CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.00082] - Bijlagen toelichting_Bijlage 5 Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan "Stedelijk gebied, Hondsbos 21 Reusel"5.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

t

JË'-. J

Hondsbos 21 te Reusel, gemeente Reusel-De Mierden Een Bureauondezoek en lnventariserend Veldondezoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek

J.A.G. van Rooij

N. de Jonge

J.M. Blom

EJ ,) -o -o I

o

!

-o

h¡

o o ¡t o -J

'rrl}. 2

Golofon ADC Rapport 2619 Hondsbos 21 te Reusel, gemeente Reusel-De Mierden Een Bureauondezoek en lnventariserend Veldondezoek in de vorm van een verkennend en karterend boorondezoek Auteurs: JA.G. van Rooij, N. de Jonge & J.M. Blom ln opdracht van: Croonen Adviseurs @ ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, l3 januari 201 I

Foto's en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzÜ anders vermeld

.i t4

::

".)

.t 4.i: ttij

:?

!:.:/.a!;.

ADC ArcheoProjecten rapport 26 1

I

Hondsbos 2i te Reusel

.l

3

lnhoudsopgave

onderzoeksgebied Samenvatting 'I lnleiding 1.1 Algemeen 1.2 Doelstelling en vraagstelling 2 Methodiek bureauonderzoek 3 Resultaten bureauondezoek Administratieve gegevens van het

3. 1 Afbakening

toekomstige

4

s 7 7 7 7

I

plan- en ondezoeksgebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk

gebruik

3.2 Beschrijving huidig gebruik

3.3 Beschrijving van de historische s¡tuatie en mogelijke verstoringen 3.4 Beschrijving van bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke waarden

4

3.5 Gespecificeerdeverwachting

(LS05l

MethodieklnventariserendVeldonderzoek0VO-O)

4.1 Kader

5 6 7

4.2 Methode

I I

B

o 't0

il

ll

ResultatenlnventariserendVeldonderzoekflVO-O)

5.1 Lithologische beschrijving 5.2 lnterpretatie

Conclusies Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen

11

12 12 12 13

't3 13

Bijlage 1 Boorgegevens

ADC ArcheoProjecten rapport 26 1 9

Hondsbos 21 te Reusel

4

Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Provincie:

Noord-Brabant

Gemeente: Plaâts:

Reusel-De Mierden

Toponiem: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Oppervlakte plangebied Coördinaten:

Hondsbos 2l Kadastrale gemeente Reusel, sectie F, perceelnummer694 s0H 3000 m'?

Bevoegde overheid: Deskundige namens de bevoegde overheid:

gemeente Reusel-De Mierden Mevr. A. Julicher

ARCHIS-ondezoeksmeldingsnummer (ClS-code): ADC-projectcode: Periode van uiwoering: Beheer en plaats documentatie: Beheer en plaats digitale documentatie:

44504 4121374

Reusel

341375.688 (NV'/); 13e.190/375.6e4 (NOl; 139.202/37s.674 (ZO)i 1 39.1 59/375.619 [Zllì0 1 39.1

aa.:-a

december 201 0 en januari 201 1 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

r,l..r

;1! ii: iit

..

ilti 2i

,:!.ti

rl,ti!.

''2.ïüA.:j. ....:.::i

..1::

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

:I

o Samenvatting ln opdracht van Croonen Adviseurs heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldondezoek uitgevoerd voor het plangebied Hondsbos 2l in Reusel (gemeente Reusel-De Mierden). ln het plangebied zal nieuwbouw plaatsvinden. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een wijziging in het bestemmingsplan en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activite¡ten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. Volgens de gespecificeerde ven¡øacht¡ng uit het bureauonderzoek werden binnen het plangebied archeologische resten uit alle perioden verwacht, in de mogelijk aanwezige veldpodzolgronden. Het eventuele vondstniveau werd verwacht in de eerste ca. 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen, waterputten etc.l worden, indien binnen het gebied geen ophogingen aanwezig zijn, binnen ca. 50 cm beneden het maaiveld verwacht. Teneinde deze ven¡r¡achting te toetsen werd in het plangebied een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Uit het veldonderzoek bleek dat vanaf gemiddeld 60 cm -mv en dieper de C-horizonl aanwezig is. Dit is de natuurlijke ondergrond, die niet of nauwelijks beïnvloed is door bodemwerking.

Hierop is een gemiddeld 50 cm dikke omgewerkte menglaag aanwezig van de bovenliggende A-horizont en de onderliggende C-horizont. Vanaf I 0 cm -mv tot aan het maaiveld is een'stiooisellaag aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen sporen van podzolering aangetroffen. Binnen het plangebied is sprake van een verstoord bodemprofiel. De kans op aanwezige archeologische resten in situ is hierdoor zeer klein. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig ui! tq sluiten dat biniren het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdienî daarom áanbéveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.

