[21.14532] - VGRP 2017-2021 Gemeente Reusel-De Mierden
Tekst van het document
VGRP REUSEL-DE MIERDEN
2017-2021 Grip op kwaliteit
10 NOVEMBER 2016
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Contactpersonen KEVIN GORTMAKER Specialist Stedelijk Water & Watertechnologie
M +31 (0) 6 2706 0128 E kevin.gortmaker@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
TETJE HENSTRA Specialist Stedelijk Water & Watertechnologie
M +31 6 1587 6322 E tetje.henstra@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
BAS BIERENS Senior Projectleider Stedelijk Water & Watertechnologie
M +31 6 5073 6783 E bas.bierens@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
2
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING
7
1
INLEIDING
13
1.1
Achtergrond
13
1.2
Doelstelling en geldigheidsduur
13
1.2.1
Grip op kwaliteit
13
1.3
Samenwerking in de afvalwaterketen
14
1.4
Proces en afstemming
14
1.5
Leeswijzer
14
BESTUURLIJKE KADERS
15
2.1
Inleiding
15
2.2
Taken en bevoegdheden
15
2.3
Samenwerking in de (afval)waterketen
17
2.4
Gemeentelijke regelgeving en bouwstenen
18
2.5
Uitdagingen in en van het waterbeheer
19
2
3
4
5
TERUGBLIK
21
3.1
Inleiding
21
3.2
Wat waren de doelen?
21
3.3
Welke werkzaamheden zijn verricht?
22
3.4
Hoe is (samen)gewerkt?
22
3.5
Wat waren de kosten?
23
3.6
Aandachtspunten planperiode 2017-2021
24
NU
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Stelselkenmerken
25
4.3
Toestand en functioneren
27
Afval- en hemelwatersysteem
27
Grondwatersysteem
29
Oppervlaktewatersysteem
30
VOORUITBLIK
31
5.1
Inleiding
31
5.2
Gewenste situatie
31 3
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
5.3
5.4
6
32
5.3.1
33
Keuze algemeen ambitieniveau
Speerpunten voor de aankomende planperiode
33
5.4.1
I – Verbeteren personele capaciteit
34
5.4.2
II – Professionaliseren van beheer en onderhoud
34
5.4.3
III - Anticiperen op klimaatverandering
35
5.4.4
IV - Optimaliseren drukriolering
36
5.4.5
V - Betaalbare gemeentelijke watertaken
37
INVULLING WATERTAKEN EN AMBITIES
39
6.1
Inleiding
39
6.2
Opgave
39
6.3
Strategie
39
6.4
7
Ambities op hoofdlijnen
6.3.1
Afvalwater
39
6.3.2
Hemelwater
42
6.3.3
Grondwater
44
6.3.4
Oppervlaktewater
46
6.3.5
Bedrijfsvoering
46
Uitvoeringsprogramma
47
6.4.1
Planvorming
47
6.4.2
Onderzoek
48
6.4.3
Onderhoud
48
6.4.4
Maatregelen
49
6.4.5
Facilitair/overig
51
WAT KOST HET ONS?
52
7.1
Inleiding
52
7.2
Personele middelen
52
7.3
Financiële middelen
52
7.3.1
Uitgangspunten
53
7.3.2
Berekeningsresultaten
54
7.3.3
Ontwikkeling rioolheffing
57
4
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
TABELLEN Tabel 1 – Taken en bevoegdheden (stedelijk) waterbeheer
15
Tabel 2 – Gemeentelijke regelgeving, ontwikkelingen en bouwstenen
18
Tabel 3 – Tariefsverloop rioolheffing 2011 t/m 2016
23
Tabel 4 – Opbouw afval- en hemelwatersysteem gemeente Reusel-De Mierden. Voor een gedetailleerd overzicht zie het actuele BRP, inclusief overzichtskaart(en)
25
Tabel 5 – Grondwatertrappen
26
Tabel 6 – Aantal klachten en meldingen riolering en wateroverlast gemeente Reusel-De Mierden
29
Tabel 7 – Ambitieniveaus: Verbeteren personele capaciteit
34
Tabel 8 – Ambitieniveaus: Professionaliseren van beheer en onderhoud
35
Tabel 9 – Ambitieniveaus: Anticiperen op klimaatverandering
36
Tabel 10 – Ambitieniveaus: Optimaliseren drukriolering
37
Tabel 11 – Ambitieniveaus: Betaalbare gemeentelijke watertaken
38
Tabel 12 – Opgave VGRP Reusel-De Mierden 2017-2021
39
Tabel 13 – Lozingsroutes afvalwater
41
Tabel 14 – Geadviseerde minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw
45
Tabel 15 – Activiteiten planvorming 2017-2021 (prijspeil 2016).
48
Tabel 16 – Activiteiten onderzoek 2017-2021 (prijspeil 2016).
48
Tabel 17 – Activiteiten onderhoud 2017-2021 (prijspeil 2016).
49
Tabel 18 – Maatregelen 2017-2021 (prijspeil 2016).
50
Tabel 19 – Activiteiten facilitair / overig 2017-2021 (prijspeil 2016).
51
Tabel 20 – Benodigde personele capaciteit volgens Leidraad Riolering – Module D2000. Jaargemiddelde voor de planperiode 2017-2021. 52 Tabel 21 – Loon- & Overheadkosten 2017-2021 (prijspeil 2016).
52
Tabel 22 – overzicht benodigde verandering van totaalinkomsten, (equivalente) heffingseenheden en tarief in de gemeente Reusel-De Mierden voor de planperiode 2017 t/m 2021 (prijspeil 2016). 58 Tabel 23 - overzicht status geplande activiteiten Reusel-De Mierden, VGRP 2012-2016
73
FIGUREN Figuur 1 – 4M-aanpak: Monitoren, Meten, Modelleren, Maatregelen
18
Figuur 2 – Visualisatie uitdagingen stedelijk waterbeheer
20
Figuur 3 – Aanwezige stelseltypen riolering gemeente Reusel-De Mierden
26
Figuur 4 – Leeftijdsopbouw riolering (naar lengte) gemeente Reusel-De Mierden
26
Figuur 5 – Legger waterschap De Dommel in gemeente Reusel-De Mierden
27
Figuur 6 – Voorkeursvolgorde hemelwater: 1) Vasthouden, 2) Bergen / Bufferen, 3) Afvoeren.
31
Figuur 7 – Verwacht uitgavenpatroon gemeente Reusel-De Mierden voor de periode 2016 t/m 2075 (prijspeil 2016).
55
Figuur 8 – Verwacht verloop boekwaarden (per 31 december) gemeente Reusel-De Mierden voor de periode 2016 t/m 2075 (prijspeil 2016)
55 5
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Figuur 9 – Verwacht lasten- en inkomstenpatroon gemeente Reusel-De Mierden voor de periode 2016 t/m 2075 (prijspeil 2016). 56 Figuur 10 - Verwacht verloop van de saldi (per 31 december) van de “algemene” voorziening rioolheffing (BBV art. 44.2) in de gemeente Reusel-De Mierden voor de periode 2016 t/m 2075 (prijspeil 2016). 57 Figuur 11 – Benodigd heffingspatroon gemeente Reusel-De Mierden voor de periode 2016 t/m 2075 (prijspeil 2016).
57
BIJLAGEN BIJLAGE A BEGRIPPEN EN DEFINITIES
59
BIJLAGE B WETGEVING EN BELEID
64
BIJLAGE C EVALUATIE GEPLANDE ACTIVITEITEN VGRP 2012-2016 (STATUSOVERZICHT)
72
BIJLAGE D OVERZICHT LOZINGSPUNTEN GEMEENTELIJKE RIOLERINGSSTELSEL
76
BIJLAGE E ONDERBOUWING BENODIGDE PERSONELE MIDDELEN
79
BIJLAGE F ONDERBOUWING BENODIGDE FINANCIËLE MIDDELEN
82
BIJLAGE G REACTIE WATERPARTNERS
109
6
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
SAMENVATTING Dagelijks worden door diverse partijen vele inspanningen verricht om de kostbare riolerings-infrastructuur en het stedelijke watersysteem goed te beheren. Onderliggend Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (hierna: VGRP) laat zien dat de gemeente Reusel-De Mierden in dit beheer vooruitkijkt en met respect voor het verleden bouwt aan een robuust en flexibel systeem.
