CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.04183] - bijlage 8a toelichting - quickscan flora en fauna 8 maart 2021

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8 Hooge Mierde4.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 8: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

1 maart 2021

Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8

Bijlage 8a Quick scan ecologie

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde

Datum:

2 februari 2018

Project:

2597

Opdrachtgever:

Fam. Van Gestel

Auteur:

Bureau van Nierop Bisschop Rythoviusdreef 6A 5561 TD Riethoven

Colofon Projectnummer:

2597

Auteur: Veldmedewerker:

ing. L.J.M. Pruijsten ing. L.J.M. Pruijsten

Copyright:

Fam. Van Gestel / Bureau van Nierop

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Familie van Gestel en/of Bureau van Nierop. Ingenieursbureau van Nierop Bosbouw en Ecologie Bisschop Rythoviusdreef 6a 5561 TD Riethoven Tel.: (0497) 53 54 00 Fax.: (0497) 53 51 00 Email: info@bureauvannierop.nl

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding ............................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 3 1.2 Doel onderzoek ............................................................................................................ 3 1.3 Opbouw rapport ........................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2. Wettelijk kader .................................................................................................. 4 2.1 Gebiedsbescherming ................................................................................................... 4 2.1.1 Natura 2000 ........................................................................................................... 4 2.1.2 NNN ...................................................................................................................... 4 2.1.3 Uitvoering Gebiedsbescherming ............................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ....................................................................................................

6 2.3 Houtopstanden, hout en houtproducten ....................................................................... 8 Hoofdstuk 3. Onderzoekslocatie ............................................................................................ 9 3.1 Beschrijving onderzoekslocatie .................................................................................... 9 3.2 Beschrijving geplande maatregelen ............................................................................. 9 3.3 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden ..........................................................10 3.4 Houtopstanden hout en houtproducten .......................................................................10 Hoofdstuk 4. Onderzoeksmethode .......................................................................................11 4.1 Literatuurstudie en deskresearch ................................................................................11 4.2 Veldbezoek .................................................................................................................11 Hoofdstuk 5.

Resultaten onderzoek ......................................................................................11 5.1 Flora ...........................................................................................................................11 5.2 Vogels .........................................................................................................................11 5.3 Terrestrische zoogdieren ............................................................................................12 5.4 Vleermuizen ................................................................................................................12 5.5 Amfibieën en reptielen ................................................................................................12 5.6 Vlinders en libellen ......................................................................................................12 5.7 Overige beschermde soorten ......................................................................................13 Hoofdstuk 6. Effectenbeoordeling .........................................................................................14 Hoofdstuk 7.

Conclusie en aanbeveling ................................................................................14 Bijlage 1 Jaarrond beschermde vogels .................................................................................15 Bijlage 2 Gegevens NDFF ....................................................................................................16 Bijlage 3 Foto’s onderzoekslocatie .......................................................................................17

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

2

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor deze quickscan is de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op het perceel Hooge- en Lage Mierde H 1648 aan de Kuilenrode te Hooge Mierde. Bij deze ontwikkeling worden een aantal gebouwen gesloopt en een nieuwe woning gerealiseerd. Deze rapportage beschrijft eventuele gevolgen voor beschermde soorten flora en/of fauna en/of beschermde gebieden.

1.2 Doel onderzoek In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke plannen zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen, is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en elementen. Er dient een potentie-inschatting gemaakt te worden van welke soorten in een gebied kunnen voorkomen, in combinatie met een toetsing aan de Wet Natuurbescherming. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of in te schatten, of er binnen het plangebied planten- en/of diersoorten aanwezig zijn, die volgens de huidige wetgeving een beschermde status hebben. Ook dient er vastgesteld te worden of het plangebied in potentie geschikt is voor bepaalde soorten. Indien een planlocatie zich nabij een beschermd gebied bevind, zoals nabij het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) of een Natura 2000 gebied, dient tevens te worden vastgesteld of de voorgenomen activiteiten een negatief effect kunnen hebben op het beschermde gebied. Ook dient te worden bepaald of de geplande ingreep een mogelijke afbreuk doet op de werking van het NNN of de waarde van het gebied.

