[23.01275] - Onderbouwing Aeriusberekening Dunsedijk 3
Tekst van het document
RELAND locatieontwikkeling
Notitie:
Onderbouwing aspect stikstof Dunsedijk 3 Lage Mierde
Datum:
17 januari 2023
Projectnummer:
2022.2024
Ter attentie van:
AREAL, de heer G. Willemsen
Opgesteld door:
De heer J. Rooseboom en N. Smits
In afschrift aan:
De heer A. van Dooren (Reland Adviseurs B.V.)
Aan de Dunsedijk 3 te Lage Mierde bestaat het voornemen de camping op de locatie uit te breiden met een groepsaccommodatie, 10 trekkershutten en 13 sanitairhutjes. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In de onderstaande notitie wordt hier verder op ingegaan.
Beoordeling Met de AERIUS calculator kan de stikstofdepositie door een ruimtelijke ontwikkeling in kaart worden gebracht. Uitkomsten tot 0,00 mol per ha/jaar zijn de basis om te kunnen concluderen dat het plan niet vergunningsplichtig is voor de Wet natuurbescherming (Wnb), wat betreft het onderdeel stikstof. De Wnb is breder dan enkel het onderwerp stikstofdepositie. In deze onderbouwing wordt enkel het aspect stikstofdepositie beschouwd.
Ligging plangebied Het plangebied ligt ten noord-oosten van het centrum van Lage Mierde. Op het plangebied zijn een woonhuis, een silo, twee stallen en drie sanitairhutjes gebouwd.
t
-
Figuur 1 Luchtfoto plangebied
Reland Burgemeester Verdijkplein 1 5835 AR | Beugen Postbus 186 | 5830 AD | Boxmeer
T 085 043 1949 M info@reland.nl W www.reland.nl
Reland BV
Reland Adviseurs BV
KvK 70995702 IBAN NL07 RABO 0329319876 BTW 858539470 B01
KvK 63631997 IBAN NL43 RABO 0304875422 BTW 855324338 B01
RELAND locatieontwikkeling
De planlocatie is op ca. 300m gelegen van het Natura 2000 gebied ‘Kempenland-West’.
Figuur 2 Plangebied en nabijgelegen Natura 2000 gebieden
Het bouwplan Op de locatie wordt een groepsaccommodatie gebouwd. Daarnaast zullen er 10 trekkers hutten en 13 sanitairhutjes op de locatie worden gebouwd. Op basis van het bouwplan zijn ten aanzien van het aspect stikstof verschillende fase te onderscheiden: 1. 2. 3.
Bestaande gebruiksfase: effecten ten aanzien van huidige gebruik; Realisatiefase: tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten; Gebruiksfase: effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de nieuwbouw.
Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten per fase beschreven. Daarbij is in eerste instantie de emissie als gevolg van het planvoornemen in kaart gebracht. Dat wil zeggen de emissie die aan de orde is in de realisatiefase en de nieuwe gebruiksfase. Indien de emissie van stikstof in deze fases niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ ha I jaar), dan kan het planvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van de Wnb. Indien er door het planvoornemen wel een toename in de stikstofdepositie ontstaat op nabijgelegen Natura 2000 gebieden, dan kan er worden gekeken naar deze toename ten opzichte van de stikstofemissie in de huidige situatie. Er wordt dan een verschilberekening gemaakt tussen het huidige gebruik en de stikstofemissies in de realisatiefase en nieuwe gebruiksfase. Mogelijk leidt dit per saldo niet tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Dit is het zogenaamde interne salderen. Navolgend wordt eerst gekeken of het planvoornemen zonder intern salderen tot een toename leidt van de stikstofdepositie.
