[21.16754] - Toelichting verordening fysieke leefomgeving
Tekst van het document
Toelichting Verordening fysieke leefomgeving
Hoofdstuk 1 Algemene toelichting 1.1 Inleiding Naar verwachting treedt de Omgevingswet in werking op 1 juli 2022. De Omgevingswet biedt vooral kansen om nog beter, efficiënter en sneller op alle nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving te kunnen inspelen. Om de opgaven nu al beter te kunnen uitvoeren en om de implementatie van de Omgevingswet goed te laten verlopen bereidt de gemeente Reusel-De Mierden de instrumenten van deze wet voor. Eén van de nieuwe gemeentelijke instrumenten hiervan is het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan komt in plaats van de huidige bestemmingsplannen. In het Omgevingsplan kunnen - en in veel gevallen moeten - alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving binnen een gemeente worden opgenomen. Hierbij gaat het onder meer om regels uit gemeentelijke verordeningen, zoals bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), rondom activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Om te bepalen welke huidige regels uit de diverse gemeentelijke verordeningen de gemeente Reusel De Mierden straks in het Omgevingsplan wil en moet opnemen, willen we uiterlijk 1 januari 2022 beschikken over een Verordening fysieke leefomgeving. De regels over de fysieke leefomgeving staan nu nog verspreid over diverse verordeningen.
Als tussenstap naar het Omgevingsplan is nu één Verordening Fysieke Leefomgeving gemaakt waarin een aantal regels over de fysieke leefomgeving uit de huidige verordeningen worden gebundeld. De regels uit deze Verordening fysieke leefomgeving worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (gefaseerd) verwerkt in het Omgevingsplan. De afgelopen jaren zijn diverse bestemmingsplannen in onze gemeente geactualiseerd en daarmee zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Voor de vier kernen is één bestemmingsplan vastgesteld, dat weer als basis dient voor de veegplannen. De verordeningen van de gemeente Reusel-De Mierden laten nog veel verschillen in opbouw en formulering zien. Ook op landelijk niveau wordt nog nagedacht hoe de regels van verordeningen zouden kunnen worden opgenomen in het Omgevingsplan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het vaststellen van een Omgevingsplan verplicht. Het Omgevingsplan vervangt alle bestaande bestemmingsplannen. De regels over de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordeningen zullen uiterlijk op 1 januari 2029 moeten worden verwerkt in het Omgevingsplan. De verordeningen (of onderdelen van de Verordening fysieke leefomgeving) kunnen per thema overgeheveld worden naar het Omgevingsplan. Totdat gedaan is kunnen ze zelfstandig gehanteerd blijven worden.
1.2 Integratie van verordeningen De Verordening fysieke leefomgeving is een integratie van een aantal verordeningen en afzonderlijke regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit is immers ook het criterium dat de Omgevingswet hanteert voor het opnemen van verordenende bepalingen in het Omgevingsplan. Verordeningen en regels die een ander motief hebben, zoals openbare orde en veiligheid, kwamen daarom niet voor integratie in aanmerking. Omdat de Omgevingswet aan de burgemeester als bestuursorgaan geen bevoegdheden toekent, zijn ook regels die de burgemeester bevoegdheden geeft (bijvoorbeeld voor evenementen) niet in de Verordening fysieke leefomgeving opgenomen. Dit zijn vaak ook regels met het motief openbare orde en veiligheid, en deze regels zijn ook niet opgenomen in de Verordening.
In de Verordening fysieke leefomgeving zijn de volgende verordeningen of onderdelen daarvan opgenomen:
De Algemene Plaatselijke Verordening, onder andere de onderdelen houtopstanden, standplaatsen, geluidhinder en enkele individuele onderwerpen;
De Bouwverordening (geheel);
De Erfgoedverordening (geheel);
Verordening geurhinder en veehouderij 2013 (met uitzondering van de Gebiedsvisie 2013);
Winkeltijdenverordening (geheel);
Verordening naamgeving en huisnummering (geheel).
