[22.13995] - 220607 Bijlage toelichting
Tekst van het document
Update QuickScan en voortoets voor de locatie Witrijt 3, Reusel
Rapport: 2021-492 Datum:
2 juni 2021
Versie:
2.0
Update QuickScan en voortoets voor de locatie Witrijt 3, Reusel
Colofon © 2021
Tekst, samenstelling:
Fopma NatuurAdvies
Opdrachtgever:
Wijze van citeren:
Fopma NatuurAdvies 2021. Update QuickScan en voortoets voor de locatie Witrijt 3, Reusel; Fopma NatuurAdvies Rapport 2021-492, Wapse.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
2
Inhoudsopgave 1 INLEIDING 1.1 ACHTERGROND 1.2 AANLEIDING 1.2.1 Soortbescherming 1.2.2 NatuurNetwerk Brabant 1.2.3 Gebiedsbescherming 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING 2
SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
9 9 9 9 9 9
LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET
10
INVENTARISATIE NATUURWAARDEN 4.1 VOGELS (WNB § 3.1) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 4.2 VLEERMUIZEN 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN NACHTVLINDERS 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) 4.6 VAATPLANTEN 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek
5
5 7 7 8 8 8
BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ZORGPLICHT INTERIM OMGEVINGSVERORDENING NOORD-BRABANT
3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 3.2.1 Bronnenonderzoek 3.2.2 Veldbezoek 4
5
BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
VOGELS VLEERMUIZEN OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN VLINDERS, LIBELLEN EN JUFFERS VAATPLANTEN OVERIGE DOORSOORTEN AANBEVELINGEN VOOR NATUURINCLUSIEF BOUWEN
10 10 10 11 12 12 12 14 14 14 15 15 15 17 17 17 19 19 19 21 21 21 21 21 21 22 23 23 23 23 23 24 24 24 24
6
NATUURNETWERK BRABANT
25
7
NATURA 2000 GEBIEDEN - VOORTOETS
27
8
CONCLUSIES
28
3
8.1 8.2 8.3 9
CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) CONCLUSIE NATUURNETWERK BRABANT CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (GEBIEDEN)
BRONNEN 9.1 9.2
LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES
28 28 28 29 29 29
BIJLAGE 1
ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB
30
BIJLAGE 2
PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB
31
BIJLAGE 3
JAARROND BESCHERMDE VOGELS
32
BIJLAGE 4
SAMENVATTING NDFF (1-1-2016 TOT 19-5-2021)
34
BIJLAGE 5
INTERIM OMGEVINGSVERORDENING NOORD-BRABANT
35
BIJLAGE 6
ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN
36
BIJLAGE 7
EXTRA FOTO’S MEI 2021
41
4
1 Inleiding 1.1
Achtergrond
De opdrachtgever is voornemens om op de locatie Witrijt 3 te Reusel, een camping met opgaande beplanting te verwijderen en bedrijfslocatie met loods en een demoveld voor landbouwwerktuigen aan te leggen. Het gebied wordt aan de randen deels beplant en er wordt een vijver aangelegd. In 2018 is er voor dit project al een natuurtoets opgesteld (Fopma NatuurAdvies, 2018). De toets uit 2018 is momenteel gedateerd en dient geactualiseerd te worden. In deze geactualiseerde QuickScan wordt gekeken of er voor de realisering van de plannen nog een ontheffing (soorten) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Ook kan uitsluitsel gegeven worden of de gemeente bij een Omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen moet aanvragen. Het rapport kan tevens gebruikt worden bij de bestemmingsplanprocedure. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van deze natuurtoets. De te toetsen activiteiten betreffen: - Sloop van campinggebouw (type houten bungalow) - Sloop sanitair gebouwen - Kap van bomen en verwijderen heesters op terrein
Figuur 1.
5
Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl (Bron: NDFF).
Figuur 2.
6
Foto’s van de te verwijderen camping en het bouwland (laatste foto middelste gebouw)
Figuur 3.
Geactualiseerde tekeningen met gewenste aanpassingen (Bron: Agra-Matic)
Figuur 4.
Landschappelijke inpassing (Bron: Agra-Matic)
1.2
Aanleiding
De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.
1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).
7
1.2.2 NatuurNetwerk Brabant In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Brabant (NNB).
1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8).
1.3
Probleemstelling / doelstelling
De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek eventueel met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)? 2. Zijn er effecten op het NNB? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming)?
8
2
Soortbescherming – Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.
2.1
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn
Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels staat in bijlage 3.
2.2
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.
2.3
Beschermingsregime andere soorten
Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).
2.4
Zorgplicht
Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
2.5
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
In hoofdstuk 2 van de verordening staan de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten aangaande natuur (2.6) en soortenbescherming (2.6.1). In artikel 2.52 staat de vrijstelling voor de soorten. Het artikel luidt: In verband met handelingen als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onder a, e, f en g, Wet natuurbescherming, is het in afwijking van artikel 3.10, eerste lid, Wet natuurbescherming, toegestaan om: • •
9
de soorten uit de opgenomen tabel te vangen; de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de soorten uit de opgenomen tabel opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
3
Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet
3.1
Ligging onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking.
