[23.01206] - Woonzorgvisie Kempengemeenten
Tekst van het document
Kempengemeenten Een langetermijnvisie op wonen, welzijn en zorg
Auteurs
Opdrachtgever Kenmerk Publicatiedatum
Ilco Toebes (Bureau HHM) Lennart Homan (Bureau HHM) Johan van Iersel (In.Fact.Research) Kempengemeenten HHM/IT/22/0965/wzvkem 24 november 2022 © Bureau HHM
ínhoud
3.4.3 Kwetsbare jeugdigen ................................................................................... 24
Aanleiding................................................................................................................ 3
Zienswijze stakeholders ......................................................................................... 25
1.
Trends wonen en zorg................................................................................ 4
3.4.4 Inwoners met een psychische kwetsbaarheid of psychiatrische en/of
1.1
Landelijke trends in de Kempengemeenten.................................................. 4
verslavingsachtergrond.......................................................................................... 26
2.
Beeld van de Kempengemeenten............................................................. 6
2.1
Een brede doelgroep..................................................................................... 6
2.2
Voortzettende vergrijzing................................................................................7
2.3
Prognose leeftijdsopbouw bevolking............................................................. 8
2.4
Aandeel inwoners met een aandoening.........................................................9
2.5
Wonen met zorg...........................................................................................10
2.6
Mantelzorg...................................................................................................10
4.
Visie: Perspectief op de toekoms........................................................... 29
2.7.1 Ouderen ....................................................................................................... 11
4.1
Woonzorgvisie voor de Kempengemeenten................................................ 29
2.7.2 Jeugd ............................................................................................................12
4.2
Noodzaak voor integraal uitvoeringsprogramma met gemeentelijke
2.8
Huidig aanbod............................................................................................. 12
nuances.................................................................................................................. 30
2.9
Samenvattend.............................................................................................. 16
4.3
Randvoorwaarden en aandachtspunten uitvoering visie en doelen............31
3.
De opgaven en visie...................................................................................17
5.
En nu door!................................................................................................ 33
3.1
Vastgoed en wonen ...................................................................................... 17
3.2
Zorg, welzijn en leefbaarheid ....................................................................... 19
3.3
Samenwerking .............................................................................................20
3.4
Visie en doelen per doelgroep ......................................................................20
Kwantitatieve ontwikkeling, advies en visie ............................................................ 24
Kwantitatieve ontwikkeling, advies en visie............................................................. 26
3.4.1 Kwetsbare ouderen ..................................................................................... 20 Kwantitatieve ontwikkeling en advies .....................................................................20 Zienswijze stakeholders ...........................................................................................22 3.4.2 Inwoners met een beperking ........................................................................23
Zienswijze stakeholders.......................................................................................... 26 3.4.5 Inwoners die vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden of problemen tijdelijk niet functioneren of niet veilig thuis kunnen wonen Kwantitatieve ontwikkeling, advies en visie............................................................. 27 Zienswijze stakeholders.......................................................................................... 28
Bijlage 1.
Gebiedsanalyse................................................................................ 35
Bijlage 2.
Overzicht betrokken maatschappelijk partners............................ 36
Bijlage 3.
Begrippenlijst.................................................................................... 37
Bijlage 4.
Contouren afwegingskader.............................................................39
Bijlage 5.
Kaartenbundel van voorzieningen................................................. 40
Bijlage 6.
Eigenschappen woning, woonomgeving en voorziening..............44
Bijlage 7.
Aandachtspunten uitvoeringsprogramma of afwegingskader .... 48
Kwantitatieve ontwikkeling en advies.....................................................................23 Zienswijze stakeholders...........................................................................................24 IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 2
Aanleiding
bijeenkomst geweest voor de diverse belangenorganisaties en een werksessie met de stakeholders.
De meeste mensen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen of (weer) zelfstandig gaan wonen. Door de vergrijzing, de decentralisatie van zorgtaken en de wijzigingen in de zorgwetgeving verandert de wijze van het aanbieden van zorg en de kijk op (geschikte) huisvesting. Voor de Kempengemeenten aanleiding om een integrale langetermijnvisie op wonen in relatie tot welzijn en zorg te ontwikkelen.
De visie richt zich op de behoefte aan passende woonzorgvormen voor de volgende groepen inwoners: ^ Kwetsbare ouderen: ouderen die in mobiliteit of psychische vermogens achteruitgaan. ^ Inwoners met een beperking: waaronder lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking, in alle leeftijden. ^ Kwetsbare jeugdigen en ouders: met opgroei en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. ^ Inwoners met een psychische kwetsbaarheid: waaronder autisme, niet aangeboren hersenletsel, dementie, in alle leeftijden. ^ Inwoners met psychiatrische en/of verslavingsachtergrond of complexe psychosociale problemen en/of mensen zover deze vallen onder de doelgroep 'Beschermd wonen'. ^ Inwoners die vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden of problemen tijdelijk niet functioneren of niet veilig thuis kunnen wonen.
Interpretatie van wonen in relatie tot welzijn en zorg Een langetermijnvisie op wonen in relatie tot welzijn en zorg richt zich primair op voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg die een beslag leggen op de fysieke ruimte. Daarbij gaat het om zowel woon voorzieningen, variërend van intramuraal tot extramuraal en alle mogelijke tussenvormen, als om voorzieningen die gericht zijn op het tijdelijke verblijf en opvang. Deze woonzorgvisie heeft een relatie met de gemeentelijke woonvisie en dient gezien te worden als uitbreiding hierop. Onderwerpen die overlap hebben met de woonvisie zullen niet in deze woonzorgvisie behandeld worden. Deze visie is in nauwe samenwerking met verschillende stakeholders tot stand gekomen. Het gaat om onder andere de zorgaanbieders, woningcorporaties en welzijnsorganisaties in De Kempen. Daarnaast zijn ook de inwoners, door middel van het benaderen van de diverse wijk- en dorpsraden, KBO's en informele partijen, gevraagd om knelpunten en oplossingen aan te dragen, om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van het woonzorgaanbod binnen de Kempengemeenten. Daarnaast is er een informatie
IT/22/0965/wzvkem
Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat een korte uiteenzetting van de landelijke trends in wonen en zorg die ook van toepassing zijn in de Kempengemeenten. In hoofdstuk 2 wordt het kwantitatieve en kwalitatieve beeld weergegeven van de woonzorgopgave in de Kempengemeenten. In hoofdstuk 3 worden vervolgens de belangrijke opgaven voor de Kempengemeenten op het vlak van wonen met zorg en welzijn geschetst. Dit hoofdstuk bevat de visie op doelgroep overstijgende onderwerpen en visies per doelgroep. In hoofdstuk 4 worden de afzonderlijke visies opgesomd en hoofdstuk 5 sluit af met een aantal adviezen voor vervolgstappen.
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 3
1. Trends wonen en zorg In dit hoofdstuk vindt u een beschrijving van landelijke trends in wonen en zorg die ook van toepassing zijn op de Kempengemeenten. Hier leest u de trends over de bevolkingsontwikkelingen en wat het effect daarvan is op de bevolking en de vraag naar woonzorgvormen. U leest hier welke algemene knelpunten daarbij komen kijken en welke mogelijke oplossingsrichtingen hiervoor zijn. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkelingen specifiek voor de Kempengemeenten.
1.1
Landelijke trends in de Kempengemeenten
De afgelopen jaren is er landelijk veel veranderd op het gebied van wonen en zorg. Veel van de landelijke trends zijn uiteraard ook van toepassing op de Kempengemeenten. Trends die van invloed zijn op de samenstelling van de bevolking, de behoefte van inwoners, het gewenste aanbod aan voorzieningen en de wijze waarop dit kan worden georganiseerd. Hieronder een opsomming.
Vergrijzing en ontgroening In de Kempengemeenten is sprake van zowel een vergrijzing van de bevolking als een ontgroening. Cijfers laten zien dat de groep ouderen in de bevolking van de Kempengemeenten sterk toeneemt (zie ook hoofdstuk 2). Tevens wordt er gesignaleerd dat het aandeel jongeren en starters afneemt, door onder andere uitstroom naar grote steden binnen de regio. Langer thuis Er komen meer ouderen en die blijven steeds langer thuis wonen. De tijdsduur waarin men intensieve zorg nodig heeft neemt niet toe ondanks de stijging van de gemiddelde leeftijd. Slechts een klein deel van de ouderen woont in een verpleeghuis. Meer regie inwoners Bewoners met een zorgvraag willen meer eigen regie en keuze. Wonen in een dorp of buitengebied, in een groot woon-zorgcomplex of juist kleinschalig. De realiteit bij zorgcomplexen is alleen dat dit wegens exploitatie niet mogelijk is om dat in alle kernen te realiseren.
