[21.17511] - Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1 Reusel inclusief bijlagen
Tekst van het document
8 SEPTEMBER 2021
26
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
Figuur 4-6 Ligging Natura 2000 gebieden. O is bedrijfslocatie (Bron: Aerius)
Gebruiksfase Om de stikstofdepositie te kunnen bepalen is sinds 1 juli 2015 het rekenprogramma Aerius calculator beschikbaar. Op basis van de gegevens van de dierverblijven, zoals het huisvestingssysteem, de emissiepunthoogte en het aantal dieren, wordt de stikstofdepositie bepaald. Om te bepalen of geen significant negatieve effecten optreden naar aanleiding van het initiatief is met het rekenprogramma Aerius calculator een berekening gemaakt om te bepalen of de ammoniak depositie op geen enkel natuurgebied stijgt ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie voor de locatie Schepersweijer 1 is de Natuurbeschermingswetvergunning van 18 april 2013. In bijlage 6 is de berekening opgenomen als ook de vigerende Natuurbeschermingswetvergunning. Uit de berekening blijkt dat er op geen enkel natuurgebied een toename van ammoniakdepositie plaats vindt. Er is zelfs sprake van een afname van ammoniakdepositie op de natuurgebieden. Significant negatieve effecten zijn hierdoor uitgesloten. Er hoeft derhalve op basis van de uitspraak ‘Logtsebaan’ (20
8 SEPTEMBER 2021
27
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71) van de Raad van State hoeft voor onderhavig initiatief geen Wnb vergunning te worden aangevraagd. Realisatiefase De realisatiefase duurt 12 maanden en bestaat uit de sloop van de bestaande gebouwen A en B (3 maanden) en uit de oprichting van de nieuwe stal A/B (9 maanden). De genoemde verkeersbewegingen en brandstofverbruik zijn een worstcase benadering. Tijdens de sloop worden de sloopmaterialen afgevoerd middels 100 vrachtwagens (zwaar vrachtverkeer). Ten behoeve van de werkzaamheden zijn er de gehele sloopfase twee mobiele kranen (zwaar vrachtverkeer) aanwezig. Dit zijn in totaal 204 verkeersbewegingen. Tijdens de sloop komen ook personen (slopers) naar de locatie. Dit zal 1 voertuig per werkdag zijn (licht verkeer). Ervan uitgaande dat er 5 werkdagen per week gewerkt wordt over een periode van 3 maanden (13 weken) bedraagt dit in totaal 130 verkeersbewegingen. Tijdens de bouw worden de materialen zoals, beton, spanten, prefab elementen, isolatie en dakplaten aangevoerd middels 100 vrachtwagens (zwaar-vrachtverkeer) en wordt bouwafval afgevoerd middels 6 vrachtwagens (zwaar-vrachtverkeer). Ten behoeve van de werkzaamheden komt er 1 keer een kraan (zwaar- vrachtverkeer) die op de bouw aanwezig blijft en er komt 2 keer een graafmachine met een tractor. Dit zijn in totaal 222 verkeersbewegingen in 9 maanden.
Tijdens de bouw komen ook personen (bouwvakkers, installateurs, elektriciens naar de locatie. Dit zal gemiddeld 2 voertuigen per werkdag zijn (licht verkeer). Ervan uitgaande dat er 5 werkdagen per week gewerkt wordt over een periode van 9 maanden (39 weken) bedraagt dit in totaal 780 verkeersbewegingen. Tijdens de werkzaamheden is een kraan (mobiel werktuig) aanwezig om de putten te storten en de wanden, spanten en dakplaten te plaatsen. Deze kraan komt 1 keer naar de bouwplaats en blijft op de bouw aanwezig. Uitgegaan wordt van de klasse Stage, 130 – 560 Kw met bouwjaar 2006/01 Cat H. De verwachting is dat het brandstofverbruik maximaal 2.500 liter zal bedragen. Dit is overeenkomstig een vergelijkbare bouw waar Agra-Matic bij betrokken is geweest. Tijdens de werkzaamheden is 2 dagen een graafmachine (mobiel werktuig) met tractor (mobiel werktuig) aanwezig om het grondwerk te verrichten. In beide gevallen wordt uitgegaan wordt van de klasse Stage, 130 – 560 Kw met bouwjaar 2006/01 Cat H. De verwachting is dat het brandstofverbruik per werktuig maximaal 250 liter zal bedragen. Dit is overeenkomstig een vergelijkbare bouw waar Agra-Matic bij betrokken is geweest. De ontsluiting van het verkeer vindt in oostelijke richting plaats via de Schepersweijer.
Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer.’ Het verkeer zal na 250 meter op de Schepersweijer opgaan in het overige verkeer dat op deze weg aanwezig zal zijn.
8 SEPTEMBER 2021
28
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
In het rekenprogramma zijn de volgende invoergegevens opgenomen: Zwaar-vrachtverkeer: 426 per jaar Lichtverkeer: 910 per jaar Kraan: 2.500 liter brandstofverbruik Graafmachine: 250 liter brandstofverbruik Tractor: 250 liter brandstofverbruik Het verkeer is door middel van een lijnbron gemodelleerd. De mobiele werktuigen (kraan en graafmachine) zijn als vlakbron gemodelleerd omdat deze werktuigen geen vaste werklocatie hebben. Het verkeer wordt beschouwd als wegverkeer buiten de bebouwde kom. In bijlage 6 is de berekening opgenomen. Hieruit blijkt dat de realisatiefase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden. Dit betekent dat de het bouwplan niet resulteert in significant negatieve effecten, een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming voor de realisatiefase is niet nodig. Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat het aspect gebiedsbescherming geen belemmering vormt voor onderhavig initiatief 4.4.7
Soortenbescherming
De nieuwbouw van de stal is gepland op gronden die momenteel ook in gebruik zijn als stallen. De bouw van de nieuwe stal is een ‘ruimtelijke inrichting of ontwikkeling’ in het kader van de soortenbescherming. Er is daarom door een gespecialiseerd ecologisch bureau een Quick Scan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek bestaat uit een bureaustudie en een veldbezoek door een ecoloog. In deze paragraaf worden de belangrijkste bevindingen besproken. In bijlage 7 is de rapportage van het ecologisch bureau opgenomen. De eindconclusies zoals getrokken in hoofdstuk 5 van de rapportage luidt: •
• • • •
‘de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; een ontheffing in het kader van de Wnb ( soorten) is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft’.
Uit de conclusies van de Quick Scan blijkt dat het onderdeel natuur, soortenbescherming geen belemmering oplevert voor onderhavig initiatief.
8 SEPTEMBER 2021
29
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING De aanwezige landbouwgronden zijn tot stand gekomen door de Rijtsche heide te ontginnen. Deze ontginning heeft aan de Schepersweijer plaatsgevonden in de jaren vijftig, het is daarmee een zogenaamde jonge heide ontginning. In figuur 4-7 is het verloop van de heideontginning goed te zien tussen 1952, 1958 en 1967. Pas nadat het gebied ontgonnen was vestigden zich in de jaren zestig hier de eerste agrarische bedrijven. Daarnaast is goed te zien dat percelen al in de jaren zestig hun huidige vorm begonnen aan te nemen. Uiteindelijk is een landschap ontstaan dat omschreven wordt als een mozaïeklandschap.
