamheidsfonds is om gemeentebreed grotere projecten op het gebied van duurzaamheid uit te voeren (bijvoorbeeld het stimuleren van zon op dak). Het duurzaamheidsfonds wordt beheerd door de betreffende gemeente. Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het duurzaamheidsfonds is (minimaal C1 per geproduceerde MWh). Rekenvoorbeelden Onderstaande rekenvoorbeelden geven een indicatie van de hoogte van de af te dragen bedragen voor wind- en zonneparken. Op deze manier is beter inzichtelijk in welke grootteorde de bedragen zullen liggen. Zonnepark van 10 hectare Een zonnepark van 10 hectare (bruto, dus inclusief landschappelijke inpassing) produceert jaarlijks ca. 10.000 MWh. De jaarlijkse bijdrage aan het omgevingsfonds is voor een dergelijk park dus minimaal C10.000. De jaarlijkse bijdrage aan een gemeentelijk duurzaamheidsfonds is ook minimaal C10.000. Gezamenlijk wordt over een looptijd van 20 jaar minimaal C400.000 aan lusten voor de omgeving ge genereerd. Een windpark van 12,6 MW Een windpark van 12,6 MW (3 grote windturbines) produceert jaarlijks ca. 45.000 MWh. De jaarlijkse bijdrage aan het omgevingsfonds is voor een dergelijk park dus minimaal C45.000.
De jaarlijkse bijdrage aan een gemeentelijk duurzaamheidsfonds is ook minimaal C45.000 Gezamenlijk wordt over een looptijd van 20 jaar minimaal 1,8 miljoen euro aan lusten voor de omgeving gegenereerd.
6.6 Specifieke aandachtspunten bij windparken 6.6.1 De betreffende gemeente verleent in een bepaald gebied slechts planologische medewerking aan één projectvoorstel. De Kempengemeenten vinden het belangrijk dat inwoners en grondeigenaren binnen een projectgebied samenwerken, waardoor een coöperatief project tot stand kan komen. Als er meerdere gelijktijdige initiatieven in hetzelfde gebied zijn kan de betreffende gemeente eisen dat de verschillende initiatiefnemers er eerst samen uitkomen en een gezamenlijk projectvoorstel indienen. Dit zorgt voor een optimale gebiedsinrichting, waarbij niet alleen wordt gekeken naar bijvoorbeeld grondposities. Het projectvoorstel omschrijft op welke wijze inwoners en grondeigenaren gekomen zijn tot één gezamenlijk projectvoorstel.
6.6.2 Gesocialiseerde gebiedsbijdrage Windprojecten moeten werken met een gesocialiseerde gebiedsbijdrage. Dit is een verdeelsleutel tussen enerzijds een vergoeding voor omwonenden vanwege eventuele hinder en anderzijds de grondvergoeding voor grondeigenaren. De hoogte en verdeling van de gebiedsbijdrage wordt door de inwoners en grondeigenaren van het projectgebied vastgesteld. Dit gebeurt voordat de uiteindelijke windturbineposities gekozen worden. De initiatiefnemer is verplicht de dialoog betreffende de gebiedsbijdrage te voeren met omwonenden en grondeigenaren. Bij voorkeur komt hierbij een unaniem voorstel tot stand. De grondeigenaren van de uiteindelijke windturbineposities en kabeltracés worden volledig gecompen seerd voor de opbrengstderving als gevolg van het ter beschikking stellen van de (landbouw)grond.
26
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging Een projectgebied bestaat bij voorkeur uit één ononderbroken zone. Daarbij kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt tussen de directe omgeving (schil 1) en de wij dere omgeving (schil 2). Het projectvoorstel toont aan op welke wijze gevolg is gegeven aan de eis voor gesocialiseerde gebiedsbijdrage. In het projectvoorstel moet zijn beschreven hoe hoog de gebiedsbijdrage is, hoe deze over de omgeving van het project is verdeeld en hoe deze tot stand is gekomen.
Hoofdstuk 7 Bijlagen Bijlage A: Begrippenlijst Concentratiegebie d: Een gebied waar meerdere zonnevelden én meerdere lijnen van windturbines mogelijk worden gemaakt. Coöperatie: Een coöperatie is een vorm van zelforganisatie. Coöperaties hebben een collectief doel met een zakelijke basis. De leden bundelen hun krachten in de coöperatie om hun individuele en geza menlijke doelen te bereiken. Het uiteindelijke doel van een coöperatie is waardecreatie voor de leden. Energietransitie: Onze maatschappij is nu gedreven op en afhankelijk van fossiele brandstoffen. Dit omvormen naar een energieneutraal, gezond en toekomstbestendig systeem noemen we "de energietransitie" Initiatiefnemer: Partij die een zonne- of windpark wil realiseren in de Kempengemeenten. Dit kan een commerciële partij zijn, maar ook een coöperatie. Deskundigenpanel: Het deskundigenpanel , opgericht door de Kempengemeenten, heeft als taak het beoordelen van principeverzoeken voor grootschalige zonne- of windparken in de Kempen aan de hand van het projectvoorstel. Zij brengen een onafhankelijk advies uit aan de gemeente(n) maar geven de initiatiefnemer ook aanbevelingen voor de verbetering voor het projectvoorstel. De initiatiefnemer is vrij om verbeteringen door te voeren. De betreffende gemeente(n) nemen het advies van het deskundi genpanel mee in hun afweging om medewerking te verlenen vergunningsprocedure.