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 4
Mantelzorg In de toekomst daalt het aantal beschikbare mantelzorgers. Ondanks dat de mogelijkheden voor mantelzorg momenteel in de Kempengemeenten relatief goed zijn (zie ook hoofdstuk 2), geldt ook hier dat deze mogelijkheden zullen afnemen in de toekomst.
en wellicht noodzakelijke ontwikkeling gezien. Door de verschillende vormen van zorgtechnologie, zoals domotica, is het mogelijk om bepaalde taken uit te voeren zonder zorgpersoneel. Daarnaast kan het bijdragen aan de ondersteuning aan mantelzorgers gezien het tekort van mantelzorgers wat gaat ontstaan. Met name in de overgang van zorg thuis naar intramurale zorg liggen kansen voor verbetering door de zorgtechnologie die de cliënt in zijn eigen omgeving al gebruikt ook intramuraal te (blijven) gebruiken.
Inclusieve samenleving
Een tekort aan deskundig en opgeleid personeel Een andere ontwikkeling is de problematiek omtrent het tekort aan (opgeleid) personeel. Bij het invullen van vacatures kampen zorgorganisaties met problemen, waarin met name de specialistische functies lastig te vullen blijken.
Mensen met een psychiatrische en verstandelijke beperking wonen steeds vaker in gewone woningen in bestaande wijken en dorpen. Voor de buurt hebben ze vaak gedrag dat niet wordt begrepen of veroorzaken ze in een enkel geval echt overlast. In het kader van een inclusieve samenleving is hier aandacht voor nodig.
Nieuwe woonvormen Er ontstaat een nieuwe vraag naar woonvormen die de lacune opvullen tussen 'thuis' wonen en wonen in een intramurale voorziening met 24-uurs zorg. Dat geldt niet alleen voor kwetsbare ouderen, maar ook voor mensen met een psychiatrische of psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking. Grote schaarste aan (levensloopbestendige) woningen De vraag naar woningen is groter dan het aanbod, wat betekent dat er een schaarste op de woningmarkt is. Door deze schaarste stagneert de door stroom (van onder andere senioren) op de woningmarkt. Als (kwetsbare) inwoners zoals senioren al willen verhuizen naar een (meer) passende woning is er weinig tot geen aanbod.
Voorzieningenniveau Uit de kleine kernen verdwijnen steeds meer voorzieningen. Dit leidt (ook) tot een bereikbaarheidsopgave. Voor ouderen is dat soms de reden om, als ze moeten verhuizen, naar een grotere kern te verhuizen. Inzet belangenorganisaties Er ontstaat steeds vaker samenwerking tussen professionele welzijns- en zorgorganisaties en dorpsbewoners. Vaak in de vorm van dorpscoöperaties, KBO's of andere burger initiatieven. Deze organisaties kunnen worden ingezet om de stem van de burger meer te laten spreken in beleidstukken zoals deze woonzorgvisie. Deze organisaties zijn dan ook geraadpleegd bij de totstandkoming van deze visie.
Zorgtechnologie Door de zorgkloof (de groeiende vraag naar zorg terwijl de beschikbaarheid van zorg afneemt) wordt het gebruik van zorgtechnologie als een belangrijke IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 5
2. Beeld van de Kempengemeenten In dit hoofdstuk wordt, aansluitend op de geschetste landelijke trends in hoofdstuk 1, een concreter beeld gegeven van de situatie in de Kempengemeenten daar waar het gaat om wonen met zorg. In het verlengde van de gebiedsanalyse1 wordt een opsomming gegeven van de lokale ontwikkelingen en opgaven in de Kempengemeenten2, zowel in het hier en nu, als met het oog op de toekomst.
2.1
Een brede doelgroep
Deze woonzorgvisie is gericht op de op pagina 3 beschreven groepen inwoners. Dit zijn inwoners die op diverse manieren kwetsbaar zijn. Kwetsbaar zijn kan in verschillende vormen en maten. Dit kan zijn psychisch kwetsbaar, zoals bijvoorbeeld inwoners met dementie, een licht verstandelijke beperking of met verslavingsproblematiek. Men kan ook kwetsbaar zijn om andere redenen zoals financiële, opvoedkundige, of somatische problematiek. De inwoners van de Kempengemeenten hebben gemiddeld genomen iets minder vaak met een aandoening in vergelijking met de rest van Nederland. Een stijging wordt wel gezien bij de groep cliënten met dementiële problematiek. Deze groep zal toenemen van 700 in 2018 naar 1.200 in 2030. De groep inwoners met somatische problematiek neemt in diezelfde periode toe van 4.300 naar 4.700. In de Kempengemeenten maakt 86/0 van de jongeren gebruik van jeugdzorg, dat lager is dan het landelijk gemiddelde (9,8/). Ook valt op dat het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking en/of laaggeletterdheid een stuk lager ligt (circa 9,4/) dan het landelijk gemiddelde (circa 16,2/). Deze groep is niet altijd even goed in beeld, aangezien ze niet per definitie gebruikmaken van zorg of begeleiding. Deze groep is wel kwetsbaar en kan bij een verandering in hun leven, wel die zorg nodig gaan krijgen.
1 Voor de volledige gebiedsanalyse (inclusief 2020-2040 prognose kaarten) verwijzen we naar bijlage 1. 2 Voor een overzicht van de betrokken en gesproken stakeholders verwijzen we naar bijlage 2. Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 6
Daarnaast wordt een toename verwacht bij de groep met psychiatrische problematiek in de komende periode, namelijk een stijging van 300 naar 400 tot het jaar 2030. Monitoring in de loop van de tijd in relatie tot de capaciteit in woningen bij deze groep is hierbij van belang. Concluderend kan er gesteld worden dat het aantal inwoners met beperkingen in de Kempengemeenten in veel gevallen lager ligt dan de landelijke gemiddelden.
2.2
Voortzettende vergrijzing
In totaal stonden er begin 2021 bijna 72.000 inwoners ingeschreven in de Kempengemeenten. Ongeveer 920 personen verbleven in een institutioneel huishouden (zoals verpleeghuizen), de andere personen vormden in totaal 30.120 particuliere huishoudens. In figuur 1 staat de leeftijdsopbouw van de inwoners van de Kempengemeenten afgezet tegen het Nederlands en provinciaal gemiddelde.
Figuur 1 De leeftijdsopbouw van de bevolking in Nederland, Noord-Brabant en de Kempengemeenten per 1-1-2021. Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research
Bergeijk
De figuur maakt duidelijk dat de Kempengemeenten anno 2021 sterker zijn vergrijsd dan de rest van het land, en dat er meer vergrijzing in het voor uitzicht ligt (de groep aankomende ouderen tussen de 55 en 75 jaar is fors van omvang). De leeftijdsgroep van 18 tot 55 jaar is ondervertegenwoordigd. Er is dus ook sprake van ontgroening in de Kempengemeenten. Er wonen in de Kempengemeenten meer inwoners van 75 jaar of ouder dan in Nederland (9,7b; landelijk 8,5b). In Eersel wonen met 10,5bo de meeste 75 plussers; in Reusel-De Mierden ligt het aandeel met 7,70/b onder het landelijk gemiddelde (figuur 2). Deze vergrijzing en ontgroening in relatie tot de arbeidsmarktproblematiek is een grote opgave voor de komende decennia.
IT/22/0965/wzvkem
BI adel
Eersel
Reusel-De Mierden
totaal Kempen gemeen ten
Ū -25 jaar
2696
2796
2696
2796
2696
25 -55jaar
3596
3696
3596
3696
3596
55 -65jaar
169Í.