1.3 Opbouw rapport       

In hoofdstuk 1 wordt een korte inleiding gegeven op de aanleiding van deze quickscan en het doel hiervan; Hoofdstuk 2 omschrijft het wettelijke kader, hier wordt een korte toelichting gegeven op de natuurwetgeving, waarin soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden aan bod komen; In hoofdstuk 3 wordt de onderzoekslocatie beschreven. Hierbij wordt de huidige en de geplande situatie behandeld en de ligging ten opzichte van beschermde gebieden; Hoofdstuk 4 geeft een toelichting op de gebruikte onderzoeksmethode die is uitgesplitst in een literatuurstudie en een veldbezoek. In hoofdstuk 5 worden de resultaten uit de inventarisatie weergegeven; Hoofdstuk 6 behandeld de effecten van de ingreep en de soorten die er (mogelijk) voor komen. In hoofdstuk 7 wordt op basis van de effectenbeoordeling uit hoofdstuk 6 een advies opgesteld.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

3

Hoofdstuk 2. Wettelijk kader In dit hoofdstuk wordt kort het wettelijke kader en de toepassing op ruimtelijk ingrepen beschreven. 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Middels deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet Natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn is geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming, deze wet regelt o.a. de bescherming van Natura 2000 gebieden. In de onderstaande paragraaf wordt dit nader toegelicht. Daarnaast wordt in de daaropvolgende paragraaf het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen EHS) beschreven, deze maakt geen deel uit van de Wet Natuurbescherming. De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke omgevingsrecht (Barro). 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit Europees perspectief. Natura 2000 komt voort uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. 2.1.2 NNN Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) is de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincie is verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het netwerk helpt te voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde natuurgebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Grote delen van het NNN vallen samen met Natura 2000 gebieden. het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. Ruimtelijke plannen van gemeenten moeten hieraan worden getoetst.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

4

2.1.3 Uitvoering Gebiedsbescherming Natura 2000 Artikel 1.11 uit de wet natuurbescherming beschrijft het volgende:

1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Voor een natura 2000 gebied geldt dat ontwikkelingen niet zijn toegestaan als deze de wezenlijke kenmerken of waarden van een gebied aantasten. Plannen die van invloed kunnen zijn op een aanwezen gebied moeten vooraf worden getoetst. Het toetsingskader bestaat uit drie stappen.

- Bij het nemen van beslissingen over plannen moet rekening worden gehouden met de instandhoudingsdoelen uit de Wet ; - Als er te beschermen waarden in het geding kunnen komen, moet er een passende beoordeling worden gemaakt; - Als substantiële schade aan beschermde habitatten te verwachten is, kan slechts bij dwingende reden van openbaar belang én aantoonbare afwezigheid van een alternatief plan tot uitvoering worden overgegaan. In dat geval is compensatie verplicht. Nationaal Natuurnetwerk In of in de nabijheid van een NNN gebied geldt het ‘Nee, tenzij’ principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming kan wel worden gekregen indien er sprake is van groot openbaar belang, geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, de oppervlakte en de samenhang worden beperkt en de overblijven effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

5

2.2 Soortenbescherming De wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten. Er is een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en eigen vereisten of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan:  Er mag alleen worden afgeweken van de bepalingen als er geen alternatieve bevredigende oplossing voor handen is;  Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat de belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid;  Tenslotte mag geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van een soort. Als aan alle drie van de vereisten wordt voldaan, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een gedragscode of provinciale vrijstelling.

De verbodsbepalingen voor vogels en habitatrichtlijnsoorten sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het ‘nee tenzij-principe). De verbodsbepaling voor beschermde soorten zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Een belangrijk onderdeel van de wet natuurbescherming is de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld echter kan deze wel door toepassing van bestuursdwang gehandhaafd worden. De formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat als iemand bepaalde handelingen wil verrichten die gevolgen voor natuurwaarden kunnen hebben er vooraf inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden er aanwezig zijn en wat de gevolgen van de maatregelen op deze waarden zijn. De provincie is het bevoegd gezag voor vrijstelling en ontheffing verlening. In het geval van een omgevingsvergunningplichtige activiteit is voor de gemeente een procedurele rol weggelegd.