Landschappelijke kwaliteiten: Hieronder wordt verstaan: ^ De leesbaarheid van de aanwezige landschapsstructuur; ^ De openheid van het gebied; ^ De schaal van het landschap; ^ Zichtlijnen in het landschap (Handreiking waardering landschappelijke effecten van windenergie, H+N+S Landschapsarchitecten, 2013.) Megawatt (MW): Megawatt is een eenheid van vermogen (energie per tijdseenheid). ^ 1MW = 1.000.000 Joule Z seconde ^ 1MW = 1.000 kW (kilowatt) = 1.000.000 W (watt) Megawattuur (MWh): Megawattuur is een eenheid van energie (vermogen x tijdsduur), net als de petajoule. ^ 1MWh = 1.000 kWh = 1.000.000 Wh. ^ 1 MWh = 0,0000036 PJ Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt jaarlijks ca. 3,3 MWh aan elektriciteit. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD): De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), samen met de daarop ontvangen zienswijzen, dient als uitgangspunt van het MER. De NRD betreft de eerste formele stap richting een planMER procedure waarin uitgebreid beschreven staat welke specifieke milieueffecten, die de ontwikkeling van een project met zich mee brengt, in de m.e.r.-procedure onderzocht worden en met welke diepgang dit gebeurt. Petajoule: Petajoule is een eenheid van energie. Aangezien 1 PJ zeer veel energie betreft wordt deze eenheid vaak gebruikt op het niveau van gemeenten en provincies.
^ 1 PJ = 1.000.000.000.000.000 J ^ 1 PJ = 277.778 MWh, oftewel het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van ca. 84.000 huishoudens. PlanMER: Een planMER is een instrument om inzicht te krijgen in de milieueffecten van ingrijpende ruimtelijke plannen en projecten. Het planMER onderzoekt een aantal milieuthema's, zoals leefomgeving, ecologie, landschap en energieproductie. MER staat voor milieueffectrapportage. Specifiek doel van het planMER 'grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen' is om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de effecten van plaatsing van grootschalige zonne- en windparken in verschillende opstellingen: de milieueffecten zijn immers anders als er meerdere kleine parken of juist één groot park wordt gerealiseerd, en of een zonnepark in een kleinschalig of juist een grootschalig landschap wordt gebouwd. Principeverzoek: Een verzoek van een initiatiefnemer aan het College van Burgemeester en Wethouders om planologische medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van een zonne- en/of windpark. Een principeverzoek moet vergezeld gaan van een Projectvoorstel.
27
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging Projectgebied: Een projectgebied is een gebied waarbinnen een wind en/of zonnepark ontwikkeld wordt. Het projectgebied heeft duidelijke grenzen en wordt gedefinieerd door de initiatiefnemer in samenspraak met de omgeving. ProjectMER: Wanneer zich na vaststelling van het beleid- en toetsingskader concrete projecten aandienen, moet per project (of combinatie van projecten) worden nagegaan of een m.e.r.-beoordeling nodig is of mogelijk een aanvullend projectMER moet worden opgesteld, gekoppeld aan het ruimtelijk plan of besluit waarmee het project juridisch planologisch wordt mogelijk gemaakt. Een dergelijke m.e.r.-be oordeling of MER kent een hoger detailniveau dan het een planMER en gaat bovendien uit van een concreet voornemen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd. Projectplan: Een plan waarin de ontwikkeling voor een wind- en/of zonnepark wordt omschreven. Het plan omvat tenminste een paragraaf ontwikkelproces, ruimtelijke en landschappelijke inpassing, orga nisatie structuur, financiën (inclusief financiële participatie) en participatie en communicatie. Het projectplan wordt opgesteld nadat de gemeente planologische medewerking aan een project heeft toegezegd.
Het projectplan is een uitwerking van het projectvoorstel maar kan gedetailleerdere informatie bevatten over bijvoorbeeld financiële participatie, structuur van de ontwikkelende partij (BV, VOF, Coöperatie etc.) etc. Dit document zal ook de basis vormen van de anterieure overeenkomst. Projectvoorstel: Het document dat initiatiefnemers moeten indienen bij hun principeverzoek waarin de plannen voor een zonne- en/of windpark wordt omschreven. Regionale Energiestrategie (RES): Het nationaal klimaatakkoord (28 juni 2019) stelt dat per regio een Regionale Energiestrategie (RES) wordt opgesteld. Dit is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmte transitie gebouwde omgeving (onder andere afkoppeling van het aardgas) en benodigde opslag en energie infrastructuur. De Metropoolregio Eindhoven is één van de vier regio's in Brabant. De RES is de verantwoordelijkheid van de 21 gemeenten, waterschappen en provincie. In de RES worden de besparingsmogelijkheden en de potentiële capaciteit van duurzaam op te wekken energie in beeld gebracht en wordt de strategie bepaald tot het jaar 2030 met een doorkijk naar 2050. Door middel van samenwerking nemen de deelnemers verantwoordelijkheid voor de inwoners van het gebied en voor realisatie van de energieopgave op democratische wijze.
