CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.04184] - bijlage 8b toelichting - vervolgonderzoek flora en fauna 8 maart 2021

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8 Hooge Mierde1.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 8: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

1 maart 2021

Bijlage 8b Vervolgonderzoek vleermuizen en huismussen

1 maart 2021

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels vogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde

Datum:

27 september 2018

Project:

2650

Opdrachtgever:

Familie van Gestel

Auteur:

Bureau van Nierop Bisschop Rythhoviusdreef 6a 5561 TD Riethoven

Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 1. Inleiding ............................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 4 1.2 Wettelijk kader ............................................................................................................. 4 1.2.1 Beschermingsregime vogels .................................................................................. 5 1.2.2 Beschermingsregime vleermuizen ......................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Beschrijving onderzoekslocatie .......................................................................... 6 2.1 Algemeen..................................................................................................................... 6 2.2 beschrijving gebouwen................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3 Onderzoeksmethode .........................................................................................

7 3.1 Vleermuizen ................................................................................................................. 7 3.2 Soorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. .............................................. 7 Hoofdstuk 4 Resultatenonderzoek ......................................................................................... 7 4.1 Vleermuizen ................................................................................................................. 7 4.2 Soorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen ............................................... 7 Hoofdstuk 5 Effectenbeoordeling ........................................................................................... 8 Hoofdstuk 6 Conclusie ........................................................................................................... 8 Bijlage 1 Sonogram gewone dwergvleermuis Kuilenrode ...................................................... 9

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

2

Voorwoord Aan Bureau van Nierop is verzocht een onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en/of nesten van gebouw bewonende vogelsoorten in de gebouwen aan de Kuilenrode 8 te Hooge Mierde. Bureau van Nierop is een ieder dankbaar die heeft bijgedragen aan het onderzoek en het tot stand komen van deze rapportage. Riethoven 27 september 2018

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

3

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op het perceel Hooge- en Lage Mierde H 1648 aan de Kuilenrode te Hooge Mierde. In het kader van deze ontwikkeling worden het woonhuis, de schuur, stallen en bijgebouwen gesloopt. Ook wordt er een deel van het aanwezige groen en tuin verwijderd. In het kader van deze ontwikkelingen is begin 2018 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het doel van deze quickscan was om de eventuele gevolgen voor beschermde soorten flora en/of fauna inzichtelijk te maken. De conclusie van de quickscan was dat niet kan worden uitgesloten dat de gebouwen worden gebruik als verblijfplaats van vleermuizen. Ook kon niet worden uitgesloten dat de bebouwing wordt gebruikt door vogels met jaarrond beschermde nesten.

1.2 Wettelijk kader De wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten. Er is een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en eigen vereisten of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: • Er mag alleen worden afgeweken van de bepalingen als er geen alternatieve bevredigende oplossing voor handen is; • Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat de belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid; • Tenslotte mag geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van een soort. Als aan alle drie van de vereisten wordt voldaan, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een gedragscode of provinciale vrijstelling.

De verbodsbepalingen voor vogels en habitatrichtlijnsoorten sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het ‘nee tenzij-principe). De verbodsbepaling voor beschermde soorten zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. De provincie is het bevoegd gezag voor vrijstelling en ontheffing verlening. In het geval van een omgevingsvergunningplichtige activiteit is voor de gemeente een procedurele rol weggelegd.

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

4

1.2.1 Beschermingsregime vogels Alle van nature in het wild levend vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn beschermd. Het is verboden om ze opzettelijk te doden of te vangen of om opzettelijk hun nesten, eieren of rustplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor een aantal soorten zijn de nesten en hun functionele omgeving zelfs jaarrond beschermd. Soorten met jaarrond beschermde nesten die gebruik kunnen maken van de bebouwing zijn bijvoorbeeld; huismussen en gierzwaluwen. Ook als deze nesten niet worden gebruikt zijn ze beschermd.

1.2.2 Beschermingsregime vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn opgenomen in bijlage IV van de habitatrichtlijn en strikt beschermd middels de Wet Natuurbescherming. Het is verbodem om dieren te vangen, te doden of opzettelijk te verontrusten. Ook zijn hun verblijfplaatsen beschermd en is het verboden deze te beschadigen of te vernietigen.

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

5

Hoofdstuk 2 Beschrijving onderzoekslocatie 2.1 Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kuilenrode te Hooge Mierde, Provincie NoordBrabant. De onderzoekslocatie bestaat uit een woonhuis, schuur, stallen en enkele bijgebouwen. Rondom het woonhuis is een tuin gelegen die voornamelijk bestaat uit tuinplanten, een stuk gras met enkele fruitbomen en een doorgeschoten beukenhaag.

