21.13892 b_NL.IMRO.1667.BPBheik0082-ON01_tb5.PDF
Tekst van het document
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel
1
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel Status: Concept In opdracht van: Dhr. P.C.M. Vosters ’t Heike 11 5541 NJ Reusel Contactpersoon: Dhr. Guido Bosmans Crijns rentmeesters bv Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk: M. Lomans Rapportage: M. Lomans Projectnr: 2020 Datum: 19-06-2020
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
2
Inhoud 1. INLEIDING ...............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................3 1.2 Kader van het onderzoek. .....................................................................................................3 1.3 Doelstelling onderzoek ..........................................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED....................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied.........................................................................................4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ...............................................................................5 2.3 Foto- impressie plangebied....................................................................................................6 3. WERKWIJZE ............................................................................................................................7 4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................8 4.1 Soortenbescherming .............................................................................................................8 4.2 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 11 4.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 12 5. RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING............................................................. 13 5.1 Flora .................................................................................................................................... 13 5.2 Vogels ................................................................................................................................. 13 5.3 Landzoogdieren grondgebonden ......................................................................................... 15 5.4 Vleermuizen ........................................................................................................................ 16 5.5 Ongewervelden ...................................................................................................................
17 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën............................................................................................. 18 6. RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 19 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................ 19 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur .......................................................... 20 6.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 20 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE ........................................................................................... 21 8. AANBEVELINGEN .................................................................................................................. 22 9. NATUURINCLUSIEF BOUWEN, HET NIEUWE NORMAAL ........................................................ 23 10. GERAADPLEEGDE BRONNEN ............................................................................................... 24 Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
3
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer heeft het voornemen om de locatie ’t Heike 11 en de Postelsedijk ongenummerd in Reusel, gemeente Reusel-De Mierden te herontwikkelen. Daarvoor dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien. Crijns rentmeesters te Someren begeleidt de initiatiefnemer tijdens de te volgen ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de onderbouwing voor het nieuwe bestemmingsplan is een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) noodzakelijk. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemer opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.
1.2
Kader van het onderzoek
Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming: o Soortenbescherming o Gebiedsbescherming o Houtopstanden • Provinciale verordening: o Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Gemeentelijke regelgeving: o APV bomenkap
1.3
Doelstelling onderzoek
Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
4
2.
BESCHRIJVING PLANGEBIED
2.1
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied ’t Heike 11 te Reusel en Postelsedijk ongenummerd ligt ten zuiden van de kern Reusel gemeente Reusel-De Mierden in het buitengebied. De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Reusel- De Mierden sectie E nummer 818 en sectie G nummer 658. Aan de noordzijde grenst het ’t Heike 11 aan agrarische percelen, ten noordoosten bevindt zich een manegebedrijf en ten zuidoosten ligt aangrenzend het erf en de bebouwing van Sleutelstraat nr. 1. Aan de zuidzijde ligt de Sleutelstraat en aan de westzijde grenst het plangebied aan ’t Heike.
Figuur 1. Globale begrenzing (geel) plangebied ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel en ligging in de omgeving. Bron: Google Earth. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een langgevelboerderij met drie bijgebouwen, twee grote zeugenstallen, een opslagschuur met deels droge mestopslag, een mestsilo en een voerplaat. De opritten tot het perceel en vrijwel het gehele erf tussen de schuren en de stallen is verhard met betonklinkers en betonplaten. Het noordoostelijk deel van het plangebied is in gebruik als akkerland met mais. Ten westen van de bebouwing liggen enkele gemaaide grasveldjes en is opgaand groen aanwezig in de vorm van gemengde bomenrijtjes met es, hazelaar en veldesdoorn en delen van laurierhagen. Aan de zuidoostzijde is het perceel deels afgebakend met een geschoren coniferenhaag, aan de kopgevel van de langgevelboerderij staan een drietal lindebomen en de siertuin ten oosten en aan de zuidzijde is aangeplant met vaste planten en heesters. De Postelsedijk ongenummerd ligt op ruim 100 meter ten zuiden van ’t Heike en bestaat uit een onbebouwd perceel. Het perceel grenst ten westen aan de Postelsedijk, aan de oostzijde liggen agrarische percelen. Ten noorden bevindt zich een te slopen boerderij met bijgebouwen en ten zuiden ligt een langgevelboerderij met bijgebouwen.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
5
2.2
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
Momenteel is op de locatie ’t Heike de varkensfokkerij nog in vol bedrijf. De zeugenstallen zijn volledig bezet en de bijgebouwen zijn in gebruik als opslag en stalling van landbouwmachines. Op de locatie Postelsedijk ongenummerd is het agrarische perceel in gebruik voor de maisteelt.
