[22.14318] - 220802 Bijlage
Tekst van het document
Beschikking van Gedeputeerde
Staten van Noord-Brabant
Omgevingsdienst Brabant Noord
VERZONDEN 1 4 SEP. 2018
op de op 28 maart 2018 door ons ontvangen aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming van Boerderij De Buitenman, Buitenman 2, 5094 EJte Lage Mierde voor het wijzigen van een biologisch rundveebedrijf met recreatie gelegen aan de Buitenman 2, 5094 EJte LageMierde, in de gemeente Reusel-DeMierden.
INHOUDSOPGAVE
BESCHIKKING 1 Onderwerp 2 Beschikking
3 3 3
PROCEDURELE ASPECTEN 1 Aanvraag 2 Bevoegdgezag 3 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure 4 Ontvankelijkheid 5 Zienswijzen naar aanleiding van terinzagelegging van het ontwerpbesluit 6 Overige regelgeving
4 4 4 4 4 4 4
OVERWEGINGEN ENTOETSINGEN
6
1
6
Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
2
Mogelijke effecten van het project 2.1 Verstoring door geluid 2.2 Verstoring door licht 2.3 Optische verstoring 2.4 Verdroging
8 8 8 8 8
3
Stikstofdepositie 3.1 Beoogde situatie in aanvraag 3.2 Uitgangssituatie 3.3 Effecten stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden 3.4 Overwegingen effecten op beschermde gebieden 3.5 Verordening natuurbescherming Noord-Brabant 3.6 Conclusie
8 8 9 9 10 11 12
KennisgevingWet natuurbescherming
ODBN, Kenmerk
14 september 2018 Z/069681 - 119571
14
2
BESCHIKKING
1
Onderwerp
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 28 maart 2018 van Boerderij De Buitenman een aanvraag ontvangen voor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag betreft het wijzigen van een biologisch rundveebedrijf met recreatie, gelegen aan de Buitenman 2, 5094 EJte LageMierde, in de gemeente Reusel-DeMierden. 2
Beschikking
Gelet op de bepalingen van de Wet natuurbescherming besluiten wij: I.
II.
aan Boerderij De Buitenman, aan de Buitenman 2, 5094 EJte LageMierde, de op grond van artikel2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming vereiste vergunning te verlenen voor het wijzigen van een biologisch rundveebedrijf met recreatie, inclusief toedeling van ontwikkelingsruimte zoals weergegeven in bijlage l, aan de Buitenman 2, 5094 EJte Lage Mierde, in de gemeente Reusel-DeMierden, gelegen nabij het Natura 2000-gebied, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze vergunning; dat de beschrijving van het project, in de aanvraag en de bijlage 1 bij deze beschikking, voor zover deze betrekking heeft op de activiteit, stalsystemen, veebezetting en emissiepunten, onderdeel uitmaakt van deze vergunning.
Bijlage 1: AERIUSRegister: verschilberekening en toedeling ontwikkelingsruimte (kenmerk: S2nCbAYKeiFi(16juli 2018))
's-Hertogenbosch, 14 september 2018 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namens deze,
De heer J.A.J.Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord
ODBN, Kenmerk
14september2018 Z/069681- 119571
3
PROCEDURELE ASPECTEN
1
Aanvraag
Op 28 maart 2018 hebben wij van Boerderij De Buitenman te Buitenman 2, 5094 EJte Lage Mierde, een aanvraagvoor een vergunning ingevolge artikel2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 18 juni 2018 aangevuld. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/069681. 2
Bevoegd gezag
Omdat het project gerealiseerd wordt, onderscheidenlijk verricht wordt in de provincie Noord-Brabant, zijn wij op grond van artikel1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Bij ons besluit betrekken wij tevens de gevolgen voor Natura 2000-gebieden buiten onze provinciegrens en/of buiten Nederland. 3
Uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Op 17 januari 2017 (dossier C2200217/4118896) hebben wij besloten de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing te verklaren op de voorbereiding van besluiten op aanvragen om een vergunning ingevolge artikel2.7, tweede lid, van de Wnb (www.brabant.nl). 4
Ontvankelijkheid
Ten aanzien van de aspecten van de aanvraag waarvoor een vergunning ingevolge de Wnb is vereist, hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. In aanvulling op de aanvraag hebben wij de volgende gegevens bij onze beoordeling betrokken. • Voor de beoordeling van de aanvraag hebben wij een door ons aangepaste AERIUSberekening gebruikt (kenmerk: S2nCbAYKeiFi(16 juli 2018)). In deze berekening hebben wij een correctie van de bestaande situatie doorgevoerd. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag in combinatie met bovenstaande gegevensvoldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een vergunning ingevolge de Wnb is vereist. 5
Zienswijzen naar aanleiding van terinzagelegging van het ontwerpbesluit
De kennisgeving over het ontwerpbesluit en bijbehorende stukken is gepubliceerd op de website www.brabant.nl onder 'bekendmakingen' op 18 juli 2018. Vervolgens heeft het ontwerpbesluit gedurende zesweken ter inzagegelegen bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), Victorialaan 1 b-g, 5213 JG's-Hertogenbosch, namelijk van 18 juli 2018 tot en met 28 augustus 2018, en is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
ODBN, Kenmerk
14september2018 Z/069681- 119571
4
6
Overige regelgeving
Bij de beoordeling van onderhavige aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. De Wnb en bijbehorende regelgeving zoals de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant zijn gericht op de bescherming van natuur. Een toestemming op basisvan andere wet- en regelgeving kan derhalve aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of gezondheid.
