CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.03922] - Bijlage 3.6 bij de toelichting - rapport quickscan flora en fauna Wilhelminalaan 71A-75 3 maart 2021

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Stedelijk Gebied: Wilhelminalaan 71a-75, Reusel4.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Wilhelminalaan 71A-75 Reusel

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Quickscan flora en fauna

in opdracht van Urbitom De heer T. Seebregts Tweede Donk 8 5233 HR ’S-HERTOGENBOSCH betreffende locatie Wilhelminalaan 71A-75 Reusel (gemeente Reusel-De Mierden) documentkenmerk 1903/261/ROS-02 versie 1 vestiging Nuenen datum 8 juli 2019

opgesteld door: dr. A.J. Klarenberg

gecontroleerd door: ir. R.A.C. van de Voort

Projectmedewerker ecologie

Senior projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

6

4

Resultaten

7

4.1

Flora

7

4.2

Vogels

7

4.3

Grondgebonden zoogdieren

8

4.4

Vleermuizen

8

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

9

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

10

5

Conclusies

11

5.1

Beschermde gebieden

11

5.2

Soorten

11

5.3

Zorgplicht

12

5.4

Eindconclusie

13

5.5

Advies

13

6

Literatuurlijst

14

Bijlagen 1.

situatietekening plangebied

2.

fotobijlage veldbezoek van 26 april 2019

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

1 Inleiding In opdracht van Urbitom is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen aan de Wilhelminalaan 71A - 75 te Reusel. Het plangebied betreft grofweg de kadastrale percelen gemeente Reusel, sectie A, nummers 3019, 4875, 4877 en 5316, 5317, 5318, 5319 en 8978 gedeeltelijk en is circa 2250 m2 groot. Het voornemen bestaat om op deze percelen een appartementengebouw met 10 appartementen, een parkeerkelder en 4 grondgebonden woningen te realiseren. Daarnaast wordt een groenzone gerealiseerd die de Vlassert verbindt met de Wilhelminalaan. Het plan beoogt ook het verplaatsen van een trafostation en een POP-gebouw ten behoeve van het lokale glasvezelnetwerk. Voor deze ontwikkelingen wordt de huidige bebouwing (2 woningen) gesloopt. Het onderzoeksgebied is thans bestemd als “Wonen en Groen” en is in de huidige situatie buiten de twee voornoemde woningen braakliggend.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: https://perceelloep.nl)

Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden.

pagina 1 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in de kern van de bebouwde kom van Reusel is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016), de “Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant” en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De donkergroene highlights betreffen het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) in de provincie Noord-Brabant ook wel Natuurnetwerk Brabant (verder: NNB) genoemd. Het Natura 2000-gebied is met de geelgroene kleur aangeduid. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied en NNB is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 3 kilometer ten zuidoosten van het plangebied gelegen en betreft “Kempenland-West”.

pagina 3 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Het heide- en vennengebied van Kempenland bestaat uit enkele enigszins verspreid liggende delen: in het westen de Rovertse Heide, meer naar het oosten de Mispeleindsche Heide en Neterselsche Heide, dan de Landschotsche Heide, en tenslotte nog verder naar het oosten tussen Vessem en Wintelre, het Grootmeer. Tussen deze heideterreinen stromen de meanderende lopen van de laaglandbeken Reusel, Groote Beerze en Kleine Beerze. De Rovertsche Heide, oorspronkelijk een groot heidegebied dat in de 20ste eeuw met naaldhout is bebost, omvat hier de Rovertsche Leij met beekbegeleidend bos alsmede het ven Papschot. De Mispeleindsche en Neterselsche Heide zijn droge en vochtige heiderestanten met vennen (De Flaes, Het Goor) van de voorheen uitgestrekte en kenmerkende Kempische heiden. De Neterselsche Heide omvat het gebied 'Grijze Steen' (met snavelbiesbegroeiingen) en broekbossen. De Landschotse Heide bestaat uit overgangen van droge en vochtige heiden met hierin enkele heidevennen (Keijenhurk, Kromven, Wit Hollandven en Berkven). Het Groot en Klein Meer zijn voormalige heidevennen te midden van een groot bosgebied. In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt.

Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNB is op een afstand van circa 720 meter ten oosten en 730 meter ten westen gelegen.

Figuur 4: kaart NNB. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNB-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een relatief kleinschalige ingreep binnen de bebouwde kom (sloop van twee woonhuizen en de nieuwbouw van een appartementencomplex en vier grondgebonden woningen inclusief de aanleg van een groenzone). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 3 kilometer afstand gelegen. Gezien deze afstand en de aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten.

pagina 4 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas en de “Werkatlas amfibieën en reptielen van Noord-Brabant”. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:139 / Y:374. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2019 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, ree, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, ondergrondse woelmuis, hermelijn, wezel, bunzing, rosse woelmuis, muskusrat, konijn, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, bruine rat, zwarte rat, eekhoorn, dwergspitsmuis, mol en vos.

