[22.01033] - Startnotitie aanvulling-herziening Omgevingsvisie
Tekst van het document
Aan de slag met de omgevingsvisie Startnotitie omgevingsvisie 2024 Reusel-De Mierden
Team: Werkgroep Omgevingsvisie Versie: 26 september 2022 Status: definitief
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding...................................................................................................................................................... 1 1.1.
Aanleiding .......................................................................................................................................... 1
1.2.
Leeswijzer .......................................................................................................................................... 1
De omgevingsvisie ..................................................................................................................................... 3 2.1.
Over de omgevingsvisie .................................................................................................................... 3
2.2.
Juridisch kader ................................................................................................................................... 3
2.3.
Integrale visie ..................................................................................................................................... 3
2.4.
Monitoring .......................................................................................................................................... 4
2.5.
Beoogd resultaat ................................................................................................................................ 4
Proces ........................................................................................................................................................ 5 3.1.
Het leggen van de puzzel .................................................................................................................. 5
3.2.
Uitgangspunten voor het proces ........................................................................................................ 6
3.3.
Projectfasering ................................................................................................................................... 7
Rollen en verantwoordelijkheden ............................................................................................................ 12 4.1.
Werkgroep Omgevingsvisie ............................................................................................................. 12
4.2.
Externe inhuur ................................................................................................................................. 12
4.3.
Stuurgroep ....................................................................................................................................... 12
4.4.
Gemeenteraad ................................................................................................................................. 12
Samenhang met andere onderdelen Omgevingswet .............................................................................. 13 5.1.
Omgevingsplan ................................................................................................................................ 14
5.2.
Omgevingsprogramma’s.................................................................................................................. 14
5.3.
Digitaal Stelsel Omgevingswet ........................................................................................................ 14
Bijlage 1 ........................................................................................................................................................... 16 Huidige Omgevingsvisie en de Omgevingswet ........................................................................................... 16
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding
Omgevingswet Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Het doel van deze wet is een samenhangende regelgeving om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te realiseren. De omgevingsvisie is één van de 6 instrumenten uit de Omgevingswet en bevat het beleid op hoofdlijnen. Het omgevingsplan is het juridisch bindend toetsingskader voor de gemeente. De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke en sociale leefomgeving voor de middellange en lange termijn. De gemeente moet één omgevingsvisie vaststellen voor het gehele grondgebied. Dit betekent dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en dat de kernbegrippen uit de wet “gezondheid, veiligheid en omgevingskwaliteit“ herkenbaar beschreven worden. De ‘fysieke leefomgeving’ is heel breed en omvat onder meer de beleidsterreinen cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, ruimtelijke ordening, gezondheid, welzijn, milieu, natuur en water. We willen toe naar een omgevingsvisie waarin zowel het fysieke domein als het sociale domein een plek krijgt. Met de omgevingsvisie willen we straks één samenhangende visie op strategisch niveau voor Reusel-De Mierden hebben. De huidige omgevingsvisie is 22 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld.
Deze omgevingsvisie voldoet niet aan alle eisen die aan de omgevingsvisie gesteld worden volgens de nieuwe Omgevingswet.
Trends en ontwikkelingen De samenleving verandert snel en we staan met elkaar voor grote opgaven in het sociale en fysieke domein. Dit vereist een flexibele overheid die soms als meedenkende, soms als sturende partner optreedt en die kan meebewegen met de dynamiek in de samenleving.
Overgang van sectoraal naar integraal beleid.
Samen doen Om een goed beeld te krijgen van de waarden, belangen, opgaven en mogelijkheden gaan we in gesprek met onze inwoners, ondernemers, belangenpartijen en onze beleidspartners zoals provincie, waterschap en de buurgemeenten. Zo schrijven we samen de omgevingsvisie voor de gemeente Reusel-De Mierden!
1.2.
Leeswijzer
Na de voorgaande inleiding worden in hoofdstuk 2 de kaders geschetst die richting geven aan het traject. Ook het beoogde resultaat wat de omgevingsvisie concreet inhoudt en wat de omgevingsvisie juist niet is, 1
komt in dit hoofdstuk aan bod. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten voor het proces beschreven, inclusief een schematische weergave hiervan. Hoofdstuk 4 beschrijft de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende stakeholders. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de samenhang tussen de omgevingsvisie en andere onderdelen/instrumenten van de Omgevingswet.