1596
16*}*,
1696
1696
65 -75jaar
13 96
1296
1296
1396
1296
75 - 85jaar
8 96
896
896
696
796
S5+
2X
296
3 96
296
296
totaal
10096
10096
10096
10096
10096
75t-
10,196
9,996
10,596
7,796
9,796
Figuur 2 De leeftijdsopbouw van de inwoners van de Kempengemeenten, 2021. Bron: CBS, bewerking In. Fact.Research
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 7
2.3
Prognose leeftijdsopbouw bevolking
De op dit moment sterk vertegenwoordigde groep van 55 tot 65 jaar is over tien jaar tussen de 65 en 75 jaar. Het aantal inwoners in deze laatste leeftijds klasse neemt dan ook het komende decennium toe (zie ook figuur 3 en figuur 4), net als het aantal 75-plussers. De prognose is dat het aandeel inwoners van 75 jaar of ouder toe neemt van 97/0 in 2021, naar 130Zo in 2030 en 17/ in 2040. In de toekomst wonen deze ouderen meer verspreid over de gemeenten dan dat nu het geval is (momenteel zijn er nog enkele gebieden met een hoge concentratie 75-plussers) (Bijlage 1, figuur 3-6). 2021
2030
2040
2021-2030
2021-2040
0 - 25 jaar
18.925
18.505
18.835
-420
-90
25 - 55 jaar
25.530
24.640
24.420
-890
-1.110
55 - 65 jaar
11.510
9.930
8.140
-1.580
-3.370
65 - 75 jaar
8.990
10.510
9.125
1.520
135
75 - 85 jaar
5.250
6.890
8.350
1.640
3.100
S5+
1.730
2.695
3.800
965
2.070
totaal
71.940
73.170
72.670
1.230
730
Figuur 3 Aantal inwoners naar leeftijd, totaal in de Kempengemeenten in 2021, 2030 en 2040. Bron: CBS, Prognose Provincie Noord-Brabant, bewerking In.Fact.Research
echter naar verwachting nog verder toenemen3. Met name de aankondiging van ASML, dat zij de komende jaren met 15.000 extra werknemers gaan groeien kan een groot effect gaan hebben op de bevolkingssamenstelling. Bovendien levert iedere baan bij ASML nog eens 2,5 banen op in de toeleveringsketen. Dit betekent dat de groei van ASML alleen al zorgt voor 70.000 extra medewerkers in de regio in 2030. Een groot deel van de nieuw te bouwen woningen zal worden gebouwd in de vorm van nieuwe hoogstedelijke gemengde woonmilieus in Eindhoven en Helmond. Deze mutaties zijn niet meegenomen in de prognose tabellen, maar betekent dat de groep 25-55 jarigen niet krimpt, maar juist toeneemt in de periode tot 2030 en 2040. 0 - 25jaar 25 - 55 jaar 55 - 65 jaar totaal Kempen
2021
gemeenten
2021-2030 2021-2040
Bergeijk
Bladel
Eersel
Mogelijke schaalsprong De Brainportregio De cijfers over de prognoses van de demografische ontwikkeling in figuur 3 en 4 zijn ramingen, waardoor er altijd een onzekerheid in zit. Daarnaast is in deze raming niet opgenomen dat De Brainportregio groeit en staat voor een enorme schaalsprong: tot 2030 moeten er duizenden vacatures vervuld worden. Deze vacatures betekenen ook een toenemende vraag naar woningen. In het Verstedelijkingsakkoord is reeds vastgesteld dat op zijn minst 72.000 arbeidsplaatsen en 62.000 woningen nodig zijn. Tot 2040 zal dit
65 - 75 jaar 75 85 jaar
85t
totaal
1.730
71.940
1.640
965
1.230
3.100
2.070
730
450
18.755
325
275
235
725
505
-60
490
20.530
490
285
230
805
595
5
1.505
545
19.530
340
260
185
900
525
-90
250
13.125
25.530
11.510
8.990
-420
-890
-1.580
1.520
-90
-1.110
-3.370
135
2021
4.870
6.585
3.010
2.405
1.440
2021-2030
-185
-380
-235
430
2021-2040
-95
-445
-945
190
2021
5.465
7.400
3.170
2.460
1.545
2021-2030
-230
-250
-355
290
2021-2040
-195
-325
-910
35
2021
5.030
6.860
3.200
2.385
2021-2030
-160
-310
-525
585
2021-2040
-60
-560
-1.030
140
3.560
4.685
2.125
1.740
765
Reusel-De Mierden 2021
18.925
5.250
2021-2030
155
45
-460
220
470
135
570
2021-2040
255
215
-480
-225
660
435
855
Figuur 4 Aantal inwoners naar leeftijd, per gemeente, in 2021 en ontwikkeling in 2021 tot 2030 en 2040. Bron: CBS, Prognose Provincie Noord-Brabant, bewerking In.Fact.Research
3 https://static.metropoolregioeindhoven.nl/downloads/Bijlage-1 -Notitie-ruimtelijke-schaalsprong-Brainport-Eindhoven.pdf IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 8
2.4
Aandeel inwoners met een aandoening
Het aandeel inwoners met een bepaalde aandoening binnen een gemeente hangt samen met verschillende factoren. Voor de Kempengemeenten geldt dat over het algemeen er gemiddeld minder inwoners zijn met een aandoening dan gemiddeld genomen over heel Nederland (figuur 5). Enkel de doelgroepen met dementie en zintuiglijke aandoeningen komen relatief iets vaker in de Kempengemeenten voor t.o.v. het Nederlandse gemiddelde.
worden gehouden met een sterke toename van het aantal mensen met dementie en somatische problematiek (zie figuur 6). Dit vraagt om een toename in passende woonzorgvormen voor deze doelgroep. totaal Kempengemeenten
2013
2030
2018-2030
dementie (extramuraal)
7Ű0
1.200
500
4.700
4.700
0
100
100
0
somatische problematiek
4.300
4.700
400
zintuiglijke aandoeningen
300
400
100
1.500
1.600
100
psychiatrische problematiek
300
400
100
niet-aangeboren hersenletsel
400
400
0
licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden
Eersel
Reusel-De M ierden
Kem pengem eenten
Nederland
1^
1^
1,3?é
1^
1^
10^
7^
10,5?í
9^
16^
0^
0^
0,2?í
0^
0^
7^
8^
9^
7,3?í
8^
9^
0^
0^
0^
0,5?í
0^
0^ 4^
Bergeijk
Bladel
matig of ernstig verstandelijk beperkt
dementie (extramuraal)
1^
licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden
9^
matig of ernstig verstandelijk beperkt
0^
somatische problematiek zintuiglijke aandoeningen
angst- en stemmingsproblematiek
angst- en stemmingsproblematiek
2^
3^
2^
3,0?í
2^
psychiatrische problematiek
0^
0^
0^
0,4?í
0^
1,^
niet-aangeboren hersenletsel
0^
0^
0^
0,7?í
0^
0^
Figuur 5
Het aandeel inwoners van 19 jaar of ouder dat zelfstandig woont met een bepaalde
Figuur 6
Het aantal inwoners van 19 jaar of ouder dat zelfstandig woont met een bepaalde
aandoening in de Kempengemeenten, in 2018 en 2030. Bron: WoonzorgWijzer
Daarnaast is er in deze woonzorgvisie nog een doelgroep meegenomen die zowel kwalitatief en kwantitatief moeilijk te duiden is, maar wel belangrijk om aandacht aan te schenken. Dit is namelijk de doelgroep met inwoners die vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden of problemen tijdelijk niet functioneren of niet veilig thuis kunnen wonen.
aandoening in de Kempengemeenten en Nederland, 2018. Bron: WoonzorgWijzer
Hoewel het aandeel inwoners met LVB-problematiek lager ligt dan het landelijk gemiddelde, gaat het nog altijd om de aandoening die het vaakst voorkomt. Het is zeker niet zo dat de totale groep een acute behoefte heeft aan zorg of ondersteuning, maar men is wel kwetsbaar. Het geschetste beeld van de aandoeningen onder de bevolking verandert niet van de ene op de andere dag. Wel moet er voor de komende jaren rekening
Dit is een heel diverse groep. Het betreft inwoners die om diverse redenen tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Een voorbeeld van deze groep zijn de economisch daklozen. De economisch dak- en thuisloze heeft (in eerste instantie) een acute woonvraag. Zware psychische problematiek en verslaving zijn niet aan de orde. Deze life events kunnen van alles zijn, van werkloosheid, ziekte, (v)echtscheiding, schulden, etc4. Bij deze groep ontbreekt het vaak aan zware ondersteuningsvragen, maar de mensen binnen deze groep kunnen
4 httpsWwww.platform31.n^publicaties^uisvesting-en-ondersteuning-economische-dak-en-thuislozen# IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 9
zonder tijdig goede hulp sneller afglijden naar zwaardere typen problemen en zijn in die zin kwetsbaar. Deze doelgroep wordt in de praktijk ondersteund door zorgorganisaties in samenwerking met ambtenaren zorg- en welzijn en commerciële marktpartijen. De gemeentelijke afdeling wonen en de woningcorporaties staan duidelijk nog op afstand. Dit heeft diverse oorzaken. De doelgroep klopt letterlijk aan bij zorg- en welzijnspartijen, voornamelijk bij de maatschappelijke opvang. In het hoofdstuk over de opgave wordt verder ingegaan op deze doelgroep.