Uit gegevens van de Werkatlas amfibieën en reptielen blijkt dat enkel de volgende soorten in de periode van 1995 tot en met 2004 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: vinpootsalamander, gewone pad, heikikker, bruine kikker, bastaardkikker, poelkikker, middelste groene kikker en levendbarende hagedis. In de periode 2000-2019 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gladde slang, levendbarende hagedis, gewone pad, alpenwatersalamander, vinpootsalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, poelkikker, heikikker en bruine kikker.

pagina 5 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

3 Veldbezoek Het plangebied is op 26 april 2019 in de ochtend bezocht. Er was sprake van licht bewolkt, droog weer, met windkracht 2 Bft en een temperatuur van circa 11 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zichten geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit twee gescheiden woningen met aan de achterzijde een braakliggend terrein met een trafohuisje.

De erfgrenzen zijn deels afgeschermd door hoge schuttingen. Op dit terrein staan een aantal bomen en struiken. De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.

pagina 6 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora In de maand april is een groot deel van de planten zichtbaar. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied echter geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig zodat het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels niet is uitgesloten. De woningen aan de Wilhelminastraat 71A en 75 inclusief de achterbouwen zijn voorzien van pannendaken. De gevelpannen zijn afgesmeerd met cement en de buitenmuren bevatten geen geschikte openingen die toegang kunnen bieden tot eventuele nestplaatsen aan de gierzwaluw (Apus apus) en de huismus (Passer domesticus). De pannendaken van Wilhelminastraat 71A zijn voorzien van een plat type dakpannen en zijn onbeschadigd. De dakpannen Wilhelminastraat 75 zijn eveneens onbeschadigd, liggen niet los of scheef en bevatten geen geschikte openingen. De afstanden tussen onderste rij dakpannen en de goten van beide woningen bieden zowel aan de gierzwaluw en de huismus onvoldoende gelegenheid om in of uit te vliegen. De lage aangebouwde schuur aan de achterbouw en een lage vrijstaande schuur Wilhelminastraat 75 zijn voorzien van een golfplaten dakbedekking. De golfplaten zijn niet geïsoleerd en worden te warm in de zon, waardoor deze gebouwen ongeschikt zijn voor vogels om in te verblijven. Voornoemde twee vogelsoorten zijn ook niet waargenomen en er zijn tevens geen (poep)sporen aangetroffen.

Het bezoek vond bovendien plaats in het broedseizoen van de huismus. Uit het vorenstaande blijkt dat de te slopen bebouwing ongeschikt zijn als jaarrond beschermde vaste verblijfsplaats van de gierzwaluw en de huismus. Tevens zijn er geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van andere vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. De aanwezige bomen en struiken kunnen wel dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk gebied” en “struwelen” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor bos-, weide- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn een houtduif (Columba palumbus), een kauw (Corvus monedula), een merel (Turdus merula) en een zwarte kraai (Corvus corone) aangetroffen in het plangebied.

pagina 7 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Daarnaast zijn een koolmees (Parus major) en een roodborst (Erithacus rubecula) gehoord. Zowel binnen het plangebied als in de directe omgeving daarvan zijn geen nesten aangetroffen met uitzondering van een (oud) nest van een merel in een nis van een buitenmuur van de achterbouw van het pand aan de Wilhelminalaan 71A. Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien als foerageergebied (tuin) in gebruik blijven. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.

4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Voor minder algemene soorten (nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld in de Wnb), met uitzondering van de steenmarter (Martes foina), is het plangebied ongeschikt vanwege de aanwezige bebouwing en bestrating. Van de steenmarter zijn echter geen sporen aangetroffen zoals een verblijfsplaats, pootafdrukken, vraatsporen, latrines of uitwerpselen. Het plangebied kan wel als foerageergebied dienen, echter zal dit geen essentieel foerageergebied zijn. Het plangebied is ongeschikt voor kleine marterachtigen zoals de wezel (Mustela nivalis) en bunzing (Mustela putorius). Hiervan zijn ook geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. De bunzing houdt vooral van gebieden met oppervlaktewater. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De wezel heeft de voorkeur voor open, droge natuur- en cultuurlandschap met in de omgeving voldoende dekking. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van tuinen om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten.

Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.4 Vleermuizen Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen op voorhand niet valt uit te sluiten. De woning aan de Wilhelminastraat 71A inclusief de twee achterbouwen zijn voorzien van pannendaken. De gevelpannen zijn afgesmeerd met cement en bevatten geen geschikte openingen. De pannendaken zijn voorzien van een plat type dakpannen en zijn onbeschadigd. De dakpannen liggen niet los of scheef. De afstanden tussen onderste rij dakpannen en de goten bieden aan gebouwbewonende vleermuizen onvoldoende gelegenheid om in of uit te vliegen. De buitenmuren bevatten geen open stootvoegen die toegang kunnen bieden aan gebouwbewonende vleermuizen tot eventuele verblijfsplaatsen in de spouwen. Hierdoor is deze woning met de achterbouwen ongeschikt als verblijfsplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. De woning aan de Wilhelminastraat 75 en de achterbouw zijn beiden voorzien van pannendaken.