Voorkeursgebied: Een gebied dat in het beleid aangewezen is als ontwikkellocatie voor zonne- en/of windparken. Windpark: Onder grootschalige windparken wordt in dit beleid verstaan: opstellingen van tenminste drie windturbines met een minimale rotordiameter van 120 meter. Windturbine: Een windturbine (ook wel windmolen genoemd) is een generator die met behulp van wind elektriciteit opwekt. Zoekgebied: Een zoekgebied is een gebied, aangewezen door de gemeente in het beleid grootschalige zonne- en windenergie, waar zonne- en/of windparken ontwikkeld mogen worden. Een zoekgebied is niet het zelfde als een projectgebied. Zonnepaneel: Een zonnepaneel (ook wel PV-paneel of fotovoltaïsche panelen genoemd) wekt met behulp van zonlicht elektriciteit op. Zonnepark: Onder grootschalige zonneparken wordt in dit beleid verstaan: opstellingen van grondge bonden zonnepanelen die niet passen in het huidige bestemmingsplan. Omrekentabel en vuistregels kWh
MWh
PJ
1 kWh (kilowattuur)
1
0,001
0,0000000036
1 MWh (megawattuur)
1.000
1
0,0000036
1 PJ ( petajoule )
277.777.778
277.778
1
1 windturbine (4,2 MW)
15.300.000
15.300
0,06
1 ha. zonnepark
1.000.000
1.000
0,0036
Omrekenfactoren
Geschatte jaarproductie
6,67 PJ per jaar is gelijk aan: ^ De jaarproductie van 186 windturbines van 3,3 MW, of; ^ de jaarproductie van 125 windturbines van 4,2 MW, of; ^ de jaarproductie van 1.500 hectare zonnepark, exclusieflandschappelijke inpassing, of; ^ de jaarproductie van 2.250 hectare zonnepark, inclusief landschappelijkeinpassing.
Bijlage B: Toetsingskader Dit toetsingskader behoort tot het beleid 'Grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen' (hierna te noemen: beleid). Het vaststellen van het beleid is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Het opstellen en vaststellen van het toetsingskader (wat een vorm van uitvoering van beleid is) ligt bij het college van Burgemeester en Wethouders (college B&W).
28
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging De Kempengemeenten willen een actieve en faciliterende rol vervullen in de ontwikkeling van groot schalige duurzame energieproductie. In het beleid is vastgelegd dat: * De individuele Kempengemeenten bepalen wanneer, waar en hoe ontwikkeld mag worden; ^ Iedere initiatiefnemer doorloopt het proces zoals vastgelegd in het beleid; ^ Iedere initiatiefnemer stelt een projectvoorstel op; Het deskundigenpanel geeft advies aan initiatiefnemer en gemeente(n) over projectvoorstellen. Dit toetsingskader geeft een verdere uitwerking van deze punten.
B.1: Faseren en openstellen gebieden De individuele Kempengemeenten bepalen wanneer, waar en hoe ontwikkeld mag worden. De zoekgebieden voor grootschalige zonne- en windparken worden door de individuele Kempengemeenten opengesteld in fases. Tijdens de openstelling kunnen projectvoorstellen ingediend worden. De open stelling wordt vastgelegd door de Individuele Gemeenteraden. Mede op basis van de evaluatie van het beleid kunnen andere of nieuwe gebieden opengesteld worden. De Kempengemeenten informeren elkaar hier actief over. De zoekgebieden voor zonne- en windparken zoals vastgelegd in het beleid zijn weergegeven in onder staande kaarten (zie ook Figuur 8 en Figuur 10 in het beleid). De open te stellen gebieden per gemeente worden bepaald door de Gemeenteraden.
B.2: Proces Iedere initiatiefnemer doorloopt het proces zoals vastgelegd in de procestrechter in het beleid.
29
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging
Initiatief nemer heeft een projectidee
Initiatiefnemer betrekt omgeving en stakeholders en ontwerpt samen met de omgeving een projectvoorstel
Projectvoorstel wordt īngediend bij de gemeente
Thematische en ruimtelijke toets door gemeente op projectvoorstel Gemeente vraagt advies aan bij het deskundigen pa nel door het projectvoorstel aan hen voor te leggen Initiatiefnemer verbetert indien nodig projectvoorstel o.b.v, advies en aanbevelingen deskundigen pa nel verbeterd projectvoorstel wordt ngediend bij de gemeente in de vorm van een príncipe verzoek Gemeente neemt besluit over príncipe verzoek Indien positief: start ve rgu n ni ngs procedu re
indien
vergunning verleend: start realisatie
Hieronder wordt de procestrechter verder uitgewerkt: Initiatiefnemer heeft een projectidee; ^ De initiatiefnemer kan bijvoorbeeld zijn een coöperatie, een commerciële organisatie of een inwoner of grondeigenaar.
