CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.13730] - 220725 Regels

Gemeenteraad 13 december 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Buitenman 3, Lage Mierde15.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak bedraagt; 2. de bouwhoogte maximaal 1,50 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; e. de regels voor de bouw van gebouwtjes voor bancaire dienstverlening, met dien verstande, dat: 1. de bebouwde oppervlakte maximaal 5 m² bedraagt; 2. de bouwhoogte maximaal 2,5 m bedraagt. f. de regels met betrekking tot bouwwerken, geen gebouw zijnde voor kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m. g. de regels om trekkershutten te kunnen realiseren, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het aantal trekkershutten bedraagt maximaal 3. 2. De totale oppervlakte bedraagt maximaal 100 m². 3. Trekkershutten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - Landschap' en/of 'Agrarisch met waarden Natuur en landschap' en/of de bestemming 'Wonen'. 4. In afwijking van het bepaalde onder sub 3 zijn er - indien er hierbinnen onvoldoende ruimte is trekkershutten als kleinschalige voorziening toegestaan in de direct aangrenzende agrarische bestemming, mits: er sprake is van een kernrandzone, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone; de totale oppervlakte bedraagt maximaal 90 m2; 5.

De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 6. Er dient een erfbeplantingsplan opgesteld te worden waaruit een zorgvuldige landschappelijke inpassing blijkt. 7. Het mag geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; h. de onder a tot en met g genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

30

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

Buitenman 3, Lage Mierde 2. 3. 4. 5.

de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

31

Buitenman 3, Lage Mierde

Artikel 13 13.1

Overige regels

Melding

Onderstaande regels met betrekking tot meldingen gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende bestemming. In de betreffende bestemmingen is verwezen naar 13.1. 13.1.1 Meldingsplicht Het is verboden om zonder voorafgaande melding een functie als bedoeld in 4.2 onder a aan te vangen; Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing als de functie is toegestaan op grond van het bepaalde in 4.1. 13.1.2 Voorwaarden De meldingsplichtige functie als bedoeld in 13.1.1 is uitsluitend toegestaan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Functie

Voorwaarden

bed & breakfast met max. 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) in een (bedrijfs)woning

- de bed & breakfast wordt uitgeoefend in de (bedrijfs)woning en niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de (bedrijfs)woning; - het aantal kamers/logeereenheden voor de bed & breakfast bedraagt maximaal 2 (4 bedden); - de bed & breakfast wordt geëxploiteerd door de (hoofd)bewoner van de (bedrijfs)woning.

13.1.3 Procedureregels a. De melding als bedoeld in 13.1.1 wordt tenminste zes weken voor aanvang van de functie gedaan bij het college van burgemeester en wethouders; b. Bij de melding worden de volgende gegevens verstrekt: 1. een duidelijke omschrijving van de aard, de omvang en de locatie (inclusief begrenzing) van de functie en de datum waarop de functie aanvangt; 2. naam en adres van degene die de functie gaat uitoefenen; c. De functie die wordt gemeld, dient te voldoen aan de voorwaarden die daarvoor zijn opgenomen in 13.1.2. 13.2

Verwijzing naar andere regelgeving

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.

32

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

Buitenman 3, Lage Mierde

Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

14.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 14.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 14.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 14.1.1 met maximaal 10%. 14.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 14.2

Overgangsrecht gebruik

14.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 14.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 14.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 14.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 14.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

33

Buitenman 3, Lage Mierde

Artikel 15 15.1

Slotregel

Citeertitel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Buitenman 3, Lage Mierde.

34

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

Buitenman 3, Lage Mierde

Bijlagen bij regels

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

35

Buitenman 3, Lage Mierde

Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden beroepen en bedrijven

36

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven De hierna opgenomen beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten worden aangemerkt als rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven Deze lijst is niet uitputtend. Het uitgangspunt bij deze activiteiten is dat het woonkarakter niet wezenlijk mag worden aangetast. Rubriek 1. Individuele praktijk voor medische en paramedische dienstverlening

2. Individuele praktijk voor zakelijke dienstverlening

3. Vervaardiging en kunstnijverheid in de vorm van een eenmansbedrijf

4. Individuele praktijk op gebied van advies, ontwerp en onderzoek

5. Kantoor- en opslagfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend

Aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten - huisartsenij - psychologie - psychiatrie - fysiotherapie en bewegingsleer - voedingsleer en voedingsadvies - mondhygiëne - tandheelkunde - logopedie - orthopedagogie - verloskunde - alternatieve geneeswijze - diergeneeskunde - notaris - advocaat, deurwaarder en juridisch adviseur - accountant en belastingconsulent - assurantie - en verzekeringsbemiddeling - exploitatie en handel in onroerende zaken - hypotheekadviseur en financieel adviseur - tolk/vertaler - (maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf - hoedenmaker - (muziek)instrumentenmaker - kaarsenmaker - lijstenmaker - vervaardiging munten - vervaardiging sieraden - kunstschilder (met atelier) - fotograaf - reclameontwerp - grafisch ontwerp - architectonisch ontwerp - stedenbouwkundig ontwerp - tuin- en landschapsontwerp - computerservice en informatietechnologie - maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek - kantoor-, stallings- en opslagfunctie voor schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, klussenbedrijf, bestratingsbedrijf, loodgieter, elektricien, metselaar, glazenwasser (een en ander zonder bewerking of verwerking van stoffen, voorwerpen of materialen)

6. Eenmans-reparatie-/verhuurbedrijf

7. Overige dienstverlening in de vorm van eenmansbedrijven

Uitsluitingen. Tot de onder punt 1 tot en met 7 bedoelde rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten worden in ieder geval niet gerekend

