CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.15480] - bijlage 1 besluit ontheffing verordening ruimte Noord-Brabant met betrekking tot Molendijk 7 Jansen

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel Weigering ontwerp verklaringen van geen bedenkingen Molendijk 7-9 Hulsel4.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Noord-Brabant GEMEENTE REUSEL-DE MIERDEN

INGEK:

2 2 JUL 2011

Hik.2837 REG.NR.: RFSTFMP VOOR:

brabantlaan 1 ^ 5200 MC 's-Hertogenbosch

v\

elefoon (073) 681 28 12 ax (073) 614 11 15

-mfo@brabant.nl www.brabant.nl

Het college van burgemeester en Wethouders van Reusel-De Mierden Postbus 11 5540 AA REUSEL

Bank ING 67.45.60.043

llllllllllllllllll VERZONDEN 2 1 JULI 2011

Onderwerp

Besluit ontheffing Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 met betrekking tot Molendijk ong. te Hulsel

Datum 21 juli 2011

Ons kenmerk C2019435/2753803

Geacht college, Hierbij doen wij u een afschrift toekomen van ons besluit inzake uw verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 9.4 juncto artikel 9.5 van de Verordening ruimte met betrekking tot de nieuwvestiging van een intensieve veehouderij aan de Molendijk ong. te Hulsel ten name van Jansen CV, Deze ontheffing gaat vooraf aan de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeente. De ontheffing strekt uitsluitend ten behoeve van het besluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. In het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan komt de ontheffing van het verbod in de Verordening ruimte aan de orde. Tegen het besluit tot ontheffing is daarom nu geen beroep mogeìijk. Dit blijkt uit een uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2011, kenmerk 201106895/1/Rl.

Uw kenmerk Contactpersoon E.A.LJ.C. van Lieshout

Directie Ruimtelijke Ontwikkeľng át Handhaving

Telefoon (073) 680 83 58

Fax (073) 680 76 45

Biįlage(n)

I E-mail EvLieshout@brabant.n

Het besluit tot ontheffing, een toelichting op de ontheffing en de bijbehorende aanvraag kunt u vinden via het webadres www.brabant.nl/ontheffingVR. Het besluit en bijbehorende stukken liggen vanaf 22 juli 2011 gedurende zes weken ter inzage bij het dienstenplein van het provinciehuis, Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch. Dit is elke werkdag open van 9 tot 17 uur. Op 21 juli 2011 zal hiervan kennis worden gegeven in het regionaal dagblad. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

bureauhoofd Toezicht Ruimtelijke Ontwikkeling

Het provinciehuis is vanaf het centraal station bereik­ baar mot stadsbus, lijn 61 en 64, halte Provinciehuis, met de treintaxi en met de OV-fiets.

Provincie Noord-Brobant

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC 's-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15

BESLUIT

info@brabant.nl www.brabant.nl Bank ING 67.45.60 043 Postbank 1070176

Onderwerp

Nummer

Verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 9.5 van de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011

C2019435

Directie ROH

BESLISSING van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van 4 juli 2011 op het verzoek van de gemeenteraad van de gemeente Reusel-De Mierden, om ontheffing van het bepaalde in artikel 9.4, lid 1 onder a, van de Verordening ruimte. Het betreft de nieuwvestiging van een intensieve veehouderij met een bouwblokomvang van maximaal 3 hectare in het Landbouwontwikkelingsgebicd :,LOG) ‘Hulsel-Bladeľ op het adres Molendijk ong. te Hulsel, ten name van Jansen CV. Dit LOG wordt formeel ook het LOG ‘Bladel-Reuseľ genoemd. De procedure

Op grond van artikel 9.4. lid 1 onder a, van de Verordening ruimte is nieuwvestiging van een intensieve veehouderij in een landbouwontwikkelingsgebied (LOG) niet toegestaan. Op het westelijk gelegen perceel aan Molendijk ong. in het LOG ‘HulselBladeľ te Hulsel is in het bestemmingsplan geen bouwblok opgenomen. De gewenste nieuwvestiging van een bouwblok met een omvang van 3 hectare Ís in strijd met voornoemde artikellid. Op grond van artikel 9.5 van de Verordening ruimte, kunnen aanvragen vóór 1 januari 2011 worden ingediend voor ontheffing in het geval van een lopende zaak tot verplaatsing van een intensieve veehouderij. Deze aanvraag hebben wij op 1 oktober 2010 van de gemeente Reusel-De Mierden ontvangen. Op grond van artikelen 13.3, lid 2 en 9.5, lid 2 en 3, van de Verordening ruimte bevat de aanvraag: a. een beschrijving van het voornemen om een bestemmingsplan voor te bereiden; b. een beschrijving van de redenen waarom dc ontheffing wordt gevraagd; c. een beschrijving van de mogelijke gevolgen van de ontheffing voor het belang dat beschermd wordt door de bepaling waarvan ontheffing wordt