Figuur 1. Ligging onderzoekslocatie

2.2 beschrijving gebouwen De aanwezige bebouwing bestaat uit een schuur, stallen en een woonhuis met bijgebouwen. De stallen betreffen vrij lage lange gebouwen, ze zijn van buitenaf goed toegankelijk echter lijken ze door de beperkte hoogte op voorhand niet zeer geschikt. Ook omdat ze nog worden gebruikt voor het opslaan van mest. De schuur lijkt in potentie geschikt te zijn als verblijfplaats voor vleermuizen, voornamelijk omdat deze goed toegankelijk is, relatief hoog en er binnen veel wegkruipmogelijkheden zijn. Het woonhuis heeft een zolder die van buiten voor vleermuizen toegankelijk is, op de zolder zijn balkenconstructies aanwezig. Verder kunnen vleermuizen in potentie hun verblijfplaats onder dakpannen hebben. Aan de zijnkant van de woning zijn de dakpannen afgewerkt met een cementlaag, hier lijken heen invliegopeningen aanwezig te zijn. Tijdens de quickscan die is uitgevoerd in februari 2018 zijn alle gebouwen geïnspecteerd. Hier zijn geen aanwijzingen aangetroffen van vleermuizen. In schuur is een restant van een dagpauwoog aangetroffen, dit zou in potentie een prooirest van een grootoorvleermuis kunnen zijn of een exemplaar die heeft overwinterd in de schuur en dit niet heeft overleefd. De gebouwen lijken geschikt als zomer-, kraam-, tijdelijk- en paarverblijfplaats. Winterverblijven zijn niet aan de orde omdat dieren nergens voldoende weg kunnen kruipen.

In potentie zijn het woonhuis en de schuur geschikt als verblijfplaats voor vogelsoorten die broeden in gebouwen. Soorten met jaarrond beschermde nesten die gebruik kunnen maken van de bebouwing zijn huismus en gierzwaluw.

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

6

Hoofdstuk 3 Onderzoeksmethode De onderzoeksmethode is gebaseerd op het vleermuizenprotocol 2017 en de soortinventarisatieprotocollen van het netwerk van groene bureaus. In totaal zijn er in de periode april – september 6 veldbezoeken uitgevoerd.

3.1 Vleermuizen In de periode april – juni 2018 zijn twee veldbezoeken uitgevoerd naar zomer- en kraamverblijfplaatsen. Vervolgens zijn in de periode juni – juli nog twee veldbezoeken uitgevoerd naar zomer- en kraamverblijfplaatsen. In de periode augustus – september zijn twee veldbezoeken uitgevoerd naar tijdelijke- en paarverblijfplaatsen.

3.2 Soorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. In de periode april – juni zijn twee bezoekronden uitgevoerd naar huismussen, hierbij is gekeken naar zingende dieren. In de periode juni – juli zijn in totaal 3 veldbezoeken uitgevoerd naar de aanwezigheid van gierzwaluwen. Hierbij is gekeken naar in- en of uitvliegende dieren.

Hoofdstuk 4 Resultatenonderzoek 4.1 Vleermuizen Tijdens het eerste veldbezoek naar vleermuizen, in april, viel op dat er binnen de onderzoekslocatie maar weinig activiteit was. Wel was er veel activiteit van laatvliegers boven de weg en onder de bomen aan de Kuilenrode (de weg voor het woonhuis). Tijdens de volgende veldbezoeken zijn verschillende foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen aan de zijkant en achterzijde van het woonhuis in de tuin. Er is een keer zeer kort een gewone dwergvleermuizen de open schuur ingevlogen om te foerageren, echter lijkt dit er op dat dit meer het geval dat de vleermuis hier naar binnenvloog achter een prooi aan, normaal is deze schuur dicht. De meeste activiteit van vleermuizen was aan het einde van de nacht, waarbij het lijkt dat de vleermuizen vanuit hun foerageergebied aan de achterzijde van de onderzoekslocatie via de tuin terug vliegen naar hun verblijfplaatsen in het dorp. Dit betroffen echter maar kleine aantallen van maximaal 3 dieren.

4.2 Soorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van huismussen of gierzwaluwen. Wel is er tijdens een van de veldbezoeken een steenuil gezien binnen de onderzoekslocatie. Daarom zijn aanvullend alle gebouwen nog een keer volledig gecontroleerd op de aanwezigheid van sporen en of nesten van steenuilen. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen.

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

7

Hoofdstuk 5 Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen bestaan uit het slopen van de aanwezige bebouwing, het (gedeeltelijk) verwijderen van tuin- en groenelementen en het realiseren van een nieuwe woning. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen of vogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig in de huidige bebouwing. Wel wordt een deel van de onderzoekslocatie, met name het deel tuin aan zijkant van de woning, gebruikt door vleermuizen als foerageergebied. Er is hier geen sprake van essentieel foerageergebied omdat het maar om een klein aantal vleermuizen gaat aan het einde van de nacht. De meeste activiteit is tussen de bomen boven de weg Kuilendrode, deze wordt niet aangetast in de huidige ontwikkeling. Na de ontwikkeling zal het plangebied geschikt blijven als foerageergebied voor vleermuizen. Bij het verwijderen van groenelementen moet wel rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van broedvogels.

Hoofdstuk 6 Conclusie De voorgenomen maatregelen kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de verbodsartikelen uit de Wet Natuurbescherming. Bij het verwijderen van groenelementen en grootschalige werkzaamheden in de tuin moet rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit is geen wettelijk periode maar globaal kan hiervoor 15 maart tot en met 15 juli worden aangehouden.

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

8

Bijlage 1 Sonogram gewone dwergvleermuis Kuilenrode

Opname gewone dwergvleermuis Kuilenrode 8 Hooge Mierde 15-5-2018

Vervolgonderzoek vleermuizen en broedvogels Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2018

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=5df5b26f-7b5b-411b-962c-3d2e52c4997f