[22.09342] - Jaarstukken 2021
Tekst van het document
Datum 5 juli 2021 Bezoekadres Gemeente Reusel-De Mierden Kerkplein 3 5541 KB Reusel Postadres Postbus 11 5540 AA Reusel Inlichtingen Telefoon 0497-650650 Email: gemeente@reuseldemierden.nl
Corsa 22.09342
1
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ........................................................................................................................................... 3 1.
Inleiding ................................................................................................................................................ 5
2.
Paragrafen ............................................................................................................................................ 7
2.1.
Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 7
2.2.
Lokale heffingen ................................................................................................................................ 9
2.3.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 12
2.4.
Financiering ..................................................................................................................................... 20
2.5.
Verbonden partijen .......................................................................................................................... 23
2.6.
Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................................... 32
2.7.
Grondbeleid ..................................................................................................................................... 34
2.8.
COVID-19 ........................................................................................................................................ 39
3.
Programma's……..…………………………………………………………………………………………..42
Programma 0. Bestuur en ondersteuning ..................................................................................................... 42 Programma 1. Veiligheid ............................................................................................................................... 51 Programma 2. Verkeer en vervoer ................................................................................................................ 55 Programma 3. Economie .............................................................................................................................. 59 Programma 4. Onderwijs .............................................................................................................................. 65 Programma 5. Sport, cultuur en recreatie ..................................................................................................... 67 Programma 6. Sociaal Domein ..................................................................................................................... 72 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ................................................................................................... 80 Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, stedelijke vernieuwing (VHROSV) ........................ 87 4.
Balans met toelichting ...................................................................................................................... 92
4.1.
Balans .............................................................................................................................................. 92
4.2.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen .................................................................................... 104
5.
Overzicht van baten en lasten ........................................................................................................ 106
6.
Verantwoording Wet normering topinkomens (WNT) .................................................................. 112
7.
Schatkistbankieren .......................................................................................................................... 114
8.
SiSa-bijlage....................................................................................................................................... 116
2
Aanbiedingsbrief Met deze jaarstukken legt het college van burgemeester en wethouders inhoudelijk en financieel verantwoording af over het boekjaar 2021. Het jaar 2021 is een jaar dat voor een heel belangrijk deel beheerst werd door de coronapandemie. In de aanbiedingsbrief bij de jaarrekening 2020 schreven we dat de pandemie nog niet voorbij was, maar dat “de eerste kleinere en grotere lichtpuntjes” opdoemden. We kennen inmiddels de realiteit en die bestond erin dat 2021 nog heel sterk beheerst is door corona. Nu we al een eindje op weg zijn met het jaar 2022 denken we opnieuw dat we het ergste wel hebben gehad; de beperkende en beschermende coronamaatregelen zijn nagenoeg allemaal afgeschaft. Maar deze constatering doen we vanuit het besef dat het altijd weer kan omslaan. Laten we hopen dat we het coronaspook écht achter ons kunnen laten, zodat mensen weer “gewoon” kunnen leven zonder vreemde beperkingen maar vooral ook zonder angst om besmet te worden en daar ernstig ziek van te worden. Net als eens jaar geleden kijken we met deze jaarstukken dus weer terug op een buitengewoon jaar met zaken die we liefst zo snel mogelijk vergeten, maar ook met veel zaken waar we met trots op terug kunnen kijken. Een jaar met buitengewone beperkingen voor vrijwel iedereen en een jaar met buitengewone inzet, creativiteit en doorzettingsvermogen van heel veel mensen en organisaties.
Met de constatering dat 2021 een jaar was met vele pluspunten en minpunten, komen we aan de zakelijkheid rondom de jaarstukken. Ook daarin zien we plus- en minpunten. Zaken die we niet hebben kunnen uitvoeren -door corona of om andere redenen- en zaken we extra hebben moeten doen of min of meer gewoon door hebben kunnen laten lopen. En bij jaarstukken vertaalt dat alles zich altijd in een financieel saldo van de jaarrekening. Dat saldo bedraagt over 2021 € 1,9 miljoen en dat is ruim € 2,3 miljoen hoger dan was geraamd. Zo’n € 1 miljoen betreft zaken die in 2021 niet zijn c.q. konden worden uitgevoerd en waarvoor voorgesteld wordt de bijbehorende budgetten over te hevelen naar 2022 en deels naar 2023 en 2024. Overheveling van die budgetten is nodig om de betreffende taken alsnog uit te kunnen voeren. Meevallers liggen verder vooral bij de algemene uitkering (€ 670.000), vrijval Appa-voorziening (€ 228.000), tussentijdse winstnemingen grondexploitaties (€ 531.000) en een gunstig resultaat uit afgesloten anterieure overeenkomsten (€ 391.000). Tegenvallers zijn te noteren bij ophoging van de verliesvoorziening grondexploitaties voor Kleine Hoeven (€ 249.000) en Hart van Reusel (€ 488.000). De verschillen zijn in de voorliggende jaarstukken in de programma’s en in de verschillenverklaring bij de staat van baten en lasten verder toegelicht.
Concluderend kunnen we stellen dat er ook in 2021 weer veel is gepresteerd. Er is veel werk verzet en dat is zeker niet de verdienste van alléén de gemeente. Immers, voor veel taken werken we samen met tal van partners en kunnen we steunen op actief meedenken en meedoen door burgers en vertegenwoordigers van instellingen en verenigingen. Samen Doen is niet zomaar een kreet maar steeds meer een basisvoorwaarde om zo optimaal mogelijke resultaten te bereiken. Daarvoor is er een gemeentebestuur nodig, een ambtelijke organisatie, maar vooral ook inwoners, verenigingen, bedrijven en allerlei maatschappelijke organisaties. Wij zijn apetrots op al die hulp en medewerking die we langs die weg krijgen. Dank daarvoor !
Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, R.P.B.M. Brekelmans, A.J.M.H. van de Ven, Secretaris. burgemeester.
3
4
1.
Inleiding
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de paragrafen, zoals die op basis van het Bbv voorgeschreven zijn. Deze paragrafen geven op een aantal belangrijke thema’s een soort van dwarsdoorsnede. In deze jaarrekening is daar een extra paragraaf aan toegevoegd met betrekking tot Covid-19. De verspreid over de programma’s opgenomen informatie is in deze paragraaf samengevoegd zodat zoveel mogelijk een integraal beeld over dit onderwerp gegeven wordt. In hoofdstuk 3 wordt per programma de beleidsmatige programmaverantwoording gegeven (feitelijk het jaarverslag) met daarbij ook per programma de financiële analyse (de jaarrekening). Op deze wijze worden inhoud en financiën met elkaar verbonden en wordt per programma aangegeven wat we gedaan hebben met de voornemens zoals die in de programmabegroting 2021 waren aangekondigd en wat dat gekost heeft. In de financiële staatjes is getracht op een zo beknopt mogelijke wijze inzicht te bieden in de over- en onderschrijdingen. Tekstueel is daarbij nog een korte omschrijving gegeven ter verklaring van de verschillen. Elk programma bevat ook de wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren, welke zijn vermeld op basis van de meest actueel beschikbare informatie. De gegevens voor deze indicatoren moeten geput worden uit beschikbare openbare bronnen (zoals de website waarstaatjegemeente.nl).
Die bronnen bieden in lang niet alle gevallen de informatie uit 2021, hetgeen jammer is omdat daardoor de waarde van de indicatoren afneemt. Het is niet de bedoeling dat gemeenten eigen gegevens in de plaats van de gegevens uit de openbare bronnen gaan zetten omdat dan de vergelijkbaarheid van de verplichte indicatoren niet meer geborgd is. Hoofdstuk 4 bevat de balans met de daarbij behorende toelichting. In hoofdstuk 5 vindt u het overzicht van baten en lasten waaruit het rekeningresultaat voortvloeit. Bij de bepaling van het resultaat wordt onderscheid gemaakt in het resultaat uit de zuivere exploitatie en het resultaat na onttrekkingen uit of toevoegingen aan reserves. Natuurlijk is ook een verschillenanalyse op hoofdlijnen opgenomen. In de hoofdstukken 6 t/m 8 zijn een aantal verplichte verantwoordingen opgenomen, te weten de verantwoording in het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT), de verklaring op grond van de Wet schatkistbankieren en de Sisa-verantwoording. Sisa staat voor Single Information Single Audit en via deze verantwoording wordt tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een aantal specifieke uitkeringen die we ontvangen hebben van andere overheidsorganen (rijk, provincie, gemeenschappelijke regelingen). Tot slot is het van belang te vermelden dat in de jaarrekening wordt gewerkt met afrondingen op meervouden van € 1.000.
Daardoor kunnen er afwijkingen optreden in tellingen en vergelijkingen. Verschillen tot zo’n € 3.000 worden veelal door dit soort afrondingen veroorzaakt.
5
6
2.
Paragrafen
2.1. Bedrijfsvoering 2.1.1. Inleiding Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze vorm krijgt. In deze paragraaf geven we inzicht in wat er in 2021 is gebeurd op het gebied van bedrijfsvoering. Belangrijke ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn: • Versterken van de bestuurskracht; • Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie; • Verbeteren van de communicatie; • Adequate en zorgvuldige dienstverlening; • Financiële huishouding gemeente blijvend op orde. 2.1.2. Versterken van de bestuurskracht Als kleine gemeente blijft de zeggenschap in de regio en richting provincie en Rijk beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie en het Rijk. Daarnaast werken we zoveel mogelijk samen op gebieden waar dit de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners ten goede komt.
Dit is gebaseerd op drie pijlers: kwaliteit, efficiency en het voorkomen van kwetsbaarheid 2.1.3. Doorontwikkelen van Samen Doen De afgelopen jaren hebben we al veel zaken bereikt in het kader van Samen Doen. Er zijn al heel veel mooie voorbeelden waarbij inwoners en gemeente de handen ineen slaan en mooie doelen realiseren. In 2020 was Samen Doen voor onze organisatie al een uitdaging vanwege de beperkende maatregelen door corona. Helaas is dit ook in het hele jaar 2021 van toepassing geweest. Daar waar we normaal gesproken veel fysieke activiteiten in grote groepen organiseerden of persoonlijk bij mensen op bezoek gingen, maakten de Coronamaatregelen ook dit afgelopen jaar vrijwel niet mogelijk. Het bleef voor onze medewerkers zoeken naar goede digitale, telefonische of schriftelijke mogelijkheden om toch op een goede manier invulling te blijven geven aan Samen Doen. 2.1.4. Dienstverlening In 2021 hebben we, vanwege de geldende coronamaatregelen, minder kunnen inzetten op persoonlijk contact met de inwoners. Wel hebben we voortdurend aandacht voor de visie op dienstverlening en het onderschrijven van het belang hiervan. Het nieuwe meldingensysteem is volop in bedrijf en we attenderen de inwoners op het gebruik van dit systeem. 2.1.5. Verbeteren van de zichtbaarheid In 2021 hebben we de ingeslagen weg om de diverse doelgroepen via eigen kanalen te bereiken voortgezet.