Figuur 2. Verbeelding nieuw bestemmingsplan plangebied ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van een deel van de veehouderij in het kader van ruimte voor ruimte. In totaal zullen in de toekomst een drietal ruimte voor ruimte woningen worden opgericht. Twee woningen op de locatie ’t Heike en één woning op de locatie Postelsedijk ongenummerd. Daarvoor zal een gedeelte van de bestaande bedrijfsbebouwing met een totale oppervlakte van 2.554 m² in 2 fases worden gesloopt. Eén bedrijfsgebouw (voor opslag) met een oppervlakte van 800m² zal tijdelijk behouden blijven. Ook de schuur aan de noordzijde blijft gehandhaafd als bijgebouw voor één van de toekomstige ruimte voor ruimte woningen. Beide locaties worden landschappelijk ingepast met streekeigen groen.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
6
2.3
Foto- impressie plangebied
Zicht op het erf en de achterzijde van de langgevelboerderij en te behouden bedrijfsgebouwen.
Op de linkerfoto links te behouden opslagloods, rechts een te slopen varkensstal en golfplaten met vogelschroot.
De mestopslag op het erf en te slopen varkensstal gezien vanuit noodoost en vanuit noordwest.
Te verwijderen beplanting.
Lomans Ecoworks
Zicht op de locatie Postelsedijk ongenummerd vanuit de Postelsedijk.
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
7
3.
WERKWIJZE
De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling.
Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en gebiedsgerichte bescherming. Voor het soortenonderzoek is o.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen en kennisdocumenten. De bron van de NDFF gegevens die in deze rapportage worden vermeld betreft: NDFF - quickscanhulp.nl 05 juni 2020. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant.
Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 11 juni in de voormiddag. Het weer was bewolkt met een zwakke noordoostenwind bij een temperatuur van 17°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
8
4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.
4.1
SOORTENBESCHERMING
Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).
Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
9 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
10 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen.
Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.
Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
11 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
4.2
GEBIEDSBESCHERMING
De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.
De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2017. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
12
4.3
BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN
Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
13
5.
RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING
De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1
FLORA
Voorkomen He plangebied ligt binnen een agrarische omgeving. Het erf tussen de stallen en de bedrijfswoning is vrijwel geheel verhard. De locatie Postelsedijk ongenummerd bestaat uit een maisakker. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Tussen de betonklinkers en de gemaaide graslandperceeltjes ten westen van de bebouwing zijn algemene kruiden aangetroffen van verstoorde en voedselrijke bodem als basterdwederik, gewone hoornbloem, gewone berenklauw, kleefkruid en zachte ooievaarsbek. Binnen een straal van één kilometer komen geen beschermde plantensoorten voor en op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van drijvende waterweegbree (§ 3.2 Wnb) Drijvende waterweegbree is een plant van stromende en stilstaande wateren met een goede waterkwaliteit. Door het ontbreken van oppervlaktewater binnen de beide locaties, kan het voorkomen van drijvende waterweegbree binnen het plangebied worden uitgesloten. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.