Figuur 4-7 Uitsnede atlassen 1952, 1958 en 1967 (O = bedrijfslocatie) Bron = www.watwaswaar.nl
Op basis van voorgaande analyse en in overeenstemming met het stedenbouwkundige advies van de gemeente is bij de wijzigingsplanprocedure voor onderhavige locatie (vastgesteld 28-04-2020) besloten om het bouwvlak als groene stapsteen in het landschap te beschouwen. Het bouwvlak is fysiek gezien een stapsteen in het landschap doordat het hoger ligt dan de omliggende landerijen. De huidige bebouwing valt nu op en verstoort het landschap. Door de bebouwing te omringen met een struweelzone met overstaanders gaat het bouwvlak ruimtelijk lezen als een boskavel waarin bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Onderhavig initiatief valt onder categorie 2 van de ‘Landschapsinvesteringsregeling De Kempen’ Categorie 2 ontwikkelingen zijn ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Uit de regeling blijkt dat als sprake is van afdoende bestaande landschappelijke inpassing dit afdoende is. Voor het bedrijf is reeds een landschappelijke inpassing opgesteld. Deze is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het vastgestelde wijzigingsplan ‘Buitengebied 2009, wijziging Schepersweijer 1. In figuur 4-8 is de situatieschets opgenomen met daarop weergegeven de locatie van de landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 3.
Zoals is weergegeven wordt de landschappelijke inpassing buiten het bouwvlak (rode lijn betreft bouwvlak) gerealiseerd. Dit betekent dat de nieuwe stal A/B ter plaatse van de bestaande stallen A en B binnen de landschappelijke inpassing wordt opgericht. De bebouwing wordt aan alle zijden ingepast. Deze landschappelijke inpassing wordt 10 meter breed. In totaal wordt een landschappelijke inpassing aangelegd van circa 3500 m2. De strook aan de zuidzijde en aan de westzijde zal onder een flauw talud worden aangelegd om het hoogte verschil tussen het bouwvlak en de omliggende landerijen te overbruggen.
8 SEPTEMBER 2021
30
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
Figuur 4-8 Nieuwe situatie binnen landschappelijke inpassing zoals vastgesteld op 28-04-2020, (wijzigingsplan Schepersweijer 1)
8 SEPTEMBER 2021
31
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
VERKEER EN PARKEREN Het beperken van de nadelige milieugevolgen van het verkeer van personen of goederen naar een inrichting is een te beschermen milieubelang. In deze paragraaf beschouwen wij wat het effect is van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op dit aspect. De te behandelen onderwerpen zijn: parkeerbehoefte, verkeersaantrekkende werking van de inrichting en ontsluiting. 4.6.1
Parkeren
Het parkeren van alle voertuigen geschiedt op eigen terrein. Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling zijn geen nieuwe parkeerplaatsen noodzakelijk. De aanwezige erfverharding biedt voldoende ruimte om te parkeren. 4.6.2
Laad en los voorzieningen
Het laden en lossen geschiedt op eigen terrein. De aanwezige erfverharding biedt hiervoor voldoende ruimte. Laden en lossen heeft geen effect op de Schepersweijer. 4.6.3
Verkeer aantrekkende werking
In de gewenste situatie worden meer dieren gehouden dan in de bestaande situatie. Dit betekent dat het voorgenomen initiatief voorziet in een verkeersaantrekkende werking. De gewenste situatie leidt tot een toename van gemiddeld 1 vrachtwagen per week. 4.6.4
Ontsluiting
Voor de ontsluiting van het bedrijf wordt gebruik gemaakt van de twee inritten vanaf de Schepersweijer. Deze inritten worden onder andere gebruikt voor de aan- en afvoer van dieren en aardappelen en de aanvoer van voer en de afvoer van mest. Het bedrijf wordt verlaten via de Schepersweijer. Via de Postelsedijk en vervolgens de Sleutelstraat die overgaat in het Weijereind komt men via de Hamelendijk uit op een rotonde vanwaar de N284 en de N269 bereikt worden. Het bedrijf is te bereiken zonder door kwetsbare dorpskommen zoals de kern van Reusel te rijden. EXTERNE VEILIGHEID In Nederland vallen bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). Het BRZO voegt wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampbestrijding samen. Het doel van het BRZO is het voorkomen en beheersen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Met het voorgenomen initiatief worden er geen kwetsbare objecten binnen risicocontouren gerealiseerd. Een uitsnede van de risicokaart van de bedrijfslocatie en omliggende inrichtingen is in figuur 4-9 inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat ten oosten van het bedrijf op drie bedrijven in de directe omgeving een risico aanwezig is, vallend in de categorie ‘Overig’.
Deze categorie bevat bedrijven die niet als aparte categorie zijn benoemd, maar ook bedrijven waarbij de kans bestaat dat bij een ongeval gewonden en/of doden vallen buiten de terreingrens. De eindverantwoordelijke voor de omgevingsvergunning (meestal de gemeente) moet aangeven voor welke situaties dat geldt. De risico’s van deze bedrijven zijn hetzelfde als die van andere
8 SEPTEMBER 2021
32
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
risicovolle bedrijven die werken met ontplofbare, giftige of brandbare stoffen. Het gevaar ontstaat wanneer met die gevaarlijke stoffen iets mis gaat. Afhankelijk van de soort stof kan er gevaar voor de gezondheid ontstaan door brand, een ontploffing of voor degene die met de gevaarlijke stof in aanraking komt.
Figuur 4-9 Uitsnede risicokaart, 0 = bedrijfslocatie (bron: risicokaart Nederland)
Aan het noordelijkste bedrijf (van de drie risico-bedrijven) is geen risicocontour gekoppeld omdat de mono-/mestvergister niet is gerealiseerd. Hier is echter wel een vergunning voor waardoor hier wel rekening mee gehouden moet worden. Aan de andere twee locaties is wel een riscocontour gekoppeld. Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. De geldende regels zijn vastgelegd in het Besluit milieukwaliteitseisen Externe veiligheid inrichtingen en in de nota Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt 1 op de miljoen. Een PR van 10-6 wordt in de regels voor ruimtelijke ordening en externe veiligheid echter als een relatief hoog risico beschouwd.
Bij een PR van 10-6 is de kans dat een persoon op die afstand van het ongeval daadwerkelijk overlijdt nog redelijk groot. Wegens dit soort relatief grote overlijdenskansen mogen er binnen de contour van 10-6 in principe geen kwetsbare objecten staan. Met de rode lijn is de terreingrens van de inrichtingen weergeven waarbinnen het ‘risico’ aanwezig is. Dat aan het noordelijkste bedrijf (van de drie risico-bedrijven) geen risicocontour gekoppeld is komt doordat de monovergistingsinstallatie wel vergund is maar nog niet gerealiseerd is. Op de
8 SEPTEMBER 2021
33
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
andere twee locaties is de mono-/mestvergistingsinstallatie wel gerealiseerd. De ‘installatie contour 10-6’ in figuur 5-8 geeft de contour aan waarbinnen geen kwetsbare objecten gerealiseerd mogen worden. Met het voorgenomen initiatief zal er geen kwetsbaar object binnen de risicocontouren worden gerealiseerd. Kwetsbare objecten zijn gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden of gebouwen waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn (zieken, bejaarden, kinderen). Deze objecten staan op de risicokaart omdat ze extra aandacht verdienen wanneer het misgaat. Daarom worden kwetsbare objecten liever niet in de buurt van risicobronnen gebouwd. Aangezien het bedrijf geen risicobron vormt, hoeft geen rekening gehouden te worden met deze kwetsbare objecten. Bovendien liggen deze objecten niet in de nabijheid van de inrichting (> 1 km). Ten zuiden van de locatie ligt, op een afstand van circa 2,0 kilometer, een weg (A 67) voor het transport van gevaarlijke stoffen. Tijdens het transport kunnen dingen mislopen waardoor de gevaarlijke lading kan ontbranden of exploderen of waardoor er bijvoorbeeld giftige gassen ontsnappen via een lek of breuk. Bij risicovolle transporten kan gedacht worden aan transport van aardgas, maar ook aan olie, benzine, kerosine, chemische producten en industriële gassen. Deze stoffen kunnen giftig, licht ontvlambaar, of brandbaar zijn.