2
2.
De omgevingsvisie
Om nu en in de toekomst de ontwikkelingen en opgaven waar we voor staan in goede banen te leiden is sturing nodig. De basis van deze sturing wordt gevormd door de omgevingsvisie Reusel-De Mierden. Hierin wordt de gewenste koers voor de ontwikkeling van de fysieke en sociale leefomgeving voor het gehele grondgebied van onze gemeente beschreven.
2.1.
Over de omgevingsvisie
De omgevingsvisie bevat geen blauwdruk van de toekomst, die laat zich immers niet voorspellen. Wel wordt de kwaliteit van de fysieke en sociale leefomgeving beschreven. Evenals de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied. De omgevingsvisie is integraal van opzet, waarbij duidelijke en gebiedsgerichte prioriteiten worden gesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de bestaande omgevingsvisie, toekomstvisie en diverse sectorale beleidsstukken. Bijzonder is dat de omgevingsvisie geen vaste looptijd heeft. De vastgestelde omgevingsvisie heeft een direct sturende werking op (toekomstig) vast te stellen beleid van de gemeenteraad en ontwikkelingen van derden. Het vormt de inhoudelijke basis voor inzet van juridische, financiële of andere gemeentelijke instrumenten. Kortom, een belangrijk beleidsstuk. Deze omgevingsvisie zelf bevat geen juridisch afdwingbare regels, die staan in het omgevingsplan (vervanger voor onder andere de bestemmingsplannen).
2.2.
Juridisch kader
In de omgevingswet staat een aantal vereisten waar de omgevingsvisie aan moet voldoen. De huidige omgevingsvisie van onze gemeente voldoet niet geheel aan de eisen die de Omgevingswet stelt. Bijlage 1 geeft een overzicht van de punten die momenteel wel, gedeeltelijk of helemaal niet in de omgevingsvisie 2018 Reusel-De Mierden opgenomen zijn. Aangezien de omgevingsvisie 2018 niet voldoet aan de eisen van de Omgevingswet (artikel 3.2 en 3.3) is het niet mogelijk om gebruik te maken van de gelijkstellingsbepaling. Dan geldt artikel 4.9 Invoeringswet Omgevingswet (uitgestelde werking gemeentelijke omgevingsvisie): de omgevingsvisie uiterlijk 31 december 2024 aanvullen met de verplichte onderdelen of de omgevingsvisie in zijn geheel herzien en opnieuw vast laten stellen door de raad.
2.3.
Integrale visie
De huidige omgevingsvisie richt zich voornamelijk op het beleid voor veehouderijen terwijl andere belangrijke onderwerpen zoals woningbouw, recreatie en sociaal-maatschappelijke aspecten maar summier terugkomen. Om te kunnen komen tot een integrale visie is het nodig een nieuwe omgevingsvisie op te stellen. In juli 2022 is het beleidskader sociaal domein geëvalueerd. Er wordt geen nieuw beleidskader opgesteld voor het sociaal domein. De sociale opgaven worden ondergebracht in de nieuwe omgevingsvisie. Op die manier creëren we een omgevingsvisie die inzoomt op de integraliteit tussen deze twee domeinen. Gezondheid en leefomgeving staan bijvoorbeeld niet los van elkaar. Als de omgeving groen, veilig en schoon is met ruimte voor recreatie, betaalbaar wonen en goede voorzieningen dichtbij huis, kan dit een positief effect hebben op de gezondheid van inwoners en het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Een ander voorbeeld is de woningbouwopgave; dit is niet alleen een fysieke opgave, maar ook zeker een sociale opgave. Waar er vroeger vooral gebouwd werd voor gezinnen, is er nu behoefte aan een gevarieerder woonaanbod, omdat mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen, er meer alleenstaanden zijn en er steeds meer statushouders gevestigd moeten worden. Dit betekent ook iets voor de inrichting van de wijken en het voorzieningenniveau.