5.2
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens één vogelsoort met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen; de steenuil. Op enige afstand van 1-5 kilometer is het voorkomen van gierzwaluw, huismus en kerkuil bekend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
14 Huismus Tijdens het veldbezoek zijn huismussen gespot. De huismussen nestelen onder het dak van de bedrijfswoning en vliegen heen en weer in noordoostelijke richting de bomenrijen en de manege. De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Ook de overige delen van het functionele leefgebied voor huismussen zoals als de coniferenhaag, de groenblijvende struiken rond de bedrijfswoning en de coniferen aan de zuidoostzijde van de (te behouden) opslagschuur blijven gehandhaafd. De te slopen varkensstallen zijn voorzien vogelwerende mussenschroot onder de golfplaten en fijn kippengaas onder de gevelventilatie. Vogels of overige dieren hebben geen toegang tot de stallen. Gierzwaluw Broedgelegenheid voor de gierzwaluw in de bedrijfswoning wordt niet verwacht gezien het type dak met flauwe helling en zonder kierende of losliggende pannen, en het feit dat gierzwaluwen vrijwel nooit in het buitengebied nestelen. De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm behouden. Steenuil en kerkuil Er is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of ruiveren onder mogelijke roestplekken op het erf. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Op de locatie Postelsedijk ong. kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in gebouwen worden uitgesloten door de afwezigheid van bebouwing.
Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie o.a. buizerd en roek voor. Op enige afstand zijn waarnemingen bekend van boomvalk, havik, wespendief en ransuil. In de te verwijderen bomenrijtje aan de westelijke kopgevel van één van de varkensstallen zijn geen jaarrond beschermde nesten uit de cat 1-4 aangetroffen en worden ook niet verwacht. De buizerd vindt broedhabitat in bij voorkeur bosrijke gebieden met weinig verstoring. De roek is een koloniebroeder die in hoge bomengroepjes broedt. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor boomvalk, havik en wespendief door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Door het ontbreken van bomen kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten op de locatie Postelsedijk ong. worden uitgesloten. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn foeragerende boerenzwaluwen, spreeuwen en een koolmees gespot binnen het plangebied. Uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Op de maisakker locatie Postelsedijk ong. zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen cat. 5 aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn (beperkte) mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. De
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
15 stallen zijn voorzien vogelschroot en fijn gaas die toegangsmogelijkheden blokkeren. In de te verwijderen bomenrij en struiken zijn geen éénmalige nesten aangetroffen. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende landschappelijke inpassing met streekeigen groen rond de ruimte voor ruimte woningen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Huismussen nestelen onder de dakpannen van de langgevelboerderij. De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen in te slopen varkensstallen aangetroffen. Beschermde nesten worden ook niet verwacht door het ontbreken van toegangsmogelijkheden door het gebruik van fijn kippengaas onder gevelluchting en vogelschroot onder ruimtes van de golfplaten daken. Op de locatie Postelsedijk ong. is geen bebouwing aanwezig dus kunnen jaarrond beschermde nesten in gebouwen worden uitgesloten. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten ontbreekt geschikt broedhabitat en jachtgebied. Overige Vogelrichtlijnsoorten Tijdens het veldbezoek werden enkele soorten waargenomen uit deze categorie als kraai, merel en houtduif.
Met de beoogde herontwikkeling verdwijnt een gemengd bomenrijtje nabij de te slopen stallen. Alle groenstructuren rond de bedrijfswoning blijven gehandhaafd. De landschappelijke inpassing nabij de ruimte voor ruimte woningen met bij voorkeur inheemse soorten zullen bijdragen aan een toenemende nest- en foerageergelegenheid voor algemene vogelrichtlijnsoorten. Met betrekking tot de geplande sloopwerkzaamheden dient te worden voorkomen dat broedende vogels worden verstoord in het plangebied en directe omgeving. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, (broedseizoen is globaal van half maart – half juli), of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen.
5.3
LANDZOOGDIEREN GRONDGEBONDEN
Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komt de eekhoorn, steenmarter en wezel (§ 3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Waarnemingen van bunzing zijn bekend op enige afstand van 1-5 kilometer van het plangebied. Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. Op beide locaties valt weinig te foerageren voor de eekhoorn door het ontbreken van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
16 menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De aanwezigheid van de steenmarter verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de steenmarter. De varkensstallen en de opslagschuren zijn ontoegankelijk voor de steenmarter. Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel zijn in de provincie Noord- Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd (§ 3.3 Wnb). Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen ontbreken. Vrijgestelde soorten Een landelijke bescherming met vrijstelling geldt voor een aantal algemene zoogdieren die in de meeste gevallen als uitgesproken cultuurvolger gelden. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van vrijgestelde soorten aangetroffen.
