[21.28232] - Kadernota 2023 concept, vastgesteld AB VRBZO
Tekst van het document
Rapport
Bedrijfsvoering Datum
13 januari 2022 Status
Kadernota 2023
concept Versie
vastgesteld AB Ons Kenmerk
P P09-00002
Kadernota 2023
Colofon Opdrachtgever Petra de Kam Auteur(s) Erik Grummels, Frank Nat Eindredactie Younes Aoujil
Versie: vastgesteld AB
Kadernota 2023
Inhoudsopgave Voorwoord ..........................................................................................................................................................................4
1. Op koers met uitdagingen voor toekomst ...................................................................................................................5
2. Toelichting inlopen vertraging doorontwikkeling .......................................................................................................7 Extra capaciteit voor het domein crisisbeheersing ............................................................................................................7 Informatiegestuurde veiligheid ........................................................................................................................................10 Ondersteuning organisatie van de toekomst ..................................................................................................................10
3. Toelichting kostenstijgingen .......................................................................................................................................11 Loonontwikkeling ............................................................................................................................................................ 11 Verschuiving van incidentele kosten naar structurele kosten en overige externe ontwikkelingen ..................................11 Onzekerheden voor de toekomst ....................................................................................................................................11
4. Toelichting Bevolkingszorg ........................................................................................................................................14
5. Toelichting reguliere onderdelen ................................................................................................................................ 15 Indexering .......................................................................................................................................................................15
6. Gemeentelijke bijdrage ................................................................................................................................................17
Bijlage 1: effect gemeentelijke bijdrage aanpassing Bevolkingszorg .........................................................................18
Bijlage 2: Staat met gemeentelijke bijdragen ................................................................................................................19
3
Kadernota 2023
Voorwoord Jaarlijks stellen we een kadernota op met daarin de uitgangspunten voor de begroting. Dit jaar is de kadernota anders dan andere jaren. De coronacrisis heeft een enorme impact gehad op onze organisatie. We hebben dit met veel inzet gedaan, het is ons werk. En we kregen hier veel waardering voor. Maar we zien ook dat door deze langdurige crisis de doorontwikkeling van de organisatie op een aantal fronten is stilgevallen. Ik kan niet anders dan dit versneld inhalen als we kijken naar alle risico’s in de wereld. Daarom vraag ik in deze kadernota uw steun voor incidentele extra middelen voor 2 jaar - om dit te realiseren. Begin 2021 stelden we met elkaar een visie vast. Een visie die er voor zorgt dat we ook met de nieuwe risico’s en dreigingen in de wereld om kunnen gaan, om de samenleving zo min mogelijk te ontwrichten. Om dit proactief te doen. Daarbij hoort een organisatie die zich proactief kan ontwikkelen, vooral op het domein van crisisbeheersing. En juist als het gaat om de ontwikkeling op dit domein hebben we door de coronacrisis op de rem moeten trappen. In deze kadernota geven we aan welke producten we nu versneld willen ontwikkelen en waarvoor we tijdelijk capaciteit nodig hebben. Om na die 2 jaar het weer met de huidige middelen te doen; want dat is immers de afspraak.
We hebben dan een beweging in gang gezet die er eind 2025 in resulteert dat we zelf de juiste capaciteit op het domein crisisbeheersing hebben. Als laatste wil ik opmerken dat onze veiligheidsregio lean en mean is gefinancierd. Daar ben ook ik een voorstander van. De keerzijde is dat ik de consequenties van zo’n grote crisis van 2 jaar nu niet direct zelf kan opvangen. Ik reken er op u met deze kadernota een goed inzicht te geven in de uitdagingen voor 2023. Met uw instemming op deze kadernota leggen we de basis om samen met u, onze partners en medewerkers de noodzakelijke verbeteringen in veiligheid van onze regio door te voeren. Niet alleen belangrijk voor u en ons, maar voor álle inwoners van ZuidoostBrabant die recht hebben op een zo veilig mogelijke plek om te wonen, werken en leven. Petra de Kam Directeur
4
Kadernota 2023
1. Op koers met uitdagingen voor toekomst Veiligheidsregio’s staan voor de uitdagende taak om samen met al hun partners de samenleving veiliger te maken. Een samenleving met steeds grotere veiligheidsvraagstukken door technologische, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. VRBZO heeft deze ambitie vastgelegd in haar Visie 2025: zorg voor veiligheid. Een duidelijke koers die richting geeft aan de organisatie. Deze ambitie is fors en nodig. Een doorontwikkeling op het domein van crisisbeheersing, naar meer dynamische, flexibele ‘samenwerkingsverbanden’, het versterken van brandweerzorg en zorgen dat de organisatie ook klaar is voor deze toekomst. Bij het vaststellen van de visie is afgesproken dat we deze realiseren met de huidige middelen (met een voorbehoud voor exogene ontwikkelingen). Hiervoor is een omslag in de organisatie nodig, die ten gunste komt van het domein crisisbeheersing. Deze omslag maken we in samenhang, stapsgewijs en vertalen we jaarlijks in een uitvoeringsagenda. Helaas weten we inmiddels dat we met grote financiële uitdagingen te maken hebben en dat de coronacrisis de noodzakelijke verbeteringen teveel heeft vertraagd. Forse vertraging door bestrijden coronacrisis De lange en heftige corona-periode heeft vooral voor het domein crisisbeheersing een zware tol geëist. En nog steeds.