*
Initiatiefnemer betrekt omgeving en stakeholders en ontwerpt samen met de omgeving een projectvoorstel; ^ Onder omgeving wordt in elk geval verstaan de omwonenden, grondeigenaren en bedrijven in het plangebied ^ Onder stakeholders wordt in elk geval verstaan de elektriciteitsnetwerkbeheerder, natuuror ganisaties, andere belangengroeperingen, etc. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om de juiste stakeholders de betrekken, bijvoorbeeld door eerst een stakeholders analyse op te stellen. ^
30
Projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente; ^ Een projectvoorstel voor een grootschalig zonne- of windpark wordt ingediend bij de ge meente^) waar de initiatiefnemer wil ontwikkelen. Indien het plan het grondgebied van meerdere gemeenten betreft dan zal het verzoek bij alle betreffende gemeenten worden ingediend. ^ Het projectvoorstel wordt digitaal ingediend via email bij de betreffende gemeente: gemeente@reuseldemierden.nl onder vermelding van Principe verzoek zonne- en of windpark [naam van project]. ^ De Kempengemeenten informeren elkaar actief over de ingediende projectvoorstellen. ^ De Kempengemeenten hebben ten minste ieder kwartaal ambtelijk overleg over de voortgang en uitvoering van het beleid. Ambtenaren Energietransitie en Ruimtelijke ordening zijn hierbij aanwezig en organiseren de overleggen. Overleggen worden voorafgaand aan het startend jaar voor een jaar ingepland. De vergaderlocatie rouleert. De beleidsmedewerker Energietransitie van de gemeente waar dit overleg plaatsvindt is notulist voor het overleg. Voorzittersrol in dit overleg rouleert tussen de andere aanwezigen van het overleg. ^ De Kempengemeenten hebben ten minste ieder kwartaal bestuurlijk overleg over de voort gang en uitvoering van het beleid. Portefeuillehouders Energietransitie en beleidsmedewer-
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging kers Energietransitie en Ruimtelijke Ordening zijn hierbij aanwezig. De ambtenaren Energietransitie organiseren de overleggen. Overleggen worden voorafgaand aan het startend jaar voor een jaar ingepland, één a twee weken na het ambtelijk overleg. De vergaderlocatie rouleert. De beleidsmedewerker van de gemeente waar dit overleg plaatsvindt is notulist voor het overleg. De portefeuillehouder van de betreffende gemeente is voorzitter van het overleg. Het projectvoorstel heeft de inhoudsopgave zoals omschreven in paragraaf A3 van dit do cument.
31
^
Thematische en ruimtelijke toets door gemeente op projectvoorstel; ^ De gemeente is binnen haar eigen gemeentegrenzen verantwoordelijk voor de toetsing van een projectvoorstel. De gemeente toetst naast het beleid voor grootschalige zonne- en windenergie ook op andere ruimtelijke en maatschappelijke thema's. De gemeente bepaalt of een projectvoorstel voldoende is om een advies te vragen aan het deskundigenpanel. ^ De gemeente toetst het projectvoorstel na afloop van de inschrijftermijn voor een specifiek gebied. Voor windparken geldt de voorwaarde dat één ontwikkelplan per zoekgebied wordt opgesteld en ingediend. Dat betekent dat initiatiefnemers moeten samenwerken indien meerdere projectvoorstellen voor windparken in één zoekgebied worden ingediend. Wanneer na afloop van de inschrijftermijn blijkt dat projectinitiatieven door verschillende ontwikkelaars zijn ingediend, worden de afzonderlijke projectinitiatieven niet in behandeling genomen, maar wordt aan de initiatiefnemers gevraagd om een nieuw gezamenlijk projectvoorstel in te dienen. De gemeente bepaalt de termijn waarbinnen dit moet gebeuren.
^
Gemeente vraagt advies aan bij het deskundigenpanel door het projectvoorstel aan hen voor te leggen; ^ De gemeente levert de stukken digitaal aan. ^ De werking van het deskundigenpanel wordt omschreven in A.5 van deze bijlage. ^ Het deskundigenpanel geeft aanbevelingen aan initiatiefnemer.
^
Initiatiefnemer verbetert indien nodig projectvoorstel o.b.v. advies en aanbevelingen deskundi genpanel; ^ In de aanbevelingen voor de initiatiefnemer staat de termijn waarbinnen het aangepast projectvoorstel ingediend kan worden. Indien de aanpassingen niet tijdig worden doorge voerd, kan dit ertoe leiden dat de projectaanvraag niet wordt doorgeleid naar de volgende stap in de procedure.