ADC ArcheoProjecten rapport 261 9

Hondsbos 21 te Reusel

6

Tabel t. Ovenicht van de verschillende (pre)historische perioden. Tijd in jaren

Periode 500 - heden

Nieuwe tijd

1

Middeleeuwen:

450 - 1500 na Chr,

Late M¡ddeleeuwen

1050 - 1500 na Chr

Vroege Middeleeuwen

450 - 1 050 na Chr. '12

Romeinse tijd:

voor Chr. - 450 na Chr.

Laat-Romeinse tÛd

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

70 - 270 na Ctu.

Vroeg-Romeinse tijd

1

2 voor Chr. - 70 na Chr.

800-l2voorChr

Uzertijd: Late lJzertijd

250 - l2voorChr.

Midden-lJzertijd

500 - 250 voor Chr. 800 - 500 voor Chr.

Vroege lJzertijd 2000 - 800 voor Chr,

Bronstijd:

1I

Late Bronstijd

00 - 800 vf¡nr Çhr.

Midden-Bronstijd

1800 - 1 1.00 voor Chi.

Vroege Bronstijd

2000 - 1800 vogrChr. 5300 - 2000 voor Chr,

Neolithicum (Jonge SteentÜdJ: Laat-Neolithicum

2850 - 2000 voor,Chr.

Midden-Neolithicum

4200 - 2850 voor Chr

Vroeg-Neolithicum

5300 - 4200'voor Chr.

Mesol¡thicum (Midden-SteentÜd):

8800 - 4900 voor Chr.

Laat-Mesolithicum

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

7 1 00 - 6450 voor Chr.

8800-7100voorChr.

Vroeg-Mesolithicum tot 8800 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd): Laat-Paleol¡thicum

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolhhicum

300.000 - 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeolog¡sch Basis Reg¡ster 1992

ADC ArcheoProjecten raPPort 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

o

7

1

lnleiding

1.1 Algemeen ln opdracht van Croonen Adviseurs heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Hondsbos 2l in Reusel (gemeente Reusel-De MierdenJ. ln het plangebied zal nieuwbouw plaatsvinden. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een wijziging in het bestemmingsplan en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activ¡te¡ten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.

1.2 Doelstelling en vraagstelling Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende ofven¡¿achte archeologische waarden, binnen een omschreven gebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische venruachting. Het doel van het inventariserende veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde veruvachting. Het inventariserend veldonderzoek vond plaats door middel van een verkennend booronderzoek.

Ten behoeve van het inventariserend veldonderzoek is een plan va n aanpak [hrAJ opgesteld côñform KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse ArcheologieJ specificatie VSOt.' Hierin zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteldi - ls er in het plangebied een intact potentieel vondst- en/of sporenniveau aanwezig en zo ja, komt dit .

overeen met het op basis van het bureauonderzoek verwachte n¡veau?

- Zijn er [aanwijzingen voorJ archeologische waarden in hét þlangébied agnwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? :r

lndien er archeologische waarden aanwezig zijn: ln welke mate worden deze waarden verstoord door realisalie van de geplande bodemingreep? Hoe kan deze verstor¡ng door planaanpassing tot een minimum worden beperkt?

"

-

lndien de archeologische waarden niet kunnen worde4 behouden:

- Welke vorm van nader onderzoek is nodig om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun omvang, ligging, aard en daþring voldoendé te kunnen bepalen om te komen tot een selectiebesluit? Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 22 december 2010 en het booronderzoek op 6 januari 2010. Meegewerkt hebben: J AG vgn Rooij þrospectorJ, N. de Jonge ffysisch geograaf), J.M. Blom þrospectorJ en J. H uizéi (sení[r;prospècÍorJ.

.:'

2 Methodiekbúreauonderzoek Het onderzoek is uilgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNAI, versie 3.2 Landþ'odems, protbcol 4002 Bureauonderzoek.

': '

,.t

Het burea.uondeiåbek bestaat uit de volgende elf processtappen: I .' Àfbakenen plan- en onderzoe[.sgebied en vaststeìlen consequenties van mogelijk toekomstig

gebruik;

2. Aanmelden onderzoek bij Archis; 3. Vermelden (en toepassenJ overheidsbeleid; 4. Beschrijven huidig gebruik; 5. Beschrijven historische s¡tuat¡e en mogelijke verstoringen; 6. Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; 7. Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijkewaarden; B. Opstellen gespecificeerdeverwachting; 9. Opstellen standaardrapport bureauonderzoek; 10. Afmelden onderzoek bij Archis: overdracht onderzoeksgegevens; I l. Aanleveren digitale gegevens bij e-Depot.