Alle capaciteit van dit domein gaat naar ondersteuning van de crisisbestrijding en ontwikkelingen kwamen hierdoor stil te liggen. Collega’s krijgen tussen de golven door nauwelijks tijd om te herstellen van deze intensieve periode en moeten steeds weer vol aan de bak. De geplande doorontwikkeling op het domein crisisbeheersing is daardoor niet gerealiseerd. In de komende maanden zal dat niet anders zijn en onze planning voor 2022 is hierop aangepast. Omdat de doorontwikkeling van crisisbeheersing zo’n cruciaal onderdeel is van de totale visie, is grote vertraging opgelopen. Een vertraging die we ons – als het gaat om veiligheid – niet kunnen en willen veroorloven. Simpelweg omdat we dan onvoldoende in staat zijn om proactief te reageren op crises die nog op ons afkomen (in hoofdstuk 1 lichten we dit nader toe). Daarom wordt in deze kadernota voor 2 jaar incidenteel €600.000 per jaar gevraagd om de opgelopen vertraging in te lopen. In 2023 en 2024 kunnen we dan alsnog met deze extra middelen de benodigde omslag realiseren en elders in de organisatie structureel ruimte creëren. Als er zicht is op extra middelen voor 2023 en 2024 kunnen we in 2022 al deels starten met voorbereidende activiteiten. Krappe begroting De begroting van VRBZO is lean en mean.
Zowel in vergelijking met andere veiligheidsregio’s, als in relatie tot wat gemeenten ontvangen voor brandweerzorg en rampenbestrijding in het gemeentefonds. Gemeenten in onze regio betalen per inwoner €11 minder dan gemiddeld in Nederland. Voor onze organisatie een verschil van ongeveer €10.000.000 per jaar De afgelopen jaren waren de jaarresultaten niet negatief omdat – in steeds mindere mate – de tekorten met incidentele middelen gedekt konden worden. In 2021 zal naar verwachting ons jaarrekeningresultaat op €0 uitkomen. En dat alleen doordat we een natte zomer hadden met weinig natuurbranden en omdat we - na de reorganisatie bij Incidentbestrijding - tijdelijk een aantal vacatures openhouden. De algemene reserve laat geen ruimte omdat deze op het afgesproken minimum niveau staat.
5
Kadernota 2023
Exogene ontwikkeling De ambitie van de visie heeft daarnaast als uitgangspunt een gezonde begroting die structureel in balans is. Door ontwikkelingen waar we zelf geen invloed op hebben is een onbalans ontstaan. We hebben te maken met forse kostenstijgingen van loonkosten en wettelijke verplichtingen zoals met betrekking tot informatiebeveiliging. Een deel hiervan vangen we zelf op binnen de bestaande begroting en zonder bijstelling van onze ambities. Helaas zijn we er daarmee niet. De verwachte loonontwikkeling kunnen we niet zelf opvangen. De begroting is lean en mean en de loonsom is bijna 70% van het totaal. We stellen daarom voor een aanvullende indexering toe te passen voor de stijging van loonkosten van €300.000. Deze bovenstaande ontwikkelingen worden in de volgende hoofdstukken nader toegelicht.
6
Kadernota 2023
2. Toelichting inlopen vertraging doorontwikkeling Om de vertraging, die ontstaan is door de bijdrage aan de bestrijding van de coronacrisis in te lopen, is inzet van extra medewerkers nodig. We vragen daarom een tijdelijke verhoging van de gemeentelijke bijdrage van €600.000 in 2023 en 2024. We kunnen de uitvoering van de plannen dan in 2022 voorbereiden en gedeeltelijk en op eerste onderdelen in gang zetten. Deze bijdrage is noodzakelijk voor 3 onderdelen: •
Extra capaciteit voor het domein crisisbeheersing: €400.000 (4 fte)
•
Informatiegestuurde veiligheid: €100:000
•
Ondersteuning organisatie van de toekomst: €100.000 (1 fte)
Hieronder lichten we deze 3 onderdelen verder toe:
Extra capaciteit voor het domein crisisbeheersing Door de bijdrage aan de bestrijding van de coronacrisis hebben we een achterstand opgelopen in de doorontwikkeling van crisisbeheersing. Een doorontwikkeling die moet leiden tot een manier van crisismanagement die aansluit bij actuele risico’s en bedreigingen. We moeten kwetsbaarheden en dreigingen overzichtelijk en actueel in beeld krijgen, zodat op basis daarvan de juiste beslissingen op het juiste moment kunnen worden genomen. De doorontwikkeling richt zich vooral op: -
Veiligheidsradar en analyse-/scenarioteams: zicht op risico’s en de duiding ervan
-
Multi-risicobeheersing: treffen van risico reducerende maatregelen
-
Dynamische preparatie en planvorming: voorbereiden op (actuele) crises
-
Crisisplan: bestrijding van crises
Veiligheidsradar en analyse-/scenarioteams Het zicht op risico’s en de voorbereiding erop vindt nu nog plaats aan de hand van het regionaal risicoprofiel (RRP); een betrekkelijk statisch overzicht dat iedere vier jaar wordt vastgesteld en eens in de twee jaar wordt geactualiseerd. Ongekende crises starten met net zo’n ongekende risico’s en het RRP blijkt onvoldoende zicht op deze ongekende risico’s te bieden. Het is nodig dat we kwetsbaarheden, dreigingen en (sluimerende) crisissituaties op verschillende niveaus kunnen monitoren, analyseren en beoordelen op mogelijkheden om deze te beïnvloeden. Het is noodzakelijk een transitie te maken. Van een statisch beeld naar een actueel en dynamisch zicht op risico’s met behulp van de veiligheidsradar (figuur 1). Deze veiligheidsradar biedt een actueel en dynamisch beeld van bestaande en nieuwe risico’s die zich ontwikkelen. Dit beeld stelt ons in staat om ons beter voor te bereiden, bijvoorbeeld op een boerenprotest dat zich vrij abrupt kan aandienen en zich dynamisch ontwikkelt. En het waarschuwt ons bijvoorbeeld voor een samenloop van diverse factoren, zoals een weersomslag in een periode dat er diverse evenementen zijn in combinatie met beperkte bereikbaarheid door wegwerkzaamheden. We zijn hierdoor beter in staat te anticiperen op risico’s.