^
Verbeterd projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente in de vorm van een principe verzoek; ^ De gemeente ontvangt het aangepaste projectvoorstel en zet deze door naar het deskundi genpanel ^ Deskundigenpanel ontvangt aangepaste stukken en formuleert een advies aan de gemeente.
^
Gemeente neemt besluit betreffende principeverzoek; ^ De gemeente neemt op basis van het projectvoorstel en het advies van het deskundigenpanel een besluit over het wel of niet verlenen van (planologische) medewerking. De gemeente is niet verplicht het advies van het deskundigenpanel over te nemen en kan hier gemotiveerd van afwijken.
^
Indien positief: start vergunningsprocedure; ^ Op de website www.zonenwindindekempen.nl wordt gemeld wanneer een ruimtelijke pro cedure voor een zonne- of windpark wordt opgestart. De gemeente Eersel beheert de web site en plaatst de berichten. ^ De provincie is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van windparken van 5 tot 100 MW. De provincie kan deze bevoegdheid voor het verlenen van de omgevingsvergunning overdragen aan de gemeente. Indien er sprake is van een windpark zal het betreffende College van B&W aan Gedeputeerde Staten verzoeken de bevoegdheid voor het verlenen van de omgevingsvergunning over te dragen aan het gemeentebestuur. ^ Indien naast de omgevingsvergunning een vergunning nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming, dan blijft de provincie het bevoegd gezag. ^ De betreffende gemeenteraad kan besluiten om de gemeentelijke coördinatieregeling (artikel 3.30 WRO) toe te passen.
^
Indien vergunning verleend: start realisatie; ^ Medewerking verlenen aan een principeverzoek betekent niet dat het initiatief zeker tot rea lisatie komt. Tijdens de ruimtelijke procedure tot het verlenen van de omgevingsvergunning kan alsnog blijken dat het initiatief niet haalbaar of niet wenselijk is op basis van onderzoeken
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging in het projectMER voor een windpark, of ruimtelijke onderbouwing voor een zonnepark, de Wet natuurbescherming, zienswijzen of andere belemmeringen.
B.3 Projectvoorstel Iedere initiatiefnemer stelt een projectvoorstel op. In het 'Beleid grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen' wordt beschreven waaraan een projectvoorstel moet voldoen. Iedere eis is samengevat in een kader. Al deze kaders samen zijn hieronder samengevat tot een checklist voor het projectvoorstel. Daarnaast is een specifieke hoofdstukindeling bepaald zodat projectvoorstellen uniform worden opgesteld en beoordeeld kunnen worden, te weten: 1. Inleiding 2. Parkontwerp 3. Participatie 4. Omschrijving vervolgproces Daarnaast gelden ook de volgende voorwaarden: ^ De initiatiefnemer dient het projectvoorstel in conform het digitale aanvraagformulier; ^ Het projectvoorstel wordt geschreven in de Nederlandse taal; ^ Het projectvoorstel is ondertekend door één of meer personen die bevoegd zijn om de aanvraag in te dienen; ^ De initiatiefnemer kan aan de gemeente geen kosten in rekening brengen voor het uitwerken en indienen van een projectvoorstel; ^ Door inschrijving gaat u akkoord met de gestelde procedurele eisen. Projectvoorstellen die niet aan de voorgeschreven vormvereisten voldoen kunnen niet getoetst en be oordeeld worden zoals gesteld in bijlage A.4. Dat betekent dat deze projectvoorstellen automatisch onvoldoende scoren en niet gehonoreerd zullen worden. Het projectvoorstel wordt getoetst aan de hand van de onderstaande checklist. Hoofdstuk
Checklist
1. Inleiding
Voor de inleiding zijn geen specifieke punten uit het beleid waaraan het projectvoorstel moet voldoen.
De inleiding beschrijft: hoe het projectidee is ontstaan en wie de initiatiefnemers zijn.
2. P arkontwerp
Specifiek voor zonneparken:
Het hoofdstuk parkontwerp gaat in op alle ruimtelijke aspecten die in de beleidsnota zijn opgenomen.
V Het projectvoorstel beschrijft de omvang van het zonnepark, het landschapstype waarin het gelegen is, en toont duidelijk de ligging en begrenzing van een projectgebied, voorzien van een onderbouwing waarom de betref fende locatie past binnen de ruimtelijke strategie zonneparken in dit beleidsen toetsingskader en de 'openstelling' van een gebied. V Het projectvoorstel beschrijft onder welke trede van de zonneladder het voornemen valt. V Het projectvoorstel toont aan hoe en hoeveel zonnepanelen op dak worden gerealiseerd, als aanvulling op het grondgebonden zonnepark. V Bij zowel de ontwikkeling van grote als middelgrote zonneparken geldt dat het projectvoorstel vergezeld moet gaan van een landschappelijk ont werp. V Het projectvoorstel toont aan in welke mate met de aanleg van het zonne park positieve effecten op de natuur worden bereikt. V Voor projecten binnen de in het planMER aangewezen akker- en weidevogelgebieden dient uit het projectvoorstel duidelijk te worden dat er geen belangrijke nadelige effecten voor akker- en weidevogels optreden als gevolg van het project. V Het projectvoorstel geeft aan hoe voorkomen wordt dat onomkeerbare effecten op de bodem plaatsvinden. V Het projectvoorstel geeft aan of het zonnepark in of nabij aardkundige waardevolle gebieden ligt en wat de effecten hiervan zijn.