' Het PvA is opgesteld door N. de Jon ge op 22-12-2010 en geaccordeerd door R.M. van der Zee, sen¡or prospector.

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

ù

I

De processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan processtap B, de gespecificeerde venruachting wordt opgesteld. De gespecificeerde veruuachting kan worden beschouwd als een belangrijke conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of, en zo ja, welke archeologische waarden worden verwacht, indien relevant weergegeven op een kaart. De resultaten van processtappen 1 tot en met I worden behandeld in de paragrafen 3.1 tot en met 3.5. Processtap resulteert in het voorliggende rapport. De processtappen 1 0 en 1 t hebben betrekking op het voor derden openbaar maken van de resultaten van het bureauonderzoek bij onder meer Archis en

I

het e-Depot.

3 Resultatenbureauonderzoek 3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied en vaststellen van de consequent¡es van het mogelijk toekomstige gebruik

Het plangebied ligt in Reusel aan de Hondsbos 2l en heeft een oppervlakte van 3000 m'. De exacte locatie is weergegeven in afbeeldingen I en 2.

Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van ca. 500 rondom het plangebied. ln het plangebied is woningbouw gepland. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van maximaal 2b00 m'worden bebouwd en heringericht. Een nauwkeurige omschrijving van de voorgenomen ontwikkeling ¡s op het moment van rapporteren van onderhavig ondezoek ryog niet voorhanden. De ' woningen zullen naar alle waarschijnlijkheid nietworden onderkelderd.

..

De consequentie van de voorgenomen ingreep is dat eventuele waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.

3.2 Beschrijving huidig gebruik Het plangebied is momenteel in gebruik als bos, behorende bij hetten noorden ervan gelegen woonhuis en erf.

ln het kader van een KLIC-melding zijn gegevens omtrent de ligging van kabels en leidingen in het plangebied opgevraagd. Hieruit bleek dat binnen het plangebied zich geen kabels en leidingen bevinden.'

3.3 Beschriiving van de h,istorische situatie en mogelijke verstoringen De historische

etso

llende kaarten als

Kaart uit 1670" Kadastrale minuut uit 181 1 -1832' Topografische kaart üit 1 838-l 8575 Bonnekaart uit 1 925, 1 931' Topografische kaart uit 1940, 1951, 1958, 1967, 1980,1988,199s' Cultuurhistorische waardenkaart provincie NoordBrabant"

het dorp Ruerse I is afgebeeld met een kerkje plangebied in gebruik als heide en gelegen ten westen van De Molen Vijver en direct ten oosten van de Lage Mierdsche Diik plangebied in gebruik als bos, de Molenvijver is aanwezig aìs een drassig gebied plangebied in gebruik als bos, de Molenvijver is gedempt en ontgonnen plangebied in gebruik als bos, eind jaren '60 / begin jaren '70 verschijnt bebouwing ten noorden van het plangebied de huidige straat Hondsbos vormt een historisch lijnelement van redeliik hoqe waarde

De naam Reusel wordt voor het eerst vermeld in I 1 73 als Rosolo / Rose/o, in 1 179 als Âosu/e, in 1232 als Rose/e en in 1456 als Reusel." Vroeger werd de herkomst van de naam beschouwd als een samenstelling

' KLIC-melding 10G310550 " Visscher 1670. ' Kadaster 181 l-1832.

' Wolters-Noordhoff Allasprodukties

I 990.

" Bureau Milita¡re verkenningen 1925, 193'1. 'Topografische Dienst Nederland 1940, 1951

1958, I 967 1980, r988,1995.

' http://brabant.esr¡nl.com/chW 'Van Berkel & Samplonius 2007.

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

o van /os en raus in de betekenis van rietbeek. Tegenwoordig gaat men u¡t van een grondvorm rus-ilo, in de betekenis van ruisende beek.'o Het plangebied was aan het begin van de lg" eeuw in gebruik als heide en gelegen ten westen van De Molenviiver. Een molenvijver is een gegraven vijver waarin het water werd verzameld voor een watermolen. Tevens lag het plangebied direct ten oosten van de voormalige Lage Mierdsche Dijk, tegenwoordig genaamd Hondsbos, dat volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant een historisch lijnelement vormt van redelijk hoge waarde. Halverurege de 19" eeuw raakte het plangebied in gebruik als bos. De Molenvijver is aan het begin van de 20" eeuw gedempt en in gebruik genomen als weiland. ln de jaren '60 /'70 van de 20" eeuw werd het woonhuis met opstallen net ten noorden van het plangebied gebouwd.

ln het plangebied is begin november 2010 een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd." Hieruit bleek dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd is.