Risico’s die zich niet alleen op regionale of landelijke schaal ontwikkelen, maar ook risico’s die een lokaal karakter kennen.
7
Kadernota 2023
Figuur 1: Veiligheidsradar De geïdentificeerde risico’s verlangen een constante interpretatie en duiding met als doel snel, en op een passende schaal, te kunnen schakelen en ingrijpen als een risico zich aandient. Hiervoor moeten we (scenario-)analyses maken, om zo gericht te kunnen bepalen hoe met het risico moet worden omgegaan. Dit gebeurt met analyse- en scenarioteams. Op operationeel niveau wordt hiervoor een Veiligheid Informatie Knooppunt (VIK, zie als voorbeeld figuur 2) bij de meldkamer gerealiseerd. Bij risico’s met een tactisch of strategisch karakter worden de teams samengesteld aan de hand van het specifieke karakter van het risico dat op basis van de veiligheidsradar wordt herkend.
Figuur 2. Voorbeeld portal Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) Deze teams vragen om andere of aanvullende competenties dan die we nu al kennen. Het stelt andere eisen aan het personeel van VRBZO. Een ontwikkeling op dit vlak is daarom noodzakelijk. Als gevolg van de langdurige inzet bij de
8
Kadernota 2023
coronacrisis hebben we voor VRBZO het VIK slechts deels kunnen vormgegeven. Ook de vorming van analyse/scenarioteams voor risico’s met een tactisch of strategisch karakter is hierdoor slechts beperkt opgepakt. Multi-risicobeheersing Gemeenten moeten op basis van Besluit kwaliteit leefomgeving in hun omgevingsplannen rekening houden met de mogelijkheid van het voorkomen, beperken en bestrijden van een brand, ramp of crisis. Dus ook crises die meer omvatten dan brand of fysieke veiligheid. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop VRBZO haar adviestaak vorm geeft, wat zich vertaalt in Multi Risico beïnvloeding. Concreet betekent dit onder andere dat we in de advisering aan gemeenten rekening houden met een breder pallet aan risico’s dan ‘slechts’ brand- en fysieke veiligheid. Hierdoor zijn gemeenten beter in staat om bij bijvoorbeeld de Omgevingsvisie en -plannen uitvoering te geven aan de eisen die de Omgevingswet aan hen stelt. Dat betekent niet automatisch dat VRBZO kennis en knowhow over alle risico’s in huis zal organiseren. Wel dat VRBZO het platform organiseert en faciliteert waarop de benodigde kennis bij elkaar komt. Kennis die nodig is voor advisering, naar aanleiding van de geïdentificeerde risico’s uit de Veiligheidsradar en de duiding ervan op operationeel, tactisch en strategisch niveau.
Ook hier geldt dat we, door de coronacrisis, onvoldoende aandacht hebben kunnen besteden aan de uitwerking van dit onderdeel. Dynamische preparatie en planvorming Onze voorbereidingen op crises moet steeds dynamischer worden en sterker gericht zijn op actuele ontwikkelingen. Planvorming blijkt in dit verband vaak lijvig en moeilijk toepasbaar in de dynamiek van een incident of juist die ongekende crisis; een set met plannen die elke 4 jaar wordt vernieuwd past daar niet bij. Naast planvorming voor ‘bekende’ crises (zoals de Rampbestrijdingsplannen), zullen op basis van de beoordeling van analyse- en scenarioteams maatwerkplannen worden opgesteld die aansluiten bij actuele risico’s (zoals bijvoorbeeld in geval van de boerenprotesten). Het verloop van de coronacrisis leerde ons dat dergelijke crisis diverse onverwachte en ongekende risico’s met zich meebrengt, zoals polarisatie. En dat dit bijvoorbeeld van invloed kan zijn op het verloop van een jaarwisseling. Ook het cybervraagstuk openbaart zich niet eenduidig en zal vele verschijningsvormen kennen. Het actuele risicobeeld, de monitoring van het verloop ervan en de beoordeling van de ernst bepalen hoe de plannen voor de bestrijding ervan eruit komen te zien. Dit leidt tot plannen die zowel op regionaal niveau als op lokaal, gemeentelijk niveau beter aansluiten op actuele risico’s en de crises die daar uit voort kunnen komen.
Op onderdelen maken we al ad hoc – gebruik van de noodzakelijke dynamische benadering van preparatie en planvorming (denk bijvoorbeeld aan de Afrikaanse varkenspest, cyberdreiging en hoog water). Deze werkwijze hebben we als gevolg van de coronacrisis onvoldoende kunnen uitwerken en borgen. Crisisplan De crisisorganisatie moet beter aansluiten op het karakter en verloop van de crises van de toekomst. Dit zijn niet alleen de flitscrises die zich tot gemeente- of regiogrenzen beperken, maar ook de langzaam ontwikkelende, kruipende crises die deze grenzen steeds vaker overschrijden. Bij een daadwerkelijke inzet worden crisisprocessen zodanig ingericht dat we crises, als gevolg van bekende en onbekende risico’s, kunnen bestrijden in een flexibele structuur met wisselende partners en op wisselende schaalgrootte. Hiervoor stellen we - samen met Veiligheidsregio Brabant-Noord - een nieuw Crisisplan op, met als doel: een flexibele crisisorganisatie die past bij de huidige risico’s, dreigingen en het bestrijden ervan en die aansluit bij de landelijke structuur. Dat doen we op zo’n manier dat betrokkenen van alles disciplines, zoals gemeenten, meegroeien met de ontwikkeling van risico naar (mogelijke) crisis en alles wat hier tussenin zit. Hierdoor blijft er continuïteit in kennis bestaan. Kennis die nodig is bij de bestrijding.
