CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.09838] - Nota van zienswijzen

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Schepersweijer 4a-Wolfsven 13.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan

Buitengebied, Schepersweijer 4a & Wolfsven 1 Reusel Nota van zienswijzen Vastgesteld 5 juli 2022

Behoort bij het besluit van de gemeenteraad van Reusel-De Mierden d.d. 5 juli 2022 nummer mij bekend, de griffier,

mw. J.M. van Dongen-Hermans.

22.09838

*22.09838*

1

Inhoud 1. Bestemmingsplan “Buitengebied, Schepersweijer 4a & Wolfsven 1 Reusel” ........................ 3 Het ontwerpbestemmingsplan heeft betrekking op .. .................................................................... 3 Noot voor de opsteller: dit kan je halen uit he kopje ‘inhoud’ bij het ter inzage gelegde bestemmingsplan. ................................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2. Gevolgde procedure ............................................................................................................... 3 2.1 Bekendmaking ..................................................................................................................... 3 3. Zienswijzen ............................................................................................................................. 3 3.1 Ontvangen zienswijzen ........................................................................................................ 3 3.2 Conclusies zienswijzen ........................................................................................................ 3 3.3 Beoordeling zienswijzen ...................................................................................................... 4 4. Ambtshalve wijzigingen ..........................................................................................................

8 4.1 Toelichting .................................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.2 Planregels ................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.3 Verbeelding................................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5. Aanpassingen ......................................................................................................................... 8 5.1 Toelichting ........................................................................................................................... 8 5.2 Planregels ............................................................................................................................ 8 5.3 Verbeelding.......................................................................................................................... 9

22.09838

2

1.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Schepersweijer 4a & Wolfsven 1 Reusel”

Het ontwerpbestemmingsplan heeft betrekking op de locaties Schepersweijer 4a en Wolfsven 1 ten zuiden van de kern Reusel. Het ontwerpbestemmingsplan bestaat uit een toelichting met bijlagen, planregels met bijlagen en verbeelding.

2.

Gevolgde procedure

2.1 Bekendmaking Op grond van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening hebben burgemeester en wethouders op 29 november 2021 een bekendmaking gepubliceerd in het Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl) en in D´n Uitkijk. Het ontwerpbestemmingsplan lag van 29 november 2021 tot en met 10 januari 2022 ter inzage met voor iedereen de mogelijkheid om zienswijzen kenbaar te maken. Tijdens deze periode was het ontwerpbestemmingsplan ook raadpleegbaar:  op de landelijke website: www.ruimtelijkeplannen.nl;  op de gemeentelijke website: www.reuseldemierden.nl.

3.

Zienswijzen

3.1 Ontvangen zienswijzen Optioneel: tijdens de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag hebben de volgende personen en instanties zienswijzen kenbaar gemaakt: 1. Van Hoof Advies vg, namens stichting Groen Kempenland, stichting Milieuwerkgroep Kempenland en Milieuvereniging Bladel. 3.2

Conclusies zienswijzen

3.2.1 n.v.t.

De volgende zienswijzen hebben we deels buiten behandeling gelaten

3.2.2 n.v.t.

De volgende zienswijzen hebben we geheel buiten behandeling gelaten

3.2.3 n.v.t.

De volgende zienswijzen hebben we deels voor kennisgeving aangenomen

3.2.4 n.v.t.

De volgende zienswijzen hebben we geheel voor kennisgeving aangenomen

3.2.5 De volgende zienswijzen leiden deels tot aanpassing van het bestemmingsplan Zienswijze 1. 3.2.6 n.v.t.

De volgende zienswijzen leiden geheel tot aanpassing van het bestemmingsplan

3.2.7 n.v.t.