VGRP 2017-2021: “Grip op kwaliteit” De planperiode 2012-2016 stond in het teken van “Beheer op Orde”, waarbij de inventarisatie van de aanwezige systemen (“wat hebben we?”) en het structureren van beheer(s)systemen centraal stond. Nu op dat vlak belangrijke stappen zijn gezet (zie: “Terugblik”), kan in de periode 2017-2021 de focus verlegd worden naar het inzichtelijk maken van de kwaliteit van de aanwezige systemen. Door een juist en actueel beeld van de kwaliteitstoestand en het functioneren van bijvoorbeeld de rioolsystemen kan nut en noodzaak van benodigde investeringen beter worden bepaald. Zo kunnen de beschikbare personele en financiële middelen flexibeler en doeltreffender worden ingezet: (extra) investeren waar dat het hardst nodig is en weloverwogen besparen waar dat niet tot problemen leidt (Risico gestuurd beheren).
(Beleids)kaders De zorg en verantwoordelijkheid voor het water in de gemeente Reusel-De Mierden is in handen van de gemeente, het waterschap, de provincie en de perceelseigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden. De belangrijkste wetten en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit gemeentelijke rioleringsplan zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Gemeentewet. Voor een inhoudelijke toelichting op taken en bevoegdheden zie Tabel 1 op pagina 15. De partijen in het Waterportaal Zuid-Oost Brabant staan voor serieuze bezuinigingsopgaven. Door slim samen te werken kan er structureel een substantieel bespaard worden op de kosten voor riolering en de zuivering van afvalwater, de kosten van de afvalwaterketen als geheel, maar ook daarbuiten. Om hieraan invulling te geven werkt de gemeente Reusel-De Mierden samen met 12 gemeenten, het waterschap en waterbedrijf in het Waterportaal Zuidoost-Brabant (zie paragraaf 2.3). Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2019 in werking. Deze wet bundelt 26 wetten en besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu, zoals de Wabo, Wro, Waterwet en de Wet milieubeheer. De Omgevingswet beoogt een cultuurverandering naar ruimte voor (particulier) initiatief en vertrouwen in ontwikkelingen in plaats van de vraag „mag het wel?‟.
Deze beleidsverandering past zeer goed bij uitdagingen die zich op zowel de korte als de lange termijn aandienen in het stedelijke waterbeheer zullen aandienen en waar zowel de gemeente als de burgers mee te maken krijgen. Het gaat dan om zaken als de klimaatontwikkeling, de benodigde verbetering van waterkwaliteit en een gebrek aan grondstoffen en energie. Een integrale aanpak is daarin noodzakelijk, waarin ook iets van de inwoners gevraagd kan (of zelfs moet) worden. Een goede informatievoorziening is daarbij onontbeerlijk.
Terugblik 2012-2016 en aandachtspunten 2017-2021 Het belangrijkste thema van het vigerende VGRP was “Beheer op orde”. Hierin is veel energie gestoken en dit zal ook in de aankomende planperiode nog door blijven lopen. Enkele belangrijke verrichte werkzaamheden die binnen dit thema zijn verricht: • • • •
Het opnieuw inmeten en uittekenen van alle bijzondere constructies Het aanwezige rioleringsstelsel is gecontroleerd op diameter en materiaal Er is een grote inhaalslag gemaakt in het verwerken van revisietekeningen Er zijn nieuwe beheerkaarten opgesteld, inclusief beheerkaarten van huisaansluitingen, ter voorbereiding op de wijziging van de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten).
In 2012 en 2013 zijn uitgebreide inspecties verricht in de vrijvervalriolering. Uit alle inspecties tot en met 2013 volgde een actueel maatregelenpakket, als resultaat van het uitgevoerde Rasmariant onderzoek. In navolging van het Rasmariant onderzoek is in 2015 besloten tot een andere manier van opnemen / 7
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
budgettering vervangingsinvesteringen. De belangrijkste indicator voor vervanging is niet meer de ouderdom, maar de kwaliteitstoestand. In de afgelopen periode is een structurele onderbezetting ervaren. Hierdoor zijn veel geplande activiteiten niet, of in mindere mate uitgevoerd. Voor de noodzakelijke werkzaamheden kon alleen worden teruggevallen op externe ondersteuning. Voor een goede invulling van de gemeentelijke watertaken is de huidige personele kwetsbaarheid van de gemeente Reusel-De Mierden een belangrijk aandachtspunt. Volledig vertrouwen op inhuur is daarbij een risico: naast kwaliteitsverschillen tussen ingehuurde mensen is het ook zo dat opgebouwde systeemkennis mogelijk snel verdwijnt bij beëindiging of wisseling van contracten. Structurele afstemming met afdelingen RO en waterschap is in de afgelopen periode onvoldoende van de grond gekomen. Een belangrijk aandachtspunt voor de aankomende planperiode is dan ook het opstellen en beter uitdragen van nut en noodzaak van goed hemelwaterbeleid. Daarbij is dan ook extra aandacht nodig voor de implementatie en voortgangsbewaking van dit beleid bij de verschillende afdelingen en activiteiten in de aankomende planperiode. Het Kallisto onderzoek voor de zuiveringskring Hapert loopt nog.
In de aankomende planperiode moet duidelijk worden welke maatregelen nodig zijn om op regionaal niveau de KRW-doelen te behalen, inclusief prioritering en kostenverdeling. Het realiseren van een meetnet afvalwater, ter plaatse van de (externe) overstorten is in 2012 uitgerold, ter voorbereiding op dit onderzoek. Door de gekozen tariefsveranderingen zijn de inkomsten in de afgelopen jaren goed aan blijven sluiten op de werkelijke lasten. Het betekent echter ook dat de bufferende werking van de Voorziening Riolering zeer beperkt is. Het alsnog uitvoeren van de eerder uitgestelde investeringen, samen met nieuwe activiteiten in het kader van de ambities van de gemeente voor de aankomende planperiode (zie Hoofdstuk 5 en 6), zal daarom beperkte tariefstijgingen noodzakelijk maken.
Huidige situatie De gemeente Reusel-De Mierden heeft in 2015 een onderzoek laten uitvoeren naar de degeneratie van haar rioolstelsel. Hiervoor is gebruik gemaakt van Rasmariant als software. Uitgangspunt van het onderzoek is niet meer te kijken naar de leeftijd van het riool, maar naar de kwaliteit. De theoretische levensduur is in vele gevallen groter dan de oorspronkelijk aangenomen 60 jaar. Daarnaast zijn de reparatie en renovatietechnieken afgelopen jaren toegenomen, waardoor er meer gerepareerd kan worden en minder vervangen hoeft te worden. Conclusie van het onderzoek is dat er op meerdere locaties reparaties nodig zijn, waardoor het rioolstelsel niet (geheel) vervangen hoeft te worden. De kosten voor de reparaties worden geraamd op ca. € 250.000. Daar tegenover staat een bedrag voor vervangingen van de gehele straat voor een bedrag van ca. 6 miljoen, gebaseerd op het beheerpakket GBI. Door te kiezen voor reparaties bespaart de gemeente in totaal 3 miljoen aan vervangingen op korte termijn en wordt de levensduur van de gerepareerde riolen met 10-20 jaar verlengd. In het actuele Basis Rioleringsplan (BRP) is het functioneren van het rioleringssysteem onder de loep genomen. De gesignaleerde knelpunten zijn beoordeeld en leiden tot voorgestelde maatregelen die in dit VGRP worden geborgd.