9
Kadernota 2023
Om de doorontwikkeling op het gebied van crisisbeheersing op te pakken zoals hiervoor beschreven, is een incidentele verhoging nodig van €400.000 (4 fte) voor 2023 en 2024.
Informatiegestuurde veiligheid In de voorbereiding op crises zal meer gebruik worden gemaakt van data, business intelligence, impactanalyses en scenario-ontwikkeling; hiervoor moeten competenties versterkt worden. De 6 zuidelijke veiligheidsregio’s vormen (samen met anderen) het Fieldlab Zuid6; een samenwerkingsverband waarin de regio’s samen optrekken en dat noodzakelijk is om onze kerntaken te vervullen. En dat nodig is om te kunnen voldoen aan maatschappelijke verwachtingen. Binnen het Fieldlab Zuid6 werken we ook aan informatiegestuurde veiligheid. Aan de doorontwikkeling en architectuur van informatie gestuurde veiligheid applicaties. Bijvoorbeeld over hoe we gezamenlijke data van partners kunnen ontsluiten, afspraken over data uitwisseling, standaarden, et cetera. Allemaal ontwikkelingen waar we als veiligheidsregio niet bij achter kunnen en mogen blijven. Die ons de noodzakelijke aansluiting geven op soortgelijke ontwikkelingen in de rest van het land en die aansluiting biedt op informatie-uitwisseling met het rijk. De inzet binnen Fieldlab Zuid6 betreft, naast investeringen in hard- of software, vooral capaciteit van medewerkers. Ook hier geldt weer het belang van het behouden van de aansluiting op partners. Alle 6 zuidelijke veiligheidsregio’s nemen deel aan het Fieldlab met een jaarlijkse financiële bijdrage.
Indien we deze aansluiting kwijtraken verliezen we niet alleen op de korte termijn de verbeteringen met betrekking tot informatiegestuurde veiligheid, maar moeten we de inhaalslag zonder partners maken. We zullen dan naar verwachting meer moeten investeren dan nu. Ook zullen we moeilijker kunnen aansluiten op het te ontwikkelen landelijke netwerk van informatievoorziening (Knooppunt Coördinatie Regio Rijk). Simpelweg omdat we niet kunnen voldoen aan de basisvereisten en de aangeboden informatie niet kunnen ontvangen omdat we niet over de applicaties beschikken die daarvoor nodig zijn. Voor de versterking van informatiegestuurde veiligheid is deelname aan het Fieldlab Zuid6 randvoorwaardelijk. Deelnemen vraagt om een financiële bijdrage van €100.000. Daarom stellen we een incidentele verhoging voor van €100.000 voor 2023 en 2024.
Ondersteuning organisatie van de toekomst Bij het vaststellen van de visie is afgesproken dat deze met de huidige middelen (met een voorbehoud voor exogene ontwikkelingen) wordt gerealiseerd. Hierdoor is een omslag in de organisatie nodig ten gunste van het domein crisisbeheersing. Een omslag die onze extra inzet voor onder meer informatiegestuurde veiligheid en crisismanagement borgt. Om deze omslag te ondersteunen optimaliseren we onze processen, startten we een leiderschapsprogramma gestart en passen we strategische personeelsplanning toe. Eind 2025 zullen we weer zonder de extra tijdelijke capaciteit (5 fte) onze dienstverlening leveren en heeft een verschuiving van mensen plaatsgevonden richting crisisbeheersing en intelligence. Voor deze beweging hebben we 3 jaar de tijd. Dit moet zorgvuldig gebeuren. Het gaat immers om menselijk kapitaal dat we een goed perspectief moeten bieden en waar we zuinig op zijn. Dit programma vraagt om een coördinator en een werkbudget. We stellen daarom een incidentele verhoging voor van €100.000 (1 fte) voor 2023 en 2024.
10
Kadernota 2023
3. Toelichting kostenstijgingen Loonontwikkeling Loonkosten vormen een fors deel van onze kosten, rond de 70%. Deze kosten beïnvloeden we als organisatie deels zelf. Denk bijvoorbeeld aan de hoeveelheid medewerkers die we inzetten, het functieniveau waarop we medewerkers inzetten en enkele specifieke afspraken over de beloning van medewerkers. Een groot deel van de kosten wordt bepaald door de hoogte van de CAO lonen en de ontwikkeling van sociale premies. Hierop hebben we als organisatie geen invloed. Vanuit gemeenten ontvangen we jaarlijks een indexering voor stijging van prijs- en loonkosten. Deze indexering is gebaseerd op een prognose van het Centraal Planbureau en wordt ongeveer 1,5 jaar voor de start van het begrotingsjaar bepaald. De werkelijke kostenstijging wijkt daarmee altijd af van de indexering die we van gemeenten ontvangen. Op zich is dat geen probleem. De verwachting is dat een tegenvaller in een specifiek jaar gecompenseerd wordt door een meevaller in een ander jaar. Daarnaast is afgesproken dat een voorstel voor aanvullende verhoging gedaan kan worden indien we verwachten dat er sprake is van structurele nadelige effecten. Afgelopen jaren werkte de methode goed. In 2018 en 2019 is geconstateerd dat de stijging van de pensioenpremies onvoldoende zijn gecompenseerd via indexering. Gemeenten gaven daar toen een aanvullende bijdrage voor.
In de kadernota en begroting gaan we er in de regel van uit dat de ontwikkeling van de loonkosten gelijk opgaat met de indexering die we er voor ontvangen. Ook voor 2023 hanteren we dat uitgangspunt. Wel voorzien we een knelpunt voor 2022, doordat de structurele component van de loonstijging €300.000 hoger uitkomt dan via indexering is gecompenseerd. Dit knelpunt zal doorwerken in de begroting 2023. We stellen voor de gemeentelijke bijdrage met dit bedrag aanvullend te verhogen.