3.4

Beschrijving van bekende archeologische, ondergrondse bouwhistórische en aardwetenschappelijke waarden

De volqende aardwetensch appeliike informatie is bekend van het planoebied: Bron lnformatie Il:600.000) Geomorfologie'' Bodemkunde'o

van Boxtel; 2a) lemig fijn zand (Hn21g-Vl) met grof zand enl.of grind beginnend tussen 40

Actueel Hoogtebestand Nederland

(AHNI"

en I20 cm Maaiveldhoogte tussen_ ca. 29,0 e:jì 29,5 m +NAp ;:, ,

ln de periode van vóór de eerste grote landijsuitbreiding vervolgde'de Bijn nog een noordelijke loop vanuit het zuidoosten door Midden-Nederland naar Noord-HollaÍtd. ln deze periode in het Vroeg- tot MiddenPleistoceen (ca. 800.000-650.000 jaar geleden), werden in een brede zone r¡v¡erafzettingen van de Rijn afgezet. De afzettingen die hierbij werden gevormd worden gerekend tot de Formatie van Sterksel en zijn afgezet door een vlechtend riviersysteem. Deze vlechtende r¡vieren zijn kenmerkend voor een periglaciàal'u klimaat en hebben een venruilderd karakter met betiekkelijk õhdiepe en brede geulen, onregelmatige afuoeren en een grote diversiteit aan korrelgioottes met váak grinàrijke beddingafzettingen. D. Formatie van Sterksel bestaat in hoofdzaak uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind." Het zand is glimmerhoudend en heeft een grrjsbr.uiné kleþr niet veel roodbonte componenten. Op basis van een geologische dwarsdoorsnede van.de geologische kaart van Eindhoven West (kaartblad 1000 m ten oosten van het plangebiedJ kan de top van de Formatie van Sterksel worden veruacht binnen 2 m -mv."

Tijdens de laatste tweé'ijstijden, het Saalien (ongeveer 370.000 jaar geleden tot 130.000 jaar geledenl en het Weichselien (l 15.000 tot 10.000 jaar geledenJ, werd het plangebied gekenmerkt door koude en droge omstandigheden ên een open vegetatie met struiken en kruiden, de zogenaamde toendravegetaties. De open vegetatie zofgcìe er voor dát op grote schaal zandverstuivingen konden plaatsvinden als gevolg van de overheersende westelijke wind die vrij spel kreeg door de kale en droge omstandigheden. De afzettingen die hierþ¡j gevormd werden worden ooliwel dekzanden genoemd. Dekzanden bestaan uit geresedimenteerdJ.okaal tot regionaal sediment. Dekzanden behoren tot de eolische afzettingen van de formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Dekzanden bestaan u¡t zeer fijne tot mat¡g grove zanden, zijn ovérwegend kalkloos, lichtbruin tot geelbruin van kleur en goed tot matig gesorteerd.'' ln het onderzoelsgébied worden de rivierzanden van de Formatie van Sterksel bedekt met deþanden. Ook werden als gevolg van smeltwaterstromen zogenaamde fluvioperiglaciale afzettingen gevormd. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Liempde van de Formatie van Boxtel en kunnen bestaan uit leem, zwak tot sterk zandig, lichtgrijs tot groengrijs van kleur, niet humeus tot sterk humeus, kalkloos tot sterk kalkhoudend.'o

'" tbid. " Wijnja 20lo. '' De Mulder, et al.2o1g. '" Lange &Ten Cate 1981. " Damoiseaux & Teunissen van Manen I 984. 'u http//www.ahn.nllviewer 'u Dit is een term d¡e betrekking

heeft op het kl¡maat en de kenmerkende processen en verschijnselen die aanwezig zijn in een aan landijs grenzend gebied. '' De Mulder, et al.2oo3. pg27 '" Rijks Geologische Dienst lg8s. dwarsprofiel E-E'. '" De Mulder, et al. 2003. p. g4s '" lbid. p.347