Om deze opgaven te realiseren is samenwerking nodig tussen het sociaal, gezondheids- en ruimtelijk domein. Ook het beleid op het gebied van veiligheid krijgt een plek in de visie, omdat ook deze beleidsterreinen effect hebben op de kwaliteit van de leefomgeving. Een integrale visie kijkt dus verder dan alleen naar de fysieke aspecten van de leefomgeving. Daarom is het belangrijk om de omgevingsvisie HET beleidskader te laten zijn voor al onze opgaven, zowel in het ruimtelijke als het sociale domein. Het wordt de kapstok waaronder we uitvoeringsplannen, programma’s en plannen kunnen hangen. 3
2.4.
Monitoring
De ambities uit de omgevingsvisie worden uiteindelijk vertaald in (uitvoerings)programma’s. Om het behalen van de ambities en de voortgang uiteindelijk te monitoren is het belangrijk om tijdens het proces aandacht te besteden aan de monitoring van de doelstellingen. De doelstellingen moeten zo geformuleerd zijn dat deze ook te monitoren zijn. Daarnaast kan data-gedreven werken hierbij helpen. Door hier aan de voorkant goed over na te denken, wordt de omgevingsvisie een effectief instrument.
Voorgesteld beslispunt: Een nieuwe, integrale, omgevingsvisie op te stellen, waarin alle beleidsthema’s een plaats krijgen, zowel uit het fysieke als het sociale domein. 2.5.
Beoogd resultaat
Het beoogd resultaat is een integrale, verbindende en uitnodigende omgevingsvisie met draagvlak bij zowel raad als inwoners, ondernemers en stakeholders. Het proces er naartoe is een inspirerende reis waarin samenwerking een belangrijke rol heeft. De omgevingsvisie is een inspirerend beleidsdocument dat richting geeft aan de kernopgaven in Reusel-De Mierden. De visie bevat beleid op hoofdlijnen voor het fysieke en sociale domein. De nadruk ligt op te bereiken doelen en hoe daar te komen. Ook zijn de mogelijke of beoogde rollen vanuit de gemeente beschreven. De vastgestelde omgevingsvisie… werkt uitnodigend en verbindend; is met samenwerking/participatie tot stand gekomen; bevat beleid op hoofdlijnen over de volle breedte van het fysieke en sociale domein als bedoeld in de Omgevingswet; verwoordt de ‘bedoeling’ (het waarom) van ons beleid; wordt ondersteund met relevante data; geeft aan hoe de raad gestelde doelen wil waarmaken en wil meten; vormt een stevige basis voor regelgeving en uitvoeringsplannen; biedt richting voor ontwikkelingen die niet in het kaderstellend beleid passen; is helder en in begrijpelijke taal geschreven; is een dynamisch stuk dat cyclisch wordt geactualiseerd; is integraal en gebiedsgericht van opzet; is digitaal ontsloten; voldoet aan eisen van Omgevingswet, AMVB’s en regelgeving van de provincie.
…en voldoet aan de Omgevingswet: Artikel 3.2 bevat beschrijving hoofdlijnen kwaliteit fysieke leefomgeving; bevat hoofdlijnen voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud grondgebied; bevat hoofdzaken voor fysieke leefomgeving te voeren integraal beleid. Artikel 3.3 (doorwerking beginselen) rekening houden met voorzorgsbeginsel, beginsel van preventief handelen, beginsel bronaanpak en beginsel vervuiler betaalt. Wat is de omgevingsvisie niet? × geen blauwdruk van de toekomstige inrichting of ontwikkeling van Reusel-De Mierden; × geen gedetailleerde beschrijving van wat wel/niet mag in de gemeente Reusel-De Mierden; × niet juridisch bindend voor inwoners en bedrijven (bindende regelgeving komt in het omgevingsplan); × geen concreet uitvoeringsdocument (dit komt in thematische of gebiedsgerichte programma’s).
4
3.
Proces
3.1.