In het figuur op de volgende pagina is een stappenplan opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt wanneer een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

6

Afbeelding 1. Stappenplan soortenbescherming (bron: Ministerie van Economische Zaken)

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

7

2.3 Houtopstanden, hout en houtproducten Hoofdstuk 4 van de Wet Natuurbescherming “Houtopstanden, hout en houtproducten” regelt de bescherming van houtopstanden. Deze wet heeft betrekking op alle buiten de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. De wet beschrijft dat het verboden is om, een houtopstand van tien are of meer, of een rijbeplanting van 20 bomen of meer, te kappen zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Indien een houtopstand geheel of gedeeltelijk wordt gekapt is de rechthebbende (eigenaar) binnen drie jaar verantwoordelijk voor een op bosbouwkundige verantwoorde wijze herbeplanting van dezelfde grond of minimaal dezelfde oppervlakte. Provinciale staten kunnen bij verordening regels opstellen over de wijze van herplant.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

8

Hoofdstuk 3. Onderzoekslocatie 3.1 Beschrijving onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kuilenrode te Hooge Mierde, Provincie NoordBrabant. De onderzoekslocatie bestaat uit een woonhuis, schuur, stallen en enkele kleine bijgebouwen. Rondom het woonhuis is een tuin gelegen die voornamelijk bestaat uit tuinplanten, een stuk gras met enkele fruitbomen en een doorgeschoten beukenhaag.

Afbeelding 2. Ligging onderzoekslocatie

3.2 Beschrijving geplande maatregelen De geplande maatregelen bestaan uit de sloop van het woonhuis, de schuur, stallen en bijgebouwen. Daarnaast wordt een deel van het aanwezige groen verwijderd. Na deze maatregelen wordt een nieuwe woning gerealiseerd op de locatie van de oude woning. Daarnaast wordt een woning gerealiseerd op de locatie van de oude woning. Ook wordt er een paardenstal gerealiseerd.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

9

3.3 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden De onderzoekslocatie zelf heeft geen status in het kader van de Wet Natuurbescherming (Natura 2000, Vogel- of Habitatrichtlijn). In de directe omgeving, stroomt het riviertje de Reusel. Deze maakt deel uit van het Natura 2000 gebied Kempenland-West. De voorgenomen maatregelen hebben geen gevolgen voor het Natura 2000 gebied gezien de afstand en de lokale aard van de maatregelen. De onderzoekslocatie zelf is niet gelegen binnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). De gebieden aan de west, noord en oostzijde vallen wel binnen de begrenzing van het NNB. De voorgenomen ontwikkelingen zullen echter niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of leiden tot een vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden.

Afbeelding 3. Ligging ten opzichte van het NNB

3.4 Houtopstanden hout en houtproducten De onderzoekslocatie is gelegen buiten de bebouwde kom, in de meeste gevallen komt deze overeen met de komgrenzen voor houtopstanden (voormalige komgrens boswet). Dit betekend dat de APV van de gemeente Reusel de Mierden van toepassing is. Voor het kappen van de doorgeschoten beukenhaag zal in dit geval waarschijnlijk een kapvergunning moeten worden aangevraagd.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

10

Hoofdstuk 4. Onderzoeksmethode 4.1 Literatuurstudie en deskresearch Tijdens de literatuurstudie is gebruik gemaakt van gegevens uit verschillende bronnen. De belangrijkste zijn; verspreidingsatlassen en gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In bijlage 2 is een lijst opgenomen van beschermde soorten die in de laatste vijf jaar binnen een straal van 1 kilometer van de onderzoekslocatie zijn waargenomen.

4.2 Veldbezoek Op 29 januari 2018, bij 10°C en bewolkt weer, is een eenmalig veldbezoek afgelegd door Bureau van Nierop aan de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, haren etc.). Daarnaast is er gekeken of binnen de onderzoekslocatie of directe omgeving potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn van beschermde soorten. Hierbij is in het bijzonder aandacht besteed aan de te slopen gebouwen.

