CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

23.02709 Bantwoording raadsvraag D. Geysen (VVD) inz. verordening kwijtschelden gemeentelijke belastingen (3).docx

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Reusel-De Mierden 2023671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording Raadsvragen Onderwerp: Type vraag: Datum vraag: Gesteld door: Registratienr.:

verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Technische vraag t.b.v. commissie / raad 21 februari 2023

Datum antwoord:

27 februari 2023

Portefeuillehouder:

de heer F.P.M. Rombouts wethouder

Dhr. Geysen /VVD

Vraag In het voorstel staat: Om te beoordelen of men voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking komt, wordt nagegaan of de aanslag uit het beschikbare vermogen voldaan kan worden. Een klein bedrag is hierbij vrijgesteld, namelijk de zogenoemde ‘kosten van bestaan’ (100% van de toepasselijke bijstandsnorm) verhoogd met de gemiddelde uitgaven voor woonlasten, zorgverzekering en de zorg van kinderen. Een buffer opbouwen om een eventuele tegenslag op te vangen, zoals een kapotte wasmachine of een hoge energierekening, wordt afgestraft. Om aan dit probleem tegemoet te komen mogen gemeenten (op basis van Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden) bij verordening de vermogensvrijstelling maximaal met de volgende (nu geldende) bedragen verruimen: - gehuwden € 2.000 - alleenstaande ouder € 1.800 (90% van € 2.000,-) - alleenstaande € 1.500 (75% van € 2.000,-) Door deze verhoging van de toegestane vermogensnorm wordt tevens beter tegemoet gekomen aan het bestaande armoedebeleid van de gemeente. Bedoelen we hier “vermogen” of “liquide middelen/ cash”? Indien we vermogen bedoelen, betekent dat dan, dat een woningeigenaar nimmer kwijtschelding krijgt en zijn / haar woning dan dus dient te verkopen? In de verordening staat: Artikel 6 Kwijtschelding aan ondernemers: Aan ondernemers wordt geen kwijtschelding verleend.

Wat/ Wie zijn “ondernemers”? Het BW maakt onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen; bedoelen we rechtspersonen, dan is me het duidelijk en zou ik er voor willen pleiten die ook zo te benoemen? Of bedoelen we aanslagen op panden waar ondernemingen gevestigd zijn, niet zijnde woningen? Als we natuurlijke personen met een bepaald beroep bedoelen, welk beroep en voor hoeveel uren moet dat beroep dan worden uitgevoerd? En waarom is dit “onderscheid” niet discriminatoir in het licht van de bepalingen in de grondwet (gelijkheidsbeginsel)? Antwoord In deze (nieuwe) verordening is enkel het ophogen van de vermogensnorm (liquide middelen) toegevoegd. De overige artikelen zijn ongewijzigd gebleven. 1. Met het (beschikbare) vermogen wordt bedoeld het totale bedrag aan financiële middelen, de liquide middelen. 2. De belastingschuldige kan zijn een natuurlijk persoon of een rechtspersoon, maar ook een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent. (artikel 28, lid 1 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990) De definitie van ondernemers staat niet in de wet, maar is voortgekomen uit rechtspraak. Een onderneming is “een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal dat door deelname aan het economisch verkeer beoogt winst te behalen”.

23.02709

*23.02709* 1

Door de term “ondernemers” te gebruiken in artikel 6 geldt dit zowel voor de rechtspersonen als voor de natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in beroep en/of het aantal uren. In 2015 is vanwege de ondergenoemde argumenten besloten om ondernemers uit te sluiten voor kwijtschelding: (onderstaand cursieve tekst is citaat uit het voorstel van 2015) •

•

Wanneer er sprake is van een ondernemer met een bedrijf aan huis, is het onderscheid tussen privé- en zakelijke belasting lastig te maken. Ondernemers komen in ieder geval voor zakelijke belastingschulden niet in aanmerking voor kwijtschelding. Als reden hiervoor wordt wel aangedragen dat kwijtschelding voor ondernemers als een verkapte overheidssubsidie kan worden gezien die de concurrentiepositie verstoort. Het onderdeel dat als privé-belasting moet worden aangemerkt is hierdoor minder duidelijk en daardoor kan ongelijkheid in de hand worden gewerkt: Kwijtschelding aan ondernemers is praktisch moeilijker uitvoerbaar. Op het moment dat een onderneming om kwijtschelding verzoekt, is het netto besteedbare inkomen doorgaans nog niet in te schatten. In de praktijk ligt er dus geruime tijd (kan oplopen tot jaren) tussen het moment waarop een ondernemer om kwijtschelding verzoekt en het moment waarop het netto besteedbare inkomen is vastgesteld. Dit komt de uitvoerbaarheid van de regeling niet ten goede.

Voor de duidelijkheid: het hier alleen om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (zoals riool- en afvalstoffenheffing). Dit betekent niet dat ondernemers niet in aanmerking kunnen komen voor andere regelingen in het kader van rijksbelastingen.

23.02709

*23.02709* 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=996b991e-ccd0-4cd7-99b7-77ddf5c0cd7c