ODBN, Kenmerk
14 september 2018 Z/069681 - 119571
5
OVERWEGINGEN
1
EN TOETSINGEN
Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
Artikel2.7 van de Wnb heeft betrekking op de vergunningplicht in verband met Natura 2000-gebieden (habitatrichtlijn- en vogelrichtlijngebieden). Op grond van artikel2.7, tweede lid, van de Wnb is het verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten of andere handelingen uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raadvan Statel blijkt dat een wijziging of uitbreiding van een veehouderij die stikstofdepositie tot gevolg heeft op voor stikstof gevoelige habitats en soorten binnen een Natura 2000-gebied vergunningplichtig is op grond van artikel2.7, tweede lid, van de Wnb.
Behoudens ongewijzigde voorzetting op basisvan een verleende omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verleende Wet natuurbeschermingsvergunning, project waar op basisvan artikel 2.9, vierde lid, van de Wnb, of artikel 2.12, eerste lid, van het Besluit natuurbescherming (hierna: Bnb), het artikel2.7, tweede lid, van de Wnb niet van toepassing is dan wel er sprake is van bestaand gebruik als bedoeld in artikel 2.9, tweede lid, van de Wnb, is bij het oprichten, uitbreiden of wijzigen van het project of andere handelingen van voornoemde situaties een Wet natuurbeschermingsvergunning noodzakelijk. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt op grond van artikel 2.8, negende lid, van de Wnb rekening gehouden met de gevolgen die het aangevraagde project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen op grond waarvan een vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd. De vergunning kan in elk geval worden ingetrokken indien blijkt dat de vergunninghouder zich niet houdt aan de vergunning.
Programmatische aanpak stikstof Op 1 juli 2015 is de Programmatische aanpak stikstof (hierna: de PAS)opgenomen in de regelgeving en daarmee is de beoordeling van stikstof gewijzigd. In de Regeling natuurbescherming (hierna: Rnb) is ondermeer aangegeven welke activiteiten in de PASzijn opgenomen als bestaande activiteit (artikel 2.4, vijfde lid, van de Rnb).Vanaf deze bestaande activiteit is bij verdere uitbreiding noodzakelijk dat vooraf wordt bezien of ontwikkelingsruimte kan worden toegedeeld. Voor de vaststelling of een project of een andere handeling wat betreft stikstofdepositie een verslechterend of verstorend effect kan hebben wordt deze berekend met gebruikmaking van AERIUSCalculator (verder AERIUS)versie 2016L2. In de PASis ruimte voor economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Dezedepositieruimte is allereerst beschikbaar voor autonome ontwikkelingen.