Hoofdstuk 5. Resultaten onderzoek 5.1 Flora De onderzoekslocatie bestaat voor het grootste deel uit bebouwing en verharding. Daarnaast is er rondom het woonhuis tuin aanwezig. De tuin bestaat voornamelijk uit tuinplanten, gazon, lage beukenheggen en een doorgeschoten beukenhaag. Uit het literatuuronderzoek komt naar voren dat binnen een straal van 1 kilometer een groeiplaats van de drijvende waterweegbree aanwezig is. Omdat deze soort voorkomt op zonnige plaatsen in stilstaand of zwak stromend voedselarm water kan worden uitgesloten dat deze voorkomt binnen de onderzoekslocatie. Het is niet aannemelijk dat er binnen de onderzoekslocatie beschermde soorten aanwezig zijn. Voornamelijk gezien het voormalige agrarische gebruik en de aanwezigheid van het woonhuis met onderhouden tuin.

5.2 Vogels Alle van nature in het wild levend vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn beschermd. Het is verboden om ze opzettelijk te doden of te vangen of om opzettelijk hun nesten, eieren of rustplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor een aantal soorten zijn de nesten en hun functionele omgeving zelfs jaarrond beschermd, zie bijlage 1. Tijdens de literatuurstudie kwamen een aantal soorten met jaarrond beschermde nesten naar voren die in de directe omgeving voorkomen, zie bijlage 2. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig in bomen of andere groenelementen. Een van de schuren zou geschikt kunnen zijn voor bijvoorbeeld kerkuil. Echter kon deze schuur van binnen volledig worden geïnspecteerd waardoor een nest van deze soort kan worden uitgesloten. Voor gierzwaluwen zijn in de gebouwen geen geschikte invliegopeningen aanwezig. Op basis van het veldbezoek kan echter niet worden uitgesloten dat er verblijfplaatsen van huismussen aanwezig zijn in een van de gebouwen. Vooral omdat er in de directe omgeving van de gebouwen een cluster van geschikt leefgebied aanwezig is bestaande uit; groenblijvende struiken voor overnachting en dekking, open zandige plekken voor stofbaden en delen met water. Het geheel aan leefgebied of delen daarvan zijn beschermd als deze voor de aanwezige populatie van belang zijn.

Tijdens het verwijderen van het groen moet rekening worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van broedgevallen van vogels, zie ook hoofdstuk 6 en 7.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

11

5.3 Terrestrische zoogdieren Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde of kwetsbare terrestrische zoogdieren in het plangebied. Uit de directe omgeving zijn waarnemingen bekend van een aantal algemene zoogdieren, zie bijlage 2. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Het is mogelijk dat een soort als de steenmarter gebruik maakt van een van de gebouwen, echter zijn hiervan geen sporen aangetroffen. In de provincie Noord-Brabant is echter een vrijstelling voor het opzettelijk vernietigen van de vaste rust- en verblijfplaatsen indien er sprake is van overlast in woningen (artikel 3.2 lid 1 en 2 verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Mocht deze soort een verblijfplaats hebben in een van de gebouwen dan mag deze worden verstoord en de verblijfplaats worden verwijderd, zie ook hoofdstuk 6 en 7. Het is aannemelijk dat algemene soorten gebruik maken van de onderzoekslocatie, m.n. de tuin. Hierbij moet worden gedacht aan soorten zoals; konijn, egel, en muizen en spitsmuizen. Ook met de aanwezigheid van deze soorten moet rekening worden gehouden, zie hoofdstuk 6 en 7.