Het leggen van de puzzel
De omgevingsvisie is een beleidsdocument waarbij de visie voor de leefomgeving op een nieuwe en integrale manier beschreven wordt. De visie die onze gemeente heeft op de leefomgeving is echter niet nieuw, maar is deels al beschreven in de bestaande] beleidsstukken. De gemeente hoeft haar koers niet volledig opnieuw te bepalen, maar moet op een samenhangende manier de al beschreven koers opnieuw formuleren. Waar nodig wordt de koers aangescherpt en aangevuld om zo tot een goede visie te komen. Het betrekken van de samenleving is hierbij cruciaal om de juiste koers te formuleren.
Het proces om te komen tot een integrale omgevingsvisie kan gevisualiseerd worden aan de hand van een puzzel: De lichtgele puzzelstukjes symboliseren het bestaand beleid. Deze puzzelstukjes vormen al min of meer een kader voor de visie die de gemeente heeft op de verschillende onderwerpen. De donkergele puzzelstukjes symboliseren het beleid dat in ontwikkeling is. Deze puzzelstukjes moeten passen in het kader dat het vigerend beleid al heeft gecreëerd. De oranje puzzelstukjes symboliseren de integraliteit tussen het bestaande en in ontwikkeling zijnde beleid. Deze moeten op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Daar waar voorheen beleidsstukken (op onderdelen) met elkaar schuren, worden nu keuzes gemaakt om tot een samenhangende visie te komen. De rode puzzelstukjes symboliseren de opgaven die op de gemeente afkomen, en waarvoor nog geen of beperkt beleid gemaakt is. Om tot een goede visie voor de leefomgeving te komen, moeten deze nieuwe opgaven en de visie daarop worden opgenomen in de puzzel. De uitwerking van deze opgaven moet passen en aansluiten bij de overige puzzelstukjes om zo tot één complete puzzel te komen.
5
3.2.
Uitgangspunten voor het proces
Om het proces in goede banen te leiden worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Uitgangspunt 1: Bestaand beleid als bouwsteen De basis voor de omgevingsvisie wordt gevormd door het al bestaande en nog in ontwikkeling zijnde beleid (de lichtgele en donkergele puzzelstukjes). Daarom is de eerste stap om dit beleid te inventariseren en de kaders voor de invulling van de omgevingsvisie te verduidelijken. Deze beleidsstukken dienen als bouwsteen voor de nieuwe omgevingsvisie. Deze bouwstenen hebben een eigen participatietraject doorlopen, zijn actueel en/of worden afzonderlijk geactualiseerd vanwege (sub)regionale samenwerking etc. Het bestaande, actuele beleid stellen we daarom niet ter discussie, omdat deze trajecten al recent doorlopen zijn. Tenzij het bestaande beleid schuurt met andere opgaven. Dit moet verderop in het proces blijken. Uitgangspunt is dat wat al goed is, niet over wordt gedaan.
Uitgangspunt 2: Stap voor stap uitbouwen gezamenlijke kennis en inzichten De puzzel kan niet in één keer gelegd worden, ook niet als de bouwstenen uit het bestaande beleid al bekend zijn. Om de puzzel compleet te maken moeten we weten wat er wel en niet is, wat we daarvan vinden en moeten we bekijken hoe dit in het totaal past. Daarom is het proces onderverdeeld in verschillende fasen waarin de volgende stappen worden doorlopen: 1. Project definitie 2. Aanbesteding 3. Schetsen van een nul situatie 4. Schetsen van de toekomst 5. Opstellen van de omgevingsvisie en besluitvorming Pas als al deze stappen zijn doorlopen kan er een integrale visie opgebouwd worden.
Uitgangspunt 3: Participatie krijgt een belangrijke en herkenbare rol Het leggen van de puzzel kan alleen als bij elke fase (zie uitgangspunt 2) de samenleving wordt betrokken. Met name voor het leggen van de oranje en de rode puzzelstukjes is participatie belangrijk. Voor elke fase wordt daarom beschreven wanneer en op welke manier de samenleving betrokken wordt. Welke groepen en partijen betrokken worden, moet tijdens het proces blijken en is onder meer afhankelijk van de resultaten uit de eerdere fasen.