V Indien een zonnepark op agrarische grond wordt ontwikkeld, moet het projectvoorstel een onderbouwing bevatten voor de keuze van de betreffende percelen waaruit blijkt dat de agrarische structuur wordt versterkt of ten minste niet wordt aangetast. V Het projectvoorstel geeft inzicht of het zonnepark past in de gekozen plaatsingsstrategie van het gebied. De (productie)omvang van de projectlocatie wordt aangeduid en beargumenteerd wordt wat de relatie is met de omgeving. V Indien bij een zonnepark sprake is van een VAB-locatie, wordt dit in het projectvoorstel omschreven.
Specifiek voor windparken: V Het projectvoorstel toont duidelijk de ligging en begrenzing van een pro jectgebied, met daarbinnen een overzicht van de geplande opstelpunten, voorzien van een onderbouwing waarom de betreffende locatie past binnen het beleids- en toetsingskader. V Het projectvoorstel geeft inzicht in het parkontwerp (aantal, locatie en af metingen) van het windpark en gaat daarbij in op de koppeling met bestaan-
32
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging de landschappelijke structuren, de invloed op lokale landschappelijke kern kwaliteiten en de afstand tot bestaande of geplande andere windparken. V Het projectvoorstel geeft inzicht in de gebruikswaarde, de belevingswaarde en toekomstwaarde in relatie tot het landschap. V Het projectvoorstel geeft inzicht in de optimalisatiemogelijkheden op de projectlocatie en afstemming met projectlocaties in de omgeving. De productieomvang van de projectlocatie wordt aangeduid en beargumenteerd wordt wat de relatie is met de omgeving .
Voor zowel zonne- als windparken V Indien de combinatie van zonne- en windparken niet mogelijk is moet het projectvoorstel een toelichting bevatten van de reden(en) van deze onmoge lijkheid. V Het projectvoorstel beschrijft op welke wijze het opruimen van het zonne en/of windpark wordt gewaarborgd. 3. Participatie Het hoofdstuk participatie beschrijft enerzijds de wijze waarop de omgeving is betrokken bij de inrichting van het project en anderzijds op welke wijze het project bij draagt aan sociale randvoorwaarden waaraan het project voldoet. Beide aspecten dragen bij aan betrokkenheid en draag vlak.
V Het projectvoorstel omschrijft met welke rechtsvorm(en) het project ont wikkeld wordt. V Uit het projectvoorstel moet blijken op welke wijze de omgeving betrokken is bij de inrichting van het project. V Het projectvoorstel beschrijft welk percentage van het 'investeringsrecht' beschikbaar is voor inwoners en bedrijven van de individuele Kempenge meenten en onder welke voorwaarden. V Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het omgevingsfonds is (minimaal C1 per geproduceerde MWh), welke partijen in het bestuur van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld wordt bepaald. Deze bestemmingen moeten een fysiek en/of ruimtelijk ka rakter hebben. Het fonds wordt beheerd door de omgeving. De omgeving zal dus bepalen waar de gelden aan besteed worden. V Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het duurzaamheidsfonds is (minimaal C1 per geproduceerde MWh).
Specifiek voor windparken V Het projectvoorstel omschrijft op welke wijze inwoners en grondeigenaren gekomen zijn tot één gezamenlijk projectvoorstel. V Het projectvoorstel toont aan op welke wijze gevolg is gegeven aan de eis voor gesocialiseerde gebiedsbijdrage. In het projectvoorstel moet zijn beschreven hoe hoog de gebiedsbijdrage is, hoe deze over de omgeving van het project is verdeeld en hoe deze tot stand is gekomen. 4. Omschrijving vervolgproces Het hoofdstuk vervolgproces beschrijf: de processtappen die de initiatiefnemer gaat nemen indien een positief besluit is genomen op het principeverzoek.
Voor het omschrijven van het vervolgproces zijn geen specifieke punten uit het beleid waaraan het projectvoorstel moet voldoen.