Aangezien deze weg op voldoende afstand van de bedrijfslocatie ligt, hoeft met dit risico geen rekening gehouden te worden. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
8 SEPTEMBER 2021
34
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
MILIEUASPECTEN MILIEUZONERING Het milieubeleid en de daarop gebaseerde regelgeving spelen een belangrijke rol bij het ruimtelijk ordeningsbeleid. Beide beleidsterreinen richten zich op de bescherming van de kwaliteit van de (leef)omgeving. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies.
De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de lijst gelden ten opzichte van het omgevingstype “rustige woonwijk” dan wel “gemengd gebied”. In dit geval is sprake van een rustige ligging in het buitengebied met weinig verstoring. Uitgegaan kan worden van het omgevingstype “rustige woonwijk”.
Volgens de VNG-lijst valt het bedrijf van de aanvrager onder de omschrijving “Fokken en houden van varkens”, waarvoor de volgende richtafstanden gelden: voor het aspect ‘geurhinder’ => 200 meter, voor het aspect ‘stofhinder’ => 30 meter, voor het aspect ‘geluidhinder’ => 50 meter, voor het aspect ‘gevaar’ => 0 meter. Binnen een straal van 200 meter van het bedrijf zijn uitsluitend agrarische bedrijfswoningen gelegen, hiervoor gelden vaste afstanden (50 meter in het buitengebied) op basis van de Wet geurhinder en
8 SEPTEMBER 2021
35
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
veehouderij. Binnen een straal van 200 meter zijn geen burgerwoningen of andere geurgevoelige objecten aanwezig. De dichtstbijzijnde bedrijfswoning van derden is gelegen op een afstand van 66 meter (Scheperswijer 2). Deze afstand is ruim voldoende zodat voldaan wordt aan de richtafstand betreft gevaar, geluid- en stofhinder en aan de vaste afstand vanuit de Wgv. De omgeving vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Dit wijzigingsplan stelt geen nieuwe gevoelige functies voor. Vanuit de milieuzonering bestaan dan ook geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkelingen. MER-BEOORDELING Middels de omgevingsvergunning wordt zeker gesteld dat geldende normen qua geluid en luchtkwaliteit en andere milieuaspecten niet worden overschreden. Doordat de aanpassing een uitbreiding van meer dan 2.000 vleesvarkens betreft, is ingevolge het Besluit milieueffectrapportage van 1994, een beoordelingsnotitie verplicht. De procedure vraagt de initiatiefnemers rekening te houden met de gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit. Deze notitie wordt voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning opgesteld aan de hand van bijlage IV van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (85/337/EEG). Voor onderhavig initiatief is op 23 juli 2020 een aanmeldnotitie bij de gemeente Reusel-De Mierden ingediend.
Op basis van deze aanmeldnotitie heeft de gemeente op 26 augustus 2020 een Besluit Milieueffectrapportage genomen. In dit besluit wordt onderhavig initiatief getoetst aan de drie toetsingscriteria voor de beoordelingsprocedure en is de conclusie dat het opstellen van een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is. Het besluit op de mer-beoordelingsnotitie en de merbeoordelingsnotitie zijn opgenomen in bijlage 8. GEUR 5.3.1
Geuremissie
Het waarnemen en waarderen van geur verschilt per persoon. Naast het feit dat mensen het kunnen ervaren als hinderlijk, kan het waarnemen van een onaangename geur samenhangen met klachten zoals depressie, verminderde kwaliteit van leven en moeheid (Op den Kamp, 2006). De hinder gaat dan vergezeld met stress gerelateerde lichamelijke gezondheidseffecten. Er is geen eenduidige relatie bekend tussen de hoogte van de geurbelasting en de mate van klachten die ontstaan. Ook kan een onaangename geur veroorzaken dat mensen niet graag thuis zijn of naar buiten willen gaan (Op den Kamp, 2006). Voor de mate van geurhinder geeft de Wet geurhinder en veehouderij geen waarden of bandbreedten. Wel zijn er wettelijke geurnormen waaraan men zich moet houden op het gebied van voorgrond- en achtergrondbelasting (cumulatie). 5.3.2
Voorgrondbelasting geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied, waarin Schepersweijer 1 is gelegen geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (ouE/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom.
8 SEPTEMBER 2021
36
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
Voor gemeenten is het, door middel van het vaststellen van een geurverordening, mogelijk om af te wijken van wettelijke normen uit de Wgv. De gemeente Reusel-De Mierden heeft een geurverordening vastgesteld op 23-12-2013. Zij heeft voor verschillende woongebieden afwijkende normen vastgelegd om daarmee een goed woon- en leefklimaat adequaat te kunnen borgen. Voor de kernen is de maximale belasting vastgesteld op 0,1 ouE/m³, voor het buitengebied en de kernrandzone bedraagt de maximale belasting 5,0 ouE/m³. Voor woningen behorende bij andere veehouderijen en voormalige veehouderijen geldt een ander toetsingskader. De afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij bedraagt ten minste 100 meter als het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter als het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. De dichtstbijzijnde woning die aan deze norm moet voldoen is Schepersweijer 1a. Deze woning is in het buitengebied op een afstand van circa 156 meter gelegen en voldoet daarmee aan de minimale afstand van 50 meter. De geuremissie van het bedrijf aan de Schepersweijer 1 neemt toe van 67.019,0 Europese odeur units per seconde (ouE/s) naar 67.985,2 ouE/s.
Dit is een toename van 966,2 ouE/s ten opzichte van de vergunde situatie. Met het rekenprogramma V-Stacks Vergunningen kan de verspreiding van geur vanuit een veehouderijbedrijf worden berekend. Het rekenresultaat is de geurbelasting op in de omgeving gelegen geurgevoelige objecten. Vervolgens toetst het programma of de berekende geurbelasting voldoet aan de norm die van toepassing is. Deze norm moet vooraf worden ingevoerd. Om de geurbelasting te berekenen worden gegevens ingevoerd over het bedrijf (bronnen) en de omliggende geurgevoelige objecten (receptoren). Het programma houdt rekening met de meteorologische gegevens van een heel jaar en met de ruwheid van de omgeving. In bijlage 6 van bijlage 8 zijn de invoergegevens opgenomen. In de vergunde situatie is reeds sprake van een overbelasting op het geurgevoelige object (Lensheuvel 91) in de kern (bijlage 9). Voor situaties zoals deze, waarbij de geurbelasting op geurgevoelige objecten niet voldoet aan de norm, is de 50%-regeling van artikel 3 lid 4 Wgv van toepassing. Deze regeling biedt de mogelijkheid om uit te breiden in het aantal landbouwhuisdieren wanneer geurbelastingreducerende maatregelen getroffen worden en de overbelaste situatie afneemt. De regeling werkt als volgt: de ondernemer bepaald aan de hand van het aantal vergunde dieren de effecten van de geurbelastingreducerende maatregelen.