Naast de analoge publicaties in bijvoorbeeld D’n Uitkijk hebben we ingezet op het uitbreiden van onze communicatie via de digitale kanalen. Hiervoor werken we voortdurend aan het bijhouden en verder verbeteren van onze gemeentelijke website en zijn we actiever aan het communiceren via onze social media kanalen (LinkedIn, Instagram en Facebook). 2.1.6. Digitalisering In 2021 hebben we de documentenstroom verder gedigitaliseerd. Er zijn voorbereidingen getroffen om vanaf 1 januari 2022 te starten met het opbouwen van een digitaal archief. Hierdoor zijn we in staat om stukken die voor altijd bewaard moeten worden digitaal over te dragen aan het regionaal historisch centrum Eindhoven. Daar kunnen inwoners de stukken dan ook digitaal opvragen en inzien. De digitale handtekening waardoor er een totale digitale documentenstroom mogelijk is, is in 2021 technisch uitgerold. In 2022 zullen de eerste documenten ook daadwerkelijk digitaal ondertekend worden. De coronamaatregelen hebben er voor gezorgd dat we versneld digitaal zijn gaan vergaderen via MS-teams. Hierdoor zijn er geen belemmeringen meer om zowel interne als externe vergaderingen door te laten gaan. Omdat duidelijk is dat een hybride 7
werksituatie waarbij sommigen thuis werken en anderen op kantoor blijvend is, is er in 2021 onderzocht hoe we dit het beste kunnen faciliteren. Hierbij is er besloten om twee ‘teams-rooms’ in te richten, waarbij een deel van de aanwezigen fysiek aanwezig kan zijn en een ander deel van de aanwezigen digitaal. 2.1.7. Doorontwikkeling producten beleids-/ planningscyclus In 2021 hebben we in de overleggen met de auditcommissie gesproken over de aanpassingen, voortkomend uit de behoefte van de raad, in de verschillende P&C producten. Dit heeft geleid tot verdere aanpassingen en verbeteringen. Door met elkaar hierover blijvend in gesprek te gaan werken we samen aan het continue verbeteren van de P&C producten. 2.1.8. Informatiebeveiliging en privacy Informatiebeveiliging betreft het totale pakket aan maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gemeentelijke informatiesystemen te waarborgen. Hiervoor wordt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) gebruikt, het uniforme normenkader informatiebeveiliging voor de gehele Nederlandse overheid. De gemeente werkt hierin samen met de andere Kempengemeenten, de GRSK en Kempenplus. Gezamenlijk is er in 2021 voor gekozen om een nieuw ISMS (Information Security Management Systeem) aan te schaffen.
Dit ISMS ondersteunt bij het organiseren, opzetten, beheren en optimaliseren van de informatiebeveiliging en privacy in de organisatie. Daarnaast vindt er een jaarlijkse audit plaats om te zien in hoeverre er wordt voldaan aan de BIO. Dit doen we aan de hand van ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Naast een audit op de BIO worden er in ENSIA ook controles uitgevoerd op een aantal basisregistraties en in 2021 voor het eerst ook op de WOZ (waardering onroerende zaken), op de DigiD aansluitingen, SUWI (structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) en reis- en waardedocumenten. Ter controle wordt er op de DigiD aansluitingen en op SUWI ook jaarlijks een externe audit uitgevoerd. Door deze controles houden we inzicht in de stand van zaken wat betreft informatiebeveiliging. Om het bewustzijn van medewerkers wat betreft informatiebeveiliging te vergroten is er in 2021 een online training beschikbaar gesteld. Ook is de maandelijkse nieuwsbrief ‘vrijdag visdag’ opgezet, waarmee medewerkers inzicht krijgen in manieren van phishing en worden geattendeerd op risico’s. Naast informatiebeveiliging is ook privacy een belangrijk onderdeel binnen de gemeente. Als gemeente moeten we voldoen aan de Europese privacywetgeving: de AVG.
Wanneer er wijzigingen plaatsvinden in werkprocessen of wanneer werkprocessen veel gevoelige gegevens bevatten, kan er een Data protection impact assessment (DPIA) worden uitgevoerd. Er is met onze toezichthouder, de functionaris gegevensbescherming, afgesproken om in 2021 4 DPIA’s uit te voeren. Omdat voor het voor de uitvoering van DPIA’s noodzakelijk is om in kaart te hebben hoe het proces verloopt, is er besloten om de uitvoering van de DPIA’s te koppelen aan de procesbeschrijving en is een start gemaakt met het uitvoeren van de DPIA’s. 2.1.9. Personeel & Organisatie In 2021 hebben we vanwege corona geen verdere invulling kunnen geven aan het vanuit de strategische personeelsplanning ‘Werkenik’ ontstane talentenprogramma. In digitale vorm is er wel aandacht aan besteed middels online bijeenkomsten voor alle medewerkers en dit thema is onderwerp van gesprek tijdens de goede gesprekken met medewerkers. Hieronder volgt een overzicht van de begrote en werkelijke kosten aan inhuur en salarissen in 2021. Omschrijving Salariskosten Inhuur Totaal
Begroot € 5.573.000 € 803.000 € 6.376.000
Werkelijk € 5.314.000 € 921.000 € 6.235.000
Verschil € 259.000 € -118.000 € 141.000
Op salariskosten is een voordelig verschil te zien. Dat heeft te maken met het feit dat een aantal vacatures open heeft gestaan c.q. nog steeds open staat. De praktijk wijst uit dat sommige vacatures lastig in te vullen zijn. Mede daardoor is er sprake van een overschrijding van de inhuurkosten, omdat dit soms nodig is om het werk dat geen uitstel kan lijden, toch doorgang te kunnen laten vinden. Daarnaast hebben we in 2021 een aantal langdurig zieken gehad waarvoor we hebben moeten inhuren.