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 2l te Reusel

10

Op basis van gegevens uit het Actueel Hoogtebestan^d Nederland (AHNI wordt geconcludeerd dat het plangebied tussen de 29,0 en 29,5 m boven NAP ligt.'' De bodem die waarschijnlijk in het plangebied voorkomt, behoort tot de zogeheten veldpodzolgronden. De veldpodzolgronden zijn veelal ontstaan uit jonge ontginningen en liggen in de relatief lage delen van het landschapãf op ruggen waar tijdens Oe OóOemvormìng een hoge grondwaterstand voorkwam." ln de veldpodzolgronden reikt het grondwater vaak tot in de BC-horizont en is de E-horizont (uitspoelingslaag) vaak niet of slecht herkenbaar omdat het humusgehalte hoog kan zijn en daardoor de

gebleekte korrels niet oPvallen. ln het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische 0ndicatieve) waarden en ondergrondse bouwhistorische waarden Bron archeologische waarde Kaart van Archeologische Waarden 0KAWJ lage i AMK-terrein 16829 Archeologische Monumenten Kaart (AMtO 14192,417422 waarnemingen ARCHISII (Archeologisch lnformatie Systeem)

vondstmeldìngen ARCHISII ondezoeksmeldingen ARCHISII Kenn islnfrastructuur CultuurHistorie KICH)"

geen 1 4866, 1 7986 Geen bruikbare informat¡e

Volgens de lndicatieve Kaart van Archeologische Waarden geldt voor het plangebied een lage venruachting. Dit is gebaseerd op het voorkomen van de veldpodzolgronden in de bovengrond. De ligging van de aanwezige archeologische waarden zijn weergegeven in afb. 4' Ruim 400 meter ten zuiden van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische w-aarde. Het betreft de kern van Reusel, waar bewoning daterend van voor 1250 heeft plaátsgevonden.'u Ongeveer 300 meter ten noorden van het plangebied is een waarneming gemeld. Het betreft een houten waìLrput, een kandelaar en aardewerk uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd, die zijn gevonden bij niet-a rcheolog ische g raafr,rrerkzaamheden''u Ca. g00 meter ten zuidoosten van het plangebied is,,na een booronderzoek, een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.'u ln een aantal putten z¡jn aardewerk en sporen uit de prehistorie (mogelijk lJzertijd) en

Miãdeleeuwen aangetroffen onder een [restant van een) esdek. Geadviseerd is het afgraven van het esdek in een deel van de onderzoekslocatie archeologisch te begeleiden."

3.5 Gespecificeerdeverwachting (tSo5) ln het hele plangebied worden archeologische resten verwacht uit alle archeologische perioden. Het (zoals vondstn¡veau wordt verwacht in de eerste ca. 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen diepe paalsporen,,waterputten etc.J worden binnen ca. 50 cm beneden het maaiveld ven¡uacht." De venruachte archeologische resteh bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- of vuursteenstrooiingen. Organische resten (zoals bot, hout, leder en textiell^zullen door de relatief droge en zure boáemomstandigheden slecht zijn geconserveerd.'n De beperkte beschikbare gegevens laten niet toe, het complextype en de omvang van de verwachte resten nader te specificeren. Als gevolg van (subJrecente grondroerende activiteiten zoals de aanleg van het bos kan de bovengrond (deels) zijn omgewerkt.

'' http://www.ahn.nl/viewer

" De Bakker & Schelling 1989.

' http://www.kich.nl

" AMK-terrein 16829. '" Waarneming 14]92.

" Ond€zoeksmelding 14866. " Ondezoeksmelding 17986. waarneming 417422,Van Eenthem 2006. '" Zie bijvoorbeeld Groenewoudt 1994. * Kars & Smit 2003.

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

I

o

11

4 MethodieklnventariserendVeldonderzoek(|VO-O) 4.1 Kader De bij het lnventariserend Veldonderzoek toegepaste methoden zijn conform de KNA, versie 3.2 Landbodems, in het bijzonder specificatie VS03 þooronderzoekJ. Uitgangspunt van het inventariserend veldonderzoek is de gespecificeerde ven¡,¡achting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek. De strategie voor het veldonderzoek is hierop gebaseerd, alsmede op het voor dit onderzoek opgestelde Plan van Aanpak. De rapportage is opgesteld conform specificatie VS05.

4.2 Methode ln het plangebied zijn grondboringen uitgevoerd met als doel het bepalen van de bodemopbouw en eventuele bodemverstoringen. Dit is de verkennende fase van het inventariserend veldondezoek. Het verkennen van de bodemopbouw gebeurt door de bodemtextuur en, indien relevant bodemkundige horizonten systematisch te beschrijven. Eventuele afwijkingen van de ven¡r¡achte bodemopbouw zoals

vastgesteld op grond van het bureauonderzoek, en andere niet-natuurlijke bodemkenmerken.kunnen er aanleiding toe geven om (delen vanJ het plangebied als verstoord te beschouríven. Het karteren van de vindplaatsen gebeurt door het vaststellen van de aan- of afwezigheid van archeologische indicatoren in het opgeboorde materiaal. Archeologiçche indicatoren zijn bijvoorbeeld fragmenten aardewerk, houtskool, verbrande klei, [onJverbrand bot en andere insluitsels die van nature niet in de bodem voorkomen. Daarnaast kunnen bodemverkleuringen, bijvoorbéeld veroorzaakt door fosfaatuerbindingen, een indicatie vormen voor bewoning in he!ye¡lçden. . ,, Er zijn vijf boringen in de verkennende fase, verspreid over het plangebied uitgevoerd, met een 7 cm