Er worden wel enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ als konijn, haas, egel, mol en enkele algemene muizensoorten. Voor al deze soorten is wel de zorgplicht van toepassing, d.w.z. dat onnodig doden of verwonden vermeden dient te worden. Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.
5.4
VLEERMUIZEN
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis en watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Door het ontbreken van aanééngesloten lijnvormige (groen)structuren kunnen vliegroutes voor vleermuizen worden uitgesloten.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
17 Beide locaties binnen het plangebied vormen foerageergebied van redelijke kwaliteit voor vleermuizen. Met de beoogde herontwikkeling gaat een kleine hoeveelheid groen verdwijnen. Door landschappelijke inpassing van de ruimte voor ruimte woningen met streekeigen groen zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. Op beide locaties zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In de bedrijfswoning met pannendak zijn mogelijk vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. De langgevelboerderij blijft in de huidige vorm gehandhaafd. In de overige te behouden opslagschuren met gevels van damwandprofiel en afgedichte golfplaten daken kunnen verblijfplaatsen worden uitgesloten. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met golfplaten dak met vogelschroot aan de onderzijde. De varkensstallen zijn ongeschikt bevonden als vleermuisverblijfplaats.
Ook op de locatie Postelsedijk ongenummerd kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen worden uitgesloten door het ontbreken van bomen en bebouwing. Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Belangrijke vliegroutes voor vleermuizen ontbreken door de afwezigheid van aanééngesloten lijnvormige (groen)structuren binnen beide locaties in het plangebied. Beide locaties vormen foerageergebied van matige kwaliteit. Met de landschappelijke inpassing van de ruimte voor ruimte woningen met streekeigen groen, zullen foerageergelegeheden voor vleermuizen worden versterkt. Verblijfplaatsen De aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in de te slopen varkensstallen kan worden uitgesloten door het ontbreken van toegangsmogelijkheden tot de stallen. Op de locatie Postelsedijk ong. ontbreek bebouwing en daarmee kunnen vleermuisverblijfplaatsen ook worden uitgesloten.
5.5
ONGEWERVELDEN
Voorkomen Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en/of libellen waargenomen. Wel worden enkele algemene vlindersoorten verwacht op ’t Heike 11 als klein koolwitje, citroenvlinder en dagpauwoog. De maisakker aan de Postelsedijk ongenummerd vormt nauwelijks geschikt biotoop voor vlinders. Voor de bruine eikenpage, gevlekte witsnuit, bosbeekjuffer en hoogveenglanslibel die op enige afstand van 1-5 kilometer voorkomen, ontbreken specifieke biotopen, waardplanten en voortplantingswater binnen het plangebied. Overige soorten ongewervelden Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vliegend hert, vermiljoenkever of gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
18
Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde dagvlinders en geen libellen waargenomen. In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
5.6
VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Voorkomen Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij voorbaat uitgesloten worden. Reptielen en amfibieën Volgens gegevens uit het NFDD komen binnen één kilometer afstand van het plangebied geen beschermde reptielen en amfibieën voor. Op enige afstand (1-5 kilometer) zijn waarnemingen bekend van levendbarende hagedis, hazelworm, alpenwatersalamander, (§ 3.3 Wnb) en rugstreeppad (§ 3.2 Wnb). Genoemde beschermde soorten zijn afhankelijk van bos- en heideterreinen met voortplantingswateren in de buurt. Voor de minder kritische alpenwatersalamander ontbreekt landhabitat en voortplantingswater. De hazelworm komt soms voor in tuinen, op de locatie ’t Heike is de tuin ongeschikt. Geschikte biotopen voor beschermde reptielen en amfibieën ontbreken binnen de beide locaties. Conclusie Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van voortplantingswater en geschikt landhabitat. Het plangebied wordt mogelijk benut door bruine kikker en gewone pad als landhabitat. Bruine kikker en gewone pad behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden. Echter de zorgplicht is altijd van kracht.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
19
6.
RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING
6.1
Natura 2000
Op het kaartje met beschermde Natura 2000-gebieden op de website van Natura 2000 Network viewer is te zien dat de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op een afstand van resp. 2,4 kilometer ten zuidwesten en op bijna 4 kilometer ten zuiden van het plangebied op Belgisch grondgebied. Het betreffen Natura 2000- gebied ‘Turnhoutse vennen’ met heidevennen, natte moeraslandschappen en droge bossen en de ‘Ronde Put’, onderdeel van de ‘De Vallei van de kleine Nete’ met brongebieden, moerassen en heiden.
Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (rood/blauw gearceerd). Bron: https://natura2000.eea.europa.eu Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gelet op de aard van de ontwikkeling en de afstand tot de Natura 2000-gebieden, kunnen negatieve effecten op natuurlijke habitats en de habitats van soorten worden uitgesloten. Stikstofdepositie De beoogde ontwikkeling betreft de gedeeltelijke sanering van de intensieve varkenshouderij, en de realisatie van een drietal ruimte voor ruimte woningen. De gedeeltelijke sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk. De sloop- en bouwwerkzaamheden zullen leiden tot een beperkte en tijdelijke toename in stikstofdepositie (projecteffect). In de toekomst zal na de oprichting van de ruimte voor ruimte woningen sprake zijn van een relatief lage uitstoot (hogere isolatiewaarden, hoogrenderende stookinstallatie en alles volgens de nieuwste bouweisen voldaan). Wel zal er sprake
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
20 zijn van een beperkte toename in verkeersbewegingen door toekomstige bewoners. Per saldo wordt in de nieuwe situatie een fikse afname in stikstofuitstoot verwacht. Gelet op de afstand tot beschermde Natura 2000-gebieden kunnen tijdelijke en permanente effecten worden uitgesloten. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Met de graaf- en bouwwerkzaamheden wordt niet geheid, de uit te voeren werkzaamheden zijn qua ordergrootte voor trillingen en geluid laag, en vergelijkbaar met huidig landbouwkundig gebruik. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, en de uit te voeren werkzaamheden kunnen mechanische effecten, optische effecten en geluidsverstoring worden uitgesloten.
6.2
Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant, ligt op ca. 200 meter ten zuidoosten van het plangebied. Het betreft een bosgebiedje met beheertype N16.03 ‘Droog bos met productie’.
Figuur 4. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant (lichtgroen vlak). Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNB-gebied. De bestemmingswijziging van agrarisch naar woonbestemming, zal niet leiden tot aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van de omliggende NNB-gebieden. 6.3
Houtopstanden
Het aspect Houtopstanden is niet van toepassing. Met de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt die vallen onder art. 4.2 Wet natuurbescherming of de gemeentelijke APV. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
21
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)
BESCHERMDE SOORTEN Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In de bedrijfswoning aan ’t Heike 11 zijn enkele huismussennesten aanwezig onder de dakpannen. De bedrijfswoning en de groenstructuren binnen het huismussenterritorium blijven ongewijzigd. In de te slopen varkensstallen zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig door het ontbreken van toegangsmogelijkheden voor vogels. In het te kappen bomenrijtje zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Op de locatie Postelsedijk ongenummerd ontbreekt bebouwing en opgaand groen. Hierdoor kan de aanwezigheid van beschermde vogelnesten in bomen en bebouwing worden uitgesloten. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Door het ontbreken van aanééngesloten lijnvormige (groen)structuren op beide locaties kunnen vaste vlieg- en foerageerroutes voor vleermuizen worden uitgesloten. Beide locaties vormen matig geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Met de landschappelijke inpassing van drie ruimte voor ruimte woningen met inheems groen zullen foerageermogelijkheden verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. In het te kappen bomenrijtje aan ’t Heike 11 zijn geen vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Het is niet uit te sluiten dat vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn in de bedrijfswoning aan ’t Heike 11.
De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Vleermuisverblijfplaatsen in de te slopen varkensstallen kunnen worden uitgesloten doordat alle toegangsmogelijkheden zijn afgedicht met fijn gaas en vogelschroot. Op de locatie Postelsedijk ong. ontbreekt bebouwing en bomen en daarmee dus ook vleermuisverblijfplaatsen. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals bruine kikker, gewone pad, haas, konijn, egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.