Het provinciehuis is vanaf het centraal station bereik­ baar met stadsbus, lijn 61 en 64, holle Provinciehuis of met de treintaxi.

Provincie Noord-Brabant

gevraagd, mede aan de hand van de ter zake geldende onthefììngsregels; d. een of meer verbeeldingen op kaart met een zodanige mate van nauwkeurigheid dat een duidelijk inzicht wordt verkregen van de plaats waarop de ontheffing betrekking heeft.

Nummer C2019435

Tevens bevat de aanvraag een beschrijving van: a. het feit dat er reeds vóór 20 maart 2010 voldoende concrete initiatieven waren ontplooid met het oog op de verplaatsing van een intensieve veehouderij; b. de wijze waarop zal worden verzekerd dat een bouwblok voor intensieve veehouderij gelegen ofwel buiten een verwevings- of landbouwontwikkelingsgebied ofwel in een verwevingsgebied maar niet op een duurzame locatie intensieve veehouderij, planologisch, juridisch en feitelijk wordt opgeheven; c. de wijze waarop wordt verzekerd dat op de uitplaatsingslocatie de bedrijfsgebouwen worden gesloopt die door de verplaatsing overbodig zijn geworden; d. de wijze waarop wordt verzekerd dat ten minste 20® o van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing. En bij nieuwvestiging wordt voorts beschreven dat: a. de gezamenlijke omvang van de op te heffen bouwblokken als bedoeld in artikel 9.5, lid 2 onder b, ten minste de omvang van één volwaardig bedrijf per nieuw bouwblok bedraagt; b. er op het nieuwe bouwblok een volwaardige intensieve veehouderij wordt gevestigd; c. de nieuwvestiging zich verhoudt tot een efficiënte inrichting van het totale landbouwontwikkelingsgebied waarbij rekening is gehouden met: 1. de mogelijkheden voor (hervestiging op bestaande locaties; 2. een goede beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing; 3.

een verdergaande verduurzaming dan wettelijk is vereist. d. er in een landbouwontwikkelingsgebied met aandacht voor struweelvogels/dassen, wordt verzekerd dat: 1. Ín het leefgebied struweelvogels een halve hectare nieuwe landschaps­ elementen wordt aangelegd en de bestaande landschapselementen rond zandwegen in het desbetreffende landbouwontwikkelingsgebied worden verbeterd; 2. in het leefgebied voor dassen, de aanwezige burchten en specifieke foerageergebieden niet nadelig worden beïnvloed en migratieroutes, groenstructuren en landschapselementen worden hersteld of verbeterd. Terinzagelegging

Ter voorbereiding van het besluit voeren wij de uniforme procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerp-besluit heeft

2/13

Provincie Noord-Brabant

van vanaf 6 april 2011 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. De kennisgeving is tevens langs elektronische weg geschied. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn twee zienswijze binnengekomen. Onze overwegingen ten aanzien van de ingebrachte zienswijzen hebben wij verwoord onder de ‘beoordeling van het verzoek’.

Nummer C2019435

Op 17 december 2010 en op 25 februari 2011 hebben Provinciale Staten de Verordening ruimte op onderdelen gewijzigd. Deze wijzigingen hebben betrekking op inhoudelijke en procedurele aspecten voor de toepassing van de ontheífingsbevoegdheid in de Verordening ruimte. Ook is de nummering van de artikelen gewijzigd. Het besluit is hierop aangepast. De ontheffing in relatie tot het bestemmingsplan en milieu