In het BRP is tevens een modelberekening gemaakt met de neerslag van de periode rond 1 juni 2016. De resultaten zijn vergeleken met de klachten. Daarnaast is er een berekening gemaakt bij langdurige stroomuitval, waardoor rioolgemalen niet meer kunnen functioneren. Een dergelijke calamiteiten-situatie geeft inzicht in de prioritering voor te ondernemen acties. In het drukrioleringsnetwerk is sprake van een relatief groot aantal foutaansluitingen van hemelwater op het drukriool. Dit zorgt voor problemen bij hevige regenval; de pompunits zijn niet berekend op een dergelijk groot aanbod. Dit leidt tot wateroverlast op de percelen en ook slijten de pompen sneller doordat ze vaker en langer aanstaan. Het optimaliseren van de drukriolering is dan ook een belangrijk ambitiepunt voor de aankomende planperiode. In de gemeente zijn geen grote problemen met grondwater. Klachten met betrekking tot grondwateroverlast zijn incidenteel. In de planperiode wordt een grondwatermeetnet gerealiseerd ter ondersteuning van afhandeling van klachten en inzicht in grondwaterstanden. Samen het waterschap De Dommel lopen er projecten rondom de inrichting van De Reusel en De Raamsloop voor de EHS, Natuur Netwerk Brabant en een Natura-2000-gebied; veelal een andere inrichting 8
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
met meanderingen. In de nabije toekomst zal ook de benodigde berging onderdeel worden van deze projecten.
Gewenste situatie De gemeente Reusel-De Mierden en waterpartners streven naar een integrale en duurzame benadering van het watersysteem en de afvalwaterketen. Hierbij wordt nadrukkelijk samenwerking tussen de ketenpartners gezocht. Integraliteit en samenwerking zijn hierbij geen doelen op zich, maar essentiële randvoorwaarden om kosten en kwetsbaarheid te verminderen en de kwaliteit en kennisuitwisseling te verbeteren. Samengevat leidt dit tot het volgende „wensbeeld‟: •
De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in de gemeente Reusel-De Mierden leidt niet tot stank, hinder of water(bodem)kwaliteitsproblemen. Hiertoe volgen de waterpartners een immissiegerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen in plaats van het traditionele normgerichte spoor
•
Door klimaatverandering wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op (grond)wateroverlast toe. Het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is uiteindelijk geen doelmatige oplossing, de afvoercapaciteit zal tijdens extreme neerslagomstandigheden niet toereikend zijn en het is bovendien te kostbaar. Om ook in de toekomst droge voeten te houden en schade te voorkomen creëren we ruimte in het groen, oppervlaktewater en/of de openbare ruimte. Hierbij wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hergebruik of infiltreren (vasthouden) waar mogelijk, bufferen op locaties met voldoende beschikbare ruimte en als het niet anders kan, dan pas afvoeren.
Voorkeursvolgorde hemelwater: 1) Vasthouden, 2) Bergen / Bufferen, 3) Afvoeren. Bron: Loet van Moll
•
Indien doelmatig draagt de perceelseigenaar een steentje bij door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor buffering en/of opslag van hemelwater en/of opvang van overtollig grondwater. De gemeente ziet hierbij toe op een doelmatige invulling van de hemelwateropgave. Het niet aansluiten van hemelwater heeft hierbij altijd de voorkeur boven het afkoppelen (en gescheiden afvoeren).
•
Om invulling te geven aan deze lange termijn visie is een gedegen onderhoud en continuïteit in beheer essentieel (“Beheer-op-Orde”). De gemeente Reusel-De Mierden maakt daarbij gebruik van robuuste, duurzame oplossingen, waarbij gestart wordt met inventarisaties en kwaliteitsbeoordelingen. Daarna zoekt de gemeente in samenwerking met de waterpartners naar de meest efficiënte wijze van beheer.
•
Traditionele (onderhouds)activiteiten worden ter discussie gesteld en waar mogelijk herzien naar een meer risicogestuurde / gedifferentieerde benadering. Samen met de waterpartners volgt de gemeente Reusel-De Mierden nieuwe ontwikkelingen en innovaties.
Ambities In de afgelopen planperiode (2012 t/m 2016) heeft de gemeente Reusel-De Mierden haar watertaken hoofdzakelijk uitgevoerd op een niveau tussen minimaal en basis. Dit niveau werd vooral ingegeven door de beperkte personele capaciteit. In de afgelopen 2 jaar is hierin een positieve omslag ingezet, waarbij de focus lag op het structureren en volledig maken van alle beheergegevens (“Beheer op Orde”). Vanuit de ambtelijke werksessies tussen gemeente en waterschap wordt voorgesteld om de ingezette beleidsomslag verder te verankeren en de rioleringszorg in de aankomende planperiode (tenminste) in te vullen op het basisniveau. 9
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Voor de aankomende planperiode zijn vijf specifieke ambities geformuleerd, waarvan de verdere uitwerking maatschappelijke en/of financiële consequenties kan hebben. Deze zijn in een ambtelijke en bestuurlijke informatiesessie toegelicht. De ambities en de inhoud van het voorgestelde uitvoeringsniveau (in enkele kenmerken) zijn: 1. Verbeteren personele capaciteit Uitbreiden vaste formatie voor een stabielere organisatie. Opbouw gebieds- en systeemkennis in eigen organisatie. Daarnaast ook uitbreiding door structurele inhuur.
2. Professionaliseren beheer en onderhoud Vervolgacties in omslag naar risicogestuurd, gedifferentieerd beheer. Differentiatie op basis van onderzoek, praktijkervaringen en expert judgement (“vakmanschap”). Uniforme beheersystemen. Beheerprogramma‟s.
3. Anticiperen op klimaatverandering Focus op de openbare ruimte (bovengrondse inrichting) en meeliften met reconstructies. Robuuste waterstructuren. Combineren „groene‟ en „blauwe‟ voorzieningen. Proactief betrekken van perceelseigenaar. Communicatie- en calamiteitenplan. Kwetsbare locaties versneld aanpakken.
4. Optimaliseren drukriolering Opsporen foutaansluitingen. Communicatietraject gericht op vrijwillig verwijderen regenwaterlozingen op drukriolering. Onderzoek naar (juridische) handhavingsmogelijkheden.
5. Betaalbare gemeentelijke watertaken Voortzetten huidige financieringswijze. Door onderzoek restlevensduur gematigder investeringspatroon. Mogelijkheden voor latere overstap naar „sparen-vooraf‟ systematiek openhouden en op termijn onderzoeken. Zie paragraaf 5.4 voor een verdere inhoudelijke uiteenzetting van deze vijf ambities, de consequenties van de verschillende uitvoeringsniveaus en het gekozen uitvoeringsniveau voor de aankomende planperiode.
Strategie Om invulling te geven aan de opgaven in het stedelijke waterbeheer is voor de gemeente Reusel-De Mierden een strategie geformuleerd. De gemeente geeft hiermee aan welke (beleids)keuzes zijn gemaakt bij de uitvoering van de wettelijke zorgplichten en gemeentelijke ambities. Enkele bijzonderheden uit de strategie voor 2017-2021 zijn: •
Bij de invulling van het onderhoud hanteert de gemeente niet langer een vaste frequentie, maar houdt zij rekening met een differentiatie op basis van werkelijke degeneratie van het stelsel. Dit wordt in beeld gebracht door middel van inspecties. In plaats van een vaste frequentie van onderhoud gaat de gemeente nu risico-gestuurd te werk. Uitgangspunt hierbij is dat alle inwoners van de gemeente ReuselDe Mierden het recht hebben op een goed functionerend rioolstelsel en een veilige leefomgeving.