BESCHERMDE GEBIEDEN Natura 2000- gebied Gezien de aard van de beoogde ontwikkeling en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden van 2,4 en 4 kilometer, kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen voor (stikstofgevoelige) habitattypen en leefgebieden van soorten worden uitgesloten. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard, de omvang en het effectbereik van de sloop- en bouwwerkzaamheden en de ruime afstand tot Natura 2000- gebieden zijn negatieve effecten bij voorbaat uit te sluiten.
Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt niet in of aangrenzend aan een NNB-gebied. Het dichts bijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op ca. 200 meter van het plangebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNBgebied.
Houtopstanden Het onderdeel Houtopstanden is niet van toepassing, er worden geen bomen gekapt die vallen onder art. 4.2 Wet natuurbescherming of de gemeentelijke APV.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
22
Eindconclusie • Met de herontwikkeling van de locatie ’t Heike 11 en de Postelsedijk ongenummerd te Reusel worden geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag zijn niet aan de orde. • De aanbevelingen voor vogels algemeen en de algemene zorgplicht (paragraaf 8) dienen te worden opgevolgd.
8.
AANBEVELINGEN
Vogels algemeen Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Verstoring van broedgevallen dient te worden voorkomen. Voor de in het plangebied te verwachten vogelsoorten kan dit plaatsvinden door de sloopwerkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren, of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen. Vrijgestelde soorten en toepassing algemene zorgplicht Het plangebied vormt leefgebied voor een aantal landzoogdieren en amfibieën waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht. Voor toepassing van de zorgplicht is onderstaande maatregel van belang. Deze geldt voornamelijk voor de locatie Postelsedijk ongenummerd. Voordat het terrein bouwrijp gemaakt wordt, dient het gras/vegetatie kort gemaaid te worden. Als het gras hoog staat, dan eerst maaien in één richting van binnen naar buiten in een laag tempo zodat kleine zoogdieren of amfibieën de kans krijgen om te kunnen vluchten.
Landschappelijke inpassing Bij de landschappelijke inpassing met groenstructuren worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
23
9.
NATUURINCLUSIEF BOUWEN, HET NIEUWE NORMAAL
Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Waarom Natuurinclusief bouwen? Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Investeren in groene kwaliteit levert immers veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Goed stedelijk groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komen steden en dorpen pas écht tot leven. Hieronder de link naar de nieuwste ‘Toolbox Natuurinclusief bouwen’, een digitale set aan praktische handvatten voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. https://www.bouwnatuurinclusief.nl/ http://www.stedebouwarchitectuur.nl/artikel/270120/vogels-en-vleermuizen-in-de-spouw Ter informatie: Natuurinclusief bouwen is een aanbeveling, geen verplichting.
10.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Kennisdocument Huismus Passer domesticus Versie 1.0, juli 2017. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Vleermuizen en planologie, Cursusdictaat november 2014. Zoogdiervereniging. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016. Internetsites • www.brabant.nl • www.reuseldemierden.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.quickscanhulp.nl
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna ’t Heike 11 en Postelsedijk ong. te Reusel.
24
BIJLAGE 1
BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN
Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming
Vogels
steenuil
Athene noctua
Categorie 1
Vogels
gierzwaluw
Apus apus
Categorie 2
Vogels
huismus
Passer domesticus
Categorie 2
Vogels
roek
Corvus frugilegus
Categorie 2
Vogels
grote gele kwikstaart
Motacilla cinerea
Categorie 3
Vogels
kerkuil
Tyto alba
Categorie 3
Vogels
oehoe
Bubo bubo
Categorie 3
Vogels
ooievaar
Ciconia ciconia
Categorie 3
Vogels
slechtvalk
Falco peregrinus
Categorie 3
Vogels
boomvalk
Falco subbuteo
Categorie 4
Vogels
buizerd
Buteo buteo
Categorie 4
Vogels
havik
Accipiter gentilis
Categorie 4
Vogels
ransuil
Asio otus
Categorie 4
Vogels
sperwer
Accipiter nisus
Categorie 4
Vogels
wespendief
Pernis apivorus