De ontheffing ziet op een uitzondering van het verbod in de Verordening ruimte. Als onthelľmg wordt verleend kan de gemeente aan de slag met het maken van een bestemmingsplan. De gemeente heeft de mogelijkheid van de onthefĩìng gebruik te maken, maar is dit niet verplicht. In het kader van het bestemmingsplan zal de gemeente de gebruikelijke planologische aspecten moeten afwegen, waaronder ook de uiteindelijke omvang van het bouwblok. De ontheffing betekent niet dat een integrale afweging is gemaakt over de aanvaardbaarheid van het bouwblok. Er wordt geen goedkeuring verleend aan een bestemming. De gemeente is in de aanvraag om ontheffing voor de verplaatsing ingegaan op de verantwoording met betrekking tot geur, fijnstof, ammoniak en gezondheid voor mensen. Deze verantwoording vindt plaats in hetzij een planMER (in bepaalde fase) hetzij in een Landbouwontwikkelingsplan waarin milieueffecten zijn onderzocht, hetzij in de vorm van een (ontwerp-} milieuvergunning. Uit deze verantwoording is gebleken dat deze aspecten in beginsel geen belemmeringen vormen voor de betreffende ontwikkeling. De gemeente moet bij het bestemmingsplan een planMER maken en er moet nog een milieuvergunning (omgevingsvergunning) worden verleend. Daartegen kan in die procedure bezwaar worden gemaakt. Beschrijving, beperkingen en voorschriften

Op grond van artikel 13.4 van de Verordening ruimte kunnen wij een ontheffing onder beperkingen verlenen en aan de ontheffing voorschriften verbinden voor zover dat nodig is met het oog op het belang dat beschermd wordt door de bepaling waarvan ontheffing wordt gevraagd.

3/13

Provincie Noord-Brabant

Aanvraag om ontheffing

Nummer

1. Samenvatting aanvraag om ontheffing

C2019435

Beschrijving

De gemeente geeft aan al geruime tijd bezig te zijn met initiatieven tot verplaatsing van intensieve veehouderijen naar het landbouwontwikkelingsgebied (LOG; ‘Hulsel-Bladeľ. Deze verplaatsers hebben hun plannen opgesteld op basis van het reconstructieplan ‘Beerze Reuseľ. De verplaatsing van de intensieve veehouderij aan de Poppelsedijk 11 te Hooge Mierde naar het perceel Molendijk ong. te Hulsel betreft zo’n traject dat in gang is gezet onder voormalige regelgeving. Het verzoek om ontheffing ziet toe op een bouwblokomvang van maximaal 3 hectare. De nieuwvestiging gaat gepaard met het opheffen van het bestaande agrarisch bouwblok voor een intensieve veehouderij op het adres Poppelsedijk 11 te Hooge Mierde. Aan de Poppelsedijk 11 worden nu 2216 vleesvarkens gehouden. Deze locatie is gelegen buiten verweving- of landbouwontwikkelingsgebied ofwel in een verwevingsgebied maar niet op een duurzame locatie intensieve veehouderij. De nieuwe locatie ligt op grond van het reconstructieplan ‘Beerze-Reuseľ in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) ‘Hulsel-Bladeľ (Bladel-Reuselj. De beoogde verplaatsing voldoet naar de mening van de gemeente aan de in dit reconstructieplan opgenomen zonering en beleidsuitgangspunten. De gemeente is van oordeel dat voor de gewenste bouwblokomvang van maximaal 3 hectare sprake is van een ‘lopende zaak’.

2. De verantwoording Concreet initiatief tot verplaatsing

De gemeente geeft aan dat de eerste gesprekken met de initiatiefnemer dateren van 11 januari 2006. In 2005 is een aanvraag voor deelname aan de VIVregeling ingediend. In september 2006 is het verplaatsingsplan opgesteld. Op 25 september en 9 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden besloten, in principe medewerking te verlenen aan de verplaatsings- en herontwikkelplannen. Op 18 december 2007 heeft het college van BenW het ontwikkelplan (LOP) voor het LOG HulselBladel vastgesteld. De bij initiatiefnemer in eigendom zijnde locatie aan Molendijk ong. te Hulsel is hierin aangegeven als mogelijke nieuwvestigingslocatie. Een schriftelijke aanvraag tot verplaatsing van de intensieve veehouderij naar voorliggende, concrete locatie is ingediend op 23 mei 2008. Vervolgens is initiatiefneemster in de gelegenheid gesteld een ruimtelijke onderbouwing in te dienen ten behoeve van een artikel 19 procedure onder de oude WRO. In een brief van de gemeente van 27 augustus 2009 wordt de medewerking bevestigd onder vermelding van de voorwaarden. Het betreft de verplaatsing naar de locatie aan Molendijk ong.