•
Nieuwe riolering wordt aangelegd volgens de geldende richtlijnen. Voor nieuwe ontwikkelingsgebieden binnen de bebouwde kom betekent dit een gescheiden rioolsysteem. Bij kleinschalige in/uitbreidingen kan daarbij aansluiting van de gescheiden huisaansluiting op het bestaande (gemengde) systeem tijdelijk acceptabel zijn. In het buitengebied wordt nieuwbouw aangesloten op druk- of vacuümriolering. De lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan.
•
Om de scheiding van vuile en schone waterstromen bij nieuwbouwontwikkelingen te waarborgen, wil de gemeente perceeleigenaren/initiatiefnemers hiertoe verplichten middels de gemeentelijke bouwverordening, het Bouwbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer (aansluitverplichting) en de NEN 3215 (Gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen). In de aankomende planperiode wordt de implementatie hiervan verder uitgewerkt.
•
Afkoppelen is, hoewel een duurzame en brongerichte maatregel, in de praktijk geen zaligmakende oplossing. Door de toenemende mogelijkheden op reparatie- en renovatiegebied worden er steeds minder volledige vervangingen uitgevoerd. Dit beperkt de mogelijkheden om een nieuw hemelwaterriool „mee te leggen‟. Om alle beoogde effecten op waterkwantiteit en –kwaliteit door middel van afkoppelen te behalen, zouden vele decennia nodig zijn. Afwijken van het „natuurlijke´ vervangingsmoment is geen optie; dit leidt tot forse (frictie)kosten. Het optimaliseren van bovengrondse berging en afstroming is een effectievere oplossingsrichting.
In paragraaf 6.3 en 6.4 zijn de gehanteerde strategieën en de activiteiten & maatregelen, benodigd om invulling te geven aan de (wettelijke) opgaven en aandachtspunten, in detail omschreven. 10
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Personele middelen In het vigerende VGRP was een minimaal benodigde formatie van 1,5 fte berekend voor het uitvoeren van de geplande activiteiten. In de afgelopen periode was deze omvang echter niet beschikbaar, waardoor (extra) inhuur nodig was om de noodzakelijke taken uit te voeren. Voor de aankomende planperiode is, op basis van de verwachte activiteiten en de bijbehorende uitbestedingsgraad, een minimale omvang van de (eigen) formatie berekend van 2,2 fte (binnen- plus buitendienst). Om hieraan tegemoet te komen zal, vanaf de aankomende planperiode, de vaste formatie worden uitgebreid tot 2,0 fte. Voor het overige, inclusief eventuele aanvullende activiteiten, zal gebruik worden gemaakt van (structurele) inhuur. In het geactualiseerde kostendekkingsplan is financieel rekening gehouden met zowel de formatie-uitbreiding als structurele inhuur van derden.
Financiële middelen De in paragraaf 6.4 en 7.3 uiteengezette activiteiten en uitgangspunten leiden tot het lastenpatroon zoals weergegeven in onderstaande figuur. In de grafiek zijn tevens de benodigde inkomsten weergeven. In het bepalen van de hoogte van deze inkomsten is telkens een evenwicht gezocht tussen het zo goed mogelijk volgen van het lastenpatroon enerzijds, en het niet laten schommelen van het tarief anderzijds. Daarbij is ook de wettelijke regel in acht genomen dat het saldo in de algemene voorziening riolering niet negatief mag zijn. Voorgaande leidt tot een benodigd inkomstenpatroon waarbij een stijging nodig is om aan te sluiten bij de stijgende lasten en een negatief voorzieningssaldo te voorkomen. Op langere termijn wordt een stabiele heffing bereikt.
Verwacht lasten- en inkomstenpatroon gemeente Reusel-De Mierden voor de periode 2016 t/m 2075 (prijspeil 2016).
11
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
De benodigde inkomsten zoals weergegeven in voorgaande figuur zijn in onderstaande figuur vertaald naar 3 het benodigde heffingstarief per equivalente heffingseenheid (100 m waterverbruik). In 2016 bedraagt dit € 192,00.
Benodigd heffingspatroon gemeente Reusel-De Mierden voor de periode 2016 t/m 2075 (prijspeil 2016).
Uitgaande van de benodigde inkomsten per jaar leidt dit tot het volgende overzicht: Overzicht benodigde verandering van totaalinkomsten, (equivalente) heffingseenheden en tarief in de gemeente ReuselDe Mierden voor de planperiode 2017 t/m 2021 (prijspeil 2016).
Jaar
Benodigde inkomsten uit rioolheffing,
Aantal equivalente heffingseenheden
Tarief per equivalente heffingseenheid
Tarief per m
2016
€ 1 230 799
6 410
€ 192,00
€ 1,92
2017
€ 1 315 440 (+6,9%)
6 750 (+5,3%)
€ 194,88 (+1,5%)
€ 1,95
2018
€ 1 343 084 (+2,1%)
6 790 (+0,6%)
€ 197,80 (+1,5%)
€ 1,98
2019
€ 1 371 261 (+2,1%)
6 830 (+0,6%)
€ 200,77 (+1,5%)
€ 2,01
2020
€ 1 399 981 (+2,1%)
6 870 (+0,6%)
€ 203,78 (+1,5%)
€ 2,04
2021
€ 1 429 254 (+2,1%)
6 910 (+0,6%)
€ 206,84 (+1,5%)
€ 2,07
3
Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient het tarief jaarlijks geïndexeerd te worden op basis van de optredende inflatie. Op basis van de aangenomen inflatie van 0,9% per jaar komt het tarief voor 2017 3 daarmee uit op € 196,63 per eenheid, ofwel € 1,97 per m waterverbruik.
12
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
1
INLEIDING
1.1
Achtergrond
Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Weet u bijvoorbeeld dat riolering en de drinkwatervoorziening sinds de 19e eeuw voor de volksgezondheid meer hebben betekend dan de hele medische wetenschap daarna? Toch gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de burger voorbij. Wel worden dagelijks door diverse partijen vele inspanningen verricht om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Onderliggend verbreed gemeentelijk rioleringsplan (hierna: VGRP) laat zien dat de gemeente Reusel-De Mierden hierbij vooruitkijkt en met respect voor het verleden verder bouwt aan een robuust en flexibel systeem. Betaalbaarheid is daarbij een van de voornaamste uitgangspunten. Naast de rioleringszorg behandelt dit VGRP ook de zorgplichten hemelwater en grondwater. Vandaar de termen Verbreed GRP en stedelijk waterbeheer. Stedelijk waterbeheer uitgelicht Wat wordt nu precies verstaan onder stedelijk waterbeheer? Stedelijk waterbeheer is een term die landelijk gebruikt wordt voor de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de drie zorgplichten: afvalwater, hemelwater en grondwater. Ondanks dat de naam anders doet vermoeden valt niet alleen het stedelijk (bebouwde) gebied binnen het stedelijk waterbeheer, maar ook de verschillende voorzieningen in het buitengebied.
1.2
Doelstelling en geldigheidsduur
Het VGRP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het VGRP legt de gemeente vast wat zij wil bereiken en wat de rol van burgers en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Het VGRP vervult hiermee vier hoofdfuncties: 6. Kader gemeentelijke zorgplichten overzicht beleidskeuzes ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. 7. Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie. 8. Externe afstemming vindt in ieder geval plaats met het waterschap De Dommel en de gemeenten in het samenwerkingsverband Waterportaal Zuidoost-Brabant 9. Continuïteit en voortgangsbewaking vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting en evaluatie).
