[21.06008] - Reactieformulier zienswijzen Reusel-DeMierden op RES1.0
Tekst van het document
Reactie gemeente Reusel-De Mierden op concept-RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven d.d. 25 mei Hoofdstuk
Reactie
1. Opgave en kader
1. Wij onderschrijven het belang van de onderwerpen en opgaven van de RES: besparen, duurzame warmte, duurzame opwek.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 1.1. Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan
1.1. De RES1.0 zou inderdaad moeten aangeven waar we op dit moment staan. Het zou
waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en
echter ook handvatten moeten bieden voor wat we willen bereiken op de korte termijn,
verder, de weg naar 2050.
voordat we overgaan tot de opstelling van RES2.0, waarin een doorkijk gegeven zou moeten worden naar 2030 en 2050. De consequenties van nog openstaande keuzes moeten nader onderzocht worden, de besluitvorming moet verder geconcretiseerd worden, er moet tot uitvoering over worden gegaan, en er moet monitoring worden opgezet om de voortgang te bewaken en waar nodig bij te sturen. Ook zal er gekeken moeten worden naar een alternatief plan, mochten bepaalde processen de realisatie van ambities uit de RES voor de voeten lopen. We zien op dit moment het voorbeeld van de netcongestie, waardoor onze regio serieus gehinderd zal worden om haar bod op gebied van duurzame opwek te bestendigen. Hetzelfde geldt voor de mogelijk grote investeringen die in het kader van de warmtetransitie gedaan zullen moeten worden, zonder dat daar misschien een terugverdienmodel tegenover staat. Dat kan gemeenten die toch al krap in het financiële vel zitten voor grote uitdagingen zetten.
1.2. We hebben niet alleen een flexibele energiestrategie
1.2. Gemeenten hebben een belangrijke rol in het realiseren van de landelijke
nodig om in een telkens veranderende wereld, de huidige en
klimaatdoelen. Als gemeente Reusel-De Mierden (als onderdeel van de
toekomstige energiedoelstellingen te blijven behalen, maar
Kempengemeenten) willen wij dan ook onze bijdrage leveren aan het behalen van deze
ook een stevig samenwerkingsnetwerk.
doelen. Onze bijdrage is verwoord in ons Kempische klimaatbeleid en ons gezamenlijk beleid voor grootschalige opwek uit zon en wind, waar de gemeenten Reusel-De Mierden, Oirschot en Bergeijk zich nog steeds aan committeren. Vooral de snelle ontwikkeling op gebied van innovatieve technologieën voor besparing, duurzame warmteopwek, -opslag en -distributie en opwek en opslag van groene elektriciteit noopt ons om in de RES een gedegen strategie te ontwikkelen voor het aanzwengelen, testen en opschalen van dergelijke technologieën. Daarom achten wij de flexibiliteit van de RES als een vereiste om met de ontwikkeling van deze technologieën te kunnen meebewegen; waarbij haalbaarheid en betaalbaarheid hoog in het vaandel staan voor de korte termijn, maar waarbij er op de middellange en lange termijn graag gebruik gemaakt wordt van de innovaties en vernieuwingen die we van de R&D instellingen in onze regio mogen verwachten.
2. Thema’s RES Metropoolregio Eindhoven
2. Wij onderschrijven de thema’s in de RES
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 2.1. De kracht van onze regio is de diversiteit. De stad en het
2.1. Als regio worden we geconfronteerd met een aantal grote opgaven. Naast de
landelijk gebied versterken elkaar en profiteren in hoge mate
energietransitie zullen we als regio ook invulling moeten geven aan de transitie van het
van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel.
landelijk gebied, duurzame mobiliteit, circulaire economie en klimaatadaptatie. Belangrijk is dat we de energietransitie koppelen aan de andere opgaven. Hierbij kijken we op welke manier energieprojecten een bijdrage kunnen leveren aan kwaliteitsverbetering op
ruimtelijk, economisch, ecologisch en sociaal vlak. Mogelijk kan de RES hierbij als hefboom dienen. We gaan ervan uit dat we als MRE-gemeenten de bal gezamenlijk oppakken en dat iedere gemeente zijn beste beentje voor zet; we laten niet de grotere gemeenten de ijzers voor ons uit het vuur halen, maar maken daar waar mogelijk wel gebruik van hun grotere capaciteit om zaken voor elkaar te krijgen. Wij ondersteunen hen daar dan ook bij en proberen aan te sluiten bij (sub)regionale initiatieven die van hen uit worden opgezet, waarbij ook rekening gehouden wordt met de financiële draagkracht van de individuele gemeenten. Per casus zal dan ook een inschatting gemaakt worden hoe de verdeelsleutel van kosten en baten wordt ingezet. 2.2. Door op regionaal niveau samen te werken met onder
2.2. In navolging van punt 1.2, zien wij graag dat de innovatiekracht van de regio (nog
meer Brainport Development en kennisinstellingen kunnen
meer) ingezet wordt in deze transitie. Belangrijk is om continu aandacht te hebben voor
we de innovatie kracht in de regio benutten en versterken,
innovaties die ons als regio, maar zeker ook individuele gemeenten, verder kunnen helpen.