5.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn opgenomen in bijlage IV van de habitatrichtlijn en strikt beschermd middels de Wet Natuurbescherming. Er zijn geen waarnemingen bekend van het gebruik van de onderzoekslocatie door vleermuizen. Wel zijn er waarnemingen bekend van de grootoorvleermuis uit de directe omgeving, zie bijlage 2. Tijdens het veldbezoek zijn de gebouwen van binnen en van buiten geïnspecteerd, waarbij is gezocht naar sporen van vleermuizen. In de schuur naast het woonhuis is een nachtvlindervleugel gevonden. Dit kan duiden op de aanwezigheid van grootoorvleermuizen. Deze kunnen gebruik maken van de schuur als verblijfplaats of als roestplaats, waar ze o.a. hun gevangen prooien opeten. Het woonhuis heeft daarnaast diverse invliegopeningen en een zolder met houten balken die toegankelijk is vanaf de buitenzijde. De voormalige varkenstallen lijken niet zeer geschikt te zijn voor vleermuizen, daarnaast waren ze tot voor kort nog in gebruikt. Een van de stallen wordt op dit moment zelfs nog gebruikt voor mestopslag. In de woning is een kelder aanwezig, deze is geïnspecteerd. De kelder is van buitenaf niet toegankelijk voor vleermuizen omdat het raam is dichtgemaakt met gaas. Daarnaast is de hele kelder van boven tot beneden betegeld waardoor de muren te glad zijn en er geen geschikte wegkruipmogelijkheden aanwezig zijn.

In bijlage 3 zijn enkele foto’s opgenomen van de gebouwen. Op basis van het veldbezoek kan niet worden uitgesloten dat er in de te slopen gebouwen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, zie hoofdstuk 6 en 7.

5.5 Amfibieën en reptielen In de directe omgeving zijn waarnemingen bekend van verschillende amfibieën. De onderzoekslocatie zelf heeft geen functie voor amfibieën omdat er geen geschikt leefgebied aanwezig is (ontbreken geschikt voortplantingswater). De tuin kan eventueel dienen als landhabitat echter lijkt dit niet waarschijnlijk gezien de relatief geïsoleerde ligging. Het is aannemelijker dat het landbiotoop is gelegen in de bossen in de buurt van het aanwezige water. Daarnaast lijkt het waarschijnlijk dat de waarnemingen zijn gedaan in of in de nabijheid van de vennen en vijvers in de direct omgeving. Er is binnen de onderzoekslocatie geen geschikt leefgebied aanwezig voor reptielen.

5.6 Vlinders en libellen Er zijn geen waarnemingen bekend van vlinders uit de direct omgeving. Tijdens het veldbezoek is een dode dagpauwoog aangetroffen in een van de te slopen schuren. Waarschijnlijk betrof dit een overwinterend exemplaar die het niet heeft overleefd. De onderzoekslocatie is niet van bijzondere betekenis voor deze soortengroep. Voor libellen is geen geschikt leefgebied aanwezig, voornamelijk door het ontbreken van water.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

12

5.7 Overige beschermde soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde soorten uit onderzoekslocatie of de directe omgeving die gebruik kunnen maken van onderzoekslocatie.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

de de

13

Hoofdstuk 6. Effectenbeoordeling De onderzoekslocatie bestaat uit een woonhuis, met enkele kleine bijgebouwen, een schuur en varkensstallen. Rondom de bebouwing is verharding aanwezig, tuin met sierbeplanting en een doorgeschoten haag. De voorgenomen maatregelen bestaan uit de sloop van de bebouwing, verwijderen van het groen en de realisatie van twee nieuwe woningen en een paardenstal. Op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek kan niet worden uitgesloten dat er verblijfplaatsen aanwezig zijn van vleermuizen in de gebouwen. Ook kan niet worden uitgesloten dat er huismussen broeden in een van de gebouwen. Het aanwezige groen kan worden gebruikt door broedvogels en algemene zoogdieren. Het slopen van de gebouwen en het verwijderen van het groen kan leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming.

