[23.01271] - PlanMER-beoordelingsnotitie De Luther 8
Tekst van het document
DUN ADVIES partner in het buitengebied
Notitie:
PlanMER-beoordelingsnotitie
Someren
10 januari 2023
Kenmerk:
20062.007V | AB
Initiatiefnemers hebben reeds de locatie aan de Luther 8 te Hooge Mierde gekocht. In het verleden hebben initiatiefnemers (hobbymatig) paarden gehouden, nu zij hebben besloten een eigen paardenhouderij te beginnen is deze locatie gekocht. De locatie aan De Luther 8 heeft veel potentie om een moderne paardenhouderij te runnen. Met de beoogde situatie wordt de bestaande bedrijfsbebouwing behouden, daarnaast zal er aan de noordzijde van het plangebied een nieuwe rijhal gebouwd worden. Met de bouw van een rijhal zijn alle voorzieningen aanwezig om een volwaardige paardenhouderij te exploiteren op locatie. Om de paardenhouderij planologisch mogelijk te maken, maakt deze locatie onderdeel uit van het veegplan 'Buitengebied Herziening 2022' van de gemeente Reusel-De Mierden. Besluit MER Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (besluit MER) geldt voor plannen waarvoor een passende beoordeling noodzakelijk is op grond van de Wet natuurbescherming plan-MER-plicht. Echter is het opstellen van een plan-MER niet verplicht indien het een klein gebied betreft, waarbij de kleine wijzigingen geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Deze algemene maatregel van bestuur is opgenomen onder artikel 7.2a, tweede lid van de Wet milieubeheer.
Deze ontwikkeling wordt gezien als een kleine ontwikkeling zonder aanzienlijke milieueffecten, gezien het plangebied maar betrekking heeft op één paardenhouderij binnen het gehele grondgebied van de gemeente. Daarnaast is er geen sprake van een toename van stikstofdepositie, waardoor er gesteld kan worden dan er geen aanzienlijke milieueffecten zijn met deze ontwikkeling. Hierdoor kan er worden voldaan met een plan-MERbeoordelingsplicht, waarvoor deze notitie is opgesteld. Deze notitie maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing behorende bij het veegplan. Wet natuurbescherming De bescherming van specifieke natuurgebieden is verankerd in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van natuurgebieden in Nederland. De Wet natuurbescherming voorziet met het oog op behoud van biodiversiteit, in regels ter bescherming van Natura 2000-gebieden zoals aanwijzing en beheer van Natura 2000-gebieden. Daarnaast verplicht de wet dat voor bepaalde projecten, plannen en handelingen die invloed hebben op Natura 2000-gebieden sprake is van een vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor paardenhouderijen zijn met name de gevolgen van emissie van ammoniak op de gebieden van belang. Indien het bedrijf op een korte afstand van het gebied ligt kunnen ook andere aspecten een mogelijk negatief effect hebben op de beschermde gebieden.
Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied in Nederland betreft Kempenland-West, dat op een afstand van circa 2,4 kilometer ligt. Op een afstand van circa 2,6 km is een Belgisch Natura-2000 gebied gelegen. Al jaren is er in Natura 2000-gebieden sprake van een verhoogde depositie van stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Dit kan schadelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen van de natuurtypen van het Natura 2000-gebied. Middels het rekenprogramma AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend op omliggende Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Indien er sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet
1 van 2
Van Dun Advies BV
Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T 013 519 94 58
Postel 8 5711 ET Someren T 0493 745 015
E info@vandunadvies.nl I www.vandunadvies.nl KvK 180 61 619
IBAN NL 56 RABO 0152 305 149 BIC RABONL2U BTW 809392720B01
onderbouwd worden hoe deze toename in depositie ongedaan wordt gemaakt (door het treffen van maatregelen of extern salderen). In deze situatie wordt er een paardenhouderij opgericht aan De Luther 8 te Hooge Mierde. Deze locatie beschikt niet over een verleende Wet natuurbescherming én de milieuvergunning voor het houden van varkens is ingetrokken. Om deze reden is er ammoniak aangekocht en een vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd op basis van extern salderen. Voor deze planologische procedure is er een AERIUS-verschilberekening gemaakt van de gebruiksfase van het initiatief. Als uitgangssituatie is de aangekochte ammoniak gehanteerd, als beoogde situatie de exploitatie van een paardenhouderij aan De Luther 8. Uit deze verschilberekening blijkt dat er geen sprake is van depositie toename op Natura 2000-gebieden. De AERIUS berekening en de notitie met toelichting van de invoergegevens zijn opgenomen in de bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. Derhalve zijn er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten. Uit bovenstaande toetsing kan worden geconcludeerd dat het opstellen van een plan-MER niet nodig is. Het college kan gelijktijdig met het nemen van een besluit op het ontwerpbestemmingsplan een besluit nemen op de (plan)MER-beoordeling.
2 van 2