Maximaal de helft van dit effect mag de ondernemer gebruiken voor uitbreiding van het aantal landbouwhuisdieren, de andere helft komt ten goede aan het geurgevoelig object (vermindering geurbelasting). In bijlage 9 is de geurberekening inclusief de geur reducerende maatregelen als ook de bepaling van de nieuwe geurnorm opgenomen. Hieruit blijkt dat voor het geurgevoelige object Lensheuvel 91 de geurnorm na toepassing van de 50% regeling 0,4 ouE/m³ bedraagt. Nu voor alle geurgevoelige objecten de geurnorm is vastgesteld kan bepaald worden of de gewenste situatie voldoet aan deze geurnormen. In figuur 5-1 zijn de resultaten van de geurverspreidingsberekening weergegeven, in bijlage 9 is de berekening opgenomen. Uit de resultaten blijkt dat de voorgenomen activiteit aan de normen voldoet.
8 SEPTEMBER 2021
37
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
Geurgevoelig object Lensheuvel 91 Postelsedijk 5 Postelsedijk 10 Peel 4 Laarakkerdijk 5 Peel 8 Peel 9 Postelsedijk 15 Voorste Heikant 7b Buizerd 9 Buizerd 11-13 Goordijk 2
Geurnorm 0,4 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0
Geurbelasting 0,3 1,0 3,3 0,6 0,5 0,8 0,9 0,7 0,5 0,6 0,6 0,5
Figuur 5-1 Resultaten geurberekening voorgrondbelasting gewenste situatie
5.3.3
Achtergrondbelasting geur
De cumulatieve geurbelasting ook wel de achtergrondbelasting geur, betreft de geuremissie vanuit alle veehouderijen in de omgeving binnen een straal van 1 km op de omliggende geurgevoelige objecten. Deze geurbelasting voor de achtergrond is niet vergelijkbaar met de geurbelasting voor de voorgrond. In bijlage 10 van bijlage 8 zijn de invoergegevens opgenomen, waarbij de omliggende veehouderijen in beeld zijn gebracht. Interim omgevingsverordening ruimte Noord-Brabant In de interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie gebiedsnormen voor geur opgenomen. Zij heeft deze norm vastgesteld om te voorkomen dat er op gebiedsniveau nieuwe overbelastingen voor geurhinder ontstaan en om bij te dragen aan de afname van de belasting waar deze cumulatief te hoog is. In de voorwaarden heeft de provincie ervoor gekozen om te werken met percentages voor de kans op geurhinder. Deze percentages gelden voor de achtergrondbelasting en bedragen 12% voor de bebouwde kom en 20% voor het buitengebied. Deze percentages laten zich vertalen naar een toetsbare norm door gebruik te maken van ouE/m³, namelijk 10 ouE/m³ voor de bebouwde kom en 20 ouE/m³ voor het buitengebied. Met het rekenprogramma V-Stacks gebied kan een berekening worden uitgevoerd om de achtergrondbelasting geur te berekenen.
Naast de geurgevoelige objecten dienen de woningen van (voormalige) veehouderijen conform de uitspraak van 18 oktober 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2797) eveneens beoordeeld te worden in relatie met de gecumuleerde geurbelasting. In figuur 5-2 zijn de resultaten weergegeven, zie ook bijlage 11 van bijlage 8. Uit de resultaten blijkt dat met het voorgenomen initiatief op vijf geurgevoelige objecten de norm van 20 ouE/m³ wordt overschreden. De acht andere geurgevoelige objecten voldoen aan de gestelde norm.
8 SEPTEMBER 2021
38
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
Geurgevoelig object Lensheuvel 91 Postelsedijk 5 Postelsedijk 10 Peel 4 Laarakkerdijk 5 Peel 8 Peel 9 Postelsedijk 15 Voorste Heikant 7b Buizerd 9 Buizerd 11-13 Goordijk 2 Schepersweijer 1 (veehouderij) Schepersweijer 1a (veehouderij) Schepersweijer 2 (veehouderij) Schepersweijer 3 (veehouderij) Schepersweijer 3a (veehouderij) Schepersweijer 4 (veehouderij) Schepersweijer 5 (veehouderij) Schepersweijer 6 (veehouderij) Schepersweijer 8 (veehouderij) Postelsedijk 8 (veehouderij) Postelsedijk 11 (veehouderij) Postelsedijk 11a (veehouderij) Postelsedijk 11b (veehouderij)
Geurnorm 10 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20
Geurbelasting 4.373 25.069 54.118 20.543 24.462 19.601 22.098 11.543 9.642 12.223 12.194 15.815 36.494 29.970 51.379 105.701 86.833 116.739 15.209 255.383 44.331 127.661 188.758 146.390 223.507
Figuur 5-2 Resultaten geurberekening achtergrondbelasting gewenste situatie
Gezien de overschrijding op vijf geurgevoelige objecten is ontwikkeling enkel mogelijk onder voorwaarden. De Verordening ruimte Noord-Brabant geeft als voorwaarde dat een veehouderij die wil ontwikkelen zorgt voor een afname van de overbelasting, welke tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding compenseert. Om dit te berekenen is de notitie “Afname overbelasting” (24 april 2014) opgesteld. Volgens deze notitie dient eerst bepaald te worden of de veehouderij een substantiële bijdrage levert aan de overbelasting (Stap 2). Voor de locaties Laarakkerdijk 5, Postelsedijk 5, Postelsedijk 10 en Peel 9 en Peel 4 is stap 2 doorlopen. In bijlage 12 van bijlage 8 zijn de berekeningen opgenomen. Hieruit blijkt dat het bedrijf voor de locaties Laarakkerdijk 5, Postelsedijk 5, Postelsedijk 10 en Peel 9 en Peel 4 niet substantieel bijdraagt aan de overbelasting op deze geur gevoelige objecten en hoeft het bedrijf niet te zorgen voor een afname van de overbelasting welke tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding compenseert. Ook blijkt dat het bedrijf meer dan 0,5 ou bijdraagt aan de gesommeerde V-stacksgebied voorgrondbelasting. In deze situatie wordt gevraagd om de voorgrondbelasting niet te laten toenemen.
Als gekeken wordt naar de berekeningen van de vergunde en aangevraagde voorgrondbelasting (bijlage 7 en 9 van bijlage 8) neemt de voorgrondbelasting op de geurgevoelige objecten niet toe.
8 SEPTEMBER 2021
39
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
De woningen van (voormalige) veehouderijen dienen conform de uitspraak van 18 oktober 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2797) eveneens beoordeeld te worden in relatie met de gecumuleerde geurbelasting. Uit figuur 5-2 blijkt dat twaalf van de dertien woningen behorende bij een veehouderij of een voormalige veehouderij in de omgeving overbelast zijn. Volgens de notitie “Afname overbelasting” dient het object met de hoogste voorgrondbelasting (berekening V-stacks vergunningen) per soort object beoordeeld te worden. Echter is dit voor woningen behorend bij een (voormalige) veehouderij niet mogelijk aangezien deze woningen in de Wet geur en veehouderij niet als geurgevoelig object zijn aangemerkt en derhalve niet zijn opgenomen in de berekening voorgrondbelasting geur. De notitie “Afname overbelasting” is niet van toepassing op woningen behorend bij (voormalige) veehouderijen. Uit bijlage 11 van bijlage 8 blijkt dat de achtergrondbelasting op 24 van de 25 woning niet toeneemt. Op de bedrijfswoning van de veehouderij aan de Postelsedijk 11a, eveneens in eigendom van de initiatiefnemer, is wel sprake een toename van de depositie van 0,332 ouE/m³. Ten opzichte van de vergunde situatie (146,058 ouE/m³) is dit een toename van nog geen 0,23 procent, deze toename is nihil.