Verschuiving van incidentele kosten naar structurele kosten en overige externe ontwikkelingen Op een aantal onderdelen van de begroting ervaren we dat kosten, waarvan we aannamen dat ze incidenteel waren, inmiddels steeds meer structureel zijn geworden. Denk hierbij onder meer aan de onderhoudskosten van onze grote brandweervoertuigen. Nu de voertuigen enkele jaren in gebruik zijn, blijken onderhoudskosten structureel hoger uit te komen. Via interne verschuivingen binnen de begroting 2022 zetten we hier structureel €200.000 extra budget voor in. Bij een aantal onderwerpen worden we geconfronteerd met veranderende regelgeving die voor ons kosten met zich meebrengen. Denk hierbij aan de veranderende regels rondom de rechtmatigheidsverantwoording en met betrekking tot informatiebeveiliging van de interne organisatie. Ook hier hebben we intern budget voor vrij gemaakt.
Onzekerheden voor de toekomst Bij een aantal onderwerpen is nog te veel onzekerheid om daar nu al op te anticiperen in de begroting, maar gezien hun omvang willen we ze hier wel benoemen.
11
Kadernota 2023
Verloop vrijwilligers De afgelopen jaren hebben we een hoog verloop van vrijwilligers gehad. Dat leidde tot een hogere instroom en daarmee tot hogere kosten, onder meer bij vakbekwaamheid. De landelijke trend is dat deze ontwikkeling zich doorzet en versterkt. Momenteel zien wij in onze regio juist een afvlakking van de uitstroom. We gaan daarom nog uit van een incidentele situatie en we vangen de meerkosten van €150.000 ook incidenteel op. Nog onzeker is hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt. We sturen actief op het boeien en binden van onze vrijwilligers, onder meer via de recent aangestelde posthoofden. Tweede loopbaanbeleid beroepsbrandweer Medewerkers die vanaf 2006 in dienst zijn gekomen, werken in principe maximaal twintig jaar in een repressieve functie. Voor deze groep medewerkers is het belangrijk tijdig te beginnen aan het voorbereiden van hun 2e loopbaan. Dit brengt kosten met zich mee. In eerste instantie was onze aanname dat de daling van de FLO kosten groter zou zijn dan de kosten van het 2e loonbaanbeleid. Op die manier konden de kosten van het nieuwe beleid in de plaats komen van de kosten van het oude beleid. Inmiddels weten we dat de FLO kosten nog tot ten minste 2028 op het huidige niveau blijven. In elk geval tot dat jaar zullen we dus per saldo te maken hebben met een kostenstijging.
De eerste medewerkers zijn in 2021 begonnen met de voorbereidingen op hun 2e loopbaan. Er zijn daarom nog geen uitgebreide ervaringscijfers om de verwachte meerkosten te onderbouwen, maar bij deze eerste medewerkers is het gelukt de kosten voor hun 2e loopbaantraject beperkt te houden. Er zijn toezeggingen gedaan die vooral waardevol zijn voor de medewerker, maar die de organisatie weinig kosten. Denk hierbij aan de mogelijkheid om een jaar parttime te werken of aan een terugkeergarantie voor een jaar. Twee oplossingen waardoor een medewerker relatief veilig een eigen bedrijf op kan starten. Voor de begroting 2023 gaan we nog uit van beperkte meerkosten, maar we zien andere regio’s al bedragen opnemen in hun begroting oplopend tot €70.000 per medewerker of een reserve van €750.000 vormen. We verwachten hier in de begroting 2024 een beter beeld bij te hebben. Onderhoud kazernes De veiligheidsregio huurt haar kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten zijn afspraken gemaakt over wie welk onderhoud uitvoert. Op basis van eerste ramingen voor de jaren 2027 en daarna, zien we dat de kosten voor ons huurdersonderhoud circa €500.000 per jaar hoger uitkomen dan we nu aan budget beschikbaar hebben. Ook zullen de kazernes meer duurzaam gemaakt moeten worden. We hebben nog geen beeld welke kosten deze verduurzaming met zich mee brengt.
Omdat gemeenten eigenaar zijn van de kazernes zullen we daar afspraken over moeten maken. De basis voor deze afspraken wordt gevormd door het strategisch huisvestingsbeleid dat we in 2022 willen vast laten stellen. Gezien het verwachte tekort op lange termijn rondom onderhoud van de kazernes, beschouwen we eventuele tussentijdse voordelen als incidenteel. Energieprijzen Sinds de herfst van 2021 stijgen de energieprijzen hard. Indien deze stijging of een deel daarvan structureel wordt, gaat dit impact hebben op onze begroting. We hebben in totaal €800.000 begroot voor energie, waarvan €500.000 voor gas en stroom. Onze prijzen staan vast tot en met 2023, we gaan er daarom vanuit dat het budget voldoet. Wel volgen we de prijsontwikkeling van energie goed.
12
Kadernota 2023
Loonkosten vrijwilligers Op dit moment is de invoering van de WNRA uitgesteld voor medewerkers van veiligheidsregio’s. Eerder namen we aan dat de kosten konden oplopen tot €1.500.000 per jaar. Dit was op basis van extrapolatie van landelijke gemiddelden. Inmiddels is duidelijk dat onze regio minder nadeel heeft dan andere regio’s. Het financiële nadeel zal daarmee ook lager uitkomen. Er wordt landelijk nog onderzoek gedaan naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. De ontwikkelingen rondom de invoering van de WNRA voor vrijwilligers is daarmee nog onzeker en kan daarom nog niet in de begroting 2023 worden betrokken.
13
Kadernota 2023
4. Toelichting Bevolkingszorg In de vergadering van het Algemeen Bestuur van juli 2021 is een voorstel aangenomen met betrekking tot een uitbreiding voor Bevolkingszorg. Op hoofdlijnen komt het voorstel op het volgende neer: Breng Bureau Bevolkingszorg op z’n oorspronkelijk bedoelde sterkte van 4,8 fte. Deze versterking komt direct ten goede aan alle 21 gemeenten en de kosten worden op deze wijze naar rato verdeeld. Omdat deze medewerkers continu bezig zijn met Bevolkingszorg hebben zij veel kennis en ervaring en kunnen zij de gemeenten ondersteunen. Dit kan zowel voor, tijdens als na een crisis.