bijvoorbeeld door innovatie in te zetten om in onze regio met
Ook de allianties die in onze regio al zijn gevormd, zoals Solliance, Fuelliance en de
de netschaarste om te gaan.
Brabantse Waterstof Coalitie, zullen bij deze innovatiekracht betrokken moeten worden. Verder zijn wij van mening dat er niet alleen maar gefocust zou moeten worden op de (on)mogelijkheden op grond van netschaarste, maar zou er ook gekeken moeten worden naar het creëren van directe functionele verbindingen tussen locaties/installaties van opwek en van gebruik, zoals het gebruik van (semi)stand-alone grids, omzet in waterstof voor warmte/duurzame mobiliteit, etc.
2.3. De ambitie van de 21 samenwerkende gemeenten uit de
2.3. Extra aandacht vragen wij voor het behoud van de waarden, waardigheid en de
regio Zuidoost-Brabant is dat het landelijk gebied leefbaar,
identiteit van de landelijke gemeenten met hun specifieke opgaven op het gebied van
toekomstbestendig en economisch vitaal blijft.
onder andere de landbouw, natuur, recreatie en leefbaarheid. Het behoud en versterking van de kwaliteit van natuur en landschap is een belangrijke opgave voor de regio - zoals is
vastgelegd in het Streefbeeld Landelijk Gebied van de MRE. Maar dit hoeft wat ons betreft niet direct gekoppeld te worden aan het behoud van de grootschalige agrarische bedrijven. Ook hier wordt gestreefd naar diversifiëring per bedrijf, wat het landschap ten goede komt. Daar horen ook alternatieve inkomensbronnen voor de agrariërs als landschapsbeheerders bij – daar zullen we ook in de RES aandacht aan moeten schenken. Denk hierbij aan kleinere zonneparken, mestvergisters, kleine windmolens en het verbouwen van energiegewassen. Als de maatschappij de rol van agrariërs op het gebied van voedselproductie aan banden legt, zal er armslag gemaakt moeten worden om hen andere bronnen van inkomsten te bieden – desnoods door compensatie voor landschapsonderhoud en aanleg van agrarische natuur. 2.4. We werken samen met Brainport Development en de
2.4. We willen hier speciale aandacht vragen voor het betrekken van de
arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel,
opleidingsinstituten als Fontys en de TUE bij het opstellings- en uitvoeringsproces van
om een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de
de RES. Alleen door het aanpassen van de curricula van deze instituten aan de vraag die
energietransitie op de regionale arbeidsmarkt. Daarnaast
vanuit energietransitie op onze gemeenten afkomt, kunnen wij ervoor zorgen dat zowel
zorgen we ervoor dat, via het PACT Brabant en het
onze gemeente als de bedrijven in onze regio ook in de toekomst van adequaat geschoold
Kennispact MBO Brabant, op provinciale schaal en met de
personeel kunnen worden voorzien en bieden we onze jongeren een stimulans om ook in
andere Brabantse arbeidsmarktregio’s afstemming en
de regio te blijven en de economische basis ervan te versterken.
kennisdeling plaats vindt.
Daarnaast vragen we aandacht voor de inzet van lokale bedrijvigheid voor de activiteiten die uit de RES gaan voortvloeien. Dat geldt voor bouwbedrijven, installatiebedrijven, ICTbedrijven en andere leveranciers van goederen en diensten die lokaal geleverd kunnen worden. Dit zou een selectiecriterium moeten zijn voor de inkoop strategieën van deelnemende partners.
2.5. In de ruimtelijke afweging van kansrijke zoekgebieden is
2.5. Daarbij gaan wij er van uit dat het primaat van het beleid bij de gemeente blijft,
de samenhang met andere opgaven cruciaal. De
voor zover er sprake is van puur lokale ontwikkelingen, waarbij – daar waar vereist of
Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant faciliteert de
wenselijk – wel geconsulteerd wordt met omliggende gemeenten en belanghebbende
samenwerking tussen de betrokken overheden en de
partijen. Daar waar ontwikkelingen in gemeenten grens overstijgend zijn qua ruimtelijke
realisatie van de gemaakte afspraken.
ingreep of maatschappelijk belang, zal de Omgevingsagenda van belang worden om deze ontwikkelingen conform de afspraken in de juiste banen te leiden. Verder pleiten wij voor een aanpak die recht doet aan het concept van de ‘energielandschappen’. Dit zijn onzes inziens concentratiegebieden van opwek, opslag en energieinfrastructuur, waar de energietransitie integraal wordt opgepakt en verweven wordt met andere (sub)regionale opgaven. Onzes inziens zal de MRE speciale aandacht aan deze gebieden moet besteden.
