[22.14322] - 220802 Bijlage toelichting
Tekst van het document
Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies
rapport
Ecologisch onderzoek naar Vleermuizen planlocatie De Buitenman 2 te Lage Mierde
d.d. 31 oktober 2020
Geachte heer Romme, Naar aanleiding van uw opdracht voor aanvullend onderzoek naar Vleermuizen op planlocatie De Buitenman te Lage Mierde geven wij u hierbij de bevindingen. Uitgangspunt Onderzoek naar Vleermuizen is noodzakelijk. In de Quickscan Wet natuurbescherming met rapportnummer 5121.003 d.d. 18 april 2019 opgesteld door Econsultancy wordt geconcludeerd dat de aanwezigheid van Vleermuis niet kan worden uitgesloten. Dit betekent dat er meer onderzoek plaatsvindt naar de beschermde soort conform Kennisdocumenten van BIJ 12. [CITAAT]
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2020-99 m
1 van 5
Op het erf is een veestal aanwezig. Deze veestal is opgebouwd uit een houtenconstructie met grote openslaande deur en golfplaten dak. De veestal grenst aan een ruigteveld met opslag van diverse materialen. Methode van onderzoek De methode van onderzoek naar Vleermuizen wordt nauwkeuring omschreven in onder meer de volgende Kennisdocumenten van BIJ12: - Gewone dwergvleermuis; - Gewone grootoorvleermuis - Rosse vleermuis - Ruige dwergvleermuis - Watervleermuis Deze documenten gelden als standaardwerk voor het uitvoeren van onderzoek naar Vleermuizen waarbij het Vleermuisprotocol 2017 opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en RVO.nl de leidraad vormt voor het inrichten van het onderzoek en wordt als zodanig door Veldbiologische Werken uitgevoerd. Met de bevindingen van de reeds uitgevoerde Quickscan Wet natuurbescherming van Veldbiologische Werken (aangevuld met informatie uit lokale bronnen) als leidraad. Aan de hand van de voorschriften van de Kennisdocumenten van BIJ 12 en het Vleermuisprotocol 2017 van het Netwerk Groene Bureaus zijn de veldbezoeken ingepland. Voor onderzoek naar Vleermuizen is specialistische apparatuur nodig, daarin is voorzien door gebruik te maken van de Petterson D240, de Batlogger C en de ultrasoon microfoon M500. Aanpak De planlocatie bestaat uit een boerenerf met (open) veestallen en nieuwbouw schuren.
De open veestallen zijn actief in gebruik als stallen en genereren veel voedsel in de vorm van insecten voor vleermuizen. Onderzoek vindt plaats met de inzet van twee en/of drie medewerkers en het plaatsen van batloggers in en om de planlocatie. Tevens is de gehele planlocatie op vlieg- en foerageerroutes onderzocht. Potentiële in – en uitvliegopeningen zijn voor aanvang van het veldonderzoek grondig bekeken. Tijdens de veldonderzoeken is ook gezocht naar geschikt habitat, rust- en verblijfplaatsen, leefomgeving, foerageerplaatsen, kraamplaatsen, balts- en paarverblijven en vliegroutes.
Van deze bezoeken zijn track-routes opgenomen met een mobiele telefoon en opnames gemaakt van waarnemingen (verwerkt in sonogrammen). De bevindingen zijn ingetekend op kaarten. Resultaat Volgens de Verspreidingsatlas kunnen de volgende soorten vleermuizen worden aangetroffen op / en of rond deze planlocatie. Rosse Vleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
Sonogram van Gewone dwergvleermuis
2020-99 m
2 van 5
De aanvullende vleermuisonderzoeken hebben plaatsgevonden op: 21 t/m 30 september 2019 (continu-opname BatLogger), 20 maart 2020 (ochtend), 8 mei 2020 (ochtend), 1 juni 2020 (avond), 8 juli 2020 (avond), 4 september 2020 (avond/nacht), 29 september 2020 (avond/nacht). Waarnemingen Onderstaande overzichtskaart toont de aanwezigheid van vleermuis in en rondom het plangebied, Waargenomen soorten zijn: - Gewone dwergvleermuis - Gewone grootoorvleermuis - Ruige dwergvleermuis - Rosse vleermuis - Laatvlieger Kraamverblijf Tijdens de veldonderzoeken werden geen waarnemingen gedaan die duiden op één of meerdere kraamverblijven in de opstallen of bomen binnen het plangebied. Typerend gedrag dat duidt op aanwezigheid van een kraamverblijf (zwermen en frequent terugkeren na uitvliegen) werd niet waargenomen. Zomerverblijf Hoewel bij de veldonderzoeken op 8 mei 2020 (ochtend), 1 juni 2020 (avond) en 8 juli 2020 (avond) meerdere waarnemingen werden gedaan van foeragerende vleermuizen, kon geen waarneming gekoppeld worden aan eventueel aanwezige zomerverblijfsplaatsen van vleermuizen (gebouw- dan wel boombewonende soorten). Op 8 mei 2020 werden geen invliegende vleermuizen geconstateerd tijdens dit ochtendonderzoek. Evenmin werden tijdens de avondonderzoeken op 1 juni 2020 en 8 juli 2020 uitvliegende vleermuizen waargenomen.