Onderdeel van het besluit was instemming van het Algemeen Bestuur met het een verhoging van de gemeentelijke bijdrage van €257.355 met ingang van 2023. In deze Kadernota is deze verhoging verwerkt. Naast de verhoging van de bijdrage is ook ingestemd met een aanpassing van de verdeelsleutel voor de specifieke bijdrages voor Bevolkingszorg. Twee van de drie specifieke bijdrages worden onderdeel van de reguliere bijdrage en daarmee ook onderdeel van de reguliere verdeelsleutel. Aanpassing van een verdeelsleutel leidt altijd tot herverdeeleffecten. Doordat de verdeelsleutel voor de verdeling van de piketkosten niet verandert, blijven de herverdeeleffecten beperkt tot minder dan €5.000 per gemeente. Het voorstel voor het Algemeen Bestuur bevatte een bijlage waarin het financiële effect van het besluit per gemeente was uitgewerkt. De betreffende bijlage is ook aan deze kadernota toegevoegd als Bijlage 1: effect gemeentelijke bijdrage aanpassing Bevolkingszorg.
14
Kadernota 2023
5. Toelichting reguliere onderdelen Indexering Op basis van het beleid met betrekking tot indexering stelt VRBZO voor een index op de gemeentelijke bijdrage voor 2023 toe te passen van 2,04%. Dit voorstel is, zoals eerdere jaren, gebaseerd op de index voor de loonvoet sector overheid en de index voor prijs overheidsconsumptie zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2022 van het Centraal Planbureau1. In juli 2021 heeft het Algemeen Bestuur de aangepaste versie van beleidsnota indexering vastgesteld. Op basis van die aangepaste notitie gebruiken we in deze kadernota voor de eerste keer de prognose van het Centraal Planbureau voor het jaar waar de kadernota betrekking op heeft. Kentgetal jaarschijf 2023
Wegingsfactor
Indexeringspercentage
62,50% 37,50%
2,30% 1,60%
Loonvoet sector overheid Prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC) Gewogen indexpercentage
2,04%
De index van 2,04% wordt op de totale gemeentelijke bijdrage toegepast en komt dan overeen met een stijging van net iets meer dan €900.000. Indexering rijksuitkering De afgelopen jaren heeft het Rijk elk jaar indexering van haar uitkering toegepast. De omvang van deze indexering wordt altijd pas lopende het begrotingsjaar bekend. In de begroting wordt daarom steeds aangenomen dat de indexering van de rijksuitkering gelijk is aan die van de gemeentelijke bijdrage. Indexering overige inkomsten In de begroting 2021 zullen de overige inkomsten in dezelfde mate worden geïndexeerd als de gemeentelijke bijdrage. Indexering loonkosten De ontwikkeling van de loonkosten voor 2023 is nog onbekend. De huidige CAO is in 2023 niet meer geldig. VRBZO gaat daarom voor de begroting 2023 uit van een gelijke verhoging van de loonkosten als er via indexering beschikbaar komt. Indexering overige kosten Voor de overige kosten wordt een budget gereserveerd in de begroting waarmee waar nodig indexeringen kunnen worden toegepast. Deze reservering vindt per programmaproduct plaats, waardoor de daadwerkelijke verhoging van individuele budgetten als administratieve wijziging kan worden uitgevoerd en daarmee niet nogmaals om bestuurlijke goedkeuring vraagt.
1 Macro Economische Verkenning (MEV) 2022 | CPB.nl
15
Kadernota 2023
We houden in de begroting eenzelfde indexering voor overige kosten aan als in de indexering van de gemeentelijke bijdrage is gehanteerd. Investeringen Zoals eerder in deze kadernota beschreven, besteden we het grootste deel van ons budget aan loonkosten. Toch kennen we zeker binnen het onderdeel Brandweerzorg ook een groot aantal investeringen. Voor de begroting 2023 zijn geen grote aanpassingen van de investeringsbegroting nodig. Wel voegen we een nieuwe jaarschijf toe aan de begroting, die van 2026. De investeringen die we in dat jaar toevoegen zijn steeds vervangingsinvesteringen. Denk hierbij aan: •
Drie tankautospuiten inclusief bepakking
•
Twee hoogwerkers inclusief bepakking
•
Twee haakarmvoertuigen
•
Twee personenvoertuigen
•
Een logistiek container
16
Kadernota 2023
6. Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor 2023 is in de basis gelijk aan die van 2022, met de volgende aanpassingen: 1.
We stellen voor een indexering toe te passen van 2,04%
2.
Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor Bevolkingszorg. Deze verhoging verwerken we in de gemeentelijke bijdrage.
3.
Er vindt een beperkte aanpassing van de verdeelsleutel van het onderdeel Bevolkingszorg van de gemeentelijke bijdrage plaats.
4.
Er wordt een incidentele verhoging voor twee jaar voorgesteld van €600.000.
5.
Er wordt een structurele verhoging voorgesteld van €300.000.