Edelmanboor tot minimaal 30 cm in de ongestoord..g'ondergrond tot gemiddeld circa g0 cm en maximaal 100 cm onder het maaiveld. 0p die locaties wâârrê€n intact bodemprofiel is waargenomen is direct navolgend op het verkennend booronderzoek een karterend booronderzoek uitgevoerd. ln het plangebied is in totaal één boring in de karterende fase uitgevoerd met een l5 cm Edelmanboor. De relevante potentiële archeologische lagen zijn bemonsteiiJ en gezeefd over een zeef met een diameter van 3 mm. De bodemtextuur en archeologi$ch...g indicatoren 2'rjn beschreven volgens SBB S.1 van het NITG-TN0 waarin ondermeer de standaard classificatie van bodemmonsters volgens NENS I04 wordt gehanteerd.'o De X- en Y-coördinaten Tijn'bepaald aan de hand van de lokale topografie en ingemeten met behulp van een meetlint. De hoogteían het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald aan de hand van AHNbeelden.

5 Resultatgn lnventariserend Veldonderzoek (|VO-O) 'a,'

..'

5.1 Lithologischebeschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 5. De boorgegevens worden gepresenteerd in Bijlage l. Binnen het plangebied bestaat de onderste aangeboorde laag uit zwak siltig, matig fijn en kalkloos zand, dat geel tot grijs van kleur is en lokaal roestvlekken bevat. De top van deze laag wordt minimaal op 40, gemiddeld op 60 en maximaal op 80 cm -mv aangetroffen. ln boring 5 is op een diepte van 90 cm -mv een laag met grind en stenen aangeboord. Op het gele tot grijze zand is een heterogene laag zwak siltig, matig fijn, overwegend humeus en grijsgeel tot donkergrijs zand aanwezig, dat ca. 50 cm dik is en lokaal grijze vlekken bevat. Vanaf ca. l0 cm -mv tot aan het maaiveld is een zwak siltige, matig tot sterk humeuze en kalkloze laag zand aanwezig, dat donkerbruin tot grijsbruin van kleur is. Ter hoogte van boring 5 is een potentieel ¡ntacte archeologisch niveau aangetroffen. D¡rect naast de boring in de verkennende fase heeft een boring in de karterende fase verricht. Tijdens het karterend

* Bosch 2005; Normalisatie-lnst¡tuut

1989.

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

'12

booronderzoek, ter plaatse van boring 5, zijn geen indicatoren aangetroffen die wijzen op archeologische resten in de bodem.

5.2 lnterpretatie Volgens de gespecificeerde venruacht¡ng uit het bureauonderzoek werden binnen het plangebied arcñeologisõhe resten uit alle perioden venruacht, in de mogelijk aanwezige veldpodzolgrond. Het eventuele vondstn¡veau werd verwacht in de eerste ca. 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen, waterputten etc.) werden binnen ca. 50 cm beneden het maaiveld verwacht.''

Uit het veldonderzoek blijkt dat vanaf gemiddeld 60 cm -mv en dieper de C-horizont aanwezig is, in de vorm van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. ln boring 5 is vanaf 90 cm -mv de grindige top van de Formatie van Sterksel aangeboord. Dit is de natuurlijke ondergrond, die niet of nauwelijks beinvloed is door bodemwerking. Hierop is een gemiddeld 50 cm dikke omgewerkte laag aanwezig van de bovenliggende A-horizont en de onderliggende C-horizont. Vanaf 10 cm -mv tot aan het maaiveld is een strooisellaag aanwezig. Binnen het plaÀgebied zijn geen sporen van podzolering aangetroffen. Het bovenstaande houdt in dat het verwachte potentiële archeologische vondstniveau niet meer in situ aanwezig is. De aanwezigheid van diepe archeologische sporen kan echter niet uitgesloten worden, maar de kans dat deze zich binnen het plangebied bevinden lijkt erg klein.