4/13

Provincie Noord-Brabant

De gemeente merkt op dat het voor de verplaatser naar het LOG ten tijde van het verplaatsingstraject niet mogelijk was elders in het LOG een geschikt bestaand bedrijf over te nemen. De gemeente verwijst, en onderschrijft, in dit verband het onderzoek van Crijns Rentmeesters BV. Opheffen bestaand bouwblok en sloop overbodige bedrijfsgebouwen

De gemeente geeft aan dat de huidige locatie van de intensieve veehouderij op het adres Poppelsedijk 11 te Hooge Mierde wordt opgeheven en de bed rij fsbebou wing voor de intensieve veehouderij wordt gesloopt. Het bestaande bouwblok heeft een omvang van 2,5 hectare. De gemeente gaat een overeenkomst sluiten en een planologische regeling opstellen ter beëindiging van de intensieve veehouderij op het adres. Ook zullen de milieuvergunningen dan worden ingetrokken. Landschappelijke inpassing

De gemeente vermeldt in de aanvraag dat zal worden voldaan aan de vereisten in de Verordening ruimte voor wat betreft een goede landschappelijke inpassing. Volwaardigheid bedrijf nieuw/oud

De totale omvang van de op te heffen intensieve veehouderij aan Poppelsedijk 11 te Hooge Mierde, heeft een omvang van een volwaardig agrarisch bedrijf. Op het bouwblok aan de Molendijk ong. wordt een volwaardig agrarisch bedrijf gevestigd. Efficiënte inrichting Landbouwontwikkelingsgebied

1. Mogelijkheden hervestiging op bestaande locaties De gemeente merkt op dat er voor het LOG Hulsel-Bladel een LOP is vastgesteid. De locatie wordt hierin aangemerkt als mogelijke locatie voor nieuwvestiging. Het LOP is door Gedeputeerde Staten geaccordeerd. De gemeente verwijst verder, en onderschrijft, in dit verband het onderzoek van Crijns Rentmeesters BV. Hieruit bleek dat er bij de start van het verplaatsingstraject geen geschikte, bestaande locaties in het LOG beschikbaar waren. 2, Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing De gemeente vermeldt in de aanvraag dat zal worden voldaan aan de vereisten in de Verordening ruimte voor wat betreft beeldkwaliteit. Ook in het LOP wordt het aspect van beeldkwaliteit genoemd, De plannen zullen hieraan moeten voldoen. In de bestemmingsplanprocedure zal hieraan aandacht worden besteed. 3. Verdergaande verduurzaming dan wettelijk vereist

Nummer C2019435

Provincie Noord-Brabant

In de aanvraag om ontheffing wordt vermeld dat in september 2008 een MERbeoordelingsnotitie is ingediend. De varkens worden middels BBT gehouden. Op het aspect van verdergaande verduurzaming wordt kort ingegaan.

Nummer C2019435

Aandachtsgebied voor struweelvogels/dassen

Niet van toepassing. Ontĥ effing scriter ia

Van een van vóór 20 maart 2010 daterend concreet initiatief tot verplaatsing van een intensieve veehouderij als bedoeld in de Verordening ruimte, is sprake, indien vóór 20 maart 2010 het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat planologische medewerking aan deze verplaatsing zal worden verleend. Gerechtvaardigd vertrouwen kan slechts worden aangenomen voor zover: a. sprake is van een vóór 20 maart 2010 ingediende schríftelijke aanvraag tot verplaatsing van een intensieve veehouderij naar een concrete locatie en waarvan het college van burgemeester en wethouders c.q. de raad dan wel een daartoe krachtens een vóór 20 maart 2010 genomen mandaat besluit bevoegde ambtenaar schríftelijk te kennen heeft gegeven hieraan zijn medewerking te verlenen; of b. het college van burgemeester en wethouders c.q. de raad vóór 20 maart 2010 een planologische procedure voor de verplaatsing van een intensieve veehouderij naar een concrete locatie heeft opgestart. Bovendien moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 9,4, vijfde lid, onder a en c. Onder schríftelijke aanvraag als bedoeld onder a verstaan wij een aanvraag die voldoet aan de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en is gericht op planologische medewerking door het gemeentebestuur aan de specifieke verplaatsing van de intensieve veehouderij.