2.5
Wonen met zorg
In de voorgaande paragraaf is gefocust op die zorgdoelgroepen die zelf standig wonen. Het zijn deze groepen waarvoor de gemeente primaire verantwoordelijkheid heeft, onder meer via de Wmo. Bij een ander deel van de zorgdoelgroepen wordt de zorg (en vaak ook het verblijf) gefinancierd via de Wlz. Deze groepen wonen relatief vaak intramuraal. Een indicatie van de omvang van deze groepen kan worden herleid uit de afgegeven indicaties, zoals geregistreerd door het CIZ. In figuur 7 zijn alle afgegeven indicaties te zien en ook weergegeven als aandeel van de totale bevolking. Bergeijk
Bladel perc.
Eersel abs.
Reus el-De Mierden
perc. abs.
Kempen gemeenten
Noord- Nederland Brabant
abs.
perc.
abs.
perc.
abs.
perc.
perc.
perc.
Verplegingen verzorging (W)
130
0,69%
Z50 1,2296
18 5 0,9596
70
0,5396
635
0,8896
1,0396
0,9896
Verstandelijk gehandicapt (VG}
105
0,5 696
125 0,6196
3 80 1,9596
55
0,4296
665
0,9296
0,6996
0,6696
Licht verstandelijk gehandicapt (LVG)
0,0196
0,0196
Zintuiglijk auditief (ZGAUD)
0,0196
0,0196
Zintuiglijk visueel (ZGVIS)
0,0196
0,0196
0,0996
0,0996
0,0396
0,0 296
0,0596
0,0696
Lichamelijk gehandicapt (LG)
10
0,0596
10 0,0596
10 0,0596
15
0,1196
45
0,0696
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B) GGZ-Wonen
Figuur 7
5
0,0396
15 0,0796
20
0,0396
Het aantal afgegeven Wlz-indicaties per 1-1-2021 in de Kempengemeenten en het
aandeel ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de Kempengemeenten, Noord-Brabant en Nederland. Bron: CIZ
2.6
Mantelzorg
Bij grote concentraties van ouderen is het vooral een probleem dat minder geleund kan worden op de informele zorg (er wonen minder mensen die mantelzorg kunnen verlenen). Ontbreekt informele zorg, dan zal men sneller zijn aangewezen op professionele zorg en wordt het zelfstandig wonen bemoeilijkt. Daarom is het van belang om naar de ontwikkeling van het mantelzorgpotentieel te kijken. De mogelijkheden voor informele zorg worden in beeld gebracht aan de hand van de Oldest Old Support Ratio (OOSR).5 Simpel gezegd gaat het hier om de verhouding tussen het aantal 50 tot 75-jarigen en het aantal 85-plussers. Vanuit de eerste leeftijdsgroep wordt vaak mantelzorg geboden, de tweede groep ontvangt deze veelal. Landelijk ligt de OOSR op 13,7, hetgeen betekent dat er tegenover elke 85-plusser 13,7 50 tot 75-jarigen staan. In de Kempengemeenten ligt de OOSR iets hoger, rond de 15,3. Dit betekent dat kijkend naar de leeftijdsverdeling er op dit moment mogelijkheden zijn voor mantelzorg. De OOSR is een heldere doch eenvoudige benadering van de werkelijkheid. Een iets genuanceerder beeld ontstaat als de benadering meer leeftijdsspecifiek wordt gemaakt. Uit onderzoek is bekend dat: ^ 150 van de inwoners in de leeftijdsklasse van 75 tot 80 jaar mantelzorg ontvangt; ^ 210 van de 80 tot 85-jarigen mantelzorg ontvangt; ^ 240 van de 85-plussers mantelzorg ontvangt.
En voor de mantelzorgers geldt dat: ^ 90 van de 18 tot 50-jarigen mantelzorg verleent;
5 Toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 2040, Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, november 2019 IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 10
^ ^
2407o van de 50 tot 75-jarigen mantelzorg verleent; 1907o van de 75-plussers mantelzorg verleent.
Op basis van deze leeftijdsspecifieke OOSR is de verhouding tussen potentiële mantelzorg-ontvangers en potentiële mantelzorgverleners in de Kempengemeenten 1 op 7,5. De variatie binnen de gemeenten is echter groot. In sommige kernen ligt deze OOSR boven de 8, in andere kernen onder de 4 (Bijlage 1, figuur 30). Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het verhoudingsgetal is berekend inclusief de bewoners van verpleeghuizen. Deze bewoners ontvangen professionele zorg en hebben daardoor minder behoefte aan mantelzorg. Als puur naar de zelfstandig wonende bevolking zou worden gekeken, valt het verhoudingsgetal hoger uit. Echter, de realiteit is ook dat er in de verpleeghuizen vanwege het ontbreken van professionele zorg (arbeidsmarktproblematiek) een groter beroep wordt gedaan op mantelzorg.
2.7.1 Ouderen De groep ouderen die van oudsher op een instelling is aangewezen neemt in de komende jaren sterk toe. Momenteel zijn er 640 ouderen met 24-uurs zorg, maar in 2030 zal dit toenemen tot 970 en in 2040 zelfs tot 1.290. Figuur 9 geeft deze stijging weer voor de Kempengemeenten totaal en per gemeente afzonderlijk. Dit betekent niet per definitie dat de verpleeghuiscapaciteit met soortgelijke aantallen moet worden uitgebreid. Een toenemend aandeel ouderen ontvangt verpleeghuiszorg in de thuissituatie (met een Volledig Pakket Thuis, Modulair Pakket Thuis of Persoonsgebonden Budget). Men kan ervoor kiezen deze situatie te bevorderen/stimuleren. Van belang is dit hierbij in te zetten op moderne technieken zoals sensoren. In Bergeijk en Eersel gebeurt dit al, genaamd het 'Samen slimmer ouder worden'. Hierbij is er medewerking van de provincie Brabant. 3.500
Het is van belang te vermelden dat mantelzorg zeker niet altijd door buurtgenoten wordt geleverd. In de meeste gevallen wordt deze geleverd door familieleden die soms tientallen kilometers verderop wonen. De behoefte aan mantelzorg van een oudere kan dan ook snel wijzigen wanneer iemands gezondheidssituatie veranderd. Ook kunnen door maatschappelijke trends meer of minder mensen bereid zijn mantelzorg te verlenen. Bij deze cijfers gaat dus nadrukkelijk om een indicatief beeld (Bijlage 1, figuur 31), van de mate waarin familieleden en buurtgenoten ouderen bij kunnen staan op het moment dat gebreken intreden.
3.000
24-uurs zorg
2.500 zorg op afroep
2.000 1.500 1.000 500 0 oooooooooooooooooooo CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM CM
Wellicht belangrijker dan het niveau is de trend die de OOSR laat zien: de komende jaren zullen de mogelijkheden voor informele hulp en ondersteuning vanuit de netwerken in buurten en kernen afnemen.
Kempengemeenten
Figuur 8. De ontwikkeling van het aantal ouderen met beperkingen die leiden tot een behoefte aan 24-uurs zorg of zorg op afroep in de Kempengemeenten. Bron: ramingsmodel wonen met zorg In.Fact.Research
IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 11
totaal Kempengemeenten zorg op afroep Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden
2021
2030
2040
1.030
1.360
1.570
24-uurs zorg
640
970
1.290
zorg op afroep
310
410
480
24-uurs zorg
130
200
260
zorg op afroep
220
280
300
24-uurs zorg
250
380
500
zorg op afroep
300
390
450
24-uurs zorg
190
280
360
zorg op afroep
190
280
340
24-uurs zorg
70
110
160
Figuur 10. Het aantal en aandeel jongeren in jeugdzorg in de Kempengemeenten en in Nederland, 2020. Bron: CBS.