6 Conclusies De in de lnleiding gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt

worden beantwoord: ls er in het ptangebied een ¡ntact potentieel vondst- en/of sporenniveau aanwezig en zo ia, komt dit overeen met het op basis van het bureauonderzoek ve¡wachte n¡veau? Volgens het bureauonderzoek werden binnen het plangebied lreldpodzolgronden verwacht. Gezien het feit dat binnen het plangebied sprake is van een sterk verstoord bodemprofiel, is niet te zeggen of van origine binnen het onderzochte gebied sprake was van een veldpodzolgrond.

Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig en, zo ja, wat ¡s naar verwachting de omvang, ligging, aard, datering en waardestell¡ng hieruan? Binnen het plangebied is sprake vãn een sterk verstoord bodemprofiel. Eventuele aanwezige archeologische resten zulle¡ niet meer in situ aanwezig zijn.

ln welke mate worden deze waarden verstoord door realisatie van de geplande bodemingreep? Door de voorgenomen bodemingreep zullen zeer waarschijnlijk geen archeolog¡sche resten verstoord worden. Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Gezien het bovenstaande is deze onderzoeksvraag niet meer van toepassing.

lndien de eventuelÊ archeologische waarden niet kunnen worden behouden: Welke vorm van nader onderzoek is nodig om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun omvang, ligging, aard en datering voldoende te kunnen bepalen om te komen tot een select¡ebesluit? Binnerihet plangebied is sprake van een verstoord bodemprofiel. De kans op aanwezige archeologische resten in situ is hierdoor zeer klein. ADC ArcheoProjecten adviseert om b¡nnen het plangebied geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.

7 Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling' Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de

Monumentenwet.

'' Zie bijvoorbeeld Groenewoudt 1994.

ADC ArcheoProlecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

¡

o

13

Literatuur Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: S/sfeen voor bodemclassificatie. 2" gewijzigde druk. Wageningen. Benthem, A. van, 2006: Reusel Molenakkers (gemeente Reusel - De Mierden), Een lnventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, ADC-rapport 704, Amersfoort. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Uûecht CtNOrapport NITG 05-043-A). Bureau Militaire verkenningen, 1925, 1931: Bonnekaart, Reusel, Blad 705, schaal l:25.000. Damoiseaux, J.H. & T.C. Teunissen van Manen, 1984: Bodemkaart van Nederland: schaal l:50.000: Blad 50 Oost T¡lburg. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Groenewoudt, 8.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 17). Kadaster, 181 1 - l 832: Oorspronkelijke aanwijzende tafel der grondeigenaren en der ongebotrwde en gebouwde vaste eigendommen, Reusel, Noord-Brabant, Sectie A, Blad 02. Kars, H. & A. Smit [red.J, 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erlgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de coiditie van tiet bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies 1J. Lange, G.W. de & J.A.M. Ten Cate, 1gB1: Geomorfologische kaañ vAn Nederland: schaal t:50.000: Blad 50 Tilburg.

Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, l. Ritsema, W.E. Westerhof & Th.E. Wong (red.J, 2003'. De ondergrond van Nederland. Groningen/Houten (Geologie van Nederland deel T). Normalisatie-lnstituut, Nederlands, lg1gi Geotechniek ctassificaiie van cinverharde grondmonsters NEN 5t 04. Delft. Rijks Geologische Dienst, 1985i Geolog¡sche Kaart van Nederland, Einhoven West, Btad 5l West, schaal I :50.000. Europeesch Cartografisch I nstituut, Rijswijk. Tol, 4.J., J.WH.P. Verhagen & M. Verbruggen;,2006: Leidraad inventariserend veldondenoek Deel: karterend booronderzoek. Gouda (SIKB'uitgaveJ. Topografische Dienst Nederland, 1940, 1951; 1958, 1967, 1980, 1988, 1995: Topografische Kaartvan Nederland, schaal 1:25.000; 50 H. Van Berkel, G. & K. Samplonius, 2007: Nedertandse plaatsnamen, herkomst en historie. Utrecht. Visscher, N., 1670: Germania lnferior, sive XVll Provinciarum geographicae generales ut et particulares tabulae, Kaartboeck van de XVll Nederlandtsche Provincien. Amsterdam. Wijnja, W., 2010: Verkennend bodemanderzoek Hondsbos 2t te Reusel. (Geofox-Lexmond). Wolters-Noordhoff fltlásprodukties, 1990: Gro¿e Historische Attas van Nederland, deet 4 Zuid-Nedertand I B3B- I 857. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen.

Geraadple-egde websites http :1/a rch is2.a rch is.h I

httplÂryww.ahn.¡f. ' http://y¡wry.kj.ch'nl http://www.watwaswaa r. n I http://brabant.esri n l.com/chw/

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. I Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

Afb.3 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit 1925 Afb. 4 lndicatieve Kaart Archeologische Waarden, AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen Afb. 5 Boorpuntenkaart Tabel l. Overzicht van de verschillende (preJhistorische perioden.