3. Samen de energieambitie realiseren
3. Wij onderschrijven de kernpunten over het samen realiseren van de energieambitie.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 3.1. Samen onderzoeken we de mogelijkheden om de
3.1. Ook voor ons als gemeente is het behouden van onze lokale ruimtelijke kwaliteit een
energietransitie uit te voeren. We kijken hoe we slim gebruik
belangrijk uitgangspunt in de RES. Dit kan op gespannen voet staan met de
kunnen maken van de inzet van regionale kennis, innovatie
energietransitie die ervoor kan zorgen dat ons landschap en onze omgeving er de
en vakmensen. De besluiten daarover worden lokaal
komende jaren anders uit gaan zien – soms tijdelijk, soms permanent. Ook moeten we ons
genomen. Gemeenten zijn dus zelf aan zet. Daarbij
beseffen dat sommige beslissingen met betrekking tot verandering van het
realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en
landschap makkelijk terug te draaien zijn na afloop van een concessieperiode,
fasering per gemeente kunnen verschillen.
andere moeilijker. Het is van groot belang om hier duidelijke afspraken over te maken, zowel op lokaal als op regionaal niveau, dit om rechtsongelijkheid tussen de gemeenten in
de toekomst te voorkomen. Wij pleiten er daarom voor om in de toekomstbeelden voor 2030 en 2050 er ook duidelijk rekening mee te houden dat sommige initiatieven tot 2050 en daarna zullen blijven bestaan, maar andere gefaseerd kunnen bijdragen aan een veranderend landschap. Zo kunnen zoekgebieden voor zonneparken langzaam toewerken naar een gedegen (sub)regionale aanpak, daar waar er nu misschien nog sprake is van een lokale invulling, door gradueel toe te gaan naar een concentratie in bepaalde gebieden en/of te helpen bij de verdere uitbreiding van natuurgebieden en verbindingszones. Het is belangrijk om deze zaken in een vroegtijdig stadium bespreekbaar te maken met belanghebbende partijen. We moeten daarbij ook onderkennen dat het mogelijk is dat we op sommige punten concessies moeten doen en dat participatie een continu proces is, waar men al doende leert. 3.2. Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere
3.2. Een ander belangrijk uitgangspunt is draagvlak en acceptatie bij onze inwoners,
inwoners en bedrijven uit de omgeving van projecten zijn
bedrijven en overige stakeholders. We moeten hierbij ook onderkennen dat samenwerken
daarbij van cruciaal belang. Om meer inwoners bekend te
met verschillende partijen, ook al wordt gestreefd naar win-win situaties, toch kan
maken met de RES bekijken we in overleg met gemeenten
betekenen dat er concessies gedaan moeten worden. Door belanghebbenden in een
wat nodig is om op lokaal niveau participatie te versterken.
vroegtijdig stadium te betrekken creëren we draagvlak voor beslissingen en waarborgen we de kwaliteit van beslissingen. Verder kan er dan op een adequate manier een compensatieregeling getroffen worden met die partijen die ondanks alle inzet toch gedupeerd worden door een bepaalde ontwikkeling. Ook daarvoor is het nodig dat fondsen opgezet worden om dergelijke compensaties te garanderen en/of dat er in contracten met ontwikkelaars clausules worden opgenomen die een dergelijke garantie geven, ook op de langere termijn.
3.3. Om te garanderen dat er invulling gegeven wordt aan
3.3. Gemeente Reusel-De Mierden zal de voors en tegens van dit voorgestelde flexibele
minimaal 50% lokaal eigenaarschap stellen we in de RES 1.0
model zeker overwegen en dan bepalen of het model ook toepasbaar en wenselijk is voor
een flexibel model voor, dat uitgaat van de oprichting van een
de ontwikkelingen binnen de eigen gemeentegrenzen. Wij gaan ervan uit dat hier geen
stichting/ontwikkelfonds per gemeente en/of project om
verplichting over wordt afgesproken.
minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen. 4. Besparen – duurzame warmte – duurzame opwek
4. Wij onderschrijven de kernpunten over besparen, duurzame warmte, duurzame opwek en energie-infrastructuur.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 4.0. Onze RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen:
4.0. Wat betreft de scope van deze RES1.0 tot nu toe onderkennen wij de uitkomsten zoals deze voor de onderdelen Besparing en Warmte zijn ontwikkeld. Echter, voor wat betreft het onderdeel Grootschalige opwek, gaan wij ervanuit dat het Beleid Grootschalige Opwek zoals dit door onze gemeente is vastgesteld, conform eerder gemaakte afspraken, één op één overgenomen wordt in de RES als zienswijze op de ontwikkelingen in De Kempen. Wij vertrouwen er dan ook op dat dit onderdeel dan ook geen verdere consequenties heeft voor gemeente Reusel-De Mierden.
a. Besparing binnen de gebouwde omgeving.
a. zolang de gebouwde omgeving niet geïnterpreteerd wordt als de binnenstedelijke omgeving akkoord. Onzes inziens passen hier ook alle werken en installaties onder die zich in het landelijk gebied bevinden, zoals pompen en gemalen, openbare verlichting, etc.
b. Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op
b. Hierbij willen wij ook aandacht besteden aan de energie-infrastructuur die hierbij
land (wind en zon).
benodigd is. Ook deze zullen landschappelijk ingepast moeten worden en daarmee onderdeel van discussie worden. Bovendien vragen wij dat hierbij rekening gehouden
wordt met de consequenties van een grotere elektrificatie vanuit de warmteopgave en de aanleg van de opslag infrastructuur die hierbij benodigd is. c. Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door
c. zie opmerking a. Wij gaan ervan uit dat de energie-infrastructuur benodigd voor de
het opstellen van lokale transitievisies warmte
aanleg van warmtenetten ook wordt meegenomen in de overwegingen en dat er op een
ondersteund door een Regionale Structuur Warmte.
eerlijke manier omgegaan wordt met mogelijke warmtebronnen die van bovengemeentelijk belang kunnen zijn (denk bijvoorbeeld aan waterpartijen, RWZI, etc.). Daarmee gaat de warmtetransitie verder dan alleen de gebouwde omgeving.
d. Een benodigde infrastructuur voor transport en
d. zie voorgaande opmerkingen. Wij gaan ervan uit dat het Rijk en de Provincie ook hun
opslag van energie.
verantwoordelijkheid nemen als het gaat om het verzekeren van een adequate energieinfrastructuur die onze gemeente de mogelijkheid biedt om zowel lokale waar te maken als bij te dragen aan de regionale en landelijke doelstellingen. Dat is met de huidige congestie op het elektriciteitsnet nog niet het geval. Hiervoor vragen wij aandacht bij Provincie en Rijk en het ter beschikking stellen van middelen om deze belemmering ook op korte termijn het hoofd te bieden. Wij zijn van mening dat ook de waterstof transitie hier een belangrijke rol heeft en vragen het Rijk om hierin te investeren om de huidige onrendabele top waar initiatieven mee te maken hebben af te dekken, zodat waterstof haar rol in de energietransitie al op kortere termijn kan gaan vervullen. Ook daarvoor is een aparte transport infrastructuur noodzakelijk, waar versneld aan gewerkt moet worden. Dat kan onzes inziens door gebruik te maken van de bestaande aardgas infrastructuur (bijmenging of vervanging) en/of aanleg van een parallelle transport infrastructuur die reikt tot op het lokale niveau (wijken/buurten). Vooral het gebruik van bestaande aardgas infrastructuur heeft wat ons betreft de voorkeur, omdat er in het verleden veel publiek geld is geïnvesteerd in de aanleg van dit netwerk, wat bij uit gebruik name van dit net
meegenomen zou moeten worden als opportunity costs voor andere warmt opwek en distributie mechanismen. 4.1 Besparen Kernpunten uit de Concept RES 1.0: a. Je kunt op een aantal manieren besparing
a. Belangrijk is dat gemeenten het goede voorbeeld geven door ook aan de slag te gaan
stimuleren en dat gebeurt ook al in de regio.
met het verduurzamen van ons eigen vastgoed. Daarvoor zou een strategisch
Gemeenten kiezen zelf voor wat ze doen en via
gebouwenbeheer en een Duurzaam Meerjaren Onderhoud Programma opgesteld moeten
welke samenwerkingsverbanden. Daarvoor bieden
worden. De modules die onder het thema besparing uitgewerkt gaan worden zouden
we een basisinfrastructuur en additionele modules
expliciet aandacht moeten geven aan de manier waarop kleinere gemeenten als Reusel-
per doelgroep.
De Mierden hierin ondersteund kunnen worden.