De Wet milieubeheer schrijft voor een VGRP geen geldigheidsduur voor, hierin is de gemeente vrij. Om aan te sluiten bij de looptijd van geplande, regionale KRW investeringen heeft de gemeente Reusel-De Mierden voor dit VGRP gekozen voor een geldigheidsduur zes jaar: 2017 t/m 2021. De planningshorizon reikt echter veel verder en bedraagt 60 jaar. Het verloop van de rioolheffing en de lange termijn doelstellingen ten aanzien van het stedelijk waterbeheer zijn mede gebaseerd op deze planningshorizon. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2019 in werking. Deze wet bundelt 26 wetten en besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu, zoals de Wabo, Wro, Waterwet en de Wet milieubeheer. De Omgevingswet beoogt een cultuurverandering naar ruimte voor (particulier) initiatief en vertrouwen in ontwikkelingen in plaats van de vraag „mag het wel?‟. Naar verwachting vervalt met de nieuwe Omgevingswet de plicht tot het opstellen van een VGRP maar zal wel worden aanbevolen om periodiek zowel een strategisch als uitvoeringsplan op te stellen.
1.2.1
Grip op kwaliteit
De planperiode 2012-2016 stond in het teken van “Beheer op Orde”, waarbij de inventarisatie van de aanwezige systemen (“wat hebben we?”) en het structureren van beheer(s)systemen centraal stond. Nu op dat vlak belangrijke stappen zijn gezet (zie: “Terugblik”), kan in de periode 2017-2021 de focus verlegd worden naar het inzichtelijk maken van de kwaliteit van de aanwezige systemen.
13
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Door een juist en actueel beeld van de kwaliteitstoestand en het functioneren van bijvoorbeeld de rioolsystemen kan nut en noodzaak van benodigde investeringen beter worden bepaald. Zo kunnen de beschikbare personele en financiële middelen flexibeler en doeltreffender worden ingezet: (extra) investeren waar dat het hardst nodig is en weloverwogen besparen waar dat niet tot problemen leidt.
1.3
Samenwerking in de afvalwaterketen
Het belangrijkste verschil in de beleidskaders, zoals van kracht bij het voorgaande GRP/opstellen van het vigerende VGRP, is de ondertekening van het Bestuursakkoord Water (2011). In het Bestuursakkoord verklaren het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven dat zij intensief met elkaar gaan samenwerken in de (afval)waterketen. Deze samenwerking moet leiden tot minder (meer)kosten, kwaliteitsverbetering, vermindering van de kwetsbaarheid en kennisuitwisseling. Kortom een doelmatiger waterbeheer. Om invulling te geven aan deze opgave werkt de gemeente Reusel-De Mierden samen met twaalf omliggende gemeenten, Waterschap De Dommel en drinkwaterbedrijf Brabant Water onder de naam „Waterportaal Zuid-Oost Brabant‟ (paragraaf 2.3). Tevens werkt Reusel-De Mierden samen met de Kempengemeenten op het gebied van operationeel (riolerings)beheer en maakt zij gebruik van het Shared Service Center (SSC) De Kempen voor gegevensbeheer.
1.4
Proces en afstemming Conform de Wet milieubeheer is de gemeente verantwoordelijk voor het rioolbeheer. De gemeente is echter niet de enige speler in de afvalwaterketen.
Waterschap De Dommel is binnen haar beheergebied verantwoordelijk voor het water- en zuiveringsbeheer. De gemeente is volledig binnen dit beheergebied gelegen. In het kader van het gemeentelijke rioleringsplan heeft het waterschap een adviserende rol.
De provincie Noord-Brabant adviseert de gemeente bij het opstellen van het rioleringsplan. De provincie heeft daarnaast een aanwijzingsbevoegdheid bij het opstellen van het GRP. Tegenstrijdigheden tussen het VGRP en de provinciale plannen kunnen aanleiding voor een aanwijzing zijn.
Dit VGRP is tot stand gekomen in samenwerking met het Waterschap De Dommel, de provincie NoordBrabant en met in acht neming van het Meerjarenprogramma van het samenwerkingsverband Waterportaal Zuid-Oost Brabant. Hiermee is gewaarborgd dat de gemeentelijke plannen en maatregelen zijn afgestemd met de plannen van externe partijen.
1.5
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 zijn de verschillende (wettelijke) beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit VGRP beknopt toegelicht. Vervolgens is in Hoofdstuk 3 de afgelopen planperiode geëvalueerd en zijn hieruit aandachtspunten geformuleerd voor de aankomende periode. In Hoofdstuk 4 is het huidige beheerareaal beschreven, alsmede de toestand en het functioneren hiervan. De visie en ambitie van de gemeente Reusel-De Mierden zijn weergegeven in Hoofdstuk 5 en vervolgens is dit in Hoofdstuk 6 uitgewerkt tot een gemeentelijke strategie en de wijze waarop hier invulling aan gegeven zal worden in de aankomende planperiode. Een verantwoording van de benodigde inzet van personele en financiële middelen is opgenomen in Hoofdstuk 7. In de bijlagen is relevante achtergrondinformatie bij de verschillende hoofdstukken opgenomen.
14
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
2
BESTUURLIJKE KADERS
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn op beknopte wijze de kaders beschreven die ten grondslag liggen aan het gemeentelijke waterbeleid. Zowel de taken en bevoegdheden van de verschillende actoren in het waterbeheer zijn weergegeven als de raakvlakken met andere gemeentelijke taakvelden. Een uitgebreidere beschrijving van het wettelijke kader en beleid is weergegeven in Bijlage B.
2.2
Taken en bevoegdheden
De zorg en verantwoordelijkheid voor het water in de gemeente Reusel-De Mierden is in handen van de gemeente, waterschap, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid (Tabel 1). De belangrijkste wetten en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit gemeentelijke rioleringsplan zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Gemeentewet (en vanaf 2019 de Omgevingswet). In Bijlage B is het wettelijk kader nader toegelicht. Tabel 1 – Taken en bevoegdheden (stedelijk) waterbeheer Actor Europa
Rijk
Provincie NoordBrabant
Taken en bevoegdheden Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden. Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Milieu is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het Rijk is opsteller van het Nationaal Waterplan 20162021. De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. De provincie is opsteller van het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021. Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 De provincie Noord-Brabant werkt aan een gezond leef- en vestigingsklimaat. Wat er op het gebied van water en milieu daaraan kan worden bijgedragen staat in het Provinciaal Milieu- en Waterplan 20162021. Een aantal zaken moeten we verplicht in het plan opnemen. Maar wij willen, samen met onze partners, gaan voor meer. Het plan kent drie thema‟s: Het eerste is een gezonde, fysieke leefomgeving. Denk aan zuiver water, een gezonde bodem, en een schone lucht. De basis voor elk mens, dier en plant. Het tweede is een veilige leefomgeving.
Brabanders moeten natuurlijk altijd zo goed mogelijk beschermd zijn tegen overstromingen en ongevallen met gevaarlijke stoffen. Maar het gaat niet alleen om risico‟s afdekken en het beschermen van het milieu- en water, maar ook de economische kansen er van in te zien. Ons kristalhelder grondwater betekent bijvoorbeeld ook heerlijk bier. Het derde thema is dan ook “Groene groei”: hoe we samen met bedrijven onze doelen realiseren. De provincie stimuleert bijvoorbeeld de transitie naar een circulaire economie: waar de één zijn afval, de ander zijn grondstoffen zijn. Het is de tijdsgeest om samen te werken. De provincie is al een partner van bijvoorbeeld de waterschappen en de milieufederatie, maar ook van bedrijven en burgers. De rol van de provincie verandert. Naast bestuursorgaan zijn we ook steeds meer initiator, facilitator of aanjager. Het samenvoegen van het milieuplan en het waterplan is een eerste stap naar een integrale aanpak en baant de weg naar één omgevingsvisie. Daarom wordt het plan nauw afgestemd met aangrenzende beleidsvelden zoals natuurbeleid, de energienota, verordening ruimte en het verkeers- en vervoersplan. Het milieu en water van Brabant beschermen en benutten: daar staan wij voor.
De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: • Industriële onttrekkingen > 150.000 m 3; • Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning; • Bodemenergiesystemen. Ten aanzien van het GRP heeft de provincie een adviserende en toetsende rol. De provincie kan een aanwijzing opleggen indien er tegenstrijdigheden zijn tussen het VGRP en de provinciale plannen.