- kantoor,- stallings- en opslagfunctie voor een groothandelsbedrijf en voor internetverkoop (mits zonder klantcontact aan huis) - uurwerkreparatiebedrijf - goud- en zilverwerkreparatiebedrijf - reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek, radio’s/tv’s/digitale apparatuur) - reparatie van muziekinstrumenten - kappersbedrijf met niet meer dan één kappersstoel - schoonheidsspecialist - manicure - pedicure - hondentrimmer - taxi-/koeriersbedrijf (alleen eigen rijder, ten hoogste één auto) - begrafenisonderneming (niet zijnde een mortuarium) - decorateur - privé-docenten (zoals remedial teachers en individuele muziek-, spraak- en taallessen) - groepsmatige activiteiten, dat wil zeggen het verlenen van diensten en het geven van onderricht en informatie aan 3 of meer personen tegelijk - buitenopslag, dat wil zeggen opslag van goederen buiten gebouwen - opslag van brandgevaarlijke en explosiegevaarlijke stoffen - reparatiebedrijven voor gemotoriseerde voertuigen - detailhandel

Buitenman 3, Lage Mierde

Bijlage 2 Cultuurhistorie en natuurontwikkeling De Utrecht

"Buitenman 3, Lage Mierde" (concept)

39

CULTUURHISTORIE EN NATUURONTWIKKELING De geschiedenis van Landgoed “De Utrecht” in kaarten en de relatie met de natuurontwikkelingsprojecten

september 2013

Opgesteld door: Praedium BV John Jansen en Gabi Stoffelen In opdracht van: ASR vastgoed vermogensbeheer Harry Breviers en Erik Somsen

INHOUDSOPGAVE

Inleiding

3

Cultuurhistorie in kaarten

4

Natuurontwikkelingsproject Broekeling

14

Natuurontwikkelingsproject Moerbleek

16

Natuurontwikkelingsproject De Flaes

20

Natuurontwikkelingsproject Deppo

21

2

INLEIDING

Deze rapportage geeft inzicht in de manier waarop de cultuurhistorie van Landgoed De Utrecht en diverse natuurontwikkelingsprojecten op het landgoed een relatie hebben met elkaar. Hiertoe is allereerst een overzcht gemaakt van de ontwikkeling van De Utrecht vanaf de Middeleeuwen tot nu. Dit overzicht is gemaakt mede op basis van de rapportage van het Monumentenhuis: Landgoed De Utrecht, cultuurhistorische analyse. De hierin beschreven ontwikkelingen zijn op kaart gezet en aangevuld met een aantal originele kaarten. Zo wordt eerst kort ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het landschap aan de hand van een geomorfologische kaart en een bodemkaart. Vervolgens zijn enkele oude topkaarten ingevoegd en is de conclusie hieruit ten aanzien van de ontginning van het landgoed op de huidige topkaart gezet. Daarbij is telkens in kleur op kaart gezet welke delen in de tussenliggende periode zijn ontgonnen. Op deze manier ontstaat een helder overzicht van

Deppo

welke delen op welk moment ontgonnen zijn. Daarbij is aangegeven waaruit de cultuurhistorische waarden uit de desbetreffende periode bestaan. Er wordt afgesloten met een kaart waarop zo helder mogelijk de elementen

Broekeling

staan uit de verschillende perioden en die vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevol zijn Naast cultuurhistorie op zich wordt in deze rapportage de relatie gelegd met enkele natuurontwikkelingsprojecten en de manier waarop deze aanhaken aan de cultuurhistorie van het gebied, naast het feit dat de projecten vanuit ecologie een duidelijke meerwaarde voor het gebied zijn en ook vanuit ecologie zijn geïnitieerd. Op de kaart hiernaast is aangegeven op welke plekken deze natuur ontwikkeld wordt: •

Broekeling Hier wordt een deel van de aanwezige landbouwgrond omgezet naar natuur. Daarnaast wordt in de bestaande bossen onderhoud gepleegd in aansluiting op het Natuurbeheerplan

•

De Flaes

Moerbleek Op deze plek, die vroeger uit natte heide bestond, worden in het bos een aantal poelen ontwikkeld.

•

De Flaes Ten zuiden van dit grote ven wordt een groot deel van de aanwezige landbouwgronden omgezet naar natuur. Tegelijk wordt in de bossen ten zuiden van de Flaes gekapt en onderhoud gepleegd, zodat de Flaes weer beter beleefbaar wordt.

•

Deppo Aan de noordzijde van de landbouwpercelen wordt een strook bos gerealiseerd. Deze strook ligt tegen de Reusel.

Moerbleek

Bij de toelichting op de natuurontwikkelingsprojecten is het de bedoeling dat regelmatig teruggebladerd wordt naar de kaarten uit het eerste deel. Ten behoeve van de herkenbaarheid van de verschillende natuurontwikkelingsgebieden zijn deze op de kaarten uit het eerste deel aangegeven door middel van een rode cirkel.

3

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN huidige topkaart

Dit is de topografische kaart van het landgoed op dit moment. Met een zwarte stippellijn is de huidige begrenzing van het landgoed aangegeven. Het landgoed is niet altijd zo groot geweest, maar heeft haar huidige grootte na 1910 gekregen. Daarna zijn nog slechts kleine stukken aan het landgoed toegevoegd.

4

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN geomorfologie

Het landschap van De Utrecht is ontstaan in een gebied dat zijn huidige vorm in de laatste ijstijd heeft gekregen. Nederland was toen één grote stuivende vlakte, waarbij laagtes werden uitgestoven en ruggen werden opgestoven.

Legenda Brabantse Wal

het resultaat hiervan is het best zichtbaar op

Plateau (incl. horstglooiing)

de geomorfologische kaart.

Stuifduinen (actief stuifzand)

Hierop is duidelijk het patroon van de beekda-

(Land)duinen +/- bijbehorende vlakten/laagten)

Legenda

Rug (dekzandrug of terrasrug)

len te zien (blauw-groen). Tegen de beekdalen

Welvingen (zand, uiterwaard, terras- of getijafzettingen)

aan liggen hogere dekzandruggen (bruin). Dit

Vlakte (dek)zand

zijn plekken geweest waar men zich vroeger

Laagte (+/- randwal), evt. moerassig Brabantse Wal

graag vestigde, iets hoger dan het omliggen-

laagte, beek- of rivierdalbodem Plateau (incl.Dalvormige horstglooiing)

de land, maar tegen het vruchtbare beekdal.