B.4: Beoordelingskaders Algemeen: De gemeente wil initiatieven zorgvuldig tot stand laten komen waarbij selectie plaatsvindt op basis van kwaliteit. De gemeente stelt gedurende een bepaalde periode een projectgebied open voor het indienen van projectvoorstellen. Alle initiatieven worden verzameld en na afloop getoetst aan de criteria. Het deskundigenpanel kent aan de hand van de beoordelingssystematiek punten toe. Inhoudelijke beoordeling: In paragraaf A.3 Projectvoorstel zijn de criteria beschreven waar een projectvoorstel aan moet voldoen. In de checklist zijn alle aandachtspunten uitgewerkt, waar een individuele score aan kan worden toege kend. Een projectvoorstel krijgt per aandachtspunt een score van 0, 2, 6, 8 of 10 punten. Per hoofdstuk wordt een eindscore berekend (gemiddelde van alle scores). De eindscore van het totale projectvoorstel wordt berekend op basis van een weging zoals hieronder beschreven. Een projectvoorstel waar op een of meerdere onderdelen 0 of 2 punten worden gescoord, vinden geen doorgang. De weging van de scores is als volgt: Inleiding 5% Parkontwerp 45% Participatie 45% Omschrijving vervolgproces 5% Totaal 100o7o
33
Cijfer
Waardering
Omschrijving
10
Uitstekend
Het projectvoorstel toont aan dat het onderwerp zeer goed is beschreven en roept geen vragen meer op. Het biedt extra's ten opzichte van de aandachtspunten die als voorwaarde zijn gesteld.
8
Goed
Het projectvoorstel is helder beschreven en geeft goed inzicht welke prestatie het initiatief levert, dan wel welke kwaliteit wordt behouden. Het initiatief roept geen vragen op.
6
Voldoende
Het projectvoorstel biedt voldoende aanknopingspunten om ervan uit te gaan dat wordt voldaan aan de minimale voorwaarden uit het beleid. Op ondergeschikte onderdelen kan de tekst nog vragen oproepen over de uitvoering in de realisatiefase.
2
Onvoldoende
Het projectvoorstel toont onvoldoende aan dat wordt voldaan aan het beleid. De omschrijving roept veel vragen op, waardoor onvoldoende vertrouwen aanwezig is dat aan de voorwaarden wordt voldaan.
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging 0
Niets ingevuld
Het projectvoorstel is niet of nauwelijks te beoordelen. Het projectvoorstel toont niet aan dat wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
B.5: Het deskundigenpanel Het deskundigenpanel heeft als taak het beoordelen van projectvoorstellen op de thema's landschap, participatie, energie en financiën. Zij brengt een advies uit aan de gemeente(n), maar geven de initia tiefnemer ook aanbevelingen voor de verbetering van het projectvoorstel. De initiatiefnemer is vrij om verbeteringen door te voeren. De betreffende gemeente(n) nemen het advies van het deskundigenpanel mee in hun afweging om wel of geen medewerking te verlenen aan het starten van de ruimtelijke pro cedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Taken van het deskundigenpanel De taak van het deskundigenpanel is tweeledig: ^ Projectvoorstellen die (nog) niet aan de eisen uit het beleids- en toetsingskader voldoen voorzien van aanbevelingen aan de initiatiefnemer om het voorstel te verbeteren. Zo worden de beste plannen gerealiseerd. ^ Verbeterde projectvoorstellen beoordelen aan de hand van de beoordelingskaders en voorzien van een advies aan de gemeente. Wanneer komt het deskundigenpanel in actie Een projectvoorstel wordt door de initiatiefnemers ingediend bij de betreffende gemeente(n). De ge meente bepaalt of het projectvoorstel voldoende is om doorgezet te worden aan het deskundigenpanel. Indien de gemeente beoordeelt dat het projectvoorstel onvoldoende en/of onwenselijk is, zal het dus ook niet voorgelegd worden aan het deskundigenpanel.
Alle projectvoorstellen die naar het deskundigenpanel gaan zijn inzichtelijk voor de vijf Kempengemeen ten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-de Mierden, ongeacht welk grondgebied het project voorstel betreft. Het deskundigenpanel beoordeelt het projectvoorstel en brengt advies uit. De initiatiefnemer krijgt aanbevelingen die leiden tot aanpassing van het projectvoorstel. De initiatiefnemer kan het projectvoor stel aanpassen. Indien nodig wordt het aangepaste projectvoorstel voor de tweede keer beoordeeld door het deskundigenpanel. Een adviesronde bestaat uit aanbevelingen op het projectvoorstel aan initiatiefnemer, eenmaal kans om te verbeteren en een eindadvies aan gemeenten over het aangepaste projectvoorstel. Het aange paste projectvoorstel wordt door de initiatiefnemer ingediend als principeverzoek. Samenstelling van het deskundigenpanel Het deskundigenpanel bestaat uit een aantal inhoudelijke experts, op het gebied van: ^ Voorzitter; deze rol wordt vervuld door de beleidsmedewerker energietransitie van de betreffende gemeente. De voorzitter leidt de gesprekken van het deskundigenpanel , is verantwoordelijk voor de bemensing van het deskundigenpanel en onderhoudt een relevant netwerk aan deskundigen om ervoor te zorgen dat eventuele pieken- en dalen in projectvoorstellen opgevangen kunnen worden.