In de onderstaande tabel zijn in de eerste drie regels de reguliere bijdrage en de bijdragen voor Bevolkingszorg nog gesplitst opgenomen. Hiermee kan de aansluiting met de begroting 2022 gemaakt worden. In Bijlage 1: effect gemeentelijke bijdrage aanpassing Bevolkingszorg staan de details van de aanpassing uitgewerkt. In overige tabellen staat alleen de nieuwe situatie opgenomen. In totaal komt de gemeentelijke bijdrage voor 2023 uit op €46.692.821. Vorig jaar is ingestemd met een verhoging van de bijdrage voor Omgevingsveiligheid. Die verhoging is gekoppeld aan de termijn waarvoor gemeenten een toevoeging krijgen in hun gemeentefondsuitkering voor versterking omgevingsveiligheidsdienst. We gaan daarom voor nu uit van een bijdrage die doorloopt tot en met 2024. Onderwerp
Bijdrage regulier
Piket bevolkingszorg
Totaal
Gemeentelijke bijdrage ex bevolkingszorg 2022 Gemeentelijke rampenbestrijding Bevolkingszorg tbv OTO Subtotaal 2022
€ 44.180.146 € 64.882 € 34.811 € 44.279.839
€ 150.381
€ 44.330.527 € 64.882 € 34.811 € 44.430.220
Indexering 2,04% Verhoging bijdrage bevolkingszorg Structurele verhoging loonkosten Tijdelijke verhoging 2023 - 2024 Gemeentelijke bijdrage 2023
€ 902.202 € 257.335 € 300.000 € 600.000 € 46.339.376
€ 3.064
Uitsplitsing indexering Waarvan loonkosten uit indexering Waarvan prijzen Totaal
€ 150.381
€ 153.445
Wegingsfactor Indexeringspercentage 62,50% 37,50%
2,30% 1,60% 2,04%
€ 905.266 € 257.335 € 300.000 € 600.000 € 46.492.821
Totaal € 638.685 € 266.581 € 905.266
17
Kadernota 2023
Bijlage 1: effect gemeentelijke bijdrage aanpassing Bevolkingszorg De onderstaande tabel toont het effect van de aanpassing van de verdeelsleutel en de verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor bevolkingszorg, op basis prijspeil 2021. Huidig
Aangepaste verdeelsleutel
Aandeel in bijdrage
Oranje Kolom / Piket
Gemeentelijke rampenbestrijding
Asten
2,09%
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 2.050
€ 9.092
Bergeijk
2,90%
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 2.847
Best
3,16%
€ 7.042
€ 1.489
€ 1.199
€ 9.730
€ 7.042
Bladel
2,89%
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
Cranendonck
2,76%
€ 7.042
€ 1.489
€ 1.199
€ 9.730
Deurne
3,98%
€ 7.042
€ 2.333
€ 1.199
Eersel
2,73%
€ 7.042
€ 1.489
Eindhoven
34,41%
€ 7.042
€ 19.098
Geldrop-Mierlo
4,27%
€ 7.042
€ 3.654
Gemert-Bakel
3,70%
€ 7.042
€ 2.333
Heeze-Leende
2,00%
€ 7.042
€ 1.489
Helmond
10,63%
€ 7.042
€ 7.868
Laarbeek
2,74%
€ 7.042
€ 2.333
Nuenen c.a.
2,53%
€ 7.042
Oirschot
2,30%
Reusel-De Mierden
1,87%
Someren
Uitbreiding
Nieuw totaal
Totaal effect
-€ 209
€ 5.382
€ 14.474
€ 5.173
€ 9.889
€ 588
€ 7.473
€ 17.362
€ 8.061
€ 3.097
€ 10.139
€ 409
€ 8.130
€ 18.269
€ 8.539
€ 2.837
€ 9.879
€ 578
€ 7.446
€ 17.324
€ 8.023
€ 7.042
€ 2.701
€ 9.743
€ 13
€ 7.090
€ 16.833
€ 7.103
€ 10.574
€ 7.042
€ 3.903
€ 10.945
€ 371
€ 10.243
€ 21.188
€ 10.614
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 2.680
€ 9.722
€ 421
€ 7.035
€ 16.757
€ 7.456
€ 10.270
€ 36.410
€ 7.042
€ 33.738
€ 40.780
€ 4.370
€ 88.554
€ 129.334
€ 92.924
€ 1.882
€ 12.578
€ 7.042
€ 4.184
€ 11.226
-€ 1.352
€ 10.982
€ 22.209
€ 9.631
€ 1.199
€ 10.574
€ 7.042
€ 3.631
€ 10.673
€ 99
€ 9.532
€ 20.205
€ 9.631
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 1.963
€ 9.005
-€ 296
€ 5.152
€ 14.156
€ 4.855
€ 4.108
€ 19.018
€ 7.042
€ 10.423
€ 17.465
-€ 1.553
€ 27.357
€ 44.822
€ 25.804
€ 1.199
€ 10.574
€ 7.042
€ 2.687
€ 9.729
-€ 845
€ 7.051
€ 16.780
€ 6.206
€ 2.333
€ 1.199
€ 10.574
€ 7.042
€ 2.478
€ 9.520
-€ 1.054
€ 6.504
€ 16.024
€ 5.450
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 2.251
€ 9.293
-€ 8
€ 5.907
€ 15.200
€ 5.899
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 1.833
€ 8.875
-€ 426
€ 4.812
€ 13.688
€ 4.387
2,44%
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 2.388
€ 9.430
€ 129
€ 6.269
€ 15.699
€ 6.398
Son en Breugel
1,90%
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 1.858
€ 8.900
-€ 401
€ 4.878
€ 13.778
€ 4.477
Valkenswaard
3,67%
€ 7.042
€ 2.333
€ 1.199
€ 10.574
€ 7.042
€ 3.594
€ 10.636
€ 62
€ 9.433
€ 20.069
€ 9.495
Veldhoven
5,38%
€ 7.042
€ 3.654
€ 1.882
€ 12.578
€ 7.042
€ 5.277
€ 12.319
-€ 259
€ 13.851
€ 26.170
€ 13.592
Waalre
1,65%
€ 7.042
€ 1.489
€ 770
€ 9.301
€ 7.042
€ 1.621
€ 8.663
-€ 638
€ 4.254
€ 12.917
€ 3.616
Totaal
100,0%