Beekoverstromingsvlakte Stuifduinen (actief stuifzand) (Land)duinenTerrasvlakte +/- bijbehorende vlakten/laagten)

Ook de gele stuifzanden zijn herkenbaar op

Dalvlakteterras Rug (dekzandrug of terrasrug)

de kaart. Dit waren en zijn de meest droge

Oeverwal Welvingen (zand, uiterwaard, terras- of getijafzettingen)

gebieden met veel reliëf.

Vlakte rivierklei Vlakte (dek)zand

Tenslotte zijn met blauw de gebieden aan-

Vlakte van getij-afzettingen Laagte (+/- randwal), evt. moerassig Geulenbeeken kreken Dalvormige laagte, of rivierdalbodem

gegeven die het meest laag gelegen zijn en

Veenrestrug Beekoverstromingsvlakte

waar vennen liggen of hebben gelegen.

Terrasvlakte Vlakte veen

Meest opvallende elementen die uit deze pe-

Water Dalvlakteterras Oeverwal

riode (cultuurhistorische) waarde hebben zijn

Dijk

de beekdalen.

Dijkdoorbraakafzetting Vlakte rivierklei Antropogeen Vlakte van getij-afzettingen Geulen en kreken

0

Veenrestrug

500

1.000

2.000

3.000

4.000 Meters

5

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN

Zd21

Hn21

|h BEBOUW

Hn21

Hn21

zEZ23

Hn21

Hn23 Hn23 Hn23

Hn23

Hn23

zEZ23 Hn23

Hn23

zEZ23

Hn21 pZn21

zEZ21

Hn21

pZn21

Hn21 zEZ21

zEZ21

Hn21

|g WATER

Hn30

|g WATER

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21 Hn21

Zd21 Hn21

Y23

Hn21

Hn21 Hn21

zEZ23

zEZ23

Hn23

pZn21

Hn21

Hn21

|h BEBOUW

zEZ23

na droogleggen van het Goorven. Hn23

Hn23

Wat verder opvalt zijn de donkerbruine vlakY21 enkeerdgronden. Dit zijn ken, dezEZ23 hoge bruine

de gebieden met een dikkeHn23 humeuze bovenzEZ23

zEZ23

|h

EZg23 pZg21

Hn21 Hd21 Hn21

Zn23

landbouwgebieden, waaronder Tulder, Dun en zEZ23

Hn21

zEZ23en heideals akkerland, waarbij jaarlijks mest

plaggen zijn opgebracht. Dit zijn de oudste

|h BEBOUW

zEZ23

6

zE

pZn23

Zd21

zEZ23

EZg23

zEZ23

Y21

laag, die ontstaan is door langdurig gebruik

Hn21

Hn21

EZg23

zEZ23

|h BEBOUW zijn de beekdalen Ook op de bodemkaart

en de venige bodem, die is achtergebleven Hn23

zEZ23

Hn21

duidelijk herkenbaar, evenals de stuifzanden

Hn23 zEZ23

zEZ23 zEZ23

Hn21

zEZ23

Hn23

Hn21

zEZ23

zEZ23

Hn21

zEZ23 zEZ23 zEZ23

Hn21

Hn21

zEZ23 zEZ23

zEZ23

pZn21

zEZ23 pZn21

Zn21

Hn21

Hd Hn21

zEZ23

|h BEBOUW

zEZ21 zEZ21

Hn21

zEZ21

Hn21

Hn21

zEZ23

Hn21

pZn21

Hn21 Hn21

Hn23

zEZ21

Hn21

Hn21 Hn21

Hn21

zEZ23 Hn21

pZg21

pZn23

Hn21

Hn21 zEZ23

zVz

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

pZn21

Hn21

Zd21

Hn

Hn21

Hn21

EZg23

zEZ23

Hd21

Hn21

Hn21

|g WATER

zEZ21

Hn21

pZn21

Hn21 Hn21

Zn2

|g WAT

zEZ21

zEZ21

Hn21

Hn21

cHn21

Hn21

pZn21

Hn21

|g

zEZ21

Hn21

Hn21

Hd21 Hd21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

Hn21

zEZ21

pZg23

Hn21 Zd21

Hn21

Hn21

Hn21

zEZ21

pZn21

Hn23 Hd21

zEZ21

Hn21

cHn21

pZg23

pZn23

zEZ23

Zd21

Zn21

Hn23

Hn23

pZg23

Hn2

Hn21

Hn23

Hn21 Hn21

zEZ21 Hn21

zEZ21

Hn23

zEZ21

pZn21

zEZ21

Hn21

Hn21

Zd21

pZg23

Hn21

Hn21

EZg23

cHn21

zEZ21

zEZ21

zEZ23

zEZ23

pZn23

Hn21

Hn21

zEZ23

zEZ23

Hn21 Hn21

zEZ21

Hd21 Hn21

Hn21

Hn21

zEZ21

Hn21

Hn23

Hn23 Hn21

Hn21

zEZ23

zEZ23

Hn21

bodemkaart

zEZ23

zEZ23 zEZ23

zEZ23

pZn23

Lange Gracht.

pZn23 Zb23

pZn23 Zb23

zEZ23 EZg23

z Zn21

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN Middeleeuwen

Tulder

UIt de geschiedenis van het gebied komt naar voren dat Tulder één van de eerst ontgonnen gebieden is. Op dat moment waren ongetwijfeld ook de beekdalen en andere lage gebieden al herkenbaar aanwezig. De locatie van Tulder is mooi af te lezen aan de dikke zwarte enkeerdengronden van de bodemkaart.