ADC ArcheoProjecten rapport 26 1 9

Hondsbos 2l te Reusel

o

14

o o o o @

o

MIERDE

CASTEREN

o o

HOOGE

o o

r

o ô o o N

0I-..rI

2s00 m

Gêodan

140000

Legenda

*

Locatie €n het Plangebìêd

Afb. I Locatie van het plangebied

ADC ArcheoProjecten råpport 26 9 1

Hondsbos 21 te Reusel

t

o

15

o N o N

ô N N

o )

o 6 @ o

N

o o @ o N 0

o a o N

@ADC 201 139050

Legenda

)

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

o

tb

3,

I!f

Eooge

akarw 139000

138750

139250

13S500

Legenda

fi

ctuno"oi"o

Afb. 3 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit I 925

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

o

17

o a N

@ F

o o o N

o o N a N

-) o 6 o N

o @ N o ts

@ADC 201 't39250

Legenda

f

ARCHIs-meld¡ngen (þ¡igewerkt aug.'l 0J Hoo" Inotæueve Middelhoge

waarde

O Uzertiid O Late Middeleeuwen n Ondeuoeksmelding

Lago

Zeel

)

waarde

van hoge afcheologische waarde

Afb. 4 lndicatieve Kaart Archeologische Waarden, AMK-teneinen en ARCH\S-neldingen

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 2l te Reusel

o

l8

È È

o @

ts

o 13S200

't3sl25

Legenda

l_l l-õ-l

etanoeoieo

Lo.uti", uun de verichte boringen

Afb. 5 Boorpuntenkaart

ADC ArcheoProjecten rapport 261

I

Hondsbos 21 te Reusel

o

Bijlage r

E

E

I E

o

-oo !

ë. o o f

,) ! E

o

o o c

E

Ê,

E f c

1

e

E

o o .c

E

I

o

o o a

{¿ J¿ 9ø E >Ã o E !ur-o-Ø trÈ >o tro o .à ao o> õ @ ^ >t!!Ã o \= o cc ctr E z¡ co oo

139.189 375.665 29.2

ã

ñ o @

2

3

4

5

139.162 375.639 29.5

139.166 375.665 29.3

q

ñ o u) o o

õo

E

! c 6

o

¡

E I

o

6 E o o

G

o c o

.N

E

t E

È

o

f

! !

.9 c

.9 o o

=

0 l0 zând zlrrak s¡lt¡g; zwâk humeus l0 40 zand À rak siltig 40 80 zand mak siltig

matig fÙn mât¡g fijn mat¡g fún

grijs-bruin grijs-geel geel

kalkloos kalkloos kalkloos

0 5 zand zwak siltig; sterk humeus 5 50 zand zwak siltig 50 90 zand zwak silt¡g

matig lün uiterst fún matig f¡jn

donker-bruin licht-grijs

kalkloos kalkloos

,{C-horizont omgewerkte grond

geel

kalkloos spoorroestvlekken

C-horizont

mat¡g fijn matig fijn mat¡g fün matig fún

donker-bruin geel-bruin donker-bruin licht-grijs

kalkloos kalkloos kalkloos kalkloos

O-horizont

matig fijn matig fijn mat¡g fijn

bruin

donker-griis

kalkloos kalkloos

Ac-hofizont omgewerkte grond

licht-bru¡n

kalkloos spoor roesMekken

C-hor¡zont

kalkloos kalkloos kalkloos

Ac-horizont spoor grijze vlekken

0 5 zand a/rrak s¡lt¡g; matig humeus 5 50 zand Ã\,âk silt¡g; ¡ /ak humeus 50 70 zand zvrrak humeus 70 100 zand zwak siltig

139.183 375.685 29.0

go

.=

N

05 540

40 70

zand zwak silt¡g; sterk humeus zand zwak silt¡g;zwak humeus zând ilak silt¡g

139.t47 375.680 29.0 20

20 zand zwak siltig 80 zand zwak siltig

80

100 zand Ãvak

0

o

Ð .c o c

C

co o

c

matigfijn licht-bruin-grijs matig f¡jn licht-grijs

O-hor¡zont bosneerslag Ac-horizont omgewerkte gmnd C-hor¡zont O-horizont

A-horizont

bosneerslag opgebrachte grond oude bouwvooP Scherpe grens ondêrliggende laag

C-horizont

O-horizont bosneerslag

A-horizont omgewerKegrond roestvlekken C-horizont

90 cm stuk kwarts¡et+

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=b7ca3e3f-9f59-4ced-95d8-ce50b99c9cd4