Het is daarom redelijkerwijs uit te sluiten dat zomerverblijven zich bevinden binnen het plangebied. Paar-/baltsverblijf Tijdens de najaarsonderzoeken op 4 september 2020 (avond/nacht) en 29 september (avond/nacht) werden met grotere tussenpozen rondvliegende baltsende Gewone dwergvleermuizen waargenomen. Aanwezige Ruige dwergvleermuizen vertoonden geen baltsgedrag (geen contact call’s). Van een vaste paar-/baltslocatie werden geen waarnemingen gedaan. De locatie met de meeste baltsroepen (contact call’s) bevindt zich aan de straatzijde bij de woning van de boerderij. Van een vaste paar-/baltsplek was ook daar geen sprake. Geconcludeerd kan worden dat de planlocatie slechts in beperkte mate gebruikt wordt als baltsroute en het redelijkerwijs aannemelijk is dat er geen vaste paar/baltsverblijven aanwezig zijn binnen de planlocatie. Winterverblijf Tijdens de najaarsonderzoeken op 4 september 2020 (avond/nacht) en 29 september (avond/nacht) weren geen waarnemingen gedaan die duiden op aanwezigheid van massa-winterverblijf binnen de planlocatie. Nachtelijk zwermgedrag werd niet waargenomen bij de gebouwen of bij aanwezige bomen. Aangezien er binnen het plangebied geen zomerverblijven zijn waargenomen van één of enkele exemplaren is het redelijkerwijs ook uit te sluiten dat klein-winterverblijf in de gebouwen van het plangebied aanwezig is.
Foerageergebied Het plangebied wordt voornamelijk door Gewone dwergvleermuis, Ruig dwergvleermuis en Gewone grootoorvleermuis min of meer frequent gebruikt als foerageergebied. Gezien de tussenpozen van
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2020-99 m
3 van 5
waarnemingen van foeragerende vleermuizen kan geconcludeerd worden dat het plangebied slechts een deel van het totale areaal van foerageergebied vormt. Rosse vleermuis en Laatvlieger werden slechts zeer incidenteel foeragerend waargenomen gedurende korte tijd. De plannen de initiatiefnemer heeft zullen redelijkerwijs geen invloed hebben op de kwaliteit en kwantiteit van aanwezig foerageergebied.
Vliegroutes Tijdens alle onderzoeksrondes is gelet op aanwezigheid van vaste vliegroutes en de mogelijke effecten daarop t.a.v. de plannen die initiatiefnemer binnen het plangebied wil ondernemen. Op onderstaande kaart zijn alle vastgestelde vliegroutes aangegeven. Bij de uitvoering van de plannen worden geen vliegroutes aangetast. Vaste oriëntatiepunten zoals hagen, singels, bomenrijen en andere opgaande begroeiing blijven in tact. Er zullen geen gebouwen worden gesloopt. Tevens is het redelijkerwijs niet aannemelijk dat met de verwezenlijking van de plannen verstoring door intensiever gebruik zal optreden. Wel dient rekening gehouden te worden met lichtoverlast. Dit kan eenvoudig voorkomen worden door het plaatsen van verlichting met een neerwaartse lichtbundel (kap), dan wel gebruik van een lichtbron met een minder felle lamp/oranje lichtspectrum.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2020-99 m
4 van 5
Conclusie Bij opdrachtverstrekking van dit aanvullende onderzoek, is het uitgangspunt meegegeven dat aan de omliggende opgaande zomen met aanplant van Elzen (Elzensingel) en ander groen geen verdere ingreep zal ondergaan en daarmee de lijnvorming/ omzoming rond de planlocatie niet zal veranderen, alsmede de aanwezige bomenlaan geen verdere wijziging zal ondergaan en de corridors die de omliggende singels vormen, onveranderd blijven. Het is redelijkerwijs niet aannemelijk dat aantasting van vliegroutes of foerageergebied zal ontstaan bij verwezenlijking van de voorgenomen plannen. Een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. aantasting vliegroutes en foerageergebied niet nodig. Evenwel dient rekening gehouden te worden met het plaatsen van geschikte lichtbronnen binnen het plangebied. Aangezien er geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vastgesteld is het redelijkerwijs niet aannemelijk dat de Wet natuurbescherming ten aanzien van vaste rust- of verblijfplaatsen wordt overtreden. Maatregelen U dient Zorgplicht in acht te nemen voor alle aanwezige soorten. Mocht u vragen hebben, neemt u dan gerust contact op met de heer Coen Knotters, 06-20431422. Ik hoop dat deze informatie toereikend is voor uw doeleinden. Indien u nog vragen heeft verneem ik die graag. Met vriendelijke groet,
Coen Knotters Veldbiologische Werken 06 - 204 31 422
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2020-99 m
5 van 5