Uitgangspunt 4: We komen niet terug op besluiten uit afgeronde fase In alle fasen worden uiteindelijk besluiten of uitgangspunten geformuleerd, welke als input dienen voor de volgende fasen. De fasen zijn zo geformuleerd dat ze goed op elkaar aansluiten. Om het proces transparant en voortvarend te houden komen we niet terug op besluiten uit fasen die al afgerond zijn.
Uitgangspunt 5: Iedere fase wordt afgesloten met een stuk in de Gemeenteraad Als bevoegd gezag heeft de raad in iedere fase een actieve rol. Iedere fase wordt daarom afgesloten met een stuk in de Gemeenteraad. Dit kan een informerend dan wel een besluitvormend stuk zijn. Op deze manier kunnen de raadsleden het procesverloop goed volgen en waar nodig tijdig bijsturen.
Voorgesteld beslispunt: De omgevingsvisie op te stellen volgens de vijf genoemde uitgangspunten.
6
3.3.
Projectfasering
Om tot een integrale en eenduidige visie te komen is het proces onderverdeeld in 5 fasen. In iedere fase staat een doel centraal waarmee een deel van de puzzel gelegd wordt.
Fase 1: Projectdefinitie Doelstelling In deze fase wordt de startnotitie omgevingsvisie opgesteld. Werkzaamheden Opstellen van de startnotitie. In de startnotitie worden de uitgangspunten voor het proces, de projectfasering, participatiestrategie, rollen en verantwoordelijkheden en samenhang met andere instrumenten onder de Omgevingswet beschreven. Hierbij vindt ook afstemming plaats met de andere werkgroepen (omgevingsplan, participatie & communicatie). Resultaat Voorliggende startnotitie. Participatie De participatie is nog vooral intern gericht. Medewerkers uit verschillende beleidsterreinen zijn betrokken, hebben meegedacht en input geleverd voor deze startnotitie. Rol van de raad Akkoord geven op de startnotitie.
Fase 2: Aanbesteding Doelstelling Het proces verder invulling te geven door een bureau te selecteren die ons daarbij kan ondersteunen. Werkzaamheden Programma van eisen opstellen en offertes beoordelen. Resultaat Plan van aanpak om te komen tot de omgevingsvisie. Rol van de raad Geen.
Fase 3: Schetsen van een nul situatie Doelstelling Een “foto” maken van de huidige situatie. Werkzaamheden De werkgroep omgevingsvisie en het bureau zorgen dat de beschikbare kennis bijeen wordt gebracht. Belangrijk hierbij is de inventarisatie van het bestaande beleid (de gele puzzelstukken). Er wordt data-gedreven gewerkt. Op basis hiervan kan er een “foto” worden gemaakt van de huidige situatie. Dit wordt in perspectief geplaatst, wijken wij af van andere gemeenten, van gemiddelden? Vragen en opgaven voor de toekomst worden helder verwoord. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de termijn waarop zaken spelen; kort (<4jr), midden (4-8jr) of lange termijn (8-15+jr). Dit wordt samengebracht in een raadsinformatienota. Deze fase wordt gezamenlijk opgepakt met de werkgroep omgevingsplan (zie ook paragraaf 6.1). Resultaat De gele puzzel is gelegd. We weten welke puzzelstukjes nog ontbreken. Dit biedt de basis voor de volgende fase.
7
Participatie Medewerkers worden betrokken en bevraagd, ook het datagedreven werken heeft in deze fase een belangrijke rol. Rol van de raad Kennis nemen van de nul situatie middels een raadsinformatienota.