2
RELAND locatieontwikkeling
Uitgangspunten berekeningen In de berekeningen is onderscheid gemaakt tussen de referentiesituatie, aanlegfase en de gebruiksfase. Hieronder is aangegeven met welke gegevens is gerekend. Referentiesituatie Op 27-07-1994 is er voor de locatie Dunsedijk 3, Lage Mierde een vergunning Wet milieubeheer verleend. Uit de vergunning blijkt dat de volgende dieraantallen zijn vergund: Diercategorie
Aantal dieren
RAV-Code
Emissiefactor
Volwassen Paarden Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
1
K 1.100
5,0
Totale emissie 5,0
50
A 3.100
4,4
220
100
A 1.100
13,0
1300
Totaal: 1525,0 kg Vervolgens is er op 22-07-2008 een melding activiteitenbesluit geaccepteerd. Op basis hiervan zijn de volgende dieraantallen vergund:___________________________________________ Diercategorie Aantal dieren RAV-Code Emissiefactor Totale emissie Vrouwelijk 50 A 3.100 4,4 220 jongvee tot 2 jaar Melk- en 100 A 1.100 13,0 1300 kalfkoeien ouder dan 2 jaar Totaal: 1520,0 kg
Op basis van de vergunningshistorie is de vergunning van 22-07-2008 de laagste vergunde situatie. Dit is dan ook de referentiesituatie. Op de locatie is momenteel een camping gevestigd. Hierdoor vinden er al verkeersbewegingen plaats. Op de camping zijn 20 campingstandplaatsen en 3 trekkershutten gevestigd. Op basis van de CROWpublicatie 381 vinden de volgende aantal verkeersbewegingen plaats:
3
RELAND locatieontwikkeling
Op basis van CROWkencijfers Jaargemiddelde weekdag: -23 standplaatsen (camping en hutten); -0,4 mvt/etmaal/standplaast Verkeersgeneratie: 23 x 0,4=14 mvt/etmaal Piekdag (worst case scenario): -23 standplaatsen; -2,4 mvt/etmaal/standplaats Verkeersgeneratie: 34x 2^ 82 mvt/etmaal
Op basis van bezoekersaantallen tijdens piekdag -maximale bezetting tijdens wisseldag; 23 standplaatsen wisselen gelijktijdig; -elke standplaats genereert 2 verkeersbewegingen -(vertrek en aankomst)
Verkeersgeneratie: 23 x 2= 46 mvt/etmaal
Realisatiefase De realisatiefase bestaat uit de sloopfase en aanlegfase. Onderstaand zullen deze fases uiteen worden gezet. Sloopfase Op de locatie worden gebouwen gesloopt. Om tot een inschatting te komen van de inzet van de mobiele werktuigen is onderstaand eerst een inschatting gemaakt van de werkzaamheden op de locatie en de tijdsduur die daarmee gemoeid is. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: » De inzet van mobiele werktuigen zal zoveel mogelijk worden beperkt op locatie; » Om tot een inschatting te komen van de sloopwerkzaamheden is een inschatting gemaakt van het bouwvolume op het plangebied. De te slopen bebouwing bestaat uit gebouwen met een oppervlakte van ca. 765 m2. Binnen het vigerende bestemmingsplan geldt een maximum bouwhoogte van 10 meter. Op basis van deze oppervlakte en de maximale bouwhoogte is het maximaal bouwvolume binnen het plangebied bepaald. Deze bedraagt 7.650m3. » Er wordt van uitgegaan dat het sloopvolume 250Zo van het bouwvolume behelst; » Het voorgaande leidt tot een te slopen volume van ca. 1.913m3; » Om tot sloop van deze gebouwen te komen zal een sloopkraan worden ingezet; » Verder zullen er vrachtwagens worden ingezet om het puin weg te voeren; » Er is uitgegaan van een gemiddeld laadvermogen van een vrachtwagen van ca. 25 m3; » Er wordt voorts uitgegaan van een laad- en lostijd van ca.
15 minuten per vrachtwagen; » Tijdens het laden en lossen wordt aangenomen dat de vrachtwagen 2007o van de tijd stationair draait; » Daarmee komt de stationaire draaitijd per laadbeurt op 3 minuten.