8
2.2. Lokale heffingen 2.2.1. Algemeen De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van het gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in de portemonnee. Zij wensen terecht- waar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 2.2.2. Ontwikkelingen Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar. In 2021 werd de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2020. Vanaf 2017 zitten de waarden in een stijgende lijn. Sinds de aansluiting op de LV-WOZ (Landelijke Voorziening WOZ) zijn de WOZ-waarden nu openbaar voor de burgers. In 2018 zijn we gestart met het project omrekening naar gebruiksoppervlakte in plaats van m³ inhoud. Dit vergde een grote inspanning van zowel de WOZ als de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen). Inmiddels heeft voor alle woningen de omzetting van inhoud naar gebruiksoppervlakte plaatsgevonden. Vanaf het belastingjaar 2022 worden de woningwaarderingen onderbouwd op basis van de gebruiksoppervlakte.
Riolering In december 2016 heeft de gemeenteraad het VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021) vastgesteld. In het VGRP zijn beleid en bijbehorende middelen opgenomen, waarmee we deze taak uitvoeren. In het VGRP is vanuit de benodigde middelen ook een voorspelling opgenomen ten aanzien van het tarief voor de rioolheffing, rekening houdend met een zoveel mogelijk gelijkmatig verloop c.q. aanpassing van de tarieven en egalisatie van meer- of minderopbrengsten via de egalisatievoorziening. In 2021 is het tarief verhoogd van € 1,82 per m³ naar € 1,86 per m³. De tarieven voor riolering worden jaarlijks doorgerekend. In 2021 is de opbrengst van de rioolheffing 2,67% lager dan was geraamd (doordat het werkelijke waterverbruik afwijkt van het geraamde verbruik). Gerekend was op een onttrekking aan de voorziening ad € 90.010. Dat is in werkelijkheid € 108.575 geworden. Afvalstoffenheffing Het jaar 2021 laat voor het eerste in jaren een overschot zien op de afvalstoffenheffing. Deze meevaller komt vooral door hogere inkomsten uit PMD, glas en papier. Gelden die verkregen worden uit de afvalstoffenheffing moeten beschikbaar blijven voor dat doel. Daarom wordt het verschil tussen de baten en de lasten (plus BTW en overhead) gestort in de voorziening afvalstoffenheffing.
Over 2021 gaat het om een storting van € 43.243, hetgeen ook de actuele stand van de voorziening is, want de voorziening was leeg. De voorziening kan gebruikt worden om eventuele tegenvallers in de toekomst op te vangen. Leges De kostendekkendheid van de legestarieven wordt jaarlijks gevolgd. Tevens wordt er nadrukkelijker gekeken of alles wat doorberekend kan worden ook daadwerkelijk via de leges wordt verhaald. Het is niet toegestaan dat de gemeente winst maakt op groepen van samenhangende legesopbrengsten. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. In 2020 is een onderzoek gestart inzake de kostendekkendheid van leges. Dat onderzoek heeft inmiddels tot een eindrapport geleid, waarin vooral een methodiek is ontwikkeld om de kosten en opbrengsten eenduidig in beeld te brengen en te monitoren. Deze systematiek zal worden toegepast bij de legesverordening die in werking treedt bij de invoering van de Omgevingswet. 2.2.3. Beleid en tariefstelling De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Daarnaast zijn de gemeentelijke belastingen en heffingen de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt.
De tarieven zijn dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met de inflatiecorrectie, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. Door incidentele oorzaken kunnen de werkelijke lasten en baten afwijken, waardoor ook de kostendekking anders uitvalt.
9
2.2.4. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting De toeristenbelasting is in 2021 verhoogd van € 1,57 naar € 1,60 per persoon per nacht. Qua inkomsten zijn de gevolgen van de coronapandemie hier zichtbaar. Voor de forensenbelasting hanteren we hetzelfde stijgingspercentage als bij de toeristenbelasting. Het tarief is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde (in 2021 0,704%). 2.2.5.