Deze verordeningen nemen we bijvoorbeeld niet op in de Verordening fysieke leefomgeving:
Afvalstoffenverordening. Dit is een verordening met een zeer specifiek onderwerp, die zowel regels over de fysieke leefomgeving bevat, als andere regels (financiële regels en regels omtrent het aanwijzen van de vuilophaaldienst). Het is bij nader inzien niet wenselijk geacht om deze regels uit elkaar te halen. Verordening doelgroepen sociale woningbouw Reusel-De Mierden. Deze verordening is gebaseerd op de Huisvestingswet. De Huisvestingswet gaat niet op in de Omgevingswet, en het is onder de Omgevingswet dan ook niet toegestaan om de betreffende regels op te nemen in het omgevingsplan. Dit betekent dat regels over huisvesting ook geen plaats hebben in de Verordening fysieke leefomgeving, die immers vooruit loopt op het omgevingsplan. Algemeen aanwijzingsbesluit APV. Dit is strikt genomen geen verordening, maar een bundeling van nadere regels en aanwijzingen van gebieden op grond van diverse bepalingen uit de APV. Dit betreft voornamelijk aanwijzingen en nadere regels op het gebied van openbare orde en veiligheid. Deze aspecten horen niet in de Verordening fysieke leefomgeving thuis.
Het uitgangspunt bij de integratie van de verordeningen was om beleidsneutraal te integreren, behalve op het punt van:
De erfgoedverordening. Tijdens het opstellen van de Verordening fysieke leefomgeving is geconcludeerd dat de tekst van de Erfgoedverordening 2011 op onderdelen niet meer actueel is. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingevoerd. Door deze wetswijziging is de Erfgoedverordening 2011 op onderdelen achterhaald. De model erfgoedverordening uit 2016 van de VNG is het uitgangspunt voor het onderwerp erfgoed in deze Verordening fysieke leefomgeving.
Begripsbepalingen en procedureregels. Deze regels van de opgenomen verordeningen zijn zo veel mogelijk op elkaar afgestemd en vereenvoudigd. Dit heeft op onderdelen tot gevolg gehad dat procedurebepalingen niet beleidsneutraal zijn overgenomen;
In de verordening wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen hoofdstukken met inhoudelijke regels en hoofdstukken met procedurele regels. Het uitgangspunt is om (zoveel mogelijk) aan te sluiten bij de indeling van het casco Omgevingsplan van de VNG.
Toelichting modelverordeningen VNG De Algemene Plaatselijke Verordening, de Bouwverordening, de Erfgoedverordening, de Winkeltijdenverordening en de Verordening naamgeving en huisnummering zijn beleidsneutraal opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving. Deze verordeningen zijn gebaseerd op de modelverordeningen van de VNG. Voor deze modelverordeningen zijn uitgebreide toelichtingen beschikbaar. Deze toelichtingen geven een uitleg en informatie over de modelverordeningen. Het doel van de Omgevingswet is vereenvoudiging van de regels voor ruimtelijke ontwikkeling. Daarin past ook het streven om de toelichtingen op de verordeningen kort te houden of de keuze te maken om geen modeltoelichtingen op te nemen. De modeltoelichtingen zijn beschikbaar via de site van de VNG. 1.3 Opzet De Verordening fysieke leefomgeving is ingedeeld in acht hoofdstukken, met daarbij bijlage 1 (kaart behorende bij de Verordening geurhinder en veehouderij 2013). Bijlage 2 bevat de begrippen. Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen. De meeste verordeningen en ook bestemmingsplannen beginnen met een opsomming van begripsbepalingen. In de Verordening fysieke leefomgeving is er echter voor gekozen om de begrippen op te nemen in een bijlage. Dit sluit aan bij de opzet van het Omgevingsplan. De daarop volgende hoofdstukken bevatten regelingen voor diverse onderwerpen.
Hoofdstuk 2 behandelt de aanwijzingen in de fysieke leefomgeving, hoofdstuk 3 de activiteiten, hoofdstuk 4 beheer en onderhoud. Hoofdstuk 5 tot en met 8 bevat de algemene regelingen en gelden in samenhang met elk afzonderlijk hoofdstuk. Hoofdstuk 5 vermeldt de procesregels, hoofdstuk 6 handhaving, hoofdstuk 7 het overgangsrecht en hoofdstuk 8 de slotbepalingen. Uitgangspunt bij het opstellen van de verordening was om de regels die vergelijkbaar of hetzelfde zijn in de verordeningen (bijvoorbeeld regels over beslistermijnen en toezicht), te bundelen in algemene hoofdstukken. In hoofdstukken 5 en 6 is daarom zo veel mogelijk de algemene lijn uit de verschillende verordeningen gevolgd.