3.2
Onderzoeksmethode
Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de te verwachten effecten.
3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). • Literatuur (zie hoofdstuk 8). Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Hiervoor hebben we de gevalideerde data gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In de NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in de NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •
ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)
Partners Verschillende organisaties werken samen met de NDFF. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • •
10
Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg NatuurNetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies
3.2.2 Veldbezoek Er is een veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving geweest. Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:
5 december 2018 ochtend droog, bewolkt. 8o Celsius.
Op 25 mei 2021 is ten behoeve van de actualisatie een tweede bezoek gebracht aan het perceel om de ontbrekende foto’s van het sanitair aan het plan toe te voegen. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van het plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.
11
4
Inventarisatie natuurwaarden
4.1
Vogels (Wnb § 3.1)
4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 23.175 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 177 beschermde soorten. Hierbij zijn 15 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten. Tabel 1.
Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2016 tot 19-5-2021. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten (zie bijlage 3) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Aalscholver Houtduif Roodhalsgans Appelvink Houtsnip Rotgans Bergeend Huismus Scholekster Bladkoning Huiszwaluw Sijs Blauwborst IJsvogel Slechtvalk Blauwe Kiekendief Kanoet Slobeend Blauwe Reiger Kauw Smelleken Boerenzwaluw Keep Smient Bontbekplevier Kemphaan Sperwer Bonte Strandloper Kerkuil Spotvogel Bonte Vliegenvanger Kievit Spreeuw Boomklever Klapekster Sprinkhaanzanger Boomkruiper Kleine Barmsijs Staartmees Boomleeuwerik Kleine Bonte Specht Steenuil Boompieper Kleine Karekiet Steltkluut Boomvalk Kleine Mantelmeeuw Steppekiekendief Bosrietzanger Kleine Plevier Stormmeeuw Bosruiter Kleine Zilverreiger Tafeleend Bosuil Kleine Zwaan Tapuit Braamsluiper Kluut Tjiftjaf Brandgans Kneu Toendrarietgans Brilduiker Knobbelzwaan Torenvalk Bruine Kiekendief Koekoek Tuinfluiter Buizerd Kokmeeuw Tureluur Casarca Kolgans Turkse Tortel Dodaars Koolmees Veldleeuwerik Draaihals Koperwiek Vink Ekster Kraanvogel Visarend Fazant Krakeend Visdief Fitis Kramsvogel Vuurgoudhaan Fuut Kruisbek Waterhoen Gaai Kuifeend Waterral Geelgors Kuifmees Watersnip Gekraagde Roodstaart Kwartel Wespendief Gele Kwikstaart Lepelaar Wielewaal Geoorde Fuut Matkop Wilde Eend Gierzwaluw Meerkoet Wilde Zwaan Goudhaan Merel Winterkoning
Goudplevier Middelste Bonte Specht Wintertaling Goudvink Nachtegaal Witgat Grasmus Nachtzwaluw Witkopstaartmees Graspieper Nijlgans Witte Kwikstaart 12
Grauwe Gans Noordse Kwikstaart Grauwe Vliegenvanger Oeverloper Groene Specht Oeverzwaluw Groenling Ooievaar Groenpootruiter Paapje Grote Barmsijs Patrijs Grote Bonte Specht Pijlstaart Grote Canadese gans Pimpelmees Grote Gele Kwikstaart Putter Grote Lijster Ransuil Grote Zaagbek Regenwulp Grote Zilverreiger Rietgors Grutto Rietzanger Havik Ringmus Heggenmus Roek Holenduif Roodborst Hop Roodborsttapuit De data in de NDFF is redelijk volledig voor deze soortgroep. Tabel 2.
Wulp Zanglijster Zilvermeeuw Zilverplevier Zomertaling Zomertortel Zwarte Kraai Zwarte Mees Zwarte Ooievaar Zwarte Roodstaart Zwarte Ruiter Zwarte Specht Zwarte Stern Zwarte Wouw Zwarte Zee-eend Zwartkop Zwartkopmeeuw
Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort #Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied Boomvalk 46 2018 Twee waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied, op > 2 kilometer ten Z van het plangebied. Buizerd 444 2017, 2018, Tien waarnemingen met broedindicatie. Dichtst 2020, 2021 bij zijnde in bosje op > 1,5 kilometer ten NW van het plangebied. Gierzwaluw 116 2016, 2018, Drie waarnemingen met broedindicatie. Dichtst 2021 bij zijnde op de Molenberg 70 op > 300 meter ten NW van het plangebied. Grote gele kwikstaart 34 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Havik 59 2016, 2017, Acht waarnemingen met broedindicatie. 2018, 2021 Dichtst bij zijnde in bosje op > 1,5 kilometer van het plangebied. Huismus 438 2016, 2018, Tweeëntwintig waarnemingen met 2019 broedindicatie. Met name bebouwde kom Reusel en weg richting Hooge Mierde. Dichtst bij zijnde op de Molenberg op > 350 meter ten NW van het plangebied. Kerkuil 10 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Ooievaar 97 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Ransuil 10 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Roek 7 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Slechtvalk 3 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Sperwer 92 2017, 2018 Twee waarnemingen met broedindicatie.