Aangezien het de bedrijfswoning betreft behorend bij de veehouderij aan de Postelsedijk 11a wordt de overbelasting voornamelijk veroorzaakt door de aanwezige dieren op het eigen bedrijf. De toename in achtergrondbelasting van nog geen 0,23% op de bedrijfswoning van de veehouderij aan de Postelsedijk 11a zou niet zwaarder moeten wegen dan de afname van de achtergrondbelasting en voorgrondbelasting van de geurgevoelige objecten in de directe omgeving. Gezien deze gegevens heeft het voorgenomen plan, ondanks een stijging van 0,23% achtergrondbelasting op een bedrijfswoning bij een veehouderij, voor het over grote deel een gunstig effect met betrekking tot de geurbelasting (voorgrond en achtergrond). Alles bij elkaar bekeken is er sprake van een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie en dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Woon- en leefklimaat Toetsing van de achtergrondbelasting geur geschiedt aan de hand van indeling van het leefklimaat. Als er veel veehouderijen in de omgeving zijn gelegen dan wordt de geur anders beleeft dan wanneer er weinig veehouderijen aanwezig zijn. Met het rekenprogramma V-Stacks Gebied wordt aan de berekende geurbelasting een percentage geurgehinderden gekoppeld. Het RIVM heeft aan het percentage geurgehinderden een woon-en leefklimaat gekoppeld. In figuur 5-3 is dit weergegeven.
Woon- en leefklimaat Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden % <5 5 – 10 10 – 15 15 – 20 20 – 25 25 – 30 30 – 35 35 – 40
Figuur 5-3: RIVM-kwaliteitscriteria woon- en leefomgeving
In figuur 5-4 zijn de berekende achtergrondbelasting geur met het daarbij behorende woon- en leefklimaat inzichtelijk gemaakt voor de vergunde en de gewenste situatie. Daarin is te zien dat het
8 SEPTEMBER 2021
40
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
woon- en leefklimaat sterk varieert. Ten opzichte van de vergunde situatie verandert de indeling van het woon- en leefklimaat op geen enkele woning. De gewenste ontwikkeling heeft geen negatief effect op de milieukwaliteit. Geurgevoelig object
Vergund geurbelasting
Lensheuvel 1 4.373 Postelsedijk 5 25.127 Postelsedijk 10 54.325 Peel 4 20.583 Laarakkerdijk 5 24.493 Peel 8 19.759 Peel 9 22.358 Postelsedijk 15 11.806 Voorste Heikant 7b 9.720 Buizerd 9 12.286 Buizerd 11-13 12.335 Goordijk 2 15.936 Schepersweijer 1a (veehouderij) 34.400 Schepersweijer 2 (veehouderij) 53.140 Schepersweijer 3 (veehouderij) 105.701 Schepersweijer 3a (veehouderij) 86.874 Schepersweijer 4 (veehouderij) 96.001 Schepersweijer 4a (veehouderij 62.277 Schepersweijer 5 (veehouderij) 15.302 Schepersweijer 6 (veehouderij) 255.383 Schepersweijer 8 (veehouderij) 44.483 Postelsedijk 8 (veehouderij) 127.850 Postelsedijk 11 (veehouderij) 188.920 Postelsedijk 11a (veehouderij) 146.058 Postelsedijk 11b (veehouderij) 223.755 Figuur 5-4 Beoordeling woon- en leefklimaat
Vergund leefklimaat
Aanvraag geurbelasting
Vergund leefklimaat
Goed Tamelijk slecht Extreem slecht Tamelijk slecht Tamelijk slecht Matig Tamelijk slecht Redelijk goed Redelijk goed Redelijk goed Redelijk goed Matig Slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Matig Extreem slecht Zeer slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht
4.373 25.069 54.118 20.543 24.462 19.601 22.098 11.543 9.642 12.223 12.194 15.815 29.891 51.379 105.701 86.833 96.001 62.263 15.209 255.383 44.331 127.661 188.758 146.390 223.507
Goed Tamelijk slecht Extreem slecht Tamelijk slecht Tamelijk slecht Matig Tamelijk slecht Redelijk goed Redelijk goed Redelijk goed Redelijk goed Matig Slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Matig Extreem slecht Zeer slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht Extreem slecht
Gebiedsvisie 2013 Reusel de Mierden Uit de gebiedsvisie 2013 komt naar voren dat in het buitengebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een geurbelasting van 20 ou/m3. In onderhavige situatie is er in de gewenste situatie op vijf geurgevoelige objecten sprake van een hogere geurbelasting dan 20 ou/m3 waardoor er sprake is van een overbelasting (zie figuur 5-2). Uit de berekeningen in bijlage 12 blijkt dat het bedrijf niet proportioneel bijdraagt aan de overbelaste situatie ter plaatse van de vijf geurgevoelige objecten. Hieruit blijkt dat de overbelasting niet toe te schrijven is aan het bedrijf. Wijzigingen op het bedrijf hebben een geringe invloed op de daling van de overbelasting. Hierdoor zullen aanpassingen op het bedrijf nooit leiden tot een niet overbelaste situatie. Om de overbelaste situatie op de geurgevoelige objecten ongedaan te maken zullen ander bedrijven, die wel proportioneel bijdragen aan de overbelasting, de daling van de geurbelasting moeten realiseren. In onderhavige situatie wordt dus op vijf geurgevoelige objecten niet voldaan aan de norm van 20 Ou/m3 waardoor er op basis van de Gebiedsvisie 2013 geen sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.
Aangezien het bedrijf niet bij machte is om de gehele overbelasting ongedaan te maken en er met onderhavig initiatief sprake is van een afname van de voorgrond- en achtergrondbelasting ten opzichte van de vergunde situatie is er geen verslechtering van het woonen leefklimaat en vormt het aspect geur geen belemmering voor onderhavig initiatief.