De belangrijkste tarieven
OZB OZB woningen eigenaar OZB niet-woning eigenaar OZB niet-woning gebruiker Afvalstoffenheffing Vastrecht 140 liter GFT 240 liter GFT 30 liter gemeentelijke tariefzak Rioolheffing Toeristenbelasting Woonforensenbelasting
2020
2021
Heffingsmaatstaf
0,1158% 0,2325% 0,1407%
0,1103% 0,2376% 0,1425%
% van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde
€ 112,80 € 2,15 € 3,70 € 3,05 € 1,82 € 1,57 0,715%
€ 98,64 € 2,20 € 3,75 € 3,10 € 1,86 € 1,60 0,704%
per jaar per lediging per lediging per zak per m³ per persoon per nacht % van de WOZ-waarde met een maximum van €1.270,-
2.2.6. Belastingdruk Lokale lastendruk 2021 per huishouden In de begroting of in het raadsvoorstel inzake de belastingtarieven wordt op basis van aannames een berekening gemaakt van de gemiddelde lokale lastendruk per huishouden. In de jaarrekening kan dat nu afgezet worden tegen werkelijke aantallen. In het raadsvoorstel RA20.066 (d.d. 15-12-2020) met betrekking tot de belastingtarieven 2021 is gerekend met de volgende gegevens: OZB: gemiddelde woningwaarde € 316.000, tarief eigenaren 0,1103%; Afval: 6,6 GFT-ledigingen à € 2,20 + 3 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 98,64; Riool: 131 m³ waterverbruik à € 1,86. De werkelijke gegevens over 2021 zijn: OZB: gemiddelde woningwaarde € 319.000, tarief eigenaren 0,1103%; Afval: 7,4 GFT ledigingen à € 2,20+ 2,75 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 98,64; Riool: 131,4 m³ waterverbruik à € 1,86 Dat alles geeft het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Gemiddelde belastingdruk per huishouden
Bedragen in €
Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal per huishouden
Raming 2021 € 348,55 € 121,84 € 243,66 € 714,05
Werkelijk 2021 € 351,86 € 123,45 € 244,40 € 719,71
2.2.7. Kwijtschelding Als de belastingplichtige en eventuele partner samen een netto besteedbaar inkomen hebben op bijstandsniveau en er weinig vermogen is, komt deze mogelijk in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Voor de bepaling van inkomen en vermogen is wettelijk bepaald wat meegenomen moet worden. Of men daadwerkelijk in aanmerking komt voor (gedeeltelijke) kwijtschelding hangt dus af van de persoonlijke situatie. Het netto besteedbaar inkomen mag niet meer bedragen dan de kosten van bestaan.
10
De volgende beleidskeuzes zijn gemaakt voor het beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken: Alleen kwijtschelding te verlenen voor onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing aan niet-ondernemers. De kwijtschelding voor de kosten van het ledigen van GFT-containers is gemaximeerd op 5 ledigingen per jaar; De kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden zijn gesteld op 100% van de netto AOW-bedragen; De kosten van bestaan van niet-AOW-gerechtigden zijn gesteld op het maximum, te weten: 100% van de bijstandsnorm; De netto kosten kinderopvang worden meegenomen als uitgaven voor de bepaling van het nettobesteedbaar inkomen. In 2021 is voor € 24.005 aan kwijtschelding verleend, wat iets hoger is dan 2020 (€ 22.400). 2.2.8. Inkomsten uit belastingen en heffingen De inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen in 2021 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Als vergelijkingscijfer staat ook de opbrengst in 2020 vermeld. Verschillen tussen ramingen en werkelijke opbrengsten zijn in de programma’s toegelicht. Belastingsoort Onroerende zaakbelastingen
Bedragen in €
Rekening 2020
Begroting 2021
Rekening 2021
2.837.000
2.889.000
2.874.000
Toeristenbelasting
104.000
182.000
149.000
Woonforensenbelasting
35.000
26.000
40.000
Leges omgevingsvergunningen
450.000
451.000
559.000
Leges bestemmingsplannen Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.) Afvalstoffenheffing
22.000
72.000
49.000
170.000
164.000
205.000
Rioolheffing Marktgelden Totaal
710.000
725.000
662.000
1.257.000
1.400.000
1.362.000
32.000
37.000
28.000
5.617.000
5.946.000
5.928.000
11
2.3. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 2.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen: Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8); Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a.
Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31-12-2021 is (inclusief het saldo van deze jaarrekening en rekening houdend met de voorgestelde overhevelingen): - Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 3.535.200 - Vrij besteedbaar € 6.638.718 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. Daarom zijn de gekwantificeerde risico’s ad € 1.964.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van € 3.535.200. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten min of meer gezien worden als verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover). Daarom nemen we die niet mee in de berekening. De raad is overigens te allen tijde bevoegd om de bestemming van reserves aan te passen. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 50.000, bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten. Ad c.
Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moeten de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. De meest recente factor daarvoor bedraagt 0,1800% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor ReuselDe Mierden van afgerond € 1,03 miljoen. Ad d. Begrotingsruimte Niet van toepassing bij de jaarrekening. Het jaarrekeningsaldo is meegerekend bij de algemene reserve.
12
Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven: Object Oppervlak Boekwaarde Aanduiding boekwaarde Waarde Basis waardeberekening Verschil Landbouwgrond, geliberaliseerde pacht 36,4 ha € € 3.094.000 364.000m² x € 8,50 € 3.094.000 Landbouwgrond, vaste pacht 102,7 ha € € 4.364.750 1.027.000 m² x € 8,50 x 0,5 € 4.364.750 Bossen, visvijver, landschapelementen 950 ha € € 8.075.000 9.500.000 m² x 0,85 € 8.075.000 Gemeentehuis/bibliotheek € 2.008.022 Boekwaarde 31-12-2020 € 3.212.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.203.978 Gemeentewerf € Boekwaarde 31-12-2020 € 464.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 464.000 Sportzaal Den Houtert Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2020 € 676.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 676.000 Sporthuis Reusel € 2.087.237 Boekwaarde 31-12-2020 € 2.370.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 282.763 Brede School Plus Lage Mierde (Opstap+Ster) € 2.323.347 Boekwaarde 31-12-2020 € 2.800.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 476.653 Basisschool De Akkerwinde Hooge Mierde € 508.201 Boekwaarde 31-12-2020 € 1.330.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 821.799 Basisschool St.