De volgende zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan

22.09838

3

3.3 Beoordeling zienswijzen Wij hebben de ingediende zienswijzen samengevat weergegeven. Dat betekent niet, dat wij die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling hebben betrokken. Wij hebben de zienswijzen in hun geheel beoordeeld. 3.3.1 Zienswijze Van Hoof Advies vg Datum zienswijze: 29 december 2021 met kenmerk Rmhi045b Ontvangen: 4 januari 2022 met registratienummer 22IK.0001 1. Wolfsven 1 1.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat de locatie Wolfsven 1 niet betrokken kan worden omdat er geen activiteiten zijn aan de Wolfsven 1. Hierbij wordt ook verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 december 2020 nr ECLI:NL:RBOBR:2020:6259. 1.2. Reactie op de zienswijze Wij, als gemeente Reusel-De Mierden, en de provincie Noord-Brabant zijn reeds enkele jaren in gesprek met de initiatiefnemer over de ruimtelijke ontwikkeling op beide locaties. In 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders een positief principestandpunt ingenomen om de intensieve veehouderij aan de Schepersweijer 4a te Reusel uit te breiden en de intensieve veehouderij aan de Wolfsven 1 te Reusel te saneren. In de Omgevingsvisie 2018 zoals dat op 18 mei 2018 is vastgesteld is op gebiedsniveau gekeken waar ruimtelijk en milieukundig nog ontwikkelruimte zit voor intensieve dierhouderijen. Dit is benoemd als ‘primaat landbouw’.

Zowel de locatie Schepersweijer 4a en Wolfsven 1 liggen binnen dit gebied, waarbij de locatie Wolfsven 1 een aanzienlijk stuk dichter bij de kern Reusel is gelegen. Om de leefbaarheid op gebied van geur te verbeteren in de kernen, lag het voor de hand om voor de Wolfsven 1 tot een andere invulling te komen, dan dat hier het bestaande dierhouderij verder opgewaardeerd wordt. Om dat te kunnen bereiken, was een groei van de andere locatie Schepersweijer 4a door ondernemer nodig. De ontwikkeling past daarmee binnen ons beleid en vinden wij om meerdere redenen een gewenste ontwikkeling. Want, de voorgrondbelasting vanaf de Schepersweijer 4a gaat dalen (zie bijlage 17 t/m 20) en de fijnstof emissie en ammoniakemissie vanaf de Schepersweijer 4a gaat dalen (zie bijlage 15). Er verdwijnt een intensieve veehouderij op de Wolfsven 1 waardoor er in zijn totaliteit een afname is van 1,185 ha aan bouwvlak voor intensieve veehouderij. Oppervlakte aan bouwvlak neemt in totaliteit 0,095 ha af. Tegelijkertijd is er een toename van 5.065 m2 aan landschappelijke inpassing en staat er een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van het landschap tegenover (zie bijlage 5) Tegelijkertijd blijft de groei van het bedrijf aan de Schepersweijer 4a binnen de perken en neemt in totaliteit het aantal vergunde dieren af.

Het bedrijf aan de Wolfsven 1 voldoet niet aan het Besluit emissiearme huisvesting, doordat de emissiearme stal niet is gerealiseerd. Gelet op het principebesluit dat in 2018 is genomen, zijn geen investeringen meer gedaan aan de bestaande stal om te voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Dit is kapitaalvernietiging op het moment dat de ruimtelijke procedure voor verplaatsing van de veehouderij van de Wolfsven 1 naar de Schepersweijer 4a vastgesteld wordt en de veehouderij aan de Wolfsven 1 gesaneerd dient te worden. Om niet te handelen in strijd met wetgeving worden er sindsdien geen dieren meer gehouden. In de uitspraak van 18 december 2020 wordt door de rechtbank Oost-Brabant de weigering door gemeente Reusel-De Mierden om de vergunning van Wolfsven 1 in te trekken vernietigd. Uit de uitspraak blijk dat de vernietiging tot stand is gekomen door een motiveringsgebrek vanuit gemeente Reusel-De Mierden. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingediend met een uitgebreidere motivatie om de vergunning niet in te trekken. In de motivering waarom de vergunning nog niet is ingetrokken wordt onder andere onderhavige ruimtelijke procedure meegenomen. Aangezien deze juridische procedure omtrent intrekking nog loopt kan op basis van de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant niet geconcludeerd worden dat de vergunning al ingetrokken had moeten zijn.

Derhalve blijft de locatie Wolfsven 1 betrokken bij deze ruimtelijke ontwikkeling. Tot slot wordt opgemerkt, dat met de nog bestaande milieuvergunning en de planologische rechten die op de locatie Wolfsven 1 liggen, met een investering en bouwvergunningen de locatie opnieuw opgestart kan worden.