Hoofdstuk 7. Conclusie en aanbeveling Indien de voorgenomen ontwikkelingen worden uitgevoerd kan niet worden uitgesloten dat de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming worden overtreden. Hiervoor moet inzicht worden verkregen in:  De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in een van de gebouwen. Het betreft hier naar alle waarschijnlijkheid: zomerverblijfplaatsen- paarverblijfplaatsen en mogelijk kraamverblijfplaatsen;  De aanwezigheid van broedgevallen van huismussen in een van de te slopen gebouwen. Indien deze aanwezig zijn moet inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen zijn voor de lokale populatie. Daarnaast moet er tijdens de werkzaamheden rekening worden gehouden met de aanwezigheid van broedvogels in de groenelementen. - Er wordt gewerkt buiten de voor broedvogels kwetsbare periode (broedseizoen) dit is geen wettelijke periode maar globaal kan hiervoor 15 maart tot en met 15 juli worden aangehouden. - Tijdens de werkzaamheden wordt er rekening gehouden met artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming, de zorgplicht. Dit artikel beschrijft dat er tijdens werkzaamheden voldoende zorg in acht moet worden genomen voor alle in het wild voorkomende platen en dieren. Het actief doden van dieren is altijd verboden. Indien volgens bovenstaande voorwaarden wordt gehandeld wordt er aantoonbaar zorgvuldig gewerkt.

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

14

Bijlage 1 Jaarrond beschermde vogels Door het ministerie van LNV (nu: Economische Zaken) is een lijst opgesteld waarin een aantal in Nederland kwetsbare vogelsoorten zijn opgenomen waarvan de nesten het hele jaar zijn beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën. De nesten in categorie 1 t/m 4 zijn het hele jaar door beschermd. Voor categorie 5 geldt dat de nesten alleen tijdens de broedperiode zijn beschermd. Hierbij geldt echter dat bij zwaarwegende ecologische omstandigheden ook nesten van categorie 5 soorten jaarrond beschermd kunnen zijn. Hieronder zijn de soorten uit categorie 1 t/m 4 weergegeven. - Boomvalk (Falco subbuteo) - Buizerd (Buteo buteo) - Gierzwaluw (Apus apus) - Grote gele kwikstaart (Motacilla cincerea) - Havik (Accipiter gentilis) - Huismus (Passer domesticus) - Kerkuil (Tyto alba) - Oehoe (Bubo bubo) - Ooievaar (Ciconia ciconia) - Ransuil (Asio otus) - Roek (Corvus frugilegus) - Slechtvalk (Falco peregrinus) - Sperwer (Accipiter nisus) - Steenuil (Athene noctua) - Wespendief (Pernis apivorus) - Zwarte wouw (Milvus migrans).

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

15

Bijlage 2 Gegevens NDFF © NDFF - quickscanhulp.nl 29-01-2018

Soort Heikikker Poelkikker Rugstreeppad Alpenwatersalamander Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Vinpootsalamander Bosbeekjuffer Levendbarende hagedis Drijvende waterweegbree Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Wespendief Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone/Grijze grootoorvleermuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis

Soortgroep Bescherming Afstand Amfibieën wnb-hrl 0 - 1 km Amfibieën wnb-hrl 0 - 1 km Amfibieën wnb-hrl 0 - 1 km Amfibieën wnb-andere soorten 0 - 1 km Amfibieën wnb-andere soorten 0 - 1 km Amfibieën wnb-andere soorten 0 - 1 km Amfibieën wnb-andere soorten 0 - 1 km Amfibieën wnb-andere soorten 0 - 1 km Amfibieën wnb-andere soorten 0 - 1 km Insecten - Libellen wnb-andere soorten 0 - 1 km Reptielen wnb-andere soorten 0 - 1 km Vaatplanten wnb-hrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Zoogdieren wnb-hrl 0 - 1 km Zoogdieren wnb-hrl 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten

0 - 1 km Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

16

Bijlage 3 Foto’s onderzoekslocatie

Kelder te slopen woonhuis

Zolder te slopen woonhuis

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

17

Balken op zolder te slopen woonhuis

Buitenzijde te slopen woning

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

18

Buitenzijde te slopen woning

Open schuur met balken

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

19

Binnenzijde open schuur

Te slopen stalen

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

20

Binnenzijde van een stal

Tuin met doorgeschoten beukenhaag en bomen

Quickscan flora en fauna Kuilenrode 8 Hooge Mierde Bureau van Nierop 2017

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=090bc9c9-e1f5-4375-ad28-e3d388458512