Dat kan zijn, een ontvankelijke bouwaanvraag op grond van de Woningwet, een ontvankelijke aanvraag t.b.v. een projectbesluit (art 3.10 Wroj dan wel een ontvankelijke aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan (art. 3.9 Wrok Van het opstarten van een planologische procedure als bedoeld onder b is slechts sprake, indien: a. voor het geval het een bestemmingsplanprocedure betreft, het overleg ex artikel 10 Bro 1985 is gestart of de kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro is gepubliceerd; of b. voor het geval het een artikel 19 WRO (oud) procedure dan wel een projectbesluit betreft, de procedure ex artikel 19a WRO (oud) is gestart dan wel de kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro is gepubliceerd; of c. het een voorbereidingsbesluit betreft dat in werking is getreden vóór 20 maart 2010.

VS 3

Provincie Noord-Brabant

Beoordeling van het verzoek

Nummer

De verplaatsing van de intensieve veehouderij aan Poppelsedijk 11 vindt plaats naar de nieuwe locatie aan de Molendijk ong. in het LOG ‘Hulsel-Bladeľ (Bladel-Reusel), waarvan de begrenzing onherroepelijk vaststaat. Wij constateren dat een schríftelijke aanvraag tot verplaatsing van de intensieve veehouderij naar voorliggende, concrete locatie is ingediend op 23 mei 2008. De medewerking door de gemeente (onder meer brief van 27 augustus 2009) is in overeenstemming met de vóór 20 maart 2010 geldende beleidsregels.

C2019435

Dit betekent dat wordt voldaan aan de in de Verordening ruimte opgenomen criteria. Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat kan worden gesproken van een van vóór 20 maart 2010 gewekt gerechtvaardigd vertrouwen tot verplaatsing van een intensieve veehouderij zoals is bepaald in de Verordening ruimte. Verder merken wij nog op dat de gemeente aangeeft dat er geen andere geschikte, bestaande locaties in het LOG beschikbaar waren. Voor wat betreft de landschappelijke inpassing merken wij op dat de daadwerkelijke uitvoering van het erfmrichtingsplan niet is veiliggesteld. Gelet op het gemis van de zekerstelling van de uitvoering, verbinden wij als voorschrift aan deze ontheffing dat 200 o binnen het bouwvlak van maximaal 3 hectare wordt aangewend voor de landschappelijke inpassing. De gemeente gaat een overeenkomst sluiten en planologische procedures starten voor de op te heffen locatie aan de Poppelsedijk 11. Wij achten de opheffing van de intensieve veehouderijen in juridische, feitelijke en planologische zin, onvoldoende zekergesteld. Dat geldt ook voor de sloop van de overtollige bedrijfsgebouwen. Gelet op het voorgaande verbinden wij als voorschrift aan deze ontheffing dat verzekerd moet zijn dat genoemd bouwblok voor een intensieve veehouderij aan Poppelsedijk 11 wordt opgeheven en overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt.

Met betrekking tot de verduurzaming merken wij het volgende op. De eis van verdergaande verduurzaming wordt ook in de Verordening ruimte genoemd, maar de implementatie van de duurzaamheidseis blijkt onvoldoende uit de verantwoording. Gelet op voorgaande zijn wij van oordeel dat aan de verantwoording voor wat betreft de verdere verduurzaming nog onvoldoende invulling Ís gegeven. De gemeente zal dit aspect moeten betrekken bij de vaststelling van het plan. Dit is als voorschrift aan de ontheffing verbonden. Wij kunnen instemmen met de overige aspecten in dc verantwoording.

7/13

Provincie Noord-Brabant

Zienswijzen

Nummer

Hieronder volgt een samenvatting en beoordeling van de zienswijzen. Bij de beoordeling zijn de zienswijzen in z’n geheel betrokken.