22.09838

4

Gelet op al het voorgaande, zij wij van mening dat de locatie Wolfsven 1 wel betrokken kan worden bij de motivatie van deze ruimtelijke ontwikkeling. 1.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2. Interim Omgevingsverordening - meerwaardecreatie 2.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat er geen sprake is van meerwaardecreatie zoals voorgeschreven in artikel 3.8 en 3.9 van de Interim Omgevingsverordening (hierna IOV) en dat geen gebruik gemaakt kan worden van de maatwerkbepaling (artikel 3.4 lid 1 IOV). 2.2. Reactie op de zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is bij de start van de inzagetermijn aangemeld bij de Provincie NoordBrabant. Het bevoegd gezag met betrekking tot de regels uit de IOV heeft hierbij geen aanleiding gezien om met een zienswijze te moeten reageren op het ontwerpbestemmingsplan. Hierdoor kunnen wij het standpunt innemen dat ook de provincie van mening is dat het ontwerpbestemmingsplan zich in voldoende mate verhoudt met de regels over meerwaardecreatie en maatwerkbepaling zoals opgenomen in de IOV.

Voorts wordt ook hier in opsomming opgemerkt dat sprake is van meerwaardecreatie: De voorgrondbelasting vanaf Schepersweijer 4a in de omgeving daalt, zie bijlage 17 t/m 20; De fijnstof emissie en ammoniakemissie vanaf Schepersweijer 4a dalen, zie hiervoor bijlage 15; Er verdwijnt één intensieve veehouderij bestemming; In zijn totaliteit een afname van 1,185 ha bouwvlak voor een intensieve veehouderij; In zijn totaliteit een afname van 0,095 ha bouwvlak; Toename van 5.065 m2 landschappelijke inpassing; Er is sprake van een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van het landschap (zie hiervoor bijlage 5). Deze ontwikkeling betreft een specifiek geval, dat vanwege bijzondere omstandigheden, een ondergeschikte afwijking van de maat bevat zoals dat in de IOV is genoemd. Er wordt hiermee geen afbreuk gedaan aan het doel van de regel. De IOV geeft inderdaad een maat van 1,5 ha als maximale omvang voor een veehouderij. Maar, de IOV geeft ook aan dat de bestaande planologische mogelijkheden, waaronder het feitelijk gebruik van gronden en opstallen worden gerespecteerd en kunnen worden voortgezet. Hiermee wordt de bestaande ruimere omvang gezien als bestaand recht en is het gerechtvaardigd om daarvan uit te gaan. Gezien het voorgaande past deze ontwikkeling binnen regels van de IOV. 2.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.

Interim Omgevingsverordening – stalderen 3.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat de bewijzen voor staldering ontbreken. 3.2. Reactie op de zienswijze In het kader van staldering zijn voorlopige stalderingsbewijzen aangevraagd bij Provincie NoordBrabant. Provincie Noord-Brabant heeft de aanvraag beoordeeld en op basis van de bijgevoegde bewijzen geconcludeerd dat voldaan wordt aan de voorwaarden. Derhalve zijn de voorlopige stalderingsbewijzen afgegeven. Ten overvloede wordt aangegeven dat beide locaties waar stalderingsmeters vandaan komen, inmiddels zijn gesaneerd.

22.09838

5

3.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4. Mer-beroordeling 4.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat door de toename van de geuremissie een MER verlangd dient te worden. 4.2. Reactie op de zienswijze Uit de toelichting en verschillende berekeningen blijkt dat, ondanks er een toename van geuremissie is, er geen toename ontstaat in zowel de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. Met betrekking tot de overbelaste situatie in de voorgrondbelasting wordt voldaan aan de 50%-regeling van artikel 3 lid 4 Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Met betrekking tot de overbelaste situaties in de achtergrondbelasting wordt voldaan aan de ‘notitie afname overbelasting’ van Provincie NoordBrabant en aan de 50%-regeling uit de gemeentelijke geurgebiedsvisie. Hieruit blijkt dat, ondanks dat er een toename van geuremissie is, er een afname is van de geurbelasting. Derhalve heeft voorgenomen initiatief een positief effect op de milieusituatie en is er geen MER noodzakelijk. 4.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 5. Maximale mogelijkheden 5.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat niet enkel het concreet voornemen onderzocht dient te worden maar de maximale mogelijkheden die de planwijziging biedt. 5.2.