Clemens Hulsel € 3.533 Boekwaarde 31-12-2020 € 584.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 580.467 Basisschool De Torelaar Reusel € 282.750 Boekwaarde 31-12-2020 € 1.220.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 937.250 Basisschool De Leilinde Reusel € 1.540.736 Boekwaarde 31-12-2020 € 3.010.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.469.264 Basisschool De Klimop Reusel € 1.169.837 Boekwaarde 31-12-2020 € 1.380.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 210.163 CC De Kei Reusel € 52.159 Boekwaarde 31-12-2020 € 788.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 735.841 Brandweerkazerne Reusel € 145.417 Boekwaarde 31-12-2020 € 340.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 194.583 Sportpark Den Hoek Reusel € 553.185 Boekwaarde 31-12-2020 € 2.493.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.939.815 Sportpark De Leeuwerik Hooge Mierde € 201.490 Boekwaarde 31-12-2020 € 590.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 388.510 Sportpark D'n Daalacker Lage Mierde € 29.069 Boekwaarde 31-12-2020 € 635.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 605.931 Sportpark 't Kantje Hulsel € 59.416 Boekwaarde 31-12-2020 € 549.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 489.584 Gildeterrein Broekkant Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2020 € 179.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 179.000 Woning Sportpark 1 Reusel € Boekwaarde 31-12-2020 € 399.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 399.000 Kinderdagverblijf Dooleg Reusel € 126.944 Boekwaarde 31-12-2020 € 294.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 167.056 Terrein voormalige werf Denestraat € Boekwaarde 31-12-2020 € 94.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 94.000
Gronden Kleine Hoeven voormalige fase 2 € 850.000 Boekwaarde 31-12-2020 € 850.000 taxatie 2017 € € 11.941.341 € 39.790.750 € 27.849.409
De stille reserves hebben dus een omvang van afgerond € 27,8 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). Dat neemt niet weg dat in relatie tot de capaciteit om onverhoopte tegenvallers op te vangen de stille reserve wel een betekenis hebben. 2.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig.
Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moeten worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op de ervaringen ter zake achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden.
Grondexploitatie / Bestemmingsplannen Op grond van artikel 6.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening bestaat de mogelijkheid dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed. Hiervoor zijn geen specifieke middelen 13
gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie. Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De aanhoudende coronacrisis zorgt wel voor iets meer onzekerheid, maar we zien dat nog niet terug in de vraag. De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s als extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d..
Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval. De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal
€ € € €
44.000 174.000 639.000 857.000
Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz.. De risico’s zijn dan groter. De nu actieve grondexploitaties zijn zover gevorderd dat daarin geen grondverwerving meer hoeft plaats te vinden, bouwrijp maken al achter de rug is en zelf woonrijp maken deels al heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de risico’s afgenomen. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen.
Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste: GGD Brabant-Zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) KBP (Kempisch Bedrijven Park) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant) BeneGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Huis van de Brabantse Kempen Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook al zijn samenwerkingen vrijwillig, kunnen er wel ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden.
Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden. Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen.
14
Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. En de ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente.
Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen. De meest recente gegevens (begrotingen 2022), afgerond op € 1.000 wat dat betreft zijn:
GGD Brabant-zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) KBP (Kempisch Bedrijven Park) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Huis van de Brabantse Kempen Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost TOTAAL
€ 483.000 € 3.202.000 € 186.000 € 835.000 € 3.273.000 € 236.000 €0 € 83.000 € 1.000 € 20.000 € 3.000 € 8.322.000
We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 8.322.000 = € 208.000 (afgerond). Omgevingswet De invoering van de nieuwe Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. Als datum voor inwerkingtreding geldt nu 1 januari 2023. Zowel in de begroting van organisaties als ODZOB, VRBZO, GGD en GRSK als in onze eigen begroting is rekening gehouden met extra lasten als gevolg van de Omgevingswet. Wij achten het niet nodig om daarop aanvullend nog extra risico’s in te calculeren. GRSK Voor de GRSK is van belang dat in het kader het traject “Opnieuw verbinden” een heroriëntatie plaatsvindt op de samenwerking binnen de Kempengemeenten. Dat gaat zeker tot veranderingen leiden. Wat daarvan de financiële gevolgen zijn, is nu nog niet te zeggen. Wel is het aannemelijk dat dat frictiekosten zullen ontstaan als zaken anders georganiseerd gaan worden. Het is lastig om daar dan een bedrag aan te hangen, maar vooralsnog sluiten wij aan bij een risicobedrag van € 300.000, zoals we dat ook in voorgaande P&C-documenten hebben genoemd. KempenPlus Als gevolg van de fraudezaak is de vermogenspositie van KempenPlus minder dan eerder werd aangenomen. De nasleep van die fraudezaak heeft echter ook geleid tot vertraging in de opstelling en vaststelling van jaarrekeningen van KempenPlus.