1 O.a. uitspraak van 31 maart 2010,zaaknummer 200903784/1/R2 en uitspraak van 7 september 2011, zaaknummer
201003301/1/R2. 2 Opgenomen in artikel1.1 en 2.1 van de Regeling natuurbescherming
ODBN, Kenmerk
14 september 2018 Z/069681- 119571
6
Daarnaast is er ruimte beschikbaar voor projecten en andere handelingen waarvan de veroorzaakte stikstofdepositie onder de grenswaarde blijft. Het overige gedeelte van de depositieruimte kan als de ontwikkelingsruimte worden toegedeeld aan (deels prioritaire) projecten en andere handelingen. Dit wordt in toedelingsbesluiten (besluiten als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit natuurbescherming) vastgelegd. De ontwikkelingsruimte wordt bepaald ten opzichte van: •
de verleende Wet natuurbeschermingsvergunning
of omgevingsvergunning
inclusief
verklaring van geen bedenkingen voor de Wnb voor het hoogst belaste of meest nabij gelegen Natura 2000-gebied; •
een project als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, van het Bnb waarvoor op basis van
•
de hoogste feitelijke
artikel 2.9, achtste lid, van de Wnb een melding is ingediend, dan wel; depositie binnen de periode van 1 januari 2012 tot en met
31 december 2014. Deze hoogste depositie moet passend zijn binnen de kaders van de op dat moment geldende toestemming
maar mag niet meer zijn dan de op 1 januari 2015
geldende toestemming; •
als na de bovengenoemde omgevingsvergunning
verleende Wet natuurbeschermingsvergunning,
inclusief verklaring van geen bedenkingen,
of project waarvoor een
melding is ingediend, een of meer meldingen zijn gedaan die betrekking hebben op wijzigingen van het project waarop dat toestemmingsbesluit betrekking
of de eerstgenoemde
melding
had, wordt de toename bepaald ten opzichte van het project zoals dat is gewijzigd
overeenkomstig
de laatste melding.
Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben voor het toedelen van de vrij beschikbare ontwikkelingsruimte (segment 2) aan projecten en andere handelingen een beleidsregel vastgesteld. In de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant (hierna: Beleidsregel) wordt bepaald hoe Gedeputeerde Staten met haar bevoegdheid met betrekking tot het toedelen van ontwikkelingsruimte willen omgaan. Wanneer aan de Beleidsregel wordt voldaan, zullen Gedeputeerde Staten de beschikbare ontwikkelingsruimte toedelen. Verordening natuurbescherming Noord-Brabant (eerste, tweede, derde en vierde wijziging) Provinciale Staten (hierna: PS)hebben op basisvan artikel 2.4, derde lid, van de Wnb de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant (hierna: Verordening) vastgesteld. In deze Verordening zijn regels vastgesteld ten aanzien van bestaande stallen en van de realisatie van nieuwe stallen. Referentiedatum Ten aanzien van andere effecten dan als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, buitenlandse Natura 2000-gebieden en Natura 2000-gebieden niet opgenomen in de PASwordt op basis van de Beleidsregel de voor het betreffende Natura 2000-gebied geldende referentiedatum betrokken.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raadvan State blijkt tevens dat bij de beoordeling van de aanvraag moet worden uitgegaan van de vergunde situatie met de laagste emissie in de periode vanaf de referentiedatum'.
3 Hierbij gelden later verleende vergunningen krachtens de Wabo, de Wet milieubeheer of Hinderwet of ingediende meldingen op basisvan het Besluit melkrundveehouderij milieubeheer, het Besluit landbouw milieubeheer of het Activiteitenbesluit, voor zover hierin een lagere ammoniakemissie is vergund of gemeld, als uitgangssituatie.
ODBN, Kenmerk
14 september 2018 Z/069681 - 119571
7
2
Mogelijke
effecten van het project
Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied 'Kempenland-West' van circa 100 meter, zijn op dit gebied naast effecten van stikstofdepositie als gevolg van de uitstoot van stikstof mogelijk effecten te verwachten van verstoring door geluid en lieht, optische verstoring en verdroging. In de aanvraag wordt ten aanzien van deze aspecten een nadere onderbouwing gegeven. In voedselarme ecosystemen, zoals aanwezig in de nabij gelegen natuurgebieden, leidt een overmaat' aan stikstofdepositie tot een ongewenste toename aan voedingsstoffen en verzuring. 2.1
Verstoring door geluid
De geluidsbelasting op het nabijgelegen Natura 2000-gebied is 's-nachts niet hoger dan 35 dB(A) en overdag niet hoger dan de 42 dB(A), die gehanteerd wordt als ondergrens voor verstoring. Initiatiefnemer geeft aan dat naast het bedrijf bovendien een drukke weg loopt. De geluidseffecten van die weg doen eventuele geluidseffecten van het bedrijf teniet. Hiermee is voldoende onderbouwd dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn vanwege verstoring door geluid.