Dichtst bij zijnde in bosje op > 1,5 kilometer ten NW van het plangebied. Steenuil 95 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Wespendief 34 2016, 2018 Twee waarnemingen met broedindicatie. Reuselse Moeren en Belevensche Heide op op > 2,5 kilometer van het plangebied. Zwarte Wouw 1 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie.
13
4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) Aangetroffen soorten In onderstaande tabel zijn de tijdens het veldbezoek aangetroffen soorten weergegeven. Tijdens het veldbezoek zijn een aantal algemen vogelsoorten waargenomen, zoals Vink (10-15), Houtduif (6-10), Koolmees (3), Winterkoning (1), Ekster (1), Groenling (1) en 1 overvliegende Graspieper. Speciale aandacht tijdens het veldbezoek voor de Huismus: Tijdens het veldbezoek zijn er geen Huismussen waargenomen op de camping. De te kappen bomen en heesters hebben geen voor vogels geschikte holtes en spleten. Wel zijn de boomkronen zeer geschikt voor broedvogels als de Houtduif en Turkse tortel. Bij de kap van de bomen moet hier rekening mee gehouden worden. De heesters zijn met name zeer geschikt voor de kleine zangvogels (Putter, Groenling, Zwartkop. Turkse tortel etc.) hiervoor geldt in principe hetzelfde als voor de bomen.
Uilen:
Geen geschikt broedhabitat aanwezig. In de bomen en hogere dichte heesters zouden in de toekomst wel Ransuilen kunnen gaan broeden.
Huiszwaluw:
Geen geschikt broedhabitat aanwezig.
Boerenzwaluw: Geen geschikt broedhabitat aanwezig.
4.2
Vleermuizen
4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mogelijk in dit deel van Noord-Brabant: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Kleine dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Bosvleermuis • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis • Watervleermuis • Meervleermuis • Franjestaart • Baardvleermuis • Bechstein’s vleermuis • Brandt’s vleermuis • Vale vleermuis Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 3. Soort
Data NDFF (periode 1-1-2016 tot 19-5-2021). Wet natuurbescherming
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Wnb § 3.2
Franjestaart
Wnb § 3.2
Gewone grootoorvleermuis
Wnb § 3.2
Grijze grootoorvleermuis
Wnb § 3.2
Watervleermuis
Wnb § 3.2
14
Tabel 4.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Baard-/Brandts 3 2 2018, 2019, Winterverblijfplaats op > 1 kilometer ten vleermuis 2020 NNO van het plangebied. Franjestaart 3 7 2018, 2019, Winterverblijfplaats op > 1 kilometer ten 2020 NNO van het plangebied. Gewone 8 16 2016, 2018, Omgeving Ten Vorsel en Hooge Mierde. grootoorvleermuis 2019 , 2020 Geen waarnemingen binnen een straal van 1,5 kilometer van het plangebied. Grijze grootoorvleermuis 11 7 2016, 2017, Verblijfplaatsen op kerkzolders Hooge 2018, 2019 Mierde en Reusel op > 1 kilometer van het plangebied. Watervleermuis 4 2 2016, 2019, Winterverblijfplaats Ten Vorsel op > 1,5 2020 kilometer van het plangebied.
4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op basis van expert judgement. Verblijfplaatsen • De enige houten bungalow die op de camping staat is voor vleermuizen niet geschikt. • De sanitair gebouwen zijn ook niet geschikt voor vleermuizen. • De platanen, paardenkastanje en notenboom hebben geen voor vleermuizen geschikte holtes of spleten. Vliegroutes Er worden geen vliegroutes aangetast. De landschappelijke inrichting zorgt ervoor dat lijnvormige elementen intact blijven. De aanleg van een vijver achter op het perceel heeft mogelijk een positief effect.
4.3
Overige grondgebonden zoogdieren
4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten.
15
Tabel 5.
Data NDFF (periode 1-1-2016 tot 19-5-2021).
Soort Amerikaanse nerts
Wet natuurbescherming Onbeschermd
Boommarter
Wnb § 3.3
Bosmuis
Wnb § 3.31
Bruine rat
Onbeschermd
Bunzing
Wnb § 3.3
Das
Wnb § 3.3
Eekhoorn
Wnb § 3.3
Egel
Wnb § 3.31
Haas
Wnb § 3.31
Huiskat
Onbeschermd
Huismuis
Onbeschermd
Huisspitsmuis
Wnb § 3.31
Konijn
Wnb § 3.31
Mol
Onbeschermd
Ree
Wnb § 3.31
Rosse woelmuis
Wnb § 3.31
Steenmarter
Wnb § 3.3
Vos
Wnb § 3.31
Wezel
Wnb § 3.3
Wild zwijn
Wnb § 3.3
Tabel 6.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Boommarter 3 1 2021 Twee verkeersslachtoffers op De Gagel en De Muilen op op > 2 kilometer van het plangebied. Bunzing 4 1 2016, 2017, 3 verkeersslachtoffers en een levend 2019, 2020 exemplaar in Blader. Alle waarneming op > 1 kilometer van het plangebied. Das 2 1 2016 Bosgebied Turnhoutsche Heide op > 2,5 kilometer van het plangebied. Eekhoorn 52 2 2016 t/m Zeer verspreidt door onderzoeksgebied. 2020 Dichtst bij zijnde waarneming is op ca. 400 meter ten Z van het plangebied. Steenmarter 10 1 2016 t/m Betreft 8 verkeersslachtoffers (met name 2021 N284 Turnhoutseweg) en 2 levende individuen. Dichtst bij zijnde waarneming is op ca. 300 meter ten Z van het plangebied op de Randweg Oost.N269. Wezel 3 1 2019, 2021 Zwartven, Hulsel en Kippereind. Dichtst bij zijnde waarneming is in Hulsel op ca. 2 kilometer ten N van het plangebied. Wild zwijn 16 1 2016, 2017, Turnhoutsche Heide, De Groote Cirkel en 2018, 2020 Belevensche Heide op > 2,5 kilometer van het plangebied.