Reactie op de zienswijze In het vast te stellen bestemmingsplan wordt in artikel 3.4.1 Strijdig gebruik onder lid i een toevoeging gedaan dat het houden van meer dieren of andere dieren dan in het toegevoegde tabel zijn opgenomen, niet is toegestaan. Derhalve biedt het bestemmingsplan geen andere mogelijkheden dan de vastgelegde dieraantallen. Hiermee zijn de maximale mogelijkheden van de planwijziging onderzocht. 5.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan. Aan artikel 3.4.1 wordt onder lid i de maximaal toegestane dieraantallen opgenomen. 6. Kwaliteitswinst 6.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat geen sprake is van enige kwaliteitswinst. 6.2. Reactie op de zienswijze Zoals op eerdere punten al is aangegeven zien wij om verschillende redenen wel degelijk kwaliteitswinst bij deze ontwikkeling. Op de locatie is Wolfsven 1 is planologisch een intensieve veehouderij mogelijk. Daarnaast geldt voor deze locatie nog steeds een milieuvergunning voor het houden van dieren. Deze veehouderij verdwijnt en komt een akkerbouwbedrijf terug. Deze locatie ligt op een kortere afstand van de kern Reusel dan de andere locatie Schepersweijer 4a.

Maar, ook als de vergunde emissie van de veehouderijactiviteiten aan de Wolfsven 1 niet meegenomen zouden worden, dan is er nog steeds sprake van kwaliteitswinst, want: De voorgrondbelasting vanaf Schepersweijer 4a in de omgeving daalt, zie bijlage 17 t/m 20; De fijnstof emissie en ammoniakemissie vanaf Schepersweijer 4a dalen, zie hiervoor bijlage 15; Er verdwijnt één intensieve veehouderij bestemming; 22.09838

6

-

In zijn totaliteit een afname van 1,185 ha bouwvlak voor een intensieve veehouderij; In zijn totaliteit een afname van 0,095 ha bouwvlak; Toename van 5.065 m2 landschappelijke inpassing; Er is sprake van een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van het landschap (zie hiervoor bijlage 5).

6.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 7. Overige woningen kern 7.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat verzuimd is om te kijken naar de effecten op ander geuroverbelaste woningen in de bebouwde kom. 7.2. Reactie op de zienswijze De verschillende berekeningen zijn beoordeeld door de ODZOB en akkoord bevonden. In de berekeningen zijn voldoende relevante geurgevoelige objecten opgenomen om een goede beoordeling te kunnen uitvoeren. In de berekeningen is aangetoond dat ondanks een toename van geuremissie op alle geurgevoelige objecten een afname van de geurbelasting wordt gerealiseerd met onderhavig plan. Met betrekking tot het overbelaste geurgevoelige object in de bebouwde kom is in de berekeningen aangetoond dat voldaan wordt aan de 50% regeling van artikel 3 lid 4 Wgv. Gezien de grote afstand tot de bebouwde kom (2,5 km) en het feit dat voldaan wordt aan de 50% regeling zijn in de berekening voldoende relevante geurgevoelige objecten in de bebouwde kom meegenomen. 7.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 8. Natuurtoets 8.1. Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat de natuurtoets niet juist is uitgevoerd en dat een passende beoordeling noodzakelijk is. 8.2.

Reactie op de zienswijze Op basis van artikel 2.8 lid 2 Wet natuurbescherming (Wnb) hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, in geval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project. In de zienswijze wordt aangegeven dat voor de VVGB van 19 december 2013 geen passende beoordeling is gemaakt, want het betrof intern salderen. De VVGB van 19 december 2013 is inderdaad middels intern salderen vergund ten opzichte van de referentiesituatie ten tijde van de aanwijsdatum. Omdat sprake was van intern salderen ten opzichte van de referentiesituatie was geen passende boordeling noodzakelijk. De referentiesituatie ten tijde van de aanwijsdatum dient in dit geval gezien te worden als een ‘passende beoordeling’ omdat deze situatie toegestaan was voordat de natuurgebieden aangewezen werden. Voor onderhavig initiatief is het niet noodzakelijk om een passende beoordeling te maken. In paragraaf 5.4.1 is aangetoond dat met onderhavig initiatief sprake is van intern salderen ten opzichte van de VVGB van 19 december 2013.