2.8
In voorgaande paragrafen is de behoefte/vraag kant van de woonzorgopgave beschreven. In deze paragraaf wordt ingegaan op het woonzorgaanbod en de kenmerken van de reguliere woningvoorraad.
Huidig woonzorgaanbod
Figuur 9. Het aantal ouderen met beperkingen die leiden tot een behoefte aan 24-uurs zorg of zorg op afroep in de Kempengemeenten. Bron: ramingsmodel wonen met zorg In.Fact.Research
2.7.2 Jeugd In totaal ontvingen er in 2020 in de Kempengemeenten 1.500 jongeren een vorm van jeugdhulp. Het gaat hier om 8,6yo van alle jongeren tot 23 jaar, wat lager is dan het landelijk gemiddelde van 9,8yo. In 2020 ontvingen 135 jongeren jeugdzorg met verblijf. JZ Totaal JZ Totaal jeugdzorg jeugdzorg in (0-23 jaar) natura (0-23 jaar) Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden Kempengemeenten
JH Totaal Jeugdhulp (0-23 jaar)
JH Totaal jeugdhulp met verblijf (0-23 jaar)
JBJeugdbescherming (0-18 jaar)
410 405 400 250 1.465
410 410 400 255 1.475
40' 35 35 25 135
30 30 35 30 125
JZ Totaal JZ Totaal jeugdzorg jeugdzorg in (0-23 jaar) natura (0-23 jaar)
JH Totaal Jeugdhulp (0-23 jaar)
JH Totaal jeugdhulp met verblijf (0-23 jaar)
JBJeugdbescherming (0-18 jaar)
420 415 405 260 1.500
Huidig aanbod
JR Jeugdreclassering (12-23 jaar) -
De gegevens over het bestaande aanbod zijn geïnventariseerd onder lokale partners. Vanwege het feit dat dit een moment opname is, is er een kans dat het overzicht niet 100yo volledig is en met de tijd alweer is gewijzigd. In bijlage 5 is een overzicht te vinden van de geïnventariseerde locaties. De woonzorgvisie richt zich primair op voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg die een beslag leggen op de fysieke ruimte (voor definities zie bijlage 3). Daarbij gaat het om zowel woonvoorzieningen, variërend van intramuraal tot extramuraal en alle mogelijke tussenvormen, als om voorzieningen die gericht zijn op het tijdelijke verblijf en opvang. Er wordt hierbij ook een onderscheid gemaakt tussen voorzieningen met een verblijfscomponent (zoals intramurale verpleegzorg) en voorzieningen zonder een verblijfscomponent (zoals inloopvoorzieningen).
-
JRJeugdreclassering (12-23 jaar)
Bergeijk 9,494 9,194 9,194 0,994 0,994 8,394 8,194 8,294 0,794 0,894 Bladel Eersel 8,894 8,794 8,794 0,894 1,094 Reusel-De Mierden 7,994 7,694 7,794 0,894 1,194 Kempenįjemeenten_______8,694____________ 8,494_______ 8,594_____________ 0,894_________ 0,994____________ Nederland______________ 9,894____________ 9,794_______ 9,594_____________ 1,0»_________ Į.2%________ 0,494
IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 12
Voordat ingegaan wordt op het aanbod per doelgroep wordt een kort overzicht weergegeven van de aanbodinventarisatie op hoofdlijnen. Figuur 11 geeft een overzicht van het aantal locaties, uitgesplitst naar de verschillende woonzorgvormen. Kijkend naar het aantal woonzorglocaties dat door middel van een inventarisatie onder zorgaanbieders in kaart is gebracht, vervullen van de 47 in kaart gebrachte locaties met verblijf 32 voorzieningen een intramurale woonfunctie. Figuur 12 geeft het aantal plekken per type voorzieningen met verblijf weer.
Deze 47 locaties met verblijf (alle doelgroepen) zijn verspreid over de vier Kempengemeenten. Figuur 13 geeft weer in welke plaatsen deze voorzieningen zich bevinden. Locaties met verblijf naar plaats ^47) 16 -----------------------------------------------
Locaties met verblijf naar woonzorgvorm ^47) Intramuraal Geclusterd wonen Extramuraal Beschermd wonen Figuur 11. Voorzieningen met verblijf naar type. Bron: uitvraag lokale stakeholders
Aantal plekken per type voorzieningen met verblijf (N^ 117) 391049 i BW m Extramuraal m Geclusterd wonen b Intramuraal
991 Figuur 12. Aantal plekken per type voorziening met verblijf. Bron: uitvraag lokale stakeholders. IT/22/0965/wzvkem
Figuur 13. Voorzieningen met verblijf uitgesplitst naar plaats. Bron: uitvraag lokale stakeholders
Bij de verdeling van het aantal plekken, bestaat het overgrote deel uit intramurale plekken. Hierbij moet de kanttekening gemaakt worden dat de figuren gebaseerd zijn op de uitvraag onder lokale stakeholders en dat bij een vijfde van de aangeleverde voorzieningen met verblijf het aantal beschikbare plekken niet meegeleverd was. Het werkelijke aantal zal dus mogelijk iets hoger liggen dat weergegeven in figuur 12. Naast locaties met verblijf is er ook een overzicht met voorzieningen zonder verblijfscomponent, zoals voorliggende voorzieningen. Het gaat hier om algemene voorzieningen waar ook inwoners zonder indicatie van gebruik kunnen maken (m.u.v. ambulante zorg, dagbesteding en begeleiding). Deze zijn weergegeven in figuur 14. Hierbij is goed te zien dat van het type Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 13
dagbesteding er de meeste locaties zijn. Figuur 15 geeft het aantal personen weer dat gebruik maakt van deze voorzieningen zonder verblijf.
Aantal personen dat gebruik maakt van voorzieningen zonder verblijf Zelfhulpgroep
Locaties zonder verblijf naar type ^62)
122
Opvang Zelfhulpgroep | Oudereninitiatief
5
Ontspanningsactiviteiten
1
Ontmoeting Multifunctioneel centrum
2
Individuele begeleiding
18
Groepsbegeleiding
12
Ambulant
1 1
211 73
Figuur 15. Aantal personen dat gebruikmaakt van voorzieningen zonder verblijf in de
Dagbesteding Ambulant
50
Dagbesteding
Inloopruimte Groepsbegeleiding
8
Inloopruimte
Opvang H 2 Ontspanningsactiviteiten 3
Individuele begeleiding
59
29
Kempengemeenten. Bron: uitvraag lokale stakeholders.
4
Figuur 14. Locaties zonder verblijf uitgesplitst naar type woonzorgvorm. Bron: uitvraag lokale stakeholders
IT/22/0965/wzvkem
Huidig voorzieningenaanbod Voorzieningen zijn er in vele soorten en maten. Bepaalde zorgdoelgroepen hebben maatwerkvoorzieningen nodig, maar voor vrijwel iedereen met een beperking zijn de volgende voorzieningen van belang: een supermarkt, een huisarts en een apotheek. Deze drie voorzieningen worden ook wel aangeduid als de 'triple a' (arts, apotheek en Albert Hein/ Aldi). In de Kempengemeenten zijn er enkele kernen waar de volledige 'triple a' aanwezig is, bereikbaar binnen een loopafstand van 500 meter. In de kleinere kernen zijn weinig voorzieningen aanwezig. Dit maakt dat vervoer een belangrijk thema is, om de bereikbaarheid van essentiële voorzieningen te borgen. In de meeste gebieden hoeven de inwoners niet meer dan 500 meter te lopen alvorens bij een halte aan te komen. In enkele gebieden is dit meer dan 500 meter. In de meeste kleine kernen zijn er geen OV-haltes. Wel kan men daar gebruik maken van de buurtbus en in een aantal gevallen vrijwillige Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 14
vervoersdiensten. Zie bijlage 1 voor een uitgebreidere analyse op de voorzieningen en bereikbaarheid.