1
Vrijgestelde soort op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
16
Figuur 5.
Detailfoto’s. Links konijnenkeutels en rechts te verwijderen bomen en struiken.
4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) Tijdens de veldbezoeken zijn in het onderzoeksgebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Wel zijn er sporen van konijnen gevonden. De camping ligt er ‘strak’ bij. Het terrein is wel ‘geschikt’ voor kleine zoogdieren, zoals de Huisspitsmuis, Egel, Huismuis, Bruine rat, Bosmuis etc.
4.4
Amfibieën, vissen en reptielen
4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Er zijn in het onderzoeksgebied (figuur 1) waarnemingen van amfibieën, reptielen en vissen geregistreerd in het NDFF in de laatste 5 jaar.
17
Tabel 7.
Data NDFF (periode 1-1-2016 tot 19-5-2021).
Soorten
Wnb
Geelbuikschildpad
Onbeschermd
Geelwangschildpad
Onbeschermd
Gladde slang
Wnb § 3.2
Hazelworm
Wnb § 3.3
Lettersierschildpad Levendbarende hagedis
Onbeschermd Wnb § 3.3
Roodwangschildpad
Onbeschermd
Alpenwatersalamander
Wnb § 3.3
Bastaardkikker
Wnb § 3.32
Bruine kikker
Wnb § 3.32
Gewone pad
Wnb § 3.32
Heikikker
Wnb § 3.2
Kamsalamander
Wnb § 3.2
Kleine watersalamander
Wnb § 3.32
Poelkikker
Wnb § 3.2
Rugstreeppad
Wnb § 3.2
Vinpootsalamander
Wnb § 3.2
Baars
Onbeschermd
Karper
Onbeschermd
Koi-karper
Onbeschermd
Schubkarper
Onbeschermd
Zonnebaars
Onbeschermd
Tabel 8.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Gladde slang 177 8 2016 t/m Reuselsche Moeren en Turnhoutsche 2020 Heide op > 2,5 kilometer van het plangebied. Hazelworm 1 1 2020 Egypte, Bladel op > 2,5 kilometer van het plangebied. Levendbarende hagedis 177 10 2016 t/m Turnhoutsche Heide, Zwartven, 2021 Reuselsche Moeren, De Groote Cirkel en Belevensche Heide op > 2,5 kilometer van het plangebied. Alpenwatersalamander 32 62 2016 t/m Turnhoutsche Heide, Reuselsche Moeren, 2021 De Groote Cirkel, Belevensche Heide, centrum Reusel en Hulsel. Dichtst bij zijnde vindplaats op > 1 kilometer van het plangebied. Heikikker 76 300 2016 t/m Turnhoutsche Heide, Zwartven en 2021 Reuselsche Moeren op > 2,5 kilometer van het plangebied. Kamsalamander 2 6 2021 Omgeving Belevensche Heide op > 2,5 kilometer van het plangebied. Poelkikker 17 8 2016 t/m Turnhoutsche Heide, De Groote Cirkel en 2021 Reuselsche Moeren op > 2,5 kilometer van het plangebied.
2
Vrijgestelde soort op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
18
Rugstreeppad
28
501
2017 t/m 2021
Vinpootsalamander
16
29
2017, 2018, 2019, 2021
Turnhoutsche Heide, Zwartven en Belevensche Heide op > 2,5 kilometer van het plangebied. Turnhoutsche Heide, De Groote Cirkel en Zwartven op > 2,5 kilometer van het plangebied.
4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) Er zijn geen soorten amfibieën, vissen of reptielen aangetroffen in het plangebied. Omdat de sloop en kap op land plaatsvindt kunnen effecten op deze soortgroep op voorhand uitgesloten worden. De aanleg van een nieuwe vijver is een bijkomend positief effect voor met name amfibieën.
4.5
Vlinders, libellen, juffers en nachtvlinders
4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten.
19
Tabel 9.
Data NDFF (periode 1-1-2016 tot 19-5-2021).