Hiermee is automatisch ook sprake van intern salderen ten opzichte van de referentie situatie ten tijde van de aanwijsdatum. Derhalve wordt onderhavig initiatief gezien als voortzetting van een ander project. Het is juist dat voor een plan een andere referentiesituatie geldt als voor een project. Echter is het op basis van vaste jurisprudentie toegestaan om projecten één-op-één in te passen in een bestemmingsplan. De situatie zoals deze is toegelicht en berekend in paragraaf 5.4.1 wordt één-opéén ingepast. Derhalve is het niet noodzakelijk om een passende beoordeling op te stellen.

22.09838

7

8.3. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

4. Ambtshalve wijzigingen Tijdens de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag, is naar voren gekomen dat we het bestemmingsplan op de volgende onderdelen aanpassen. Inhoudelijke wijzigingen staan hieronder omschreven. Daarnaast zijn enkele taalkundige en ondergeschikte omissies hersteld die geen inhoudelijke verandering van het plan met zich meebrengen. Milieuaanpassingen Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn aanpassingen doorgevoerd in de geur-, fijnstofen ammoniakberekeningen. De aanpassingen zijn mede vanwege de ingediende zienswijze, maar deze zijn ook aangepast naar aanleiding van een ingediende zienswijze op een los van deze procedure lopende milieuaanvraag en ook naar aanleiding van los van deze procedure de uitspraak van de Rechtbank Oost-Nederland met betrekking tot de verleende Wnb-vergunning voor onderhavig initiatief. In de toelichting worden aanpassingen doorgevoerd in paragraaf 5.4.1, 6.2, 6.3 en 6.4. Op basis hiervan zijn ook de bijlagen aangepast met betrekking tot geur- fijn stof- en ammoniakberekeningen, evenals de diertabel. In de regels worden aanpassingen doorgevoerd in artikel 1.107, begripsomschrijving toename stikstof. Daarnaast is artikel 3.4.3 (voorwaardelijke verplichting stikstof toegevoegd). Wateropgave Met het Waterschap De Dommel is afgesproken dat ambtshalve wijzigingen aan het bestemmingsplan worden voorgesteld.

In de toelichting is paragraaf 5.3.4. aangepast over Hydrologisch neutraal bouwen. De situatietekeningen en landschappelijke inpassingstekeningen 1 t/m 4 zijn op basis hiervan minimaal gewijzigd. Tot slot wordt aan de regels in artikel 3.4.4 sub d toegevoegd en aan artikel 4.4.2. wordt sub b toegevoegd. Dit gaat over een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie van watercompensatie. Nieuwe Interim omgevingsverordening provincie Op 15 april 2022 is een nieuwe Interim Omgevingsverordening (IOV) van de provincie Noord-Brabant in werking getreden. De aanpassingen die in de IOV zijn gedaan, hebben geen beperkende werking op deze planontwikkeling. In het bestemmingsplan is in de toelichting aandacht besteed aan de inwerkingtreding hiervan.

5. Aanpassingen De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan “Buitengebied, Schepersweijer 4a & Wolfsven 1 Reusel” met de volgende wijzigingen vast: 5.1 Toelichting Aangepast in de toelichting: Paragraaf 4.2.2 – Interim omgevingsverordening; Paragraaf 5.3.4 – Waterparagraaf, hydrologisch neutraal bouwen; Paragraaf 5.4.1 – Natuur, gebiedsbescherming; Paragraaf 6.2 – Milieueffectrapportage; Paragraaf 6.3 – Geur; Paragraaf 6.4 – Fijn stof. Bijlagen ten aanzien van geur-, fijnstof- en ammoniakberekeningen en diertabel. 5.2 Planregels Toegevoegd in de regels: Artikel 1.107 begrip “toename van stikstofemissie”; Artikel 3.4.1 sub i, tabel met dieraantallen; Artikel 3.4.3 voorwaardelijke verplichting stikstof; 22.09838

8

-

Artikel 3.4.4 sub d maatregelen compenserende waterberging; Artikel 4.4.2 sub b maatregelen compenserende waterberging.

5.3 Verbeelding N.v.t.

Reusel, 5 juli 2022

22.09838

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=7db1a574-08b6-4f82-883b-7d4b1d988e49