[22.14326] - 220802 Regels
Tekst van het document
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 33 van 54
Artikel 8 8.1
Waarde - Natte natuurparel buffer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Natte natuurparel buffer' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden van de bufferzone rondom de natte natuurparel. 8.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 8.2.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel wordt gewijzigd of het maaiveld zelf met meer dan 0,20 m wordt gewijzigd; Het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,60 m onder maaiveld; het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m² anders dan een bouwwerk.
8.2.2
Uitzonderingen
Het in lid 8.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. worden uitgevoerd conform de aanleg van landschappelijke inpassing als opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1.
8.2.3
Toelaatb aarheid
De in lid 8.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de natte natuurparel. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders advies in bij de (water)beheerder van de natte natuurparel.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 34 van 54
Artikel 9 9.1
Waarde - Natte natuurparel kern
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Natte Natuurparel kern' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden in de kern van de natte natuurparel. 9.2
Bouwregels
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de andere bestemmingen van deze gronden, mag op of in deze bestemming begrepen grond niet worden gebouwd.
9.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.
de bebouwing mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de hydrologische waarden van de natte natuurparel. burgemeester en wethouders dienen schriftelijk advies in te winnen bij de (water)beheerder van de natte natuurparel.
9.4
Specifieke gebruiksregels
9.4.1
Verb oden geb ruik
Ongeacht het bepaalde in de andere aan de gronden gegeven bestemmingen geldt dat het niet is toegestaan de volgende werken uit te voeren of uit te laten voeren: a. b. c. d. e. f. g.
het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel wordt gewijzigd of het maaiveld zelf met meer dan 0,20 m wordt gewijzigd; het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,60 m onder maaiveld; het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m² anders dan een bouwwerk; het aanbrengen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 35 van 54
9.4.2
Uitzondering
Het in lid 9.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op: a.
b.
werken en werkzaamheden welke worden uitgevoerd conform de aanleg van landschappelijke inpassing als opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1; werkzaamheden ten behoeve van hydrologisch herstel en/of natuurontwikkeling.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 36 van 54
Artikel 10 10.1
Waterstaat - Regionale waterberging
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Regionale waterberging' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor tijdelijke opvang van water en de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde.
10.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de opvang van water, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.
10.3 a.
Afwijken van de bouwregels burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het waterbergend vermogen van de gronden. Voor de verlening van deze omgevingsvergunning wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b.
het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het ophogen van gronden dan wel het opwerpen van kades.
10.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 10.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b. c.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. worden uitgevoerd conform de aanleg van landschappelijke inpassing als opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 37 van 54
10.4.3
Toelaatb aarheid
De in lid 10.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders advies in bij de waterbeheerder.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 38 van 54
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 11
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 39 van 54
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Bestaande afwijkende maatvoering
In die gevallen, dat de (goot)hoogte, de oppervlakte, de inhoud, een bebouwingspercentage en/of de afstand tot de weg of perceelsgrenzen, en andere maten, voor zover in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand gekomen, op het tijdstip van ter-inzage-legging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 40 van 54
Artikel 13 13.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 2.1 1e lid sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval verstaan: a. b. c.
gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; het gebruik van gronden voor evenementen; het gebruik voor wonen van vrijstaande bijgebouwen bij een woning.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 41 van 54
Artikel 14 14.1
Algemene aanduidingsregels
Milieuzone - attentiegebied nnb
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - attentiegebied nnb', zijn de betreffende gronden tevens bestemd voor de bescherming en instandhouding van de attentiegebieden van het Natuur Netwerk Brabant.
14.2
Milieuzone - behoud en herstel watersystemen
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone – behoud en herstel watersystemen', zijn de betreffende gronden tevens bestemd voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen.
14.3
Milieuzone - beperkingen veehouderij
Ter plaatse van de aanduiding 'Beperkingen veehouderij' geldt dat de uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet zijn toegestaan.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 42 van 54
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijking verlenen van: a.
b. c.
d.
e. f.
de bij recht in de regels gegeven bouwregels voor hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10% van die bouwregels; deze bepaling geldt niet voor de onderlinge afstand tussen gebouwen, afstand tot perceelsgrenzen, grondoppervlakte van bebouwing en overige aanduidingen; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bebouwingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen tot maximaal 3,50 m; 3. ten behoeve van vrijstaande antennemasten tot maximaal 18 m; 4. ten behoeve van lichtmasten en vlaggenmasten tot maximaal 8 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt overschreden, mits: 1. de bouwhoogte niet meer dan 1,50 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.
de bepalingen met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m. de onder a tot en met i genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 43 van 54
Artikel 16 16.1
Overige regels
Parkeren
Met betrekking tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid geldt de volgende regeling: a.
b.
c.
bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in het 'GVVP' (Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan) d.d. 8 augustus 2017; het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien wordt voorzien in een parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld in sub a, daarbij rekening houdend met de reeds bestaande bebouwing ter plaatse en de mogelijkheid van dubbelgebruik; indien het 'GVVP' als bedoeld onder sub a gedurede de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging. Parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 44 van 54
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 17 17.1 1.
2.
3.
17.2 1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 45 van 54
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Landhoeve Buitenman'.
planstatus ontwerp
ref erentie BP00255 / 172004
pagina 46 van 54