Fase 4: Schetsen van de toekomst Fase 4 is onderverdeeld in 2 sub-fases, omdat beiden nauw met elkaar samenhangen. Fase 4a Doelstelling In deze fase ligt de nadruk op dialoog met de samenleving en bewustwording. Samen met inwoners, belangenpartijen en raad bespreken we de toekomst van Reusel-De Mierden. Vragen waar we antwoord op willen geven zijn bijvoorbeeld: wat zijn de kernkwaliteiten van Reusel-De Mierden en de samenleving? Wat zijn bepalende ontwikkelingen voor onze toekomst? Wat willen we graag, wat niet? Waar hebben we elkaar nodig en waar botsen belangen? Kloppen de behoeften met de data? Strookt dat met elkaar? De nul situatie die is geschetst in fase 3 is het vertrekpunt voor de dialogen met de samenleving. Werkzaamheden In fase 3 ligt de nadruk op de breedte (inventariseren) van de onderwerpen, en het met elkaar delen van de beelden die we hier bij hebben. Hiertoe bespreken we in deelgebieden met onze inwoners de ontwikkelingen, opgaven en vragen. In deze fase worden vooral de oranje en rode puzzelstukken besproken en geïnventariseerd. Mogelijk blijkt uit deze inventarisatie ook dat een deel van de gele puzzelstukken (vigerend beleid) niet goed op elkaar aansluiten. Natuurlijk is er in de dialogen ook volop ruimte voor inbreng van buitenaf. De richting en onderwerpen voor de dialogen worden samen met de werkgroep omgevingsplan ingevuld.
Resultaat De uitkomsten schrijven we op in een concept Nota van Uitgangspunten. Die vormt de basis voor de keuzen die in fase 4 moeten worden gemaakt in de definitieve Nota van Uitgangspunten. Participatie In deze fasen worden per deelgebied de inwoners en partners betrokken. Rol van de raad Deelnemen aan dialogen (actief of observatie). Kennis nemen van de tussentijdse resultaten (concept NvU). Aandachtspunten meegeven voor dialoogronde deel 2.
Fase 4b Doelstelling In deze fase worden de oranje en rode puzzelstukken in de puzzel gepast. Dit brengen we bijeen in de definitieve Nota van uitgangspunten. Werkzaamheden Deze fase sluit nauw aan bij fase 3. We zetten de integrale dialoog met de samenleving voort. Nu met nadruk op verdieping en het benoemen van mogelijke keuzen. We benoemen samen mogelijke aanpak/ oplossingen per deelgebied. We brengen de mogelijke rollen en taakverdeling in beeld, en wat betrokkenen daar van vinden. Resultaat Nota van uitgangspunten. De vastgestelde Nota van Uitgangspunten vormt de directe basis voor de omgevingsvisie. 8
Participatie In deze fase wordt een 2e dialoogronde georganiseerd met de samenleving. De betrokken groepen en invulling van de dialogen volgt uit fase 4a. Rol van de raad Prioriteiten stellen Rol gemeente bij onderwerpen en opgaven bepalen Vaststellen Nota van Uitgangspunten
Fase 5: Opstellen van de omgevingsvisie en besluitvorming Doelstelling In deze fase worden de gemaakte keuzen vertaald naar een integrale, digitale omgevingsvisie. Werkzaamheden Opstellen systematiek digitale omgevingsvisie. Inhoudelijke uitwerking omgevingsvisie. Dit vormt de basis voor uitwerking van het omgevingsplan. Formele zienswijzen ronde. Resultaat Een vastgestelde omgevingsvisie. Participatie De concept omgevingsvisie wordt gedeeld met de betrokken inwoners en partijen om te verifiëren of de uitkomsten van de dialogen juist vertaald zijn. Rol van de raad Vaststellen van de omgevingsvisie.
Voorgesteld beslispunt: De omgevingsvisie op te stellen volgens het beschreven proces.
9
Q4 2022 1. PROJECTDEFINITIE Werkwijze en rol raad Bestaand beleid Startnotitie & Inventarisatie
O M G P E R V O I C NE G S S
Q1 2023 2. AANBESTEDING Offertetraject
Q2 2023 3. SCHETSEN VAN EEN NULSITUATIE Trends/ opgaven/ analyse Raadsinformatienota
Opdrachtverlening
STUDENTEN INSTELLINGEN
Q3 2023 Q4 2023 4. SCHETSEN VAN DE TOEKOMST Verdieping/ samenhang/ effecten/ strategie Prioriteiten/ keuzes Ontwerp Nota van Definitieve Nota van Uitgangspunten Uitgangspunten
Q1 2024 Q2 2024 5. VISIEVORMING Uitwerken/ integraliteit/ vorm en inhoud omgevingsvisie
Q3 2024 6. BESLUITVORMING Vaststellen
Ontwerp Omgevingsvisie
Vastgestelde Omgevingsvisie
GEMEENTE …….?