15
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Waterschap De Dommel
Het waterschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. De visie hierop en de bijhorende maatregelen zijn beschreven in het Waterbeheerplan „Waardevol Water‟ 2016-2021. In 2015 heeft het waterschap een nieuwe Keur vastgesteld, inclusief bijbehorende Algemene regels en Beleidsregels. Het waterschap heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de rwzi en naar het oppervlaktewater. Voor de regulering van indirecte lozingen (naar het riool) heeft het waterschap een adviserende rol naar gemeenten. Het waterschap heeft eveneens een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen o.a. middels algemene regels, verordeningen en een Watervergunning. Het waterschap is ook verantwoordelijk voor vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties in haar beheergebied, met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is.
Gemeente Reusel-De Mierden
Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Hierbij wordt o.a. toegezien op een hydrologisch neutrale inpassing van ontwikkelingen. De resultaten hiervan worden vastgesteld in de waterparagraaf van bestemmingsplannen. Ten aanzien van het VGRP en bestemmingsplannen heeft het waterschap een adviserende rol. Zorgplichten De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: • Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk. • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceelseigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Eventueel kan de gemeente hiervoor maatwerkvoorschriften of een gebiedsverordening instellen. • Treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente dient het loket te zijn voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied. In het kader van het Besluit op de lijkbezorging hebben gemeenten een toetsende rol in de ontwatering van begraafplaatsen. Omgevingswet (vanaf 2019) Vanwege de Omgevingswet ontstaan nieuwe instrumenten.
Alle gemeenten stellen een Omgevingsvisie op: een strategisch plan voor de leefomgeving. Algemeen landelijk geldende voorschriften worden vastgelegd in AmvB‟s. Een gemeente kan aanvullende voorschriften hierop vastleggen in een Omgevingsplan. Concrete uitwerkingen van de maatregelen om de omgevingsdoelen en -waarden te behalen, worden vastgelegd in Programma‟s. Het resterende instrumentarium bestaat uit Omgevingsvergunning en Projectbesluit. Zie Omgevingswet.nl voor meer informatie. Ook voor de gemeentelijke watertaken heeft de Omgevingswet gevolgen. De wettelijke verplichting tot het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) komt dan namelijk te vervallen. In plaats daarvan zullen de maatregelen en onderbouwing van de rioolheffing worden opgenomen in een Programma Riolering. Het beleid en de strategie rondom de watertaken wordt integraal onderdeel van de gemeentelijke Omgevingsvisie en specifieke voorschriften komen in het Omgevingsplan. De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven inhoudelijk ongewijzigd in de Omgevingswet. Lozingen Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten. In geval van bodemlozingen is de gemeente hiervoor bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water houdt de gemeente rekening met de wettelijke voorkeursvolgorde.
Bij lozingen van bronneringswater of saneringswater op de riolering is de gemeente bevoegd gezag en wordt in samenwerking met de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (ODZOB) een maatwerkvoorschrift opgesteld. De ODZOB stemt met het waterschap af om te controleren dat met de lozing de doelmatige werking van de zuivering niet in het geding is.
Perceeleigenaar
Graafschade Volgens de wet hebben gemeenten een belangrijke taak in het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen (WION) en het beschikbaar stellen van gegevens over de ondergrond (BRO, 2015). De perceelseigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater. Pas als de perceelseigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige water, is er een taak voor de gemeente of waterschap. Als op perceelsgrens een sloot ligt voor de ontwatering van de omgeving, zijn beide aangrenzende eigenaren verantwoordelijk voor het onderhoud. Op grond van artikel 3.4 uit het Activiteitenbesluit milieubeheer is het verplicht om het perceel aan te sluiten op de gemeentelijke riolering (zijnde vuilwaterriool of een zuiveringstechnisch werk) indien deze op minder dan 40 meter van de perceelsgrens aanwezig is. Ieder adres heeft het recht (en de plicht) van één rioolaansluiting. De perceelseigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren. Er mag alleen geloosd worden wat in de riolering thuishoort (goed huisvaderschap).
Dus geen verf, kalk, chemicaliën, hondenpoep, etc. en bij drukriolering geen hemelwater. 16
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
2.3
Samenwerking in de (afval)waterketen
Zoals blijkt uit paragraaf 2.2 hebben diverse overheidsinstanties taken en bevoegdheden in het waterbeheer. Dit vraagt om samenwerking en het maken van afspraken. Waterwet, artikel 3.8 Waterschappen en gemeenten dragen zorg voor de met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer benodigde afstemming van taken en bevoegdheden waaronder het zelfstandige beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater.
In het Bestuursakkoord Water (BAW, 2011) zijn het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven maatregelen voor een doelmatig waterbeheer overeengekomen. Het doel hiervan is om de kwaliteit van het beheer te verhogen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
Het samenwerkingsverband Waterportaal Zuid-Oost Brabant bestaat uit Waterschap de Dommel, Brabant Water en de gemeenten Bergeijk, Cranendonck, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Genoemde partijen hebben in 2012 een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. In 2014 zijn de gemeenten Reusel-De Mierden en Bladel hierbij aangesloten. De partijen in het Waterportaal Zuid-Oost Brabant staan voor serieuze bezuinigingsopgaven. Door slim samen te werken kan er structureel en substantieel bezuinigd worden op de kosten voor riolering en zuivering van afvalwater, de afvalwaterketen, maar ook daarbuiten. Doelmatigheid (en daarmee ook doelmatigheids-winst) wordt niet uitsluitend beschreven aan de hand van het kostenaspect. Bij de beoordeling van doelmatigheid spelen nadrukkelijk ook de aspecten kwetsbaarheid, kwaliteit en kennis bij samenwerking een belangrijke rol. Deze aspecten zijn (zeker op wat langere termijn) van grote invloed op de kosten. Op basis van interpolatie van landelijke cijfers uit het feitenonderzoek (doelmatigheid in de waterketen, 2010) behoort een besparingspotentieel van 10 miljoen euro op jaarbasis voor dit gebied tot de mogelijkheden. In bestuurlijke overleggen is de voorkeur uitgesproken voor het model van een netwerkorganisatie.
Deze netwerkorganisatie is uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst waarbij, de stuurgroep (bestaande uit de portefeuillehouders van de partners) bestuurlijk verantwoordelijk is voor de uitvoering van het meerjarenprogramma. Het Afvalwaterteam (bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers van de partners) is als uitvoeringsorganisatie verantwoordelijk voor de uitvoering. Iedere partij levert een vooraf overeengekomen hoeveelheid uren en euro‟s. De samenwerking tussen gemeenten onderling en waterschappen gaat uit van het bundelen van kennis en capaciteit en het verder professionaliseren van de beheertaken. Er is geen sprake van overheveling van taken of verantwoordelijkheden. Het Waterportaal heeft de afgelopen jaren al veel gedaan om de waterkwaliteit te verbeteren. Gemeenten en waterschap doen gezamenlijk onderzoek (Kallisto, 2012) naar de aanvullende maatregelen die nodig zijn om de waterkwaliteit op het vereiste niveau te brengen (het Waterkwaliteitsspoor, of WKS) en te houden tegen de laagste maatschappelijke kosten. In de planperiode moet duidelijk worden welke maatregelen en kostenverdeling er genomen moeten om de regionale KRW-doelen te behalen.