4
RELAND locatieontwikkeling
Het voorgaande leidt tot de volgende inschatting van draaiuren voor de mobiele werktuigen tijdens de sloopfase: Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Werktuig
Sloopwerkzaamheden
1.913m3
500m37dag
Sloopkraan
Activiteit Afvoer puin
Hoeveelheid 1.913m3
Eenheid 25 m3/ wagen
Werktuig Vrachtwagen
Aantal dagen 4
Aantal 77
Uren/ dag 8
Uren/ jaar 32
Min/wagen 3
Uren/jaar 4
En daarnaast tot het volgende aantal verkeersbewegingen ten aanzien van de afvoer van het puin en sloopwerkzaamheden:
Activiteit Afvoer puin
Hoeveelheid 1.913m3
Eenheid 25 m3/ wagen
Wagens 77
Bewegingen 144
Bouwvakkers
Aantal/ jaar 144 20
Bouwfase Op de locatie wordt een groepsaccommodatie van 100 m2 gebouwd. Daarnaast worden er 10 trekkershutten van 24 m2 en 13 sanitairhutjes van 2 m2 gebouwd. Voor de bouw van trekkershutten en sanitairhutjes zal er geen stikstofuitstoot plaatsvinden tijdens de aanlegfase. Voor de groepsaccommodatie wordt er een emissie van 3 kg aangehouden. Op basis van de Handreiking woningbouw en AERIUS van de rijksoverheid is de emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transportbewegingen) 3 kg NOx per woning, waarbij erbij vanuit gegaan wordt dat de inhoud van een gemiddelde woning ca. 600 m3 bedraagt. Gebruiksfase De realisatie van de groepsaccommodatie en de trekkershutten zal zorgen voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. De camping zal worden uitgebreid van 24 naar 54 campingplaatsen en van 3 naar 13 trekkershutten. Tevens wordt er een groepsaccommodatie gevestigd. De toename van het aantal verkeersbewegingen is berekend met behulp van kengetallen.1 De toename van het aantal verkeersbewegingen:
1 CROW-publicatie 137, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’.
5
RELAND locatieontwikkeling
Op basis van CROW kencijfers Jaargemiddelde weekdag: -
34 nieuwe standplaatsen (camping en
-
0,4 mvt/etmaal/standplaats
hutten); Verkeersgeneratie: 34 x 0,4 = 14 mvt/etmaal Piekdag (worst case scenario): -
34 nieuwe standplaatsen;
-
2,4 mvt/etmaal/standplaats
Op basis van bezoekersaantallen tijdens piekdag -
maximale bezetting tijdens wisseldag; 34 standplaatsen wisselen gelijktijdig; elke standplaats genereert 2 verkeersbewegingen
-
(vertrek en aankomst).
Verkeersgeneratie: 34 x 2 = 68 mvt/etmaal
Verkeersgeneratie: 34 x 2.4 s 82 mvt/etmaal
Toename aantal verkeersbewegingen zorg: Op basis van CROW kencijfers
Op basis van bezoekersaantallen tijdens piekdag
Geen CROW kencijfers beschikbaar
Cliënten worden met busjes gebracht en gehaald; -
2 busjes
-
elk busje genereert 2 verkeersbewegingen per haalVbrengmoment
Verkeersgeneratie: 2 (busjes) x 2 (verkeersgeneraties) x 2 (momenten) = 8 mvt/etmaal
Op basis van de bezoekersaantallen tijdens een piekdag nemen de verkeersbewegingen met 68 - 46 = 22 mvt/etmaal toe. In de referentiesituatie was er geen zorgwoning/groepsaccommodatie. Hier is dus een toename van verkeersbewegingen van 8 mvt/etmaal. Bovenstaande gegevens zijn ingevoerd in AERIUS calculator.
6
RELAND locatieontwikkeling
Rekenresultaat AERIUS heeft de mogelijkheid om het resultaat als PDF te exporteren. De AERIUS berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase zijn als bijlagen bij deze onderbouwing toegevoegd. Uit de AERIUS berekeningen (zie bijlagen) volgt dat geen toename ^ 0,00 mol/ha/jaar) van stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden plaatsvindt als gevolg van het plan. Hiermee vormt het aspect stikstof geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de beoogde ontwikkeling aan de Dunsedijk 3, Lage Mierde.
7
RELAND locatieontwikkeling
8