8 SEPTEMBER 2021
41
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
Conclusie Op basis van de voorgaande gegevens vormt het aspect geur geen belemmering voor onderhavig initiatief. LUCHTKWALITEIT 5.4.1
Fijn stof
In de Wet Luchtkwaliteit worden eisen gesteld aan de kwaliteit van de lucht. Eén van de eisen is een maximumwaarde voor de hoeveelheid stof die zich in de lucht bevindt. Bij wijzigingen aan veehouderijbedrijven dient de luchtkwaliteit te worden beoordeeld. Hierbij wordt de concentratie van fijn stof (PM10) beoordeeld. Sinds 1 januari 2015 dient tevens de concentratie voor PM2,5 te worden beoordeeld. Volgens de wettelijke normen mag de concentratie PM10 veroorzaakt door de inrichting op omliggende woningen van derden maximaal 40 μg/m3 bedragen en mag er maximaal 35 dagen sprake zijn van een overschrijding van de grenswaarde van 50 μg/m3 voor 24-uurgemiddelden over 5 jaar. De grenswaarde voor PM2,5 bedraag 25 μg/m3. In de diertabel in bijlage 2 van bijlage 8 is de fijn stofemissie van de vergunde situatie als ook van de gewenste situatie weergegeven. De fijnstofemissie van de voorgenomen bedrijfsaanpassing aan de Schepersweijer 1 daalt van 278.214 gr. PM10 (vergunde situatie) naar 174.956 gr. PM10 (gewenste situatie). Dit is een afname van 103.258 gr. PM10. Middels het programma ISL3a is een fijn stofverspreidingsmodel (PM10 en PM2,5) van de voorgenomen activiteit opgesteld. Dit verspreidingsmodel is in bijlage 10 weergegeven. Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen activiteit met maximaal 19,21 µg/m3 aan de grenswaarde van 40 µg/m3 (jaargemiddelde) voldoet.
Het aantal overschrijdingsdagen van 6,9 is lager dan de 35 dagen die zijn toegestaan. De berekende PM2,5 concentratie bedraagt maximaal 11,370 µg/m³, waardoor ook ruimschoots aan de norm voor PM2,5 wordt voldaan. Dat betekent dat de voorgenomen activiteit aan de regelgeving voor fijn stof voldoet. Conclusie Het aspect fijnstof vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. GELUID In de Wet geluidhinder (WGH) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (rail- en weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Onderhavig plan betreft echter het realiseren van een stal ten behoeve van het fokken en houden van varkens. Dit bouwwerk wordt niet gezien als geluidgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Derhalve vormt het aspect geluidhinder geen belemmering voor de realisering van het onderhavige plan. Op het bedrijf zijn een aantal geluidbronnen te benoemen. Voorbeelden van geluidbronnen zijn verkeersbewegingen van voer- en veewagens, ventilatoren en activiteiten als het laden en lossen van de dieren of het lossen van voer. De geluidbelasting veroorzaakt door het bedrijf wordt zoveel mogelijk beperkt, zo zal er zoveel als mogelijk gebruik worden gemaakt van volle vrachten om het aantal verkeersbewegingen beperkt te houden.
8 SEPTEMBER 2021
42
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
Er is door G&O Consult een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de varkenshouderij van initiatiefnemer aan de Schepersweijer 1. Op basis van de tekeningen en de inventarisatie van de aangevraagde bedrijfsactiviteiten is een geluidsmodel opgezet waarbij het langtijdgemiddelde geluidsniveau, het maximaal geluidsniveau en de indirecte hinder is berekend. De resultaten van het akoestisch rapport zijn bijgevoegd in bijlage 11. Hieronder wordt de samenvatting van het rapport weergegeven: “Ten aanzien van de omliggende geluidsgevoelige objecten van derden is uitgegaan van de geluidsnormen uit de geluidsnota van de gemeente Reusel-De Mierden van 40/50 dB (A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Voor het maximale geluidsniveau is uitgegaan van 70 dB (A) etmaalwaarde. Voor wat betreft de toetsing van de indirecte geluidshinder is aangesloten bij de voorkeursgrenswaarde van 50 dB (A). Uit de berekeningen volgt dat met de representatieve bedrijfssituatie de geluidsnormen op omliggende geluidsgevoelige objecten niet worden overschreden. Uitgezonder hierop is de woning aan de Schepersweijer 2. Hiervoor kan op basis de geluidnota van de gemeente Reusel-De Mierden een hogere geluidbelasting worden geaccepteerd. Op toetspunten op 100 meter van de inrichtingsgrens vinden ook overschrijdingen plaats.
Echter zijn dit geen geluidsgevoelige objecten waardoor deze overschrijdingen niet bezwaarlijk worden geacht. De indirecte hinder voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. De aangevraagde situatie wordt op het punt van akoestiek vergunbaar en vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. BODEM In de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB) is een lijst opgenomen met activiteiten die als bodembedreigend worden beschouwd. Zo worden bijvoorbeeld de opslag van dieselolie in een bovengrondse tank, de opslag van oliën in emballage, de opslag van ruwvoer en bijproducten (CCM) en de opslag van dierlijke meststoffen in een put/bassin op grond van de NRB als bodembedreigende activiteiten aangemerkt. In het activiteitenbesluit zijn gedragsregels en voorzieningen met het oog op de bescherming van de bodem voorgeschreven. Alle mestputten bestaand uit betonnen vloeistofdichte putten en voldoen aan het activiteitenbesluit.” Op grond van artikel 8 van de Woningwet bevat de bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zullen zijn. In de nieuwe stal zijn mensen minder dan 2 uur per dag aanwezig. Daarnaast zijn op dit moment al twee stallen aanwezig ter plaatse van de nieuwbouw.
In de bestaande stallen is geen sprake van asbest of andere verdachte materialen. Het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt voor de nieuwe stal niet noodzakelijk geacht
8 SEPTEMBER 2021
43
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
VOLKSGEZONDHEID In 2016 is het rapport “Veehouderij en gezondheid omwonenden” (VGO) gepubliceerd door Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. In dit rapport werden geen duidelijke consistente verbanden gevonden met bedrijven met bepaalde diersoorten (runderen, pluimvee, varkens). Dit wijst op een gemeenschappelijke factor die bij alle veehouderijen aanwezig is. Een groter aantal veehouderijen in een gebied kan bijdragen aan de verhoging van de blootstelling. De afstand tot het dichtstbijzijnde bedrijf, ongeacht het type bedrijf, was niet duidelijk geassocieerd met de longfunctie. Omdat de splines aangeven dat bij hogere bedrijfsdichtheden (> 15-17 bedrijven in een straal van 1.000 meter) associaties worden gevonden, leveren klassieke lineaire regressie analyse of een inter-kwartiel analyse geen significante verbanden op. Er zijn meer dan 15 veehouderijen (19 in totaal) gelegen binnen een straal van 1 km om het bedrijf heen. Dit betekent volgens het VGO-rapport dat er nadelige effecten verwacht worden voor omwonenden. De fijn stof emissie vanuit de inrichting wordt echter met ruim 36% verlaagd door uitvoering van onderhavig plan. Daarnaast is met behulp van de in Noord-Brabant beschikbare endotoxine tabel (Erbrink september 2016) een adviesafstand voor onderhavige locatie bepaald.