€ 147.882
€ 63.807
€ 34.235
€ 245.924
€ 147.882
€ 98.042 € 245.924
€0
€ 257.335
€ 503.259
€ 257.335
Gemeente
Bevolk.zorg tbv OTO Subtotaal
Uitbreiding
Oranje Gemeentelijke Kolom / rampenbestrijding Herverdeel Piket en OTO Subtotaal effect
18
Kadernota 2023
Bijlage 2: Staat met gemeentelijke bijdragen Gemeente
Aandeel
Verhoging bijdrage 2022, regulier Indexering bevolkingszorg
Tijdelijke Structurele verhoging verhoging 2023 loonkosten 2024
Piket Piket Basisbijdrage bevolkingszorg bevolkingszorg 2023, regulier 2022 Indexering 2023
Totale bijdrage 2023
2024
2025
2026
Asten
2,09%
€ 926.942
€ 18.886
€ 5.382
€ 6.274
€ 12.548
€ 970.032
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 977.339
€ 977.339
€ 963.447
€ 963.447
Bergeijk
2,90%
€ 1.285.078
€ 26.183
€ 7.473
€ 8.712
€ 17.424
€ 1.344.871
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.352.177
€ 1.352.177
€ 1.332.886
€ 1.332.886
Best
3,16%
€ 1.399.759
€ 28.520
€ 8.130
€ 9.478
€ 18.956
€ 1.464.843
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.472.150
€ 1.472.150
€ 1.451.163
€ 1.451.163
Bladel
2,89%
€ 1.280.788
€ 26.096
€ 7.446
€ 8.680
€ 17.360
€ 1.340.370
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.347.677
€ 1.347.677
€ 1.328.457
€ 1.328.457
Cranendonck
2,76%
€ 1.219.813
€ 24.854
€ 7.090
€ 8.265
€ 16.531
€ 1.276.552
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.283.859
€ 1.283.859
€ 1.265.558
€ 1.265.558
Deurne
3,98%
€ 1.764.121
€ 35.944
€ 10.243
€ 11.942
€ 23.883
€ 1.846.133
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.853.440
€ 1.853.440
€ 1.826.998
€ 1.826.998
Eersel
2,73%
€ 1.209.992
€ 24.654
€ 7.035
€ 8.201
€ 16.403
€ 1.266.285
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.273.592
€ 1.273.592
€ 1.255.432
€ 1.255.432
Eindhoven
34,41%
€ 15.226.383
€ 310.238
€ 88.554
€ 103.236
€ 206.472
€ 15.934.883
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 15.942.189
€ 15.942.189
€ 15.713.596
€ 15.713.596
Geldrop-Mierlo
4,27%
€ 1.891.253
€ 38.534
€ 10.982
€ 12.803
€ 25.606
€ 1.979.179
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.986.486
€ 1.986.486
€ 1.958.137
€ 1.958.137
Gemert-Bakel
3,70%
€ 1.642.509
€ 33.466
€ 9.532
€ 11.112
€ 22.224
€ 1.718.842
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.726.149
€ 1.726.149
€ 1.701.544
€ 1.701.544
Heeze-Leende
2,00%
€ 886.715
€ 18.067
€ 5.152
€ 6.006
€ 12.012
€ 927.951
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 935.258
€ 935.258
€ 921.959
€ 921.959
Helmond
10,63%
€ 4.711.162
€ 95.990
€ 27.357
€ 31.893
€ 63.786
€ 4.930.188
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 4.937.495
€ 4.937.495
€ 4.866.875
€ 4.866.875
Laarbeek
2,74%
€ 1.213.698
€ 24.729
€ 7.051
€ 8.221
€ 16.441
€ 1.270.140
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.277.447
€ 1.277.447
€ 1.259.244
€ 1.259.244
Nuenen c.a.
2,53%
€ 1.119.840
€ 22.817
€ 6.504
€ 7.582
€ 15.165
€ 1.171.908
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.179.215
€ 1.179.215
€ 1.162.425
€ 1.162.425
Oirschot
2,30%
€ 1.016.643
€ 20.714
€ 5.907
€ 6.887
€ 13.773
€ 1.063.924
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.071.231
€ 1.071.231
€ 1.055.982
€ 1.055.982
Reusel-De Mierden
1,87%
€ 827.715
€ 16.865
€ 4.812
€ 5.610
€ 11.220
€ 866.222
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 873.529
€ 873.529
€ 861.107
€ 861.107
Someren
2,44%
€ 1.079.398
€ 21.993
€ 6.269
€ 7.308
€ 14.616
€ 1.129.583
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.136.890
€ 1.136.890
€ 1.120.708
€ 1.120.708
Son en Breugel
1,90%
€ 840.190
€ 17.119
€ 4.878
€ 5.687
€ 11.374
€ 879.247
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 886.554
€ 886.554
€ 873.962
€ 873.962
Valkenswaard
3,67%
€ 1.622.384
€ 33.056
€ 9.433
€ 10.997
€ 21.994
€ 1.697.864
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 1.705.171
€ 1.705.171
€ 1.680.821
€ 1.680.821
Veldhoven
5,38%
€ 2.383.071
€ 48.555
€ 13.851
€ 16.148
€ 32.295
€ 2.493.920
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 2.501.227
€ 2.501.227
€ 2.465.472
€ 2.465.472
Waalre
1,65%
€ 732.384
€ 14.922
€ 4.254
€ 4.959
€ 9.918
€ 766.438
€ 7.161
€ 146
€ 7.307
€ 773.745
€ 773.745
€ 762.763
€ 762.763
Totaal
100,0%
€ 44.279.838
€ 902.202
€ 257.335
€ 300.000
€ 600.000
€ 46.339.375
€ 150.381
€ 3.064
€ 153.445
€ 46.492.820
€ 46.492.820
€ 45.828.536
€ 45.828.536
19