CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.14320] - 220802 Bijlage toelichting

Commissie Ruimte 18 september 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied: Landhoeve Buitenman, Lage Mierde1.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies

Rapport

Ecologisch onderzoek naar (kleine) Marterachtigen planlocatie De Buitenman 2 te Lage Mierde

d.d. 31 oktober 2020

Geachte heer Romme, Naar aanleiding van uw opdracht voor aanvullend onderzoek naar Marterachtigen (Steenmarter, Bunzing, Wezel, Hermelijn) op planlocatie Lage Mierde – De Buitenman geven wij u hierbij de bevindingen. Uitgangspunt Uit Rapport 5121.003 versie D2 opgesteld door Econsultancy: [citaat] ‘De initiatiefnemer is voornemens de bedrijfsmatige activiteiten uit te breiden middels: de uitbreiding van het gastenverblijf; de realisatie van een kas met daarin (biologische) tuinbouw; een horecagelegenheid met buitenterras, een informatiecentrum en de bouw van een roundhouse stal voor het houden van dieren.’ In de Quickscan Wet natuurbescherming met ref.nr. 5121.003, d.d. 18 april 2019 opgesteld door Econsultancy kan de aanwezigheid van Marterachtigen (Steenmarter, Bunzing, Wezel, Hermelijn) niet worden uitgesloten. Uit de waarnemingsgegevens van NDFF en Zoogdiervereniging blijkt dat Marterachtigen zoals Hermelijn en Bunzing in de omgeving van de planlocatie zijn waargenomen (op een afstand van 1 - 5 km). Op basis van de ligging en ligging en karakteristiek van de planlocatie kan aanwezigheid en functioneel gebruik van de planlocatie door Marterachtigen niet worden uitgesloten. Onderzoek naar Marterachtigen (Steenmarter, Bunzing, Wezel, Hermelijn) is noodzakelijk om aanwezigheid en functioneel gebruik van het plangebied uit te sluiten dan wel vast te stellen.

© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken

2020-96 r

1 van 6

Situatieschets: huidige situatie (benadering). Bron: Google earth

Situatieschets plan, bron: rapport Econsultancy

© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken

2020-96 r

2 van 6

Onderzoek kleine marterachtigen De Provincie Noord-Brabant heeft een Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming, d.d. oktober 2017 geschreven waarin (kleine) marterachtigen, het habitat en onderzoek naar deze soorten worden omschreven. Deze handleiding is door Veldbiologische Werken gevolgd voor onderzoek naar Hermelijn, Wezel en Bunzing. Daarin is ook meegenomen het onderzoek naar Steenmarter. De planlocatie voldoet aan de functies voor leefgebied van (kleine) marters. Het deels ruderale terrein, weide, aanwezige schuren, opslag materialen, het jonge bos (met veel muizen(holen)) en aanwezige houtrillen kan dienen als geschikt foerageergebied. Er zijn in het onderzoeksgebied echter geen bomen met holtes of holen in de grond gevonden waarin (kleine) marterachtigen kunnen verblijven. De aanwezige schuren kunnen evenmin dienen als verblijfplaats van marterachtigen gezien het huidige intensieve gebruik daarvan. Nader onderzoek naar de (kleine) Marterachtigen heeft op de planlocatie plaatsgevonden d.d. 30 september, 13 november, 20 februari, 4, 11, 20 maart, 3, 17 april 2020. Conform de handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming hebben vanaf 20 februari 2020 aaneengesloten wildcamera’s op de locatie gestaan. Bij enkele wildcamera’s is tevens bait/lokspijs is aangeboden In dit rapport vindt u de resultaten van het onderzoek.

Onderzoeksdatum 30-09-2019 13-11-2019 20-02-2020 04-03-2020 11-03-2020 20-03-2020 03-04-2020 17-04-2020

Planlocatie Sporenonderzoek (plaatsen wildcamera’s) Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek (plaatsen wildcamera’s) Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s

Nabije omgeving Sporenonderzoek (plaatsen wildcamera’s) Sporenonderzoek Sporenonderzoek (plaatsen wildcamera’s) Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s Sporenonderzoek/wildcamera’s

Methode van onderzoek Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van: • 2x Sporenbuizen met bait en lokstof en inktkussen inclusief wildcamera’s • 2x Struikrovers - wildcamera’s met bait (o.a. Sardines en lokstof) • 1x Wildcamera met bait (o.a. Sardines en lokstof) • 2x Wildcamera’s zonder bait of lokstof • Sporenonderzoek op planlocatie en nabije omgeving planlocatie bij elke onderzoeksronde (onderzoek naar sporen, verse prooiresten en uitwerpselen). Inzet van nestkasten heeft niet plaatsgevonden, maar wildcamera’s met dan wel zonder bait zijn zodanig opgesteld dat deze de nieuwsgierigheid van marters prikkelden. Met het toepassen van deze onderzoeksmethoden is het goed mogelijk om aanwezigheid van de (kleine) marterachtigen vast te stellen.

© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken

2020-96 r

3 van 6

Aanpak De aandacht is uitgegaan naar de corridors vanuit het omliggende gebied naar de planlocatie, de aanwezige jonge bosaanplant (met houtrillen) en het in gebruik zijnde terrein binnen het planontwikklingsgebied. Plaatsing van materialen en wildcamera’s heeft tweemaal plaats gevonden. De eerste plaatsing vond plaats op 30 september 2019 en de tweede plaatsing vond plaats op 20 februari 2020. Waarna er na elke 5 dagen verversing van de bait, lokstof en de wildcamera’s plaatsvond. Bij de plaatsing op 30 september 2019 hebben de wildcamera’s 6 weken in het onderzoeksgebied gestaan. Bij de plaatsing op 20 februari 2020 hebben de wildcamera’s nogmaals 6 weken in het onderzoeksgebied gestaan. Daarmee is in kaart gebracht de najaarsperiode en de voorjaarsperiode voor (kleine) marterachtigen. In beide perioden zijn deze dieren goed actief. Op onderstaande kaart is het plangebied, onderzoeksterrein en intensief onderzocht terrein weergegeven.

Corridor marterachtigen

lage houtsingel met houtril

© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken

2020-96 r

4 van 6

Resultaat De sporenplanken met wildcamera’s hebben faeces van Bruine rat opgeleverd. De aanwezige sporen op de sporenplanken betroffen vrijwel allemaal Bruine rat en muizen. Er werden geen sporen van marterachtigen op de sporenplanken aangetroffen. De wildcamera’s met bait en lokstof hebben (kleine) Marterachtigen vastgelegd (Hermelijn, Steenmarter en Bunzing) en daarbij een grote diversiteit aan bezoekende muizen vastgelegd. Ook is Egel, Konijn en Haas waargenomen naast verschillende zangvogels. Tijdens de rondgangen over de planlocatie zijn nabij de schuren en woning geen sporen, faeces en prooiresten van (kleine) Marterachtigen aangetroffen. Opvallend is dat de waarnemingen van de (kleine) Marterachtigen voornamelijk zijn aangetroffen bij de wildcamera’s achterin het onderzoeksterrein (zie Gele pijl kaart). Op de wildcamera-beelden is goed te zien hoe gebruik wordt gemaakt van de houtrillen in de jonge bosaanplant. De gewenning van de bait heeft enige tijd geduurd. De bait werd snel opgemerkt maar toenadering duurde langer voor goed beeldmateriaal. Steenmarter en Bunzing zijn duidelijk waargenomen. Hermelijn vluchtig passerend. Anderszins opvallend is het feit dat er geen beelden van marterachtigen werden vastgelegd op de wildcamera’s in de nabije omgeving. Het smalle wandelpad langs de rand van de jonge bosaanplant blijkt niet door marterachtigen gebruikt te worden.

Enkele beelden van Steenmarter geven wel aan dat de jonge bosaanplant betreden wordt door deze soort. Blijkbaar wordt alleen en bij voorkeur de smalle houtsingel met houtril aan de noordoostzijde frequent gebruikt als corridor waarna dieren vanuit de noordelijke punt van het plangebied de daar gelegen akker oversteken naar bos- en wilgenstruwelen langs de Reusel (zie Blauwe pijlen kaart).

© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken

2020-96 r

5 van 6

Conclusie Ten tijde van het onderzoek was de planlocatie in gebruik door (kleine) Marterachtigen, zoals Hermelijn, Bunzing en Steenmarter. Gezien de wildcamera’s achterin het onderzoeksterrein (op de kaart rood omcirkeld) de meeste waarnemingen van (kleine) Marterachtigen hebben opgenomen en het gedrag dat de dieren vertonen, kan worden afgeleid dat de dieren deze locaties gebruiken als corridor van en naar hun foerageergebied. Deze corridor bestaat uit een vrij lage, smalle houtsingel waarin een houtril verweven is. Het foerageergebied bevindt zich niet op de planlocatie. Het exacte foerageergebied kon echter niet gelokaliseerd worden, maar bevindt zich op grotere afstand van het plangebied globaal bij de beek de Reuzel met omliggend bos, wilgenstruweel en weides (deze aanname is op basis van mondelinge mededelingen van verschillende waarnemingen omwonenden). Bij schuren, woning en op het erf werden geen (sporen van) marterachtigen waargenomen. Door de toekomstige geplande ingreep kan de corridor voor marterachtigen worden aangetast. Hierdoor is een ontheffing Wet Natuurbescherming noodzakelijk.

Houdt rekening met Zorgplicht voor Vogels, Egel, Konijn en Haas. Mocht u vragen hebben, neemt u dan gerust contact op met de heer Coen Knotters, 06-20431422.

© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken

2020-96 r

6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=f7f921d7-3fd2-4f7e-ac60-3807304429c9