de populatie zorgt echter wel tot een verschuiving. Onderstaande tabel geeft de gewenste aanbodontwikkeling aan geschikte woningen (nultredenwoning, aangepaste ouderenwoningen en/of geclusterde ouderenwoningen) (met
Huidig woonaanbod Voor de groep met somatische beperkingen en mobiliteitsproblemen is het van belang dat er voldoende gelijkvloerse woningen zijn. Er zijn in de Kempengemeenten ongeveer 1.700 zelfstandig wonende personen die problemen hebben met de mobiliteit binnenhuis. Daar staan ruim 3.300 geschikte woningen tegenover (110 van de voorraad) en daarnaast zijn er bijna 25.300 aanpasbare woningen (geschikt te maken, 810 van de voorraad). Kijkend naar puur de fysieke kenmerken inzake de toe- en doorgankelijkheid van de woningen, is er dus momenteel geen sprake van kwantitatieve tekorten. Ook onder het corporatiebezit zijn de meeste woningen geschikt of aanpasbaar, al ligt het aandeel ongeschikte woningen met 180 wel hoger dan onder de totale woningvoorraad (80). Het aandeel 75v dat woont in veelal ongeschikte woningtypen ligt lager in de Kempengemeenten (70) ten opzichte van landelijk (140). Onder 65 tot 75 jaar woont circa 60 in de Kempengemeenten in veelal ongeschikte woningtypen, ten opzichte van 150 in Nederland. In een beperkt aantal gebieden met vergrijzing is de woningvoorraad niet geschikt (of aanpasbaar) voor bewoning met mobiliteitsproblemen. Het gaat bijvoorbeeld om woningen rondom het centrum van Reusel of in gebieden in Bladel. Meer informatie over de reguliere woningvoorraad staat in Bijlage 1.
zorg) weer tot en met 20306. Bij de tabel is er wel een kanttekening te maken. Veel van de geclusterde woningen gaan om appartementen en betreffen dus ook al nultredenwoningen. Waarbij ook gesteld kan worden dat bij appartementen al snel sprake is van clustering van ouder wordende inwoners met een (potentiële)zorgvraag. Daarom moet vermeld worden dat de cijfers indicatief zijn (raming) en geen recht doen aan de gewenste aanpassingen die verschillen per individu en woonsituatie. Maatwerk bij de feitelijke problematiek van de inwoners is en blijft daarom vereist. Gemeente
Nultreden woning
Aangepaste Ouderenwoning
Geclusterde Ouderenwoning
Totaal
Bergeijk
10
-10
10
10
Bladel
250
60
60
370
Eersel
280
30
60
370
Reusel-De Mierden
170
40
10
220
Kempentotaal
710
120
140
970
Tabel 1. Raming gewenste aanbodontwikkeling geschikte woningen 2021-2030. Bron: Woonzorganalyse MRE
Ontwikkeling behoefte geschikte woningen Momenteel is er geen sprake van tekorten kijkend naar de huidige woningvoorraad in relatie tot levensloopbestendigheid. De ontwikkeling van
IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 15
Bergeijk
710
140
110
960
Bladel
1.180
310
170
1.660
Eersel
1.190
260
270
1.720
Reusel-De Mierden
700
190
40
930
Kempentotaal
3.780
900
590
5.270
Tabel 2. Raming totaal aantal benodigde woningen per type in 2030. Bron: Woonzorganalyse MRE
2.9
Samenvattend
Zorg en ondersteuning De Kempengemeenten anno 2021 zijn sterker vergrijsd dan de rest van het land en meer vergrijzing ligt in het vooruitzicht (de groep aankomende ouderen tussen de 55 en 75 jaar is fors van omvang). De leeftijdsgroep van 18 tot 55 jaar is ondervertegenwoordigd. Op dit moment wonen de 75-plussers nog vrij geconcentreerd, in bepaalde wijken of buurten. Maar dat zal de komende jaren gaan deconcentreren. Met name de behoefte aan 24-uurszorg neemt sterk toe in de komende jaren. Over het algemeen wonen er in de Kempengemeenten minder inwoners met een beperking dan het landelijke gemiddelde. Enkel de groep met dementiële problematiek, zintuigelijke aandoening en ouderdom gerelateerde beperkingen zoals mobiliteit buitenshuis en in huis is gelijk aan of heel iets hoger dan het landelijk gemiddelde. Wel moet er voor de komende jaren rekening worden gehouden met een verdere sterke toename van het aantal mensen met dementie en somatische problematiek. IT/22/0965/wzvkem
Binnen de Kempengemeenten ontvangt 86/0 van alle jongeren tot 23 jaar jeugdzorg; wat lager is dan het landelijk gemiddelde van 9,807o. Over het algemeen zijn de inwoners uit de Kempengemeenten relatief minder vaak beperkt op een bepaald levensdomein (zoals dagbesteding, algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en cognitief functioneren) t.o.v. het Nederlands gemiddelde. De Kempengemeenten hebben een OOSR (verhouding 50 tot 75-jarigen en het aantal 85-plussers) van 15,3, dat hoger is dan het landelijk gemiddelde (13,7). Dit betekent een gezond mantelzorgpotentieel. De komende jaren zullen de mogelijkheden voor informele hulp en ondersteuning vanuit de netwerken in buurten en kernen wel afnemen.
Wonen en omgeving Uit de inventarisatie blijkt dat in de Kempengemeenten circa 1.100 plekken zijn in voorzieningen met verblijf. Deze zijn verdeeld over intramurale, beschermd wonen, extramurale en geclusterd wonen voorzieningen. Daarnaast maken nog zo'n 550 inwoners gebruik van voorzieningen zonder verblijf, zoals dagbesteding, ontmoetingsplekken en ambulante begeleiding. Op het gebied van aanpasbaarheid, kijkend naar puur de fysieke kenmerken inzake de toe-en doorgankelijkheid van de woning, is geconcludeerd dat er geen sprake is van kwantitatieve tekorten. Wel is geconcludeerd dat vervoer een belangrijk thema is, omdat in de kleinere kernen weinig voorzieningen aanwezig zijn.
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 16
3. De opgaven en visie In dit hoofdstuk wordt het beeld van de Kempengemeenten verbonden met de geconstateerde en geïnventariseerde trends en ontwikkelingen. Dit leidt tot een overzicht van de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven voor nu en in de toekomst. Dit hoofdstuk begint met een opsomming van de kwalitatieve doelgroep overstijgende opgaven en visies. Deze opgaven worden geclusterd aan de hand van drie groepen: ^
Vastgoed en wonen
^
Zorg, welzijn en leefbaarheid
^
Samenwerking
Vervolgens worden de gekwantificeerde en gekwalificeerde woonzorgopgaven per zorgdoelgroep beschreven. Hierin wordt naast de visie per doelgroep ook de vraagontwikkeling, het huidige aanbod en een advies voor het te realiseren aanbod per doelgroep weergegeven.
3.1
Vastgoed en wonen
Kwalitatieve woonopgaven Verschillende kwetsbare groepen blijven langer zelfstandig thuis wonen. Dit stelt andere voorwaarden aan reguliere, zelfstandige woningen. Woningen moeten (waar nodig) aangepast worden aan de ondersteuningsbehoefte van deze doelgroepen, door ze levensloopbestendig te maken. Ook ontstaat er hierdoor een behoefte aan tussenvormen. De behoefte aan deze tussenvorm geldt niet alleen voor kwetsbare ouderen, maar ook voor mensen met een psychiatrische of psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking, over alle leeftijdsgroepen heen. Zo is er benoemd dat voor jeugdigen die bijvoorbeeld vanuit beschermd wonen uitstromen een behoefte is aan tussenvormen tussen beschermd wonen en zelfstandig wonen. Dit kan in de vorm van een trainingshuis, waarbij de jeugdigen zelfstandig wonen maar ambulante ondersteuning ontvangen. Hetzelfde geldt voor de doelgroep met een verstandelijke beperking; ook hier is behoefte aan een tussenvorm zoals woningen in een geclusterde setting waarbij ambulante zorg (gemakkelijk) te verlenen is. De behoefte bij ouderen aan geclusterde woonvormen/ tussenvormen is veelkleurig. Er is een groep voor wie de geclusterde woonvorm een noodzaak is. Deze groep bestaat uit een deel die voorheen een ZZP3 kreeg en een deel die verpleeghuiszorg in een zelfstandige woonvorm (via een VPT, MPT of PGB) wil ontvangen.