C2019435

1. G. Snijder, namens Werkgroep Burgerinitiatief LOG Hulsel-BladelNetersel-Lage Mierde, p/a Larestraat 11 te 5534 AM Netersel. Samenvatting: a. Reclamant merkt op dat in een bijeenkomst van 15 juni 2009 door de gemeente werd aangegeven dat niets vaststond, ook niet van gesprekken in een vergevorderd stadium. Er zijn geen inspraakmogelijkheden geweest terwijl dat wel werd toegezegd. Eventuele toezeggingen líjken wel te gelden voor initiatiefnemer en niet voor de inwoners. b. Het besluit van Provinciale Staten waarbij de omvang van bouwblokken is beperkt tot 1,5 ha en nieuwvestiging niet meer is toegestaan, staat in schril contrast om totaal 6 ha bouwblok te realiseren aan de Molendijk.. c. Het is onduidelijk hoe de ontsluiting is geregeld. Bovendien betreft het een kleinschalige cultuurhistorische weg waardoor verkeersonveilige situaties ontstaan. d. De onderzoeken naar volksgezondheid lopen nog. Hoewel de conclusie nog niet bekend is wordt op korte afstand van de kern meegewerkt aan een groot bouwblok. In hoeverre zijn berekeningen gemaakt over de odeur norm. Geurwassers zijn niet altijd verplicht. e. Er is geen rekening gehouden met een ecologische verbindingszone, een minicamping en kampeerboerderij.

Beoordeling: Ad a De ontheffing ziet op het verbod in de Verordening ruimte met betrekking tot het opstellen van een bestemmingsplan dat voorziet in de nieuwvestiging van een bouwblok voor een intensieve veehouderij. Van belang daarbij is de vraag of sprake is van een zogenaamde lopende zaak tot verplaatsing. Op 25 februari 201 1 zijn in dit verband door Provinciale Staten criteria opgenomen in de Verordening ruimte waarmee Ís bepaald wat onder lopende zaak moet worden verstaan. Daarbij is voor het beoordelen van de vraag of sprake is van een gerechtvaardigd gewekt vertrouwen de datum van 20 maart 2010 opgenomen. De datum van de bijeenkomst op 15 juni 2009 is voor de beoordeling dan ook niet relevant. In de beschrijving geeft de gemeente aan welke stappen er zijn gezet om te komen tot de verplaatsing van het bedrijf. Initiatiefnemer heeft per brief van 23 mei 2008 een aanvraag ingediend om een artikel 19, lid 1 WRO te starten. Hierbij wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing. Deze onderbouwing is nadien aangepast en per brieven van 12 augustus 2008 en 10 februari 2009 naar de gemeente gestuurd. Het college van burgemeester en

fl/13

Provincie Noord-Brabant

wethouders heeft per brief van 27 augustus 2009 ingestemd met het opstarten van de artikel 19, lid 1 procedure.

Nummer C2019435

Ad b Wij onderkennen dat afgeweken wordt van de algemene regels in de Verordening ruimte. Door het opnemen van genoemde onthefľmgsmogelijkheden en criteria worden in de ogen van Provinciale Staten echter de gerechtvaardigde verwachtingen geëerbiedigd. Verzoeken tot ontheffing lopende zaken intensieve veehouderij in verband met verplaatsingen dienen wij te beoordelen aan de hand van de Verordening ruimte zoals die op 25 februari 2011 door Provinciale Staten is vastgesteld en op 8 maart 2011 in werking is getreden. Wij zijn van mening dat aan de gestelde criteria in de Verordening ruimte wordt voldaan. Ad c De ontheffing ziet op een uitzondering van verboden in de Verordening ruimte. De ontheffing betekent niet dat daarmee een integrale afweging is gemaakt over de aanvaardbaarheid van de bestemming zelf. In het kader van het bestemmingsplan zal de gemeente de gebruikelijke planologische aspecten moeten afwegen, waaronder ontsluitings- en verkeersaspecten. Daartegen kunnen zienswijzen bij de gemeenteraad worden ingediend. De ontheffing van de Verordening ruimte grijpt niet Ín op deze procedure. Add De beoogde ontwikkeling zal moeten voldoen aan milieuhygiënische aspecten. Hiervoor dienen de wettelijke procedures te worden gevoerd waarbij rechtsbescherming wordt geboden. Ook aspecten van volksgezondheid spelen daarbij een rol.

Bij de verantwoording geeft de gemeente aan dat op 17 oktober 2008 is besloten dat geen MERrapportage behoeft te worden opgesteld. Het plan voldoet aan de wettelijke vereisten. Naast de geur- fijn stof- en ammoniakbelasting veroorzaakt de inrichting volgens de gemeente geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en tenslotte zijn er geen andere bijzondere omstandigheden die nadelige gevolgen zouden hebben voor het milieu. Gelet op voorgaande zijn wij van mening dat de gemeente bij de aanvraag om ontheffing heeft verantwoord dat de beoogde ontwikkeling vanuit milieu-oogpunt aanvaardbaar is. De definitieve uitwerking hiervan speelt in het kader van het ruimtelijk bestemmingsplan en de procedure voor de milieuvergunning (omgevingsvergunning . Ad e Wij verwijzen naar onze overwegingen onder ad c