B. In deze Concept RES 1.0 richten we ons op de
b. Daarbij is het noodzakelijk dat er onderkend wordt dat er ook nog andere doelgroepen
doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk
zijn, die misschien bij volgende RESsen meer aandacht zullen krijgen. Verder kan er dan
Vastgoed.
onzes inziens verder uitgesplitst worden, zodat het onderwerp ‘’energiearmoede’ beter tot zijn recht kan komen en de stimulering en handhaving bij gemeentelijke interventies (vaak via de ODZOB) meer gefocust ingezet kan worden.
C. Acht ‘bespaarroutes’ voor woningeigenaren en
c. Daar waar besparing al interessante terugverdientijden heeft, moet onzes inziens niet
woningbouwcorporaties geven inzicht in wat een
meer ingezet worden op subsidies, maar op groene leningen onder interessante
gemeente kan doen om een bepaalde route goed te
voorwaarden. Alleen voor nu nog onrendabele middelen, die op termijn een grotere rol
faciliteren of te organiseren.
toebedeeld zullen krijgen, zouden subsidies ingezet moeten worden.
Daarbij moeten ook huurders een grotere zeggenschap krijgen over de energieprestaties van hun woningen en gecompenseerd worden voor maatregelen die getroffen zijn om de energieprestaties van woningen te verbeteren. D. We ondersteunen bedrijven met besparen zodat
d. In Kempen-verband zijn er met bedrijvenverenigingen afspraken gemaakt om verdere
ze zich op hun business kunnen richten. We willen
verduurzaming van bedrijventerreinen, bedrijfsterreinen en bedrijfspanden te
ze ontzorgen door bijvoorbeeld Greendeals op te
bewerkstelligen. Het is dus zaak om niet alleen in te zetten op de individuele bedrijven,
zetten. We zetten handhaving in bij bedrijven die niet
maar ook de samenwerkingsverbanden die al tussen bedrijven bestaan, zoals
of onvoldoende met energiebesparing aan de slag
parkmanagement, branchevereniging activiteiten, samenwerking in de keten, etc. En wij
gaan.
onderschrijven dat waar het niet vrijwillig opgepakt wordt, er strenger gecontroleerd en gehandhaafd moet gaan worden. Maar daarbij moeten wij als gemeenten ook hand-ineigen-boezem steken en daar waar wij als gemeenten bedrijfsmatig werken, dezelfde standaarden hanteren.
E. Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol
e. gezien de voorgaande opmerking, verwelkomen wij dit initiatief. Wij gaan ervan uit dat
bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving.
dit een facultatief karakter zal krijgen en dat de benodigde capaciteit en middelen voor
Met de werkwijze ‘Samen Slimmer Duurzaam Bezig’
deelname naar rato wordt verdeeld tussen de deelnemers.
voorzien we door structurele samenwerking in de
Verder willen wij ook de aandacht vestigen op de rol van gemeente en provincie als
kennis-en capaciteitsbehoeften en behalen we zo
aanbesteder van activiteiten in duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan de transitie van
meer resultaten, zonder extra tijdsbesteding en tegen
fossiele brandstoffen in de vervoers- en transportsector naar duurzame brandstoffen. Dit
gelijke of lagere kosten.
kunnen overheden aanzwengelen door dienstverleners voor grondstoffeninzameling en openbaar vervoer te verzoeken/verplichten om duurzame transportmiddelen in te zetten Maar ook door een doordachte gemeentelijke laadinfrastructuur en alternatieve brandstoffen te faciliteren. En als laatste heeft de gemeente als werkgever natuurlijk ook de taak om haar werknemers in hun ambitie om op een duurzamere manier naar hun werk
te komen te ondersteunen en om thuiswerken, daar waar mogelijk en gewenst, te blijven faciliteren. 4.2 Duurzame warmte
4.2. In de Regionale Structuur Warmte (RSW) wordt beschreven hoe de regio om wil gaan met de beperkte bovenlokale warmtebronnen. De RSW is nog in ontwikkeling. De informatie uit de lokale Transitie Visies Warmte (TVW) leveren belangrijke informatie voor de RSW. Vroegtijdige en regelmatige uitwisseling van informatie tussen de regionale RSW en lokale TVW’s voorkomt de ontwikkeling van onuitvoerbare plannen en desinvesteringen. Op dit moment zien wij geen mogelijkheden om gebruik te maken van (boven)lokale restwarmtebronnen. De ontwikkeling van andere warmtebronnen bieden misschien mogelijkheden voor de toekomst, denk hierbij aan zonthermie, geothermie of een innovatie zoals metalfuels of waterstof. Ook combinatie technieken, zoals PVT (de combinatie van zonnepanelen en zonnewarmte collectoren) of zon/waterstofcellen, die in de nabije
Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
toekomst betaalbaarder zullen worden, mogen in het scala niet ontbreken.
a. De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed
a. In Reusel-De Mierden proberen wij deze laatste ontwikkelingen ook te betrekken bij
aan bovenlokale warmtebronnen. Het overschakelen
onze warmtetransitie. Helaas vormt noch bodemwarmte, noch geothermie in onze
op duurzame warmte betekent, afhankelijk van de
gemeente op dit moment een haalbare optie vanwege de oppervlakkige ligging van de
toegepaste duurzame warmtebron, meestal een
afdeklaag van het waterhoudende pakket. De Provinciale Milieuverordening (concept)
toename in het gebruik van elektrische (hulp)energie.
verbiedt op dit moment – vanuit voorzichtigheidsbeginsel – het doorboren van deze laag,
Op sommige plekken in de regio komt mogelijk de
omdat gebleken is dat daarbij vervuiling van het grondwater kan optreden. Dat grondwater
warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen
is van hoge kwaliteit en moet voor drinkwatervoorziening behouden blijven. Er worden op
(met individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat
dit moment onderzoeken uitgevoerd naar meer duurzame doorboringstechnieken, maar tot
betekent dat de belasting op het net op deze locaties
het moment dat deze technieken veilig geacht worden, wordt doorboring niet toegestaan.
nog hoger is.
Dat heeft consequenties voor de mogelijkheden van WKO in de bodem, evenals het aanleggen van opslagsilo’s voor warmte in de ondergrond. Aangezien drinkwatervoorziening een publiek goed is, waar echter wel voor betaald wordt, maar de warmteconcepten lokaal gefinancierd zullen moeten worden, vragen wij in Reusel-De Mierden aandacht voor een compensatiemechanisme uit een afdracht van gelden uit de drinkwaterindustrie.
b. Met de Regionale Structuur Warmte willen we:
b. Wij stellen voor om aan te geven dat de verhouding maatschappelijke baten /
• De bovenlokale/ regionale bronnen optimaal
maatschappelijke kosten zo hoog mogelijk moet zijn. Dat er daar waar de kosten voor
benutten;
de baten uitgaan naar goede financieringsconstructies gekeken wordt en dat daar waar de
• Desinvesteringen voorkomen;
baten op (sub)regionale schaal voor hogere kosten op lokale schaal zorgen, een
compensatie mechanisme bedacht wordt.
Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in nabijgelegen gemeenten.
C. Om de informatie en bestuurlijke keuzes op lokaal
c. Dit is een logische conclusie. Wij pleiten ervoor om in de RES1.0 ook duidelijk aan te
en regionaal niveau zoveel mogelijk op elkaar aan te
geven hoe dit in een beheer structuur handen en voeten gegeven wordt en waar
laten sluiten is goede afstemming nodig.
afspraken zullen worden gearchiveerd, zodat deze toegankelijk zijn voor eenieder die erbij betrokken is.
d. We werken aan een platform waarop alle
d. Wij willen aandacht vragen voor de rol van de Energie Werkplaats als huidig platform.
informatie is verzameld. We ontwikkelen richting
Dit medium is onzes inziens nog steeds moeilijk toegankelijk, zeker als het gaat om het
RES 2.0 een methodiek waarin de maatschappelijke
opzetten van subsites voor lokale initiatieven. Reusel-De Mierden heeft ervoor gekozen om
kosten en baten van bovenlokale warmtebronnen
de Energie Werkplaats als medium voor haar TVW te gebruiken, maar ondervind hierin
kunnen worden gewogen.
veel problemen.
Een gezamenlijk afgesproken methodiek voor bepaling van Maatschappelijke Kosten en Baten is onzes inziens een goede zaak. Dit maakt vergelijking tussen initiatieven mogelijk. Daartoe zou dan ook een opleidingstraject opgezet moeten worden, zodat uitvoerende partijen deze methodiek dan ook op dezelfde manier hanteren – misschien via certificering? e. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen
e. zie opmerking c.
pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven. 4.3 Duurzame opwek
4.3. Zoals onder 4.0 vermeldt, gaan wij, voor wat betreft het onderdeel Grootschalige opwek, ervan uit dat het beleid Grootschalige Opwek zoals dit door onze gemeente is
Onderstaande kernpunten uit de concept RES 1.0 kunt u
vastgesteld, conform eerder gemaakte afspraken, één op één overgenomen wordt in de
betrekken in uw reactie. Bovenal vragen we u om een reactie
RES als zienswijze op de ontwikkelingen in De Kempen. Wij vertrouwen er dan ook op dat
en om uw aandachtspunten voor de voor uw gemeente
dit onderdeel dan ook geen verdere consequenties heeft voor gemeente Reusel-De
relevante zoekgebieden voor grootschalige duurzame
Mierden. Onze gemeente levert – met 5 gerealiseerde windmolens en 11 in procedure,
opwekking van energie.
evenals een stevig areaal aan zonnepark - nu al een aanzienlijke bijdrage aan de ambitie tot duurzame opwek uit wind en zon. Dat achten wij voor de RES1.0 voldoende.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: a. De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan
a. Wij kunnen ons niet vinden in het feit dat de huidige windturbines worden meegenomen
zonnedaken, -velden en windturbines gerealiseerd.
in de berekeningen, zonder dat Reusel-De Mierden hiervoor de nodige waardering vanuit
Ook 0,64 TWh zonnedaken, -velden en windturbines
de regio krijgt. Samen met Oirschot en Bladel hebben wij al in het verleden geïnvesteerd in
die in voorbereiding zijn (pijplijn) rekenen we mee.
de windmolens die bij ons zijn gerealiseerd en die al in de pijplijn zitten. Het feit dat wij dit
al gedaan hebben, mag andere gemeenten er niet toe aanzetten zich van hun opgave binnen de RES te kwijten. Ook is er door onze gemeenten (met ondersteuning van de provincie) geïnvesteerd in de PlanMER voor de Kempen en het Kempisch beleid voor grootschalige opwek. Ervaringen waar in het PlanMER proces voor de RES op wordt voortgeborduurd. Wij hopen dat ook hier rekening mee gehouden wordt bij eventuele toekomstige investeringsvragen. b. Vervolgens zetten we ons maximaal in voor
b. Als gemeente zien wij zeker nog kansen als het gaat om het realiseren van de no-regret
realisatie van ‘no regret’ maatregelen, ofwel het
maatregelen voor zon. De focus voor ons als gemeente zal liggen op het realiseren van
laaghangend fruit. Hierbij maken we gebruik van de
deze maatregelen, voornamelijk ‘grootschalige zon op dak’, in combinatie met het
‘zonneladder’, die de voorkeursvolgorde weergeeft
realiseren van ‘kleinschalige zon op dak’ waar het Rijk de komende jaren ook een
van de aanleg van zonnepanelen. Met de eerste vier
autonome groei van 7 TWh in voorziet. Daarbij willen wij nogmaals aandacht vragen voor
stappen op de zonneladder verwachten we 0,28
het probleem van de netcongestie, die ervoor zorgt dat initiatieven van ‘grootschalige zon
TWh te kunnen realiseren.
op dak’ niet op korte termijn aangesloten kunnen worden voor teruglevering op het elektriciteitsnet. Dit vanwege de ‘wie-het-eerst-komt-die-het-eerst-maalt’ verplichting waar Enexis mee kampt met betrekking tot zon-op-land en zon-op-dak initiatieven. Er moet nu te veel capaciteit gereserveerd worden voor de al ingediende zon-op-land initiatieven en daarmee vallen zon-op-dak-initiatieven buiten de boot als het gaat om teruglevering. Zonder deze teruglevering is de business case voor zon-op-dak voor bedrijven vaak niet rond te krijgen. Wij vragen de MRE om haar lobby kracht bij te zetten om: i. De algehele netcapaciteit versneld uitgebreid te krijgen, op korte termijn door inzet van de redundante kabels. ii. Regelgeving zodanig aan te passen dat zon-op-dak voorrang kan krijgen in aansluiting op zon-op-land. iii. Bedrijven en gebouweigenaren te verplichten om daar waar
constructieve veiligheid en oppervlak het toelaten de daken zelf als zonnepark te exploiteren en/of open te stellen voor initiatieven vanuit inwoners of andere bedrijven. Als gemeente willen wij hier een actieve houding in nemen. Dit wel vanuit de wetenschap dat hier een belangrijke rol weggelegd is voor woningeigenaren, ondernemers en overige organisatie en verenigingen. Als gemeente zijn wij in veel gevallen geen eigenaar van daken of gronden waar de opwek mogelijk is; bovendien heeft Reusel-De Mierden op de meeste van haar eigen gebouwen al zonnepanelen aan laten brengen. c. Met behulp van het planMER zijn de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend
c. Wat betreft de zoekgebieden voor zonneparken in Reusel-De Mierden het volgende:
Zoekgebied 35, De Kleine Hoeven – hier heeft onze raad besloten het zoekgebied
en ontstaat er inzicht in de milieueffecten
in te perken. Het huidige zoekgebied staat aangegeven op de gemeentelijke
(leefomgeving, landschap en ecologie), de kansen
website. Wij verzoeken MRE om dit gebied aan te passen in de plankaart.