Vanzelfsprekend is het onderhouden van een relevant netwerk vooral bedoeld om de kwaliteit van het deskundigenpanel te waarborgen. ^ Secretaris; deze rol wordt vervuld door een medewerker van de betreffende gemeente. De secre taris is verantwoordelijk voor het organiseren en plannen van de bijeenkomsten van het deskun digenpanel , reserveert de vergaderlocatie, levert de stukken aan, maakt de agenda's en notuleert en ondersteunt bij het schrijven van de aanbevelingen en het advies. ^ Landschapsdeskundige; deze rol wordt ingevuld door de landschapsdeskundige van de betreffende gemeente. Indien gewenst kan de betreffende gemeente een externe landschapsdeskundige in schakelen.. ^ Specialist Ruimtelijke Ordening (RO); deze rol wordt vervuld door een RO medewerker van de betreffende gemeente. Deze specialist is verantwoordelijk voor het beoordelen van de ruimtelijke voorwaarden die in het beleid worden gesteld. ^ Ecologie; deze rol kan worden ingevuld door de ecoloog van de betreffende gemeente. Indien gewenst kan door de betreffende gemeente een externe ecoloog inschakelen. ^ Participatie specialist; deze rol wordt vervuld door een externe specialist op het gebied van parti cipatie bij zonne- en windparken.
Deze specialist is verantwoordelijk voor het beoordelen van de sociaal-maatschappelijke voorwaarden die in het beleid worden gesteld en de mate waarin de omgeving betrokken is bij het plan. ^ Specialist financiële en energetische haalbaarheid; deze rol wordt vervuld door een externe spe cialist op het gebied van financiële en energetische haalbaarheid van zonne- en windparken. Deze specialist is verantwoordelijk voor het beoordelen van de business case op zowel financiële haalbaarheid als energetische haalbaarheid. Deze specialist beoordeelt ook in welke mate het project bijdraagt aan optimale benutting van het zoekgebied.
34
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020
Reusel-De Mierden *a*
samen in beweging De samenstelling van het deskundigenpanel kan verschillen per samenkomst. Het deskundigenpanel wordt door de vijf Kempengemeenten samengesteld op basis van interne en externe beschikbaarheid en geschiktheid binnen de verschillende specialismes. Hoe toetst het deskundigenpanel Het deskundigenpanel toetst aan de hand van de beoordelingskaders zoals opgenomen in paragraaf A.4 van dit document. Kosten deskundigenpanel Het deskundigenpanel wordt bekostigd door de Kempengemeenten en door de initiatiefnemers van een projectvoorstel. ^ Iedere gemeente bepaalt zelf, op basis van haar eigen inzicht, welk projectvoorstel als realistischen uitvoerbaar aangemerkt kan worden en welke dus geselecteerd wordt voor aanvullend onder zoek- en advies (door het deskundigenpanel) met als gevolge dus ook financiële consequenties. ^ De eerste beoordeling- en advies van Het deskundigenpanel wordt door de Kempengemeenten bekostigd en dan specifiek bekostigd door de betreffende gemeente op wiens grondgebied het projectvoorstel gerealiseerd dient te worden; ^ Mocht blijken dat er binnen het projectvoorstel dermate veel ruimte is tot bijvoorbeeld verbetering en aanvullend onderzoek, dan brengt Het deskundigenpanel een negatief advies uit voor het projectvoorstel (inclusief advies betreffende benodigde aanpassingen).
Wanneer deze aanvullin gen/aanpassingen uitgevoerd zijn, dan kan het projectvoorstel opnieuw ingediend worden bij de gemeente. Het deskundigenpanel beoordeelt vervolgens desgewenst het projectvoorstel opnieuw met als gevolg dat de kosten voortvloeiend uit dit advies op kosten van de initiatiefnemer komen. ^ Ook eventuele kosten voor ieder aanvullend benodigd advies/aanbeveling (ná het 2e advies) vanuit Het deskundigenpanel wordt bekostigd door de initiatiefnemer van het projectvoorstel. i. ii. iii. iv. v. vi. vii.
viii.
35
Als er gesproken wordt over 49 of 95% minder uitstoot dan is dat in vergelijking met de situatie in 1990. Bron: IPCC. Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse leefomgeving, 14 december 2018. Energieagenda 2019-2030, provincie Noord-Brabant, 14 december 2018. Met name in de Landschappelijke Beoordeling (bijlage A bij het MER). Voor zonneparken geldt deze verplichting niet, omdat kan worden gesteld dat de landschappelijke inpassing die voor zonneparken verplicht is ervoor zorgt dat er geen significante hinder optreedt. Niet in iedere gemeente is de naam van de functie van de beleidsmedewerker hetzelfde. De bena ming kan bijvoorbeeld ook beleidsmedewerker Duurzaamheid of Milieubeleidsmedewerker zijn. In elk geval wordt bedoeld de medewerker die de energietransitie in zijn/haar taakveld heeft. Niet in elke gemeente is de benaming van de portefeuille van de verantwoordelijk bestuurder hetzelfde. In elk geval wordt bedoeld de wethouder die het onderwerp energietransitie in zijn/haar portefeuille heeft.
Gemeenteblad 2020 nr. 296948
16 november 2020