ADVISEURS
INWONERS BEDRIJVEN
(REGIONALE) AMBITIES GROEN
I N H P O R U O D C E E L S IJ K S 10
STARTNOTITIE
COLLEGE
RAAD
OMGEVINGSKWALITEIT
TRANSITIE LANDELIJK GEBIED
COLLEGE
GEZONDHEID MOBILITEIT
RECREATIE
KLIMAAT
WONEN
DNA
RAAD
ONDERWIJS
SLIMME MIX
K E U Z E S
PROGRAMMA GEZONDE & GROENE PLEK GOED BEREIKBAAR….. ZICHTBAAR DUUR-
INCLUSIEVE SAMENLEVING ECONOMIE
KERNWAARDEN & IDENTITEIT
ZAAM & GASLOOS
COLLEGE
NIEUWE DIGITALE KAART OMGEVINGSVISIE
BASISMATERIAAL: DATA / RANDVOORWAARDEN / ONDERZOEKEN / WETTELIJKE EISEN
LOPENDE PROJECTEN:
Kempische Woonzorgvisie
Nota Ruimtelijke Kwaliteit
Bestemmingsplan Buitengebied
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
DEF
CONCEPT
Beleidsnotitie Kempenbranie
………
RAAD
OMGEVINGSVISIE
11
4.
Rollen en verantwoordelijkheden
4.1.
Werkgroep Omgevingsvisie
De werkgroep Omgevingsvisie is primair verantwoordelijk voor het proces om te komen tot een omgevingsvisie. De leden van deze werkgroep stellen de startnotitie op. Daarnaast sturen zij in de verschillende fasen van het proces de externe partij aan die wordt ingehuurd ter ondersteuning (zie 5.2). De werkgroep rapporteert aan de gemeenteraad en aan de stuurgroep.
4.2.
Externe inhuur
Voor fase 3 t/m 5 van het proces wordt een externe deskundige partij ingehuurd. Deze partij verzamelt de benodigde gegevens, analyseert deze, organiseert het participatieproces en vertaalt de uitkomsten uiteindelijk in een visie. Ook zorgt deze partij voor de synergie en inpassing van de visie binnen het digitale stelsel. De werkgroep zorgt voor de nodige input en dat de omgevingsvisie een ‘eigen’ document is.
4.3.
Stuurgroep
De stuurgroep bewaakt op hoofdlijnen het proces en de financiën van het totale traject voor de invoering van de Omgevingswet. Zij zijn niet inhoudelijk betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie, maar coördineren de gezamenlijke aanpak. De werkgroep Omgevingsvisie rapporteert aan de stuurgroep.
4.4.
Gemeenteraad
De gemeenteraad maakt de uiteindelijke keuzes die nodig zijn om een omgevingsvisie op te stellen en stelt de uiteindelijke visie vast. Tijdens het proces wordt de raad geïnformeerd middels nota’s en bijeenkomsten. Ook zullen zij ter voorbereiding de nota van uitgangspunten vaststellen.
12
5.
Samenhang met andere onderdelen Omgevingswet
De omgevingsvisie is slechts één onderdeel van het totaal aan instrumenten dat binnen de Omgevingswet valt. Het is wel het eerste instrument dat de gemeente vast gaat stellen. Daarnaast vormt het de basis voor de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Het opstellen van de omgevingsvisie kan daarom niet volledig losgetrokken worden van de andere onderdelen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de samenhang met de voor de omgevingsvisie van belang zijnde andere instrumenten en processen wordt geborgd.
13
5.1.