7

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN topografische kaart ca. 1850

Op de topografische kaart van rond 1850 is duidelijk zichtbaar dat het gebied op dat moment op een paar plekken bewoond werd, Tulder, Dun en Lange Gracht (de dikke zwarte enkeerdgronden van de bodemkaart). De rest van het gebied bestond uit uitgestrekte heidevelden met enkele laagtes waarin zich water en moerassen bevonden. De belangrijkste voorbeelden daarvan zijn het Groot Goor in het zuidwestelijk deel van het landgoed en de Flaes en het Goor in het zuidoostelijk deel. Net ten noorden van de Flaes en het Goor ligt het beekdal van de Reusel. De slingerende waterloop is duidelijk herkenbaar. Het beekdal zelf onderscheidde zich van de omgeving door de aanwezigheid van wat bosjes en andere opgaande beplanting. Hier vond ook de bewoning plaats. De akkers lagen op de hogere delen en de graslanden op de lagere natte delen. Op deze kaart vallen tenslotte een aantal rechte wegen op, die de verbinding tussen de belangrijkste plekken vormden. Vaak waren dit hoger liggende dijkjes (waaronder de Dunse Dijk), die door nat gebied liepen.

8

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN herkenbare elementen uit 1850

Lange Gracht

Tulder Dun

Flaes

Goor

Groot Goor Deze kaart geeft een beeld van de belangrijkste elementen uit de kaart van 1850, geprojecteerd op de kaart van nu. De meest hekenbare elementen zijn de gebieden waar de eerste bewoning plaatsvond. Daarnaast is de loop van de Reusel op de kaart gezet en de loop van de Hoogeindsche beek, waaraan Tulder is ontstaan. Verder zijn de verschillende vennen overgenomen zoals deze op de kaart van 1850 staan. De resterende grijze delen zijn voor het overgrote deel uitgestrekte heidevelden geweest.

9

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN topografische kaart ca. 1900

Ongeveer 50 jaar later is er veel veranderd. Nog steeds bestaan grote delen uit heide, maar tevens is de ontginning van het gebied voortvarend ter hand genomen. Zo heeft men het Groot Goor leeg laten lopen en in gebruik genomen als grasland. Ook zijn grote delen van de voormalige heidegronden bebost met vornamelijk naaldhout. Heel herkenbaar zijn de lange rechthoekige verkavelingen in de bossen. Met name het gebied ten zuiden van het ontgonnen Groot Goor kent een mooie schaakbordverkaveling. Verder zijn grote delen in gebruik genomen als gras- of akkerland. Bijzonder op de kaart is verder het patroon van slootjes in het heidegebied net ten noorden van het Goor, een duidelijk bewijs dat de ontginning van het gebied nog in volle gang was.

10

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN

Tu l

de ns e

di jk

herkenbare elementen uit 1900

Houtvesterswoning

e ns Du

a la k

di jk

ri

e

d

sc h

n

rd

H

e

ie

n

k

dij

M

s

p Po

ri

wikkelingen van de periode 1850-1900. Door

he

P

lsc

pe

n

Bijgaande kaart geeft een beeld van de ont-

dij

middel van bruine lijnen zijn de vele verhoog-

k

de wegen aangegeven die als basis voor de ontginning hebben gedient.

Weldsch e

De belangrijkste nieuwe ontginningsas uit

dijk

deze periode is de Prins Hendriklaan, die van zuidoost naar oost loopt en die de verschillende delen van het landgoed met elkaar verbindt.

Rav els

Opvallend is dat grote delen, in met name het

ed

noordelijk deel van het landgoed, nu bebost

ijk

zijn, die rond 1900 nog in gebruik waren als landbouwgrond (groen omlijnd op de kaart). Ook de houtvesterswoning en het omliggende parkachtig ingerichte gebied stammen uit deze periode (ca 1910). Deze woning met de kenmerkende toren en de omliggende gebouwen fungeren als centrum van het landgoed. De grijze delen op de kaart zijn de gebieden die op de kaart van 1900 nog woeste gronden waren, de onontgonnen heidegronden.

11

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN ontwikkelingen tot nu

golfbaan

laatste onontgonnen gebied De kaart van nu laat zien dat nagenoeg het hele landgoed in de periode na ondertussen ontgonnen is. Tegelijk besefte men in deze periode dat ook natuur een belangrijke functie is. Het gebied rond de Flaes en het Goor zijn dan ook niet verder drooggelegd en ontgonnen tot landbouwgrond. De nieuw in gebruik genomen gronden bestaan nagenoeg allemaal uit bosgebieden. Ook delen landbouwgrond zijn in deze periode beplant met bos. In de periode tussen ca. 1900 en nu zijn op het landgoed ook verschillende gebouwen toegevoegd. Deze gebouwen kenmerken zich door hun agrarische functie. Het zijn boerderijen of woningen voor de landarbeiders. Nagenoeg alle woningen zijn voorzien van luiken met de kleuren van het landgoed. Een uitgebreid overzicht van de geschiedenis en de kenmerken van de diverse gebouwen is in de rapportage van Het Monumentenhuis opgenomen. Een bijzondere toevoeging van deze tijd is de golfbaan ten zuidoosten van de Houtvesterswoning.

12

CULTUURHISTORIE IN KAARTEN conclusiekaart

noordelijk deel

centrum

westelijk deel

oostelijk deel Op bijgaande kaart is de globale opbouw van het landgoed duidelijk gemaakt. Het landgoed heeft een heel herkenbaar centrum, de voormalige houtvesterswoning met de omliggende bebouwing. Het landgoed is verder min of meer uit drie delen opgebouwd: • het noordelijk deel, waar de meeste bebouwing staat en de landbouwkundieg functie belangrijk is, • een westelijk deel dat voornamelijk uit bos bestaat en waar de ontginningsstructuur (schaakbordpatroon en het gebied op de plek van het Groot Goor) en het oorspronkelijke natte karakter van het gebied de belangrijkste cultuurhistorische elementen zijn en • een oostelijk deel waar de natuur de belangrijkste functie is met het beekdal van de Reusel en de vennen de Flaes en het Goor. De Prins Hendriklaan is een belangrijke drager van het gebied, evenals de diverse dwars daarop staande dijken.