Daarnaast is er een groep die simpelweg de wens heeft om naar een dergelijke geclusterde woning te verhuizen. Op dit moment gaat het om een kwaliteitsvraag, maar op de langere termijn zal een deel van deze groep met (ernstige) beperkingen te maken krijgen (gaat tot de noodzaak groep behoren) en op dat moment is een verhuizing niet langer nodig. In de uitwerking zal het zoeken zijn naar de juiste balans tussen beide groepen.
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 17
Vanuit het oogpunt voor draagvlak van bepaalde zorg en ondersteuning zal minimaal een deel van de inwoners tot de noodzaak groep moeten behoren. Mocht het zo zijn dat de capaciteit in de verpleeghuizen niet toeneemt met de behoefte, dan zal de noodzaak groep sterk in omvang gaan groeien. Van belang is te beseffen dat voor geclusterde woningen niet altijd nieuwbouw noodzakelijk is. Ook in de bestaande voorraad kunnen ouderen geclusterd wonen en kan door het in de straat of het complex opofferen van één woning een gezamenlijke ruimte/zorgpost worden gecreëerd. Er is in de gebiedsanalyse (bijlage 1) geconstateerd dat het aantal levensloopbestendige woningen in de Kempengemeenten (110) lager ligt dan het Nederlands gemiddelde (210). De woningen zijn daarentegen wel vaker (810) aanpasbaar dan het landelijk gemiddelde (610). Het is niet zo dat iedereen die met mobiliteitsproblemen te maken krijgt direct 'passend' woont.
Voor inwoners met somatische beperkingen en mobiliteitsproblemen zijn er met de huidige woningvoorraad, i.r.t. geschiktheid van woningen, geen tekorten. De hoge mate van aanpasbaarheid kan eventuele verschillen indien nodig opvangen. Het zoveel mogelijk in stand houden van sociale verbanden is van belang, zeker in de wetenschap dat er door de vergrijzing relatief steeds meer hulpbehoevenden zijn (ten opzichte van het aantal mensen dat hulp kan bieden). Dat zou ervoor kunnen pleiten mensen zoveel mogelijk in de vertrouwde kern te huisvesten. Maar om de zorg en ondersteuning efficiënt te kunnen bieden, is een bepaalde mate van concentratie wenselijk. Dit betekent dat maatwerk bij de praktische uitwerking van de woonzorgvisie van essentieel belang is.
Naast behoefte aan wooncapaciteit ontbreken ook (aantrekkelijke) alternatieve woningen dan wel woonvormen om de doorstroom op gang te brengen. Ouderen hebben, zoals eerder benoemd, behoefte aan meer woonvormen tussen thuis en verpleeghuis. Voor de doelgroep (kwetsbare) jongeren wordt een tekort ervaren aan goedkope, kleine studiowoningen met optioneel begeleiding of 24-uurs bereikbaarheid. Dit geldt zowel voor de jongeren die vanuit hun ouderlijke huis zelfstandig willen gaan wonen als jongeren (jongvolwassenen) die uitstromen uit een intramurale voorziening. Doordat uitstroom niet mogelijk is, ziet men dat in een aanzienlijk aantal gevallen de problemen oplopen of (onnodig) gebruik gemaakt wordt van verlengde Jeugdzorg of vormen van beschermd wonen. De schaalsprong in de Brainport regio resulteert in een toename van het aantal inwoners in de komende 10 à 20 jaar en dit heeft ook zijn weerslag op de behoefte aan woonzorgvoorzieningen. Op het gebied van wonen, werken en recreëren zijn de Kempengemeenten complementair aan de rest van de Brainport. Dat maakt de Brainportregio als geheel sterker. Deze toegevoegde waarde is echter niet vanzelfsprekend. De opgave onder vastgoed en wonen is om voldoende woonzorgvoorzieningen te hebben, óók voor deze grote aankomende groep inwoners.
De regio zal zich blijvend dienen te ontwikkelen om het vestigingsklimaat aantrekkelijk te houden en de brede welvaart van de inwoners te bevorderen7.
Visie en doelen vastgoed en wonen 1) Stimuleren van woningaanpassingen om woningen levensloopbestendiger te maken. 2) Toegankelijk maken van de mogelijkheden tot woningsplitsing en erfdeling.
7 https://static.metropoolregioeindhoven.nl/downloads/Bijlage-1 -Notitie-ruimtelijke-schaalsprong-Brainport-Eindhoven.pdf IT/22/0965/wzvkem
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 18
3)
4) 5)
3.2
Meer ruimte bieden voor de ontwikkeling van ontbrekend (innovatief) woonzorgaanbod. Hiervoor ontwikkelen de gemeenten een afwegingskader om initiatieven te beoordelen. De doorstroom naar zelfstandig wonen borgen en inzetten op continue verbetering van de uitstroomregeling. Realiseren van extra woonzorgvoorzieningen, i.r.t. de schaalsprong van de Brainportregio, mits het de brede welvaart bevorderd van de Kempische inwoners.
Zorg, welzijn en leefbaarheid
Zorgtrends die steeds duidelijker zichtbaar worden zijn de extramuralisering en ambulantisering van zorg. Bij extramuralisering vindt er namelijk steeds meer het fysiek scheiden van wonen en zorg plaats, waarbij lichtere zorg geleverd wordt in de thuissituatie en aanspraak op verblijf in een intramurale omgeving vervalt. Bij ambulantisering wordt gestreefd om mensen met een beperking zo 'normaal' mogelijk te laten participeren en de benodigde hulp
aan te huis te bieden. Daarnaast wordt een trend gesignaleerd dat het voorzieningenniveau in de kleinere kernen afneemt, wat druk uitoefent op de leefbaarheid in de diverse kernen. Dit is een beweging die druk zet op vraagstuk 'concentreren of deconcentreren' van zorg. Iets wat in een landelijk gebied als de Kempengemeenten tot keuzes moet leiden. Door deze trends wordt zorg steeds meer lokaal en thuis georganiseerd, maar hierbij is personeel wel een beperkende factor. Aanbieders hebben veelvuldig aangegeven dat de arbeidsproblematiek momenteel aanzienlijk is. Bij het aannemen van nieuw personeel vissen organisaties veelal uit dezelfde vijver van werknemers. De druk op de werkgevers zal hierdoor in de komende tijd verder toenemen. Het is aan de aanbieders om hier in samenspraak een oplossing voor te vinden.
IT/22/0965/wzvkem
Door de gevolgen van deze arbeidsmarktproblematiek is het niet realistisch om in elke kern/wijk complexere zorg op planbare/niet planbare momenten te organiseren. Hierdoor is het des te meer belangrijk dat inwoners nadenken over hoe ze willen wonen met een ondersteuningsvraag, wanneer zelfstandig wonen zonder ondersteuningsvraag niet meer gaat. In hoofdstuk twee is benoemd dat het mantelzorgpotentieel (OOSR-score) rond de 15,3 ligt, dat hoger is ten opzichte van het landelijk gemiddelde (13,7). Naar de toekomst toe geldt dat het kan zijn dat de gezondheidssituatie van ouderen verandert en daarmee ook de behoefte aan mantelzorg. Een trend die de OOSR laat zien is dat de komende jaren de mogelijkheden voor informele hulp en ondersteuning vanuit de netwerken in buurten en kernen afnemen. Dit betekent dat op dit moment er mogelijkheden zijn voor mantelzorg, maar dat dit in de periode tot en met 2040 afneemt. Op dit moment wordt er al mantelzorgondersteuning en respijtzorg georganiseerd. Desalniettemin vraagt in dit in de komende continue aandacht. In hoofdstuk twee is benoemd dat in sommige kernen het voorzieningenniveau afneemt. Dit maakt dat mobiliteit een belangrijk thema is, om de bereikbaarheid van essentiële voorzieningen te borgen.
Visie en doelen zorg, welzijn en leefbaarheid 1) Bewustwording vergroten van inwoners over wonen met een kwetsbaarheid/zorgvraag. 2) Stimuleren samenwerking zorgaanbieders om samen het personeelstekort aan te pakken. 3) Mantelzorgondersteuning/respijtzorg blijven organiseren en faciliteren, zodat langer thuis ook echt kan. 4) Stimuleren van (collectieve) vervoersregelingen.