Omgevingsplan
In het omgevingsplan worden de regels vastgelegd. Het omgevingsplan is, in tegenstelling tot de omgevingsvisie, ook juridisch bindend voor andere partijen. Het omgevingsplan moet voor 2029 opgesteld zijn. De basis voor deze regels uit het omgevingsplan is grotendeels te vinden in de omgevingsvisie. Stel dat de gemeente in de visie beschrijft dat zij een klimaatrobuuste gemeente wil zijn, dan kunnen in het omgevingsplan aanvullende regels worden gesteld voor bijvoorbeeld het bergen van water of het tegengaan van hittestress. Voor het opstellen van het omgevingsplan is een aparte werkgroep samengesteld. Om te voorkomen dat beide werkgroepen een compleet eigen proces gaan volgen met andere uitkomsten, wordt het ophalen van de input een gezamenlijk proces voor visie en plan. De fasen 3 en 4 worden gezamenlijk doorlopen en het participatieproces wordt gezamenlijk georganiseerd. Dit zorgt niet alleen voor samenhang, maar voorkomt ook dat er “participatiemoeheid” ontstaat. Vanaf fase 5 (visievorming) gaan beide werkgroepen hun eigen weg. De omgevingsvisie wordt eerst opgesteld, waarna het vervolgtraject voor het opstellen van het omgevingsplan volgt.
5.2.
Omgevingsprogramma’s
De programma’s maken de doelen van de omgevingsvisie concreet. Op dit moment is nog niet duidelijk welke programma’s zullen voortvloeien uit de omgevingsvisie.
5.3.
Digitaal Stelsel Omgevingswet
Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Eén digitaal loket voor het aanvragen van vergunningen, raadplegen van de geldende regels per locatie, en op termijn informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt moet elke gemeente zijn aangesloten op het DSO. Ook de omgevingsvisie moet worden ontsloten via het DSO. Dit betekent dat de omgevingsvisie (uitsluitend) een digitaal document wordt en geen papieren boekwerk. De omgevingsvisie dient dan ook vanaf het begin als een digitaal raadpleegbaar stuk opgesteld te worden. Dit vraagt soms om een andere manier van denken en beschrijven. Om deze samenhang te borgen wordt een externe deskundige partij ingehuurd die zowel ervaring heeft met het opstellen van omgevingsvisies als met het inrichten van het DSO. Voor de aansluiting op het DSO is een aparte werkgroep samengesteld, die betrokken zal worden bij het opstellen van de omgevingsvisie.
14
15
Bijlage 1 Huidige Omgevingsvisie en de Omgevingswet In navolgend overzicht is onderzocht of de huidige Omgevingsvisie (2018) voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Wat
Geluid en omgevingsvisie Geur en omgevingsvisie Gezondheid en omgevingsvisie Lucht en omgevingsvisie Verkeer/vervoer Energie en omgevingsvisie
Aanwezig in huidige omgevingsvisie Nee Heel summier Heel summier Heel summier Ja Heel summier
Water en omgevingsvisie
Summier
Bescherming gebieden
Ja
Externe veiligheid
Heel summier
Erfgoed en omgevingsvisie
Ja
Klimaat en omgevingsvisie Bouwwerken Infrastructuur Landschappen
Ja Nee Ja Ja
Natuur Recreatie
Ja Ja
Wonen
Ja
Sociale aspecten
Summier
Waar in omgevingsvisie
Beleid
Pag. 18 Pag. 17, 18, 19, 33 Pag. 18 Pag. 17, 21, 23 Pag. 17, 21, 29; addendum 1 Pag. 21, 23, 29, 31, 33 Visiekaarten en strategieën pag. 30 - 31 Pag. 29
Is nu nog landelijke wetgeving Geurverordening
Pag. 17 en erfgoedkaarten Pag. 17, 31 Pag. 21, 33 Pag. 21, 31, 33 visiekaarten per kern Pag. 21, 33 Pag. 17, 21, 33 visiekaarten per kern Pag. 17, 23, 24, 25, 26, 33 visiekaarten per kern addendum 2 Pag. 17, 33 visiekaarten per kern (arbeidsmigranten)
Vanwege ontwikkelingen in het buitengebied zijn de visiekaarten toe aan actualisatie Verwijzing naar brochure ‘Kansen voor een veilige fysieke leefomgeving’ Erfgoedbeleid
Nota Ruimtelijke Kwaliteit
Woonvisie
Het is daarnaast de vraag of de huidige omgevingsvisie voldoet aan artikel 3.3. Ow: namelijk dat rekening is gehouden met het voorzorgsbeginsel, preventief handelen, milieubelastingen bij bron aanpakken en de vervuiler laten betalen. Deze elementen komen niet of heel summier terug in de omgevingsvisie.
16