13

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT BROEKELING

Locatie

De locatie van het natuurontwikkelingsproject Broekeling ligt in het gebied dat zich ten zuiden van de Hoogeindsche beek bevindt. De doelstellingen voor dit gebied liggen vooral in vernatten en beekherstel. Ten noorden van de beek ligt de toekomstige bouwlocatie Berkensingel. Hier wordt aangehaakt op de natte natuur die in de Broekeling nu al aanwezig is en verder ontwikkeld wordt.

Doelstelling

Het gebied wordt in het beleid aangeduid als Natte Natuurparel. Het beleid voor deze gebieden vindt haar oorsprong in het doel goed om te willen gaan met teveel of juist te weinig water. Het Europees beleid en het daasruit voortvloeiende Nationaal Bestuurs­akkoord Water en andere landelijke afspraken geven hiervoor de kaders. Het tegengaan van tekorten aan water in Noord-Brabant verloopt via verdrogingsaanpak en via venherstel. Binnen de verdrogingsaanpak is de bescherming van de zogenaamde natuurparels één van de drie sporen. De benaming Natte Natuurparels betreft de waterafhankelijke delen van de Ecologische Hoofdstructuur die behoren tot een samenhangend complex van natuurgebieden die sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Deze gebieden worden sterk beïnvloed door de inrichting en het beheer van de omgeving en daarom is het beleid erop gericht de waterhuishouding, waterkwaliteit en inrichting in deze gebieden af te stemmen op de ecologische doelstellingen.

Geschiedenis van de plek

Topografische kaart

Dit gebied bestond rond 1850 voornamelijk uit uitgestrekte heidevelden met groepen bomen, waarbij het oostelijke deel en uiteraard het gebied direct bij de beek erg nat was. Dit deel wordt op de geomorfologische kaart aangeduid als dalvormige laagte. Deze laagte sluit aan op de laagte waar de Hoogeindsche Beek doorheen loopt. Op de kaart van rond 1900 is het gebied nog steeds onontgonnen. Wel is aan weerszijden van de oostelijke laagte een houtwalletje zichtbaar. Kennelijk was men al wel begonnen met de eerste maatregelen om het gebied droog te leggen en geschikt te maken voor de landbouw. Op de huidige topografische kaart is duidelijk dat het gebied deels in gebruik genomen is door de landbouw en dat de oostelijke natte zone, de dalvormige laagte, nog altijd bestaat uit bos, heide en vennen.

Maatregelen

De maatregelen die genomen worden in dit gebied bestaan uit:

•

Het plegen van achterstallig onderhoud in het oostelijk deel. Hier zijn in de loop der tijd allerlei bomen en struiken opgeslagen in het oorspronkelijk tamelijk open heide terrein. Dit opschot bestaat voornamelijk uit berk en den. Deze zullen deels worden verwijderd en afgevoerd en deels achterblijven op het terrein, waarbij er de voorkeur naar uitgaat om een deel van de bomen niet weg te zagen maar om te trekken.

•

Het omzetten van de aanwezige landbouwgrond naar bloemrijk gras en flora- en faunarijke akkertjes. Doel van dit onderdeel van het project is de vernatting van het gebied mogelijk maken door de landbouwgronden uit productie te halen en een functie te geven voor de natuur.

Inrichtingsschets

14

•

Aanleg van een houtwal. Om het huidige landbouwgebied nog meer natuurwaarde te geven is voorgesteld op dit deel van het terrein een houtwal aan te leggen. Op deze manier wordt het terrein voor flora en fauna aantrekkelijker als vestigingsplaats of als fourageerterrein.

Relatie met de cultuurhistorie

Het gebied is een boomrijk heideterrein, dat in de periode tussen 1900 en WOII ontgonnen is, voor zover er al sprake is van ontginning. Met name de natuurwaarde is belangrijk op deze plek. De voorgestelde maatregelen hebben dan ook vooral een ecologische achtergrond, voortvloeiend uit de aanwijzing van het gebied als Natte Natuurparel. Daarbij wordt tegelijk echter ook de landschappelijk waarde van het gebied verhoogd. Door het plegen van achterstallig onderhoud wordt aangesloten bij de oorspronkelijke situatie en ontstaat weer een mooie aaneengesloten natte zone. In feite wordt met de voorgestane maatregelen deels teruggekeerd naar de

OPPERVLAKTE BLUSVIJVER VOGELENZANG

19e eeuwse situatie waarin het gebied nat was en voornamelijk bestond uit boomrijke heide. (Zie ook de kaart-

Maatregelen op bestemmingsplankaart

jes uit het voorgaande hoofdstuk.)

Relatie met beleid Bestemmingsplan

In het Bestemmingsplan liggen de gebieden waar de verschillende maatregelen zijn voorgesteld binnen de

4,1

bestemming bos (grasgroen) of de bestemming natuur (blauwgroen) of agrarisch met waarden (lichtgroen). Daarnaast heeft een deel van het gebied een arcering met kruisjes. Deze arcering staat voor “attentiegebied ehs”. Deze gronden zijn mede bestemd voor behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur(waarden). Natuurbeleidsplan

3

De gebieden waar de diverse maatregelen zijn voorgesteld hebben op de Ambitiekaart in het Natuurbeheerplan

0,1

de aanduiding vochtig bos met productie (bruin), vochtige heide (paars) en vochtig hooiland (groen). De drie

6,1

westelijke akkers hebben in het Natuurbeheerplan geen aanduiding gekregen. De maatregelen lijken dan ook

0,18

Maatregelen op Natuurbeheerplankaart

overeen te stemmen met het Natuurbeheerplan.