Beleidskader VGRP Het Waterportaal Zuidoost-Brabant heeft in 2014 een gezamenlijk beleidskader opgesteld. Het doel daarvan is het zoveel mogelijk uniformeren van uitgangspunten en beleidsrichtingen. In een serie van 5 workshops zijn in een open sfeer de overeenkomsten en verschillen tussen de deelnemers van het Waterportaal verkend. De vijf workshops hadden als thema: 1. Ontwikkelingen in de afvalwaterketen; 2. Zorgplichten van de afvalwaterketen; 3. Beheer van de afvalwaterketen; 4. Vervangingsplanningen; 5. Financiën. 17
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Op basis van deze workshops zijn teksten opgesteld die het gezamenlijke beleid verwoorden en die zo zijn vormgegeven dat zij direct in een VGRP kunnen worden verwerkt. Het gebruik van de opgestelde teksten is niet verplicht; wel wordt vanuit het samenwerkingsverband verwacht dat alle partijen zich houden aan de boodschap en inhoud van het beleidskader.
4M-aanpak waterschap De Dommel De 4M-aanpak bestaat uit een viertal cyclische stappen: monitoren, meten, modelleren en maatregelen (zie figuur). Op basis van de 4M aanpak wordt de impact van emissies van de afvalwaterketen op de chemische en de ecologische oppervlaktewaterkwaliteit en (eventueel) te nemen maatregelen in kaart gebracht. In geval van knelpunten worden met een intensieve meetcampagne modellen gevalideerd van riolering, rioolwaterzuivering en oppervlaktewater. Met deze dynamische modellen wordt de effectiviteit van maatregelen beoordeeld. De maatregelen betreffen het nemen van de juiste sturings-, bergings- en investeringsmaatregelen.
Figuur 1 – 4M-aanpak: Monitoren, Meten, Modelleren, Maatregelen
2.4
Gemeentelijke regelgeving en bouwstenen
Het gemeentelijke waterbeleid wordt niet alleen bepaald door wet- en regelgeving. Ook aanpalende (beleids)plannen vanuit andere gemeentelijke taakvelden, gebiedsontwikkelingen en specifieke onderzoeken (bouwstenen) stellen kaders. Onderstaand is een beknopt overzicht hiervan weergegeven.
Tabel 2 – Gemeentelijke regelgeving, ontwikkelingen en bouwstenen Aanpalend beleid en verordeningen
Toelichting
Financiële verordening
Hierin ligt de gevolgde begrotings- en financieringssystematiek vast die gevolgd dient te worden in het kostendekkingsplan. Eventuele aanpassingen die in het VGRP worden voor- en vastgesteld dienen in de verordening verwerkt te worden.
Verordening invordering rioolheffing
In deze verordening, die in principe jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld, staat omschreven wanneer iemand belastingplichtig is voor de rioolheffing, welke maatstaven daarvoor gehanteerd worden en welke tarieven daarbij gelden. 18
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bestemmingsplannen
In bestemmingsplannen zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van een watertoets. Zo wordt geborgd dat er bij ontwikkelingen aandacht is voor de waterhuishouding. Ook in een APV of een specifieke hemelwaterverordening kunnen regels vastgelegd zijn ten aanzien van de aanwezigheid, inrichting en/of werking van bepaalde watervoorzieningen.
Beleidsplan(nen) Wegen en Groen
In het bepalen van de beheer(s)strategie van het stedelijke watersysteem wordt afstemming gezocht met het huidige Wegen en Groen beleid van de gemeente. Deze afstemming is noodzakelijk om bijvoorbeeld problemen met betrekking tot de bovengrondse inrichting te voorkomen.
Bouwstenen Basisrioleringsplan gemeente Reusel-De Mierden (2016)
In het basisrioleringsplan wordt het functioneren van het stedelijke watersysteem (afval- en hemelwater) beoordeeld op zowel kwantiteit als kwaliteit. Voor gesignaleerde knelpunten worden verbeteringsmaatregelen opgesteld. Deze maatregelen worden verwerkt in dit VGRP, om de uitvoering te borgen in de aankomende planperiode.
Onderzoek restlevensduur Rasmariant (2015)
Het uitgevoerde onderzoek heeft een belangrijkste eerste aanzet gevormd tot een meer risicogestuurde aanpak van het rioolbeheer. Op basis van dergelijke onderzoeken verbetert het beeld van de restlevensduur en daarmee de prioritering van maatregelen.
Planologische ontwikkelingen (woningbouwprognose)
De verwachte planologische ontwikkelingen leiden tot een toename of wijziging van het te beheren areaal aan stedelijke watersystemen. Daar tegenover staat dat ook de inkomsten uit de rioolheffing wijzigt. Grootschalige reconstructie of revitaliseringsprojecten hebben daarnaast mogelijk hun weerslag in de planning en kosten van maatregelen in de stedelijke watersystemen.
2.5
Uitdagingen in en van het waterbeheer
Klimaatontwikkeling Het klimaat is aan het veranderen en leidt o.a. tot grotere en heftigere buien. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen, maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is om het water zo goed mogelijk te kunnen verwerken. De integraliteit heeft daarbij betrekking op afstemming binnen zowel de afvalwaterketen als in de openbare ruimte. Dit proces wordt adaptatie aan klimaatverandering genoemd. Om schade en overlast te voorkomen kan dit ook iets van de burgers vragen, bijvoorbeeld het afkoppelen van (en anders omgaan) met hemelwater op het eigen perceel. Dergelijke particuliere initiatieven zijn zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied van belang voor een doelmatige en betaalbare omgang met de klimaatverandering.
Van normatief naar emissiegericht denken Vóór de invoering van de Waterwet werd de afstemming tussen het gemeentelijke rioolstelsel en de waterkwaliteit vooral gebaseerd op normen (basisinspanning). Hiermee werd beoogd om de hoeveelheid vervuiling uit overstorten te reduceren en daarmee de waterkwaliteit te bevorderen. Het is echter onvoldoende bekend welke invloed de vuilvracht van het rioolstelsel heeft op het behalen van de waterkwaliteits-doelen. Het besef is daardoor ontstaan dat de normatieve aanpak niet de juiste vorm is, maar dat maatregelenprogramma‟s moeten ontstaan vanuit kennis over het functioneren van het (water)systeem. Dit vergt een ander proces gericht op: meten, monitoren, modelleren en maatregelen.
19
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Gebrek aan grondstoffen en energie Daar waar afvalwater tot enkele jaren terug vooral gezien werd als afvalstof, groeit het besef dat het ook kan dienen als grondstof. Daarbij wordt gekeken naar het terugwinnen van energie (energiefabriek) en fosfaten uit afvalwater.
Figuur 2 – Visualisatie uitdagingen stedelijk waterbeheer
Mondige burger Sinds de komst van het internet is de toegang tot informatie onder de burgers exponentieel toegenomen. Een logisch gevolg van deze enorme informatievoorziening is dat burgers informatie tot hun beschikking hebben, die zij voorheen niet hadden. Burgers zijn gewend om gemakkelijk informatie te vinden, en gaan er dan ook van uit dat gemeenten waar nodig in deze informatie voorzien. Dit komt dan ook tot uitdrukking in de gemeentelijke ambitie(s) ten aanzien van de communicatie rondom het stedelijk waterbeheer. Het resultaat hiervan is dat burgers beter op de hoogte zijn van actuele ontwikkelingen en zich actiever en kritischer op stellen aangaande veranderingen in hun directe omgeving. „Mondige Burgers‟ is sindsdien een veelgebruikte term waarmee deze ontwikkeling beschreven wordt.
20
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
3
TERUGBLIK
3.1
Inleiding
Eind 2011 is het VGRP Reusel-De Mierden 2012-2016 vastgesteld. In dit hoofdstuk evalueren we dit VGRP, zodat we hieruit lering kunnen trekken voor de aankomende planperiode. De evaluatie is opgezet aan de hand van onderstaande deelvragen: • • • • • •
Wat waren de doelen? Welke werkzaamheden zijn verricht? Hoe is (samen)gewerkt? Wat waren de kosten? Waren de inspanningen zinvol? Aandachtspunten planperiode 2017 t/m 2021
3.2
Wat waren de doelen?
In het VGRP 2012-2016 zijn de volgende doelen voor de gemeentelijke watertaken geformuleerd: 1. De inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerd afvalwater 2. Het transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt 3. Het voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlakte water, bodem en grondwater 4. Het voorkomen van overlast voor de leefomgeving 5. Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering 6. De inzameling en verwerking van hemelwater 7. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Voor wat betreft de „basisdoelen‟ (nrs. 1 t/m 4, 6 en 7) zijn er over de afgelopen planperiode weinig bijzonderheden te melden. De neerslaggebeurtenissen van eind mei / begin juni 2016 hebben het gemeentelijke watersysteem behoorlijk op de proef gesteld. Deze gebeurtenissen worden samen met het waterschap geëvalueerd en als input gebruikt voor verdere hydraulische toetsingen. Het belangrijkste thema van het vigerende VGRP was “Beheer op orde” (nr. 5). Hierin is veel energie gestoken en zal de komende jaren nog door blijven lopen. Enkele belangrijke verrichte werkzaamheden binnen dit thema zijn: -
Alle bijzondere constructies zijn opnieuw ingemeten en uitgetekend Het aanwezige rioleringsstelsel is gecontroleerd op diameter en materiaal Er is een grote inhaalslag gemaakt in het verwerken van revisietekeningen Er zijn beheerkaarten opgesteld (deze moeten nog verwerkt worden in centraal systeem SSC) Hierbij zijn ook beheerkaarten van huisaansluitingen opgesteld, ter voorbereiding op de wijziging van de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten). Tevens vormen deze kaarten een waardevolle input aan het op te stellen BRP.
Aanvullende doelstellingen In 2011 hebben het Rijk en koepelorganisaties in de (afval)waterketen het Bestuursakkoord Water gesloten. Als onderdeel hiervan dienen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven door samenwerking landelijk € 380 miljoen aan meerkosten te besparen. Om invulling te geven aan deze opgave werkt de gemeente Reusel-De Mierden samen met 12 gemeenten, het waterschap en waterbedrijf in het Waterportaal Zuidoost-Brabant (zie paragraaf 2.3). De kerngroep van het Waterportaal is sinds 2012 aan elkaar verbonden. De gemeenten Reusel-De Mierden en Bladel zijn hier sinds 2014 bij aangesloten.
21
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
3.3
Welke werkzaamheden zijn verricht?
In Bijlage C is een statusoverzicht opgenomen van de in het vigerende VGRP geplande activiteiten. In deze paragraaf worden de belangrijkste bijzonderheden uit de afgelopen planperiode nader toegelicht.
Inspectie & Reiniging In 2012 en 2013 zijn uitgebreide inspecties verricht in de vrijvervalriolering. De bedoeling hiervan was om daarna een inspectiegraad van 100% te bereiken. In werkelijkheid bleek 65% van de inspectiedata bruikbaar. In 2014 en 2015 is niet geïnspecteerd, mede vanwege de personele onderbezetting. Uit alle inspecties tot en met 2013 volgde een actueel maatregelenpakket, als resultaat van het uitgevoerde Rasmariant onderzoek. In 2016 is een nieuwe aanbesteding gedaan voor de combinatie van reiniging, inspectie en electromechanisch onderhoud van de rioolgemalen. Ook is het beheerpakket SAM aangeschaft. SAM is een separatie beheeromgeving voor alle objecten met een pompinstallatie. In het systeem kunnen onderhoudsactiviteiten worden gesignaleerd en geregistreerd. Het pakket kan ook worden gebruikt voor overige objecten zoals peilbuizen, overstorten, etc. Op termijn kan dit pakket inzicht geven in de benodigde investeringen op de lange termijn.
Vervanging In navolging van het Rasmariant onderzoek is in 2015 besloten tot een andere manier van opnemen / budgettering vervangingsinvesteringen. De belangrijkste indicator voor vervanging is niet meer de ouderdom, maar de kwaliteitstoestand. Jaarlijks is een vast vervangingsbudget beschikbaar, afgestemd op de totale vervangingswaarde van het gemeentelijke areaal en de (personele) verwerkingscapaciteit van de gemeente. Vervolgens wordt periodiek, op basis van actuele inspectiegegevens en klachten/meldingen, bepaald welke locaties de hoogste prioriteit hebben. Hierbij vind ook afstemming plaats met andere gemeentelijke afdelingen.
3.4
Hoe is (samen)gewerkt?
Lokaal In de afgelopen periode is een structurele onderbezetting ervaren. Hierdoor zijn veel geplande activiteiten niet, of in mindere mate uitgevoerd. Voor de noodzakelijke werkzaamheden kon alleen worden teruggevallen op externe ondersteuning. In 2011 en 2012 is deze ondersteuning uitsluitend door externe inhuur ingevuld. Vanaf 2013 is deze ondersteuning, in het kader van de samenwerking in de regio, bij wijze van pilotproject door het waterschap verzorgd. Die ondersteuning was in de basis alleen voldoende voor de belangrijkste beheer- en onderhoudstaken, en is later door externe inhuur uitgebreid naar planvorming en onderzoek. Vanaf eind 2015 is de ondersteuning vanuit het waterschap beëindigd, en wordt weer volledig gebruik gemaakt van ingehuurde zelfstandigen. Voor een goede invulling van de gemeentelijke watertaken is de huidige personele kwetsbaarheid van de gemeente Reusel-De Mierden een belangrijk aandachtspunt. Volledig vertrouwen op inhuur is daarbij een risico: naast kwaliteitsverschillen tussen ingehuurde mensen is het ook zo dat opgebouwde systeemkennis mogelijk snel verdwijnt bij beëindiging of wisseling van contracten. Structurele afstemming met afdelingen RO en waterschap is in de afgelopen periode onvoldoende van de grond gekomen.
Deels veroorzaakt door het beperkte aantal plannen (gelegenheden om af te stemmen), maar ook deels door beperkte affiniteit van de betrokken mensen / partijen bij het vakgebied. Een belangrijk aandachtspunt voor de aankomende planperiode is dan ook het opstellen en beter uitdragen van nut en noodzaak van goed hemelwaterbeleid. Daarbij is dan ook extra aandacht nodig voor de implementatie en voortgangsbewaking van dit beleid bij de verschillende afdelingen en activiteiten in de aankomende planperiode.
22
VGRP REUSEL-DE MIERDEN 2017-2021
Regionaal De ambtelijke samenwerking in de regio (Kempengemeenten) vind op veel vlakken plaats, maar een structurele inbedding en doorgroei van de samenwerking komt nog niet goed van de grond. Nieuwe initiatieven vinden eigenlijk alleen op vrijwillige basis plaats. In de planperiode heeft de gemeente een grondwatermeetplan opgesteld in samenspraak met 5 andere regionale gemeenten. In de aankomende planperiode wordt het grondwatermeetnet verder gerealiseerd.
Kallisto-onderzoek (4M aanpak) Het Waterportaal heeft de afgelopen jaren al veel gedaan om de waterkwaliteit te verbeteren. Uit monitoring is vastgesteld dat de effluentlozingen van onder meer de RWZI Hapert veel invloed hebben op de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater. Gemeenten en waterschap hebben vervolgens gekeken naar de aanvullende maatregelen die nodig zijn om de waterkwaliteit op het vereiste niveau te brengen (het Waterkwaliteitsspoor, of WKS) en te houden tegen de laagste maatschappelijke kosten. Zo zijn in de zuiveringskring Eindhoven al maatregelenplannen opgesteld en uitgevoerd, met bijbehorende kosten- en taakverdelingen. Het Kallisto onderzoek voor de zuiveringskring Hapert loopt nog. In de aankomende planperiode moet duidelijk worden welke maatregelen nodig zijn om op regionaal niveau de KRW-doelen te behalen, inclusief prioritering en kostenverdeling. Het realiseren van een meetnet afvalwater, ter plaatse van de (externe) overstorten is in 2012 uitgerold, ter voorbereiding op dit onderzoek.