9/13

Provincie Noord-Brabant

2. Namens Stichting Megastallen-Nee Lage Mierde. M. Simons. Braakhoek 5 te Lage Mierde

Nummer C2019435

Samenvatting: a. Er is geen schríftelijke overeenkomst die geaccordeerd is door de gemeenteraad. Er was immers discussie over de financiële bijdrage van initiatiefnemer. Er heeft geen democratisch proces plaatsgevonden stelt reclamant. b. Er bestaat geen noodzaak voor de verplaatsing. Op de oude locatie zijn in de nabijheid van de Toeristische Poort zijn meerdere bedrijven gelegen. Deze liggen ook dichter bij Natura2000 gebieden. Er is vergunning verleend voor uitbreiding van de bestaande locatie. Aan de huidige locatie zijn 2 adressen gekoppeld, straks ontstaan 2 afzonderlijke bedrijven. De nieuwe locatie daarentegen ligt op korte afstand van kernen, ecologische verbindingszone en een camping. Het betreft geen duurzame locatie. c. Voor wat betreft de beoordeling als lopende zaak ontbreken noodzakelijke plannen. Er ligt geen ontwerpbestemmingsplan of onderbouwing hiervoor. Er ontstaan 2 bouwblokken van 2x3 ha aaneengesloten terwijl adviezen van RIVM en GGD uitgaan van kleinere bouwblokken en een afstand tussen bedrijven van 1000 ml. Milieu- en gezondheidsaspecten zijn niet correct getoetst. d. De doorgang van LOG Hulsel-Bladel is twijfel ach tig. Het LOG ligt tussen kernen in en bevat diverse waarden. De duurzaamheid van de locaties is niet aangetoond.

Beoordeling: Ad a In de beschrijving geeft de gemeente aan welke stappen er zijn gezet om te komen tot de verplaatsing van het bedrijf. Initiatiefnemer heeft per brief van 23 mei 2008 een aanvraag ingediend om een artikel 19, lid 1 WRO te starten. Hierbij wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing. Deze onderbouwing is nadien aangepast en per brieven van 12 augustus 2008 en 10 februari 2009 naar de gemeente gestuurd. Het college van burgemeester en wethouders heeft per brief van 27 augustus 2009 ingestemd met het opstarten van de artikel 19, lid 1 procedure. Daarmee is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat planologisch medewerking wordt verleend. Het bestaan van een schríftelijke overeenkomst over kostenverhaal is niet relevant voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Dat blijkt uit voornoemde brief. In het kader van de bestemmingsplanprocedure zullen exploitatiekosten aan de orde komen. Wij zijn van mening dar aan de gestelde criteria in de Verordening ruimte is voldaan.

tO/ J 3

Provincie Noord-Brabant

Ad b De (oude) op te heíľen locatie aan de Poppelsedijk 11 is gelegen buiten verwevings- of landbouwontwikkelingsgebied (extensiveringsgebied;. De nieuwe locatie is gelegen in het Landbouwontwikkelingsgebied. Voor de aanvaardbaarheid van de begrenzing als LOG heeft bij het opstellen van het reconstructieplan ook een MER plaatsgevonden. Bij de begrenzing van deze gebieden is er in de Reconstructieplannen van uitgegaan dat de locaties binnen deze gebieden duurzaam zijn. Gelet op voorgaande staat de noodzaak tot verplaatsing naar onze mening niet ter discussie.