1

Getallen

Het project betreft het plegen van achterstallig onderhoud op ca. 7,5 ha en het omzetten van ca. 16,17ha landbouwgrond naar natuur, waarvan 14,37ha naar kruiden- en faunarijk grasland en 1,68ha naar kruiden- en faunarijke akker. Daarnaast wordt 230m houtwal aangelegd (0,12ha).

Legenda blusvijver poel venherstel bos verwijderen dunnen en opschonen bosaanplant houtwal kruiden- en faunarijk grasland 0

75

150

300

450

Meters 600

15

Oppervlaktes maatregelen

kruiden- en faunarijke akker

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT MOERBLEEK Locatie

Uitgangspunten voor de poelen zijn: • maximale diepte 1m beneden huidig maaiveld • flauwe noordoever (ca 1:10), • overige oevers mogen steiler zijn (bij voorkeur 1:5 - 1:7), • wateroppervlak is bij maximale vulling maximaal 1.000m2, • de ontgraven grond wordt in het terrein verwerkt in de vorm van lage wallen aan de noordzijde van de poel, • maximale hoogte van de wallen is 1,5m, • taluds van de wallen sluiten zoveel mogelijk aan op de taluds van de poel

De locatie Moerbleek ligt in het zuidwestelijk deel van het landgoed.

Doelstelling

In de rapportage van het Ravon van oktober 2011 wordt aangegeven dat op Landgoed de Utrecht een aantal poelen en vennen aanwezig zijn waar diverse soorten amfibieën en andere flora en fauna voorkomen. In de rapportage Evenwichtig Samengaan, Duurzaam instandhoudingsplan landgoed De Utrecht, wordt aangegeven dat het voor een duurzame exploitatie van Landgoed De Utrecht nodig is door middel van een integrale aanpak een nieuw dynamisch evenwicht te vinden tussen natuur, economie, cultuurhistorie, recreatie, wonen en (be) leefbaarheid. Op die manier kan het landgoed als cultuurhistorisch complex zijn markante identiteit en waarde voor natuur, cultuur en economie behouden. Het project Moerbleek beoogt met name de natuurwaarden van dit gebied te versterken. UIteraard speelt de cultuurhistorie van het landgoed daarbij een belangrijke rol, immers veel van de nagestreefde natuurwaarden waren vroeger op het landgoed aanwezig en zijn mede door ingrijpen ten behoeve van de ontginning van het gebied verdwenen.

1 2

3

Het Ravon heeft in het kader van dit herstel van natuurwaarden onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om hier levensvatbare populaties van verschillende herpetofauna te realiseren. Doelsoorten zijn vinpootsalamander, heikikker, poelkikker en levendbarende hagedis. Ook voor andere flora- en faunasoorten vormen poelen en vennen en (kleine) heideterreinen een belangrijk groeiplaats, (onderdeel van het) leefgebied en/of voortplantingswater. Enkele voorbeelden zijn oeverkruid, moerashertshooi, biesvarens, veenmossen, klein blaasjeskruid, moerassprinkhaan, zompsprinkhaan, diverse libellen, geelgors, roodborsttapuit, nachtzwaluw en geoorde fuut

14

4

5

Geschiedenis van de plek

13

6

Dit deel van het landgoed was tot de ontginning rond 1900 “Woeste Grond”, in dit geval vooral natte heide met her en der wat opgaand groen en enkele schapendreven. Op de kaart van 1850 komt dit open karakter duidelijk naar voren. Aan de noordrand van het gebied lag destijds het ven, Het Groot Goor. Aan de zuidkant lag het ven De Moerbleek. Rond 1900 ziet de kaart er heel anders uit. Op dat moment is het gebied tussen Het Groot Goor en de Moerbleek helemaal bebost en verkaveld in keurige rechthoekige blokken. Het Groot Goor is drooggelegd en verkaveld in smalle percelen. Alleen het deel rond De Moerbleek is nog heide en ook het ven zelf ligt er nog. Na 1900 is het ven eveneens verdwenen. Er resteert alleen nog een stuk heide.

12 11

Maatregelen

Het oorspronkelijke plan van het Ravon bestond uit meer poelen en corridors dan op de nevenstaade kaart staan aangevegeven. Een aantal van de maatregelen zijn afgevallen als gevolg van aanwezige archeologische waarden of al uitgevoerd. De overblijvende maatregelen bestaan uit de aanleg van poelen op de plekken 3 t/m 6, 8 ,13 en 14. Op de plekken 1 en 10 wordt herstel van de oorspronkelijke vennen nagestreeft. Tenslotte wordt op plekken 2, 9, 11 en 12 alleen heide hersteld in de vorm van corridors. De kaart hiernaast geeft een overzicht van de genoemde plekken. Naast nieuwe natuur op de plaats van bestaande natuur in de vorm van voornamelijk naaldbos wordt aan de rand van de bestaande heide nog 1,8ha kruiden- en faunarijk grasland gerealiseerd, als buffer tussen de heide en de landbouw.

10 8 9

De poelen dienen zo uitgevoerd te worden dat deze optimaal leefgebied opleveren voor allerlei amfibieën en andere watergebonden natuur. De poelen worden dan ook wisselend van grootte, waarbij de enkele poelen jaarlijks droog zullen komen te vallen en anderen nooit of slechts in heel droge jaren. Op de volgende pagina staat een tekening van een dergelijke gemiddelde poel. Locaties van de poelen kruiden en faunarijk grasland

16

Op de plekken 1 en 10 zijn de oppervlaktes heide en water die worden teruggebracht gebracht groter. Hier worden de oorspronkelijke vennen hersteld. Ook op locatie 9 wordt een groter gebied bos omgevormd naar heide, dan rond de poelen. Op onderstaande kaart staan de oppervlaktes te verwijderen bos aangegeven.

Archeologische verwachtingskaart

Op de archeologische verwachtingskaart liggen nog enkele poelen binnen een hoge archeologische verwachting. Er heeft echter aanvullend archeologisch onderzoek plaatsgevonden waaruit is gebleken dat de aanleg van de in dit hoofdstuk beschreven poelen geen problemen opleveren ten aanzien van mogelijke archeologi-

Relatie met cultuurhistorie

sche vondsten.

In het gebied Moerbleek is sprake van cultuurhistorische elementen uit twee verschillende perioden. In de eerste plaats is dat het karakter van het gebied met vennen en uitgestrekte heidevelden van voor de ontginning van het gebied. Met het herstel van twee van deze vennen (maatregelen nr. 1 en 10) wordt hierop aangesloten. Het tweede historische element is het rastervormige verkavelingspatroon dat dateert uit de periode van rond 1900. Dit patroon wordt bij de plannen zoveel mogelijk gerespecteerd. Met de aanleg van de overige poelen wordt weliswaar aangesloten bij het oorspronkelijk natte karakter van het gebied van voor de ontginning van het gebied, maar is er geen sprake van daadwerkelijk herstel van oorspronkelijke waterpartijen. Deze maatregel vloeit dan ook voorna,melijk voort uit de wens de ecologische waarde van het gebied te vergroten.

Getallen

Met het project Moerbleek wordt in totaal ca.18,585ha naaldbos omgevormd naar 15,76ha heide en 2,825ha water. Onderstaande kaart geeft een overzicht van de verschillende oppervlaktes samengevat komt dit neer op: Nummer

Relatie met beleid

Maatregel Opp te verwijderen bos (ha)

1 en 10

Venherstel

3,475 + 5,75 = 9,225

2,0 + 5,3 = 7,3

2 en 9

Heideherstel

0,5 + 2,65 = 3,15

3,15

3, 4, 5, 6, 8, 13 en 14

Poelen

4,21

3,31

11 en 12

Corridor

1,0 + 1,0 = 2,0

2,0

-

Kruiden- en

Locaties van de poelen op de archeologische verwachtingskaart van het SRE

18,585

2

4

17,56

2,825

2

4,1

3

14

0,9

1

2

3

1,475 + 0,45 = 1,925

Te verwijderen bos in ha

1

1

Opp water (ha)

1,8

Natuurbeheerplan OPPERVLAKTE BLUSVIJVERfaunarijk VOGELENZANG gras De plekken waar de poelen gepland zijn hebben op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan ofwel de aanduiding “Vochtig bos met productie” (donkerbruin) ofwel de aanduiding “Droog bos met productie” (lichtbruin). Locaties van de poelen op de Natuurbeheerplankaart

Opp te realiseren natuur (ha)

3

14

4

14

4

3

5

13

6

5

13

6

0,1 6,1

12

12

0,18

5

12

1

11

11

13

6

11 Legenda

10

10

10

8

8 9

75

150

17

300

450

Meters 600

venherstel

dunnen en opschonen

9 0

poel

bos verwijderen

8 9

blusvijver

bosaanplant houtwal kruiden- en faunarijk grasland kruiden- en faunarijke akker

Principe-inriching poel

Principe-inrichting poelen

18

Inrichtingsschetsen voor beide venherstelprojecten

19

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT DE FLAES

Locatie

Dit gebied ligt in het zuidoostelijk deel van het landgoed. De Fleas is een belangrijk natuurgebied met twee grote open watervlakken, de eigenlijke Flaes en het Goorven. De locatie waar de maatregelen plaatsvinden liggen ten zuiden en zuidwesten van de Flaes en betreft met name de landbouwgronden.

Doelstelling

De Flaes en het gebied daaromheen is net als de Broekeling een Natte Natuurparel, waarbij de bescherming van deze gebieden één van de drie sporen van de verdrogingsaanpak is. De Natte Natuurparels zijn de waterafhankelijke delen van de Ecologische Hoofdstructuur die behoren tot een samenhangend complex van natuurgebieden die sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Deze gebieden worden sterk beïnvloed door de inrichting en het beheer van de omgeving en daarom is het beleid erop gericht om de waterhuishouding, waterkwaliteit en inrichting in deze gebieden af te stemmen op de ecologische doelstellingen.

Geschiedenis van de plek

De twee vennen staan op de kaart van 1850. Op de huidige topkaart staan de vennen nog steeds. De landschappelijke situatie is in de loop der tijd echter veranderd. Rond 1850 liggen de vennen in een heel open gebied van uitgestrekte natte en droge heidevelden. Op de kaart van 1900 liggen nog steeds grote heidevelden rond de vennen, maar zijn tevens sporen zichtbaar van de ontginning van het gebied in de nabijheid. In de periode 1900 tot nu is veel gebeurd rond de vennen. Het bos is tot dicht aan de rand van de vennen opgerukt, met name de Flaes en de Kleine Flaes worden op dit moment voor een belangrijk deel omsloten door bos. Voor het Goor is dit minder het geval. Zowel ten oosten als ten westen liggen hier nog grote aaneengesloten open natuurgebieden. Naast ontginningen in de vorm van de aanleg van bos is ook de landbouw in de loop der tijd de Flaes tot vrij dicht genaderd. Aan de zuidkant liggen de dichtstbijzijnde landbouwpercelen op nog geen 100m afstand. Met de komst van de landbouw is ook de hydrologische situatie veranderd. Vanuit de landbouw worden heel andere eisen aan de waterhuishouding gesteld dan vanuit de natuur. Gevolg hiervan is in veel gevallen verdroging van de aanwezige kwetsbare natuur.

Topografische kaart

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijk grasland

4,1

Maatregelen

Ten zuiden en zuidoosten van de Flaes worden grote stukken landbouwgrond omgezet naar natuur. Zo worden de randvoorwaarden geschapen om het gebied in de toekomst te vernatten en aan te sluiten bij de doelstellingen voor de natte natuurparel en daarmee ook de natuurwaarden van het gebied te versterken. In het nu nog in landbouwkundig gebruik zijnde gebied ten zuidoosten van de Flaes worden tevens enkele houtwallen aangeplant, zodat er een prettig vestigingsklimaat ontstaat voor allerlei flora en fauna. tegelijk wordt de harde overgang van landbouw naar natuur enigszins verzacht.