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 19
3.3
Samenwerking
Partijen hebben aangegeven winst te zien in het verbeteren van de samenwerking in de driehoek van gemeente (sociaal domein en ruimtelijk domein), woningcorporaties/maatschappelijke aanbieders en inwoners om de woonzorgopgaven aan te pakken. Op dit moment vindt domein overstijgende samenwerking in beperkte mate plaats. Door de gesproken partijen wordt verondersteld dat dit wel een goede bijdrage kan hebben bij het leveren van kwalitatief goede en beschikbare zorg. Om de samenwerking te stimuleren is een bestuurstafel wenselijk. Deze bestuurstafel speelt een belangrijke rol bij het vertalen van deze woonzorgvisie, naar een concrete uitvoeringsagenda. Daarnaast is de woonzorgvisie niet een op zichzelf staande visie. De woonzorgvisie voor de Kempengemeenten hangt samen met zowel lokale visies op wonen, zorg en/of welzijn als met regionale ontwikkelagenda's. Een voorbeeld hiervan is het Manifest Brabants Netwerk Wonen-Zorg-Welzijn. Dit manifest roept gemeenten op in de bestuursakkoorden de urgentie van de woonzorgopgave goed op te nemen en te borgen. Zo wordt het woningaanbod voor kwetsbare inwoners verrijkt, én ontstaat ruimte en beweging voor andere groepen op de vastzittende woningmarkt. De samenwerking tussen gemeente, woningbouwcorporaties, andere woningmarktpartijen en aanbieders van zorg, welzijn en ondersteuning is hierbij van groot belang.
Maar ook de verbinding met aanpalende beleidsterreinen en organisaties die hierop actief zijn moet daarbij niet vergeten worden. De gezamenlijke partijen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van deze Woonzorgvisie zetten zich gezamenlijk in om de samenwerking te behouden en in de toekomst verder te versterken.
IT/22/0965/wzvkem
Visie en doelen samenwerking 1) Totstandkoming van een bestuurstafel met een gemeenschappelijke agenda voor zorgaanbieders. 2) Afstemmen welke voorzieningen en woonopgaven Kempisch, lokaal of zelfs bovenregionaal worden opgepakt. 3) Helderheid en duidelijke afspraken maken over wat (zorg)partijen van elkaar kunnen verwachten door middel van een uitvoeringsagenda. 4) Aansluiting vinden en houden met regionale ontwikkelingsagenda's.
3.4
Visie en doelen per doelgroep
De volgende paragrafen beschrijven de gekwantificeerde en gekwalificeerde woonzorgopgave per zorgdoelgroep. Dit beschrijft de kwantitatieve vraagontwikkeling, het huidige aanbod, het ontbrekend aanbod, een advies op het te realiseren aanbod, de zienswijze van de stakeholders op de betreffende doelgroep en de visie per doelgroep.
3.4.1 Kwetsbare ouderen Kwantitatieve ontwikkeling en advies Kwantitatieve vraagontwikkeling De komende jaren wordt een forse toename verwacht van het aantal (kwetsbare) ouderen. De groep ouderen in de bevolking van de Kempengemeenten zal de komende jaren fors toenemen: het aandeel inwoners van 75 jaar of ouder neemt toe van 100Zo in 2021, naar 13yo in 2030 en 17yo in 2040. Daarnaast is er de volgende ontwikkelingen bij de doelgroep ouderen: ^ Het aantal thuiswonende ouderen met somatische problematiek stijgt van 4.300 in 2018 naar 4.700 in 2030.
Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 20
^
^ ^
Het aantal ouderen met een behoefte aan zorg op afroep neemt de komende jaren sterk toe, van 1.030 in 2021 naar 1.360 in 2030 naar 1.570 in 2040. Ouderen met behoefte aan 24-uurszorg neemt de komende jaren sterk toe, van 640 in 2021 naar 970 in 2030 naar 1.290 in 2040.
Te realiseren aanbod De toenemende behoefte aan 24-uurszorg betekent dat de Kempengemeenten in 2040 circa 1.290 plekken nodig heeft, waar dit kan worden geboden. Dit betekent een uitbreiding van 650 plekken, ten opzichte van het huidig aantal van 640 plekken over de periode van 18 jaar.
Bij de doelgroep met dementie wordt een stijging van zo'n 710 in de periode
Op dit moment zijn er (op basis van de uitvraag onder stakeholders) 284 intramurale woonplekken.
Idealiter wordt deze uitbreidingsopgave zoveel mogelijk vanuit het principe van scheiden van wonen en zorg opgevangen, waarbij er (zoveel mogelijk) sprake is van clustering van kwetsbare ouderen die behoefte hebben aan 24-uurs zorg. Dit vooral vanuit het perspectief dat na 2040 deze behoefte voor kwetsbare ouderen weer zal afnemen, omdat de piek van de vergrijzing dan naar verachting achter ons ligt.
Ontbrekend aanbod Uitgaande van gelijkblijvende omstandigheden en een doorzettende vraagontwikkeling zou de capaciteit voor 24-uurs zorg in de jaren tot en met 2040 toe moeten nemen met circa 1000Zo.
Advies 24-uurszorg: realiseer tot 2040 maximaal 650 extra plekken voor 24uurszorg in de Kempengemeenten, vanuit het principe scheiden van wonen en zorg, waarbij de woningen ook geschikt zijn voor bewoning door andere groepen inwoners.
Een stijging van 71yo bij de doelgroep met dementiële problematiek zou vragen om een eenzelfde stijging van capaciteit, uitgaande van gelijkblijvende omstandigheden.
N.B. Er wordt dus niet geadviseerd om deze groei in 'klassieke' intramurale verpleeghuisplekken op te vangen.
2018 naar 2030 verwacht. Deze stijging is te verklaren door de relatie van vergrijzing met dementie
Huidige aanbod
Hierbij moet er wel goed gekeken worden naar de kwalitatieve ontwikkeling van de kwalitatieve zorgvraag en het aanbod en eventuele veranderingen in het zorglandschap zoals nieuwe concepten zoals geclusterd wonen, semimuraal wonen of thuishuizen (een kleinschalige zelfstandige woonvorm voor alleenstaande ouderen die niet alleen willen wonen en/of die (dreigen te) vereenzamen). Hetzelfde geldt voor de stijging van circa 24yo voor de capaciteit voor ouderen met somatische problematiek.
IT/22/0965/wzvkem
Daarnaast neemt de groep ouderen die zelfstandig thuis woont met somatische problematiek toe naar 4.700 inwoners in 2030. Tussen 2018 en 2030 betekent dit een toename van circa 400 inwoners. Een deel van deze inwoners zal reeds in een aangepaste woning verblijven, maar een deel ook niet. Ook woont een deel in een koop- en een deel in een huurwoning. Advies dementiële problematiek: Ondanks de toename van mensen met dementie is het advies om niet alleen intramurale verpleeghuiszorg capaciteit toe te voegen. Het advies is om de Woonzorgvisie de Kempengemeenten | © bureau HHM 2022 | 21
mogelijkheden om langer thuis te wonen te vergroten in combinatie met het ontwikkelen van geclusterde woonvormen, waar gemakkelijker zorg op afroep of 24-uur geboden kan worden. De oplossing zit in het dusdanig aanpassen van woningen dat iemand langer thuis kan wonen. Daarnaast zit er bij deze doelgroep een duidelijke koppeling met zorgtechnologie, met voorbeelden als signalering en/of monitoring. Verder zit er bij deze doelgroep een koppeling met vroeg casemanagement, signalering en samenwerking vanuit zorgpartijen en een maatschappelijke trend op herkenning en acceptatie in de maatschappij. Desalniettemin laten de demografische prognoses van deze doelgroep wel zien dat deze groep in omvang gaat groeien en gelet op het feit dat deze groep uiteindelijk niet thuis kan blijven wonen neemt de vraag op intramurale zorg hierdoor wel toe. Het advies is dan ook om een deel van de vraag op te vangen met intramurale capaciteit. Aangezien een bepaalde schaal nodig is voor exploitatie, wordt met de betreffende aanbieders besloten welk deel van de groei opgevangen kan worden met intramurale capaciteit.