Deze bedraagt voor de beoogde situatie 78 meter (zie figuur 5-5), daar waar de dichtstbij liggende burgerwoning op een afstand van circa 440 meter van de grens van de inrichting gelegen is (Postelsedijk 10). Er zijn dichterbij gelegen bedrijfswoningen in de omgeving van de inrichting. Echter betreft het allen bedrijfswoningen behorende bij een veehouderij, waardoor deze woningen door eigen emissie het meeste belast zullen worden. Daarnaast wordt met onderhavig plan een afname van fijn stof emissie gerealiseerd, wat bijdraagt aan een betere volksgezondheid voor de omwonenden
Figuur 5-5 berekening adviesafstand endotoxine
8 SEPTEMBER 2021
44
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
5.7.1
Geur
Het waarnemen en waarderen van geur verschilt per persoon. Naast het feit dat mensen het kunnen ervaren als hinderlijk, kan het waarnemen van een onaangename geur samenhangen met klachten zoals depressie, verminderde kwaliteit van leven en moeheid (Op den Kamp, 2006). Geurhinder en de gezondheidseffecten hiervan zijn in het VGO-onderzoek van het RIVM niet onderzocht. Uit eerder onderzoek is bekend dat hinder vergezeld kan gaan met stressgerelateerde lichamelijke gezondheidseffecten. Er is geen eenduidige relatie bekend tussen de hoogte van de geurbelasting en de mate van klachten die ontstaan. Ook kan een onaangename geur veroorzaken dat mensen niet graag thuis zijn of naar buiten willen gaan (Op den Kamp, 2006). Voor de mate van geurhinder geeft de Wet geurhinder en veehouderij geen waarden of bandbreedten. Wel zijn er wettelijke geurnormen waaraan men zich moet houden op het gebied van voorgrond- en achtergrondbelasting (cumulatie). Daarnaast hebben gemeente beleidsvrijheid om aanvullend geurbeleid vast te stellen. Gemeente Reusel–De Mierden heeft een geurverordening vastgesteld die strenger is dan het wettelijke beleid, dit gemeentelijke geurbeleid is dan ook maatgevend voor dit project. Daarnaast wordt voldaan aan de eisen omtrent geur uit de provinciale ruimtelijke verordening en de gemeentelijke omgevingsvisie. 5.7.2
Bedrijfsgebonden maatregelen in het kader van o.a. volksgezondheid
Op het bedrijf worden verschillende maatregelen genomen die een positief effect hebben op de volksgezondheid in de omgeving. Technische maatregelen: -
De nieuwe stal wordt voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem (85% ammoniakreductie, 45% geurreductie en 80% fijnstof reductie), bestaande uit een watergordijn met daarachter een biologische combiwasser. De bestaande stal C is reeds voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem (85% ammoniakreductie, 45% geurreductie en 80% fijnstof reductie), bestaande uit een watergordijn met daarachter een biologische combiwasser.
-
Daarnaast is er op het bedrijf sprake van een strenge hygiënebarrière. Hieronder wordt verstaan: -
Een gescheiden route over het bedrijf voor ‘schoon’ transport en ‘vuil’ transport; Beperkt toelaten van bezoekers, alleen indien nodig; Bezoekers mogen alleen het bedrijf betreden, nadat een hygiënesluis is gepasseerd waar men bedrijfskleding, laarzen, mondkapjes, e.d. aantrekt; Bezoekers mogen alleen het bedrijf verlaten, nadat de hygiënesluis weer is gepasseerd; Het bijhouden van een logboek, waarin personen die het bedrijf bezoeken genoteerd worden (naam, datum, uur en reden van bezoek); Uitsluitend aankopen van voer van bedrijven met een GMP-erkenning en dit voer opslaan in afgesloten silo’s/ruimtes; Afvoer van mest volgens de wettelijke eisen; Kadaveropslag en –afvoer volgens de wettelijke eisen; Het bestrijden van ongedierte door een professioneel bedrijf;
8 SEPTEMBER 2021
45
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
-
5.7.3
Voorkomen van antibioticaresistentie door een optimaal stalklimaat, goed voer, en rekening houden met dierenwelzijn; Regelmatig reinigen van het bedrijf, zoals de dierenverblijven, voer- en drinkbakken, centrale gang, erf, etc.; Relatie met omgevingsvisie
Scheperswijer 1 ligt op basis van de gemeentelijke omgevingsvisie in het primaat ‘Landbouw’. De locaties zijn hiermee aangewezen voor grootschalige intensieve veehouderijen. De gewenste ontwikkeling aan de Schepersweijer 1 vindt plaats op een locatie die gezien wordt als een duurzame locatie waar intensieve dierhouderij met een stevig ruimtebeslag en substantiële dieraantallen gerealiseerd kunnen worden. In de omgevingsvisie zijn zes voorwaarden opgesteld waaraan een duurzame locatie moet voldoen. De locatie Schepersweijer 1 voldoet aan alle zes voorwaarden (zie paragraaf 3.3.1). Vier van deze zes voorwaarden hebben betrekking op het aspect volksgezondheid. De locatie voldoet hiermee in het kader van volksgezondheid aan de volgende voorwaarde:
5.7.4
Voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxinen en geur; Gelegen op een afstand van meer dan 250 meter van kernen of buurtschappen; Gelegen op een afstand van meer dan 250 meter van een woonbestemming; Transportbewegingen van en naar het hoofdwegennet voeren niet door een kern of een buurtschap; Conclusie
Op basis van de voorgaande sub paragrafen vormt het aspect volksgezondheid geen belemmering voor onderhavig initiatief.
8 SEPTEMBER 2021
46
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
UITVOERBAARHEID MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat bij deze omgevingsvergunning het maatschappelijk belang voldoende is meegenomen in de afweging. Artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht schrijft in samenhang met 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een omgevingsvergunning met projectafwijkingsbesluit overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In bijlage 13 is de vooroverlegreactie vanuit de provincie opgenomen. Hoe omgegaan is de vooroverlegreactie vanuit de Provincie is opgenomen in bijlage 14. De initiatiefnemer heeft met direct omwonende een dialoog gevoerd over de gewenste ontwikkeling. Hieruit komt naar voren dat de omwonende geen bezwaren hebben tegen het voorgenomen plan. In bijlage 4 is een verslag van de dialoog opgenomen. De gemeente is voor onderhavig initiatief het bevoegd gezag. De gemeente Reusel-De Mierden doorloopt voor de gewenste ontwikkeling (vergunning voor het handelen in strijd met RO) de uitgebreide procedure van de Wabo.
Op basis van de gemeentelijke categorieënlijst VVGB dient de gemeenteraad eerst een verklaring van geen bedenkingen af te geven voordat het ontwerpbesluit gepubliceerd kan worden. Na publicatie staat het een ieder vrij om gedurende de ontwerp ter inzage legging een zienswijze in te dienen op de ontwerpvergunning. Het ontwerpbesluit wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing te worden ingesteld naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met het verlenen van de vergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. De raad kan bevoegdheden omtrent een exploitatieplan delegeren. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij een projectafwijkingbesluit. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een projectafwijkingsbesluit geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De grond waarop de ontwikkeling plaatsvindt, is eigendom van de initiatiefnemer.
De realisatie vindt plaats voor rekening en risico van initiatiefnemer en kent derhalve geen financiële risico’s voor de gemeente. De kosten die verbonden zijn aan het doorlopen van de procedure worden verhaald op de initiatiefnemer op basis van de legesverordening. Mogelijke planschadekosten zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer, hiertoe is een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan het college op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
8 SEPTEMBER 2021
47
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
CONCLUSIE Initiatiefnemer heeft een varkenshouderij en akkerbouwbedrijf aan de Schepersweijer 1 te Reusel. De grondslag van de voorgenomen activiteit is de herstructurering van het varkensbedrijf naar een modern varkensbedrijf waar enkel gespeende biggen en vleesvarkens worden gehouden. Hiervoor worden twee oude gebouwen gesloopt en er wordt een nieuwe stal A/B gebouwd. De gewenste ontwikkeling leidt tot een toename in m2 intensieve veehouderijbebouwing. Het voorgenomen initiatief past binnen de provinciale visie en beleidsregels. Ook past het initiatief binnen de gemeentelijke visie. Echter is het voorgenomen initiatief in strijd met het geldende wijzigingsplan: ‘Buitengebied 2009, wijziging Schepersweijer 1 (artikel 4.2.1 onder f) aangezien er een toename is ten opzichte van de maximaal toegestane oppervlak aan intensieve veehouderij bebouwing. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn de verschillende relevante omgevings- en milieuaspecten uitgebreid onderzocht. De conclusie die hieruit voortkomt is dat de gewenste ontwikkeling met het oog op een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is.