Dagvlinders Atalanta Bont dikkopje Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin blauwtje Bruin zandoogje Bruine eikenpage Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Eikenpage Gehakkelde aurelia Groentje Groot dikkopje Groot koolwitje Grote vos Heideblauwtje Hooibeestje Icarusblauwtje Keizersmantel Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine parelmoervlinder Kleine vos Kleine vuurvlinder Koevinkje Koninginnenpage Landkaartje Oranje luzernevlinder Oranje zandoogje Oranjetipje Tijgerblauwtje Zwartsprietdikkopje
Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Wnb § 3.3
Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Wnb § 3.3
Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd
Libellen Azuurwaterjuffer Beekoeverlibel Beekrombout Blauwe breedscheenjuffer Blauwe glazenmaker Bloedrode heidelibel Bosbeekjuffer
Status Onbeschermd Onbeschermd Wnb § 3.3
Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Wnb § 3.3
Bruine glazenmaker Bruine korenbout Bruine winterjuffer Bruinrode heidelibel Gaffelwaterjuffer Gevlekte witsnuitlibel
Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd
Gewone oeverlibel Gewone pantserjuffer Glassnijder Grote keizerlibel Grote roodoogjuffer Hoogveenglanslibel
Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd
Houtpantserjuffer Kleine roodoogjuffer Koraaljuffer Lantaarntje Metaalglanslibel Noordse witsnuitlibel
Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd
Paardenbijter Platbuik Smaragdlibel Steenrode heidelibel Tangpantserjuffer Tengere grasjuffer Tengere pantserjuffer Variabele waterjuffer Venglazenmaker Venwitsnuitlibel Viervlek Vuurjuffer Vuurlibel Watersnuffel Weidebeekjuffer Zadellibel Zuidelijke keizerlibel Zwarte heidelibel Zwervende heidelibel Zwervende pantserjuffer
Wnb § 3.2
Wnb § 3.3
Daarnaast is er één beschermde soort nachtvlinders waargenomen, namelijk de Teunisbloempijlstaart (Wnb § 3.2) en 244 onbeschermde soorten nachtvlinders. 20
Tabel 10.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Bruine eikenpage 2 1 2016 Twee waarnemingen in bosgebied Reuselsche Moeren op > 2,5 kilometer ten ZW van het plangebied. Grote vos 1 1 2019 Tuin Marialaan 110 op > 400 meter ten ZW van het plangebied. Beekrombout 1 1 2020 Reuselsche Moeren op > 2,5 kilometer ten ZW van het plangebied. Bosbeekjuffer 22 5 2016 t/m Waarnemingen in bosgebied Reuselsche 2020 Moeren en De Groot Cirkel op > 2,5 kilometer van het plangebied. Gevlekte witsnuitlibel 2 3 2018 Twee waarnemingen in bosgebieden op > 2,5 kilometer ten Z van het plangebied. Hoogveenglanslibel 87 4 2016 t/m Waarnemingen in bosgebied Reuselsche 2019 Moeren op > 2,5 kilometer ten ZW van het plangebied. Teunisbloempijlstaart 2 5 2020 ZW rand van de bebouwde kom van Reusel op > 1 kilometer van het plangebied.
4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde vlinders, libellen, of juffers waargenomen. Effecten op beschermde dagvlinders en libellen is vanwege het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten.
4.6
Vaatplanten
4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied is één beschermde soort op grond van de Wnb geregistreerd, namelijk de Drijvende waterweegbree. Er zijn wel daarnaast ook 3.892 waarnemingen van 536 onbeschermde soorten geregistreerd. Tabel 11.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Drijvende 2 1-100 2019 Twee standplaatsen ten N en NW van het waterweegbree plangebied op > 1 kilometer.
4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) De beplanting in de tuin en op de camping bestaat overwegend uit siersortiment en betreft voor een groot deel in vorm gesnoeide soorten. De als landschappelijke beplanting te rangschikken elementen betreffen: • enkele hagen bestaande uit beuk en liguster aan de oostkant van het gebied; • een groep paardenkastanjes ten westen van de woning en een notenboom ten oosten van de woning; • groepjes platanen op het kampeerterrein. De sierbeplanting en de als landschappelijke beplanting te rangschikken elementen worden strak onderhouden.
4.7
Overige beschermde soorten
(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.)
4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd. 21
4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.
22
5
Beoordeling Wet natuurbescherming (soorten)
5.1
Vogels
Effectenbeoordeling Er zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 4) zijn uitgesloten. Periode werkzaamheden (voorzorgsbeginsel). Omdat geen ontheffingen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten wordt dringeng geadviseerd om de kap van de bomen en het verwijderen van heesters in de winter uit te voeren (bij voorkeur begin september – eind februari). Voor het broedseizoen (globale richtlijn3 15 maart - 15 juli) moet het terrein bouwrijp zijn gemaakt. Moet men door omstandigheden wel in het broedseizoen werken, dan moet er voorafgaand aan het verwijderen van de bomen en heesters door een ecoloog gecheckt worden of er geen broedende vogels aanwezig zijn. Worden deze aangetroffen dan kunnen de werkzaamheden rondom de broedplaats niet eerder worden uitgevoerd dan dat de vogels zijn uitgevlogen. Op deze wijze zijn effecten op vogels uitgesloten.