voor koppeling aan andere thema’s (landbouw,
Zoekgebied Laarakkerdijk (nog niet genummerd) – dit zoekgebied is additioneel
economie, natuur en klimaat) en de mogelijke
opengesteld omdat het ten tijde van de openstelling van zoekgebied 35 is
energieopbrengst van de zoekgebieden.
gebleken dat er daar geen teruglevering op het net meer mogelijk was vanwege de
Er lijkt voldoende potentie aanwezig ter
netcongestie. Om toch ervaring op te doen met zoekgebieden die nog wel voor
ondersteuning van onze bijdrage van 2 TWh
teruglevering in aanmerking zouden komen is Laarakkerdijk opengesteld. Hiervan
duurzame energie in 2030. Dat een locatie buiten het
is in een eerdere fase ook al onderzocht of dit een goede optie zou zijn. Het
planMER valt betekent niet per se dat die locatie
zoekgebied voldoet ook beter aan de zonneladder, omdat het gebied zich direct
onmogelijk is. Gemeenten kunnen onderzoeken of
onder de bestaande windmolens bevindt. Het huidige zoekgebied staat
(lokaal) maatwerk mogelijk is.
aangegeven op de gemeentelijke website. Wij verzoeken MRE om dit gebied aan te passen in de plankaart.
d. We werken toe naar een meest haalbare selectie van zoekgebieden op basis van het planMER, de
inspraak en adviezen (Cie MER en Brabant Advies) n.a.v. het planMER, de analyses van de netbeheerders en de reacties vanuit de gemeenteraden. e. Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit; Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen. f. Er is continue afstemming tussen netbeheerder en
f. Wij gaan ervan uit dat de netbeheerder(s) zich conformeren aan de wensen vanuit de
de lokale en regionale overheden. We stemmen de
maatschappij en niet andersom. Overheden bepalen wat er op hun grondgebied gebeurt.
verdeling van de beschikbare capaciteit en
Netbeheerders maken dit mogelijk. De technische capaciteit van de netbeheerder mag
noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal
geen belemmering vormen voor het behalen van de ambities van overheden. Daar waar
af.
dat wel zo is, gaan beide in overleg om de belemmeringen weg te nemen, waarbij de bewijslast ligt bij de netbeheerder(s).
g. Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning
g. Wij pleiten hierbij voor een toekomstgericht financieringsmechanisme, omdat aanleg van
biedt zekerheid om te komen tot nieuwe
energie-infrastructuur en opwek- en opslag technologieën nu eenmaal vaak lange
investeringen.
aanlooptijden kent en een lange economische levensduur. Een gefaseerde aanpak, waarbij klein begonnen wordt in een pilot-sfeer en daarna vanuit een leeromgeving verder opgeschaald en aangepast wordt heeft onze voorkeur; de investeringscultuur zou deze aanpak moeten omarmen.
5. Stap voor stap naar uitvoering Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 5.1. Naar verwachting zullen we halverwege 2021
5.1 Wij onderschrijven de noodzaak om samenwerkingsscenario’s uit te werken voor het
verschillende scenario’s voor samenwerking in de uitvoering
uitvoeren van de RES.
kunnen voorleggen aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens afspraken te maken om als
Eind 2021 ligt er naar verwachting een RES 1.0 die ter besluitvorming aan de raden
gezamenlijke overheden, in samenwerking met de betrokken
voorgelegd wordt. Ook bij ons staat voorop dat deze besluitvorming niet het eindpunt vormt
stakeholders, slimmer en efficiënter stappen te zetten in de
van het RES1.0 proces. Wij zien dit als het startpunt van de uitvoeringsfase, waarin we
realisatie van de energietransitie.
bewerkstelligen dat de regionale opgaven ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. De uitvoering is bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal), dit vraagt om afspraken en samenwerkingsvormen. Voor onze gemeente geldt: lokaal aanpakken wat lokaal kan, en (sub)regionaal waar dat efficiëntie of effectiviteitsvoordelen geeft of waar bovengemeentelijke belangen spelen. Als kleine gemeente vragen wij extra aandacht voor een gedegen voorbereiding van de uitvoeringfase en hoe ook kleine gemeenten met beperkte middelen en capaciteit kunnen deelnemen. Wij zijn dan ook zeer benieuwd naar de voorgestelde samenwerkingscenario’s waarmee we als gezamenlijke overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en efficiënter stappen kunnen zetten in de realisatie van de energietransitie.