8 SEPTEMBER 2021
48
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
BIJLAGE 1
8 SEPTEMBER 2021
SITUATIETEKENING
49
SITUATIE kadastrale gemeente: sectie:
G
schaal:
1 :1000
Reusel
nr: 254
perceel bouwvlak vigerend gebouw bestaand gebouw nieuw
ijer e w s
Sc
bedrijfswoning
er hep
omliggende bebouwing te slopen gebouwen erfverharding
D
C1 C2 1
B
E
A
TEKENING NIET GESCHIKT VOOR UITVOERING adviseur getekend
Situatie
datum
K. Janssen AW 29 september 2020
wijz. a A. Lavrijsen
b
Postelsedijk 11a
c
5541 NM Reusel
schaal
1 : 1000
Tel. 0497 - 643 422
formaat
A3
projectno.
bladnr.
453738
Si-1
Postbus 396 6710 BJ Ede Tel. 0318 - 675 400 E. info@agra-matic.nl 20200929_453738_Lavrijsen_Si-01.vwx
© 2020 alle rechten voorbehouden
Ruimtelijke onderbouwing Schepersweijer 1, Reusel
BIJLAGE 2
8 SEPTEMBER 2021
BZV
50
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf
Lavrijsen-Lauwers V.O.F.
Scenario Nieuwbouw stal A en B Schepersweijer 1 (5) Status
BZV versie: 2.1 Datum:
24-06-2021 (Creatie)
Ingediend (24-06-2021)
Bedrijfsgegevens Bedrijfsnaam
Lavrijsen-Lauwers V.O.F.
Adres
Schepersweijer 1
Postcode
5541 NN
Woonplaats
Reusel
Gemeente
Reusel-De Mierden
Website veehouder
-
Kvknummer
172762650000
Adviseurgegevens Adviesbureau
Rapport versie 2.1.3.1
Agra-Matic B.V.
Pagina
1/10
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf
Lavrijsen-Lauwers V.O.F.
BZV versie: 2.1
Scenario Nieuwbouw stal A en B Schepersweijer 1 (5) Status
Datum:
24-06-2021 (Creatie)
Ingediend (24-06-2021)
Stalgegevens Omschrijving
Status
Diercategorie
Aantal dieren
Totaal Grootte eenheden
Stal A ( A)
Nieuw
Biggen (< 20 kg)
2000
66,00
Stal A ( A)
Nieuw
Vleesvarkens
384
13,44
Stal B ( B)
Nieuw
Vleesvarkens
1536
53,76
Stal C1 en C2 ( C1 en C2)
Bestaand
Vleesvarkens
2756
96,46
6676
229,66
Overzicht per stal Afkorting
Aantal
Grootte eenheden
% Grootte eenheden totaal
A
2384
79,44
34,59
B
1536
53,76
23,41
C1 en C2
2756
96,46
42,00
6676
229,66
100,00
Afkorting
Aantal
Grootte eenheden
% Grootte eenheden totaal
Varkens
6676
229,66
100,00
6676
229,66
100,00
Overzicht per diersoort
Rapport versie 2.1.3.1
Pagina
2/10
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf
Lavrijsen-Lauwers V.O.F.
BZV versie: 2.1
Scenario Nieuwbouw stal A en B Schepersweijer 1 (5) Status
Datum:
24-06-2021 (Creatie)
Ingediend (24-06-2021)
Resultaat Basisscore
Punten
Score op basispunten
Score
Beoordeling 6,00
Certificaten Totaal punten op certificaten
12,20
Wegingsfactor
40,00
Score op certificaten Inrichting en omgeving
0,31
Akkoord
1,30
Akkoord
7,61
Akkoord
waarde
Gezondheid
39,69
Geuremissie
44,79
Geurimpact
81,20
Fijnstof
79,74
Mineralenkringloop
-
Verbinding met de omgeving
15,00
Totaal punten op inrichting & omgeving
260,42
Correctiefactor aantal maatlatten
1,00
Gecorrigeerde aantal punten
260,42
Wegingsfactor
200,00
Score op Inrichting en Omgeving Innovatie Innovatie telt mee in het eindoordeel Totaal score BZV
Eindoordeel BZV
Rapport versie 2.1.3.1
Nee
Akkoord
Pagina
3/10
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf
Lavrijsen-Lauwers V.O.F.
BZV versie: 2.1
Scenario Nieuwbouw stal A en B Schepersweijer 1 (5) Status
Datum:
24-06-2021 (Creatie)
Ingediend (24-06-2021)
Certificaten Bedrijfsniveau Certificaat
Antwoord
Gewogen punten
Gewogen punten
Diersoortniveau Diersoort
Certificaat
Antwoord
Varkens
GD-varkens: certificaat PM+, AR vrij
Nee
0,00
GD-varkens: Schurft scan of certificaat Schurftvrij
Nee
0,00
Afkorting
Certificaat
Antwoord
A
Beterleven
Stalniveau Gewogen punten
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
1,38
Ja
1,87
Ja
3,36
Versie 11 t/m 13
4,20
Keten Duurzaam Varkensvlees Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) Scharrelvlees (Producert) Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens B
Beterleven Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk IKB Varken/IKB Nederland Varkens Keten Duurzaam Varkensvlees Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) Scharrelvlees (Producert) Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
C1 en C2
Beterleven Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk IKB Varken/IKB Nederland Varkens Keten Duurzaam Varkensvlees Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) Scharrelvlees (Producert) Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens Totaal aantal punten
Rapport versie 2.1.3.1
12,20
Pagina
4/10
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf
Lavrijsen-Lauwers V.O.F.
BZV versie: 2.1
Scenario Nieuwbouw stal A en B Schepersweijer 1 (5) Status
Datum:
24-06-2021 (Creatie)
Ingediend (24-06-2021)
Gezondheid Bedrijfsniveau Vraag
Antwoord
Punten
3 - Afstand tot dichtstbijzijnde ander veebedrijf, kortste afstand tussen > 100 m bouwblokken
3,51
5 - Scheiding schone-vuile weg: a - Vulpunten voersilo's, afvoerpunten mest, aan-en aflevervoorziening aan vuile weg
Nee
-
b - Afleverruimte voor dieren c - Kruisende looplijnen interne bedrijfsgedeelte met openbare gedeelte
Nee
-
Nee
0,00
d - Hygiene sluis op scheiding schone-vuile weg e - Kadaveropslag op vloeistof dichte vloer met opvang van vloeistoffen.
Ja
0,00
Nee
-
f - Looplijnenschets aanwezig, zichtbaar opgehangen
Nee
-
6 - Hygiëne sluis met:
-
a - Scheiding schoon-vuil gedeelte + wasbak
Ja
0,00
b - Bedrijfseigen kleding/schoeisel
Ja
0,00
c - Douches
Ja
3,51
8 - Opslag van vaste mest op het erf
Nee
7,02
9 - Spoelplaats veewagens Ja 11 - Minimaal 2 meter verharding direct aansluitend alle stalmuren ter Nee voorkoming van ongedierte
0,00 -
Diersoortniveau Diersoort