pagina 8 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

De dakpannen zijn onbeschadigd, liggen niet los of scheef en bevatten geen geschikte openingen. De afstanden tussen onderste rij dakpannen en de goten bieden aan gebouwbewonende vleermuizen onvoldoende gelegenheid om in of uit te vliegen. De buitenmuren bevatten geen open stootvoegen die toegang kunnen bieden aan vleermuizen tot eventuele verblijfsplaatsen in de spouwen. De oostelijke zijgevel van het pand is volledig bedekt met klimop (Hedera helix) en is hierdoor verder niet geschikt. Echter, de westelijke zijgevel, die op verdiepingshoogte is voorzien van een gepotdekselde houten gevelbetimmering waarvan de spleten tussen de verweerde planken voldoende ruimte bevatten om als verblijfsplaats te dienen voor vleermuizen. De lage aangebouwde schuur aan de achterbouw en een lage vrijstaande schuur behorende bij Wilhelminastraat 75 zijn beide voorzien van een golfplaten dakbedekking. De golfplaten zijn niet geïsoleerd en worden te warm in de zon, waardoor deze schuren ongeschikt zijn voor vleermuizen. In de bomen, aanwezig binnen en op de grens van het plangebied, zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Mogelijk zal het plangebied tevens gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen.

Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de tuinen en het aanwezige weiland ten zuiden van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. De bomen in het plangebied staan verspreid en sluiten niet aan op bomenrijen in de omgeving. Hierdoor vormen ze geen essentiële vliegroute. Conclusie: de woning aan de Wilhelminastraat 75 is deels geschikt als vaste verblijf- of voortplantingsplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Volgens de voorgenomen plannen zal het gehele gebouw worden gesloopt, waardoor mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen negatief beïnvloed kunnen worden. Om deze reden dient aanvullend onderzoek plaats te vinden naar gebouwbewonende vleermuizen. Er zijn geen andere vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden.

Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.

4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn zowel geen beschermde amfibieën en reptielen als sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van (beschermde) vissen kan derhalve worden uitgesloten. Eveneens is het plangebied ongeschikt voor beschermde amfibieën vanwege het ontbreken van geschikt voortplantingswater.

pagina 9 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Daarnaast is het plangebied voor de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) en de gladde slang (Coronella austriaca), die in de omgeving van het plangebied voorkomen, ongeschikt door de afwezigheid van vochtige/droge heide en/of ruigten. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 10 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNB-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een relatief kleinschalige ingreep binnen de bebouwde kom (sloop van twee woonhuizen en de nieuwbouw van een appartementencomplex en vier grondgebonden woningen inclusief de aanleg van een groenzone). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 3 kilometer afstand gelegen. Gezien deze afstand en de aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten.

5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.

Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.

pagina 11 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Van de bebouwing is alleen de woning van de Wilhelminastraat 75 deels (westelijke zijgevel) geschikt als vaste verblijf- of voortplantingsplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden in de vorm van minimaal vijf veldbezoeken, waarvan drie in de periode 15 mei-15 juli en twee in de periode 15 augustus-1 oktober. Deze onderzoeken worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Er zijn geen andere vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden.

In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm tuinen van omliggende woningen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen.

pagina 12 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

• •

nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;

•

nader onderzoek naar andere soorten is niet noodzakelijk;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.

5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van het nieuw te bouwen appartementengebouw en de 4 grondgebonden woningen wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.

pagina 13 van 14

documentkenmerk: 1903/261/ROS-02, versie 1

6 Literatuurlijst BIJ12 (2017a) Kennisdocument Huismus, Passer domesticus BIJ12 (2017b) Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Delft, J.J.C.W. van, Schuitema, W. (2005) Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. Stichting Ravon NDFF (2019) Geraadpleegd op 2 juli 2019 via www.verspreidingsatlas.nl Ravon (2019) Geraadpleegd op 2 juli 2019 via www.ravon.nl Zoogdiervereniging (2019) Geraadpleegd op 2 juli 2019 via www.zoogdiervereniging.nl

pagina 14 van 14

Situatietekening : 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A–75 te Reusel

Geplande situatie

pagina 1

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 13

Foto 14

Foto 15

pagina 5

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 16

Foto 17

Foto 18

pagina 6

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 19

Foto 20

Foto 21

pagina 7

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 22

Foto 23

Foto 24

pagina 8

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 25

Foto 26

Foto 27

pagina 9

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 28

Foto 29

Foto 30

pagina 10

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 31

Foto 32

Foto 33

pagina 11

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 34

Foto 35

Foto 36

pagina 12

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 37

Foto 38

Foto 39

pagina 13

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 40

Foto 41

Foto 42

pagina 14

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 43

Foto 44

Foto 45

pagina 15

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 46

Foto 47

Foto 48

pagina 16

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 49

Foto 50

Foto 51

pagina 17

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 52

Foto 53

Foto 54

pagina 18

Fotobijlage: 1903/261/ROS-02, Wilhelminalaan 71A-75 te Reusel

Foto 55

Foto 56

Foto 57

pagina 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=17d02d68-9020-4e68-8630-4e903550c262