Nummer

C2019435

Ad c De beoogde ontwikkeling zal moeten voldoen aan milieuhygiënische aspecten. Hiervoor dienen de wettelijke procedures te worden gevoerd waarbij rechtsbescherming wordt geboden. Ook aspecten van volksgezondheid spelen daarbij een rol. Bij de verantwoording geeft de gemeente aan dat op 17 oktober 2008 is besloten dat geen MERrapportage behoeft te worden opgesteld. Het aantal Odeur units neemt weliswaar toe, maar het plan voldoet aan de wettelîjke vereisten. Naast de geur- fijn stof- en ammoniakbelasting veroorzaakt de inrichting volgens de gemeente geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en tenslotte zijn er geen andere bijzondere omstandigheden die nadelige gevolgen zouden hebben voor het milieu. Gelet op voorgaande zijn wij van mening dat de gemeente bij de aanvraag om ontheffing heeft verantwoord dat de beoogde ontwikkeling vanuit milieu-oogpunt aanvaardbaar is. De definitieve uitwerking hiervan speelt in het kader van het ruimtelijk bestemmingsplan en de procedure voor de milieuvergunning (omgevingsvergunning). Hiertegen staat de hierboven omschreven rechtsbescherming open. Add De begrenzing van het Landbouwontwikkelingsgebied is vastgelegd in het Reconstructieplan en de Verordening ruimte. Deze begrenzing is onherroepelijk en ligt bij de toepassing van de onthefĩmgscriteria niet ter discussie.

Gelet op voorgaande geven de ingediende zienswijzen ons geen aanleiding om de gevraagde ontheffing te weigeren. Wij achten de zienswijzen ongegrond. 3. T. Willems, Peelweg 18 te 541 1 LH Zeeland Samenvatting: Reclamant heeft bezwaar tegen alle te verlenen ontheffingen omdat de gevolgen voor volksgezondheid, milieu, natuur en iandschap en voor de tuinbouw daarbij niet beschouwd zijn.

11/13

Provincie Noord-Brabant

Beoordeling: Wij merken op dat de gemeenten in de aanvraag om ontheffing ingegaan zijn op de aspecten die in de Verordening ruimte zijn genoemd. Wij verwijzen in dit verband naar de beschrijving zoals wij deze in samenvattende vorm hebben opgenomen in de ontheffing. De gemeente is in de aanvraag om ontheffing voor de verplaatsing ingegaan op de verantwoording met betrekking tot geur, fijnstof, ammoniak en gezondheid voor mensen. Deze verantwoording vindt plaats in hetzij een planMER (in bepaalde fase; hetzij in een Landbouwontwikkelingsplan waarin milieueffecten zijn onderzocht, hetzij in de vorm van een (ontwerp-; milieuvergunning. Uit deze verantwoording is gebleken dat deze aspecten in beginsel geen belemmeringen vormen voor de betreffende ontwikkeling. Reclamant geeft niet aan waarom deze verantwoording niet zou voldoen. De gemeente moet bij het bestemmingsplan een planMER maken en er moet nog een milieuvergunning [omgevingsvergunningļ worden verleend. Daartegen kan in die procedure bezwaar worden gemaakt.

Nummer

C2019435

Wij achten de zienswijze ongegrond.

m

lí/13

Provincie Noord-Brabcmt

Nummer

C2019435

Beslissing

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant BESLUITEN:

1. De zienswijzen ongegrond te verklaren 2. De gevraagde ontheffing te verlenen voor de nieuwvestiging van een bouwblok voor een intensieve veehouderij op het perceel Molendijk ong, in het LOG “Hulsel-Bladeľ(Bladel-Reusel), met een bouwblokomvang van maximaal 3 hectare, ter plaatse van de aanduiding op bijgevoegde verbeelding. 3. Aan deze ontheffing worden de volgende voorschriften verbonden: a. binnen het bouwvlak wordt minimaal 20oZo aangewend voor de landschappelijke inpassing; b. dat is verzekerd dat het bouwblok voor een intensieve veehouderij aan de Poppelsedijk 11 wordt opgeheven en overtollige bed rij ľsbebou wing wordt gesloopt; c. bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een verantwoording opgenomen met betrekking tot de verdergaande verduurzaming.

’s-Hertogenbosch, 4 juli 2011 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter

prof. dr. WİÏ.HJ. van de Donk

:tans

drs. VV.G.H.M. Rutten

13/(3

If*»*1 ",ŕĩ' X Ti' »įř-ř-«

as -t-ļ ŵ, :i|M

t ! 5i

- r r- ŕ- r - . .Co

-ű.i'

k'o.-ĵLj

iïiSĩiaä

■i.t~-'ì-.?feäšy -fÍL , Į

? -VÏ

001 i v.. IV I L,

'-ü'v.

Vj-1

,r'#’ f1 P įo

0)

ŝ

C

ï O 4-

Cï

c o

V T3 O» O

tijļhv

Ŝ

2 o

ì

t

ļ* V*; o» od pP oC v* ^ o Z # ■*ţŕįť*.

•o

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=c071140d-1d19-4635-83b0-4105d6f5d293