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

3,0 0,1

Relatie met de cultuurhistorie

Het gebied rond de Flaes en het Goor is nooit ontgonnen. Het gebied kent dan ook nog een heel oorspronkelijk karakter. Wel is het gebied in de loop der tijd steeds verder volgegroeid met bos en is ook de landbouw de centrale grote vennen dicht genaderd. Met name deze laatste ontwikkeling heeft grote gevolgen gehad voor het

4,3

houtwal

0,18 houtwal

Maatregelen met oppervlak in ha

20

natuurgebied. De landbouw stelt tegenovergestelde eisen aan de waterhuishouding dan de natuur, lage grondwaterstanden in het voorjaar en hoge in de zomer Dit is precies andersom dan de natuurlijke grondwaterstand, die juist hoog is in de winter en het voorjaar en na de relatieve droogte van de zomer juist laag is. Uiteindelijk is verdroging van het natuurgebied hier het directe gevolg van. Dit project waarin bijna 14,5ha landbouw uit productie wordt genomen geeft het gebied de kans het natte karakter te herstellen en verder te ontwikkelen tot een prachtige natuurgebied waar zelfs opnieuw veenvorming tot de mogelijkheden behoort.

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

De geplande aanleg van enkele houtwallen in het landbouwgebied dat wordt omgezet naar natuur vloeit enerzijds voort uit de wens de natuurwaarde van het gebied te vergroten. Anderzijds is het achterliggende doel een meer geleidelijke overgang te realiseren tussen natuur- en landbouwgebied.

Relatie met beleid

Bestemmingsplan Het gebied waar de omzetting van landbouwgronden naar natuur (kruiden- en faunarijk grasland of kruiden- en faunarijke akker) plaats gaat vinden heeft op de kaart de aanduiding agrarisch met waarden (lichtgroen).

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

houtwal

Natuurbeheerplan De gebieden waar landbouwgrond omgezet wordt naar natuur hebben op de kaart nu geen aanduiding.

houtwal

Getallen

Bestemmingsplan

In het gebied wordt 8,4 ha landbouwgrond omgezet naar kruiden- en faunarijk grasland, 3 ha wordt ontwikkeld tot kruiden- en faunarijke akker. Verder worden twee houtwallen aangelegd met een gezamenlijk lengte van 440m en een oppervlak van 0,28ha.

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker

houtwal houtwal

Natuurbeheerplan

21

NATUURONTWIKKELINGSPROJECT DEPPO

Locatie

Deze locatie ligt aan de noordrand van twee percelen aan de Lange Baan, tegen het beekdal van de Reusel. Ook hier is sprake van een Natte Natuurparel die direct grenst aan de locatie.

Natuurbeheerplan De locatie zelf heeft in het Natuurbeheerplan geen aanduiding. Het gebied ten noorden heeft de aanduiding Rivier- en beekbegeleiden bos (blauwgroen) en Dennen-, eiken- en beukenbos (donkergroen)

Doelstelling

Getallen

Het oppervlak soortenrijk loofbos dat hier gerealiseerd wordt is ca 2,5ha groot.

Het landbouwgebied waar deze locatie deel van uitmaakt ligt geomorfologisch in het beekdal van de Reusel. De afstand tot de beek is relatief kort, waardoor de invloed van de landbouw op de beek relatief groot is. Zo zal er voedselrijk water uit het landbouwgebied in de Reusel terechtkomen. Daarnaast is de invloed van de landbouw op het gewenste waterpeil aanzienlijk. Vanuit de landbouw is het peil ‘s zomers hoog en ‘s winters laag. Dit is precies andersom als de natuurlijke fluctuatie waarin het peil in de winter en het voorjaar hoog is en in de zomer het water relatief laag staat. Door landbouwgrond om te zetten naar natuur kan meer vastgehouden worden aan de natuurlijke peilfluctuaties en neemt ook de invloed op de waterkwaliteit af.

Geschiedenis van de plek

Geomorfologisch maakt het gebied deel uit van het beekdal. De oude kaarten laten zien dat landbouwkundig gebruik echter lang op zich laat wachten. De beek kent niet het typische gebruik als hooiland, zoals dat op veel plekken wel het geval is, met kleine kavels en veel beplanting op de perceelsgrenzen in de vorm van houtwallen en singels. Het gebied is als landbouwgrond pas in gebruik genomen in de periode kort na 1900. Op de kaart van rond 1900 zijn al wel de eerste ontginningsactiviteiten in de vorm van enkele sloten door de heide zichtbaar.

aanplant gemengd loofbos

Maatregelen

De maatregel bestaat uit het inplanten van het noordelijk deel van de twee landbouwpercelen met inlands bos, bestaande uit een gemengd sortiment loofhout.

Locatie

Maatregel

Relatie met de cultuurhistorie

Een duidelijke relatie tussen de geschiedenis van het gebied en de voorgestane maatregelen is er niet. De maatregel komt vooral voort uit de wens de ecologische kwaliteiten van de Natte Natuurparel te versterken. Wel wordt met de maatregel gerefereerd aan de oorspronkelijk situatie waarin het gebied nog onontgonnen was.

Relatie met beleid

Bestemmingsplan In het bestemmingsplan liggen op het gebied diverse bestemmingen: • agrarisch gebied met waarden (lichtgroen) • attentiegebied EHS

aanplant gemengd loofbos

aanplant gemengd loofbos

Daarnaast is het noordelijke randje van de locatie tegen het bestaande bos aangeduid met: • wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen en • waterbergingsgebied Bestemmingsplan

22

Natuurbeheerplan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=eed699e8-f0d5-4773-a7e4-c0e2b33a4337