2.2
Verstoring door lieht
Het bedrijf is spaarzaamverlicht. De lichtuitstraling is enkel beperkt tot erfverlichting. De buitenverlichting heeft een vergelijkbaar niveau als straatverlichting. Daarnaast zijn diverse landschapselementen aanwezig die het kunstlicht afschermen ten opzichte van het Natura 2000gebied. Hiermee is voldoende onderbouwd dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn vanwege verstoring door licht.
2.3
Optische verstoring
Het bedrijf is dusdanig afgeschermd met diverse landschapselementen dat het niet zichtbaar is vanuit het Natura 2000-gebied. Optische verstoring is daarom niet te verwachten. Hiermee is voldoende onderbouwd dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn vanwege optische verstoring.
2.4
Verdroging
De aanvrager geeft aan dat er op de projectlocatie in de beoogde situatie geen grondwater wordt onttrokken ten behoeve van de bedrijfsvoering. Effecten door verdroging zijn derhalve uit te sluiten. 3
Stikstofdepositie
3.1
Beoogde situatie in aanvraag
Er wordt vergunning gevraagd voor de beoogde activiteiten zoals weergegeven in onderstaande tabellen.
4 Alterra-rapport nr. 2397 (Wageningen, 2012) geeft een overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op de
habitattypen en habitats van soorten binnen Natura 2000-gebieden.
ODBN, Kenmerk
14 september 2018 Z/069681- 119571
8
Tabe/la.
Aangevraagde
Stal
Ravcodes
1
A2.100
1
A3.100
situatie sta/emissies NH3
Diercategorie en huisvestingssysteem Zoogkoeien ouder dan 2 jaar, overige huisvestingssystemen Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, overige huisvestingssystemen
aantal dieren
NH3-emissiefactor (kg NH3/d/jr)
kg NH3/jr
40
4,1
164,0
27
4,4
118,8
Totaal
282,8
Tabe/lb. Aangevraagde situatie overige bronnen Emissiebron Vervoersbewegingen Totaal
3.2
kg NOx/jr 1,25 1,25
kg NH3/jr 0,10 0,10
Uitgangssituatie
PAS-gebieden
Op basisvan de PASwordt voor Natura 2000-gebieden voor de uitgangsituatie uitgegaan van de bestaande activiteit", met de hoogst veroorzaakte stikstofdepositie passend binnen de ingediende melding op grond van het Besluit landbouw milieubeheer d.d. 11 mei 2009.
Tabe/2. Bestaande activiteit Beschermd natuurgebied"
'Kempenland-West'
3.3
Datum hoogste depositie
kgNOx
kgNH3
bestaande activiteit
per jaar
per jaar
totaal
totaal
2,80
178,3
8 mei 2013
Effectenstikstofdepositieop beschermdenatuurgebieden
Uit de tabellen 1 en 2 blijkt dat er in de aangevraagde situatie sprake is van een afname van NOxemissie en een toename van ammoniakemissie ten opzichte van de bestaande activiteit. Om een goed beeld te krijgen van de stikstofdepositie op de beschermde gebieden is de depositie berekend op verschillende punten. De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenmodel AERIUS.Uit de berekeningen blijkt dat er in de aangevraagde situatie op het Natura 2000-gebied 'KempenlandWest' sprake is van een stikstofdepositie boven de grenswaarde op 18 juni 2018. De grenswaarde is bepaald op het moment van het ontvankelijk zijn van de aanvraag.
5 Stalsysteemweergegeven door code zoals opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2018, nr. 39679 (19juli 2018), in werking getreden op 20 juli 2018. 6 Betreft de stikstofdepositie die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 ten hoogste werd veroorzaakt
als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kadersvan een op 1 januari 2015 geldende omgevingsvergunning of vergunning of melding krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet (Rnb artikel 2.4, lid 5) of een verleende Wet natuurbeschermingsvergunning. 7 Dit zijn de gebieden waarvan op het moment van ontvankelijk zijn van de aanvraag de grenswaarde wordt overschreden.Voor
de overige gebieden zie bijlage(n) bij het besluit.
ODBN, Kenmerk
14 september 2018 Z/069681 - 119571
9
Er zijn berekeningen uitgevoerd van de stikstofdepositie stikstofdepositie
in de bestaande activiteit.
in de aangevraagde situatie en de
Uit de berekeningen
situatie sprake is van een toename van stikstofdepositie
blijkt dat er in de aangevraagde
ten opzichte van de bestaande activiteit.
is inzichtelijk gemaakt in de aanvraag. Voor deze wijziging is ontwikkelingsruimte
Dit
nodig ten opzichte
van de bestaande activiteit. In onderstaande tabel zijn de maximale verschillen in depositiewaarden
weergegeven.
Tabel3. Stikstofdepositieberekeningen (mol N/ha/jr) Beschermd natuurgebied
Stikstofdepositie bestaande activiteit
Stikstafdepositie
Hoogste projectverschil
Hoogste depositie
aangevraagd
7,48
10,38
+ 2,90
10,38
'Kempen land-West'
3.4
situatie
2
Overwegingen effecten op beschermde gebieden
Op 14 april 2015 hebben wij ingestemd met het Programma aanpak stikstof 2015-2021. Dit programma is een instrument
om Natura 2000-doelstellingen
te realiseren en tegelijk ruimte te
scheppen voor bestaande en nieuwe economische ontwikkelingen.
Het programma is passend
beoordeeld, waarbij getoetst is of de uitvoering van het programma een risico vormt voor de instandhoudingsdoelstellingen
van individuele
Natura 2000-gebieden,
opgenomen
binnen de PAS. De
passende beoordeling bestaat uit een generiek deel (bronmaatregelen,
monitoring,
et cetera) en uit
gebiedsanalvses die de ecologische onderbouwing stikstofgevoelige
Natura 2000-doelstellingen
ontwikkelingsruimte
vormen dat met het programma de
(op termijn) gerealiseerd kunnen worden en er
beschikbaar kan worden gesteld voor economische ontwikkelingen.
In de gebiedsanalyse per Natura 2000-gebied is verzekerd dat door de uitvoering van een gebalanceerd en robuust pakket aan herstelmaatregelen, verslechtering
in de eerste programmaperiode
optreedt van alle voor stikstof gevoelige habitattypen
deze beoordeling is uitgegaan van de achtergrondwaarde
en habitats van soorten. Bij
tot 2015. In deze achtergrondwaarde
alle voor de aanvang van het programma feitelijke emissies verdisconteerd, grootschalige concentratie
en depositiekaarten
geen zijn
zoals blijkt uit de
Nederland (GeN en GDN). Deze emissies hebben al
voor de aanvang van het programma plaatsgevonden
en hebben als uitgangspunt gediend voor de
passende beoordeling. Voor de depositie als gevolg van deze emissies is derhalve geen ontwikkelingsruimte
nodig.
De aangevraagde activiteit veroorzaakt stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied met habitattypen die negatief worden beïnvloed door een overmaat aan stikstofdepositie. Door de maatregelen in de PAS is het mogelijk om voor deze activiteit een vergunning te verlenen. Bij het verlenen van deze toestemming baseren wij ons op de passende beoordeling die voor de PAS is opgesteld. De conclusie van de passende beoordeling van het programma 2015-2021 is dat kan worden uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden worden aangetast. Deze conclusie is kort samengevat gebaseerd op: •
het oordeel in de gebiedsanalyse voor elk Natura 2000-gebied opgenomen
binnen de PAS dat
er wetenschappelijk gezien geen twijfel is dat met het beschikbaar stellen van ontwikkelingsruimte en depositieruimte voor economische ontwikkelingen met de PAS de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstofgevoelige habitattypen en habitats van soorten op termijn worden gehaald en dat behoud is geborgd; •
ODBN, Kenmerk
een beoordeling van de ontwikkeling van de stikstofdepositie, waarbij sprake is van een vermindering van de depositie ten opzichte van de situatie zonder de PAS;
14 september 2018 Z/069681 - 119571
10
•
de vaststelling dat de PAS voldoet aan de voorwaarden die verzekeren dat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet in gevaar komt;
•
de vaststelling dat de PAS, in het geval dat nieuwe inzichten of ontwikkelingen daartoe aanleiding geven op basis van adequate monitoring, tijdig kan worden bijgesteld.
Met onze instemming met het Programma aanpak stikstof 2015-2021 hebben wij ook ingestemd met bovenstaande conclusie van de passende beoordeling van dit programma. Voor onderhavige voorgenomen project is sprake van een toename van stikstofdepositie en is ontwikkelingsruimte benodigd. Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat de gevraagde vergunning kan worden verleend voor de beoogde activiteit en de daarbij behorende stikstofdepositie. In de bijlage uit AERIUS Register (zie bijlage 1) is de benodigde ontwikkelingsruimte weergegeven. De claim op ontwikkelingsruimte hebben wij getoetst aan de Beleidsregel natuurbescherming Brabant (hierna: Beleidsregel). Wij hebben vastgesteld dat de gevraagde ontwikkelingsruimte maximaal beschikbare ontwikkelingsruimte binnen de (PAS-)periode niet overschrijdt.
Noordde
We hebben vastgesteld dat aan de Beleidsregel wordt voldaan. De gevraagde ontwikkelingsruimte beschikbaar en kan worden toebedeeld.
De beoogde ontwikkeling
beleidsregel, binnen twee jaar nadat dit besluit onherroepelijk
moet, in overeenstemming
is
met de
is geworden, zijn gerealiseerd. Mocht
dit niet het geval zijn dan kunnen wij de vergunning intrekken overeenkomstig Uit de aanvraag blijkt dat er geen andere negatieve effecten te verwachten
de Beleidsregel.
zijn die de natuurlijke
kenmerken van de diverse beschermde gebieden kunnen aantasten.
3.5
Verordening natuurbescherming Noord-Brabant
De verordening
is van toepassing naast een eventuele vergunning voor het onderdeel Natura 2000.
Wanneer sprake is van nieuwe stallen zijn de bepalingen rechtstreeks van toepassing en moet voldaan worden aan de Verordening.
Ook zijn hierin bepalingen opgenomen voor bestaande stallen
en wanneer deze moeten voldoen aan de Verordening. Nieuwe stallen Als sprake is van een nieuwe stalof stallen die vallen onder de definitie zoals bedoeld in artikell.l, lid 2, van de Verordening,
moet deze voldoen aan de technische eisen zoals die zijn opgenomen
bijlage 2 van deze verordening.
In artikel 1.1, lid 2, van de Verordening
in
is aangegeven dat onder meer
sprake is van een nieuwe stal indien het een opgericht of gerenoveerd
dierenverblijf
waarvoor op of na 25 mei 2010 een omgevingsvergunning
bouwen vereist is en door de
oprichting
onderdeel
of renovatie een wijziging plaatsvindt van het huisvestingssysteem
bijlage 1 van de Rav of waarbij sprake is van het aanleggen, aankoppelen meer van de in de bijlage 1 bij de Verordening aankoppelen
opgenomen
betreft
uit de dan geldende
of installeren van een of
lijst met systemen voor zover het
of installeren van deze systemen betrekking heeft op de emissiereductie
van stikstof.
De in de aanvraag aangegeven nieuwe stallen zijn beoordeeld of deze voldoen aan de Verordening. De nieuwe stal voldoet aan bijlage 2 van de Verordening van onderhavige
aanvraag. Hierbij zijn bijlagen 1 en 2 betrokken die geldig waren op het moment van
indienen van onderhavige ODBN, Kenmerk
die geldig was op het moment van indienen
aanvraag. Er is daarom geen reden om de vergunning niet te verlenen.
14september2018 Z/069681- 119571
11
3.6
Conclusie
Op grond van bovenstaande
beoordeling concluderen wij dat bij toedeling van ontwikkelingsruimte
en ook voor de overige effecten de aangevraagde activiteit, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen,
niet kan leiden tot verslechtering
van de kwaliteit van de natuurlijke
habitats en de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied 'Kempenland-West'
en geen
significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Wij verlenen de gevraagde vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.
ODBN, Kenmerk
14 september2018 Z/069681- 119571
12
Dit document is een bijlage bij het toestemmingsbesluit als bedoeld in artikel 2.7 eerste lid, van het Besluit natuurbescherming.
Bijlage, Vergunningaanvraag Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 1/10
Ontwikkelingsruimte toegekend
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Landhoeve Buitenman
Buitenman 2, 5094EK Lage Mierde
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bevoegd gezag
Landhoeve Buitenman
S2nCbAYKeiFi
Provincie Noord-Brabant
Datum berekening
Rekenjaar
16 juli 2018, 09:54
2018
Sector
Deelsector
Landbouw
Stalemissies
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
2,80 kg/j
1,25 kg/j
-1,55 kg/j
NH3
178,30 kg/j
282,90 kg/j
104,60 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Verschil
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Kempenland-West
+ 2,90
Toelichting
Verschilberekening
Ontwikkelingsruimte toegekend
Landhoeve Buitenman
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 2/10
Ontwikkelingsruimte toegekend Locatie Referentie situatie
Emissie Referentie situatie
Bron Sector
Stal 1 Landbouw | Stalemissies
Herberg CV Wonen en Werken | Recreatie
Stal 2 Landbouw | Stalemissies
Logiesverblijf CV Wonen en Werken | Recreatie
Ontwikkelingsruimte toegekend
Landhoeve Buitenman
Emissie NH3
Emissie NOx
111,60 kg/j
-
-
1,50 kg/j
66,70 kg/j
-
-
1,30 kg/j
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 3/10
Ontwikkelingsruimte toegekend Locatie Beoogde situatie
Emissie Beoogde situatie
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
282,80 kg/j
-
Verkeer 2 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Roundhouse rundveestal Landbouw | Stalemissies
Ontwikkelingsruimte toegekend
Landhoeve Buitenman
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 4/10
Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten PASgebieden (mol/ha/j)
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
Kempenland-West
7,48
10,38
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
+ 2,90
Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *
Ontwikkelingsruimte toegekend
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.
Landhoeve Buitenman
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 5/10
Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten per habitattype
Kempenland-West
(mol/ha/j) Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
7,48
10,38
+ 2,90
Lg03 Zwakgebufferde sloot
2,28
3,26
+ 0,97
H4030 Droge heiden
1,48
2,23
+ 0,75
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,67
0,97
+ 0,30
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,67
0,95
+ 0,28
H3160 Zure vennen
0,55
0,78
+ 0,23
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,23
0,36
+ 0,12
ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,08
0,13
+ 0,05
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,06
0,10
+ 0,04
H6410 Blauwgraslanden
0,06
0,10
+ 0,04
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
0,05
0,08
+ 0,03
L3130 Zwakgebufferde vennen
0,03
0,06
+ 0,03
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *
Ontwikkelingsruimte toegekend
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.
Landhoeve Buitenman
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 6/10
Ontwikkelingsruimte toegekend Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Referentie situatie
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
A 7.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar ) (Overig)
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
18 NH3
6,200
111,60 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
Herberg CV 138157, 380817 3,6 m 0,000 MW Continue emissie 1,50 kg/j
Naam
Stal 2 138075, 380819 1,9 m 0,000 MW 66,70 kg/j
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Ontwikkelingsruimte toegekend
Aantal Stof dieren
NOx
Locatie (X,Y)
Dier
Stal 1 138094, 380837 1,9 m 0,000 MW 111,60 kg/j
RAV code
Omschrijving
A 4.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vleeskalveren tot circa 8 maanden) (Overig)
13 NH3
3,500
45,50 kg/j
A 6.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden (roodvleesproductie)) (Overig)
4 NH3
5,300
21,20 kg/j
Landhoeve Buitenman
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 7/10
Ontwikkelingsruimte toegekend
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Ontwikkelingsruimte toegekend
Landhoeve Buitenman
Logiesverblijf CV 138114, 380794 6,9 m 0,000 MW Continue emissie 1,30 kg/j
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 8/10
Ontwikkelingsruimte toegekend Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Beoogde situatie
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
A 2.100
A 3.100
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
overige huisvestingssystemen (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
40 NH3
4,100
164,00 kg/j
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
27 NH3
4,400
118,80 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Emissie
24,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Landhoeve Buitenman
Verkeer 2 138139, 380781 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen (/dag) Stof
Naam
Ontwikkelingsruimte toegekend
Roundhouse rundveestal 138015, 380827 8,8 m 0,000 MW 282,80 kg/j
Verkeer 138148, 380777 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen (/dag) Stof
Emissie
48,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 9/10
Ontwikkelingsruimte toegekend Disclaimer
De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de projectinvoer en de aanvraag wordt getoetst door het bevoegd gezag. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20171215_64190d2d2b Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Ontwikkelingsruimte toegekend
Landhoeve Buitenman
S2nCbAYKeiFi (16 juli 2018) pagina 10/10