Het risico bestaat dat, zodra de achterstanden zijn ingelopen, blijkt dat de aanwezige reserves van KempenPlus onvoldoende is in relatie tot de risico’s die voor KempenPlus gelden (weerstandsvermogen). Dat zou kunnen leiden tot een bijstortingsplicht. Er zijn berekeningen gemaakt, waarin verschillende varianten zijn doorgerekend, waarvan de uitkomsten variëren afhankelijk van de daarbij toe te passen verdeelsleutel. Als bijstorting nodig zou zijn, dan zou het effect voor Reusel-De Mierden naar schatting variëren tussen van € 239.000 tot € 324.000. Ondanks het feit dat in de voorlopige jaarrekening van 15
KempenPlus wordt ingeschat dat geen bijstorting nodig is, houden wij vooralsnog rekening met het hoogste bedrag. Het totale risico in relatie tot verbonden partijen komt daarmee op € 208.000 + € 300.000 + € 324.000 = € 832.000. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens. Informatie moet beschikbaar, integer en vertrouwelijk zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen verlagen we het risico op beveiligingsincidenten en beperken we mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening, in de vorm van het risico op imago- en financiële schade. De hoogte van mogelijke, niet verzekerde, financiële schade is op voorhand uitermate moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van het optredende risico en het tijdsverloop, zeer divers zijn. Als we kijken naar wat er de afgelopen tijd in Nederland is voorgevallen in overheidsland, dan kunnen daar indicaties uit afgeleid worden: - hack gemeente Hof van Twente: kosten € 3,9 miljoen; - hack gemeente Lochem: kosten € 200.000 (veel lagere kosten dan Hof van Twente omdat Lochem in tegenstelling tot Hof van Twente niet alle gegevens kwijt was); - boete gemeente Enschede vanwege wifitracking: € 600.000.
Verder zijn er relatief kleinere boetes opgelegd vanwege privacyschendingen of het niet melden van een datalek. Dan gaat het om bedragen van € 500 tot € 7.500, welke in het kader van deze paragraaf niet substantieel zijn. De kans op een hack zoals bij Hof van Twente of Lochem wordt ingeschat op 1 gemeente in Nederland per jaar. Dat hangt echter ook af van de mate waarin gemeenten hun beveiliging op orde hebben. Wij zijn van mening dat wij het beveiligingsniveau beter op orde te hebben dan Hof van Twente destijds. Maar de wereld verandert vrijwel dagelijks, zowel op het gebied van de bedreigingen als op het gebied van beveiliging. Daarom richten wij ons vooral op preventieve acties. Kijkend naar de bovenstaande risico-indicaties zou een weerstandsbedrag van € 11.000 berekend kunnen worden (€ 3,9 miljoen gedeeld door 344 gemeenten). Dat komt erg laag over. Mede omdat er een grote variëteit zit in de bedreigingen en de daaraan verbonden kosten, gaan wij uit van een weerstandsbedrag van € 50.000. Het afgelopen jaar zijn verschillende maatregelen uitgevoerd om de technische en organisatorische beveiliging te ondersteunen. Omdat menselijk handelen van de medewerkers een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook het bewustzijn voor informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten.
Hierbij is gebruik gemaakt van online training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het aanspreken op onveilig gedrag. Ook is er een wachtwoordenkluis beschikbaar gesteld om het gebruik van sterkere wachtwoorden te stimuleren. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen. Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2021 € 29 miljoen. De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2021 bijna € 113 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen.
In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Er is geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties.
16
Claims Attero i.v.m. aanbod brandbaar huishoudelijk afval Voor de periode 1-2-1997 t/m 1-2-2017 hebben de 6 Brabantse gewesten (vertegenwoordigd door de Vereniging van Contractanten (VvC)), namens de Brabantse gemeenten, een overeenkomst gesloten met Afvalsturing Brabant (nu: Attero) voor de verwerking van huishoudelijk restafval. Daarbij is o.a. afgesproken dat de Brabantse gemeenten jaarlijks tenminste 510 kiloton (de volumeplicht) restafval ter verwerking (verbranding) aan moeten leveren. Omdat het afvalbeleid steeds meer gericht is op het terugdringen van de hoeveelheid restafval, werd in 2011 voor het eerst niet meer aan die volumeplicht voldaan. Dat is voor Attero reden geweest om aan de Brabantse gewesten een naheffing op te leggen wegens het niet nakomen van de volumeverplichting over de periode 2011 t/m 2014. In een arbitraal eindvonnis heeft het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) Attero m.b.t. die naheffing in het ongelijk gesteld. Deze kwestie was hiermee afgedaan. Voor de jaren 2015, 2016 en januari 2017 (einde contractperiode) heeft Attero een nieuwe naheffing opgelegd voor het niet nakomen van de volumeplicht. Tot veler verrassing heeft het NAI in een eindvonnis nu Attero in het gelijk gesteld. Het NAI heeft geoordeeld dat, in tegenstelling tot de jaren 2011-2014, de Brabantse gewesten en gemeenten verplicht zijn een naheffing te betalen voor de minderlevering.
Naar aanleiding hiervan is de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. De uitspraak van deze vernietigingsprocedure heeft plaatsgevonden en was in het voordeel van de gewesten c.q. de gemeenten. Tegen deze uitspraak is Attero in cassatie gegaan. Dat betekent dat die uitspraak weer afgewacht moet worden. Maar wij zijn gesterkt in ons vertrouwen op een goede afloop. Dat betekent dat wij geen rekening houden met weerstandsvermogen in deze casus. Sociaal domein Voor de uitvoering van de Jeugdzorg en de Wmo (begeleiding) zijn de uitkeringen van het Rijk op basis van de circulaires van het gemeentefonds een gegeven. Voor de Wmo zorgt het abonnementstarief voor de eigen bijdragen voor een aanzuigende werking op de vraag. Op de ontwikkeling van de kosten van met name Jeugdzorg is de invloed van de gemeenten niet altijd voldoende groot. Hoewel er zowel vanuit het Loket van A tot Z als vanuit het CJG+ een sterke inzet is op preventie van (dure) zorgkosten, is dat niet altijd door de gemeente te beïnvloeden. Vanuit bijv. de huisartsen en rechtbanken is er een zelfstandige verwijsbevoegdheid van jeugdigen naar zorgaanbieders.