5.2
Vleermuizen
Effectenbeoordeling Er zijn geen verblijfplaatsen in het plangebied en het gebied is ook niet geschikt als foerageergebied. Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.
5.3
Overige grondgebonden zoogdieren
Effectenbeoordeling Er zijn geen waarnemingen van grondgebonden zoogdieren. Er is ook geen geschikt habitat aanwezig. Effecten op zoogdieren zijn uitgesloten.
5.4
Reptielen, amfibieën en vissen
Effectenbeoordeling Reptielen Er zijn geen reptielen waargenomen in de directe nabijheid van het plangebied en het habitat is er ook niet optimaal voor. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Effectenbeoordeling Amfibieën Er is geen geschikt habitat aanwezig voor amfibieën. Negatieve effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Aanleg van de vijver heeft mogelijk een positief effect, mits men geen vissen in de vijver uitzet.
3
Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland). 23
Effectenbeoordeling Vissen Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten.
5.5
Vlinders, libellen en juffers
Effectenbeoordeling Dagvlinders Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. Effectenbeoordeling Libellen en juffers Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten.
5.6
Vaatplanten
Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten.
5.7
Overige doorsoorten
Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen.
5.8
Aanbevelingen voor natuurinclusief bouwen
Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit eisen provincies en gemeenten steeds vaker dat bij renovatie en nieuwbouw met natuur inclusief ontwerpt. Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging hebben een toolbox ontwikkeld (www.bouwnatuurinclusief.nl). Uit deze toolbox hebben we een aantal mogelijk bruikbare adviezen gehaald. Deze zijn opgenomen in bijlage 6.
24
6
NatuurNetwerk Brabant
Door natuurgebieden te vergroten en onderling te verbinden ontstaat een sterk NatuurNetwerk Brabant. Planten en dieren krijgen zo meer ruimte en kunnen makkelijker van het ene naar het andere gebied. Ongeveer 90% van het NatuurNetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn dieren en planten. Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten. Maar het NatuurNetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering. Bij de realisering van het netwerk gaat het om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden die worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. De provincie werkt samen met verschillende Brabantse partners aan het NatuurNetwerk en ondersteunt partijen die natuurprojecten uitvoeren.
Nieuw is dat ook gemeenten, organisaties, particulieren en (agrarisch) ondernemers steeds vaker zelf natuur ontwikkelen en beheren (Bron: Website provincie Noord-Brabant). Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied (rode vlak) niet in het NatuurNetwerk Brabant. Wel dient er gekeken te worden of er sprake is van externe werking. Het plangebied grenst aan het NNB.
Figuur 6.
Overzicht van plangebied met ligging t.o.v. het NatuurNetwerk Brabant/ EHS. (Bron: website provincie Noord-Brabant).
Het direct aangrenzende water valt onder het beheertype ‘N03.01 Beek en Bron’ en de daarnaast houtopstanden onder het beheertype ‘N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos’. Binnen de houtopstanden en in het open gebied liggen nog een drietal poelen, welke vallen onder het beheertype ‘L01.01 Poel en kleine historische wateren’. Brabant kent een externe werking voor NNB (muv emissies via lucht en water). Als demoveld zal het gebruik van het akkerperceel vergelijkbaar zijn of mogelijk iets intensiever dan nu. Maar door de aanleg van de poel met wadi grenzend aan NNB (die de bestemming natuur krijgt), wordt met het demoveld afstand gehouden tov bestaande NNB. Door deze buffer zijn geen negatieve effecten op de wezenlijk kenmerken en waarden van de NNB te verwachten. De verwachting is dat dit mogelijk zelfs een positief effect kan 25
hebben. Een extra poel kan de migratie van amfibieën in het gebied bevorderen. Er wordt als het ware een extra stapsteen aan het gebied toegevoegd. Opgaande beplanting zou een afschermde werking kunnen hebben, echter dit is gezien de vereiste openheid cf. de voorgenomen planregels niet toegestaan. Negatieve effecten kunnen dan ook worden uitgesloten. Verdere toetsing aan het NNB is niet nodig.
26
7
Natura 2000 gebieden - Voortoets
Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet in de nabijheid van een Natura 2000 gebied. Het Natura 2000-gebied Kempenland-West ligt op > 2,5 kilometer. Effecten zijn dan ook op voorhand uit te sluiten. Het onderdeel stikstofemissie is niet in deze beoordeling meegenomen. Agra Matic heeft hiervoor zelf de AERIUS-berekening gemaakt.
Figuur 7.
27
Ligging van het plangebied (rode pijl) nabij Natura 2000-gebied Kempenland-West (rood gearceerd en met de rode beken) (Bron: website provincie Noord-Brabant).
8
Conclusies
8.1
Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten)
Als de aanbevelingen uit onderstaande tabel en hoofdstuk 5 worden uitgevoerd, dan kunnen effecten op beschermde soorten voorkomen worden en is er geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning (Gemeente Reusel-De Mierden) te laten bevestigen. Het is ook raadzaam, om het rapport voor te leggen ter beoordeling aan de provincie Noord Brabant of de Omgevingsdienst. Tabel 12.
Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.
Soortgroep
Vogels
Broedvogels
Ingreep verstorend
Nader onderzoek noodzakelijk
Wnbontheffing noodzakelijk
Nee,mits
Nee
Nee
Bijzonderheden / opmerkingen
De kap van bomen en heesters moet in de winter plaatsvinden. Het terrein moet voor het broedseizoen bouwrijp zijn gemaakt. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart – 15 juli (zie voetnoot hoofdstuk 5). Zie verder paragraaf 5.1 & 5.8
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.1
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.2
Vliegroutes
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.2 & 5.8
Overige zoogdieren
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.3
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.4
Reptielen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.4
Vissen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.4
Libellen en vlinders
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.5
Vaatplanten
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.6
Overige soortgroepen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.7
Vleermuizen
8.2
Conclusie NatuurNetwerk Brabant
Er zijn geen effecten op de NNB/EHS-gebieden te verwachten.
8.3
Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden)
Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. We adviseren om deze conclusies ook aan het bevoegd gezag ter beoordeling voor te leggen.
28
9
Bronnen
9.1
Literatuur
• • • • • • • • •
9.2 • • • • • • • • •
29
Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Fopma, A, 2017. Natuurtoets Wet natuurbescherming voor de locatie Witrijt 3, Reusel; Fopma NatuurAdvies Rapport 2018-277, Wapse. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Rapport 08-173, Culemborg. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden. SOVON & CBS 2005, Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk, SOVONinformatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
Geraadpleegde websites www.sovonatlas.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl
[verspreidingsgegevens vogels, 2018] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]
BIJLAGE 1
Algemene verbodsbepalingen Wnb
§ 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 30
BIJLAGE 2
Proces beoordeling ontheffing Wnb
Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer
31
BIJLAGE 3
Jaarrond beschermde vogels
Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
3.
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
4.
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5.
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
32
Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Nederlandse naam
Categorie Nederlandse naam
Categorie
Blauwe reiger
5
Ruigpootuil
5
Boerenzwaluw
5
Spreeuw
5
Bonte vliegenvanger
5
Tapuit
5
Boomklever
5
Torenvalk
5
Boomkruiper
5
Zeearend
5
Bosuil
5
Zwarte kraai
5
Brilduiker
5
Zwarte mees
5
Draaihals
5
Zwarte roodstaart
5
Eidereend
5
Zwarte specht
5
Ekster
5
Huismus
2
Gekraagde roodstaart
5
Kerkuil
3
Glanskop
5
Oehoe
3
Grauwe vliegenvanger
5
Ooievaar
3
Groene specht
5
Ransuil
4
Grote bonte specht
5
Roek
2
Hop
5
Slechtvalk
3
Sperwer
4
Huiszwaluw
5
Steenuil
1
IJsvogel
5
Wespendief
4
Kleine bonte specht
5
Zwarte wouw
4
Kleine vliegenvanger
5
Boomvalk
4
Koolmees
5
Buizerd
4
Kortsnavelboomkruiper
5
Gierzwaluw
2
Oeverzwaluw
5
Grote gele kwikstaart
3
Pimpelmees Raaf
5 5
Havik
4
33
BIJLAGE 4
Samenvatting NDFF (1-1-2016 tot 19-5-2021)
Wnb - Vogelrichtlijn Appelvink Bergeend Blauwborst Blauwe Reiger Boerenzwaluw Bonte Vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Bosuil Braamsluiper Brandgans Buizerd Dodaars Ekster Fazant Fitis Fuut Gaai Geelgors Gekraagde Roodstaart Gele Kwikstaart Geoorde Fuut Gierzwaluw Goudhaan Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe Gans Grauwe Vliegenvanger Groene Specht Groenling Grote Bonte Specht Wnb - Habitatrichtlijn Baardvleermuis / Brandts vleermuis Drijvende waterweegbree Franjestaart Gevlekte witsnuitlibel Gewone grootoorvleermuis Wnb - andere soorten Alpenwatersalamander Bastaardkikker Beekrombout Boommarter Bosbeekjuffer Bosmuis bruine eikenpage Bruine kikker Bunzing Das 34
Grote Canadese gans Grote Lijster Grutto Havik Heggenmus Holenduif Houtduif Houtsnip Huismus IJsvogel Kauw Kievit Kleine Bonte Specht Kleine Karekiet Kleine Plevier Kneu Knobbelzwaan Koekoek Kokmeeuw Koolmees Krakeend Kruisbek Kuifeend Kuifmees Matkop Meerkoet Merel Nachtzwaluw Oeverzwaluw Patrijs Pimpelmees Putter Rietgors Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gladde slang Grijze grootoorvleermuis Heikikker Kamsalamander Eekhoorn Egel Gewone pad grote vos Haas Hazelworm Hoogveenglanslibel Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn
Slobeend Smient Sperwer Spotvogel Spreeuw Sprinkhaanzanger Staartmees Tafeleend Tapuit Tjiftjaf Tuinfluiter Tureluur Turkse Tortel Veldleeuwerik Vink Vuurgoudhaan Waterhoen Waterral Watersnip Wespendief Wielewaal Wilde Eend Winterkoning Wintertaling Witte Kwikstaart Wulp Zanglijster Zomertaling Zomertortel Zwarte Kraai Zwarte Mees Zwarte Roodstaart Zwarte Specht Zwartkop
Poelkikker Rugstreeppad teunisbloempijlstaart Watervleermuis
Levendbarende hagedis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Vinpootsalamander Vos Wezel Wild zwijn
BIJLAGE 5
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Hoofdstuk 2 Rechtstreeks werkende regels voor activiteiten Afdeling 2.6 Natuur Paragraaf 2.6.1 Soortenbescherming Artikel 2.52 Vrijstelling soorten
In verband met handelingen als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onder a, e, f en g, Wet natuurbescherming, is het in afwijking van artikel 3.10, eerste lid, Wet natuurbescherming, toegestaan om: 1. de soorten uit de opgenomen tabel te vangen; 2. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de soorten uit de opgenomen tabel opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Amfibieën Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris (oud: Triturus vulgaris) Meerkikker Rana ridibunda Middelste groene kikker (of bastaardkikker) Rana esculenta
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wild zwijn Woelrat
35
Microtus agrestis Apodemus sylvaticus Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europeus Sorex araneus Lepus europeus Crocidura russula Oryctolagus cuniculus Pitymys subterraneus Capreolus capreolus Clethrionomys glareolus Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes Sus scrofa Arvicola terrestris
BIJLAGE 6
Adviezen natuurinclusief bouwen
Advies 1 Vleermuizen (gevel)
36
Advies 2 Vleermuizen (kast)
Vleermuis inbouwkast Type Schwegler 1FE .
(Veldshop.nl)
Of een externe kast.
Links: Type: Vleermuizenkast Beaumaris Maxi Rechts: Type: Vleermuis Zomergevelverblijf 1FQ
(Vivara.nl) (Veldshop.nl)
Bron: https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-details/inbouwkast-voor-vleermuizen
37
Advies 3 Huismus Inbouw (Vivarapro.nl):
Losse nestkasten:
Type: Systeem-nestkast huismus eco 34 mm (Vivara.nl)
38
Advies 4 Kleine marterachtigen Bij de landschappelijke inrichting kan met rekening houden met kleine marterachtigen en egels door: 1.
2. 3.
4.
De aanplant van heggen en houtwallen of de aanleg van groene oevers vormen een mogelijkheid om de leefgebieden van bunzing, egel, hermelijn en wezel te verbeteren. Hiermee kunnen zowel verbindingen als rustplaatsen worden ontwikkeld. Droge greppels kunnen geschikt worden gemaakt als leefgebied of verbindingszone door de aanplant van struiken, zodanig dat ze voldoende dekking bieden. Rommelhoekjes in de tuin of op het erfkunnen worden gecreëerd door het aanleggen van een takkenhoop of een hoop stenen met daaronder een ruimte waarin de kleine marterachtigen nestkamer kan bouwen. Eventueel kan een nestkast van hout worden gebouwd. Het voedselaanbod kan worden vergroot door het graven van poelen, het maken van takkenrillen en het plaatsen van ‘muizenruiters’. Muizenruiters werden vroeger gebruikt om hooi in het veld te drogen en bestaan uit een stellage van drie tegen elkaar staande staken, met daartussen dwarsbalken. Hierop wordt hooi aangebracht. Veldmuizen verblijven graag in hooi en vormen een voedselbron voor kleine marterachtigen. Het hooi moet ten minste jaarlijks vervangen worden.
(Bron: brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing Egel Hermelijn en Wezel, provincie Overijssel)
39
Advies 5 Patrijs en andere akkervogels Akkervogels (Bron www.brabantslandschap.nl) Akkervogels zijn vogels die vogels die broeden en zich voeden op akkers; veldleeuwerik, boomleeuwerik, maar ook vogels als patrijs en kwartel. Waarom: Het gaat buitengewoon slecht met hen. In twintig jaar tijd zijn we zestig procent van alle vogels kwijtgeraakt. Veel andere soorten doen het niet veel beter, door intensivering van de landbouw verdwijnt leefgebied en kunnen ze geen goed voedsel meer vinden. Hoe: Met specifieke maatregelen op akkers probeert het Brabants Landschap het voedselaanbod te vergroten. Het aanleggen van gras- en kruidenrijke akkerranden lijkt bijvoorbeeld erg effectief. Zij zorgen dat zulke randen worden aangelegd en onderzoeken de effectiviteit. Op hun eigen terreinen laten ze daarnaast percelen braak liggen, of zorgen we voor stoppelvelden. Waar: In heel Brabant legt het Brabants Landschap akkerranden aan, maar ze richten zich speciaal op vier kerngebieden. Lokale mogelijkheden: Ten oosten van het plangebied is de Natuur- en vogelvereniging Reusel - De Mierden actief met een project met bloemrijke akkerranden. Het creëren van een nieuwe rand langs de demoakker zal naar verwachting een positief effecten hebben op akkervogels.
40
BIJLAGE 7
41
Extra foto’s mei 2021