Hoewel het de voorkeur heeft om alle zorgvragen via het CJG+ te laten verlopen, is dat in de praktijk soms anders, ondanks het feit dat de contacten met huisartsen en andere partijen zo goed mogelijk onderhouden worden (inmiddels voor alle partijen gereguleerd en vereenvoudigd door digitale uitwisseling). Ook de min of meer toevallige noodzaak van een of meer dure zorgtrajecten kan een grote invloed hebben op het kostenpatroon. Er is dan ook sprake van een open-eind systeem, waaraan in de kostensfeer risico’s zijn verbonden. Wij ramen 50% kans op € 250.000 aan extra kosten. Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen al geruime tijd tal van ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Daarbij zullen sommige ondernemers zich benadeeld voelen door de nieuwe regelgeving en proberen dat nadeel gecompenseerd te krijgen door daartoe claims in te dienen. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor dat soort claims zal zijn en om hoeveel gevallen het zou kunnen gaan.
Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden. Op basis van min of meer vergelijkbare toegekende schadevergoedingen kan een gemiddelde schade van circa € 65.000 per casus berekend worden. Vooralsnog maken wij een inschatting op 2 casussen per jaar, waarvoor naast de schadevergoedingen ook afhandelingskosten worden gemaakt. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 150.000. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn. De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat recent gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de wachtgeldverplichting.
Die duur is meestal redelijk nauwkeurig te bepalen, 17
maar kan onzeker worden als zich zaken voordoen als arbeidsongeschiktheid tijdens de wachtgeldperiode. Daardoor kan de wachtgeldverplichting langer doorlopen, terwijl de tijd dan moeilijk in te schatten is. De gemeente Reusel-De Mierden heeft één doorlopende wachtgeldverplichting vanwege arbeidsongeschiktheid. Op basis van nu bekende gegevens is de duur ingeschat. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden. Covid-19 Voor zover er concrete cijfers zijn die direct te relateren zijn aan de Covid-19 crisis, zijn deze in deze jaarrekening verwerkt. Het lijkt erop dat het niet nodig is om in relatie tot deze pandemie specifiek weerstandsvermogen aan te houden. Daarmee is niet gezegd dat er geen structurele gevolgen zullen zijn, maar het zal niet mogelijk zijn om die gevolgen en de financiële vertaling daarvan één-op-één te linken aan de pandemie. Deze kosten zullen dan zich dan ook in combinatie met alle andere ontwikkelingen vertalen in toekomstige ramingen. 2.3.4. Resumé risicobedragen Samenvatting beschreven risico
Benodigde weerstand
Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Sociaal domein Intensieve dierhouderij Totaal
857.000 832.000 125.000 150.000 1.964.000
(Bedragen in €)
Zoals eerder in deze paragraaf (onder 2.3.2) is aangegeven is voor dit risico een deel van de algemene reserve afgezonderd. Voor dat afgezonderde deel worden de gekwantificeerde risico’s ad € 1.964.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8. Buiten het op deze wijze berekende afgezonderde deel van € 3.535.200 bedraagt het vrij besteedbare deel van de algemene reserve per 31-12-2021 € 6.638.718 (inclusief resultaat 2021 en rekening houdend met de voorgestelde overhevelingen). 2.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden: Kengetal Rekening Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2021 2021 Netto schuldquote 45,1% 37,5% 88,2% 35,1% Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle 44,1% 37,5% 88,2% 35,1% verstrekte leningen Solvabiliteit 40,6% 42,6% 25,3% 42,3% Grondexploitatie 35,0% 22,9% 70,9% 50,1% Structurele exploitatieruimte n.v.t. 0% 0,8% n.v.t. Belastingcapaciteit 99,9% 97,3% 92,57% 88,7% Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie.
Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger.
18
Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, dan zien we bij alle kengetallen dat deze in de lijn liggen met de cijfers 2020. Er zitten wel aanmerkelijke verschillen tussen begroting 2021 en rekening 2021. Daarbij moet opgemerkt worden dat de ramingen van de kengetallen 2021 gebaseerd zijn op gegevens van medio 2020, terwijl we nu gegevens hebben van ruim 1½ jaar later. Bij de grondexploitaties zien we in het kengetal terug dat we inmiddels een nieuwe grondexploitatie hebben in Hulsel, terwijl voor de grondexploitaties Hart van Reusel en Kleine Hoeven een hogere verliesvoorziening wordt geraamd. Deze ontwikkelingen leiden tot een hoger kengetal grondexploitatie.
19
2.4. Financiering 2.4.1. Algemeen De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico; het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen volgens het Treasurystatuut. 2.4.2. Treasury en renteontwikkeling Er is op dit moment nog steeds sprake van een ongekend lage rente op aan te trekken financieringsmiddelen. Dat geldt zowel voor de langlopende geldleningen als voor kort geld. Met behulp van een prognose van onze geldstromen kunnen we onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk afdekken, waardoor we optimaal profiteren van de huidige lage rentestand. Het Bbv maakt onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten).